Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2857

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-08-2019
Datum publicatie
13-08-2019
Zaaknummer
7410621 WM VERZ 18-193
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het betrokken bedrijf betwijfelt de juiste werking van de flitspaal aan de N35 tussen Wierden en Nijverdal. Na plaatsing van nieuwe, op 6 juni 2018 geijkte meetapparatuur krijgen zijn chauffeurs daar plots boetes. De kantonrechter vergelijkt de statistische gegevens van de metingen van die flitspaal in de zes maanden voor en na 6 juni 2018. De circa 300.000 passerende auto’s per maand, laten na 6 juni 2018 geen hogere gemiddelde snelheid per maand zien dan in de zes maanden vóór die datum. Beroep ongegrond.

Naschrift: In het geciteerde ECLI-nummer is een vergissing gemaakt, en verbeterd. ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0058 komt in de plaats van ECLI:NL:HR:2000:ZJ0058

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

tevens aantekening mondelinge beslissing Wahv

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht - zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 7410621 WM VERZ 18-193

CJIB-nummer : 219637395

In de zaak met het hierboven genoemde zaaknummer heeft

[bedrijf 1]

hierna te noemen: betrokkene

namens deze:

[bedrijf 2]

Vertegenwoordigd door [gemachtigde]

[adres]

[woonplaats]

hierna te noemen: gemachtigde

een beroepschrift ingediend. Op de openbare zitting van 1 augustus 2019 heeft mr. F.C. Berg, kantonrechter, gemachtigde/bedrijfsmanager en namens de officier van justitie mr. T. Bontekoe gehoord.

Het volgende is ter zitting voorgevallen, besproken en door de kantonrechter overwogen:

Aan betrokkene is op 10 september 2018 een sanctie opgelegd van € 88 vermeerderd met € 9 administratiekosten, ter zake van een bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) omschreven gedraging die in strijd is met een op het verkeer betrekking hebbend voorschrift, te weten: VF010 Overschrijding maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom, met 10 km/uur, door (na correctie) 90 km/uur te rijden in plaats van maximaal 80 km/uur gepleegd op 24 augustus 2018 om 03.44 uur op de N35 Nijverdalse-straat kruising Notterseweg in de gemeente Wierden, gepleegd met het voertuig met kenteken [kenteken] .

Betrokkene heeft op 2 oktober 2018 administratief beroep ingesteld tegen de sanctie. Hij tekent tegelijk ook beroep aan tegen zes beslissingen op administratief beroep en tegen twee andere sancties. Hij voert aan dat de zes zaken met een beslissing van de officier van justitie zijn opgelegd voor ritten door één chauffeur die al 15 jaar rijdt en die nooit een bekeuring krijgt. Onderzoek leert betrokkene dat deze flitspaal op 6 juni 2018 geijkt is en dat alle sancties daarna zijn opgelegd. Vanaf 6 september 2018 berijdt de chauffeur een nieuwe vrachtwagen en deze is geijkt. Op 13 september 2018 heeft betrokkene deze opnieuw laten ijken. De drie overtredingen waarin administratief beroep wordt ingesteld zijn begaan door een vervangende chauffeur, in twee gevallen (onder deze het onderhavige voertuig) met dezelfde vrachtwagen begaan. De auto’s zijn begrenst op 89 km/uur.

In de zaak van de sanctie met CJIB-nummer [nummer] heeft betrokkene Scania Zweden gevraagd om informatie. Die laat zien dat de bij die plaats gemeten snelheid verschilt van de door de flitspaal gemeten snelheid. De geijkte tachograaf geeft een snelheid van 81 km/uur in plaats van 92 km/uur. Verder heeft betrokkene enkele vragen. Hij legt diverse documenten over.

Aan het dossier zijn foto’s van de gedraging toegevoegd.

De officier van justitie heeft het beroep in deze zaak op 18 oktober 2018 ongegrond verklaard, omdat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de beschikkingsgegevens. Daarnaast moet de tachograaf volgens vaste jurisprudentie worden beschouwd als snelheidsmeter die onvoldoende nauwkeurig is om de gereden snelheid juist te kunnen vaststellen, in tegenstelling tot de door de door de politie op de voorgeschreven wijze gebruikte meetapparatuur. Op 26 oktober 2018 heeft het CJIB de beslissing nogmaals meegedeeld.

Op 29 oktober 2018 heeft betrokkene beroep ingediend tegen deze beslissing. Betrokkene heeft naar het eerdere standpunt verwezen.

Ter zitting op 17 januari 2019 heeft de kantonrechter de officier van justitie gevraagd naar een uitspraak die deel uitmaakt van de “vaste jurisprudentie” waarnaar is verwezen. Dat blijkt ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0058 te zijn. De kantonrechter houdt betrokkene voor dat het NMI naar zijn weten betrouwbare rapportages afgeeft. Ook ziet hij in zijn zittingen niet ineens opvallend veel meer beroepszaken met klachten over specifiek deze flitspaal, terwijl veel mensen met cruise control rijden, en dat hij er zelf ook probleemloos regelmatig langsrijdt. Opvallend is dat beide boetes gedragingen betreffen die diep in de nacht zijn begaan, oftewel wanneer de weg doorgaans vrij is en er sneller zou kunnen worden gereden dan de verkeersregels toestaan.

Betrokkene heeft meegedeeld dat de meegekomen persoon de chauffeur is geweest die beide boetes kreeg waarvan vandaag het beroep wordt behandeld. Hij rijdt al 19 jaar langs deze route zonder sancties. Naar aanleiding van de boetes heeft het bedrijf de vrachtwagen extra vroeg laten ijken. Daarbij is geen noemenswaardig verschil gebleken. Kennelijk heeft het verkeer door dat er iets met de flitspaal aan de hand is want men rijdt nu langzamer langs dit punt. Zijn chauffeurs passen wel op want zij moeten overtredingen zelf betalen.

De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Het NMI geeft jaarlijks een verklaring af na ijking. De tachograafschijf is niet zuiver omdat die geen rekening houdt met onder meer de bandenspanning.

De kantonrechter heeft vervolgens aangegeven dat hij graag zou willen weten of vóór 6 juni 2018 een andere combinatie van meetapparatuur en camera en dergelijke aanwezig was in het zelfde flitskastje. Hij wilde daarom graag de NMI-verklaring van de apparatuur van vóór 6 juni 2018. Ook wilde de kantonrechter graag van de officier van justitie een overzicht dat het CJIB mogelijk kan geven over deze specifieke flitspaal, per maand van de zes maanden vóór 6 juni 2018 en van de zes maanden na 6 juni 2018, liefst van de zesde dag van elke maand tot de zesde van de maand erna. De kantonrechter zou in de overzichten graag het aantal snelheidsovertredingen per maand kunnen lezen en als dat kan ook de gemiddelde snelheidsoverschrijding in elk van die maanden. Ook verzocht de kantonrechter de officier van justitie om na te gaan of het NMI bereid zou zijn om een reactie te geven op de stellingen en overgelegde documenten van betrokkene in het dossier.

De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting in deze zaak vervolgens voor enkele maanden aangehouden om de officier van justitie gelegenheid te geven om de verzochte onderzoekshandelingen te laten verrichten.

Op 27 mei 2019 heeft de rechtbank vervolgens een brief van de officier van justitie van 22 mei 2019 ontvangen. Deze is ook aan betrokkene doorgestuurd. In de brief wordt verhaald wat de heer [naam] , verkeersdeskundige van de sectie verkeershandhaving bij Dienstverleningsorganisatie Openbaar Ministerie (DVOM) aan de officier van justitie heeft laten weten, te weten, onder meer dat op 6 juni 2018 een andere meeteenheid in de mast HM-3552 is geïnstalleerd. Een certificaat van keuring op 6 juli 2017 van die eerdere set door het NMI is bijgevoegd. De kantonrechter leest daarin dat het een snelheidsmeter en een camera betreft, beide van hetzelfde merk en type als de apparatuur die elf maanden later zijn geplaatst, maar wel elk met een ander nummer. Ook bijgevoegd is een overzicht van passages en aantallen opgelegde sanctie in de door de kantonrechter gewenste periodes overgelegd. De verkeersdeskundige heeft daarover nog verklaard dat er verschillen kunnen optreden tussen de verschillende combinaties van apparatuur omdat die onder laboratoriumomstandigheden zijn getest en dan 1% naar boven en naar onderen van de norm mogen afwijken, zodat ze per saldo maximaal ongeveer 2% van elkaar kunnen verschillen. Hij wijst erop dat de verschillen buiten het laboratorium niet 1% maar wel 3% kunnen zijn en dat niet voor niets op een 80-kmweg een meetcorrectie van 3 km/uur plaatsvindt en dat er een ondergrens is voor een boete vanaf een overschrijding met tenminste 4 km/uur.

Het overzicht dat de officier van justitie bij de brief van 3 juli 2019 voegt geeft het volgende weer.

HM-3552

Periode

Maand

#Passages

#Overtredingen

Gemiddelde snelheid

Overtredingsratio

07-12-2017 - 06-01-2018

12

240.699

382

65 km/h

0,1587

07-01-2018 - 06-02-2018

1

282.054

360

64 km/h

0,1276

07-02-2018 - 06-03-2018

2

253.231

344

66 km/h

0,1358

07-03-2018 - 06-04-2018

3

299.189

394

64 km/h

0,1317

07-04-2018 - 06-05-2018

4

285.800

465

64 km/h

0,1627

07-05-2018 - 06-06-2018

5

304.064

422

63 km/h

0,1388

07-06-2018 - 06-07-2018

6

303.653

524

63 km/h

0,1726

07-07-2018 - 06-08-2018

7

314.826

668

64 km/h

0,2122

07-08-2018 - 06-09-2018

8

300.128

752

66 km/h

0,2506

07-09-2018 - 06-10-2018

9

307.742

572

64 km/h

0,1859

07-10-2018 - 06-11-2018

10

313.506

519

63 km/h

0,1656

07-11-2018 - 06-12-2018

11

297.429

466

64 km/h

0,1567

Gemiddeld jaar

291.860

489

64 km/h

0,1656

De overtredingsratio is daaronder in een grafiek weergegeven. Ook is een opmerking vermeld: Overige jaren laten een zelfde seizoensverloop in het aantal overtredingen zien. De herkeuring en daarmee de wissel van het meetmiddel laat geen verandering zien van het aantal overtredingen op deze locatie.

Op 3 juli 2019 heeft de officier van justitie per email laten weten aan de kantonrechter wat de reactie van het NMI is op het gedane verzoek. Kort gezegd komt het erop neer dat het NMI geen uitspraak kan doen op stellingen van betrokkene zonder dat het beschikt over voldoende informatie. Het NMI deelt mee dat het geen klachten heeft ontvangen [vraag kantonrechter: over de apparatuur op deze locatie?] of afwijkingen geconstateerd in de keuringsprocedure die aanleiding zouden kunnen zijn tot twijfel over de uitgevoerde keuringen aan de onderhavige snelheidsmeters.

Ter zitting van de kantonrechter op 1 augustus 2019 heeft de kantonrechter betrokkene een kopie van de email van 3 juli 2019 ter hand verstrekt en gelegenheid gegeven om deze te bestuderen.

Betrokkene heeft naar voren gebracht dat uit de tabel en de grafiek blijkt dat het aantal overtredingen in de zomer opvallend hoger is dan vóór de zomer. Dat is in juli en augustus bijna dubbel zo hoog als in de winter. Dat kan niet verklaard worden uit afwijkingen van 1 tot 3%. En ook aan de mededeling over het in overige jaren overeenkomend seizoensverloop twijfelt betrokkene. Nergens blijkt waarop deze verklaring wordt gebaseerd. Ook is niet duidelijk waarom er een seizoensverloop is dat dan toevallig net na het plaatsen van een nieuwe meetset op 6 juni 2018 zoveel meer overtredingen laat zien. En nog altijd geeft deze informatie geen antwoord op de vraag hoe een op 89 km/uur begrensd voertuig zo hard kan rijden als na aftrek is gemeten, terwijl de chauffeur betrouwbaar is en nooit te hard rijdt, en terwijl de tachograaf nieuw was en opnieuw geijkt is, en net als de GPS heel ander beeld laat zien.

De kantonrechter heeft ter zitting gezegd dat het hem niet zo vreemd voorkomt dat op deze weg, waarop 80/uur mag worden gereden, gemeten over het jaar gemiddeld 64 km/uur is gereden. Immers, er is bij het meetpunt sprake van een kruising met twee kleine weggetjes waarop spaarzaam verkeer rijdt. Er mag door alle bestuurders alleen rechtdoor worden gereden. Links of rechts afslaan mag niet. De verkeerslichtinstallatie op de kruising is zodanig ingesteld, wijst de ervaring van de kantonrechter uit, dat het licht op de N35 alleen rood wordt als er op een van de zijweggetjes verkeersaanbod is. Dus slechts zeer af en toe staat het verkeer op de N35 stil en passeert het verkeer vervolgens, na het weer groen worden van het verkeerslicht, met geringe snelheid. Relatief veel verkeer passeert daarom met een snelheid van niet veel minder dan 80 km/uur, neemt de kantonrechter aan. Betrokkene kan zich grosso modo in deze veronderstelde feiten en gedachten ten aanzien van die gemiddelde snelheid van 64 km/uur vinden.

De officier van justitie stelt zich ter zitting op het standpunt dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

De kantonrechter heeft het onderzoek gesloten en meteen uitspraak gedaan.

Hij overweegt als volgt.

Het beroep is tijdig ingesteld en betrokkene heeft binnen de bij de Wahv bepaalde termijn zekerheid gesteld, zodat het beroep ontvankelijk is.

In beginsel mag de officier van justitie die het administratief beroep tegen de sanctie beoordeelt, uitgaan van de juistheid van de waarnemingen van de verbalisant zoals die blijken uit het dossier. Hetzelfde geldt voor de kantonrechter in de fase van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. Dat beginsel lijdt uitzondering als door betrokkene feiten en omstandigheden worden gesteld die in redelijkheid aanleiding geven tot twijfel aan de juistheid van die waarnemingen, of als zulke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.

In dit geval heeft de verbalisant aangegeven dat hij een snelheidsovertreding heeft waargenomen die digitaal was vastgelegd, waarbij gemeten was een snelheid van 93 km/uur die na correctie 90 km/uur bedroeg. Hij stelde dat vast “met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel”. De radarapparatuur was gemonteerd op een flitspaal.

De kantonrechter kan zich goed voorstellen dat betrokkene niet op voorhand overtuigd was van de juistheid van de waarnemingen en de vaststelling van de werkelijke snelheid danwel het getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt zijn, danwel de bruikbaarheid van die apparatuur als ze wel correct getest en goedgekeurd zijn. Als het immers zo is dat snelheidsmeting volgens GPSgegevens, de snelheidsmeting op de tachograafschijf, de snelheidsbegrenzing van het voertuig en een ijking en een herijking serieus mogen zijn verwacht te zijn uitgevoerd, dan bevreemdt het betrokkene begrijpelijk dat de resultaten van de snelheidsmeting door de apparatuur in de flitspaal zo anders zijn dan betrokkene voor mogelijk houdt. Zeker als het zo is dat zijn chauffeurs na 6 juni 2018 aanmerkelijk meer boetes krijgen voor snelheidsovertredingen op die plaats dan voorheen, en als blijkt dat voor 6 juni 2018 andere apparatuur aanwezig was in de flitskast, dan geeft dat betrokkene voorstelbaar te denken. Het is ook niet voor niets dat de kantonrechter graag nadere informatie wilde hebben over de ter plaatste gemeten snelheden voor en na 6 juni 2018 en de gebruikte apparatuur.

De kantonrechter heeft inmiddels de verklaringen van het NMI waaruit blijkt dat inderdaad de apparatuur die op 6 juni 2018 is aangebracht niet dezelfde is die in de elf maanden daaraan voorafgaand aanwezig was. Het blijkt wel te gaan om merk- en type-identieke apparatuur.

De kantonrechter heeft uit het dossier of uit hetgeen naar voren is gebracht geen concrete aanwijzingen gekregen dat in redelijkheid getwijfeld moet worden aan de juistheid van de mededeling van de als een deskundige op te vatten instantie, het NMI, dat op correcte wijze onderzoek heeft plaatsgevonden en dat het onderzoek aan beide sets van meetapparatuur voldoet aan wat ervan verwacht mag worden. Gelet op wat de verkeersdeskundige erover verklaart is dat in elk geval dat er geen grotere afwijking dan 3% van de werkelijke snelheid is in de gemeten snelheid in de praktijk buiten het laboratorium.

Ook heeft de kantonrechter geen enkele concrete reden om te twijfelen aan de opmerking, kennelijk van het CJIB danwel van de verkeersdeskundige, dat sprake is van een ook in andere jaren waargenomen seizoensverloop. De kantonrechter kan zich zeker in de zomer ook wel een relatieve verhoging van het aantal overtredingen voorstellen. De flitspaal staat immers, zoals ook ter zitting niet is weersproken, in een omgeving waar in de zomer veel toeristenverkeer is. Juist toeristen uit andere streken mogen geacht worden onbekend te zijn met deze flitspaal bij de kruising en verkeerslichtinstallatie langs deze lange rechte weg N35. Wie er niet mee bekend is zal, anders dan beroepsmatig regelmatig passerende chauffeurs, veel gemakkelijker door de flitspaal verrast worden en met een te hoge snelheid passeren. Juist in de periode van 7 juli tot 6 september kan daarom gedacht worden aan minder chauffeurs die voor hun werk passeren en die met de paal bekend zijn en er bewust rekening mee houden, en meer chauffeurs die de paal niet kennen en er dus geen rekening mee houden. Als het aantal passanten in de zomer in totaal groter is dan buiten de zomer – en dat is het geval – dan mag dus een extra verhoogd aantal overtredingen worden verwacht. Dat de overtredingsratio vanaf de periode 7 juni - 6 juli tot de periode 7 augustus - 6 september stijgt van 0,1726 naar 0,2506 is op zichzelf dus niet verrassend.

De kantonrechter stelt vast dat in de tabellen is te lezen dat het grootst aantal voertuigen dat per maand passeert, juist in de periode 7 juli tot 6 augustus passeert. Ook stelt de kantonrechter vast dat hoogste gemiddelde snelheid per maand die in de periode 7 augustus tot 6 september is. Dat is consistent met de verwachting dat er dan relatief meer toeristen van buiten Twente passeren en dat er minder dan normaal lokaal bekende, naar of van het werk of voor hun werk rijdende chauffeurs passeren.

De kantonrechter stelt verder vast dat de gemiddelde snelheid in de gehele periode van 7 december 2017 tot 6 december 2018 nauwelijks fluctueert. Deze varieert van een minimum van gemiddeld 63 km/uur per maand in de maanden 4, 5 en 10 tot gemiddeld 66 km/u per maand in de maanden 2 en 8. Bovendien lijkt deze gemiddelde snelheid per maand buiten de zomerperiode van de maanden 6, 7 en 8 enigszins recht evenredig aan de verkeersdrukte. Over die negen maanden lijkt namelijk gezegd te kunnen worden dat enige correlatie bestaat tussen de aantallen passanten en de gemiddelde snelheid. In de drukke maanden van de negen “niet-zomermaanden” ligt de gemiddelde snelheid net iets lager. 313000 passanten: 63 km/u, 304.000: 63 km/u, 307.000: 64 km/u, 299.000: 64 km/u 297.000: 64 km/u, 285.000: 64 km/u, 282.000: 64 km/u, 240.000: 65 km/u en 253.000 66 km/u. Het zijn al deze vaststellingen die naar het oordeel van de kantonrechter van bijzonder groot gewicht zijn. Immers, als de merken en types van de meetapparatuur overeenkomen, dan ligt minder voor de hand dat het onderzoek van de een en het onderzoek van de andere volgens dezelfde testmethode een in de praktijk afwijkende uitkomst heeft. Zouden ze beide op dezelfde manier fout zijn getest dan ligt niet voor de hand dat toch een verschil in meetresultaten zou ontstaan voor en na 6 juni 2018. Als de oudste apparatuurcombinatie dan wel goed getest zou zijn en de latere, op 6 juni 2018 geplaatste niet, dan zou verwacht mogen worden dat de oude apparatuur bij de 304.064 voertuigen die van 7 mei 2018 tot 6 juni 2018 passeerden, een aanzienlijk lagere gemiddelde snelheid zou meten dan de gemiddelde snelheid die de nieuwe apparatuur bij de 303.653 voertuigen meet die van 7 juni 2018 tot 6 juli 2018 passeerden. De gemiddelde snelheid in beide maanden is echter 63 km/uur. Het gemiddelde van de in de zes maanden ná 6 juni 2018 gemeten gemiddelden is bovendien exact hetzelfde als het gemiddelde van de gemiddeld gemeten snelheid in de zes maanden vóór het vervangen van de meetapparatuur. Doordat de gemiddelde snelheid in de maand na 6 juli 64 km is en de maand erna zelfs 66 km/uur kan naar het oordeel van de kantonrechter nog niet een relevante afwijking genoemd worden ten opzichte van de meetresultaten van vóór 6 juni 2018. Met rond de 300.000 passerende voertuigen per maand zijn de vastgestelde overeenkomsten voor en na 6 juni niet goed denkbaar als de set van 6 juni 2018 en daarna veel eerder, namelijk tenminste 4 km/uur eerder bij passerend verkeer zou meten dat de 80 km/uur wordt overschreden. Dan zou toch een duidelijk cesuur zichtbaar moeten zijn waarbij de gemiddelde snelheid na 6 juni 2018 tegen de 68 km/uur zou moeten liggen? En ligt het dan niet voor de hand dat het aantal snelheidsovertredingen na 6 juni 2018 ook fors hoger zou liggen dan de in de zomer vastgestelde ongeveer 200 extra overtredingen op 300.000 voertuigen? Met rond de 300.000 passerende voertuigen per maand is het niet opvallen van een verschil in de gemiddelde snelheid voor en na 6 juni 2018 naar de overtuiging van de kantonrechter statistisch zeer betekenisvol voor de vraag of de meetapparatuur na 6 juni 2018 een veel hogere dan de werkelijke snelheid vaststelt terwijl de apparatuur van daarvoor een veel lagere snelheid mat dan de apparatuur van na 6 juni 2018.

De conclusie die de kantonrechter trekt is daarom dat de juistheid van de verklaring van het NMI van de apparatuur van 6 juni 2018 en daarna ook nadrukkelijk ondersteund wordt door de statistieken die zijn ingebracht.

Bovendien zijn de statistieken naar het oordeel van de kantonrechter inconsistent met de stelling van betrokkene die erop neerkomt dat de meetapparatuur vanaf 6 juni 2018 een veel hogere en onjuiste snelheid meet bij de voertuigen die in werkelijkheid minder dan 80 km/uur rijden. Zelfs een snelheid van 89 en 90 km/uur wordt gemeten bij voertuigen die in werkelijkheid 84 of minder dan 84 km/uur rijden, volgens betrokkene. Naar het oordeel van de kantonrechter kan in de statistische gegevens voor die stellingen geen steun worden gevonden.

Door de officier van justitie was al aangegeven dat er omstandigheden kunnen zijn die de meting in de voertuigen kunnen beïnvloeden, zoals de bandenspanning en wind. Ook zouden andere factoren kunnen bestaan, zoals manipulatie of andere externe of in het voertuig gelegen oorzaken die de uitkomsten op GPS, tachograafschijf en dergelijke beïnvloeden. Bovendien is naar het oordeel van de kantonrechter door betrokkene onvoldoende naar voren gebracht dat de stellingen onderbouwt dat de snelheid niet zo kan zijn geweest als is gemeten, waardoor de kantonrechter ondanks de zojuist weergegeven overwegingen toch in redelijkheid moet worden getwijfeld aan de door de verbalisant vastgestelde snelheid. Wat door betrokkene naar voren is gebracht is in belangrijke mate ook door deskundigen zonder nadere informatie niet te verifiëren, zoals het NMI ook stelt. Dat moge onbevredigend zijn voor betrokkene maar het werpt onvoldoende grond op om te twijfelen aan de juistheid van de door het NMI geteste en bruikbaar bevonden meetapparatuur waarmee de snelheid is gemeten en zoals door de verbalisant is waargenomen en vastgesteld.

De conclusie is dat het beroep ongegrond verklaard moet worden.

Beslissing:

Verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.

Aldus gegeven te Almelo door mr. F.C. Berg, kantonrechter, en in tegenwoordigheid van mr. M.M.B. Cakir, griffier, uitgesproken ter openbare zitting van 1 augustus 2019.

In afschrift aan partijen verzonden op:

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken vanaf datum van toezending hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Het beroepschrift moet tijdig worden ingediend bij de Rechtbank Overijssel, sector straf/kanton/

Wahv, postbus 323, 7600 AH Almelo en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Het beroepschrift mag niet via e-mail worden ingediend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift om een zitting wordt gevraagd om uw standpunt mondeling toe te lichten.