Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2804

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
30-07-2019
Datum publicatie
08-08-2019
Zaaknummer
7336571 \ CV EXPL 18-3828
Rechtsgebieden
Internationaal privaatrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkoop van een gestolen vrachtwagen. Weens Koopverdrag van toepassing, omdat dit door partijen niet is uitgesloten. Algemene voorwaarden verkoper niet van toepassing, omdat (verwijzing naar) algemene voorwaarden niet zijn opgesteld in een taal waarvan mag worden verwacht dat de wederpartij deze begrijpt. Sprake van een wezenlijke tekortkoming door de verkoper. Buitengerechtelijke ontbinding koopovereenkomst. Ongedaanmakingsverbintenissen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/462
NTHR 2019, af. 5, p. 249
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats

Zaaknummer : 7336571 \ CV EXPL 18-3828

Vonnis van 30 juli 2019

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht SYRMOS LEVANTIS S.A. ROTOSAL,
gevestigd en kantoorhoudende te Levadia,

eisende partij, hierna te noemen Syrmos Levantis,

gemachtigde: mr. T. Papachatzidis,

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. H.C.J. Coumou.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 januari 2019;

- de akte houdende eisvermeerdering en twee producties van de zijde van Syrmos Levantis van 29 april 2019, ten behoeve van de comparitie op 14 mei 2019;

- de akte houdende vier producties van de zijde van [gedaagde] van 8 mei 2019, ten behoeve van de comparitie op 14 mei 2019;

- het proces-verbaal van de comparitie na antwoord van 14 mei 2019;

- de akte uitlating en houdende vier producties van de zijde van [gedaagde] van 11 juni 2019;

- de brief van de zijde van Syrmos Levantis van 9 juni 2019, waarin zij bezwaar maakt tegen de akte uitlating en houdende vier producties van de zijde van [gedaagde] van 11 juni 2019;

- de rolberichten aan partijen van 11 juni 2019, waarin het bezwaar van Syrmos Levantis wordt afgewezen en haar eenmalig uitstel wordt verleend voor akte uitlating producties;

- de akte uitlating producties van de zijde van Syrmos Levantis van 25 juni 2019.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] handelt onder de naam Twente Trucks en houdt zich bezig met de in- en verkoop van onder meer vrachtwagens. Syrmos Levantis drijft in Griekenland een bedrijf dat mallen produceert en kunststofproducten verkoopt.

2.2.

Op 6 juni 2018 is door Syrmos Levantis als koper en [gedaagde] als verkoper, een koopovereenkomst (hierna: de koopovereenkomst) tot stand gekomen betreffende een vrachtwagen type Nissan NT 500 (hierna: de vrachtwagen). De koopprijs bedroeg € 17.750,00 en is op 6 juni 2018 ter plaatse door Syrmos Levantis voldaan, waarna de vrachtwagen aan Syrmos Levantis is overgedragen.

2.3.

Op 20 juni 2018 is de vrachtwagen bij de Griekse grens door de Griekse douane in beslag genomen, omdat deze als gestolen geregistreerd stond. Aan deze registratie ligt een aangifte van diefstal ten grondslag. Als producties 5 en 6 heeft Syrmos Levantis de Nederlandse vertaling overgelegd van de Griekse beslagstukken. Daarin staat dat het Italiaanse bedrijf Iccrea Bancaimpresa s.p.a. op 17 november 2017 aangifte van diefstal van de vrachtwagen heeft gedaan.

2.4.

Syrmos Levantis heeft [gedaagde] vervolgens op de hoogte gesteld van de inbeslagname.

2.5.

Op 6 juli 2018 heeft [gedaagde] bij de politie Oost-Nederland een ‘Melding Gestolen Voertuig’ gedaan, waarbij hij heeft aangegeven dat bij registratie van het voertuig in Griekenland, is gebleken dat het voertuig als gestolen gesignaleerd stond in Italië.

2.6.

Bij brief van 8 augustus 2018 heeft de gemachtigde van Syrmos Levantis [gedaagde] gesommeerd om haar kopieën te sturen van de koopovereenkomst en het betalingsbewijs met betrekking tot de aankoop van de vrachtwagen door [gedaagde] .

2.7.

Bij e-mail van 13 september 2018 heeft de gemachtigde van Syrmos Levantis aan [gedaagde] onder meer geschreven:

“Namens cliente ontbind ik de overeenkomst van koop die zij met u heeft gesloten en sommeer ik u tot terugbetaling van het aan u betaalde bedrag ad Euro 17.750 nu de auto niet voldoet aan de overeenkomst, althans vernietig ik deze namens cliente op grond van dwaling, althans zal ik (meer subsidiair) volledige schadevergoeding eisen. (…)

3 Het geschil

3.1.

Syrmos Levantis vordert - na vermeerdering en vermindering van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

I. voor recht te verklaren dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden op 13 september 2018, althans deze koopovereenkomst alsnog te ontbinden;

II. [gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, aan Syrmos Levantis terug te betalen het aankoopbedrag van € 17.750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2018, althans een door de kantonrechter te bepalen datum tot aan de dag van betaling;

III. [gedaagde] te veroordelen om aan Syrmos Levantis (aanvullende) schadevergoeding te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente tot aan de dag van betaling, waarbij de schadevergoeding een zodanige hoogte heeft dat de totale vordering van Syrmos Levantis maximaal € 25.000,00 bedraagt1;

Subsidiair

IV. voor recht te verklaren dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst buitengerechtelijk is vernietigd op 13 september 2018, althans deze koopovereenkomst alsnog te vernietigen wegens (wederzijdse) dwaling;

V. [gedaagde] als gevolg van de vernietiging te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, aan Syrmos Levantis ten titel van onverschuldigde betaling, te betalen het aankoopbedrag van € 17.750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2018 tot aan de dag van betaling;

VI. [gedaagde] te veroordelen om aan Syrmos Levantis (aanvullende) schadevergoeding te betalen, althans Syrmos Levantis compenseert zulks op grond van onrechtmatige daad, waarbij de schadevergoeding een zodanige hoogte heeft dat de totale vordering van Syrmos Levantis maximaal € 25.000,00 bedraagt;

Primair en subsidiair

VII. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 952,50;

VIII. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

Aan haar vorderingen legt Syrmos Levantis primair ten grondslag dat zij de koopovereenkomst op 13 september 2018 buitengerechtelijk heeft ontbonden, omdat de vrachtwagen als gestolen staat geregistreerd. Volgens Syrmos Levantis is sprake van non-conformiteit van de vrachtwagen. Ook stelt Syrmos Levantis dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst, omdat hij niet de eigendom van de vrachtwagen heeft overgedragen. Dit rechtvaardigt de ontbinding, als gevolg waarvan een ongedaanmakingsverbintenis is ontstaan inhoudende dat [gedaagde] de koopprijs aan Syrmos Levantis dient terug te betalen, aldus Syrmos Levantis. Ook dient [gedaagde] de schade van Syrmos Levantis te betalen. Subsidiair stelt Syrmos Levantis dat sprake is van vernietiging van de koopovereenkomst op grond van wederzijdse dwaling. Verder beroept Syrmos Levantis zich op de artikelen 8, 25, 41, 49 en 82 van het Weens Koopverdrag.

3.3.

[gedaagde] concludeert tot niet ontvankelijkheid van Syrmos Levantis, althans afwijzing van haar vorderingen met een veroordeling van Syrmos Levantis in de kosten van dit geding. Daartoe voert [gedaagde] onder meer aan dat tussen partijen een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand is gekomen, waarop de algemene voorwaarden van [gedaagde] van toepassing zijn. Volgens [gedaagde] heeft hij voldaan aan zijn verplichtingen door de eigendom van de vrachtwagen over te dragen aan Syrmos Levantis. Verder betwist [gedaagde] dat Syrmos Levantis bevoegd was om de koopovereenkomst te ontbinden en dat sprake is van (wederzijdse) dwaling. Volgens [gedaagde] is het Weens Koopverdrag niet van toepassing op de koopovereenkomst, maar als het wel van toepassing zou zijn, zou dit niet leiden tot een andere uitkomst.

3.4.

Op de overige stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

Rechtsmacht

4.1.

Nu de eisende partij Syrmos Levantis een rechtspersoon is naar buitenlands (Grieks) recht en de vordering uit dien hoofde een internationaal karakter heeft, moet ambtshalve eerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Deze vraag moet bevestigend worden beantwoord op grond van artikel 4 van de toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012), omdat gedaagde [gedaagde] zijn woonplaats in Nederland heeft .

Het toepasselijk recht

4.3.

In hun processtukken hebben beide partijen zich beroepen op bepalingen van het Nederlands burgerlijk wetboek (hierna: BW). Daarnaast heeft Syrmos Levantis zich ter zitting beroepen op bepalingen van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende lichamelijke zaken (hierna: het Weens Koopverdrag), waarna [gedaagde] in de gelegenheid is gesteld om zich hierover bij akte uit te laten. In zijn akte betwist [gedaagde] dat het Weens Koopverdrag van toepassing is.

4.4.

Het Weens Koopverdrag is onderdeel van het Nederlands Recht. Op grond van artikel 1 Weens Koopverdrag is dit verdrag in beginsel van toepassing op de koopovereenkomst tussen partijen, nu sprake is van een internationale koop van een roerende zaak (een vrachtwagen) tussen twee partijen die zijn gevestigd in staten die partij zijn bij het Weens Koopverdrag. Op grond van artikel 6 Weens Koopverdrag kunnen partijen de toepassing van dit verdrag uitsluiten of daarvan afwijken.

4.5.

[gedaagde] beroept zich op de uitsluiting van de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag, zoals opgenomen in artikel 12 van de algemene voorwaarden van [gedaagde] . Deze algemene voorwaarden zijn volgens [gedaagde] van toepassing op de koopovereenkomst, omdat deze algemene voorwaarden op de website van Twente Trucks staan. Daarnaast is in diverse door [gedaagde] aan Syrmos Levantis gezonden e-mails en op de factuur een verwijzing naar de voorwaarden opgenomen. Ook hangen de algemene voorwaarden aan de muur van het kantoor van Twente Trucks, waar Syrmos Levantis tweemaal is geweest. Syrmos Levantis betwist dat de algemene voorwaarden van [gedaagde] van toepassing zijn, omdat de voorwaarden niet ter hand zijn gesteld, er niet correct naar is verwezen en de voorwaarden zijn opgesteld in een voor Syrmos Levantis niet begrijpelijke taal.

4.6.

De vraag of de algemene voorwaarden deel zijn gaan uitmaken van de koopovereenkomst, wordt volgens vaste jurisprudentie beantwoord aan de hand van het Weens Koopverdrag (Hoge Raad 28 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4837). Dit geldt ook wanneer in de betreffende algemene voorwaarden de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag wordt uitgesloten. Op grond van artikel 8 Weens Koopverdrag en de regels 2 en 3 van de door de Adviesraad van het Weens Koopverdrag afgegeven Opinie nr. 13 (CISG-AC Opinion No. 13, Inclusion of Standard Terms under the CISG, hierna: de Opinie) maken algemene voorwaarden alleen deel uit van een koopovereenkomst, wanneer partijen dit tijdens of voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst, uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn overeengekomen én de wederpartij (Syrmos Levantis) ten tijde van het aangaan van de overeenkomst een redelijke mogelijkheid had om kennis te nemen van de algemene voorwaarden. Uit de regels 5 en 6 van de Opinie volgt dat daartoe de (verwijzing naar de) voorwaarden helder en begrijpelijk moeten zijn voor een redelijke persoon van een gelijke hoedanigheid als de wederpartij in dezelfde omstandigheden. Daarvan is geen sprake als de (verwijzing naar de) algemene voorwaarden zijn opgesteld in een taal waarvan redelijkerwijs niet mag worden verwacht dat de wederpartij deze begrijpt.

4.7.

Tussen partijen is niet in geschil dat de (verwijzing naar de) algemene voorwaarden van [gedaagde] in de Nederlandse taal zijn opgesteld, dat partijen tijdens de onderhandelingen hebben gecommuniceerd in de Engelse taal en dat geen van de vertegenwoordigers van Syrmos Levantis de Nederlandse taal machtig was. [gedaagde] mocht dan ook niet redelijkerwijs van Syrmos Levantis verwachten dat zij de Nederlandse (verwijzing naar de) algemene voorwaarden zou begrijpen. Daardoor heeft Syrmos Levantis geen redelijke mogelijkheid gehad om kennis te nemen van de algemene voorwaarden van [gedaagde] . Om die reden zijn de algemene voorwaarden van [gedaagde] geen onderdeel gaan uitmaken van de koopovereenkomst. Gelet op het voorgaande, kunnen de overige stellingen en verweren van partijen in dit kader onbesproken blijven.

4.8.

Nu de algemene voorwaarden van [gedaagde] niet van toepassing zijn op de rechtsverhouding van partijen en daarnaast niet is gebleken van een (andere) uitsluiting van het Weens Koopverdrag door partijen, wordt het geschil beoordeeld op basis van het Weens Koopverdrag, waar nodig aangevuld met Nederlands recht.

De ontbinding

4.9.

Syrmos Levantis vordert primair een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden op 13 september 2018, althans alsnog ontbinding van de koopovereenkomst en als gevolg van deze ontbinding, terugbetaling van de koopprijs door [gedaagde] . Daartoe stelt Syrmos Levantis dat zij de koop heeft ontbonden op 13 september 2018, omdat zij niet heeft gekregen wat haar toekwam op basis van de koopovereenkomst en [gedaagde] daarmee is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst.

4.10.

Hiertegen voert [gedaagde] aan dat sprake is van een rechtsgeldige koop en dat Syrmos Levantis eigenaar is geworden van de vrachtwagen. [gedaagde] betwist dat sprake is van een wezenlijke tekortkoming in de zin van artikel 25 Weens Koopverdrag, nu hij niet kon voorzien dat de vrachtwagen in beslag zou worden genomen door een latere signalering via het Schengen Informatie Systeem (hierna: SIS). Nu geen sprake is van een wezenlijke tekortkoming, was Syrmos Levantis niet bevoegd om de koopovereenkomst te ontbinden, aldus [gedaagde] .

Wezenlijke tekortkoming

4.11.

Op grond van artikel 49 lid 1 sub a Weens Koopverdrag kan een koper de overeenkomst ontbonden verklaren als sprake is van een wezenlijke tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen door de verkoper. Voor de kwalificatie van een tekortkoming als wezenlijk, gelden op grond van artikel 25 Weens Koopverdrag twee vereisten. Ten eerste moet de schade voor de benadeelde partij zodanig zijn dat haar in aanmerkelijke mate wordt onthouden wat zij uit hoofde van de overeenkomst mocht verwachten. Ten tweede moet dit schadelijke gevolg voor de tekortschietende partij redelijkerwijze voorzienbaar zijn geweest.

4.12.

Tussen partijen is niet in geschil dat de vrachtwagen op 20 juni 2018 door de Griekse douane in beslag is genomen, omdat de vrachtwagen in het SIS als gestolen geregistreerd stond. De onderliggende aangifte van diefstal is gedaan op 17 november 2017 door het Italiaanse bedrijf Iccrea Bancaimpresa s.p.a., die de vrachtwagen had verhuurd aan het bedrijf R.B. Transporti E. Logistica s.r.l.. Ter zitting verklaarde [gedaagde] de vrachtwagen op 27 september 2017 te goeder trouw in Italië te hebben gekocht van de vermeende eigenaar van het bedrijf R.B. Transporti E. Logistica s.r.l. voor een marktconforme prijs. Daarbij heeft [gedaagde] het chassisnummer en de documentatie van de vrachtwagen gecontroleerd, waarop R.B. Transporti E. Logistica s.r.l als eigenaar stond genoemd. Volgens [gedaagde] heeft het RDW deze documentatie op echtheid gecontroleerd en zijn geen ‘bellen gaan rinkelen’ bij de douane tijdens de export van de vrachtwagen uit Italië, noch bij het RDW in het daaropvolgende proces van toekenning van een Nederlands kenteken aan de vrachtwagen.

4.13.

De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een wezenlijke tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst, gelet op het volgende. Als gevolg van de inbeslagname lijdt Syrmos Levantis aanzienlijke schade. Zij kan namelijk niet over de gekochte vrachtwagen beschikken, waardoor zij niet alleen de mogelijkheid van het gebruik van de vrachtwagen is verloren, maar ook de koopprijs heeft betaald zonder daarvoor het gebruiksgenot van de vrachtwagen terug te krijgen. Daardoor wordt haar in aanmerkelijke mate onthouden wat zij uit hoofde van de overeenkomst mocht verwachten. Voor beide partijen was immers duidelijk dat Syrmos Levantis de vrachtwagen van [gedaagde] wilde kopen en deze naar Griekenland wilde exporteren om deze te gebruiken in haar bedrijfsvoering. Vanwege deze verwachtingen wist [gedaagde] dat de export van de vrachtwagen naar Griekenland essentieel was voor Syrmos Levantis. Vanwege deze kenbare, essentiële omstandigheid gaat het verweer van [gedaagde] inhoudende dat de gevolgen voor hem niet voorzienbaar waren, niet op. Dat [gedaagde] te goeder trouw was bij het kopen en verkopen van de vrachtwagen doet aan het voorgaande niets af, omdat dit geen relevante omstandigheid is in de beoordeling of sprake is van een wezenlijke tekortkoming.

In kennis stellen van tekortkoming

4.14.

De kantonrechter gaat er van uit dat Syrmos Levantis [gedaagde] tijdig in kennis heeft gesteld van de tekortkoming, zoals artikel 39 Weens Koopverdrag vereist, nu het tegendeel niet is gesteld of gebleken.

Ongedaanmaking

4.15.

[gedaagde] stelt zich in geval van ontbinding van de koopovereenkomst op het standpunt dat Syrmos Levantis de vrachtwagen aan hem terug moet leveren en voor zover zij daartoe niet in staat is, de koopprijs van de vrachtwagen van € 17.750,00, in mindering dient te worden gebracht op de door [gedaagde] aan Syrmos Levantis terug te betalen koopprijs. Syrmos Levantis heeft hierover aangevoerd dat teruggave van de vrachtwagen onmogelijk is, omdat deze wordt vastgehouden door de Griekse douane. Volgens Syrmos Levantis staat dit de ontbinding niet in de weg, omdat deze omstandigheid haar niet kan worden aangerekend.

4.16.

Op grond van artikel 82 lid 1 Weens Koopverdrag verliest een koper het recht om de overeenkomst ontbonden te verklaren, als het voor hem onmogelijk is om de zaken goeddeels in dezelfde staat terug te geven als waarin hij deze heeft ontvangen. Lid 2 sub a van datzelfde artikel geeft hierop een uitzondering, voor het geval de onmogelijkheid om de zaken terug te geven (in goeddeels dezelfde staat), niet is te wijten aan zijn handelingen of nalaten.

4.17.

Het feit dat de vrachtwagen in beslag is genomen door de Griekse douane, maakt het onmogelijk voor Syrmos Levantis om de vrachtwagen aan [gedaagde] terug te leveren. De inbeslagname is te wijten aan de aangifte van diefstal van R.B. Transporti E. Logistica s.r.l. en daarmee niet aan handelingen of nalaten van Syrmos Levantis. In dit kader is door [gedaagde] nog aangevoerd dat niet kan worden uitgesloten dat de vrachtwagen in de toekomst zal worden vrijgegeven aan Syrmos Levantis. Dit betreft echter een onzekere toekomstige gebeurtenis, die bovendien gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door Syrmos Levantis onvoldoende is onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan.

4.18.

Uit het bovenstaande volgt dat Syrmos Levantis bevoegd was om de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, zoals zij bij e-mail van haar gemachtigde op 13 september 2018 (productie 4 bij dagvaarding) heeft gedaan. Het gevolg van deze buitengerechtelijke ontbinding is dat partijen van hun verplichtingen uit de koopovereenkomst zijn bevrijd (artikel 81 Weens Koopverdrag). Dat betekent op grond van artikel 84 lid 1 Weens Koopverdrag dat [gedaagde] de koopprijs van € 17.750,00 moet terugbetalen aan Syrmos Levantis, vermeerderd met rente vanaf het tijdstip waarop de koopprijs werd betaald, zijnde 6 juni 2018. Het verweer van [gedaagde] dat de wettelijke rente pas verschuldigd is vanaf het moment van verzuim, is dus onjuist en wordt verworpen. Voor de hoogte van de door Syrmos Levantis gevorderde ‘wettelijke rente’ wordt aangesloten bij de rentevoet ter plaatse van verkoper [gedaagde] , die de rente als genoten voordeel moet afdragen. Aldus is toewijsbaar de rente ex artikel 6:119 BW.

4.19.

Ten aanzien van de op hem rustende ongedaanmakingsverbintenis tot terugbetaling voert [gedaagde] nog aan dat de koopprijs van de vrachtwagen van € 17.750,00 daarop in mindering moet worden gebracht. Daartoe stelt [gedaagde] dat sprake is van waardevermindering van de vrachtwagen doordat Syrmos Levantis ‘de vrachtwagen heeft ontvangen, mogelijk geen bezwaar heeft gemaakt tegen de inbeslagname en er geruime tijd zal zijn verstreken alvorens het onderhavige geschil tussen partijen onherroepelijk zal zijn beslecht.’

4.20.

Deze omstandigheden kunnen naar het oordeel van de kantonrechter echter niet leiden tot een vermindering van de ongedaanmakingsverbintenis van [gedaagde] . Hoe vervelend het ook is voor [gedaagde] dat de vrachtwagen niet terug kan worden geleverd, in deze omstandigheden geldt op grond van artikel 84 lid 2 Weens Koopverdrag dat de koper aan de verkoper de waarde dient te vergoeden van elk voordeel dat hij van de zaak heeft genoten. [gedaagde] heeft niet gesteld en evenmin is gebleken, dat Syrmos Levantis voordeel heeft genoten van de vrachtwagen. Voor een vergoeding door Syrmos Levantis aan [gedaagde] , al dan niet in de vorm van een vermindering van de ongedaanmakingsverbintenis, is dan ook geen grond.

Aanvullende schadevergoeding

4.21.

De door Syrmos Levantis gevorderde aanvullende schadevergoeding bestaat uit dertien posten, onder te verdelen in vier categorieën:

a. reis-, verblijf- en vervoerskosten van Syrmos Levantis in verband met de koop van de vrachtwagen in juni 2018;

b. reis- en verblijfkosten van Syrmos Levantis in verband met de comparitie in de onderhavige procedure in mei 2019;

c. kosten voor een Griekse advocaat in verband met de strafzaak in Griekenland als gevolg van de inbeslagname;

d. kosten voor de Nederlandse advocaat, tolk en vertaler van producties in de onderhavige procedure.

Daarbij heeft Syrmos Levantis ter zitting toegelicht dat de advocaatkosten moeten worden toegewezen op basis van het liquidatietarief en gemaximeerd moeten worden omdat [gedaagde] had moeten weten dat de onderhavige procedure voor hem niet succesvol zou aflopen.

4.22.

[gedaagde] voert verweer tegen de gevorderde schadevergoeding. Hij is van mening dat de gevorderde kosten niet onder artikel 6:96 BW vallen en dat de kosten uit juni 2018 voor het ophalen van de vrachtwagen niet zeker zijn, omdat niet vast staat dat deze kosten anders niet waren gemaakt. De overige kosten hebben betrekking op de onderhavige procedure en vallen onder artikel 241 Rv, aldus [gedaagde] . Verder wijst [gedaagde] er op dat hij de schade onmogelijk heeft kunnen voorzien, zoals voor vergoeding is vereist op grond van artikel 74 Weens Koopverdrag.

4.23.

Op grond van artikel 45 lid 1 Weens Koopverdrag kan een koper in geval van een tekortkoming in de nakoming door verkoper, schadevergoeding eisen zoals voorzien in de artikelen 74 t/m 77 Weens Koopverdrag. Artikel 74 Weens Koopverdrag gaat uit van de schade die wordt geleden als gevolg van de tekortkoming. De schadevergoeding mag echter niet hoger zijn dan de schade die de tekortschietende partij bij het sluiten van de overeenkomst voorzag of had behoren te voorzien als mogelijk gevolg van de tekortkoming, gegeven de feiten die zij kende of behoorde te kennen. De vergoeding van proceskosten is niet geregeld in het Weens Koopverdrag en wordt daarom beheerst door het Nederlands recht.

4.24.

Ten aanzien van de onder 4.21. genoemde categorie a., bestaat naar het oordeel van de kantonrechter geen causaal verband tussen de tekortkoming en de schade. Deze kosten heeft Syrmos Levantis immers gemaakt als gevolg van haar beslissing om de vrachtwagen in Nederland te kopen en niet als gevolg van de (latere) tekortkoming door [gedaagde] . Deze kosten komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.

4.25.

Datzelfde geldt voor de onder 4.21. genoemde categorie b. Deze kosten zijn het gevolg van de beslissing van Syrmos Levantis om haar bestuurders aanwezig te laten zijn ter zitting in de onderhavige procedure en niet als gevolg van de tekortkoming door [gedaagde] . Ook deze kosten komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.

4.26.

Betreffende de onder 4.21. genoemde categorie c., is de kantonrechter van oordeel dat Syrmos Levantis deze kosten onvoldoende heeft onderbouwd. Zo is door Syrmos Levantis niet toegelicht waarom deze kosten zijn gemaakt, welke werkzaamheden de Griekse advocaat heeft verricht en hoe deze werkzaamheden zich verhouden tot de tekortkoming van [gedaagde] . Dit kan ook niet worden afgeleid uit de overgelegde stukken (productie 7 bij de akte houdende producties van Syrmos Levantis), omdat deze grotendeels zijn opgesteld in de Griekse taal. Ook deze kosten worden afgewezen.

4.27.

Betreffende de onder 4.21. genoemde categorie d. geldt dat dit proceskosten zijn voor de onderhavige procedure, welke worden beheerst door het Nederlands recht. Deze gevorderde kosten zijn inbegrepen in de proceskostenveroordeling. Er is dan ook geen grond voor een toewijzing van deze kosten, naast de proceskostenveroordeling, zoals hierna weergegeven.

4.28.

Uit het voorgaande volgt dat de primaire vordering van Syrmos Levantis toewijsbaar is, voor zover deze ziet op de verklaring voor recht dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden en de terugbetaling van de koopprijs, vermeerderd met rente, door [gedaagde] . Om die reden wordt aan de subsidiaire vordering niet meer toegekomen.

Buitengerechtelijke kosten

4.29.

Syrmos Levantis vordert vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 952,50. Daartoe stelt zij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden te hebben verricht. Over deze kosten stelt [gedaagde] dat Syrmos Levantis geen btw hoeft af te dragen, omdat sprake is van een grensoverschrijdende dienst.

4.30.

De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, nu het verzuim van [gedaagde] na 1 juli 2012 is ingetreden. Syrmos Levantis heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is lager dan het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. De omstandigheid dat Syrmos Levantis geen btw hoeft af te dragen, is hierbij niet relevant omdat niet is gesteld of gebleken dat Syrmos Levantis btw heeft berekend over de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

Proceskosten

4.31.

Voor zover Syrmos Levantis heeft bedoeld een veroordeling van [gedaagde] in de werkelijke kosten van rechtsbijstand te vorderen, overweegt de kantonrechter als volgt. Een dergelijke vordering is volgens vaste jurisprudentie (Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360) alleen onder buitengewone omstandigheden toewijsbaar. Daarvan kan sprake zijn in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen, bijvoorbeeld door het voeren van een verweer dat, gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, achterwege had moeten blijven in verband met de belangen van de wederpartij. Hiervan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake, nu het verweer van [gedaagde] niet is gebaseerd op onjuiste feiten of omstandigheden, of op stellingen waarvan [gedaagde] op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Voor een veroordeling van [gedaagde] in de werkelijke proceskosten is daarom geen plaats.

4.32.

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De proceskosten worden aan de zijde van Syrmos Levantis begroot op:

- Dagvaarding: € 98,01

- Griffierecht: € 952,00

- Salaris gemachtigde: € 960,00 (2 punten x tarief € 480,00)

- Totaal: € 2.010,01

De door Syrmos Levantis gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 120,00 aan nakosten salaris. Verder is tegen de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten geen verweer gevoerd, zodat deze wordt toegewezen met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart voor recht dat de tussen partijen op 6 juni 2018 gesloten koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden op 13 september 2018;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan Syrmos Levantis tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 17.750,00, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 6 juni 2018 tot de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan Syrmos Levantis tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 952,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Syrmos Levantis tot op heden begroot op € 2.010,01, alsmede in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 120,00 aan salaris, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2019.

1 Zie het proces-verbaal.