Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:3258

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-09-2019
Datum publicatie
16-09-2019
Zaaknummer
08-760017-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 36-jarige man tot een gevangenisstraf van 36 maanden en het betalen van een schadevergoeding van ruim 1400 euro. De man heeft samen met anderen het slachtoffer op een zeer brutale wijze in zijn woning overvallen en beroofd van onder andere een televisie en zijn portemonnee.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-760017-19 (P)

Datum vonnis: 16 september 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon of verblijfsplaats in Nederland,

nu verblijvende in de PI Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 26 april 2019, 17 juni 2019 en 2 september 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van officier van justitie mr. G. J. Jansen en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na een nadere omschrijving van de tenlastelegging op 17 juni 2019, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: samen met een of meer anderen, met geweld en bedreiging met geweld, goederen van [slachtoffer] heeft gestolen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 28 januari 2019,

te Diepenheim, gemeente Hof van Twente,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

-een televisie,

-een of meer flessen drank,

-een X-Box,

-een telefoon (Samsung Galaxy S6) en/of

-een ID-kaart (ten name van [slachtoffer] ),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- zich naar de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan [adres] )

heeft/hebben begeven en/of (vervolgens) de (voor)deur van die woning

heeft/hebben in-/open getrapt,

- (vervolgens) zich naar/in de slaapkamer van die [slachtoffer] heeft/hebben

begeven,

-(vervolgens) die - aldaar aanwezige - [slachtoffer] heeft/hebben meegedeeld -

zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer] 150 Euro, althans (een) geld(bedrag),

aan hem/hen, verdachte(n), moest betalen,

-(vervolgens) - nadat die [slachtoffer] had aangegeven (nu) geen geld te hebben -

die [slachtoffer] (meermalen) (met kracht) op/tegen het hoofd/gezicht heeft/hebben

geslagen/gestompt,

-(vervolgens) - toen die [slachtoffer] en/of verdachte(n) (weer) beneden (in de

woning) was/waren - (wederom) die [slachtoffer] (met kracht) op/tegen het

hoofd/gezicht heeft/hebben geslagen/gestompt en/of

-(vervolgens) - bij/tijdens het verlaten van de woning van die [slachtoffer] - die

[slachtoffer] heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat verdachte(n)

woensdag (30 januari) (tussen 20:00 en 21:00 uur) terug zou(den) komen voor de

150 Euro, althans voor (een) geld(bedrag);

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Aangever [slachtoffer] heeft verklaard2 dat hij op 28 januari 2019 iemand tegen de deur van zijn woning aan [adres] in Diepenheim hoorde trappen nadat hij was gaan slapen. Vervolgens kwamen een vrouw (die hij kent via [website] ) en een man in zijn slaapkamer. De man zei tegen aangever dat hij 150 euro moest betalen. Toen aangever zei dat hij dat niet had kreeg hij een vuistslag in zijn gezicht en vervolgens meerdere vuistslagen in zijn gezicht. Beneden kreeg aangever weer een vuistslag in zijn gezicht. Op enig moment kwam er een tweede vrouw binnen. Ze hebben een televisie, flessen drank, een Xbox, een telefoon (Samsung Galaxy S6) en zijn ID-kaart meegenomen. Voordat ze weg gingen riep de man nog dat zij woensdag tussen 20:00 en 21:00 uur terug zouden komen voor 150 euro.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard3 dat ze nog geld zou krijgen van aangever, die ze kent via [website] . Aangever had haar te kennen gegeven dat hij bepaalde wanneer betaald zou worden en daar was [medeverdachte 1] het niet mee eens. Daarom is zij op 28 januari 2019 met [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2] ) en [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) naar de woning van aangever gegaan. Daar trapte [verdachte] de voordeur van de woning in. [verdachte] rende naar boven en [medeverdachte 1] ging achter hem aan naar boven. Toen ze later beneden was en aangever met [verdachte] naar beneden kwam, zag ze dat aangever een bult boven zijn oog had die hij daarvoor niet had.

Verdachte heeft onder meer verklaard4 dat hij met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de woning van aangever is gegaan, dat hij aangever één keer heeft geslagen en dat er spullen van aangever zijn meegenomen.

Uit de geneeskundige verklaring5 van dr. J.H. Hegeman, chirurg, van 8 februari 2019 blijkt dat hij op 29 januari 2019 het volgende uitwendige letsel bij aangever heeft aangetroffen: zwelling oog links, pijn kaak links met zwelling lip, verminderd zicht oog links.

Bewijsoverwegingen

Gelet op voorgaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. De rechtbank is van oordeel dat daarbij sprake is geweest van een samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering van het ten laste gelegde. Daarmee acht de rechtbank het medeplegen bewezen.

Verdachte – op dat moment naar eigen zeggen ‘zo dronken als tienduizend man’ en ‘helemaal van de wereld’– heeft weliswaar ontkend dat hij aangever meer dan één keer heeft geslagen, maar zijn ontkenning is kennelijk alleen gebaseerd op de aanname ‘als ik hem twee klappen had gegeven was hij nooit meer opgestaan’. Dit is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van aangever.

De rechtbank acht gelet op de verklaring van aangever en de geneeskundige verklaring bewezen dat verdachte aangever meermalen in zijn gezicht heeft geslagen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 28 januari 2019,

te Diepenheim, gemeente Hof van Twente,

tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een televisie,

- flessen drank,

- een Xbox,

- een telefoon (Samsung Galaxy S6) en

- een ID-kaart (ten name van [slachtoffer] ),

toebehorende aan [slachtoffer] ,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te

maken,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- zich naar de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan [adres] )

hebben begeven en vervolgens de voordeur van die woning

heeft/hebben in-/open getrapt,

- vervolgens zich naar/in de slaapkamer van die [slachtoffer] heeft/hebben

begeven,

- vervolgens die - aldaar aanwezige - [slachtoffer] heeft/hebben meegedeeld -

zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer] 150 Euro, moest betalen,

- vervolgens - nadat die [slachtoffer] had aangegeven nu geen geld te hebben -

die [slachtoffer] meermalen met kracht op/tegen het hoofd/gezicht heeft/hebben

geslagen/gestompt,

- vervolgens - toen die [slachtoffer] en/of verdachte(n) weer beneden in de

woning was/waren - wederom die [slachtoffer] met kracht op/tegen het

hoofd/gezicht heeft/hebben geslagen/gestompt en/of

- vervolgens - bij/tijdens het verlaten van de woning van die [slachtoffer] - die

[slachtoffer] heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat verdachte(n)

woensdag tussen 20:00 en 21:00 uur terug zou(den) komen voor de

150 Euro;

De rechtbank heeft in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 42 maanden gevorderd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de straffen die aan de medeverdachten zijn opgelegd als uitgangspunt moeten worden genomen bij het bepalen van de op te leggen straf. Verder moet er rekening mee worden gehouden dat verdachte niet de instigator van de gebeurtenissen is geweest, niet liep in de proeftijd van een soortgelijk delict, geen voordeel heeft gegenereerd van het feit en langer dan noodzakelijk in voorlopige hechtenis verblijft als gevolg van miscommunicatie. Daarnaast zal de vordering van de benadeelde partij waarschijnlijk alleen in de zaak van verdachte worden toegewezen en blijkt uit de justitiële documentatie van verdachte dat hij vaak té lang in voorarrest heeft ondergaan. Rekening houdend met al die omstandigheden acht de raadsman een gevangenisstraf van achttien maanden passend.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft samen met anderen aangever [slachtoffer] op zeer brutale wijze in zijn woning overvallen en beroofd van onder andere een televisie en zijn portemonnee. In de late avond is de voordeur van zijn woning ingetrapt en is [slachtoffer] , die in bed lag, in zijn slaapkamer overdonderd. Hij is daarbij meermalen op zijn hoofd geslagen. Verdachte en zijn mededaders hebben met hun handelen ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit van [slachtoffer] . De woning is bij uitstek de plaats waar iemand zich veilig moet kunnen voelen en dat geldt nog sterker voor de slaapkamer wanneer iemand in bed ligt. Het handelen van verdachte en zijn mededaders heeft dat gevoel van veiligheid op grove wijze aangetast.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die aan medeverdachten [medeverdachte 1] (ECLI:NL:RBOVE:2019:2647) en [medeverdachte 2] (ECLI:NL:RBOVE:2019:2648) zijn opgelegd. Daarbij heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte een grote en agressieve rol in het geheel heeft gehad door onder meer het intrappen van de voordeur en het meermalen slaan van [slachtoffer] .

Ten nadele van verdachte heeft de rechtbank verder meegewogen dat uit het uittreksel van zijn justitiële documentatie van 27 juni 2019 blijkt dat hij al veelvuldig is veroordeeld, ook voor soortgelijke feiten. Uit het reclasseringsadvies van 18 april 2019 blijkt dat verdachte heeft geweigerd mee te werken aan het opstellen van een PJ-rapportage, waardoor geen recente diagnostiek beschikbaar is.

De rechtbank heeft kennis genomen van de omstandigheden waarop de raadsman heeft gewezen, maar ziet geen reden om daarmee in strafmatigende zin rekening te houden in de strafzaak van verdachte.

Alles afwegende acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Hij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een bedrag van

€ 1.429,44, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde schade bestaat uit € 579,44 wegens materiële schade en

€ 850,-- wegens immateriële schade.

De materiele schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    geschatte waarde Samsung Galaxy S6 ten tijde van de overval: € 180,--;

  • -

    wettelijk eigen risico in verband met ambulance vervoer: € 385,--;

  • -

    reiskosten in verband met bezoek politie: € 14,44.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering behoort te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook heeft de officier van justitie gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de vordering van de benadeelde partij niet betwist.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering van de benadeelde partij is niet door de verdediging betwist, voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de gevorderde schadevergoeding (een bedrag van € 1.429,44) daarom toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Omdat is voldaan aan de vereisten voor hoofdelijke aansprakelijkheid zal de rechtbank de vordering hoofdelijk toewijzen.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 36f Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te makenen om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] : van een bedrag van € 1.429,44, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.429,44, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 24 dagen zal worden toegepast (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. G.J. Stoové en mr. A.M. Rikken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 september 2019.

Mr. G.J. Stoové en mr. A.M. Rikken zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met registratienummer 2019043365. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , pagina 1 en 2.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , pagina 62 tot en met 66.

4 Verklaring ter terechtzitting van 2 september 2019.

5 Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 Sv, blad 3 van PL0600-2019043365-1 (dit betreft een losse bijlage aan het voornoemde proces-verbaal).