Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:361

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-02-2019
Datum publicatie
04-02-2019
Zaaknummer
08-950356-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel spreekt een 63-jarige vrouw vrij van opzettelijk voordeel trekken van een groot geldbedrag dat haar echtgenoot had verduisterd bij zijn moeder. Zie ook ECLI:NL:RBOVE:2019:363

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08-950356-15

Datum vonnis: 4 februari 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1955 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 januari 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. G.R.G. Nijpels en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk voordeel trekken uit de opbrengst van door misdrijf verkregen geld, danwel aan (een vorm van) heling.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

zij op een of meer tijdtip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met

24 juni 2015 te Zwolle en/of te Heerde, in elk geval in Nederland, opzettelijk uit de opbrengst van een door misdrijf verkregen geldbedrag, te weten (in totaal) 61.745,75 euro, in elk geval een (groot) geldbedrag, voordeel heeft getrokken, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk, terwijl zij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen geldbedrag betrof, van dit geldbedrag gebruikt gemaakt (onder andere door het betalen van een of meer rijles(sen) (voor haar, verdachtes, dochter) en/of het betalen van contributie (aan een vakbond waar verdachte lid van was) en/of het betalen/aanschaffen van levensmiddelen/boodschappen, in elk geval door het aanschaffen/betalen van

diverse goed(eren) en/of dienst(en));

ALTHANS, voor zover het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met
24 juni 2015 te Zwolle en/of te Heerde, in elk geval in Nederland, een geldbedrag, te weten 61.745,75 euro, in elk geval een (groot) geldbedrag, heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen geldbedrag betrof.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

De echtgenoot van verdachte wordt verweten dat hij geld van zijn moeder heeft verduisterd. Verdachte wordt verweten dat zij dit wist of dat zij dit redelijkerwijs had moeten weten en zij ondanks die veronderstelde wetenschap of dat vermoeden voordeel heeft getrokken uit dit geld door onder andere boodschappen en contributie voor het lidmaatschap van een vakbond te betalen.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het aan verdachte primair en subsidiair ten laste gelegde, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.

4.3

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich ook op het standpunt gesteld dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor een bewezenverklaring van het primair en subsidiair ten laste gelegde. De echtgenoot van verdachte beheerde de financiën. Verdachte bemoeide zich daar niet mee en vertrouwde haar echtgenoot op zijn woord dat er geen problemen waren. Soms stond er te weinig geld op de rekening om boodschappen te kunnen doen, maar haar echtgenoot had daar altijd een goede verklaring voor. Pas in 2015, toen de schoonfamilie van verdachte ontdekte wat haar echtgenoot had gedaan, kwam zij er zelf ook achter.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Verdachte heeft verklaard dat zij de boodschappen betaalde met haar bankpas. Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld op die rekening afkomstig was van een misdrijf of meer specifiek: verduistering. Omdat haar echtgenoot alle overige rekeningen betaalde via internetbankieren, heeft zij geen zicht gehad op de rekeningen die betaald werden voor de rijlessen voor haar dochter, contributie voor het lidmaatschap van verdachte van een vakbond en overige betalingen.

5 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. G.H. Meijer, en
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Bakker, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2019.