Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2720

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-08-2019
Datum publicatie
01-08-2019
Zaaknummer
08-730031-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 18-jarige jongen tot een jeugddetentie van 6 maanden voor diefstal uit een supermarkt en bedreiging. Bij de diefstal heeft hij fysiek geweld gebruikt in de richting van de medewerkers van de supermarkt en de politieagenten en heeft hij het dienstwapen, dat hij van één van de politieagenten afhandig wist te maken, in de richting van een medewerker van de supermarkt gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer 08-730031-19 (P)

Datum vonnis: 1 augustus 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

nu verblijvende in Het Keerpunt Opvang- en Beh.centrum te Cadier en Keer

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 juli 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. C.P. Dronkers en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. Th. Geerdink, advocaat te Borne, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair:

heeft geprobeerd om opzettelijk [aangever 1] van het leven te beroven, dan wel dat hij heeft geprobeerd deze persoon zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel dat hij deze persoon heeft bedreigd;

feit 2

zich schuldig heeft gemaakt aan (gekwalificeerde) diefstal.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

Primair

hij op of omstreeks 03 april 2019, in de gemeente Almelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever 1] (verkoopmedewerker van de [supermarkt] ) opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet een (dienst)vuurwapen op het lichaam van die [aangever 1] te richten en/of gericht te houden en/of eenmaal of meerdere malen te zwaaien met een vuurwapen in de richting van die [aangever 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 03 april 2019, in de gemeente Almelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever 1] (verkoopmedewerker van de [supermarkt] ) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet een (dienst)vuurwapen op het lichaam van die [aangever 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of eenmaal of meerdere malen heeft gezwaaid met een vuurwapen in de richting van het lichaam die

[aangever 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Meer Subsidiair

hij op of omstreeks 03 april 2019, in de gemeente Almelo [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een (dienst)vuurwapen op die [aangever 1] gericht en/of gericht heeft gehouden en/of/althans eenmaal of meerdere malen gezwaaid met een (dienst)vuurwapen in de richting van die [aangever 1] , waardoor er voor die [aangever 1] een zeer dreigende situatie is ontstaan

2

hij op of omstreeks 03 april 2019, in de gemeente Almelo, op of aan de openbare weg, de "de Vriezenveenseweg" red bull en/of een pakje kauwgom (Mentos), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [supermarkt] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of een (of meer) medewerkers van de [supermarkt] en/of [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , politieambtena(a)r(en) van de politie Eenheid Oost-Nederland, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte - een of meerdere trappende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van die medewerkers van de " [supermarkt] " en/of - met die [verbalisant 1] en/of die [verbalisant 2] in gevecht/worsteling is gegaan/geraakt en/of/althans zich heeft losgerukt of willen losrukken uit de handen van die [verbalisant 1] en/of die [verbalisant 2] en/of - (onverhoeds) het vuurwapen uit het holster van die [verbalisant 2] heeft gepakt/gerukt en/of - (vervolgens) het door hem -verdachte- verkregen/ontfutselde (dienst)vuurwapen van die [verbalisant 2] op [aangever 1] (medewerker van de [supermarkt] ) heeft gericht en/of gericht heeft gehouden.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Feit 1 primair, subsidiair, meer subsidiair

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de primair tenlastegelegde poging tot doodslag en subsidiair tenlastegelegde poging zware mishandeling niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en verdachte daarvoor dient te worden vrijgesproken. De meer subsidiair tenlastegelegde bedreiging kan volgens de officier van justitie wel wettig en overtuigend bewezen worden.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Als hieronder wordt verwezen naar bewijsmiddelen, dan zijn dit bewijsmiddelen opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

De rechtbank is van oordeel dat het primair en subsidiair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen is. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

Ten aanzien van de meer subsidiair tenlastegelegde bedreiging overweegt de rechtbank dat blijkens de bewijsmiddelen verdachte een vuurwapen op aangever [aangever 1] heeft gericht en met dat wapen in de richting van aangever heeft gezwaaid. Deze handelingen, in onderlinge samenhang en in hun context beschouwd, leveren een bedreiging op. Deze bedreiging was van dien aard dat bij aangever [aangever 1] , onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat met het vuurwapen hem dermate geweld zou worden aangedaan dat hij daardoor het leven zou kunnen laten danwel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen bekomen. De rechtbank is van oordeel dat daarbij het opzet van verdachte – in elk geval in voorwaardelijke zin – was gericht op deze bedreiging.

De rechtbank is aldus van oordeel dat het meer subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen is.

4.5

Feit 2

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de gedragingen zoals verdachte die heeft verricht geen verband houden met de diefstal of met veiligstelling van de buit, maar waren gericht op het ontkomen aan een arrestatie. Gelet hierop kan een gekwalificeerde diefstal niet bewezen worden.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Als hieronder wordt verwezen naar bewijsmiddelen, dan zijn dit bewijsmiddelen opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte uit de supermarkt goederen heeft weggenomen en met die goederen de supermarkt heeft verlaten. Aangever [aangever 1] is vervolgens met collega’s achter verdachte aangegaan om hem aan te houden. Verdachte is weggerend en werd door een collega van aangever [aangever 1] gepakt en op de grond gegooid. Verdachte werd vervolgens op de grond gehouden door aangever [aangever 1] en zijn collega’s. Verdachte verzette zich hierbij hevig. Terwijl verdachte op de grond werd gehouden, kwam de politie ter plaatse die de aanhouding van verdachte overnam. Verdachte bleef zich verzetten en werd zowel verbaal als fysiek agressief. Verdachte maakte een trappende beweging richting de supermarktmedewerkers en er ontstond een worsteling tussen de politie en verdachte. Tijdens de worsteling heeft verdachte het dienstwapen van een van de politieagenten gepakt en op aangever [aangever 1] gericht.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande en op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Uit de feiten en de omstandigheden waaronder de diefstal heeft plaatsgevonden leidt de rechtbank af dat verdachte de (gewelds)handelingen heeft verricht met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen is.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

Meer Subsidiair

hij op of omstreeks 03 april 2019, in de gemeente Almelo [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een (dienst)vuurwapen op die [aangever 1] gericht en/of gericht heeft gehouden en/of/althans eenmaal of meerdere malen gezwaaid met een (dienst)vuurwapen in de richting van die [aangever 1] , waardoor er voor die [aangever 1] een zeer dreigende situatie is ontstaan

2

hij op of omstreeks 03 april 2019, in de gemeente Almelo, op of aan de openbare weg, de "de Vriezenveenseweg" red bull en/of een pakje kauwgom (Mentos), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehorende, te weten aan [supermarkt] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of een (of meer) medewerkers van de [supermarkt] en/of [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , politieambtena(a)r(en) van de politie Eenheid Oost-Nederland, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- een of meerdere trappende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van die medewerkers van de " [supermarkt] " en/of

- met die [verbalisant 1] en/of die [verbalisant 2] in gevecht/worsteling is gegaan/geraakt en/of/althans zich heeft losgerukt of willen losrukken uit de handen van die [verbalisant 1] en/of die [verbalisant 2] en/of

- ( onverhoeds) het vuurwapen uit het holster van die [verbalisant 2] heeft gepakt/gerukt en/of

- ( vervolgens) het door hem -verdachte- verkregen/ontfutselde (dienst)vuurwapen van die [verbalisant 2] op [aangever 1] (medewerker van de [supermarkt] ) heeft gericht en/of gericht heeft gehouden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 meer subsidiair of feit 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 meer subsidiair

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.

feit 2

het misdrijf: diefstal gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van zes maanden, met aftrek van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat bij een strafoplegging rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en dat het aannemelijk is dat het handelen van verdachte hem niet, dan wel in verminderde mate kan worden toegerekend.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal uit een supermarkt en bedreiging. Bij de diefstal heeft verdachte fysiek geweld gebruikt in de richting van de medewerkers van de supermarkt en politieagenten en heeft verdachte het dienstwapen, dat hij van één van de politieagenten afhandig wist te maken, in de richting van een medewerker van de supermarkt gehouden waardoor er een zeer bedreigende situatie ontstond. Het spreekt voor zich dat deze situatie voor de betrokken personen zeer beangstigend is geweest. Daarnaast maakt een dergelijk feit een ernstige inbreuk op de rechtsorde en nemen de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving hierdoor toe. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij niet stil heeft gestaan bij de angst die door zijn handelen teweeg is gebracht en geen respect heeft gehad voor andermans eigendomsrechten.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 20 juni 2019;

- een advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 26 juni 2019, opgemaakt door [naam 1] , raadsonderzoeker.

Uit het uittreksel justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Verdachte liep in verband met een eerdere veroordeling nog in een proeftijd. Desondanks heeft dit hem er niet van weerhouden om nieuwe strafbare feiten te plegen.

Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt onder meer dat verdachte illegaal in Nederland verblijft en er geen verblijfsrechtelijke procedure meer loopt. Vanuit de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) worden de mogelijkheden voor terugkeer onderzocht. De kans op herhaling wordt ingeschat als hoog, mede omdat verdachte geen recht op verblijf in Nederland heeft en de kans dat hij in de illegaliteit verdwijnt daardoor groot is. De jeugdreclassering ziet geen mogelijkheden voor een toezicht gezien het ontbreken van een verblijflocatie en het ontbreken van toekomstperspectief. Er zijn geen haalbare mogelijkheden voor het stellen van bijzondere voorwaarden waar de jeugdreclassering toezicht op zou kunnen houden. De situatie van verdachte biedt daar onvoldoende basis voor. Het beste zou zijn dat verdachte gedurende zijn detentie met DT&V gaat samenwerken aan zijn terugkeer. Geadviseerd wordt een jeugddetentie op te leggen.

Ter zitting heeft [naam 1] een toelichting op het rapport gegeven en het gegeven advies gehandhaafd.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat op het plegen van deze strafbare feiten niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. Alles afwegend acht de rechtbank oplegging van de door de officier van justitie geëiste jeugddetentie voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i en 77gg Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 meer subsidiair en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 meer subsidiair en feit 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 meer subsidiair

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.

feit 2

het misdrijf: diefstal gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 meer subsidiair en feit 2 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van zes (6) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Bos, voorzitter, mr. A. Flos en mr. K. Haar, kinderrechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2019.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2019146294. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1 meer subsidiair en feit 2

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 juli 2019, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

“(…) Op 3 april 2019 was ik in een supermarkt in Almelo. Ik heb red bull en kauwgum uit de supermarkt weggenomen. Ik heb de goederen niet betaald. (…).”

2.

Het proces-verbaal van aangifte van aangever [aangever 1] , van 3 april 2019, pagina’s

4 t/m 7, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:

“(…) Ik ben werkzaam bij de [supermarkt] gelegen aan [adres 2] te Almelo. (…) Vandaag woensdag 3 april 2019 was ik aan het werk. (…) Ik hoorde [aangever 2] tegen [naam 3] zeggen dat hij wat zag op de beveiligingscamera. Hiermee bedoelde hij dat er mogelijk een winkeldiefstal aan de gang was, of had plaatsgevonden. (…) [naam 3] heeft mij alleen maar verteld dat er een winkeldiefstal had plaatsgevonden en dat de persoon die buitenstond met de witte jas de dader was. (…) Ik zag dat de persoon in de witte jas begon te rennen. (…) [naam 3] was het snelst bij de man in de witte jas en gooide hem op de grond. (…) Toen de persoon in de witte jas op de grond lag, op zijn buik, ging [naam 3] met zijn knieën op zijn linkerarm zitten. Ik ben toen ook naar de grond gegaan en heb de persoon in de witte jas bij zijn rechterarm vastgepakt. Ondertussen hoorde ik [aangever 2] 112 bellen en na het bellen pakte [aangever 2] de benen van de persoon in de witte jas die nog steeds op de grond lag. Ik zag en voelde dat de persoon in de witte jas zich hevig verzette. (…) Op dat moment zag ik de politie aankomen rijden. De vrouwelijke agent nam de positie van [naam 3] over. De mannelijke agent kwam naar mij toe en hielp mij zijn hand vast te houden. Even later nam hij het volledig van mij over. (…) Ik zag dat de persoon in de witte jas zich nog steeds verzette. (…) Ik zag dat de persoon in de witte jas een trappende beweging maakte in mijn richting met zijn rechtervoet. (…) Ik zag dat de persoon in de witte jas een pistool in zijn rechterhand had. (…) Ik zag dat de man in de witte jas met het wapen in zijn rechterhand begon te zwaaien met de loop in mijn richting. (…) Het waren kleine slagen, waarbij het wapen naar mij was gericht. (…) Het moment dat het wapen op mij gericht was vind ik heel erg beangstigend. (…).”

3.

Het proces-verbaal van aangifte van aangever [aangever 2] namens [supermarkt] , van 3 april 2019, pagina’s 8 t/m 9, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:

“(…) Vandaag, woensdag 3 april 2019 omstreeks 12:45 uur, bevond ik mij in het kantoor van de supermarkt. Ik had in mijn kantoor zicht op de camerabeelden van de bewakingscamera’s. Omstreeks 12:47 zag ik dat er een man in een wit shirt de winkel in kwam. (…) Ik zag dat hij bij het frisdranken-schap een blikje Red Bull pakte. (…) Ik zag dat de man uiteindelijk de winkel uit liep zonder goederen af te rekenen. (…) Ik zag dat de man ook nog bij het schap met kauwgum een roze pak kauwgom weghaalde. (…).”

4.

Het proces-verbaal van aanhouding door burger van verbalisanten [verbalisant 1] en

[verbalisant 2] van 3 april 2019, pagina’s 24 t/m 26, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten:

“(…) Op de hoek van de Tijhofslaan/Vriezenveenseweg zagen wij dat de verdachte met zijn buik op de grond lag. (…) Vervolgens zijn wij naar de verdachte gerend en hebben zijn armen overgenomen van het winkelpersoneel. (…) Tijdens het opstaan werd de verdachte opnieuw zowel verbaal als fysiek agressief. Wij zagen dat hij een trappende beweging maakte richting een van de medewerkers van de [supermarkt] . Vervolgens probeerden wij de verdachte fysiek onder controle te krijgen. (…) Er ontstond een kortstondige worsteling. (…).”

5.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 3 april 2019, pagina 12, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:

“(…) Op de beelden is te zien dat de verdachte die op de straat lag, opstaat en zich verzet tegen zijn aanhouding, hetgeen ik ook heb ervaren. (…) Op de beelden is te zien dat circa 1 (een) seconde later de verdachte mijn vuurwapen uit mijn holster haalt en vervolgens deze in zijn linkerhand heeft. De verdachte maakt met het vuurwapen direct een richtende beweging richting een medewerker van de [supermarkt] die zich op dat moment op de weg bevond. Dit heb ik ook daadwerkelijk gezien. (…)”.