Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:5228

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-03-2019
Datum publicatie
27-05-2020
Zaaknummer
08/952736-14 en 08/910034-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 48-jarige vrouw tot een gevangenisstraf van 36 maanden voor mensenhandel in vereniging en witwassen. Samen met anderen heeft de vrouw ervoor gezorgd dat twee Roemeense vrouwen en één vrouw uit Polen, die allen verkeerden in slechte economische omstandigheden in het land van herkomst, naar Nederland kwamen om als prostituee te werken. De slachtoffers waren in Nederland volledig van de vrouw en haar medeverdachten afhankelijk. Zij spraken de taal niet, hadden geen eigen huisvesting en geen sociaal vangnet. De slachtoffers zijn financieel door de vrouw uitgebuit. Zij moesten een aanzienlijk deel van hun inkomsten aan haar en haar medeverdachten afstaan. Naast de gevangenisstraf moet de vrouw een bedrag van ruim 9000 euro aan schadevergoeding betalen. Zie ook:

ECLI:NL:RBOVE:2019:5177

ECLI:NL:RBOVE:2019:5178

ECLI:NL:RBOVE:2019:5179

ECLI:NL:RBOVE:2019:5180

ECLI:NL:RBOVE:2019:5181

ECLI:NL:RBOVE:2019:5227

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/952736-14 en 08/910034-15 (P)

Datum vonnis: 1 maart 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaken van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] ( [land] ),

woonadres: [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 maart 2015, 3 juni 2015, 18 augustus 2015, 24 november 2015, 20 januari 2016, 16 maart 2018, 27 juni 2018, 22 januari 2019 en 23 januari 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. drs. D.M. Noordzij en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J. Peters, advocaat te Amersfoort, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De feiten op de gevoegde dagvaardingen zijn - ter bevordering van de leesbaarheid van het vonnis - door de rechtbank doorgenummerd 1 tot en met 6.

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich, samen met één of meer anderen, heeft schuldig gemaakt aan:

feit 1, 2 en 3: mensenhandel, gepleegd ten aanzien van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en/of één of meer (andere) vrouw(en);

feit 4: oplichting;

feit 5: witwassen van een geldbedrag;

feit 6: het bezit van dierenporno.

Voluit luidt de tenlastelegging - na wijziging (08/910034-15) en nadere omschrijving (08/952736-14) op 18 augustus 2015 - dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 5 december 2014 in

de gemeente(n) Almelo en/of Zwolle en/althans (elders) in Nederland en/of in

Roemenië,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een vrouw (van Roemeense afkomst) genaamd [slachtoffer 1] ,

A) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die vrouw had,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of/en opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die vrouw (sub 1°), en/of

- ( telkens) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die vrouw zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°), en/of

- ( telkens) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar (die vrouw), seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°), en/of

B) (telkens) heeft aangeworven, medegenomen of ontvoerd met het oogmerk die (Roemeense) vrouw in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling (sub 3),

hierin bestaande dat verdachte tezamen met haar mededader(s) en/althans alleen (telkens):

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke en/of lichamelijke overwicht dat verdachte en/of haar mededader(s) over die [slachtoffer 1] had(den),

en/of

- die [slachtoffer 1] (meermalen) vanuit Roemenië naar Nederland heeft meegenomen/vervoerd en/of gebracht en/of laten meenemen en/of vervoeren en/althans (telkens) het vervoer van die [slachtoffer 1] vanuit Roemenië naar Nederland heeft geregeld/georganiseerd/betaald, en/of

- ten aanzien van die [slachtoffer 1] die de Nederlandse taal niet (goed) machtig was en/of onbekend was in Nederland en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of/aldus zich in een kwetsbare (financiële) positie bevond voornoemde [slachtoffer 1] heeft benaderd en/of heeft laten benaderen voor prostitutie-werkzaamheden, en/of

- haar, verdachtes en/of verdachtes mededaders woning en/of een door verdachte en/of haar mededader(s) gehuurde woning/ruimte voor het verrichten van prostitutie-werkzaamheden door die [slachtoffer 1] ter beschikking heeft gesteld, en/of

- erotisch getinte foto('s) van die [slachtoffer 1] heeft gemaakt en/of heeft laten maken en/of (vervolgens) die foto('s) en/of contactadvertentie(s) van/met betrekking tot die [slachtoffer 1] op internet heeft gezet en/of laten zetten, en/of

- die [slachtoffer 1] in contact heeft gebracht en/of laten brengen met klant(en)/derde(n) en/of naar die klant(en)/derde(n) heeft vervoerd of laten vervoeren, en/of

- controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de prostitutie werkzaamheden van die [slachtoffer 1] , en/of

- die [slachtoffer 1] te kennen heeft gegeven dat zij geen klant(en) mocht weigeren, en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] tegen de grond heeft gegooid en/of die [slachtoffer 1] heeft gedreigd/bedreigd met woorden (door te zeggen dat indien die [slachtoffer 1] (een) klant(en) zou weigeren die [slachtoffer 1] de misgelopen inkomsten moest betalen), en/of

- de verdiensten van die [slachtoffer 1] voor die prostitutie-werkzaamheden (gedeeltelijk) heeft afgenomen en/of laten afgeven en/of bewaard en/of een schuldrelatie met die [slachtoffer 1] heeft laten ontstaan;

2.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 5 december 2014 in de gemeente(n) Almelo en/of Hellendoorn en/of Zwolle en/althans (elders) in Nederland en/of in Duitsland en/of België,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een vrouw (van Poolse afkomst) genaamd [slachtoffer 2] ,

door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die vrouw had,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die vrouw (sub 1°), en/of

- ( telkens) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die vrouw zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°), en/of

- ( telkens) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar (die vrouw), seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°), en/of

B) (telkens) heeft aangeworven, medegenomen of ontvoerd met het oogmerk die (Poolse) vrouw in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling (sub 3),

hierin bestaande dat verdachte tezamen met haar mededader(s) en/althans alleen

(telkens):

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke/psychische en/of lichamelijke overwicht dat verdachte en/of haar mededader(s) over die [slachtoffer 2] had(den), en/of

- die [slachtoffer 2] (meermalen) vanuit België en/of Duitsland naar Nederland heeft meegenomen/vervoerd en/of gebracht en/of laten meenemen en/of vervoeren en/althans (telkens) het vervoer van die [slachtoffer 2] vanuit Belgë en/of Duitsland naar Nederland heeft geregeld/georganiseerd/betaald, en/of

- ten aanzien van die [slachtoffer 2] die de Nederlandse taal niet (goed) machtig was en/of onbekend was in Nederland en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of/aldus zich in een kwetsbare (financiële) positie bevond voornoemde [slachtoffer 2] heeft benaderd en/of heeft laten benaderen voor prostitutie-werkzaamheden, en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd/aangegeven dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) de administratie/formaliteiten ten behoeve van legale prostitutie-werkzaamheden door die [slachtoffer 2] zou(den) regelen, en/of

- haar, verdachtes en/of verdachtes mededaders woning en/of een door verdachte en/of haar mededader(s) gehuurde woning/ruimte voor het verrichten van prostitutie-werkzaamheden door die [slachtoffer 2] ter beschikking heeft gesteld, en/of

- erotisch getinte foto('s) van die [slachtoffer 2] heeft gemaakt en/of heeft laten maken en/of (vervolgens) die foto('s) en/of contactadvertentie(s) van/met betrekking tot die [slachtoffer 2] op internet heeft gezet en/of laten zetten, en/of

- die [slachtoffer 2] in contact heeft gebracht en/of laten brengen met klant(en)/derde(n) en/of naar die klant(en)/derde(n) heeft vervoerd of laten vervoeren, en/of

- controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de prostitutie werkzaamheden van die [slachtoffer 2] , en/of

- die [slachtoffer 2] te kennen heeft gegeven dat zij geen klant(en) mocht weigeren, en/of

- de verdiensten van die [slachtoffer 2] voor die prostitutie-werkzaamheden (gedeeltelijk) heeft afgenomen en/of laten afgeven en/of bewaard en/of een schuldrelatie met die [slachtoffer 2] heeft laten ontstaan;

3.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 5 december 2014, althans in of omstreeks de periode van 1 november 2014 tot en met 5 december 2014 in de gemeente(n) Almelo en/of Zwolle en/althans (elders) in Nederland en/of in Roemenië,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een vrouw (van Roemeense afkomst) genaamd [slachtoffer 3] en/of (telkens) een of meer (andere) vrouw(en) van Roemeense afkomst (anders dan de vrouw bedoeld in feit 1),

A) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die vrouw(en) had,

- ( telkens) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die vrouw(en) (sub 1°),

en/of

- ( telkens) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die vrouw(en) zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°), en/of

- ( telkens) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar/hun (die vrouwen), seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°), en/of

B) (telkens) heeft aangeworven, medegenomen of ontvoerd met het oogmerk die (Roemeense) vrouw(en) in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling (sub 3),

hierin bestaande dat verdachte tezamen met zijn mededader(s) en/althans alleen (telkens):

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke en/of lichamelijke overwicht dat verdachte en/of zijn mededader(s) over die vrouw(en) had(den), en/of

- die vrouw(en) (meermalen) vanuit Roemenië en/of Duitsland naar Nederland heeft meegenomen/vervoerd en/of gebracht en/of laten meenemen en/of vervoeren en/althans (telkens) het vervoer van die vrouw(en) vanuit Roemenië en/of Duitsland naar Nederland heeft geregeld/georganiseerd/betaald, en/of

- ten aanzien van die vrouw(en) die de Nederlandse taal niet (goed) machtig was/waren en/of onbekend was/waren in Nederland en/of onbekend was/waren met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende(n) en/of/aldus zich in een kwetsbare (financiële) positie bevond(en), voornoemde vrouw(en) heeft benaderd en/of heeft laten benaderen voor prostitutie-werkzaamheden, en/of

- zijn, verdachtes en/of verdachtes mededaders woning en/of een door verdachte en/of zijn mededader(s) gehuurde woning/ruimte voor het verrichten van prostitutie-werkzaamheden door die vrouw(en) ter beschikking heeft gesteld, en/of

- erotisch getinte foto('s) van die vrouw(en) heeft gemaakt en/of heeft laten maken en/of (vervolgens) die foto('s) en/of contactadvertentie(s) van/met betrekking tot die vrouw(en) op internet heeft gezet en/of laten zetten, en/of

- die vrouw(en) in contact heeft gebracht en/of laten brengen met klant(en)/derde(n) en/of naar die klant(en)/derde(n) heeft vervoerd of laten vervoeren, en/of

- controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de prostitutie werkzaamheden van die vrouw(en), en/of

- de verdiensten van die vrouw(en) voor die prostitutie-werkzaamheden (gedeeltelijk) heeft afgenomen en/of laten afgeven en/of bewaard en/of een schuldrelatie met die vrouw(en) heeft laten ontstaan;

4.

zij in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 4 november 2014 te [plaats 1] , in de gemeente Rijssen-Holten en/of in de gemeente Almelo en/althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van euro 7500,--, althans euro 3870,--, in elk geval van een of meer geldbedrag(en) en/of een of meer huurbedrag(en) (tot en totaalbedrag van euro 3630,--),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [slachtoffer 4] benaderd voor de verhuur van diens bedrijfspand aan de [adres 2] te [plaats 1] , en/of daartoe (mondeling) afspraken met die [slachtoffer 4] gemaakt met betrekking tot de huurprijs, en/of

- ( ter compensatie van die huur(prijs) van dat bedrijfspand) met die [slachtoffer 4] afspraken met die [slachtoffer 4] gemaakt over het voortzetten van het door verdachte en/of verdachtes mededader gerunde bedrijf (" [bedrijf] ") samen met die [slachtoffer 4] , en/of

- de afspraak met die [slachtoffer 4] gemaakt dat die [slachtoffer 4] euro 7500,--, althans een of meer geldbedrag(en) in dat bedrijf " [bedrijf] " in zou brengen waardoor die [slachtoffer 4] voor 50 % mede-eigenaar van dat bedrijf " [bedrijf] " zou worden, en/of

- met die [slachtoffer 4] de afspraak gemaakt dat verdachte en/of verdachtes mededader de formaliteiten/"een en ander" zou regelen bij de Kamer van Koophandel, en/of

- daartoe door die [slachtoffer 4] (op 21 mei 2014) euro 3870,-- op verdachtes en/of verdachtes mededaders (bank)rekening laten overmaken/storten,

- en/of/aldus zich voorgedaan als huurder(s) en/of zakenpartner(s) ter goeder trouw, waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 september 2012 tot en met 1 oktober 2012 te [plaats 2] in de gemeente Twenterand en/of in de gemeente Almelo en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) (totaal euro 66.973,17) en/of een woning ( [adres 1] ), heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten die/dat geldbedrag(en) en/of woning, gebruik heeft gemaakt, en/of van die/dat geldbedrag(en) en/of woning de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de

vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat geldbedrag(en) en/of woning was/waren,

terwijl verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en) dat die/dat geldbedrag(en) en/of woning geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

opzettelijk:

- op 24 september 2012 (contant) een bedrag van euro 23.200,-- op de betaalrekening [rekeningnummer] gestort, en/of

- op 24 september 2012 (contant) een bedrag van euro 26.800,-- op de betaalrekening [rekeningnummer] gestort, en/of

- op of omstreeks 1 oktober 2012 een contante betaling van euro 15.000,-- ten kantore van Notariskantoor [notariskantoor] gedaan, en/of

- op of omstreeks 1 oktober 2012 een contante betaling van euro 1.973,17verricht/gedaan en/of

- op of omstreeks 1 oktober 2012 de woning [adres 1] gekocht;

6.

zij op of omstreeks 5 december 2014 in de gemeente Almelo tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (in de woning [adres 1] ) een gegevensdrager (te weten een computer "PC Apple Imac/beslagcode A.09.01.003) bevattende een afbeelding van (een) ontuchtige handeling(en) waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, te weten een film waarop te zien is dat een hengst op de naakte achterzijde van een volwassen persoon springt en kennelijk zijn stijve geslachtsdeel in de vagina/anus van die persoon steekt, in het bezit heeft gehad.

3 De voorvragen

Geldigheid dagvaarding ten aanzien van feit 3

Naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 22 januari 2019 stelt de rechtbank vast dat de officier van justitie verdachte uitsluitend nog een verwijt maakt betreffende de slachtoffers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De officier van justitie vordert om die reden nietigheid van de dagvaarding voor wat betreft “en/of (telkens) een of meer (andere) vrouw(en) van Roemeense en/of Poolse afkomst (anders dan de vrouw bedoeld in feit 1)”.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de dagvaarding in zoverre nietig moet worden verklaard nu de dagvaarding (op dit onderdeel) niet voldoet aan de eisen die in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) aan de dagvaarding worden gesteld.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding voor het overige geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de onder 1, 2, 3 en 5 tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden. Ook kan bewezen worden dat verdachte de feiten 1, 2 en 3 samen met (een) ander(en) heeft gepleegd. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak voor de feiten 4 en 6 en vordert verdachte te veroordelen voor de feiten 1, 2, 3 en 5 tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van voorarrest en

- een geldboete van € 4.445,-- en

- verbeurdverklaring van de in beslag genomen woning aan de [adres 1] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich voor wat betreft de feiten 1 tot en met 3 op het standpunt dat er geen sprake is van uitbuiting in de zin van 273f van het Wetboek van Strafrecht (Sr); er zijn geen strafbare handelingen gepleegd door verdachte. Daarvoor is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden. De raadsman verzoekt de rechtbank de onderzoeksresultaten te bezien tegen de achtergrond van de criteria geformuleerd door de Hoge Raad, de politiek en de wetgever. Uitgaande van die criteria is er slechts dan sprake van strafbare feiten indien er ook sprake is van een ongeoorloofde economische uitbuiting dan wel indien de prostituee niet telkens volledig vrij is tot het verrichten van seksuele handelingen, zelf niet kan beslissen daar van af te zien of mee op te houden. De aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn gefrustreerde werknemers die ondanks gemaakte afspraken vooraf, achteraf alsnog ontevreden zijn geworden over het bedrag dat zij ontvingen voor de door hen verrichte diensten als prostituee, terwijl ook ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 3] geconcludeerd dient te worden dat er geen wettig en overtuigend bewijs in het dossier voorhanden is. Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten.

Voor wat betreft de tenlastegelegde oplichting concludeert de raadsman eveneens tot vrijspraak. Er is geen sprake van oplichtingsmiddelen en verdachte heeft nimmer opzet gehad om zich te bevoordelen.

Ten aanzien van feit 5, het witwassen, voert de raadsman aan dat de verklaring van verdachte, dat zij het geld gekregen heeft door middel van schenking, wordt bevestigd door de notaris en de schenkingsovereenkomst en dat daarmee de veronderstelling dat het geld afkomstig is uit de prostitutie van de baan is. De raadsman bepleit ook voor dit feit vrijspraak.

Tenslotte verzoekt de raadsman verdachte ook vrij te spreken van het bezit van dierenporno nu de laptop waarop deze afbeelding is aangetroffen weliswaar van haar was, maar ook door anderen gebruikt werd en zij niets weet van deze afbeelding.

4.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 4 en feit 6

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de onder 4 (oplichting) en 6 (bezit dierenporno)(vul de feitaanduidingen in) ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, zodat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Algemene overweging artikel 273f Sr - mensenhandel

Bij de beoordeling of sprake is van mensenhandel in de zin van (seksuele) uitbuiting zoals bedoeld in artikel 273f, eerste lid Sr, wordt gekeken of sprake is van drie bestanddelen, te weten (een aantal) dwangmiddelen, (een aantal) handelingen en het oogmerk van uitbuiting. Niet voor alle subonderdelen geldt dat de vaststelling van al deze bestanddelen nodig is om tot een bewezenverklaring te komen. Het bestanddeel “(oogmerk van) uitbuiting” is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de (niet limitatieve) opsomming in artikel 273f, tweede lid Sr van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen of verplichte arbeid of diensten. De vraag of en, zo ja, wanneer sprake is van “uitbuiting” in de zin van de onderhavige bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van voornoemde vraag komt in elk geval betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengen en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Van een situatie van seksuele uitbuiting is blijkens de wetsgeschiedenis sprake wanneer betrokkene verkeert in een situatie die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een Nederlandse mondige prostituee verkeert. Voor een bewezenverklaring van mensenhandel moet dus sprake zijn van dwangmiddelen en daarmee samenhangend het geheel of gedeeltelijk ontbreken van keuzevrijheid.

Feit 1

Vaststaande feiten

De rechtbank leidt uit het dossier het volgende af.

[slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ), werknaam [alias 1] , is in Roemenië in contact gekomen met [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ). Deze vertelde haar dat ze naar Nederland kon gaan om daar als prostituee te werken. [medeverdachte 1] heeft haar in juni 2013 meegenomen naar Nederland en haar rechtstreeks naar de woning van verdachte (hierna: [verdachte] ) en haar partner medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) in [plaats 3] gebracht. Vanaf juni 2013 heeft [slachtoffer 1] meermalen een periode in Nederland verbleven in [plaats 4] aan de [adres 3] bij [medeverdachte 1] en later in [plaats 4] bij [naam 1] . Na een prostitutiecontrole bij genoemde [naam 1] is [slachtoffer 1] gestopt met prostitutiewerkzaamheden.

Artikel 273f, eerste lid, sub 1 Sr

Voor een bewezenverklaring van dit onderdeel moet sprake zijn van ten eerste één of meer

dwangmiddelen en ten tweede één of meer gedragingen. Ten derde moet er bij de verdachte sprake zijn van het oogmerk om het slachtoffer uit te buiten.

Dwangmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 2] jegens [slachtoffer 1] gebruik hebben gemaakt van dwangmiddelen. [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben ten aanzien van [slachtoffer 1] gebruik gemaakt van feitelijkheden door erotische foto’s van haar te maken, deze foto’s te verwerken in seksadvertenties, deze seksadvertenties op internet te publiceren, door potentiele klanten te woord te staan en afspraken te maken, door toe te zien op haar werk(tijden) als prostituee en op de verdiensten uit deze werkzaamheden.

[verdachte] en [medeverdachte 2] hebben misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer 1] zich bevond en van uit feitelijke omstandigheden voorvloeiend overwicht. [slachtoffer 1] is van Roemeense afkomst, komt uit een minder welvarende thuissituatie, beschikte niet over voldoende eigen financiële middelen om zichzelf en haar kind te onderhouden en had schulden. Onder die omstandigheden is aan [slachtoffer 1] in Roemenië voorgesteld om in Nederland als prostituee te gaan werken, waarna zij met [medeverdachte 1] is meegegaan naar Nederland en rechtstreeks naar [verdachte] en [medeverdachte 2] gebracht in [plaats 3] , die volgens [medeverdachte 1] de bazen waren. [slachtoffer 1] had geen geld op het moment dat zij als prostituee ging werken in een voor haar onbekend land met voor haar onbekende regels en gewoonten, waarbij zij bovendien de taal niet sprak. [slachtoffer 1] moest veel werken, waarbij zij door [verdachte] en [medeverdachte 2] werd gefaciliteerd. Daardoor kwam [slachtoffer 1] in een situatie terecht die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren.

Nu [verdachte] en [medeverdachte 2] gebruik hebben gemaakt van de hiervoor genoemde, ongeoorloofde middelen, is voor een bewezenverklaring niet van belang of [slachtoffer 1] al dan niet heeft ingestemd met het werken in de prostitutie. Door het gebruik van deze dwangmiddelen is [slachtoffer 1] in een uitbuitingssituatie beland.

Gedragingen

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 2] [slachtoffer 1] hebben gehuisvest in de door hen gehuurde woning aan de [adres 3] in [plaats 4] . [verdachte] heeft [slachtoffer 1] meermalen begeleid/vervoerd bij/in verband met haar escortwerkzaamheden.

Oogmerk

Ook is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van [slachtoffer 1] sprake is geweest van het oogmerk van uitbuiting. Dat verdachte het oogmerk van uitbuiting had, leidt de rechtbank af uit het feit dat [slachtoffer 1] kort nadat zij in Nederland was aangekomen, op voorstel en gefaciliteerd door [verdachte] en [medeverdachte 2] , prostitutiewerkzaamheden is gaan verrichten. [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben financieel gewin gehad uit de werkzaamheden van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft 70% van haar verdiensten aan [verdachte] en [medeverdachte 2] afgestaan. Voorts kan het oogmerk van uitbuiting afgeleid worden uit de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden, waaronder het bewegen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden/aanzetten tot veel werken. Uit voornoemde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank niet alleen af dat [verdachte] en [medeverdachte 2] het oogmerk hadden van uitbuiting, maar dat zij het slachtoffer ook feitelijk uitbuitten.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 2] door middel van de dwangmiddelen feitelijkheden, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer 1] hebben geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk [slachtoffer 1] seksueel uit te buiten.

Tenlastegelegde sub 4

De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 2] met de hiervoor genoemde dwangmiddelen [slachtoffer 1] hebben bewogen om zich in Nederland beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard.

Tenlastegelegde sub 9

[verdachte] en [medeverdachte 2] hebben [slachtoffer 1] met de hiervoor genoemde dwangmiddelen bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van [slachtoffer 1] ’s seksuele handelingen met een derde, nu verdachten [slachtoffer 1] hebben bewogen om 70% van het door haar verdiende geld aan hen af te staan.

Tenlastegelegde sub 3

De rechtbank is van oordeel dat het onder feit 1 sub 3 ten laste gelegde niet bewezen kan

worden verklaard, zodat zij verdachte daarvan zal vrijspreken

Feit 2

Vaststaande feiten

De rechtbank leidt uit het dossier het volgende af.

[slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ), werknaam [alias 2] , is via een advertentie in de Poolse taal waarin

– kort gezegd – om prostituees werd gevraagd, in contact gekomen met [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) en zijn (Poolse) vrouw. [medeverdachte 3] heeft deze advertentie op verzoek van [medeverdachte 2] opgemaakt. [medeverdachte 3] en zijn vrouw hebben [slachtoffer 2] vanuit hun woning in Duitsland naar de woning van [verdachte] en [medeverdachte 2] in [plaats 5] gebracht. Door [verdachte] en [medeverdachte 2] is aan [slachtoffer 2] aldaar ook onderdak verschaft. [slachtoffer 2] heeft voor [verdachte] en [medeverdachte 2] gewerkt vanaf begin januari 2012 tot 12 april 2012. Op laatstgenoemde datum vond er een prostitutiecontrole plaats aan de [adres 4] , waar [slachtoffer 2] toen werd aangetroffen.

Artikel 273f, eerste lid, sub 1 Sr

Voor een bewezenverklaring van dit onderdeel moet sprake zijn van ten eerste één of meer

dwangmiddelen en ten tweede één of meer gedragingen. Ten derde moet er bij de verdachte sprake zijn van het oogmerk om het slachtoffer uit te buiten.

Dwangmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 2] jegens [slachtoffer 2] gebruik hebben gemaakt van dwangmiddelen. Zij hebben ten aanzien van [slachtoffer 2] gebruik gemaakt van feitelijkheden, door erotische foto’s van haar te maken, deze foto’s te verwerken in seksadvertenties, deze seksadvertenties op internet te publiceren, door potentiële klanten te woord te staan en afspraken te maken, door toe te zien op haar werktijden als prostituee en door toe te zien op de verdiensten uit deze werkzaamheden.

[verdachte] en [medeverdachte 2] hebben daarnaast misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer 2] zich bevond en van uit feitelijke omstandigheden voorvloeiend overwicht. [slachtoffer 2] is van Poolse afkomst, komt uit een minder welvarende thuissituatie en beschikte niet over voldoende eigen financiële middelen toen zij als prostituee ging werken in een voor haar vreemd land met voor haar onbekende regels en gewoonten, waarbij zij bovendien de taal onvoldoende sprak, afhankelijk was van alcohol en veel klanten moest afwerken. Daardoor kwam [slachtoffer 2] in een situatie terecht die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren.

Nu verdachten gebruik hebben gemaakt van voornoemde ongeoorloofde middelen is voor een bewezenverklaring niet van belang of [slachtoffer 2] al dan niet heeft ingestemd met het werken in de prostitutie. Door het gebruik van deze dwangmiddelen is [slachtoffer 2] in een uitbuitingssituatie beland.

Gedragingen

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 2] [slachtoffer 2] hebben geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest, omdat [slachtoffer 2] bij [verdachte] en [medeverdachte 2] in huis woonde aan de [adres 4] , dan wel omdat [verdachte] en [medeverdachte 2] in [plaats 5] onderdak voor [slachtoffer 2] hadden geregeld. Tevens hebben [verdachte] en [medeverdachte 2] een wervingsadvertentie laten plaatsen in de Poolse taal op welke advertentie [slachtoffer 2] heeft gereageerd, waarna zij door [medeverdachte 3] vanuit zijn woning in Duitsland naar de woning van [verdachte] en [medeverdachte 2] in [plaats 5] is vervoerd. Ook heeft [verdachte] [slachtoffer 2] vervoerd in verband met haar escortwerkzaamheden.

Oogmerk

De rechtbank is voorts van oordeel dat ten aanzien van [slachtoffer 2] sprake is geweest van het oogmerk van uitbuiting. Oogmerk veronderstelt tenminste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg en is bij mensenhandel gelegen in het verkrijgen van financieel gewin. Dat [verdachte] en [medeverdachte 2] het oogmerk van uitbuiting hadden, leidt de rechtbank af uit het feit dat [slachtoffer 2] kort nadat zij door [medeverdachte 3] naar [verdachte] en [medeverdachte 2] was gebracht voor hen prostitutiewerkzaamheden is gaan verrichten, op hun voorstel en door hen gefaciliteerd.

Zij hebben financieel gewin gehad uit de werkzaamheden van [slachtoffer 2] . Zij moest 70% van haar verdiensten aan [verdachte] en [medeverdachte 2] afstaan. Voorts kan het oogmerk van uitbuiting afgeleid worden uit de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden, waaronder het bewegen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden/aanzetten tot veel werken. Uit voornoemde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank niet alleen af dat [verdachte] en [medeverdachte 2] het oogmerk hadden tot uitbuiting, maar dat zij [slachtoffer 2] ook feitelijk hebben uitgebuit.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 2] door middel van de dwangmiddelen, feitelijkheden, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer 2] hebben geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk die [slachtoffer 2] seksueel uit te buiten.

Tenlastegelegde sub 4

De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 2] door middel van de hiervoor vermelde dwangmiddelen [slachtoffer 2] hebben bewogen om zich in Nederland beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard.

Tenlastegelegde sub 9

[verdachte] en [medeverdachte 2] hebben [slachtoffer 2] met de hiervoor genoemde dwangmiddelen bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met een derde, nu zij [slachtoffer 2] hebben bewogen om 70% van het door haar verdiende geld aan hen af te staan.

Tenlastegelegde sub 3

De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 sub 3 ten laste gelegde niet bewezen kan

worden verklaard, zodat zij verdachte daarvan zal vrijspreken.

Feit 3

Vaststaande feiten

De rechtbank leidt uit het dossier het volgende af.

Op 29 november 2014 is [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ), werknaam [alias 3] , samen met [verdachte] vanuit Roemenië in Nederland gearriveerd op het vliegveld [plaats 6] . [slachtoffer 3] en [verdachte] zijn van het vliegveld opgehaald door medeverdachte [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ), de dochter van [verdachte] . [slachtoffer 3] is samen met [medeverdachte 4] en [verdachte] naar de woning van [verdachte] en [medeverdachte 2] gegaan aan de [adres 1] . Daar zijn erotische foto’s van [slachtoffer 3] gemaakt voor seksadvertenties. De seksadvertenties zijn gemaakt en op internet gezet. Kort daarna is [slachtoffer 3] door [medeverdachte 4] en [verdachte] naar het appartement aan de [adres 3] gebracht. Deze woning werd door [verdachte] en [medeverdachte 2] gehuurd. In de woning aan de [adres 3] verbleef ook [medeverdachte 5] die daar reeds als prostituee werkzaamheden verrichtte. Ook [medeverdachte 4] heeft in die woning verbleven omdat zij in [plaats 4] naar school ging. [slachtoffer 3] heeft in en vanuit die woning in totaal drie dagen als prostituee gewerkt onder de werknaam [alias 3] . De klanten namen contact op met [verdachte] waarna [verdachte] aan [slachtoffer 3] doorgaf hoe laat de klant zou komen en wat zijn wensen waren. De politie heeft bij het binnentreden van de woning aan de [adres 3] op

5 december 2014 [slachtoffer 3] en [medeverdachte 5] aangetroffen. Kort na haar verhoor door de politie op

5 december 2014 is [slachtoffer 3] teruggekeerd naar Roemenië.

Artikel 273f, eerste lid, sub 1 Sr

Voor een bewezenverklaring van dit onderdeel moet sprake zijn van ten eerste één of meer

dwangmiddelen en ten tweede één of meer gedragingen. Ten derde moet er bij de verdachte sprake zijn van het oogmerk om het slachtoffer uit te buiten.

Dwangmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] jegens [slachtoffer 3] gebruik hebben gemaakt van dwangmiddelen.

Er is gebruik gemaakt van feitelijkheden door:

- erotische foto’s van het slachtoffer te maken, deze foto’s te verwerken in seksadvertenties, deze seksadvertenties via Speurders.nl op internet te publiceren, door potentiele klanten te woord te staan en afspraken te maken,

- in de onmiddellijke nabijheid te verblijven op het moment dat er een klant was, (aldus) toe te zien op haar werk(tijden) als prostituee en het aantal klanten en controle te houden over de verdiensten uit deze werkzaamheden.

Ook is misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer 3] zich bevond en van uit feitelijke omstandigheden voorvloeiend overwicht. [slachtoffer 3] is van Roemeense afkomst, kwam uit een minder welvarende thuissituatie en beschikte niet over voldoende eigen financiële middelen. In Roemenië vertelde [verdachte] aan [slachtoffer 3] dat zij in Nederland bij haar, [verdachte] , kon verblijven en geld kon verdienen waarna [slachtoffer 3] met [verdachte] is meegegaan naar Nederland. Haar reis werd voor haar betaald.

Zij beschikte niet over geld toen zij in Nederland aan kwam. Kort na aankomst in Nederland, in een voor haar onbekend land met voor haar onbekende regels en gewoonten, waarbij zij bovendien de taal niet sprak, is zij als prostituee werkzaamheden gaan verrichten, waarbij zij de helft van de opbrengst uit de werkzaamheden moest afstaan. [slachtoffer 3] werd gefaciliteerd door [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] . Daardoor kwam [slachtoffer 3] in een situatie terecht die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren.

[verdachte] heeft samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] gebruik gemaakt van de hiervoor genoemde ongeoorloofde middelen. Gelet hierop is voor een bewezenverklaring niet van belang of het slachtoffer al dan niet heeft ingestemd met het werken in de prostitutie. Door het gebruik van deze dwangmiddelen is het slachtoffer in een uitbuitingssituatie beland.

Gedragingen

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , [slachtoffer 3] hebben geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest. Er zijn foto’s en berichten van/over vrouwen, onder meer van [slachtoffer 3] , verstuurd tussen onder anderen [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , waarbij in bedekte termen c.q. versluierde taal (auto’s/tassen) gesproken werd over vrouwen die met [verdachte] zouden meekomen naar Nederland en in Roemenië werd contact gelegd met [slachtoffer 3] die uiteindelijk daadwerkelijk met [verdachte] naar Nederland is gekomen. Eenmaal aangekomen in Nederland is [slachtoffer 3] opgehaald uit [plaats 6] door [medeverdachte 4] , en samen met [verdachte] overgebracht naar de woning van [verdachte] en [medeverdachte 2] in [plaats 3] alwaar [slachtoffer 3] (tijdelijk) gehuisvest werd om vervolgens ondergebracht/gehuisvest te worden in de door [verdachte] en [medeverdachte 2] gehuurde woning te [plaats 4] waar [medeverdachte 4] , alsmede een andere prostituee ook verbleven.

(Het oogmerk van) uitbuiting

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van [slachtoffer 3] sprake is geweest van het oogmerk van uitbuiting. Oogmerk veronderstelt tenminste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg en is bij mensenhandel gelegen in het verkrijgen van financieel gewin. Dat verdachte en haar mededaders het oogmerk van uitbuiting hadden volgt uit de bewijsmiddelen waaruit de rechtbank afleidt dat [slachtoffer 3] kort nadat zij in Nederland was aangekomen, prostitutiewerkzaamheden is gaan verrichten, daarbij gefaciliteerd door [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] die erotische foto’s en seksadvertenties maakten en deze vervolgens op internet plaatsten. Ook werd door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] meerdere malen bij [verdachte] geïnformeerd naar het aantal klanten van [slachtoffer 3] . Daarbij komt dat zowel [verdachte] als [medeverdachte 4] in een telefoongesprek zeggen dat niet [slachtoffer 3] beslist (maar [verdachte] ) hoe lang [slachtoffer 3] werkt.

Tenslotte kan het oogmerk van uitbuiting afgeleid worden uit de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden, waaronder het bewegen tot het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden, het aanzetten tot en het faciliteren van die werkzaamheden. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat [verdachte] financieel gewin heeft gehad uit de werkzaamheden van [slachtoffer 3] . De helft van de opbrengsten is door [slachtoffer 3] aan de (mede)verdachte afgestaan.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte door middel van de dwangmiddelen, feitelijkheden, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer 3] heeft geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk [slachtoffer 3] (seksueel en financieel) uit te buiten. Uit de bewijsmiddelen is ook komen vast te staan dat [slachtoffer 3] ook feitelijk is uitgebuit.

Artikel 273f, eerste lid, sub 4, Sr

De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte door de hiervoor genoemde dwangmiddelen [slachtoffer 3] heeft bewogen om zich in Nederland beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard, te weten prostitutiewerkzaamheden.

Artikel 273f, eerste lid, sub 9, Sr

Gelet op de bewijsmiddelen en het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , [slachtoffer 3] door genoemde dwangmiddelen eveneens hebben bewogen om hen te bevoordelen uit de opbrengst van door [slachtoffer 3] gepleegde seksuele handelingen met derden, nu [slachtoffer 3] de helft van haar inkomsten uit prostitutie moest afstaan.

Artikel 273f, eerste lid, sub 3, Sr

De in dit derde onderdeel omschreven gedragingen kunnen eerst dan als mensenhandel worden bestraft indien uit de bewijsmiddelen volgt dat voldaan is aan de voorwaarde dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. “Uitbuiting” moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 3º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Gelet op de bewijsmiddelen en het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [slachtoffer 3] in Roemenië is aangeworven en meegenomen naar Nederland met het oogmerk haar in Nederland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling.

Medeplegen(strafverzwarende omstandigheid lid 3 onder 1e) feit 1, 2 en 3

Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De vraag of aan de bovenstaande eisen is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

Uit de in de bijlage bewijsmiddelen opgenomen verklaringen van de vrouwen en uit de tapgesprekken volgt dat zij [verdachte] en [medeverdachte 2] beschouwden als hun werkgevers. [verdachte] en [medeverdachte 2] bepaalden wie er voor hen kwam werken, hoe de werkzaamheden werden ingericht en hoe de verdeling van de inkomsten/afdrachten zou zijn. Zij onderhielden de contacten met de klanten en met andere vrouwen die voor hen werkten zoals [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] en controleerden de werkzaamheden van de slachtoffers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] . [medeverdachte 2] vervulde een actieve rol in het wervingsproces. Hij was mede verantwoordelijk voor de selectie van vrouwen en betrokken bij het vervoer van de vrouwen naar Nederland. Ook blijkt uit de tapgesprekken dat [medeverdachte 2] naar Roemenië afreist (kennelijk) om nieuwe prostituees te werven. Medeverdachte [medeverdachte 3] verklaarde: “ [verdachte] is de baas. [medeverdachte 2] praat veel, maar doorslaggevend is [verdachte] . Wat zij zegt gebeurt. (...) Ik heb ook van de meisjes gehoord dat als [verdachte] het niet wil, het dan niet gebeurt. (...) [verdachte] is geen plezierig mens”. Uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt eveneens dat [medeverdachte 4] een belangrijke bijdrage leverde aan de gedragingen van [verdachte] en [medeverdachte 2] .

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat er voldoende concrete aanknopingspunten zijn voor een bewezenverklaring van de voor medeplegen vereiste ‘nauwe en bewuste samenwerking’ tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] . Gelet op de inhoud van die bewijsmiddelen is komen vast te staan dat de intellectuele en/of materiële bijdrage van [verdachte] aan het delict van voldoende gewicht is, gelet op onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding en uitvoering van het delict, haar aanwezigheid op belangrijke momenten en het belang van de rol van verdachte. Verdachte wordt daarom aangemerkt als medepleger.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1, 2 en 3 heeft begaan, te weten mensenhandel gepleegd samen met anderen ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .

Feit 5

Witwassen

Uit het dossier leidt de rechtbank af dat de Rabobank op 24 september 2012 een zogenaamde melding ongebruikelijke transactie heeft gedaan in verband met een contante storting van

€ 50.000,-- op de rekening van [naam 2] , zijnde de vader van [medeverdachte 2] en de schoonvader van verdachte. Dit geldbedrag is door verdachte gestort. Op 27 september 2012 is van de rekening van [naam 2] een geldbedrag van € 50.000,-- en een bedrag van € 1.973,17 overgemaakt naar de rekening van notariskantoor [notariskantoor] in verband met de aankoop van de woning aan de [adres 1] door verdachte. Verdachte heeft een bedrag van € 15.000,-- contant aan de notaris betaald. [naam 2] heeft verklaard dat hij het bedrag van € 1.973,17 contant van verdachte terug heeft gekregen. Verdachte heeft verklaard dat zij € 70.000,-- geschonken heeft gekregen van haar moeder en dat daarvan € 66.973,17 is gebruikt voor de aankoop van genoemde woning.

Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat komt vast te staan dat laatstgenoemd (tenlastegelegd) bedrag van enig misdrijf afkomstig was en dat verdachte dat wist.

De rechtbank neemt als uitgangspunt dat er geen direct bewijs voor (een) brondelict(en) aanwezig is. Gelet daarop dient de rechtbank allereerst vast te stellen of de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Op de zitting heeft [verdachte] onder meer verklaard dat:

- het geld een schenking was van haar moeder in Roemenië en

- zij dat geld in drie keer, verspreid over de periode van één jaar, in haar handtas heeft meegenomen naar Nederland vanuit Roemenië.

De rechtbank is van oordeel dat kan worden gesteld dat de handelingen ten aanzien van het geldbedrag plaatsvonden onder omstandigheden die, in de context van de gebeurtenissen en in samenhang bezien, als zogenoemde typologieën van – en daarmee kenmerkend voor – witwassen zijn aan te merken. Het is een feit van algemene bekendheid dat diverse vormen van criminaliteit gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld. Het meermalen vanuit Roemenië in een handtas meenemen van veel geld is zeer ongebruikelijk, onder meer vanwege de veiligheidsrisico’s. Niet valt in te zien waarom het geld vanuit Roemenië niet overgemaakt had kunnen worden naar de [rekeningnummer] van verdachte in Nederland. Crimineel geld maakt het de moeite waard meermalen grote risico’s te lopen.

Voornoemde omstandigheden rechtvaardigen het vermoeden van witwassen van opbrengsten van misdrijven. Gelet op dit vermoeden mag van de verdachte worden verlangd dat zij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Deze verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn.

Verdachte heeft in dat verband verklaard dat zij € 70.000,-- geschonken heeft gekregen van haar moeder en heeft als bewijs daarvan een bij een Roemeense notaris opgemaakte schenkingsovereenkomst overgelegd.

Uit het dossier volgt dat het onderzoek naar deze verklaring van verdachte het volgende heeft opgeleverd.

De levensstandaard in Roemenië is niet te vergelijken met die in Nederland. De inkomens zijn aanzienlijk lager. Het minimum maandloon van een Roemeen bedraagt € 205,34. Het is niet aannemelijk dat men door de jaren heen een bedrag ad € 70.000,-- vrijelijk te verschenken heeft. De moeder van [verdachte] heeft geen verklaring willen afleggen over de herkomst van het geld. De Roemeense notaris die de akte van schenking heeft opgemaakt heeft het geld nooit gezien. Uit zijn verklaring volgt dat het in Roemenië niet verplicht is om een dergelijke akte op te stellen. Ook in Roemenië is het verplicht om een dergelijke transactie te melden. Daarvan is echter niet gebleken. Ter zitting heeft verdachte geen concrete verklaring kunnen geven over het in Roemenië omwisselen van het geld in euro’s en over het al dan niet ontvangen van administratieve bescheiden bij het omwisselen van de geldbedragen en het bewaren daarvan.

De rechtbank is van oordeel dat het resultaat van voornoemd onderzoek is, dat een legale herkomst met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten, terwijl het dossier ook overigens geen enkele aanwijzing biedt voor het op legale wijze verkrijgen van het geldbedrag, zodat een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is voor het bezit van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag en het niet anders kan dan dat verdachte dit wist.

De rechtbank vindt onvoldoende aanknopingspunten in het dossier aanwezig om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde medeplegen te komen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 66.973,17.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 5 december 2014 in

de gemeente(n) Almelo en/of Zwolle en/althans (elders) in Nederland en/of in

Roemenië,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een vrouw (van Roemeense afkomst) genaamd [slachtoffer 1] ,

A) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding

dan wel, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of

ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te

verkrijgen die zeggenschap over die vrouw had,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest of/en opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die vrouw (sub 1°), en/of

- (telkens) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die

omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte

en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat die vrouw zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten

van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°), en/of

- (telkens) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s)

mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar (die vrouw), seksuele

handelingen door die [slachtoffer 1] met en/of voor een derde (sub 9°), en/of

B) (telkens) heeft aangeworven en medegenomen of ontvoerd met het oogmerk die

(Roemeense) vrouw in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te

stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde

tegen betaling (sub 3),

hierin bestaande dat verdachte tezamen met haar mededader(s) en/althans alleen

(telkens):

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke en/of lichamelijke

overwicht dat verdachte en/of haar mededader(s) over die [slachtoffer 1] had(den),

en/of

- die [slachtoffer 1] (meermalen) vanuit Roemenië naar Nederland heeft

meegenomen/vervoerd en/of gebracht en/of laten meenemen en/of vervoeren

en/althans (telkens) het vervoer van die [slachtoffer 1] vanuit Roemenië naar

Nederland heeft geregeld/georganiseerd/betaald, en/of

- ten aanzien van die [slachtoffer 1] die de Nederlandse taal niet (goed) machtig was

en/of onbekend was in Nederland en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende

en/of/aldus zich in een kwetsbare (financiële) positie bevond, voornoemde

[slachtoffer 1] heeft benaderd en/of heeft laten benaderen voor prostitutiewerkzaamheden, en/of

- haar, verdachtes en/of verdachtes mededaders woning en/of een door

verdachte en/of haar mededader(s) gehuurde woning/ruimte voor het

verrichten van prostitutiewerkzaamheden door die [slachtoffer 1] ter beschikking

heeft gesteld, en/of

- erotisch getinte foto('s) van die [slachtoffer 1] heeft gemaakt en/of heeft laten maken

en/of (vervolgens) die foto('s) en/of contactadvertentie(s) van/met

betrekking tot die [slachtoffer 1] op internet heeft gezet en/of laten zetten, en/of

- die [slachtoffer 1] in contact heeft gebracht en/of laten brengen met

klant(en)/derde(n) en/of naar die klant(en)/derde(n) heeft vervoerd of laten

vervoeren, en/of

- controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] , en/of

- die [slachtoffer 1] te kennen heeft gegeven dat zij geen klant(en) mocht weigeren,

en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] tegen de grond heeft gegooid en/of die [slachtoffer 1] heeft

gedreigd/bedreigd met woorden (door te zeggen dat indien die [slachtoffer 1] (een)

klant(en) zou weigeren die [slachtoffer 1] de misgelopen inkomsten moest betalen),

en/of

- de verdiensten van die [slachtoffer 1] voor die prostitutiewerkzaamheden

(gedeeltelijk) heeft afgenomen en/of laten afgeven en/of bewaard en/of een

schuldrelatie met die [slachtoffer 1] heeft laten ontstaan;

2.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 30 april 2012 5 december 2014

in de gemeente(n) Almelo en/of Hellendoorn en/of Zwolle en/althans (elders) in Nederland en/of in Duitsland en/of België,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een vrouw (van Poolse afkomst) genaamd [slachtoffer 2] ,

A) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding

dan wel, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of

ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te

verkrijgen die zeggenschap over die vrouw had,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die vrouw (sub 1°), en/of

- (telkens) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die

omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte

en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat die vrouw zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten

van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°), en/of

- (telkens) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s)

mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar (die vrouw), seksuele

handelingen van die [slachtoffer 2] met en/of voor een derde (sub 9°), en/of

B) (telkens) heeft aangeworven, medegenomen of ontvoerd met het oogmerk die

(Poolse) vrouw in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen

tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen

betaling (sub 3),

hierin bestaande dat verdachte tezamen met haar mededader(s) en/althans alleen

(telkens):

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke/psychische en/of

lichamelijke overwicht dat verdachte en/of haar mededader(s) over die [slachtoffer 2]

had(den), en/of

- die [slachtoffer 2] (meermalen) vanuit België en/of Duitsland naar Nederland heeft

meegenomen/vervoerd en/of gebracht en/of laten meenemen en/of vervoeren

en/althans (telkens) het vervoer van die [slachtoffer 2] vanuit Belgë en/of Duitsland

naar Nederland heeft geregeld/georganiseerd/betaald, en/of

- ten aanzien van die [slachtoffer 2] die de Nederlandse taal niet (goed) machtig was

en/of onbekend was in Nederland en/of onbekend was met de Nederlandse regels

en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende

en/of/aldus zich in een kwetsbare (financiële) positie bevond voornoemde

[slachtoffer 2] heeft benaderd en/of heeft laten benaderen voor

prostitutiewerkzaamheden, en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd/aangegeven dat verdachte en/of verdachtes

mededader(s) de administratie/formaliteiten ten behoeve van legale

prostitutiewerkzaamheden door die [slachtoffer 2] zou(den) regelen, en/of

- haar, verdachtes en/of verdachtes mededader’s woning en/of een door

verdachte en/of haar mededader(s) gehuurde woning/ruimte voor het

verrichten van prostitutiewerkzaamheden door die [slachtoffer 2] ter beschikking

heeft gesteld, en/of

- erotisch getinte foto('s) van die [slachtoffer 2] heeft gemaakt en/of heeft laten maken

en/of (vervolgens) die foto('s) en/of contactadvertentie(s) van/met

betrekking tot die [slachtoffer 2] op internet heeft gezet en/of laten zetten, en/of

- die [slachtoffer 2] in contact heeft gebracht en/of laten brengen met klant(en)/derde(n)

en/of naar die klant(en)/derde(n) heeft vervoerd of laten vervoeren, en/of

- controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] , en/of

- die [slachtoffer 2] te kennen heeft gegeven dat zij geen klant(en) mocht weigeren, en/of

- de verdiensten van die [slachtoffer 2] voor die prostitutiewerkzaamheden

(gedeeltelijk) heeft afgenomen en/of laten afgeven en/of bewaard en/of een

schuldrelatie met die [slachtoffer 2] heeft laten ontstaan;

3.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 5 december 2014, althans in of omstreeks de periode van 1 november

2014 tot en met 5 december 2014 in de gemeente(n) Almelo en/of Zwolle

en/althans (elders) in Nederland en/of in Roemenië,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een vrouw (van Roemeense afkomst) genaamd [slachtoffer 3] en/of (telkens) een of

meer (andere) vrouw(en) van Roemeense afkomst (anders dan de vrouw bedoeld in

feit 1),

A) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding

dan wel, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of

ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te

verkrijgen die zeggenschap over die vrouw(en) had,

- (telkens) heeft geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest en/of

opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die vrouw(en) (sub 1°),

en/of

- (telkens) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die

omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte

en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat die vrouw(en) zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°), en/of

- (telkens) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s)

mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar/hun (die vrouwen),

seksuele handelingen van die [slachtoffer 3] met en/of voor een derde (sub 9°), en/of

B) (telkens) heeft aangeworven en medegenomen of ontvoerd met het oogmerk die

(Roemeense) vrouw(en) in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te

stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde

tegen betaling (sub 3),

hierin bestaande dat verdachte tezamen met haar mededader(s) en/althans alleen

(telkens):

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke en/of lichamelijke

overwicht dat verdachte en/of haar mededader(s) over die vrouw(en) had(den),

en/of

- die vrouw(en) (meermalen) vanuit Roemenië en/of Duitsland naar Nederland

heeft meegenomen/vervoerd en/of gebracht en/of laten meenemen en/of vervoeren

en/althans (telkens) het vervoer van die vrouw(en) vanuit Roemenië en/of

Duitsland naar Nederland heeft geregeld/georganiseerd/betaald, en/of

- ten aanzien van die vrouw(en) die de Nederlandse taal niet (goed) machtig

was/waren en/of onbekend was/waren in Nederland en/of onbekend was/waren met

de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in

Nederland kende(n) en/of/aldus zich in een kwetsbare (financiële) positie

bevond(en), voornoemde vrouw(en) heeft benaderd en/of heeft laten benaderen

voor prostitutiewerkzaamheden, en/of

- haar, verdachtes en/of verdachtes mededaders woning en/of een door

verdachte en/of haar mededader(s) gehuurde woning/ruimte voor het

verrichten van prostitutiewerkzaamheden door die vrouw(en) ter beschikking

heeft gesteld, en/of

- erotisch getinte foto('s) van die vrouw(en) heeft gemaakt en/of heeft laten

maken en/of (vervolgens) die foto('s) en/of contactadvertentie(s) van/met

betrekking tot die vrouw(en) op internet heeft gezet en/of laten zetten,

en/of

- die vrouw(en) in contact heeft gebracht en/of laten brengen met

klant(en)/derde(n) en/of naar die klant(en)/derde(n) heeft vervoerd of laten

vervoeren, en/of

- controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de prostitutiewerkzaamheden van die vrouw(en), en/of

- de verdiensten van die vrouw(en) voor die prostitutiewerkzaamheden (gedeeltelijk) heeft afgenomen en/of laten afgeven en/of bewaard en/of een schuldrelatie met die vrouw(en) heeft laten ontstaan;

5.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 september 2012 tot en met 1 oktober 2012 te [plaats 2] in de gemeente Twenterand en/of

in de gemeente Almelo en/althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) (totaal 66.973,17 euro en/of een woning ( [adres 1] ),

heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, en heeft overgedragen en/of heeft

omgezet en/of

(telkens) van (een) voorwerp(en), te weten die/dat geldbedrag(en) en/of woning, gebruik

heeft gemaakt, en/of

van die/dat geldbedrag(en) en/of woning de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de

vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans

heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat

geldbedrag(en) en/of woning was/waren,

terwijl verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en) dat die/dat

geldbedrag(en) en/of die woning geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk afkomstig

was/waren uit enig misdrijf,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

opzettelijk:

- op 24 september 2012 (contant) een bedrag van euro 23.200,-- op de

betaalrekening [rekeningnummer] gestort, en/of

- op 24 september 2012 (contant) een bedrag van euro 26.800,-- op de

betaalrekening [rekeningnummer] gestort, en/of

- op of omstreeks 1 oktober 2012 een contante betaling van euro 15.000,-- ten

kantore van Notariskantoor [notariskantoor] gedaan, en/of

- op of omstreeks 1 oktober 2012 een contante betaling van euro 1.973,17

verricht/gedaan en/of

- op of omstreeks 1 oktober 2012 de woning [adres 1] gekocht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 273f en 420bis Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 1, 2 en 3 (telkens): mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 5: witwassen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren is gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan mensenhandel, gepleegd jegens twee Roemeense en één Poolse vrouw. Mensenhandel, een vorm van moderne slavernij, is een ernstig strafbaar feit waarvoor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zondermeer is gerechtvaardigd. Verdachte en haar medeverdachte(n) hebben er voor gezorgd dat de slachtoffers, die allen verkeerden in slechte economische omstandigheden (in het land van herkomst), naar Nederland kwamen om als prostituee te werken. De slachtoffers waren in Nederland volledig van verdachte en haar medeverdachten afhankelijk. Zij spraken de taal niet, hadden geen eigen huisvesting en geen sociaal vangnet. De slachtoffers zijn financieel uitgebuit. Zij moesten een aanzienlijk deel van hun inkomsten afstaan aan verdachte en haar medeverdachte(n). Verdachte heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen van haar handelen voor de psychische en lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Verdachte heeft zich laten leiden door puur winstbejag en kwetsbare vrouwen gebruikt om er zelf financieel beter van te worden.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot crimineel verkregen geldbedrag door de schenking daarvan voor te wenden en daarmee een woning te kopen. Dit handelen van verdachte vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aan. Dat rekent de rechtbank verdachte aan. De aanpak van witwassen is van groot belang voor de effectieve bestrijding van allerlei vormen van ernstige criminaliteit. Het versluieren van de criminele herkomst van opbrengsten van misdrijven stelt daders van deze misdrijven in staat om buiten het bereik van de opsporingsinstanties te blijven en ongestoord van het vergaarde vermogen te genieten. Het is daarom van cruciaal belang dat streng wordt opgetreden tegen witwaspraktijken.

Blijkens een op haar naam gesteld Uittreksel Justitiële documentatie van 3 januari 2019 is verdachte niet eerder veroordeeld voor soortgelijke zaken.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met de ernst van het bewezenverklaarde niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Bij haar beslissing over de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij door de rechtspraak eerder in soortgelijke zaken opgelegde straffen.

Redelijke termijn

Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of haar raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

In de onderhavige zaak is verdachte op 5 december 2014 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van mensenhandel. De rechtbank neemt deze datum als datum waarop de redelijke termijn is aangevangen. Vanaf 10 maart 2015, zijnde de eerste zittingsdatum, tot 22 december 2016, zijnde de datum waarop de rechter-commissaris het onderzoek heeft gesloten, hebben meerdere zittingen en diverse onderzoeks-handelingen plaatsgevonden. Dat is niet gebeurd in de periode vanaf 22 december 2016 tot 16 maart 2018, zijnde een periode van 15 maanden. De rechtbank is van oordeel dat deze termijn van 15 maanden als overschrijding van de redelijke termijn heeft te gelden. In de periode vanaf 16 maart 2018 tot 22 januari 2019 hebben wel onderzoeks-handelingen plaatsgevonden.

De rechtbank ziet aanleiding deze overschrijding van de redelijke termijn te compenseren door de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 40 maanden, met 10% te verminderen.

Straf

Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, op zijn plaats.

Een gevangenisstraf van kortere duur zou geen recht doen aan de ernst van het bewezen verklaarde.

Bijkomende straf

Verbeurdverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank mag verdachte geen voordeel genieten van het onder

5 bewezenverklaarde witwassen. De rechtbank acht daarom de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen woning van verdachte als bijkomende straf passend en geboden.

Die woning behoort toe aan verdachte en is geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het onder 5 bewezenverklaarde feit verkregen en is daarmee vatbaar voor verbeurdverklaring.

Voorlopige hechtenis

Op 21 augustus 2015 is de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst door de rechtbank. Niet is gebleken dat de gronden die aanleiding zijn geweest tot het verlenen van het bevel tot voorlopige hechtenis thans nog in voldoende mate aanwezig zijn.

Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal daarom worden opgeheven.

De (overige) inbeslaggenomen voorwerpen

Teruggave aan verdachte

De rechtbank is van oordeel dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde geldbedrag van € 320,-- aan verdachte dient te worden teruggegeven.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2)

Ten aanzien van feit 2 heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces [slachtoffer 2] ,

in deze zaak woonplaats kiezende ten kantore van Leidraad Advocaten, Haven 52 te Leiden. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 13.400,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012. De gevorderde materiële schade bestaat uit gederfde inkomsten van € 100,-- per dag. De benadeelde partij heeft gedurende een periode van veertien weken voor de verdachte gewerkt. Zij werkte zes dagen per week.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 5.000,-- gevorderd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding integraal dient te worden toegewezen. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich - gelet op het verweer strekkende tot vrijspraak ten aan zien van feit 2 - op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder 2 bewezenverklaarde feit rechtstreeks materiële schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] . De opgevoerde schadepost is inhoudelijk niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist en komt de rechtbank niet onredelijk voor. De rechtbank zal het gevorderde bedrag aan materiële schade daarom integraal toewijzen, te weten € 8.400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden. De rechtbank ziet aanleiding gebruik te maken van haar bevoegdheid om de omvang van deze schade te schatten. De rechtbank is van oordeel dat de omvang van de immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld kan worden op € 1.500,--, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, met afwijzing van hetgeen aan hoofdsom aan immateriële schade meer is gevorderd. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012. De vordering van de benadeelde partij zal voor het overige deel worden afgewezen.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil (vul de feitaanduidingen in)(vul de feitaanduidingen in)[internetadres]) ] (vul de feitaanduidingen in)en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Hoofdelijke veroordeling

Nu verdachte het onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend (vul de feitaanduidingen in)samen met een mededader ( [medeverdachte 2] ) heeft gepleegd, zijn zij voor de schade ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 9.900,--(vul de feitaanduidingen in), vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 2 is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 33, 33a, 36f en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

partiële nietigheid dagvaarding feit 3

- verklaart de dagvaarding nietig voor zover het betreft feit 3 de zinsnede “en/of (telkens) een of meer (andere) vrouw(en) van Roemeense en/of Poolse afkomst (anders dan de vrouw bedoeld in feit 1)”(vul de feitaanduidingen in);

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 4 en 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;


bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 en 5 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feit

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    - feit 1, 2 en 3: (telkens) mensenhandel, gepleegd door twee of meer personen;

- feit 5: witwassen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor de onder 1, 2, 3 en 5 bewezenverklaarde feiten;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

bijkomende straf ten aanzien van feit 5

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen woning aan de [adres 1] ;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt verdachte(maak een keuze) hoofdelijk, tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 9.900,-- (bestaande uit een bedrag ad € 8.400,-- aan materiële schade en een bedrag ad € 1.500,-- aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012 voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    wijst af de vordering van de benadeelde partij voor het overige deel;

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

maatregel

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 9.900,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 2] , met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 84 dagen zal worden toegepast, één en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte of haar mededader heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte of haar mededader aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

de (overige) inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave van € 320,-- aan verdachte;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. C.C.S. Bordenga-Koppes en

mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2019.