Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:4176

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
30-10-2019
Datum publicatie
12-11-2019
Zaaknummer
199248 / HA ZA 17-120
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vaststelling aanvullend voorschot m.b.t. deskundigenonderzoek: partijen dienen elk de helft te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: 199248 / HA ZA 17-120

Vonnis van 30 oktober 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PORC SPECIAL PRODUCTS B.V.,

gevestigd te Mill,

eiseres,

hierna te noemen: Porc SP,

advocaat mr. H.M.M. van den Elzen te ’s-Hertogenbosch,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 3] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

4. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. J.P.C. van Ruiven te Enschede.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 22 mei 2019 waarin een aanvullend voorschot is bepaald,

  • -

    de e-mail van de deskundige d.d. 26 september 2019 aan de rechtbank met het verzoek een aanvullend voorschot vast te stellen,

  • -

    de reactie van de zijde van [gedaagde 1] c.s. bij e-mail van 7 oktober 2019,

  • -

    de akte uitlaten van de zijde van Porc SP d.d. 9 oktober 2019,

  • -

    de reactie van de deskundige bij e-mail van 11 oktober 2019 op de standpunten van partijen.

2 Het geschil

2.1.

Voor de beschrijving van het geschil verwijst de rechtbank naar de tussenvonnissen van 29 november 2017, 4 april 2018 en 22 mei 2019.

2.2.

In deze zaak is bij tussenvonnis van 4 april 2018, een deskundige benoemd. Het voorschot is vastgesteld op € 23.159,40 (inclusief BTW) en de rechtbank heeft bepaald dat partijen ieder de helft van dit bedrag dienen voor te schieten. De deskundige heeft op 16 april 2019 verzocht een aanvullend voorschot vast te stellen nu hij meer tijd moest besteden aan het opvragen van stukken en het op andere wijze samenstellen van zijn deskundigenrapport. Partijen hebben hierop gereageerd. De rechtbank heeft daarop bij vonnis van 22 mei 2019 (onder meer) bepaald dat een aanvullend voorschot moet worden voldaan door [gedaagde 1] c.s..

2.3.

Inmiddels heeft de deskundige op 27 augustus 2019 een concept-rapport aan partijen doen toekomen. Hij heeft daarbij aan partijen laten weten dat het aanvullende voorschot niet voldoende bleek te zijn en dat er bovendien nog afrondende werkzaamheden moeten plaatsvinden.

2.4.

Bij e-mailbericht van 26 september 2019 heeft de deskundige aan de rechtbank verzocht een aanvullend voorschot vast te stellen. Dat bestaat deels uit aanvulling van het voorschot voor de werkzaamheden die al zijn verricht tot aan het versturen van het concept-deskundigenrapport aan partijen (het gaat daarbij om € 2.340,00 exclusief BTW), en deels om een aanvullend voorschot voor de nog te verrichten werkzaamheden (met name het verwerken van de eventuele opmerkingen van partijen op het concept-deskundigenrapport, in een definitief aan de rechtbank toe te sturen rapport). Dit deel betreft € 6.120,00 exclusief BTW.

De rechtbank heeft de beide partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek van de deskundige.

3 Standpunten van partijen

Porc SP

3.1.

Namens Porc SP is aangevoerd dat uit het concept-deskundigenrapport blijkt dat gedaagden de door de deskundige opgevraagde informatie niet of niet tijdig hebben aangeleverd. De rechtbank zal daarom het verweer van gedaagden met betrekking tot de berekening van de kostprijs als onjuist en onbewezen dienen af te wijzen. Subsidiair is Porc SP van mening dat de rechtbank gedaagden nog een heel korte termijn zou moeten gunnen om alle gegevens aan de deskundige over te leggen.

3.2.

Doordat de vertraging van het deskundigenonderzoek volledig voor rekening van gedaagden komt, is Porc SP van mening dat alle daarmee gemoeide extra kosten, waaronder ook de kosten voor het aanvullend voorschot, voor rekening van gedaagden moeten zijn. Ten aanzien van het gevraagde aanvullende voorschot zelf heeft Porc SP aangevoerd dat de begroting van het aanvullend voorschot voor eiseres niet helder is en onvoldoende gespecificeerd nu een urenverantwoording ontbreekt.

Ook verzoekt eiseres opnieuw primair om met inachtneming van artikel 195 Rv te bepalen dat het voorschot door gedaagde sub 1, althans door gedaagden dient te worden voldaan aangezien de vertraging in de werkzaamheden door de deskundige en daarmee de gemoeide extra tijd, geheel en al aan gedaagden is te wijten. Subsidiair verzoekt eiseres de rechtbank te bepalen dat het voorschot door partijen gezamenlijk dient te worden voldaan, ieder voor de helft.

[gedaagde 1] c.s.

3.3.

[gedaagde 1] c.s. maakt bezwaar tegen het opnieuw verhogen van het voorschot.

De deskundige was bij het vaststellen van de vorige verhoging van het voorschot al op de hoogte van het feit dat de door hem verlangde gegevens niet voorhanden waren. Het gaat met name om mengbonnen. Deze zijn echter niet noodzakelijk om tot een gemiddelde prijs te komen. Het ontbreken van de mengbonnen heeft de deskundige niet méér werk, maar juist minder werk opgeleverd.

Bovendien is het concept-deskundigenrapport al gereed. [gedaagde 1] c.s. ziet niet in waarom er meer dan 1 dagdeel besteed zou moeten worden aan het verwerken van opmerkingen van partijen.

Los daarvan zou het bedrag van het voorschot met een nieuwe verhoging uitkomen op € 46.052,60. Dat staat niet meer in verhouding tot het belang van de zaak en de omvang van de vraagstelling.

[gedaagde 1] c.s. is primair van mening dat het rapport binnen de reeds verstrekte voorschotten zou moeten worden voltooid, subsidiair dat een aanvullend voorschot van € 2.500,00 toereikend zou moeten zijn.

4 Reactie deskundige

4.1.

De rechtbank heeft de deskundige gevraagd te reageren op de standpunten van partijen.

4.2.

Bij e-mail van 11 oktober 2019 heeft de deskundige uitgebreid gereageerd. Ten aanzien van het deel ten behoeve van aanvulling van het reeds overschreden voorschot heeft de deskundige uitgelegd dat, na de eerste aanvulling van het voorschot, hij ervan uitging dat de benodigde aanvullende informatie ineens en volledig door [gedaagde 1] c.s. zou worden aangeleverd. Dat is echter niet gebeurd. Hij heeft zijn deskundigenonderzoek daarom moeten voortzetten conform punt 4.4. van het tussenvonnis van 22 mei 2019. Dat betekende deels een andere werkwijze dan gepland om te komen tot adequate beantwoording van de door de rechtbank gestelde vragen. Dat heeft meer tijd en daarmee budget gevergd dan daarvoor was geraamd.

De deskundige heeft vervolgens inzichtelijk gemaakt hoeveel extra tijd dit heeft gekost.

Ten aanzien van het deel van het voorschot dat ziet op werkzaamheden voor het verwerken van de opmerkingen en verzoeken van partijen heeft de deskundige een raming op papier gezet. Ondanks het verzoek van de rechtbank om daar kritisch naar te kijken, is de deskundige op dezelfde raming uitgekomen, die resulteert in een aanvullend benodigd bedrag van € 6.120,00 exclusief BTW.

5 De verdere beoordeling

5.1.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de deskundige voldoende overtuigend uitgelegd waarom er meer kosten voor het deskundigenonderzoek moesten worden gemaakt dan voorafgaand aan het eerste aanvullende voorschot was begroot. In dat stadium was de gedachte nog dat de deskundige alsnog alle benodigde informatie ter beschikking zou krijgen. Bij gebrek daaraan heeft de deskundige zijn onderzoek op andere wijze moeten inrichten. Zoals de rechtbank (in r.o. 4.4) van het tussenvonnis van 22 mei 2019 heeft overwogen, moest de deskundige in dat geval met de gegevens die hij wel had zo goed mogelijk een inschatting maken van de kostprijs en toelichten welke gevolgen het ontbreken van stukken heeft voor de vaststelling van de vastgestelde kostprijs. De gevraagde verhoging van € 2.340,00 (exclusief BTW) zal daarom worden bepaald.

5.2.

De deskundige heeft voorts een urenspecificatie van nog te verrichten werkzaamheden gemaakt. Voor het verwerken van opmerkingen en verzoeken rekent de deskundige 5 dagdelen en voor het opstellen en inleveren van het deskundigenrapport 2 dagdelen. Voor coördinatie en correspondentie nog eens één dagdeel en tot slot wordt een post onvoorzien van € 1.000,00 opgevoerd.

5.3.

De rechtbank kan zich niet vinden in deze inschatting. Vast staat dat er reeds een concept-deskundigenrapport opgemaakt is, en dat in dit stadium alleen de (eventuele) opmerkingen van partijen daarop nog zullen moeten worden verwerkt. Volgens [gedaagde 1] c.s. zijn de opmerkingen van partijen overzichtelijk in omvang.

Bovendien ging de deskundige in een eerder stadium nog uit van twee dagdelen voor het verwerken van opmerkingen en verzoeken. In het huidige voorstel begroot de deskundige dit op vijf dagdelen, zonder te onderbouwen waar de extra drie dagdelen voor nodig zijn. De rechtbank zal voor de begroting van de aanvulling van het voorschot daarom aansluiten bij de oorspronkelijke tijdsbegroting van de deskundige. Voor de post “onvoorzien” beperkt de rechtbank die post tot € 800,- exclusief BTW, nu dat gelet op berekening waar de rechtbank vanuit gaat meer in verhouding staat tot de begroting van de nog uit te voeren werkzaamheden

De rechtbank twijfelt niet aan de ingewikkeldheid van het door de deskundige uit te voeren onderzoek, maar is gelet op het voorgaande van oordeel dat in deze afrondende fase een aanvullend bedrag van € 4.000,00 (exclusief BTW) voldoende zou moeten zijn om de werkzaamheden naar tevredenheid af te ronden.

5.4.

Omdat het grootste deel van het gevraagde aanvullende voorschot (het deel dat ziet op het verwerken van opmerkingen van partijen in een definitief deskundigenrapport) niet te wijten is aan één van beide partijen, zal de rechtbank bepalen dat het aanvullend voorschot door partijen ieder voor de helft zal moeten worden voldaan.

De rechtbank merkt daarbij op dat dit nog niets zegt over de uiteindelijke verdeling van de kosten voor de deskundige; deze worden bij eindvonnis definitief toegerekend aan één van beide, of aan beide partijen.

5.5.

Elke verdere beslissing zal worden aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

stelt de hoogte van het aanvullend voorschot op de kosten van de deskundige vast op een bedrag van € 6.340,00 exclusief BTW (€ 7.671,40 inclusief BTW) en bepaalt dat partijen ieder de helft van dit voorschot, derhalve € 3.170,00 exclusief BTW (€ 3.835,70 inclusief BTW) dienen over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het landelijk Dienstencentrum van de Rechtspraak,

6.2.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het aanvullend voorschot,

6.3.

verwijst de zaak naar de rol van 18 december 2019 voor het overleggen van het deskundigenrapport,

6.4.

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Bottenberg - van Ommeren, Haarhuis en Thurlings - Rassa, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2019.1

1 type: coll: