Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:4909

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-12-2019
Datum publicatie
24-12-2019
Zaaknummer
08/952328-19 en 08/071911-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 37-jarige man uit Arnhem is veroordeeld voor het hacken van een verhuurmakelaar uit Apeldoorn. Hij kwam zo in het bezit van de gegevens van zo’n 18.500 klanten en zei tegen de directeur dat hij 10.000 euro aan bitcoins wilde hebben. De rechtbank legt een celstraf op van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder ambulante behandeling en begeleiding.

Naast het hacken is hij onder andere schuldig aan valsheid in geschrifte, een hennepkwekerij en bezit van zo’n 6 kilo hennep.

De man is vrijgesproken van afpersing en een poging daartoe. De rechtbank overweegt dat de Arnhemmer weliswaar heeft gedreigd met het openbaar maken van de gegevens dan wel het verkopen van de gegevens aan criminelen, maar dat hij niet heeft gedreigd met het onbruikbaar maken, ontoegankelijk maken of wissen van de gegevens, zoals hem ten laste was gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08/952328-19 en 08/071911-18

Datum vonnis: 24 december 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 december 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. ten Velde en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. S. Kriekaard, advocaat te Arnhem, naar voren is gebracht. De rechtbank is uitgegaan van een gevoegde behandeling van de beide zaken met de in de aanhef van dit vonnis genoemde parketnummers.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt, er na wijziging van de tenlastelegging van 10 december 2019, kort en zakelijk weergegeven, neer op:

Parketnummer 08/952328-19

feit 1: het medeplegen van computervredebreuk;

feit 2: het medeplegen van de afpersing van [algemeen directeur] en/of [aangever 1] , beiden werkzaam bij [bedrijf 1] B.V.;

feit 3: een poging tot het medeplegen van de afpersing van [algemeen directeur] en/of [aangever 1] , beiden werkzaam bij [bedrijf 1] B.V.;

feit 4: Het vervalsen van een loonstrook en een bankafschrift van ABN/AMRO;

Parketnummer 08/071911-18

feit 1: het telen, bereiden, bewerken, verwerken of aanwezig hebben van hennepplanten;

feit 2: het aanwezig hebben van ongeveer 6002 gram hennep;

feit 3: het stelen van elektriciteit door middel van braak of verbreking.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Parketnummer 08/952328-19

1

hij in of om omstreeks de periode van 15 mei 2019 tot en met 20 mei 2019 te Arnhem en/of Zwolle, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de webserver van en/of de (login pagina van de) internetpagina van "www. [bedrijf 1] .nl" is binnengedrongen a. door het doorbreken van een beveiliging, b. door een technische ingreep, c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of d. door het aannemen van een valse hoedanigheid, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) - middels het uploaden van één of meer PHP codes, welke codes vervolgens één of meer webshells (R57.php, WS07.php, K5CNpEZB.php en/of adminer.php)

heeft/hebben aangemaakt, waardoor toegang en controle is verkregen tot de webserver en/of website van [bedrijf 1] en/of hij en/of zijn mededader(s) vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij en/of zijn mededader(s) zich wederrechtelijk bevond(en) voor zichzelf en/of een ander heeft/hebben overgenomen, afgetapt en/of opgenomen (te weten door het exporteren van één of meer gegevens vanuit die website (waaronder emailadressen, bankgegevens, kopieën van identiteitsbewijzen) naar zijn, verdachtes en/of zijn mededader(s) computer en/of door de toegang tot die website te blokkeren;

2

hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2019 tot en met 04 juni 2019 te Arnhem, Apeldoorn en/of Zwolle, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging om gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen, onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken en/of te wissen [algemeen directeur] en/of [bedrijf 1] B.V. heeft gedwongen tot afgifte van een hoeveelheid geld (100 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde, te weten aan [bedrijf 1] B.V., althans een derde toebehoorde, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) nadat hij, verdachte en/of één of meer andere, nog onbekende mededader(s) middels het plegen van computervredebreuk de toegang tot en de controle over de webserver en/of de (inlogpagina van de) internetpagina van www. [bedrijf 1] .nl had(den) verkregen en daardoor/daarbij een grote hoeveelheid gegevens (waaronder emailadressen, bankrekeningnummers, werkgeversverklaringen en kopieën van identiteitsbewijzen van personen die zich hadden ingeschreven bij [bedrijf 1] ) had(den) verkregen en/of die gegevens naar zijn eigen, althans een andere computer had(den) geëxporteerd, meermalen contact opgenomen met [algemeen directeur] en/of [aangever 1] , beiden werkzaam bij voornoemd bedrijf en daarbij gedreigd om voornoemde gegevens openbaar te maken en/of te verhandelen aan criminelen en aldus voor [bedrijf 1] ontoegankelijk en/of onbruikbaar te maken en/of te houden, tenzij hij, verdachte een bedrag van 10.000 euro in Bitcoins, althans in contanten zou ontvangen;

3

hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2019 tot en met 04 juni 2019 te Arnhem, Apeldoorn en/of Zwolle, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging om gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen, onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken en/of te wissen [algemeen directeur] en/of [bedrijf 1] B.V. te dwingen tot afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde, te weten aan [bedrijf 1] B.V. toebehoorde, immers heeft hij en/of zijn mededader(s) nadat hij, verdachte en/of één of meer andere, nog onbekende mededader(s) middels het plegen van computervredebreuk de toegang tot de webserver en/of de (inlogpagina van de) internetpagina van www. [bedrijf 1] .nl had verkregen en daardoor/daarbij een grote hoeveelheid gegevens (waaronder emailadressen, bankrekeningnummers, werkgeversverklaringen en kopieën van identiteitsbewijzen van personen die zich hebben ingeschreven bij [bedrijf 1] ) had verkregen en/of die gegevens naar zijn eigen computer had geëxporteerd, meermalen contact opgenomen met [algemeen directeur] en/of [aangever 1] , beiden werkzaam bij voornoemd bedrijf en daarbij heeft gedreigd om voornoemde gegevens openbaar te maken en/of te verhandelen aan criminelen en aldus die gegevens voor [bedrijf 1] onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken en/of te houden tenzij hij, verdachte een bedrag van 10.000 in Bitcoins, althans in contanten zou ontvangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4

hij in of omstreeks de periode van 17 juni 2019 tot en met 26 juni 2019 te Arnhem

geschriften, die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft

opgemaakt en/of heeft vervalst, door - een loonstrook van het bedrijf [bedrijf 2] valselijk op te maken en op die loonstrook zijn, verdachtes (NAW) gegevens in te vullen, terwijl hij verdachte niet werkzaam was bij [bedrijf 2] en/of - op een bankafschrift van ABN/AMRO zijn, verdachtes (NAW) gegevens in te vullen, waardoor de indruk werd gewekt dat hij, verdachte inkomen verwierf van [bedrijf 2] , terwijl dat in werkelijkheid niet zo was met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Parketnummer 08/071911-18

1

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2017 tot en met 16 januari 2018 te Arnhem opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan het [adres 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 200, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2

hij op of omstreeks 17 januari 2018 te Arnhem opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6002 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2017 tot en met 17 januari 2018 te Arnhem 35.365 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Liander N.V., heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die / dat weg te nemen elektriciteit / goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde met parketnummer 08/952328-19. Aan de hand van de in het dossier opgenomen bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die de hack op de systemen van [bedrijf 1] heeft uitgevoerd. Verdachte heeft weliswaar verstand van computers, maar heeft niet de specifieke kennis die nodig is om te hacken. Daar komt bij dat verdachte steeds heeft verklaard dat niet hij, maar ‘ [alias] ’ de hack heeft uitgevoerd. Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde met parketnummer 08/952328-19 heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit. De raadsman heeft gesteld dat er geen sprake is geweest van afpersing in de zin van artikel 317, lid 2 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), omdat verdachte niet heeft gedreigd met het ontoegankelijk maken, onbruikbaar maken of wissen van gegevens. Ten aanzien van de bewezenverklaring van de overige feiten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat wat betreft parketnummer 08/071911-18 onder feit 1 het telen, bereiden, verwerken en bewerken van slechts 95 planten bewezen kan worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Parketnummer 08/952328-19

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen wat aan verdachte onder 1 met parketnummer 08/952328-19 is ten laste gelegd en overweegt daartoe het volgende.

Op 24 mei 2019 heeft [aangever 1] namens [bedrijf 1] aangifte gedaan van computervredebreuk. Op maandag 20 mei 2019 werd door de werknemers van [bedrijf 1] ontdekt dat er niet kon worden ingelogd op de website van [bedrijf 1] . De applicatiebeheerder bevestigde dat alle data van de server waren verwijderd. Later die dag ontving [bedrijf 1] een mail van e-mailadres [e-mailadres] met daarin een boodschap van iemand die schreef dat hij de website van [bedrijf 1] had gehackt en dat hij 10 GB aan data met onder andere ID’s, werkgeversverklaringen en bankafschriften had verwijderd van de website. Als bewijs werd een RAR-bestand met daarop data van [bedrijf 1] meegestuurd.2 Uit onderzoek bleek dat de hack is verricht door het plaatsen van kwaadaardige programmatuur. De hacker heeft PHP-bestanden geüpload, waardoor een webshellprogramma op de webserver is geplaatst. Door het webshellprogramma heeft de hacker via de website remote toegang tot de server gekregen en kreeg daarmee de volledige controle over de server. De hacker heeft privacygevoelige gegevens gedownload en van de server verwijderd.3 Korte tijd na de hack heeft [bedrijf 1] 4 emails ontvangen, waarin werd gedreigd de privacygevoelige data van [bedrijf 1] openbaar te maken, dan wel te verstrekken aan criminelen, als [bedrijf 1] niet binnen 72 uur een bedrag van € 10.000,00 aan bitcoins zou betalen. [algemeen directeur] , de algemeen directeur van [bedrijf 1] , heeft verklaard dat hij vanaf 23 mei 2019 meerdere malen telefonisch is benaderd door een man. De gesprekken die werden gevoerd door deze man met [algemeen directeur] gingen over de hack en het bedrag dat deze persoon wilde ontvangen voor het niet lekken van de data.4 De telefoongesprekken die [algemeen directeur] heeft gevoerd zijn door de politie getapt. Uit de inhoud van de telefoongesprekken blijkt de dat de man met wie [algemeen directeur] belde veel specifieke informatie had over het verloop van de hack. Zo zegt hij op 27 mei 2019 in het gesprek dat start om 19:55 uur tegen [algemeen directeur] : “Je moet het ook zo zien toen ik jullie site heb gehackt, zeg maar, jullie database, heb ik ook totaal met een ander platform gedaan dan ik jullie gemaild heb. Dus de mail komt van totaal iets anders, dat komt van whonix (fon) vandaan en whonix is eigenlijk niet te traceren. Op het moment dat ik jullie gehackt heb dat is allemaal via andere servers gegaan, via TPS (fon) tot dat ik de database kon backuppen. Dat staat dus allemaal los van elkaar. Toen ik die interfacer heb gemaild etcetera. Dat mailverkeer daar komt niet eens een hack aan te pas. Onmogelijk.”5

In de telefoongesprekken die hij heeft gevoerd met [algemeen directeur] noemde de man zichzelf consequent ‘de hacker’ en heeft hij verwezen naar de inhoud van de mails die naar [bedrijf 1] zijn gestuurd. In het telefoongesprek van 27 mei 2019 zegt hij: “Ik heb dat ook uh, aan het eind, van de mail er ook bij vermeld(…)”6

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij de derde mail (van vrijdag 24 mei 2019 te 03.54 uur) naar [bedrijf 1] heeft verstuurd.7 Daarnaast heeft hij bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij degene was die de telefoongesprekken over het af te persen bedrag heeft gevoerd met [algemeen directeur] , maar dat hij niet degene was die de hack heeft gepleegd.8 Hij heeft verklaard dat de hack gepleegd is door ‘ [alias] ’, iemand die hij kent via een Telegramgroep.

Bij de doorzoeking van het huis van verdachte, [adres 2] te Arnhem is een groot aantal goederen onder verdachte in beslag genomen, waaronder een grote hoeveelheid simkaarten, laptops, telefoons en andere digitale gegevensdragers.9 De in beslag genomen apparatuur komt overeen met de modus operandi van de hack. Zo worden er 4G-modems en Linux laptops aangetroffen en op de aangetroffen goederen bevinden zich referenties naar Whonix met termen als Opsec, VPN, virtual machine en Antidetect 7.10

De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de hack bij [bedrijf 1] heeft geplaatst en vervolgens data van de site van [bedrijf 1] heeft verwijderd en zo ontoegankelijk heeft gemaakt voor [bedrijf 1] .

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat de hack gepleegd is door ‘ [alias] ’, een hacker die verdachte heeft ontmoet in een Telegramgroep, ongeloofwaardig. Dit, door verdachte genoemde scenario, wordt door verdachte geen handen en voeten gegeven, zodat sprake is van een weinig concreet, niet verifieerbaar en onvoldoende aannemelijk scenario. Immers, verdachte heeft op geen enkele manier meegewerkt aan het onderzoek naar de identiteit van ‘ [alias] ’ de hacker. Hij had dat eenvoudig kunnen doen door het geven van de wachtwoorden van zijn computer waarin zich zijn mailcontacten met ‘ [alias] ’ zouden bevinden. Ook de door verdachte geponeerde stelling dat getuige [getuige] zou kunnen vertellen wie [alias] is en over deze persoon meer zou weten blijkt niet door voornoemde getuige te worden bevestigd. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat het alternatieve scenario dat door verdachte wordt geschetst op geen enkele wijze steun vindt in het dossier en ook overigens niet aannemelijk is geworden.

Parketnummer 08/952328-19

Ten aanzien van de feiten 2 en 3

Voor een bewezenverklaring van (een poging tot) afpersing in de zin van artikel 317, lid 2 Sr, is vereist dat verdachte dwang heeft uitgeoefend door te dreigen dat hij de gegevens die hij door middel van een geautomatiseerd werk heeft opgeslagen, onbruikbaar of ontoegankelijk zal maken of zal wissen. De rechtbank overweegt dat verdachte weliswaar heeft gedreigd met het openbaar maken van de gegevens dan wel het verkopen van de gegevens aan criminelen, maar verdachte niet heeft gedreigd met het onbruikbaar maken, ontoegankelijk maken of wissen van de gegevens.

De rechtbank is ten aanzien van feit 2 voorts van oordeel dat uit het dossier op geen enkele wijze blijkt dat [bedrijf 1] op enig moment een geldbedrag zou hebben voldaan.

De rechtbank acht, gelet op hetgeen hierboven is overwogen, niet wettig en overtuigend bewezen wat aan verdachte onder 2 en 3 met parketnummer 08/952328-19 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten als na te melden heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Parketnummer 08/952328-19

Ten aanzien van feit 4

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde met parketnummer 08/952328-19 op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  1. De bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting van 10 december 2019 heeft afgelegd;

  2. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens Rabo Direct Financiering B.V. met nummer 2019301387-1 van 4 juli 2019 met bijlagen, doorgenummerde pagina 263 tot en met 276.

Parketnummer 08/071911-18

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde met parketnummer 08/071911-18 op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  1. De bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting van 10 december 2019 heeft afgelegd;

  2. Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 6 maart 2018, pagina 8 tot en met 57.

  3. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] namens Liander van 6 maart 2018, met nummer 2018013297-10, pagina 58 en 59.

  4. Een (losbladige) aangifte van Liander N.V. van 29 januari 2018, pagina 60 tot en met 89.

  5. Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 19 januari 2018, met nummer 2018013297-9, pagina 93 en 94.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde dat de rechtbank het aantal planten voor wat betreft de bewezenverklaring beperkt tot 95. Het aantal van 200 planten, zoals ten laste gelegd, blijkt niet uit het dossier. De rechtbank zal aldus aansluiten bij de verklaring van verdachte zelf ten aanzien van het aantal geteelde hennepplanten.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

Parketnummer 08/952328-19

1

hij in de periode van 15 mei 2019 tot en met 20 mei 2019 te Arnhem en/of Zwolle, opzettelijk en wederrechtelijk in een gedeelte van een geautomatiseerd werk, te weten de webserver van en de login pagina van de internetpagina van "www. [bedrijf 1] .nl" is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging/ door een technische ingreep, immers heeft verdachte - middels het uploaden van PHP codes, welke codes vervolgens webshells (R57.php, WS07.php, K5CNpEZB.php en/of adminer.php) hebben aangemaakt, waardoor toegang en controle is verkregen tot de webserver en website van [bedrijf 1] en hij vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevond voor zichzelf heeft overgenomen, afgetapt en opgenomen (te weten door het exporteren van één of meer gegevens vanuit die website (waaronder emailadressen, bankgegevens, kopieën van identiteitsbewijzen) naar zijn, verdachtes, computer en door de toegang tot die website te blokkeren;

4

hij in de periode van 17 juni 2019 tot en met 26 juni 2019 te Arnhem geschriften, die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en heeft vervalst, door - een loonstrook van het bedrijf [bedrijf 2] valselijk op te maken en op die loonstrook zijn, verdachtes (NAW) gegevens in te vullen, terwijl hij verdachte niet werkzaam was bij [bedrijf 2] en

- op een bankafschrift van ABN/AMRO zijn, verdachtes (NAW) gegevens in te vullen, waardoor de indruk werd gewekt dat hij, verdachte inkomen verwierf van [bedrijf 2] , terwijl dat in werkelijkheid niet zo was met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken;

Parketnummer 08/071911-18

1

hij in de periode van 1 november 2017 tot en met 16 januari 2018 te Arnhem opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt in een pand aan het [adres 1] , een hoeveelheid van in totaal ongeveer 95 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2

hij op 17 januari 2018 te Arnhem opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6002 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3

hij in de periode van 1 november 2017 tot en met 17 januari 2018 te Arnhem 35.365 kWh, die toebehoorde aan Liander N.V., heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 08/952328-19 feit 1 en feit 4 en onder parketnummer 08/071911-18 feit 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 138ab, 225 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet . Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 08/952328-19

feit 1

het misdrijf: computervredebreuk

feit 4

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

Parketnummer 08/071911-18

feit 1

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

feit 2

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 3

het misdrijf: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie gevorderd om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van drie jaar waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met daarbij de oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering deze heeft geadviseerd in het rapport van 6 december 2019 en met aftrek van het voorarrest.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal opleggen die gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat een forse taakstraf, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf met daarbij de oplegging van een aantal bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, een passende straf kan zijn.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk. Hij heeft zich zonder toestemming van rechthebbende de toegang verschaft tot de webserver en website van [bedrijf 1] en daar digitale gegevens gemanipuleerd en gedownload. Door zo te handelen heeft verdachte niet alleen [bedrijf 1] gedupeerd, maar ook ongeveer 18.500 klanten van [bedrijf 1] , die bang moeten zijn dat hun privégegevens op straat komen te liggen of zullen worden gebruikt voor criminele doeleinden. Verdachte heeft zijn kennis van de digitale wereld misbruikt en daarmee het vertrouwen dat iedereen moet hebben in het gebruik van interne systemen en het internet geschaad.

Daarnaast heeft verdachte valsheid in geschrifte gepleegd door twee documenten te vervalsen om zo een lening te kunnen afsluiten. De integriteit van het financiële en economische verkeer valt of staat met het vertrouwen dat gesteld wordt en gesteld moet kunnen worden in dergelijke financiële stukken.

De rechtbank acht het handelen van verdachte in beide bovenstaande feiten zeer kwalijk.

Verdachte heeft zich daarnaast ook schuldig gemaakt aan het telen, bewerken, verwerken en bereiden van een hoeveelheid hennepplanten in een woning en het aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal van stroom.

Hennepteelt is onaanvaardbaar en moet worden bestreden vanwege het belang van de volksgezondheid, om sociale en economische redenen en vanwege de bijkomende criminaliteit. Daar komt bij dat hennepteelt in woningen dikwijls overlast en (brand)gevaarlijke situaties in die woningen en daarmee in woonwijken veroorzaakt. Verdachte heeft zich kennelijk om deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 november 2019, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het reclasseringsadvies van 6 december 2019 dat is opgemaakt ten behoeve van de terechtzitting. De reclassering beschrijft daarin een beginnend delictpatroon waarin verdachte door middel van het plegen van delicten zijn financiële problemen trachtte op te lossen. De reclassering heeft geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij de oplegging van de volgende bijzondere voorwaarden om het recidive-risico te beperken: een meldplicht, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, een ambulante behandeling, ambulante begeleiding, het meewerken aan de invulling van een structurele dagbesteding en het werken aan de schuldenproblematiek.

De rechtbank ziet aanleiding af te wijken van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie. Alles overwegende en rekening houdend met straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan een gedeelte van vier maanden voorwaardelijk, om verdachte er van te weerhouden in de toekomst weer strafbare feiten te plegen, passend en geboden. De rechtbank zal daarbij de voorwaarden opleggen zoals geadviseerd door de reclassering en de proeftijd bepalen op twee jaren.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde goederen met de codering A0301, A0507, A0703 moeten worden verbeurdverklaard, omdat het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke het feit onder 1 van parketnummer 08/952328-19 is begaan. De rechtbank is van oordeel dat het goed met de codering A0504 (telefoon Samsung, aangetroffen op het bureau in slaapkamer links naast de deur) eveneens verbeurd moet worden verklaard, daar het onderzoek daaraan nog niet is voltooid.

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde goederen met de codering A505, A506, A0516, A0517, A0520, A0521, A0526, A0705, A0509, A0510, A0511, A0512, A0514, A0515, A0704 en A0518 vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer omdat het aannemelijk is dat op deze goederen gegevens staan die met strafbare feiten te maken hebben, zodat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c en 57 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08/952328-19 feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08/952328-19 feit 1 en feit 4 en onder parketnummer 08/071911-18 feit 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 08/952328-19 feit 1 en feit 4 en onder parketnummer 08/071911-18 feit 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 08/952328-19

feit 1

het misdrijf: computervredebreuk

feit 4

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

Parketnummer 08/071911-18

feit 1

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

feit 2

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 3

het misdrijf: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik

heeft gebracht door middel van verbreking

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder parketnummer 08/952328-19 feit 1 en feit 4 en onder parketnummer 08/071911-18 feit 1, 2 en 3 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

- De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich binnen drie dagen na de dagtekening van dit vonnis meldt bij zijn toezichthouder van Reclassering Nederland, Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem, en zich zal blijven melden gedurende de proeftijd zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht en daarnaast actief meewerkt (ook aan huisbezoeken) aan het toezicht en de begeleiding zolang de reclassering dat nodig vindt;

- actief deel neemt aan de gedragsinterventie COVA-training of een andere gedragsinterventie te bepalen door de reclassering, waarbij verdachte zich houdt aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

- zich ambulant laat behandelen door HSK of een soortgelijke instelling, ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij het innemen van medicijnen onderdeel kan zijn van de behandeling. Verdachte zal zich dan houden aan de huisregels en aanwijzingen die door of namens de zorgverlener worden gegeven en verleent ook medewerking aan diagnostiek en daaruit voortvloeiende behandeling;

- zich laat begeleiden door Zorggroep Kans of een soortgelijke zorgverlener te bepalen door de reclassering, zo lang de reclassering dat nodig acht, waarbij verdachte zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;

- meewerkt aan een traject gericht op het verkrijgen van structurele dagbesteding en een inkomen;

- inzage geeft in zijn financiële situatie en meewerkt aan een traject gericht op het inzichtelijk maken en aflossen van zijn schulden, al dan niet middels een bewindvoerder of schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers A0301, A0507, A0703 en A0504 ;

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers A505, A506, A0516, A0517, A0520, A0521, A0526, A0705, A0509, A0510, A0511, A0512, A0514, A0515, A0704 en A0518;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.E. Schaap, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. F. van der Maden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 december 2019.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit voor parketnummer 08/952328-19 pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met registratienummer ON1R019043 en voor parketnummer 08/071911-18 pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met registratienummer PL0600-2018013297. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens [bedrijf 1] van 24 mei 2019 (PL0600-2019224513-1), pagina 505 tot en met 60.

3 Proces-verbaal digitaal onderzoek van 19 juni 2019 (ON1R019043-29051320), pagina 61 tot en met 65.

4 Proces-verbaal van aangifte van [algemeen directeur] van 9 juli 2019, proces-verbaalnummer 135, pagina 312 tot en met 319.

5 Proces-verbaal van bevindingen telefonisch contact tussen [algemeen directeur] en de hacker, van 11 juni 2019, proces-verbaalnummer 71, pagina 128 tot en met 166.

6 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek e-mails van 15 juli 2019, proces-verbaalnummer 143, pagina 347 tot en met 383.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 9 juli 2019, proces-verbaalnummer 132, pagina 475 tot en met 483.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 2 juli 2019, documentcode 11455314, pagina 466 tot en met 474.

9 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 1 juli 2019, proces-verbaalnummer 120, pagina 242 tot en met 247.

10 Proces-verbaal van bevindingen kennis/kunde [verdachte] van 20 augustus 2019, proces-verbaalnummer 133, pagina 410 tot en met 428.