Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:3407

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
26-09-2019
Datum publicatie
26-09-2019
Zaaknummer
08/760097-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 55-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De man heeft zijn vriendin, zijn ex-vriendin en zijn buurman bedreigd en daarmee een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/760097-18 (P)

Datum vonnis: 26 september 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats] ,

nu verblijvende in FPC de Kijvelanden te Poortugaal.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 september 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.S. de Waard en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. C. Verrillo, advocaat te Denekamp, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van zijn ex-vriendin, vriendin en buurman en het vernielen van goederen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 06 april 2018 tot en met 19 april 2018 in de gemeente Almelo [aangeefster 1] (zijn ex-vriendin) meermalen, althans eenmaal, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [aangeefster 1] , (telefonisch) dreigend de woorden toe te voegen
- "Ik schiet je een kogel door je kop" en/of
- "Ik snijd je in stukken" en/of
- "Ik hang je aan die douche" en/of
- "Ik maak je kapot" en/of
- "Ik ga je martelen" en/of
- "Ik sta binnen tien minuten voor je deur en dan gooi ik een kankerbom in je
woning" en/of
- "Ik schiet je een keer kats door je kop",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.
hij op of omstreeks 05 mei 2018 in de gemeente Almelo [aangeefster 2] , zijn vriendin, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [aangeefster 2] dreigend de woorden toe te voegen "Jij moet dood" en/of "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.
hij op of omstreeks 05 mei 2018 in de gemeente Almelo opzettelijk en wederrechtelijk één of meer goederen te weten
- een radio en/of
- een koffiezetapparaat (Senseo) en/of
- een wokpan en/of
- een braadpan en/of
- een porseleine vaas en/of kopjes en/of schoteltjes en/of
- een staande lamp en/of
- een metalen schenkkan en/of suikerpotje en/of
- diverse kleinere goederen en/of porselein,
in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [aangeefster 2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

4 .
hij op of omstreeks 05 mei 2018 in de gemeente Almelo [aangever] (verdachte's buurman) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [aangever] dreigend een luchtbuks, althans een vuurwapen, te tonen en/of voor te houden en/of door meermalen, althans eenmaal in de richting van de woning van de achterburen van die [aangever] en/of op de ramen van de woning van de achterburen van die
en/of op de schutting, welke tussen die [aangever] en verdachte stond, te schieten en/of daarbij dreigend de woorden toe te voegen "Zal ik even een pistool pakken" en/of "Moet ik je in je oorlel schieten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

Feit 1

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs, aangezien er geen sprake kan zijn van vrees bij aangeefster.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Als hieronder wordt verwezen naar bewijsmiddelen, dan zijn dit bewijsmiddelen opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

Verdachte wordt verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging. Verdachte heeft ter zitting onder meer verklaard dat hij in de tenlastegelegde periode psychotisch was en het mogelijk is dat hij zich bedreigend heeft uitgelaten. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte aangeefster [aangeefster 1] (hierna: aangeefster) op 6 april 2018 en 19 april 2018 telefonisch heeft bedreigd. Van deze bedreigingen heeft aangeefster geluidsfragmenten gemaakt. De politie heeft de geluidsfragmenten beluisterd en uitgewerkt in het proces-verbaal van bevindingen. De rechtbank stelt vast dat die uitwerkingen aangeefsters verklaring ondersteunen ten aanzien van de bedreigingen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de blijkens de bewijsmiddelen door verdachte gebezigde woorden van dien aard geweest en onder zodanige omstandigheden geuit dat bij aangeefster de redelijke vrees kon ontstaan dat haar dermate geweld zou worden aangedaan dat zij het leven zou kunnen laten dan wel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen bekomen en dat het opzet van verdachte - in elk geval in voorwaardelijke zin - gericht was op het teweegbrengen van zodanige indruk, zodat er sprake is van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en een bedreiging met zware mishandeling. De uitlatingen van verdachte laten immers op zichzelf aan duidelijkheid niets te wensen over.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van voorgaande wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde bedreigingen.

Feit 2

4.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.5

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs, nu verdachte ontkent en de verklaring van getuige [getuige 1] onbetrouwbaar en ongeloofwaardig is.

4.6

Het oordeel van de rechtbank

Als hieronder wordt verwezen naar bewijsmiddelen, dan zijn dit bewijsmiddelen opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

De rechtbank is van oordeel, dat op grond van de bewijsmiddelen, te weten de aangifte van [aangeefster 2] (hierna: aangeefster) en de getuigenverklaring van [getuige 1] , bezien in onderling verband en samenhang, wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging. Voornoemde bewijsmiddelen houden immers – voor zover relevant en kort samengevat – in dat verdachte gezegd heeft dat aangeefster dood moest en dat hij haar dood zou maken, en dat verdachte een snijdende beweging met zijn vingers over zijn keel heeft gemaakt.

De door verdachte gebezigde woorden zijn van dien aard geweest en onder zodanige omstandigheden geuit dat bij aangeefster daardoor in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij het leven zou verliezen. De uitlating van verdachte laat immers op zichzelf aan duidelijkheid niets te wensen over.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van voorgaande wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde bedreiging.

Feit 3

4.7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een veroordeling te komen en dat verdachte voor het tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken.

4.8

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.

4.9

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van het proces-verbaal van de politie en het onderzoek ter terechtzitting vast dat op 5 mei 2018 goederen zijn vernield in de woning van verdachte. Verdachte heeft ter zitting onder meer verklaard dat de vernielde goederen zijn eigendom waren en niet toebehoorden aan aangeefster [aangeefster 2] (hierna: aangeefster).

De rechtbank kan op basis van het dossier niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat de vernielde goederen geheel of ten dele toebehoorden aan aangeefster. Bewijs hiervoor in het dossier ontbreekt. De verdachte zal daarom van het tenlastegelegde feit worden vrijgesproken.

Feit 4

4.10

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.11

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs, nu verdachte dit feit heeft ontkend en de verklaring van getuige [getuige 1] ongeloofwaardig is.

4.12

Het oordeel van de rechtbank

Als hieronder wordt verwezen naar bewijsmiddelen, dan zijn dit bewijsmiddelen opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

Verdachte heeft ter zitting onder meer verklaard dat hij met een luchtdrukgeweer op het raam van zijn schuurdeur heeft geschoten. Verdachte ontkent dat hij het luchtdruk geweer op aangever [aangever] (hierna: aangever) heeft gericht. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat aangever op 5 mei 2018 verdachte aansprak op lawaai dat door verdachte werd veroorzaakt. Vervolgens zag aangever dat verdachte zijn woning in ging en naar buiten kwam met een luchtdrukgeweer. Volgens aangever schoot verdachte met het luchtdrukgeweer op een ruit van een andere woning en zei verdachte dreigende woorden tegen aangever. Hierna schoot verdachte in de richting van aangever. Het schot kwam tegen de schutting. Getuige [getuige 1] (hierna: getuige) heeft onder meer verklaard dat aangever verdachte aansprak op lawaai waarna zij een knal tegen een raam hoorde. Getuige hoorde daarna verdachte tegen aangever zeggen: ‘zie je een gat in het raam’ en ‘zal ik je tegen je oorlel schieten dan kun je zien dat er een gat in komt’. In de woning van verdachte werd door de politie een luchtdrukgeweer aangetroffen.

Naar het oordeel van de rechtbank leveren de handelingen en uitlatingen van verdachte, in onderlinge samenhang en in hun context beschouwd, een bedreiging op. Deze bedreiging was van dien aard dat bij aangever, onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat met het luchtdrukgeweer hem dermate geweld zou worden aangedaan dat hij daardoor het leven zou kunnen laten danwel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen bekomen. De rechtbank is van oordeel dat daarbij het opzet van verdachte – in elk geval in voorwaardelijke zin – was gericht op deze bedreiging.

De rechtbank is aldus van oordeel dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen is.

4.13

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 06 april 2018 tot en met 19 april 2018 in de gemeente Almelo [aangeefster 1] (zijn ex-vriendin) meermalen, althans eenmaal, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [aangeefster 1] , (telefonisch) dreigend de woorden toe te voegen
- "Ik schiet je een kogel door je kop" en/of
- "Ik snijd je in stukken" en/of
- "Ik hang je aan die douche" en/of
- "Ik maak je kapot" en/of
- "Ik ga je martelen" en/of
- "Ik sta binnen tien minuten voor je deur en dan gooi ik een kankerbom in je
woning" en/of
- "Ik schiet je een keer kats door je kop",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.
hij op of omstreeks 05 mei 2018 in de gemeente Almelo [aangeefster 2] , zijn vriendin, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [aangeefster 2] dreigend de woorden toe te voegen "Jij moet dood" en/of "Ik maak je dood"althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4 .
hij op of omstreeks 05 mei 2018 in de gemeente Almelo [aangever] (verdachte's buurman) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [aangever] dreigend een luchtbuks, althans een vuurwapen, te tonen en/of voor te houden en/of door meermalen, althans eenmaal in de richting van de woning van de achterburen van die [aangever] en/of op de ramen van de woning van de achterburen van die
[aangever] en/of op de schutting, welke tussen die [aangever] en verdachte stond, te schieten en/of daarbij dreigend de woorden toe te voegen "Zal ik even een pistool pakken" en/of "Moet ik je in je oorlel schieten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd.

feit 2

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

feit 4

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier voldoende blijkt dat ten tijde van de tenlastegelegde feiten de psychische problematiek van verdachte van invloed is geweest op zijn handelen zodat de feiten in mindere mate aan hem kunnen worden toegerekend, omdat hij op het moment van het begaan van het bewezenverklaarde verminderd toerekeningsvatbaar was. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en aftrek van de voorlopige hechtenis.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat er geen onderzoek door een psychiater of psycholoog is verricht naar het psychische toestandsbeeld van verdachte ten tijde van het plegen van de feiten en daarom niet kan worden geconcludeerd dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was op het moment van het begaan van de feiten. De raadsman heeft verzocht toepassing te geven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht in verband met de persoonlijkheid van verdachte en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van zijn vriendin, zijn ex-vriendin en zijn buurman. Verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers, hetgeen ook blijkt uit de aangiftes. Zijn vriendin [aangeefster 2] verklaart in haar aangifte onder meer dat verdachte erg gevaarlijk en bedreigend overkwam ten tijde van zijn psychose. [aangeefster 2] was zo bang voor verdachte dat zij na de bedreiging de woning helemaal had afgesloten en pas de deur open deed toen ze van de politie te horen kreeg dat verdachte was aangehouden. [aangeefster 2] is bang dat het een keer erg goed fout gaat en dat verdachte haar en andere personen iets aan doet. Zijn ex-vriendin [aangeefster 1] heeft ook verklaard dat zij bang is voor verdachte en dat hij haar iets aan zal doen. Zijn buurman [aangever] verklaart onder meer dat verdachte heel intimiderend was en dat hij zich behoorlijk bedreigd voelde. Buurvrouw [getuige 1] heeft als getuige verklaard dat zij altijd op haar hoede is voor verdachte en dat verdachte haar het woonplezier heeft afgenomen. De rechtbank neemt het verdachte in het bijzonder kwalijk dat hij de delicten heeft gepleegd in de huiselijke omgeving van de slachtoffers, een plek waar zij zich bij uitstek veilig moeten voelen. Het is niet de eerste keer dat verdachte overlast heeft veroorzaakt, zijn gedrag heeft veel impact gehad op de slachtoffers en getuigen. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 7 augustus 2019. Daaruit blijkt dat verdachte meermalen met politie en justitie in aanraking is gekomen, onder meer voor gelijksoortige delicten. Ten aanzien van verdachte gold, in verband met een eerdere veroordeling, een terbeschikkingstelling met voorwaarden. Dit heeft hem er niet van weerhouden om nieuwe strafbare feiten te plegen.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een in het kader van de verlenging van de terbeschikkingstelling uitgebracht psychiatrisch rapport van 16 januari 2019 en een psychologisch rapport van 29 januari 2019. Uit de onderzoeken blijkt onder meer dat bij verdachte sprake is van een bipolaire 1 stoornis (manisch depressiviteit), een gemengde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en afhankelijke kenmerken en zwakbegaafdheid. Verdachte is chronisch kwetsbaar voor stemmingswisselingen, gestoorde realiteitstoetsing en instabiel gedrag, voortkomend uit zijn bipolaire stoornis. Er is voldoende probleembesef, maar matig inzicht, waardoor verdachte snel geneigd is te stoppen met zijn medicatie, omdat hij denkt deze niet meer nodig te hebben.

Op grond van de inhoud van de rapportages van de psychiater en de psycholoog, het proces-verbaal van de politie en het besprokene ter zitting stelt de rechtbank vast dat er sprake is van psychische problematiek bij verdachte. Verdachte heeft onder meer verklaard dat hij voorafgaand aan de delicten gestopt was met het gebruik van zijn medicatie. Hierdoor liet verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten stemmings- en gedragsontregeling zien met psychotische kenmerken. In de verklaringen van aangevers en getuigen komt deze ontregeling ook naar voren. Verdachte is op 5 mei 2018 door de politie aangehouden waarbij er gelet op de bevindingen van de politieagenten klaarblijkelijk sprake was van bijzondere (psychische) omstandigheden.

De rechtbank concludeert dat verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten niet volledig toerekeningsvatbaar geacht dient te worden in verband met deze feiten. Bij het bepalen van de straf zal de rechtbank hier ook rekening mee houden.

Alles afwegende acht de rechtbank de geëiste straf van de officier van justitie, te weten een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 27 en 57 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1, feit 2 en feit 4 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd.

feit 2

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

feit 4

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1, feit 2 en feit 4 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Essed, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en

mr. E.J.M. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2019.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2018223538. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 1] , van 3 mei 2018, pagina’s 1 t/m 2, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

Op vrijdag 6 april 2018 omstreeks 13.33 uur belde ik mijn ex [verdachte] . Mijn ex staat als [verdachte] in mijn telefoon onder het telefoonnummer [telefoonnummer] . Ik hoorde dat [verdachte] mij aan de telefoon bedreigde met de dood. Ik hoorde dat hij zei dat hij mij een kogel door de kop zou schieten. Ik hoorde dat hij zei dat hij mij in stukken zou snijden. Ik hoorde dat hij zei: "Ik maak je kapot, ik ga je martelen." Ik hoorde dat het mijn ex [verdachte] was, omdat ik hem ook herkende aan zijn stem. Op donderdag 19 april 2018 omstreeks 19.59 uur heb ik [verdachte] gebeld, omdat ik hoorde dat hij over mij gepraat had. Ik hoorde dat hij boos werd en zei dat hij met tien minuten wel bij aan de deur zou staan. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat hij een kankerbom bij mij in de woning zou gaan gooien. Ik hoorde dat [verdachte] mij uitschold voor Kankerhoer. Op donderdag 19 april 2019 zag ik dat [verdachte] ook daadwerkelijk bij mij voor de deur. Ik ben ontzettend bang voor [verdachte] . Ik ben ook bang dat hij de bedreiging daadwerkelijk gaat uitvoeren. [verdachte] heeft ook al een moord gepleegd, ik ben bang dat ik de volgende ga worden.

2.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , van 8 mei 2018, pagina’s 3 t/m 4, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige:

Twee weken geleden, ik dacht dat dit op een donderdagavond was, hoorde mijn dochter dat [verdachte] buiten aan het schreeuwen was. Ik deed hierop de televisie zachter en hoorde inderdaad [verdachte] schreeuwen, toen ik naar buiten keek zag ik dat hij met een

telefoon aan zijn oor langs fietste en hard schreeuwde. Hij fietste een paar keer heen en weer, ik hoorde dat hij schreeuwde: "Kom maar naar buiten, dan vechten we het even uit, ik sta nu voor je deur". De volgende ochtend vroeg mijn buurvrouw [aangeefster 1] of ik het nog had gehoord gisteren, ik vertelde dat ik het inderdaad had gehoord. Zij liet mij toen het telefoongesprek van de dag ervoor horen, blijkbaar had ze dit gesprek opgenomen. Ik herkende de stem van [verdachte] op dit bandje, de manier van praten/schreeuwen kwam overeen met zoals ik hem die dag ervoor hoorde schreeuwen, helemaal hysterisch. Ik hoorde op dit bandje dat hij zei: "Ik snijd je in stukken, ik zorg dat je uit Almelo verdwijnt." hij bleef constant door razen.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , van 7 mei 2018, pagina’s 5 t/m 7, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:

Hieronder zal ik, verbalisant, alles wat ik gehoord heb in het geluidsfragment van 6 april 2018 uitwerken. M: Jij kunt nu.. Jij nu je spullen gaan pakken en maken dat je allemaal weg komt, want ik maak jou kapot. M: Ja, moet jezelf weten. Moet ik dat zelf weten. Jij gaat., (onverstaanbaar). Ja en je krijgt een kogel door je kop. Ik, Ik snij jou in stukken en ik hang je aan die douche en dat .. ( onverstaanbaar) overleeft. Ik ga jou martelen. Martelen, godverdomme kankerhoer. Ja en je mag nu de politie bellen. Ik maak jou gewoon helemaal kapot.

4.

Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , van 7 mei 2018, pagina’s 8 t/m 10, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:

Hieronder zal ik, verbalisant, alles wat ik gehoord heb in het geluidsfragment van 19 april 2018 uit werken. Ja,..(onverstaanbaar) dan gooi ik gewoon een kankerbom in die woning. Je bent gewoon een kankerwijf en niks anders en ik schiet je gewoon kats een keer overhoop.

Feit 2

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 2] , van 5 mei 2018, pagina’s 15 t/m 17, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

[verdachte] heeft mij vandaag twee bedreigd met de dood. [verdachte] zat in een psychose en was
erg boos. Hij schreeuwde veel en vertelde mij dat ik maar dood moest gaan. Hij heeft
mij dit ook gezegd met de woorden: "jij moet dood". Vervolgens vertelde hij mij: "ik
maak jou dood". Dit heeft [verdachte] mij vandaag twee keer gezegd. Hierbij maakte [verdachte]
een snijdende beweging met zijn vingers over zijn keel. Ik ben nu erg bang, [verdachte]
staat niet voor zichzelf in momenteel. [verdachte] heeft dit wel eens vaker tegen mij

geroepen als hij weer in een psychose zat maar nooit met zoveel overtuiging als

vandaag. Ik ben ook bang omdat [verdachte] wel in staat is om deze bedreiging ook

daadwerkelijk waar te maken.

2.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , van 22 mei 2018, pagina’s 44 t/m 46, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige:

Dit was op zaterdag 5 mei 2018. Later deze avond, omstreeks 17:30 uur, had de buurman bij zichzelf de ramen ingegooid. Ik hoorde dat hij tegen de buurvrouw zei: 'Kanker wijf, ik sla je dood’.

Feit 4

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , van 5 mei 2018, pagina’s 41 t/m 43, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:

Op zaterdag 5 mei 2018 omstreeks 06:30 uur werd ik wakker van lawaai. Ik heb de buurman gevraagd of het wat stiller kon. Ik kreeg toen eigenlijk geen fatsoenlijk antwoord. Ik zag dat hij toen naar binnen liep en kwam met een luchtdruk geweer terug. Ik zag dat hij toen schoot op een ruit van een woning achter onze woning. Ik hoorde dat hij zei, is het raam kapot of zal ik jou door je oorlel schieten of woorden van gelijke strekking. Ik ben toen weer van de stoel afgestapt maar ik hoorde toen een schot, hij schoot mijn richting op. Het schot kwam tegen de schutting. Mijn schoonzusje van 10 stond erbij en was heel erg bang. Hij was heel intimiderend en ik voelde mij behoorlijk bedreigd. Mijn vriendin stond binnen, zij zag niet het geweer maar hoorde alles wel.

2.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , van 22 mei 2018, pagina’s 44 t/m 46, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige:

Dit was op zaterdag 5 mei 2018. [aangever] is toen naar buiten gegaan om de buurman te vragen of hij daar mee op kon houden omdat het nog zo vroeg was en wij hier last van hadden. Vervolgens liep de buurman naar binnen en pakte hij een luchtbuks. Ik hoorde de buurman naar binnen lopen. Ik heb de luchtbuks niet gezien. Ik hoorde dit van [aangever] . Hij vertelde mij dat de buurman een luchtbuks had opgehaald. Toen begon de buurman met de luchtbuks tegen de ramen van de achterburen aan te schieten. Ik heb hem niet daadwerkelijk zien schieten. Maar ik hoorde het wel. Ik hoorde een knal tegen het raam. Ik hoorde dat de buurman tegen [aangever] zei: ' Zie je een gat in het raam?' [aangever] antwoordde hierop: ' Nee dat zie ik niet.' Hier op volgend hoor ik de buurman tegen [aangever] zeggen: ' Zal ik tegen je oorlel schieten dan kun je zien dat er een gat in komt?' of woorden van gelijke strekking' [aangever] antwoordde hierop: ' Doe dat maar niet.' [aangever] is van de stoel afgekomen en naar binnen gegaan. Op het moment dat de buurman tegen [aangever] zei dat hij wel tegen z'n oorlel aan zou schieten, werd ik wel bang. Ik dacht, wat gaat die man nog meer doen?

3.

Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , van 5 mei 2018, pagina’s 47 t/m 48, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten:

Op zaterdag 5 mei 2018 omstreeks 16:14 uur kregen wij, verbalisanten de opdracht van

het Operationele Centrum Hengelo om te gaan naar de [adres] te [woonplaats] in

verband met een vernieling van een schutting en er werden bedreigingen geuit. Op het moment dat ik, verbalisant, in de woning was van [verdachte] en [aangeefster 2] zag
ik, in de eerste ruimte aan de rechter zijde, een luchtbuks staan. Ik hoorde [aangeefster 2]
zeggen dat deze luchtbuks van [verdachte] was en dat hij hiermee heeft staan
dreigen vandaag.