Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:438

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-02-2019
Datum publicatie
07-02-2019
Zaaknummer
08/022573-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt als gevolmachtigde verdacht van diefstal c.q. verduistering d.m.v. een valse sleutel m.b.t. de bankrekening van zijn schoonvader. Veroordeling tot een taakstraf van 180 uur alsmede terugbetaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/022573-18 (P)

Datum vonnis: 7 februari 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren [1959] in [geboorteplaats 1] ,

wonende in [woonplaats] [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

De zaak is aangebracht op de zitting van de politierechter op 19 juni 2018. De politierechter heeft de zaak verwezen naar de meervoudige kamer. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 januari 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.J. Jansen en van hetgeen door de raadsvrouw mr. E.C. Schurink, advocaat te Winterswijk, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 24 januari 2019, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een nader geldbedragen heeft gestolen van [slachtoffer] dan wel die geldbedragen samen met ander heeft verduisterd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 7 januari 2015 t/m 16 juli 2017 te [plaats 1] , gemeente Rijssen-Holten en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) één of meer geldbedrag(en) (tot een totale waarde van (ongeveer euro 42.130,58) in elk geval enig geldbedrag(en),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

geldbedragen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van van het (onbevoegd) gebruik maken van een betaalpas en/of pincode (van basisrekeningnummer [IBAN 1] en/of spaarrekeningnummer [IBAN 2] )op naam van genoemde [slachtoffer] , in elk geval door middel van een valsesleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader niet waren gerechtigd tot het opnemen en/of

overboeken van voornoemde geldbedragen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 januari 2015 t/m 16 juli 2017 te [plaats 1] , gemeente Rijssen-Holten, en/althans (elders) in Nederland tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer geldbedragen (tot een totale waarde van (ongeveer) euro 42.130,58, in elk geval enig geldbedrag(en),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, en welke geldbedrag(en) verdachte en/of zijn mededader anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als gevolmachtigden van basisrekening [IBAN 1] en/of spaarrekening [IBAN 2] tnv voornoemde [slachtoffer] , wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich, overeenkomstig zijn op schrift gestelde requisitoir, op het standpunt gesteld dat de primair tenlastegelegde diefstal tezamen en in vereniging met een ander wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, overeenkomstig haar op schrift gestelde pleitnota, bepleit dat de primair tenlastegelegde diefstal tezamen en in vereniging met een ander wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, met dien verstande dat voor zover sprake is van het wederrechtelijk toe-eigenen van een geldbedrag, dit geldbedrag € 23.235,15 bedraagt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

De rechtbank stelt, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast.

Door sociaal rechercheur [A] is in een proces-verbaal van bevindingen, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd.

Ik, [A] , sociaal rechercheur ben tijdens mijn werkzaamheden voor de gemeente Rijssen-Holten in contact gekomen met de klantmanagers WMO van deze gemeente. Door deze klantmanagers zijn zorgen geuit omtrent de financiële onafhankelijkheid van [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats 2] . [slachtoffer] zou 10 euro in de week hebben om van rond te komen. In opdracht van de gemeente Rijssen-Holten heb ik als toezichthouder WMO de bankafschriften van [slachtoffer] opgevraagd.

Uit onderzoek van deze bankafschriften is gebleken dat er “vreemde" transacties plaats vinden waarbij ik twijfel had of [slachtoffer] hiervan op de hoogte is.

  • -

    Opvallend is dat [slachtoffer] de autoverzekering, alsmede de houderschapsbelasting voor twee auto’s betaalt.

  • -

    Opvallend is dat er veel pintransacties in [plaats 2] plaatsvinden, terwijl [slachtoffer] in [plaats 1] woont.

  • -

    Er veel aankopen gedaan worden bij de Gamma in [plaats 2] op tijden dat [slachtoffer] normaal gesproken aan het werk is.

  • -

    Er regelmatig aankopen gedaan worden bij automaterialen zaken, zoals de Heron en de Motomarkt.

  • -

    Er op 13 november 2015 een aankoop gedaan wordt bij [X] te Wierden voor een bedrag van € 1850,00.

  • -

    Er op 17 oktober 2016 en 24 oktober 2016 aankopen gedaan worden bij HBM Machines voor een bedrag van respectievelijk € 689,77 en € 696,80.

  • -

    Er gebruik wordt gemaakt van meerdere bankpassen.

  • -

    Er een aankoop is van stofzakken op 22 mei 2015 bij Honderslo voor respectievelijk € 379,94 en € 100,00.

Om duidelijkheid te krijgen of belanghebbende op de hoogte is van deze aankopen, heb ik samen met zijn begeleider van Aveleijn (Dhr. [Y] ), een gesprek gevoerd met [slachtoffer] . Uit het gesprek is naar voren gekomen dat:

  • -

    [slachtoffer] niet zelf zijn boodschappen haalt. Dit doet zijn dochter en schoonzoon die in [plaats 2] wonen.

  • -

    hij zelf een pinpas heeft en 10 euro per week in [plaats 1] pint. (Verder pint hij niets).

  • -

    zijn schoonzoon als klusjesman werkt en als automonteur.

  • -

    hij nooit materiaal bij de Gamma koopt en daar nooit komt.

  • -

    hij geen klusser is.

  • -

    hij niet betaalt voor de auto van zijn dochter en schoonzoon.

  • -

    de schoonzoon altijd zijn auto voorziet van benzine.

  • -

    hij alleen op zaterdag of zondag in [plaats 2] komt.

  • -

    er voor hem een fiets gekocht is door zijn dochter en schoonzoon en deze bijna

€ 2000,-- kostte. Bij verbalisant is bekend dat [slachtoffer] een eenvoudige Gazelle herenfiets heeft die nooit € 2000,-- kan kosten.

De dochter die in [plaats 2] woont is [medeverdachte] , geboren [1985] en woonachtig aan de [adres] te [woonplaats] . Zij is 2012 gehuwd met [verdachte] , geboren [1959] . Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren.2

Door aangever [B] namens de gemeente Rijssen-Holten is, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.

Ik doe namens de Gemeente Rijssen-Holten aangifte. Ik ben werkzaam bij de Gemeente Rijssen-Holten als teammanager van het Sociaal Domein Strategie en Ondersteuning. Ik ben gemachtigd om namens de Gemeente Rijssen-Holten deze aangifte te doen.

De gemeente Rijssen-Holten, heeft aan de sociale recherche gevraagd één en ander uit te zoeken. Er kwam namelijk naar voren dat [slachtoffer] maar € 10,-- in de week te besteden had. Dit was opvallend omdat hij een normaal dienstverband heeft bij de SOWECO en hier zo'n € 1.500,-- per maand verdiend.

[slachtoffer] heeft een beperkt verstandelijk vermogen en een laag IQ.

Uit de bankafschriften blijkt dat er een groot aantal transacties zijn gepleegd waarvan onwaarschijnlijk is dat hij ze zelf heeft verricht. [slachtoffer] pint € 10,-- in de week en verder niets. Het geld dat hem geheel of ten dele toebehoort is weggenomen door zijn dochter en schoonzoon. Ook word de bankpas die toebehoort aan [slachtoffer] door hen gebruikt als zijnde dat deze van hen is. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.3

Door [verbalisant] is in een proces-verbaal van bevindingen, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd.

[verbalisant] heeft naar aanleiding van de afgelegde verklaringen en opgevraagde financiële gegevens een financieel overzicht opgesteld over de periode 7 januari 2015 tot en met 16 juli 2017.

Rekeningen op naam van benadeelde [slachtoffer] :

Basisrekening: [IBAN 1]

Spaarrekening: [IBAN 2]

Gevolmachtigde per 7 januari 2015 voor beide bovenstaande rekeningen is [medeverdachte]

. [medeverdachte] verschafte als gevolmachtigde ook haar man, [verdachte] toegang tot bovenstaande rekeningen door hem bijbehorende pinpas en pincode in gebruik te geven.

Door [verdachten] werd zonder toestemming van benadeelde

[slachtoffer] in totaal met de pinpas van diens rekeningen in genoemde periode € 42.130,58 afgeschreven.

Deze pinpas transacties bestonden onder andere uit:

Cashopnames 18.510,00 euro

Gamma bouwmarkt 7.619,72 euro

Brandstof diverse tankstations vrijdag/zaterdag 2.456,23 euro

Brandstof diverse tankstations overige dagen 3.369,90 euro

Autoshop oa Heron, Loo Wierden, Prijshamer 2.546,48 euro

HBM Machines 2.092,05 euro

Motorrijtuigenbelasting [kenteken 1] en [kenteken 2] 1.524,00 euro

Supermarkten o.a. Aldi, Jumbo 1.418,75 euro

Telefoonabonnement Tele 2 885,56 euro

Auto verzekeringen [kenteken 1] en 85-FR-LB 816,92 euro

Honderslo stofzuiger/zakken 479,94 euro

Welkoop 190,56 euro

Diversen 220,47 euro

Verder is gebleken dat:

- [slachtoffer] aan [medeverdachte] € 1.000,-- heeft geschonken.

- [slachtoffer] aan [medeverdachte] € 5.000 ,-- heeft geleend.

- [medeverdachte] op 19 september 2017 € 3.000,-- heeft teruggestort aan

[slachtoffer] .4

Door [slachtoffer] is, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.

De vragen van verbalisanten zijn weergegeven met een "V"

De opmerkingen van verbalisanten zijn weergegeven met een "O"

De antwoorden van verdachte zijn weergegeven met een A"

V: Gebruikt u zelf een bankpas van de Rabobank?

A: Ja ik kreeg 10 euro zakgeld.

V: Er is vrij veel gekocht en voor hoge bedragen bij de Gamma in [plaats 2] .

A: Daar weet ik niks van ik heb daar ook geen toestemming voor gegeven.

V: Bent u op de hoogte dat van uw bankrekening de wegenbelasting en verzekering

betaald is van de auto die uw dochter en schoonzoon gebruiken?

A: Nee, hier wist ik niks van. Ik schrik hier ook erg van.

V: Heeft u uw dochter en schoonzoon toestemming gegeven om deze kosten voor hun auto

van uw bankrekening te betalen?

A: Nee, ik heb daar geen toestemming voor gegeven.

V: Uw schoonzoon en dochter hebben een fiets voor u gekocht. Wat kunt u daarover

vertellen?

A: Klopt ik heb een blauwe Gazelle fiets gekregen van [verdachte] en [medeverdachte] . Zij hebben

mijn oude fiets meegenomen en een blauwe Gazelle fiets voor mij gekocht. Ze zeiden

tegen mij dat deze 2000 euro heeft gekost.

V: Bent u op de hoogte van het feit dat ze naast een blauwe Gazelle ook twee

elektrische fietsen hebben gekocht?

A: Nee, dit wist ik niet ik schrik hier heel veel van. Ze hebben tegen mij gezegd dat

de Gazelle fiets 2000 euro heeft gekost.

V: Heeft u daarvoor toestemming gegeven?

A: Nee ik heb nooit toestemming gegeven dat [verdachte] en [medeverdachte] 2 elektrische fietsen

mochten aanschaffen.

V: Waar heb je toestemming voor gegeven dat men wel mocht kopen van je rekeningen?

A: Ze hebben aan mij 5000 euro gevraagd om te lenen voor de bouw van een schuurtje en

daarvoor heb ik toestemming gegeven.

V: Wilt u de schade op hun verhalen?

A: Ik wil het geld dat van mij afgepakt is terug. Ik hoef alleen de schenking van de

€ 1.000,-- niet terug de rest allemaal wel.

V: Er zijn in Zaandam een aantal goederen gekocht? Ben je hier ooit geweest? Er is

hier een videocamera gekocht t.w.v. € 1000,-- euro en accessoires t.w.v. € 150,--.

A: Ik weet hier niks van. Ik heb hier ook geen toestemming voor gegeven om dit te

kopen.5

Door [medeverdachte] is op de haar daartoe gestelde vragen, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.

De vragen van verbalisanten zijn weergegeven met een "V"

De opmerkingen van verbalisanten zijn weergegeven met een "O"

De antwoorden van verdachte zijn weergegeven met een A"

V: Wie hebben er allemaal een pasje van de rekening van uw vader?

A: Mijn vader en [verdachte] / ik. [verdachte] en ik hebben gezamenlijk het pasje, maar het staat op mijn naam.

V: Heeft [verdachte] de pincode van het pasje?

A: [verdachte] heeft met toestemming van mijn vader de pincode van het pasje van mij gekregen.

V: Heeft u voor uw vader een nieuwe fiets gekocht?

A: Ja dat klopt, maar ook voor mij.

V: Wie betaalt de kosten voor jullie auto?

A: Die kosten worden door mijn vader betaald.

V: Hoeveel heeft u al terug gestort aan uw vader in de afgelopen periode?

A: Ik heb nog niets terug gestort in de afgelopen periode.6

V: Als [verdachte] spullen wil kopen bij de Gamma, vraagt [verdachte] dan vooraf toestemming aan uw

vader?

A: Dat ging terloops en gemoedelijk. Dat ging niet voor ieder pintransactie voorafgaand.

V: Waarom vindt u het goed dat [verdachte] 13.000 euro pint in 1 jaar?

A: [verdachte] weet het niet meer en ik weet het ook niet meer. Ik weet niet waar dat geld

heen is gegaan. Ik heb ook geen bonnetjes.7

Door [verdachte] is op de hem daartoe gestelde vragen, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.

V: Uit de bankrekening van uw schoonvader blijkt dat er regelmatig contante opnamen

zijn. Wat kunt u daarover vertellen?

A: Ik heb wel wat opnames voor hem gedaan van deze contanten. Ik weet niet wat daar

allemaal van betaald is. Ik kan u niks meer zeggen over de grote van deze bedragen. Ik

weet het echt niet meer.

V: U vraagt mij in hoeverre [medeverdachte] hiervan af wist.

A: [medeverdachte] wist dat ik geld pinde en niet al het geld voor [slachtoffer] bestemd was. Het kan

zijn dat ik het naar [medeverdachte] toch wat verdraaid heb. Het is voor mij een diep gat. Ze wist wel dat al het geld niet voor [slachtoffer] was en wij dit uitgaven.

V: U vraagt mij of [slachtoffer] van al deze transacties op de hoogte was.

A: Van een enkele of misschien is er wat verdraait maar van het meeste was [slachtoffer] niet op de hoogte.

V: Bij de rijwielhandel in Wierden zijn zoals ik u gisteren vertelde een Gazelle met terugtrap rem voor [slachtoffer] gekocht, en twee elektrische fietsen.

A: [slachtoffer] wilde een elektrische fiets met terug trap rem. Deze zijn niet verkrijgbaar dit heb ik [slachtoffer] uitgelegd. Ik heb [slachtoffer] ook gezegd dat wij twee elektrische fietsen voor onszelf hebben gekocht. Maar ik heb niet verteld dat deze van [slachtoffer] zijn rekening zijn gekocht.

Ik heb opzettelijk de boel verdraait zodat [slachtoffer] er niet achter kwam. Ik heb dit niet vooraf bedacht.

V: Wij denken dat u misbruik heeft gemaakt van geld wat van uw schoonvader is. Wat

vindt u daarvan?

A: Ik kan zeggen dat het waar is, maar dat ik mij tot in het diepste schaam.8

De rechtbank is op grond van bovenstaande van oordeel dat [medeverdachte] weliswaar bevoegd was om de bankzaken van haar vader te beheren, maar dat de volmacht van [medeverdachte] er niet voor was bedoeld dat verdachte en zijn medeverdachte het geld van [slachtoffer] -buiten zijn medeweten- voor zichzelf en naar eigen goedvinden gebruikten. Verdachte en zijn medeverdachte hebben structureel de bankpassen van

[slachtoffer] buiten zijn weten onrechtmatig gebruikt en daarmee betalingen verricht en geldbedragen opgenomen die niet aan [slachtoffer] ten goede zijn gekomen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachte zich telkens schuldig hebben gemaakt aan diefstal van geld. De rechtbank is voorts van oordeel dat er sprake is van medeplegen. Er is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Beide verdachten hebben gedurende tweeënhalf jaar gebruikt gemaakt van de bankpassen van [slachtoffer] en beschikt over zijn geld alsof het hun eigen geld was. De rechtbank acht de primair tenlastegelegde diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutel, meermalen gepleegd wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode van 7 januari 2015 tot en met 16 juli 2017 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen geldbedragen, toebehorende aan [slachtoffer] , waarbij verdachte en/of zijn mededader zich die weg te nemen geldbedragen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van van het gebruik maken van een betaalpas en/of pincode (van basisrekeningnummer [IBAN 1] en/of spaarrekeningnummer [IBAN 2] ) op naam van genoemde [slachtoffer] , door middel van een valse sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader niet waren gerechtigd tot het opnemen en/of overboeken van voornoemde geldbedragen.

De rechtbank heeft indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de officier voor het primair tenlastegelegde gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht, voor zover de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf overweegt, rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Gezien de fysieke en psychische beperkingen van verdachte, geeft de verdediging de rechtbank in overweging mee om een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen, met bijvoorbeeld een langere proeftijd. Indien de rechtbank deze straf niet passend vindt, verzoekt de verdediging aan te sluiten bij de eis van de officier van justitie.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft samen met zijn mededader, zijnde zijn vrouw, onbevoegd gebruik gemaakt van de hen terbeschikkinggestelde bankpas van zijn schoonvader. Zij hebben zonder medeweten en toestemming van zijn verstandelijk beperkte schoonvader, geld van diens rekening gehaald voor eigen gebruik. Dit misbruik heeft een periode van ruim tweeënhalf jaar geduurd. Verdachte en zijn medeverdachte hebben niet alleen zijn (schoon)vader voor een groot geldbedrag benadeeld maar tevens het vertrouwen dat vader in zijn dochter en schoonzoon heeft gesteld, beschaamd. Dit rekent de rechtbank verdachte dan ook zwaar aan.

Voorts weegt de rechtbank ten nadele van verdachte mee dat hij, gelet op zijn bij de politie afgelegde verklaring en zijn relaas bij de reclassering, voor het genoemde handelen niet de volle verantwoordelijkheid heeft genomen.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 december 2018, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

De reclassering heeft geadviseerd mocht verdachte schuldig worden geacht de zaak af te doen zonder het opleggen van een reclasseringsinterventie/toezicht.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de eis die door de officier van justitie is gevorderd recht doet aan de ernst van de feiten. De rechtbank zal daarom een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis en een voorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden opleggen, teneinde verdachte te motiveren in de toekomst de verleiding van het op even eenvoudige als illegale wijze verkrijgen van geld, te weerstaan.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] , vertegenwoordigd door zijn [bewindvoerder] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 41.590,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit opnames en overboekingen van geldbedragen tot en met 8 september 2017.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat volgens het dossier de diefstal van geld ziet op een totaalbedrag van € 42.130,58. Met aftrek van de inmiddels terugbetaalde € 9.624,-- komt de vordering daarmee op € 32.506,58. De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering hoofdelijk dient te worden toegewezen voor een bedrag van

€ 32.506,58, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, met toewijzing en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet meer bedraagt dan

€ 23.235,15. Gelet op het feit dat verdachten reeds € 9.624,-- hebben voldaan aan aangever, resteert thans nog een vordering van € 13.691,15. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank af te zien van oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verdachte voldoet al sinds september 2017 in ieder geval een bijdrage van € 200,-- per maand aan aangever. Extra inspanning van de Staat zal niet nodig zijn. In het geval de rechtbank wel de schadevergoedingsmaatregel oplegt, verzoekt de verdediging geen vervangende hechtenis toe te passen indien verdachte niet (tijdig) betaalt.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij.

De rechtbank is gehouden aan de tenlastegelegde periode van 7 januari 2015 tot en met 16 juli 2017. Volgens het dossier zien de betalingen en opnames in die tenlastegelegde periode op een totaalbedrag van € 42.130,58. Daarin is begrepen de lening van € 5.000,--. De rechtbank acht aannemelijk gemaakt dat een deel van de opnames en betalingen ten goede is gekomen aan [slachtoffer] . Dat geldt voor de brandstof die is getankt op de vrijdagen en zaterdagen waarvan verdachte heeft verklaard dat dit steeds een halve tank betrof. Een bedrag van € 4.550,--, (ca. 130 weken x € 35,--) voor de brandstof wordt door de rechtbank dan ook in mindering gebracht op het totaalbedrag. Daarnaast zal de rechtbank over de bewezen verklaarde periode een bedrag van € 100,00 per maand in mindering brengen, gelet op de aangifte van [slachtoffer] dat de verdachten wel eens met zijn toestemming kosten voor hem maakten. Nu uit het dossier is af te leiden dat de boodschappen vanwege overschrijding van de houdbaarheidsdatum overwegend gratis waren, houdt de rechtbank deze kostenpost op dit lage bedrag. Tot slot houdt de rechtbank rekening met het inmiddels terugbetaalde bedrag van € 9.624,-- waarvan de eerst € 5.000,-- wordt toegerekend aan het terugbetalen van de lening, zodat op de nog resterende vordering € 4.624,-- in mindering wordt gebracht. Gelet op bovenstaande wijst de rechtbank conform de volgende berekening toe: € 42.130,58 -/-
€ 5.000,-- (lening) -/-

€ 4.550,-- (benzine) -/-

€ 3.000,-- (uitgaven ten bate van [slachtoffer] ) -/-

€ 4.624,-- (terugbetalingen)

Resteert: € 24.956,58

De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 24.956,58, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht mede aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding in de draagkracht van verdachte om af te zien van oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder primair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de [slachtoffer] van een bedrag van € 24.956,58, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2017voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 24.956,58, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 159 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Bos, voorzitter, mr. A.M. Rikken en

mr. drs. H.M. Braam, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2019.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600 2017156755. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van bevindingen van sociaal rechercheur [A] van 9 mei 2017, pagina’s 13 en 14.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [B] van 11 mei 2017, pagina’s 43 t/m 45.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] van 25 oktober 2017, pagina’s 46 en 47.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 4 oktober 2017, pagina’s 105 t/m 109.

6 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] van 19 september 2017, pagina’s 65 t/m 75.

7 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] van 19 september 2017, pagina’s 76 t/m 86.

8 Het proces-verbaal van verhoor [verdachte] van 19 september 2017, pagina’s 98 t/m 104.