Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2863

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-05-2019
Datum publicatie
14-08-2019
Zaaknummer
17/141 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending van de afdrachtplicht alsmede schending van de informatieplicht conform de WSNP.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team toezicht

Zittingsplaats Zwolle

insolventienummer: 17/141 R

uitspraakdatum: 20 mei 2019

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de wettelijke schuldsaneringsregeling van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,

verder te noemen: [verzoekster] .

In deze schuldsaneringsregeling is mevrouw J. van de Pol, kantoorhoudende te Zwolle, tot bewindvoerder benoemd.

Het procesverloop

De rechter-commissaris heeft op 12 april 2019 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.

Op 9 mei 2019 is een brief van de advocaat van [verzoekster] ter griffie ontvangen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 13 mei 2019. Ter zitting is [verzoekster] , samen met haar advocaat, mr. P.W.M. Soekhai, en een kennis, de heer [adres 2] , verschenen. Tevens is de bewindvoerder verschenen.

Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling

De voordracht:

De voordracht wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.

Kort weergegeven heeft de rechter-commissaris bij voordracht om tussentijdse beëindiging van deze schuldsaneringsregeling verzocht, omdat [verzoekster] een boedelachterstand heeft laten ontstaan.

Uit een brief van 7 maart 2019 is gebleken dat [verzoekster] een voorschot van een schadevergoeding heeft ontvangen van ongeveer € 7.600,00. Van dit bedrag resteert nog

€ 3.500,00. Bij e-mail van 12 maart 2019 heeft de rechter-commissaris besloten dat

€ 3.500,00 naar de boedel moet worden overgemaakt. Gebleken is dat [verzoekster] dit bedrag consumptief heeft besteed. Als maximaal haalbare betalingsregeling stelt [verzoekster] voor om € 25,00 per maand af te lossen aan de boedel. Indien de schuldsaneringsregeling zou worden verlengd met de maximale termijn, dan kan de boedelachterstand met deze betalingsregeling alsnog niet worden voldaan.

De – zakelijk weergeven – toelichting van de bewindvoerder:

De bewindvoerder is het eens met de voordracht van de rechter-commissaris. Er is een boedelachterstand van € 3.500,00 ontstaan. Daarnaast heeft [verzoekster] de informatieverplichting op grove wijze geschonden. De bewindvoerder wist immers niet af van (het recht op) een schadevergoeding, de uitkering van het voorschot en de onlangs ontvangen vaststellingsovereenkomst voor de slotuitkering. [verzoekster] had de bewindvoerder moeten informeren over de aanspraak op een schadevergoeding en dat heeft zij nagelaten. Daarnaast had [verzoekster] het bedrag moeten reserveren en niet consumptief moeten besteden.

De – zakelijk weergeven - toelichting van en namens [verzoekster] :

De advocaat heeft, ten behoeve van een succesvol verloop van de schuldsaneringsregeling, het letselschadedossier geprobeerd op de kortst mogelijke termijn af te wikkelen. Inmiddels is een vaststellingsovereenkomst opgesteld op grond waarvan een slotuitkering van

€ 11.750,00 zal worden gedaan. [verzoekster] is bereid om dit (volledige) bedrag, dus inclusief de materiële schadevergoeding, ter compensatie van de boedelachterstand naar de boedelrekening over te maken. Daarbij dient wel te worden opgemerkt dat [verzoekster] nog kosten maakt voor haar medische herstel. De advocaat heeft berekend dat een bedrag van

€ 1.605,00 moet worden vrijgelaten voor de (medische) herstelkosten.

Over de informatieverplichting heeft [verzoekster] verklaard dat zij het geld nodig had voor de kosten van haar (medische) herstel. [verzoekster] heeft de bewindvoerder niet gemeld dat zij aanspraak zou maken op een schadevergoeding en over het verdere verloop van de letselzaak.

De motivering van de beslissing:

De rechtbank overweegt de voordracht van de rechter-commissaris als volgt.

Ter zitting is gebleken dat de boedelachterstand op dit moment € 3.500,00 bedraagt. De advocaat heeft berekend dat een bedrag van € 1.605,00 ineens kan worden betaald voor gedeeltelijke aflossing van de boedelachterstand. Er resteert dan een bedrag van € 1.895,00. [verzoekster] moet deze boedelachterstand aflossen voor het einde van de reguliere looptijd.

[verzoekster] heeft, in de periode voorafgaand aan de zitting, voor de voldoening van de resterende boedelachterstand, een betalingsregeling van € 25,00 per maand aan de bewindvoerder voorgesteld. Deze schuldsaneringsregeling eindigt regulier op 13 februari 2020. Gedurende de reguliere looptijd kan bij deze betalingsregeling een totaalbedrag worden afgelost van € 225,00. Zelfs bij een (maximale) verlenging van de schuldsaneringsregeling met 24 maanden kan de boedelachterstand met deze betalingsregeling niet tijdig worden afgelost. Tijdens de zitting is er geen (verbeterde) haalbare betalingsregeling voorgesteld. De rechtbank stelt hierdoor vast dat [verzoekster] de boedelachterstand niet voor het einde van de schuldsaneringsregeling kan en zal aflossen.

Nu [verzoekster] geen haalbare betalingsregeling heeft voorgesteld is de rechtbank van oordeel dat [verzoekster] een boedelachterstand van € 1.895,00 heeft laten ontstaan en deze niet voor het einde van de looptijd kan worden afgelost.

Verder overweegt de rechtbank het volgende. [verzoekster] heeft een voorschot van de schadevergoeding ontvangen. [verzoekster] heeft de bewindvoerder op geen enkele wijze geïnformeerd over het recht op, de aanvraag en de ontvangst van (het voorschot) van de schadevergoeding. De bewindvoerder heeft bij controle van de bankafschriften geconstateerd dat [verzoekster] een (voorschot op de) schadevergoeding heeft ontvangen. Het had op de weg gelegen van [verzoekster] om de bewindvoerder actief te informeren over het recht op, de aanvraag en de ontvangst van (het voorschot van) de schadevergoeding. [verzoekster] erkent ook dat zij heeft nagelaten de bewindvoerder te informeren.

Nu [verzoekster] heeft bevestigd dat zij de bewindvoerder niet heeft geïnformeerd over de schadevergoeding stelt de rechtbank vast zij is tekortgeschoten in de nakoming van de informatieplicht. De rechtbank verwijt [verzoekster] dit ten zeerste.

Al het vorenstaande overwegende is de rechtbank van oordeel dat de schuldsaneringsregeling van [verzoekster] tussentijds moet worden beëindigd. [verzoekster] heeft immers een boedelachterstand van € 1.895,00 laten ontstaan en heeft de informatieplicht in ernstige mate geschonden.

De rechtbank zal de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigen op grond van artikel 350 derde lid onder c Faillissementswet (Fw).

Gebleken is dat er momenteel nog geen baten zijn om de vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Binnen afzienbare tijd wordt echter een schadevergoeding uitgekeerd en om die reden verkeert [verzoekster] op grond van artikel 350 vijfde lid Faillissementswet in staat van faillissement zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.

De rechtbank zal de vergoeding en het salaris van de bewindvoerder vaststellen als hiernavolgend te bepalen.

De beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- verstaat dat [verzoekster] in staat van faillissement verkeert zodra dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en benoemt in het faillissement tot
rechter-commissaris
mr. A.E. Zweers,

en tot curator mevrouw J. van de Pol

Postbus 1039

8001 BA Zwolle;

- geeft last aan de curator tot het openen van aan [verzoekster] gerichte brieven en telegrammen;

- berekent het bedrag van de vergoeding van de bewindvoerder € 2.762,96 (inclusief onkosten en omzetbelasting);

- stelt het salaris van de bewindvoerder (inclusief onkosten en omzetbelasting) vast op het

voor salaris beschikbare saldo van € 109,84 en brengt dit bedrag ten laste van de boedel.

Gewezen door mr. M.C. Bosch, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.

De schuldenaar heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend worden ingesteld bij een door een advocaat ondertekend verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.