Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:3753

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-08-2019
Datum publicatie
18-10-2019
Zaaknummer
C/08/131726 / HA ZA 12-335
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Financieringsovereenkomst. Gedaagden hebben paulianeus gehandeld met als gevolg dat zowel hypotheekrechten als financieringsovereenkomst in kwestie vernietigbaar zijn. Art. 49 Fw. Geen sprake van verjaring. Art. 3:52 lid 1 aanhef en sub c BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2019/109
JOR 2020/94 met annotatie van Heems, D.J.G.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/131726 / HA ZA 12-335

Vonnis van 21 augustus 2019

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VESTEDA INVESTMENT MANAGEMENT B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VESTEDA PROJECT DEVELOPMENT B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: Vesteda (enkelvoud),

advocaat mr. F.H.A.M. Thunnissen te Amsterdam,

tegen

mr. J. van der Hel q.q. als curator in de faillissementen van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NPB BEHEER B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEGAHOME.NL GROND B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEGAHOME.NL BEHEER B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NPB ONROEREND GOED B.V.,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NPB BOUW B.V.,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NPB BOUWBEDRIJF B.V.,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEGA BOUWBEDRIJF B.V.,

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEGAHOME.NL B.V.,

9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEGAHOME.NL BOUW B.V.,

al de genoemde rechtspersonen zijn gevestigd te Almelo of te Zenderen,

gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: ‘de curator’ of ‘de Megahome-vennootschappen’,

advocaat mr. J. van der Hel te Enschede,

en tegen

10. de naamloze vennootschap

RABOHYPOTHEEKBANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

11. de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: de Rabobank,

advocaat mr. B.S. Matser.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 21 augustus 2012 met producties 1 tot en met 4;

  • -

    de conclusie van antwoord van de zijde van NPB Beheer B.V. en Megahome.nl Grond B.V.;

  • -

    de conclusie van antwoord van de zijde van de Rabobank met producties 1 tot en met 5;

  • -

    de conclusie van repliek met producties 5 en 6;

  • -

    de conclusie van dupliek van de zijde van NPB Beheer B.V. en Megahome.nl Grond B.V.;

  • -

    de conclusie van dupliek van de zijde van de Rabobank;

  • -

    het tussenvonnis van 20 maart 2013;

  • -

    de brief met producties A en B van de zijde van Vesteda van 18 oktober 2013;

  • -

    de oproeping ex artikel 118 RV om als partij in het geding te verschijnen van 8 augustus 2018;

  • -

    de akte van de zijde van Vesteda ter gelegenheid van de comparitie van partijen, tevens houdende aanpassing van de eis en overlegging producties van 24 september 2018 met producties 8 tot en met 19;

  • -

    de akte van de zijde van de Rabobank van 24 september 2018 met producties A1 tot en met A12;

  • -

    de oproeping ex artikel 118 RV om als partij in het geding te verschijnen van 23 januari 2019;

  • -

    het proces verbaal van comparitie van partijen van 11 februari 2019;

  • -

    de akte van de zijde van Vesteda van 10 april 2019;

  • -

    de akte van mr. Van der Hel van 10 april 2019;

  • -

    de akte van de zijde van de Rabobank van 10 april 2019;

  • -

    het proces verbaal van de voortzetting van de comparitie van partijen op 9 juli 2019.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 13 juni 2001 zijn Vesteda Management B.V. en Mega Projecten B.V. een Samenwerkingsovereenkomst aangegaan op grond waarvan onder meer Vesteda Management B.V. financiering verstrekt aan Mega Projecten B.V. ten behoeve van woningbouw in Emmen (hierna: de Samenwerkingsovereenkomst).

2.2.

Vesteda Management B.V. heeft bij akte van 28 december 2001 rechten uit overeenkomsten met derden verkocht aan Vesteda Project Development B.V.

2.3.

Bij fusie van 21 december 2002 is Vesteda Management B.V. opgegaan in Vesteda Groep B.V., die op haar beurt bij fusie van 22 februari 2012 is opgegaan in Vesteda Investment Management B.V.

2.4.

Tussen verschillende Megahome-vennootschappen en de Rabobank bestaat een financieringsrelatie. Bij financieringsovereenkomst van 24 juli 2007 is de toen bestaande financiering uitgebreid tot een krediet in rekening-courant ter hoogte van € 125.000.000,-. Als schuldenaar (debiteuren) staan in de financieringsovereenkomst vermeld: NPB Beheer B.V., Mega Projecten B.V., Mega Onroerend Goed B.V., Mega Planontwikkeling B.V., NPB Onroerend Goed B.V., NPB Bouwbedrijf B.V. en NPB Bouw B.V.. Tot zekerheid had de Rabobank een drietal hypotheken verkregen met een zekerheidsbereik van ongeveer

€ 25 miljoen.

2.5.

Bij brief van 20 februari 2009 schrijft de Rabobank aan NPB Beheer B.V. in de persoon van de heer [A] onder meer het volgende:

“Op 6 februari jl. hadden wij een bespreking bij u op kantoor. (…) In deze bespreking hebben wij aangegeven niet bereid te zijn de aan u verstrekte financiering per 1 juli 2009 te continueren, althans niet op de huidige voorwaarden en op basis van de huidige zekerhedenpositie. (…) Mede op basis van de gewijzigde economische omstandigheden en het niet gehaald hebben van de verkoopeis van 180 kavels hebben wij besloten om de aan u verstrekte financiering niet te continueren. (…) Door u in een vroegtijdig stadium van ons besluit op de hoogte te stellen, nemen wij de vereiste zorgvuldigheid in acht. Tevens bieden wij u bijtijds de gelegenheid om hetzij de nieuwe voorwaarden waaronder wij eventueel wel bereid zijn de financiering te continueren te bespreken dan wel om naar een nieuwe financier over te stappen.”

2.6.

Bij akte van 28 mei 2009 is een deel van het vermogen van Mega Projecten B.V. afgesplitst naar Megahome.nl B.V..

2.7.

Op 3 juni 2009 is Megahome.nl Grond B.V. opgericht.

2.8.

Op 5 en 17 juni 2009 hebben onder meer Mega Projecten B.V. en NPB Onroerend Goed B.V. percelen grond geleverd aan Megahome.nl Grond B.V. voor een koopsom van ongeveer € 50 miljoen.

2.9.

Op 22 juli 2009 is het vermogen van NPB Beheer B.V. afgesplitst naar Megahome.nl Beheer B.V. en Megahome.nl Grond B.V..

2.10.

Bij fusie van 23 juli 2009 is Mega Projecten B.V. opgegaan in NPB Beheer B.V..

2.11.

Bij brief van 1 oktober 2009 schrijft Rabobank Nederland aan NPB Beheer B.V. in de persoon van de heer [A] onder meer het volgende:

“Met referte aan onze bespreking van 26 augustus 2009, doen wij u bijgaand de voorwaarden toekomen waaronder wij bereid zijn aan u een financiering te verstrekken c.q. voort te zetten. (…)

1 Geen verlenging

De financieringsovereenkomst zelf, die dateert van 24 juli 2007, gaat er vanuit dat de financiering jaarlijks – stilzwijgend – gecontinueerd wordt. Dat in de loop der jaren de continuatie stilzwijgend heeft plaatsgevonden, doet niets af aan het recht van de Rabobank om de continuatie jaarlijks te bezien en daarover een besluit te nemen. Uit het schrijven van 20 februari 2009 blijkt dat de Rabobank daartoe niet meer bereid was.

(…)

De Rabobank heeft in februari 2009 besloten om de financiering te beëindigen (althans niet op dezelfde voorwaarden te verlengen).”

2.12.

Op 9 maart 2010 is door Rabobank conservatoir beslag gelegd op tal van onroerende zaken van Megahome.nl B.V..

2.13.

Bij brief van 8 april 2010 heeft de Rabobank aan NPB Beheer B.V., Megahome.nl Beheer B.V. en Megahome.nl Grond B.V. een aanbod gedaan tot aanpassing van de financiering (hierna: het financieringsaanbod van 8/9 april 2010). In de brief met bijlagen staat onder meer het volgende:

“Bijgaand zenden wij u ons aanbod voor de aanpassing van uw financiering ad EUR 125.000.000,--. (…) Dit aanbod is geldig tot en met vrijdag 9 april a.s. (…)

Kredietnemer : NPB Beheer B.V.

Megahome.nl Beheer B.V.

Megahome.nl Grond B.V.

Mededebiteur : Alle (directe en indirecte) dochtermaatschappijen waarin Kredietnemer een meerderheidsaandeel heeft. Hierin ook begrepen de afgesplitste vennootschappen.

(…)

Zekerheden : Tot meerdere zekerheid van alle huidige en toekomstige vorderingen die de Rabobank uit welke hoofde dan ook heeft of zal krijgen op de Kredietnemer en/of Mededebiteuren worden de volgende zekerheden gevestigd:

Hypotheekrecht eerst in rang op de registergoederen eigendom van Kredietnemer en/of Mededebiteuren (…)”

2.14.

Met het financieringsaanbod van 8/9 april 2010 wordt het reeds verstrekte krediet in rekening courant van € 125 miljoen gesplitst in een lening van € 100 miljoen en een krediet in rekening courant van € 25 miljoen. Het aanbod is op 9 april 2010 door de heer [A] namens de vermelde kredietnemers aanvaard.

2.15.

Op 15 april 2010 hebben NPB Beheer B.V., Megahome.nl Grond B.V. en Megahome.nl Beheer B.V. rechten van hypotheek verstrekt aan de Rabobank tot een bedrag van € 125 miljoen, exclusief renten en kosten, zijnde € 167.750.000,- inclusief renten en kosten (hierna: de hypotheekrechten). De hypotheekrechten zijn, op drie percelen na, gevestigd op percelen grond van Megahome.nl Grond B.V..

2.16.

Op 30 juni 2010 heeft de heer [A] namens diverse Megahome-vennootschappen een overeenkomst van geldlening ondertekend (hierna: de geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010). Hierin staat onder meer het volgende:

“h. Lening : het bedrag van de geldlening onder deze overeenkomst tot een maximum van EUR 100.000.000,00 (zegge éénhonderd miljoen in Euro;

(…)

j. Offerte : de door Kredietnemer geaccepteerde financieringsaanbieding d.d. 08-04-2010, kenmerk OF-RM-2010.01

(…)

Artikel 5 VERTRAGINGSRENTE

Indien enig bedrag niet tijdig door een Debiteur wordt voldaan, is die Debiteur in aanvulling op de geldende rente een vertragingsrente verschuldigd van 2% (zegge: twee procent) op maandbasis te berekenen over het betreffende bedrag dat die Debiteur nog dient te voldoen vanaf de dag van verschuldigd worden tot de dag der voldoening, (…)”

2.17.

De Rabobank is een procedure gestart tegen onder meer NPB Beheer B.V., Megahome.nl B.V., Megahome.nl Grond B.V., NPB Onroerend Goed B.V. en Megahome.nl Beheer B.V.. De rechtbank Overijssel heeft bij vonnis van 4 september 2013 de Rabobank grotendeels in het gelijk gesteld en gedaagden in die procedure onder meer veroordeeld tot betaling van € 125.545.433,75. De Rabobank heeft beslag gelegd op onroerende zaken van deze gedaagden en vanaf mei 2015 zijn percelen grond van gedaagden executoriaal geveild. De executieopbrengst is in depot gesteld bij een notaris. Als belanghebbenden bij de verdeling van de executieopbrengst zijn onder meer de Rabobank, Vesteda en Nebo Vastgoed vermeld.

2.18.

NPB Beheer B.V., Megahome.nl B.V. en Megahome.nl Grond B.V. hebben Vesteda gedagvaard en vorderen, kort gezegd, afname van percelen grond door Vesteda op grond van de Samenwerkingsovereenkomst. Vesteda vordert in reconventie terugbetaling van een geldlening. De rechtbank Noord-Nederland heeft drie tussenvonnissen gewezen. Vesteda is hiertegen in hoger beroep gegaan. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden overweegt bij arrest van 2 februari 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:693) onder meer als volgt:

“6.15 Derhalve komt het hof tot het oordeel dat voor alle door Vesteda gefinancierde kavels geldt dat die niet in productie zijn genomen, terwijl de financiering meer dan 10 jaar geleden is verstrekt. Mitsdien is de lening thans opeisbaar en staat Vesteda in zoverre in haar recht.

(…)

6.25

Het hof komt gelet op het vorenstaande tot een uitleg van het contract die afwijkt van wat de rechtbank daaromtrent heeft overwogen en die ook afwijkt van wat partijen daaromtrent hebben betoogd. Beide partijen krijgen deels gelijk, NPB c.s. waar het de afnameverplichting betreft en Vesteda waar het gaat om de aflossing van de financiering.”

2.19.

Het geschil is terugverwezen naar de rechtbank Noord-Nederland, waarna dit geding om na te melden redenen is geschorst.

2.20.

Bij arrest van 7 juli 2016 is Megahome.nl B.V. door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden failliet verklaard. NPB Beheer B.V., Megahome.nl Grond B.V. en Megahome.nl Beheer B.V. zijn bij vonnis van 20 juli 2016 door deze rechtbank failliet verklaard. NPB Onroerend Goed B.V. is bij vonnis van 21 december 2016 door deze rechtbank failliet verklaard. Mr. J. van der Hel is tot curator in de faillissementen benoemd.

3 Het geschil

3.1.

Vesteda vordert, na vermeerdering van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. a. te vernietigen de door NPB Beheer B.V. en Megahome.nl Grond B.V. alsmede Megahome.nl Beheer B.V. op 9/10 april 2010 met Rabohypotheekbank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A. gesloten overeenkomst;

b. althans voor zover deze overeenkomst strekt tot het daarbij als debiteur toetreden van Megahome.nl Grond B.V. en/of het daarin opnemen voor die B.V. van de verplichting hypotheek te verstrekken;

c. alsmede te vernietigen de bij akte van 15 april 2010 door Megahome.nl Grond B.V. ten behoeve van de Rabobank gevestigde hypotheken;

d. althans bovengenoemde rechtshandelingen nietig te verklaren;

2. Elke gedaagde te gebieden om binnen zeven dagen na dit vonnis bovengenoemde hypotheekvestigingen ongedaan te maken en in de registers door te (doen) halen op straffe van verbeurte van een hoofdelijk aan eiseressen verschuldigde dwangsom van € 500.000,- voor elke dag dat zij na verloop van tien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis daarmee in gebreke blijven;

3. Voor recht te verklaren dat de inschrijving van de onder 1c bedoelde hypotheken jegens Vesteda waardeloos is en Vesteda te machtigen het te dezen wijzen vonnis in de openbare registers te doen inschrijven;

3A. De geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010 te vernietigen althans nietig te verklaren, althans de buitengerechtelijke vernietiging daarvan te aanvaarden, een en ander voor zover het betreft de opneming in die overeenkomst van Megahome.nl B.V. als debiteur van Rabo en van art. 5 (inzake de vertragingsrente);

4. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

Vesteda voert daartoe, kort samengevat, aan dat het aanvaarden van het financieringsaanbod van 8/9 april 2010, het verstrekken van de hypotheekrechten en het sluiten van de geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010 paulianeus is.

3.3.

Gedaagden voeren verweer. Door NPB Beheer B.V. en Megahome.nl Grond B.V. is geconcludeerd voor antwoord en gedupliceerd. De curator heeft nadien de daarin gevoerde verweren ingetrokken en stelt zich, kort gezegd, op het standpunt dat inderdaad sprake is geweest van het door Vesteda gestelde paulianeus handelen maar dat Vesteda daar geen beroep op kan doen omdat een vordering wegens pauliana door het faillissement van de Megahome-vennootschappen alleen nog aan de curator toekomt. Door de Rabobank is een eigen verweer gevoerd. De Rabobank betwist wel dat sprake is geweest van paulianeus handelen en beroept zich onder meer op het bestaan van een financieringsrelatie in 2007 en de daarin gestelde verplichtingen tot het vertrekken van meer zekerheden en betaling van vertragingsrente. Ook voert de Rabobank onder meer aan dat Vesteda niet ontvangen kan worden in haar vorderingen omdat het primaat van een vordering op grond van pauliana bij de curator ligt.

3.4.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

De wijzigingen van eis

4.1.

Vesteda heeft tweemaal haar eis gewijzigd. Eénmaal bij akte gedateerd 24 september 2018 en éénmaal bij akte gedateerd 11 februari 2019. De Rabobank heeft tegen beide eiswijzigingen bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft reeds tussentijds, toegelicht bij emailbericht van 6 september 2018 en ter comparitie van 11 februari 2019, beslist op de bezwaren en geoordeeld dat de eiswijzigingen als zodanig toelaatbaar zijn. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat geen sprake is van strijd met de goede procesorde, mede omdat gedaagden zowel ter comparitie van 11 februari 2019 als bij akte daarna in de gelegenheid worden gesteld om op de eiswijzigingen te reageren. In de stellingen van de Rabobank bij akte van 10 april 2019 ziet de rechtbank geen aanleiding om hierop terug te komen.

Artikel 49 Faillissementswet

4.2.

De Rabobank en de curator stellen zich op het standpunt dat Vesteda niet bevoegd is om haar vorderingen in te stellen, omdat het primaat van een vordering op grond van pauliana bij de curator ligt nu sprake is van faillissementen van gedaagden. Zij wijzen daartoe op artikel 49 Faillissementswet (hierna: Fw) en voeren aan dat de gelijkheid van schuldeisers (paritas creditorum) in een faillissementssituatie wordt doorkruist als Vesteda toegelaten wordt in de procedure.

4.3.

Artikel 3:45 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bepaalt dat indien een schuldenaar bij het verrichten van een onverplichte rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn, de rechtshandeling vernietigbaar is en de vernietigingsgrond kan worden ingeroepen door iedere door de rechtshandeling in zijn verhaalsmogelijkheden benadeelde schuldeiser, onverschillig of zijn vordering vóór of na de handeling is ontstaan (pauliana). Op grond van artikel 42 Fw kan de curator ten behoeve van de boedel elke rechtshandeling die de schuldenaar vóór de faillietverklaring onverplicht heeft verricht en waarvan deze bij dit verrichten wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn, door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen (de faillissementspauliana). Op grond van artikel 49 lid 1 Fw worden rechtsvorderingen gegrond op de bepalingen van artikel 42 tot en met 48 Fw ingesteld door de curator.

4.4.

De rechtbank stelt voorop dat een vordering vanwege pauliana op grond van artikel 3:45 BW door iedere schuldeiser kan worden ingesteld die door de bestreden rechtshandeling wordt benadeeld en dat een rechtsvordering wegens faillissementspauliana enkel en alleen door een curator kan worden ingesteld. In deze procedure is van belang dat Vesteda haar vorderingen, gegrond op artikel 3:45 BW, ver vóór het eerste faillissement van gedaagden heeft ingesteld. De dagvaardingen zijn immers op 21 augustus 2012 betekend, terwijl Megahome.nl B.V. eerst op 7 juli 2016 failliet is verklaard. Het primaat van de rechtsvordering lag op dat moment dan ook niet bij de curator, zodat Vesteda ontvankelijk is in haar vorderingen. Dat is niet veranderd door het faillissement van gedaagden. Toen de Megahome-vennootschappen failleerden, werd de procedure geschorst. Nu Vesteda evenwel de curator in de procedure heeft opgeroepen en de curator voor de failliete Megahome-vennootschappen is verschenen, heeft de curator het proces overgenomen en kan de procedure worden voortgezet.

4.5.

Dat de gelijkheid van schuldeisers bij het slagen van de vorderingen van Vesteda wordt doorkruist, is naar het oordeel van de rechtbank geen reden om dit anders te zien. De paritas creditorum wordt namelijk slechts gedeeltelijk doorkruist, omdat een gegrond beroep van Vesteda op pauliana relatief werkt; de hypotheekrechten van de Rabobank zijn in dat geval enkel jegens Vesteda nietig. Deze doorkruising vindt zijn rechtvaardiging in het feit dat Vesteda haar vorderingen op grond van pauliana reeds vóór het faillissement heeft ingesteld en de curator de procedure heeft overgenomen. Daarbij geldt dat, indien de vorderingen van Vesteda worden afgewezen of Vesteda niet zou worden toegelaten, er evenmin sprake zou zijn van gelijkheid tussen de schuldeisers; de Rabobank kan dan immers haar hypotheekrechten inroepen alsof er geen faillissementen zijn.

4.6.

Vesteda is naar het oordeel van de rechtbank aldus ontvankelijk in haar vordering. Dit geldt zowel ten opzichte van de oorspronkelijke vordering als de eerste wijziging van eis van 24 september 2018. Hoewel de eerste wijziging van eis in ingesteld ná het failleren van de Megahome-vennootschappen, hangt deze vordering zozeer samen met de oorspronkelijke vordering dat in feite sprake is van één geschil. Met de eerste wijziging van eis wordt immers enkel en alleen het aanvaarde financieringsaanbod van 8/9 april 2010 in het geding betrokken, op basis waarvan de reeds bestreden hypotheekrechten zijn gevestigd. Dat ligt anders ten aanzien van de tweede wijziging van eis. Met de tweede wijziging van eis wenst Vesteda ook de tussen gedaagden overeengekomen vertragingsrente bij geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010 te vernietigen. Hoewel de geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010 slechts een vastlegging is van (een deel van) het aanvaarde financieringsaanbod van 8/9 april 2010, maakte de vertragingsrente geen onderdeel uit van het oorspronkelijke geschil. Naar het oordeel van de rechtbank is de tweede wijziging van eis dan ook een rechtsvordering die, vanwege de inmiddels uitgesproken faillissementen, enkel kan worden ingesteld door de curator. De rechtbank zal Vesteda daarom niet ontvankelijk verklaren in haar vordering tot vernietiging van de geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010, geciteerd in rechtsoverweging 2.16 hiervoor. De vraag of de renteverplichting paulianeus is, of nietig wegens strijd met de goede zeden, zal in deze procedure dan ook niet worden beantwoord.

Het beroep op pauliana

4.7.

Vesteda stelt dat sprake is van paulianeus handelen. Zij stelt, kort gezegd, dat aan de Rabobank hypotheken zijn verstrekt zonder dat daar een verplichting toe was en zonder dat daar een reële prestatie tegenover stond. Uit de brieven van de Rabobank volgt namelijk dat de financieringsovereenkomst uit 2007 was beëindigd door de Rabobank, zodat het financieringsaanbod van 8/9 april 2010 en de daarmee overeengekomen zekerheden onverplicht zijn aangegaan. In ieder geval was Megahome.nl Grond B.V. geen partij bij de overeenkomst uit 2007, nu zij pas op 3 juni 2009 is opgericht. De Rabobank wist of had moeten weten dat Vesteda daardoor zou worden benadeeld.

4.8.

De Rabobank betwist dat de financieringsovereenkomst uit 2007 is beëindigd. Zij voert aan dat sprake is geweest van het voortzetten van de financieringsrelatie met het financieringsaanbod van 8/9 april 2010 en stelt dat op grond van artikel 20 van de Algemene Bankvoorwaarden een verplichting bestond om zekerheden te stellen zodra de Rabobank daarom zou vragen. Ook Megahome.nl Grond B.V. was daartoe gehouden, omdat zij van rechtswege is gebonden aan verplichtingen uit de financieringsovereenkomst uit 2007 nu zij door middel van afsplitsing van NPB Beheer B.V. rechten en verplichtingen heeft overgenomen. De Rabobank betwist verder dat Vesteda is benadeeld en dat zij - Rabobank - van deze benadeling wist of had moeten weten.

4.9.

De rechtbank stelt het volgende vast. Rabobank had sinds 24 juli 2007 een financiering verstrekt ter hoogte van € 125 miljoen aan NPB Beheer B.V. en enkele mededebiteuren. Megahome.nl Grond B.V. maakte daar geen deel van uit. Dit krediet werd gesecureerd door hypotheekrechten die de uitstaande financiering niet dekten. Vanwege wijzigingen in de economische omstandigheden, vonden in elk geval in 2008 en 2009 gesprekken plaats tussen de Rabobank en de heer [A] over de bestaande financiering. Bij brief van 20 februari 2009 schrijft de Rabobank dat zij heeft besloten om de financiering niet te continueren. Daarna vinden gespreken plaats over het eventueel voortzetten en afbouwen van de financiering en de daaraan te stellen voorwaarden. Ondertussen wordt aan de kant van de Megahome-vennootschappen Megahome.nl Grond B.V. opgericht en worden grondposities van verschillende Megahome-vennootschappen overgedragen aan Megahome.nl Grond B.V. Bij akte in dit geding van 24 september 2018 stelt de Rabobank onder nummer 33 dat zij zich genoodzaakt zag om de aangekondigde beëindiging van de bancaire relatie tegen 1 februari 2010 te handhaven omdat de Megahome-vennootschappen geen aanvullende zekerheden wilden stellen en overeenstemming uitbleef. Daarnaast legde de Rabobank conservatoir beslag. Vervolgens worden, onder dreiging van een kort geding, toch weer gesprekken gevoerd en doet de Rabobank op 8/9 april 2010 een financieringsvoorstel waarin geen nieuwe financiering wordt verstrekt, het totaal uitstaande bedrag van € 125 miljoen verandert niet, maar het bestaande krediet wordt omgezet in een af te lossen leningsdeel van € 100 miljoen en een krediet van € 25 miljoen. Daarnaast vraagt de Rabobank zekerheden voor het geheel uitstaande bedrag van € 125 miljoen (exclusief renten en kosten) door middel van eerste hypotheekrechten op registergoederen van NPB Beheer B.V., Megahome.nl Beheer B.V., Meghome.nl Grond B.V. en alle dochtermaatschappen en afgesplitste vennootschappen. In de persoon van de heer [A] is het aanbod aanvaard en binnen een week zijn ten behoeve van de Rabobank alsnog hypotheekrechten gevestigd op, voornamelijk, de aan Megahome.nl Grond B.V. overgedragen onroerende zaken. Op de comparitie van partijen van 11 februari 2019 is door Rabobank toegelicht dat de hypotheekrechten op grond van het aanvaarde financieringsaanbod van 8/9 april 2010 zijn gevestigd.

4.10.

Gelet op deze gang van zaken, is de rechtbank van oordeel dat het aanvaarden van het financieringsaanbod van 8/9 april 2010 en het verlenen van de hypotheekrechten bij akte van 15 april 2010 onverplicht zijn geweest. De financieringsrelatie uit 2007 was, gelet op de brieven van de Rabobank van 20 februari 2009 en 1 oktober 2009, geëindigd en was, zoals de Rabobank ook ter zitting heeft toegelicht, niet de grondslag waarop de hypotheekrechten zijn gevestigd. Dat is op grond van het aanvaarde financieringsaanbod van 8/9 april 2010 gedaan. Of Megahome.nl Grond B.V. vanwege de afsplitsing gehouden kon worden om zekerheden te stellen op grond van de financieringsovereenkomst uit 2007 doet dan ook niet ter zake. De heer [A] heeft het financieringsaanbod van 8/9 april 2010 namens de Megahome-vennootschappen aanvaard terwijl daar geen nieuwe of aanvullende financiering tegenover stond. Hij verplichtte zich aldus zonder reële tegenprestatie tot het verlenen van hypotheekrechten op onder meer de onroerende zaken van Megahome.nl Grond B.V. die tot dan toe niet in de financiering betrokken waren. Vesteda is daardoor benadeeld. Zij heeft sindsdien immers te maken met de Rabobank als preferent schuldeiser met meer uitgebreide hypotheekrechten en wordt daardoor in haar verhaalsmogelijkheden beperkt. De Rabobank had dit kunnen weten. Zij heeft immers zelf de financiering wegens veranderde economische omstandigheden opgezegd en zekerheden gevraagd terwijl geen nieuwe investeringen werden gedaan. De Rabobank creëerde aldus voor zichzelf een voorrangspositie voor een schuldenlast tot een bedrag van € 167.750.000,-. Met een redelijke mate van waarschijnlijk kon de Rabobank voorzien dat vorderingen van andere schuldeisers, zoals Vesteda, daardoor niet meer voldaan zouden kunnen worden. De rechtbank gaat dus voorbij aan het verweer van de Rabobank dat zij er toen niet op bedacht was dat schuldeisers door die gang van zaken geen verhaal (meer) konden halen.

4.11.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat door gedaagden paulianeus is gehandeld en dat daarom zowel de hypotheekrechten als de financieringsovereenkomst van 8/9 april 2010 vernietigbaar zijn.

Verjaring

4.12.

De Rabobank voert bij wijze van verweer aan dat de vordering van Vesteda is verjaard.

4.13.

Op grond van artikel 3:52 lid 1 aanhef en sub c BW verjaart een rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling in geval van benadeling drie jaar nadat de benadeling is ontdekt. De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding binnen drie jaar na het aanvaarden van het financieringsaanbod van 8/9 april 2010 en de hypotheekverlening bij akte van 15 april 2010 is betekend. De dagvaarding dateert immers van 21 augustus 2012. Nu, zoals de rechtbank in rechtsoverweging 4.6 hiervoor heeft overwogen, de eerste wijziging van eis onderdeel is van het oorspronkelijk gevorderde, is ook de vordering tot vernietiging van de financieringsovereenkomst van 8/9 april 2010 niet verjaard. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de Rabobank en zal de gevorderde vernietigingen toewijzen.

Dwangsommen en termijnen

4.14.

De rechtbank ziet naast hetgeen in het dictum reeds wordt toegewezen geen aanleiding om de gevorderde dwangsommen toe te wijzen. Dit omdat er reden is om aan te nemen dat partijen feitelijk zullen meewerken aan de door de rechtbank opgedragen ongedaanmakingshandelingen. Mocht dit anders blijken te gaan, dan staat de weg van het kort geding open om eventueel alsnog een dwangsom te kunnen vorderen. Tevens ziet de rechtbank aanleiding om de termijn waarbinnen de ongedaanmaking en doorhaling dient plaats te vinden te stellen op acht weken aangezien het in deze zaak gaat om een aanzienlijk aantal betrokken hypotheekrechten.

Proceskosten

4.15.

Nu gedaagden in het ongelijk worden gesteld, worden zij hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten worden aan de zijde van Vesteda als volgt begroot:

Griffierecht: € 575,-;

Betekeningskosten: € 76,17 (dagvaarding) + € 162,83 (2x oproeping artikel 118 Rv);

Advocaatkosten € 17.352,- (zijnde: 4,5 punt x € 3.856 (tarief VIII))

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

vernietigt de door NPB Beheer B.V., Megahome.nl Grond B.V. en Megahome.nl Beheer B.V. op 8/9 april 2010 met de Rabobank gesloten financieringsovereenkomst;

5.2.

vernietigt de bij akte van 15 april 2010 door Megahome.nl Grond B.V. ten behoeve van de Rabobank gevestigde rechten van hypotheek;

5.3.

gebiedt gedaagden om binnen acht weken na dit vonnis de hypotheken neergelegd in de hypotheekakte van 15 april 2010 ongedaan te maken en in de registers door te (doen) halen;

5.4.

verklaart voor recht dat de inschrijving van de bij akte van 15 april 2010 verleende hypotheekrechten jegens Vesteda waardeloos is;

5.5.

machtigt Vesteda dit vonnis in de openbare registers te doen inschrijven;

5.6.

verklaart Vesteda niet ontvankelijk in haar vordering tot vernietiging van de geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010, althans deze nietig te verklaren, althans de buitengerechtelijke vernietiging daarvan te aanvaarden, een en ander voor zover het betreft de opneming in die overeenkomst van Megahome.nl B.V. als debiteur van de Rabobank en van art. 5 (inzake de vertragingsrente);

5.7.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten en begroot de proceskosten aan de zijde van Vesteda tot op heden op € 18.166,00;

5.8.

wijst af het meer of anders gevorderde;

5.8.

verklaart de onderdelen van dit dictum met nummers 5.1, 5.2, 5.3, 5.5, 5.7 en 5.8 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de mrs. M.L.J. Koopmans, J.M. van den Wall Bake en E.C. Rozeboom en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2019.