Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2837

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-08-2019
Datum publicatie
14-08-2019
Zaaknummer
C/08/235336 / JE RK 19-1333
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kinderrechter oordeelt dat een schriftelijke aanwijzing aan de ouders van twee uit huis geplaatste kinderen moet vervallen. De aanwijzing aan de ouders is weliswaar nodig maar deze aanwijzing is niet duidelijk genoeg. Besluiten moeten duidelijk zijn geformuleerd, voldoende houvast bieden en niet voor verschillende uitleg vatbaar zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2019-0214
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familierecht en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Almelo

Zaakgegevens : C/08/235336 / JE RK 19-1333

datum uitspraak: 12 augustus 2019

beschikking conflictbehandeling schriftelijke aanwijzing

in de zaak tussen

[ouders] ,

hierna te noemen de ouders,

wonende te [woonplaats] ,

bijgestaan door mr. R.W. de Gruijl,

en

Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,

de gecertificeerde instelling,

hierna te noemen de GI,

gevestigd te Enschede.

betreffende

[kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [kind 1] ,

[kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [kind 2] .

Het procesverloop


Op 19 juli 2019 is het verzoek van de ouders tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing van 18 juli 2019 ingekomen bij de griffie.

Op 8 augustus 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de ouders, bijgestaan door hun advocaat,

- de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] , vertegenwoordigers van de GI.

De feiten


Het ouderlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

[kind 1] en [kind 2] zijn onder toezicht gesteld van de GI. Zij verblijven op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing in een (neutraal) pleeggezin. Bij beschikking van 17 juli 2019 is de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] verlengd tot 19 juli 2020 en is de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] en [kind 2] in het huidige pleeggezin verlengd tot 19 januari 2020.

De GI heeft aan ouders op 4 juli 2019 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende [kind 1] en [kind 2] , welke aanwijzing op 16 juli 2019 per e-mailbericht aan de advocaat van de ouders is verzonden. In de schriftelijke aanwijzing is het volgende opgenomen:

“De gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering geeft de volgende aanwijzingen:

  1. LJ&R krijgt zicht op uw pedagogische kennis en vaardigheden in het kader van ‘goed genoeg ouderschap’ (bijlage 1) waarbij u meewerkt aan een traject zoals LJ&R dat noodzakelijk acht (bijvoorbeeld opvoedondersteuning) en u de tips/adviezen opvolgt die u krijgt;

  2. U bent bereikbaar voor LJ&R en u kunt op een constructieve wijze communiceren en samenwerken met de jeugdbeschermers. Het LJ&R zal u eens per 4 weken uitnodigen voor een gesprek op kantoor, waarbij u de mogelijkheid krijgt om uw advocaat mee te nemen.”

Het verzoek


De ouders hebben verzocht de schriftelijke aanwijzing van de GI geheel vervallen te verklaren. De ouders zien niet in dat de mededeling van de GI dat de schriftelijke aanwijzing betrekking heeft op de voorwaarden voor het huidige verblijf, voor de omgang en voor een thuisplaatsing een deugdelijke motivering bevat. Het daadwerkelijke besluit bevat namelijk geen voorwaarden voor deze zaken.

Daarnaast bevat de schriftelijke aanwijzing diverse onjuistheden waardoor een onjuiste beeldvorming wordt geschetst. De ouders verzetten zich nadrukkelijk tegen de beeldvorming dat zij hun andere dochter [kind 3] om het leven hebben gebracht. Er is geen enkele onderbouwing voor dit verwijt. Ook tegen de beeldvorming over de risico’s van bekendheid van de huidige verblijfplaats van de kinderen, de onzekerheid over de pedagogische vaardigheden van de ouders en de door de GI gewenste risicotaxatie verzetten de ouders zich nu van dergelijke zorgen nooit eerder is gebleken. Volgens de ouders ziet de motivering van de schriftelijke aanwijzing met name op het ontbreken van de samenwerking tussen de ouders en de GI. De ouders hebben echter altijd aangegeven de samenwerking aan te willen gaan met de GI. Zij willen alleen tijd om het verlies van [kind 3] te kunnen verwerken. Dat de GI nu een schriftelijke aanwijzing geeft om de samenwerking af te dwingen, is niet helpend. Dreigen met een onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel is dat evenmin. De handelswijze van de GI belemmert zo keer op keer de samenwerking.

In de schriftelijke aanwijzing ontbreekt ook een concrete motivering van de daadwerkelijk vastgestelde besluiten. Zo vermeldt de schriftelijke aanwijzing niet waarom het noodzakelijk is dat de ouders meewerken met ieder traject dat door de GI noodzakelijk wordt geacht en ontbreekt een concrete motivering van het besluit met betrekking tot de verplichting om bereikbaar te zijn en om met de GI te communiceren en samenwerken, alsook dat maandelijks een gesprek plaatsvindt met de GI. De schriftelijke aanwijzing is zeer breed en ongeclausuleerd.

Vervallen verklaren van de schriftelijke aanwijzing is in het belang van de kinderen.

De ouders zijn nog immer bereid om gezamenlijk te overleggen om te bekijken wat in de onderhavige situatie noodzakelijk is. Het afgeven van een schriftelijke aanwijzing draagt daar niet aan bij.

De beoordeling

De kinderrechter kan op verzoek van een met het gezag belaste ouder of de minderjarige van twaalf jaar of ouder op grond van artikel 1:264 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren. Op grond van het derde lid van voormeld artikel bedraagt de termijn voor het indienen van een verzoek hiertoe twee weken en vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop de beslissing is verzonden of uitgereikt. Nu is komen vast te staan dat de schriftelijke aanwijzing op

16 juli 2019 aan de advocaat van de ouders is verzonden, en het verzoekschrift van de ouders is gedateerd op 18 juli 2019, is het verzoek van de ouders ontvankelijk.

Op grond van artikel 1:263 BW kan de GI ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige(n). Zij kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder(s) of de minderjarige(n) niet instemmen met, dan wel niet of onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige(n) weg te nemen.

De kinderrechter overweegt dat de GI dus alleen bevoegd is tot het geven van een schriftelijke aanwijzing als is voldaan aan de in voorgaande alinea gemelde gronden. Naar het oordeel van de kinderrechter is hier in casu sprake van. De schriftelijke aanwijzing is gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] omdat de GI door middel van de schriftelijke aanwijzing poogt in contact te komen met de ouders om de mogelijkheden te bespreken voor een omgangsregeling met hun kinderen en om het perspectief van [kind 1] en [kind 2] te kunnen onderzoeken. Daarnaast is gebleken dat de ouders geen medewerking verlenen aan voormeld plan van aanpak. Daaraan doet niet af dat, zoals ouders ter zitting hebben gesteld, dit plan zonder medewerking en inspraak van de ouders tot stand gekomen omdat een plan van aanpak ook zonder overeenstemming met de ouders kan worden vastgesteld. De GI was, gelet hierop, bevoegd tot het geven van de schriftelijke aanwijzing.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de GI haar bevoegdheid op een juiste wijze heeft aangewend. Vooropgesteld dient te worden dat de GI volgens de wet is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling en dat de kinderrechter slechts een toetsende taak heeft. De kinderrechter overweegt dat aan de jeugdbeschermer bij het geven van aanwijzingen in het kader van de uitoefening van het toezicht in een ondertoezichtstelling beleidsruimte toekomt en dat bij de toetsing van die aanwijzingen de kinderrechter die ruimte in beginsel dient te respecteren. Daarbij is onder meer van belang dat een beslissing zorgvuldig wordt genomen na het horen van de standpunten van alle betrokkenen en dat de beslissing goed wordt gemotiveerd. De schriftelijke aanwijzing mag niet in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Daar waar het gaat om aanwijzingen die zien op de omgang van het kind met een van de ouders toetst de kinderrechter in volle omvang of de gegeven aanwijzing in het belang van de minderjarige is.

De kinderrechter is van oordeel dat de GI onder de gegeven omstandigheden op een voldoende zorgvuldige wijze tot de schriftelijke aanwijzing is gekomen mede gelet op de omstandigheid dat er nauwelijks contact is tussen de ouders en de GI en de noodzaak van contact ter uitvoering van de ondertoezichtstelling. Toch kan de schriftelijke aanwijzing naar het oordeel van de kinderrechter niet in stand blijven. Hij overweegt daartoe dat het besluit in de schriftelijke aanwijzing onvoldoende gespecificeerd geformuleerd is en daarmee onvoldoende concreet is. Besluiten moeten duidelijk zijn geformuleerd, voldoende houvast bieden en niet voor verschillende uitleg vatbaar zijn.

Deze eis volgt uit het formele rechtszekerheidsbeginsel of duidelijkheidsbeginsel. De eis van duidelijkheid wordt vooral gesteld in het belang van de betrokken burgers. Zij hebben er recht op te weten waar zij rechtens aan toe zijn en welke rechtsgevolgen wanneer intreden.

De thans aan de orde zijnde schriftelijke aanwijzing is dusdanig geformuleerd dat de ouders in alle redelijkheid niet kunnen weten welke rechtsgevolgen het besluit voor hen heeft en aan welke voorwaarden zij moeten voldoen.

Zo wordt uit de schriftelijke aanwijzing onvoldoende duidelijk welke concrete trajecten de GI zal inzetten om zicht te krijgen op de pedagogische kennis en vaardigheden van de ouders (… waarbij u meewerkt aan een traject zoals LJ&R dat noodzakelijk acht…) en wordt onvoldoende duidelijk welke tips en adviezen de ouders zouden moeten opvolgen. Dit knelt temeer nu de GI wel een sanctie (een verzoek aan de Raad tot een onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel) aan het niet-meewerken lijkt te verbinden.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de ouders tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing toewijzen. De kinderrechter acht de schriftelijke aanwijzing in strijd met het duidelijkheidsbeginsel.

Ten overvloede overweegt de kinderrechter dat het voor [kind 1] en [kind 2] uiterst spijtig is dat de samenwerking tussen de ouders en de GI niet tot stand lijkt te komen. Zowel ouders als de GI beogen namelijk hetzelfde: omgang tussen ouders en hun kinderen en duidelijkheid over hun perspectief. Hoe langer de samenwerking tussen ouders en GI uitblijft, des te meer [kind 1] en [kind 2] van hun ouders verwijderd raken. Dat is voor geen van de betrokkenen van belang. De kinderrechter wenst het de ouders toe dat zij over hun pijn en verdriet heen kunnen stappen en alsnog de samenwerking met de GI zoeken, zodat aan deze schrijnende situatie op korte termijn een einde kan komen.

De beslissing


De kinderrechter:

- wijst het verzoek van de ouders tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing toe;

- verklaart de schriftelijke aanwijzing van 4 juli 2019, bekend gemaakt op 16 juli 2019 vervallen.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.M.B. Elferink, kinderrechter, in tegenwoordigheid van B. Vlietstra als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2019.

Afschrift verzonden aan:

gecertificeerde instelling

mr. R.W. de Gruijl