Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2719

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-08-2019
Datum publicatie
02-08-2019
Zaaknummer
08-960002-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 46-jarige man is veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 100 uur voor het meermalen plegen van valsheid in geschrifte. Hij is één van de verdachten in het onderzoek Cymbal, een onderzoek gericht op – onder meer – het vermeende witwassen van geld door middel van ‘swipen’ in onder andere Curaçao.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf rekening met het feit dat de strafzaak te lang heeft geduurd, en legt hem een voorwaardelijke taakstraf op van 100 uur met een proeftijd van 1 jaar.

De man heeft een vergoeding ontvangen voor zijn diensten, maar deelde niet in de eventueel gemaakte winsten. Wat er ook zij van de betrokkenheid van de medeverdachten in die zaak, de rechtbank stelt vast dat de rol van deze verdachte zeer beperkt was.

De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Hier had het OM ook om verzocht omdat ze een schikking hadden getroffen met de man.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08-960002-15 (P)

Datum vonnis: 2 augustus 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 5 september 2017, 6 november 2018, 27 mei, 11 juli en 19 juli 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie

mrs. J.M. Mul en A.E.C. Sachs en van hetgeen door verdachte en diens raadsman

mr A.T. Eisenmann, advocaat te Amstelveen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 11 juli 2019, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich in de periode van 1 november 2009 tot en met 6 juli 2015 in Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in een of meer andere (buitenlandse) plaatsen meermalen schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van valsheid in geschrift.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Hij, op een of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 november 2009 tot en met 6 juli 2015,

- in Amsterdam en/of elders in Nederland; en/of

- in een of meer andere (buitenlandse) plaats(en),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(Lid 1) (valselijk opmaken/vervalsen van (een) geschrift(en))

/////

A. Inschrijven vennootschappen

1. Een inschrijvingsformulier aangaande [bedrijf 1] N.V.,

gedateerd omstreeks 5 maart 2010 (is getekend op 5 maart, maar boven document staat 17 maart vermeld);

en/of

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

2. Een wijzigingsformulier aangaande [bedrijf 2] N.V., gedateerd 15 mei tot en met 21 mei 2013 (is getekend op 16 mei, maar boven document staat 21 mei vermeld); en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

B. Openen rekeningen

3. Een aanvraagformulier aangaande [bedrijf 1] N.V.

(rekening: [rekeningnummer] ), gedateerd 3 december 2009; en/of

(Vindplaats: Proces-verbaal 30 (map 18))

/////

- zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen – (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken, en/of heeft vervalst en/of doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) andere(n) te doen gebruiken,

/////

bestaande dat valselijk opmaken en/of vervalsen uit

A. Inschrijven vennootschappen

1. Het onder 2.2 aangaande de omschrijving van de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: 'Groothandel en distributie in pharmaceutische producten'; en/of

2. Het onder 4.1 en 4.2 aangaande de omschrijving van de vervallen en/of toegevoegde bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: 'Groothandel en distributie in pharmaceutische producten en/of Groothandel in dames en heren ondergoed'; en/of

B. Openen rekeningen

3. Het onder 2c aangaande de hoofdactiviteit van het bedrijf opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: 'Handelsagent/vertegenwoordiger/distributie pharmaceutische producten',

en/of

/////

(Lid 2) opzettelijk gebruik maken van (ver)vals(t)e geschrift(en)

A. Inschrijven vennootschappen

1. Een inschrijvingsformulier aangaande [bedrijf 1] N.V.,

gedateerd omstreeks 5 tot en met 17 maart 2010 (is getekend op 5 maart, maar boven document staat 17 maart vermeld);

en/of

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

2. Een wijzigingsformulier aangaande [bedrijf 2] N.V., gedateerd omstreeks 15 tot en met 21 mei 2013 (is getekend op 16 mei, maar boven document staat 21 mei vermeld); en/of

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

B. Uittreksel

3. Een uittreksel (uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid Curaçao) aangaande [bedrijf 1] N.V., gedateerd 9 maart 2010; en/of

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

C. Openen rekeningen

4. Een aanvraagformulier aangaande [bedrijf 1] N.V. (rekening: [rekeningnummer] ), gedateerd 3 december 2009; en/of

(Vindplaats: Proces-verbaal 30 (map 18))

door dit valse en/of vervalste inschrijvingsformulier en/of wijzigingsformulier en/of uittreksel en/of aanvraagformulier op te sturen naar de Kamer van Koophandel en Fabrieken en/of de ING Group N.V.;

en/of

/////

A. Inschrijven vennootschappen

1. Een inschrijvingsformulier aangaande [bedrijf 1] N.V.,

gedateerd omstreeks 5 tot en met 17 maart 2010 (is getekend op 5 maart, maar boven document staat 17 maart vermeld); en/of

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

2. Een wijzigingsformulier aangaande [bedrijf 2] N.V., gedateerd omstreeks 15 mei

2013 (is getekend op 16 mei, maar boven document staat 21 mei vermeld); en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

B. Uittreksel

3. Een uittreksel (uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid Curaçau) aangaande [bedrijf 1] N.V., gedateerd 9 maart 2010; en/of

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

C. Openen rekeningen

4. Een aanvraagformulier aangaande [bedrijf 1] N.V. (rekening: [rekeningnummer] ), gedateerd 3 december 2009; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 30 (map 18))

(telkens) opzettelijk voorhanden heeft gehad,

en bestaande de valsheid uit

A. Inschrijven vennootschappen

1. Het onder 2.2 aangaande de omschrijving van de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: 'Groothandel en distributie in pharmaceutische producten'; en/of

2. Het onder 4.1 en 4.2. aangaande de omschrijving van de vervallen en/of toegevoegde bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: 'Groothandel en distributie in pharmaceutische producten en/of Groothandel in dames en heren ondergoed'; en/of

B. Uittreksel

3. Het onder Object aangaande de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Dealer in Pharmaceutical Products (6262)’; en/of

C. Openenen rekeningen

4. Het onder 2c aangaande de hoofdactiviteit van eht bedrijf opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Handelsagent/vertegenwoordiger/distributie pharmaceutische producten’,

terwijl hij (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware dit/deze geschrift(en) echt en onvervalst.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit, wegens het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet op de valsheid van het geschrift. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte wel wist dat ‘swipen’ een belangrijk onderdeel was van de bedrijfsactiviteiten van de bedrijven [bedrijf 1] N.V. en [bedrijf 2] N.V., maar dat die bedrijven zich ook daadwerkelijk bezighielden met de verkoop van farmaceutische producten en/of lingerie. De raadsman stelt dat daarmee geen sprake is van het valselijk opmaken van de in de tenlastelegging genoemde stukken, maar slechts van het invullen van een onvolledige omschrijving van de bedrijfsactiviteiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het ten laste gelegde feit sprake is van een bekennende verdachte. Hoewel – nu de raadsman vrijspraak heeft bepleit – geen sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering zal de rechtbank desondanks volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid. De rechtbank doet dit, omdat het door de raadsman gevoerde vrijspraakverweer dat ervan uitgaat dat verdachte geen opzet had op de valsheid van het geschrift geen steun vindt in de verklaringen die door verdachte zelf zijn afgelegd. Verdachte heeft namelijk – onder meer – verklaard:

(Onderzoek ter terechtzitting – 11 juli 2019)

‘U vraagt mij of het klopt wat mij in de tenlastelegging verweten wordt. Dat klopt. Toen ik op Curaçao was, heeft [medeverdachte] uitgelegd wat hij deed. U vraagt mij of ik wist wat er achter het bedrijf [bedrijf 2] zat. Ik wist wel dat het swipen betrof. Ik wist alleen de omvang daarvan niet.’

(Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 8 juli 2015)

‘V: Is er in Nederland sprake geweest van groothandel in pharmaceutische producten?

A: Nee.

V: Volgens de latere inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel was er sprake van "Groothandel in dames en heren ondergoed". Is er ooit sprake geweest van groothandel in dames en heren ondergoed?

A: Niet in Nederland.

V: Is er in Europa ooit sprake geweest van groothandel in dames en heren ondergoed?

A:Nee

V: Welke bedrijfsactiviteiten zijn er wel daadwerkelijk gedaan?

A: Dat moet je aan [medeverdachte] vragen. Hij zij mij dat hij iets deed met creditcards. Hij heeft mij dat een keer uitgelegd.’

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de door de verdachte ter terechtzitting van 11 juli 2019 afgelegde verklaring;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 8 juli 2015;

  • -

    een inschrijvingsformulier aangaande [bedrijf 1] N.V., gedateerd 5 maart 2010;

  • -

    een wijzigingsformulier aangaande [bedrijf 2] N.V., gedateerd 16 mei 2010;

  • -

    een aanvraagformulier aangaande [bedrijf 1] N.V., gedateerd 3 december 2009;

  • -

    een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid Curaçao, aangaande [bedrijf 1] N.V. gedateerd 9 maart 2010.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

Hij in de periode van 1 november 2009 tot en met 6 juli 2015,

- in Amsterdam en elders in Nederland; en

- in buitenlandse plaatsen,

tezamen en in vereniging met anderen,

(Lid 1) valselijk opmaken van geschriften

A. Inschrijven vennootschappen

1. Een inschrijvingsformulier aangaande [bedrijf 1] N.V.,

gedateerd omstreeks 5 maart 2010 (is getekend op 5 maart, maar boven document staat 17 maart vermeld en

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

2. Een wijzigingsformulier aangaande [bedrijf 2] N.V., gedateerd 15 mei tot en met 21 mei 2013 (is getekend op 16 mei, maar boven document staat 21 mei vermeld); en (Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

B. Openen rekeningen

3. Een aanvraagformulier aangaande [bedrijf 1] N.V. (rekening: [rekeningnummer] ), gedateerd 3 december 2009; en

(Vindplaats: Proces-verbaal 30 (map 18))

- zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen – (telkens) valselijk heeft opgemaakt, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

bestaande dat valselijk opmaken uit

A. Inschrijven vennootschappen

1. Het onder 2.2 aangaande de omschrijving van de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: 'Groothandel en distributie in pharmaceutische producten'; en

2. Het onder 4.1 en 4.2 aangaande de omschrijving van de vervallen en toegevoegde bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: 'Groothandel en distributie in pharmaceutische producten en Groothandel in dames en heren ondergoed'; en

B. Openen rekeningen

3. Het onder 2c aangaande de hoofdactiviteit van het bedrijf opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: 'Handelsagent/vertegenwoordiger/distributie pharmaceutische producten',

en

(Lid 2) opzettelijk gebruik maken van valse geschriften

A. Inschrijven vennootschappen

1. Een inschrijvingsformulier aangaande [bedrijf 1] N.V.,

gedateerd omstreeks 5 tot en met 17 maart 2010 (is getekend op 5 maart, maar boven document staat 17 maart vermeld); en

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

2. Een wijzigingsformulier aangaande [bedrijf 2] N.V., gedateerd omstreeks 15 tot en met 21 mei 2013 (is getekend op 16 mei, maar boven document staat 21 mei vermeld); en

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

B. Uittreksel

3. Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid Curaçao aangaande [bedrijf 1] N.V., gedateerd 9 maart 2010; en

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

C. Openen rekeningen

4. Een aanvraagformulier aangaande [bedrijf 1] N.V. (rekening: [rekeningnummer] ), gedateerd 3 december 2009; en

(Vindplaats: Proces-verbaal 30 (map 18))

door dit valse inschrijvingsformulier en wijzigingsformulier en uittreksel en aanvraagformulier op te sturen naar de Kamer van Koophandel en Fabrieken en/of de ING Group N.V.;

en

A. Inschrijven vennootschappen

1. Een inschrijvingsformulier aangaande [bedrijf 1] N.V.,

gedateerd omstreeks 5 tot en met 17 maart 2010 (is getekend op 5 maart, maar boven document staat 17 maart vermeld); en

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

2. Een wijzigingsformulier aangaande [bedrijf 2] N.V., gedateerd omstreeks 15 mei

2013 (is getekend op 16 mei, maar boven document staat 21 mei vermeld); en (Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

B. Uittreksel

3. Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid Curaçao aangaande [bedrijf 1] N.V., gedateerd 9 maart 2010; en

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

C. Openen rekeningen

4. Een aanvraagformulier aangaande [bedrijf 1] N.V. (rekening: [rekeningnummer] ), gedateerd 3 december 2009; en (Vindplaats: Proces-verbaal 30 (map 18))

telkens opzettelijk voorhanden heeft gehad,

en bestaande de valsheid uit

A. Inschrijven vennootschappen

1. Het onder 2.2 aangaande de omschrijving van de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: 'Groothandel en distributie in pharmaceutische producten'; en

2. Het onder 4.1 en 4.2. aangaande de omschrijving van de vervallen en/of toegevoegde bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: 'Groothandel en distributie in pharmaceutische producten en/of Groothandel in dames en heren ondergoed'; en

B. Uittreksel

3. Het onder Object aangaande de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Dealer in Pharmaceutical Products (6262)’; en

C. Openenen rekeningen

4. Het onder 2c aangaande de hoofdactiviteit van het bedrijf opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Handelsagent/vertegenwoordiger/distributie pharmaceutische producten’,

terwijl hij telkens wist dat deze geschriften bestemd waren voor gebruik als ware deze geschriften echt en onvervalst.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de verdachte een geheel voorwaardelijke taakstraf van 200 uren met aftrek van voorarrest dient te worden opgelegd.

7.2

.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair bewezenverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. Meer subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat aan verdachte een geheel voorwaardelijke taakstraf moet worden opgelegd.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit en, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van valsheid in geschrift. Door aldus te handelen heeft de verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met bewijsbestemming als de onderhavige.

De verdachte is één van de verdachten in het onderzoek Cymbal, een onderzoek gericht op – onder meer – het vermeende witwassen van geld door middel van ‘swipen’. De verdachte heeft een vergoeding ontvangen voor zijn diensten, maar deelde niet in de eventueel gemaakte winsten. Wat er ook zij van de betrokkenheid van de medeverdachten in die zaak, de rechtbank kan thans vaststellen dat de rol van de verdachte zeer beperkt was. Dit blijkt ook uit de ernst van het verwijt dat na wijziging van de tenlastelegging de verdachte nog wordt gemaakt. Het nu voorliggende verwijt is van dien aard dat deze zaak ook bij de politierechter aangebracht had kunnen worden.

In het voordeel van de verdachte heeft de rechtbank bij de strafbepaling rekening gehouden met het feit dat de verdachte niet eerder wegens het plegen van strafbare feiten is veroordeeld. De rechtbank heeft daarnaast ten gunste van de verdachte mee laten wegen dat hij reeds in een vroeg stadium openheid van zaken heeft gegeven en dat hij zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen.

De rechtbank heeft verder gelet op de straffen die voor soortgelijke feiten door rechters plegen te worden opgelegd.

De rechtbank acht, alles afwegende, in beginsel voor dit feit een taakstraf voor de duur van 100 uren passend en geboden.

De rechtbank stelt echter vast dat in deze zaak de redelijke termijn is overschreden en overweegt daartoe het volgende. De redelijke termijn is aangevangen op 6 juli 2015, de dag waarop de verdachte is aangehouden en het bedrijfspand aan de [adres] te Curaçao werd doorzocht. Nu deze zaak in eerste aanleg is afgerond bij vonnis van 2 augustus 2019 heeft de procedure een periode van vier jaren en één maand bestreken. Uitgaande van een redelijke termijn van twee jaren per instantie is de redelijke termijn in aanzienlijke mate, te weten met twee jaren en één maand overschreden. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek Cymbal weliswaar complex is, maar dat gelet op de proceshouding van verdachte en zijn rol in dit onderzoek deze overschrijding verdachte niet te verwijten valt. De rechtbank zal de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de strafmaat in die zin dat de taakstraf geheel voorwaardelijk wordt opgelegd met een beperkte proeftijd.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 100 [honderd]) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 [vijftig] dagen;

- beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

- bepaalt dat deze taakstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 1 (één) jaar de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. H.R. Schimmel en mr. J.H.W.R. Orriёns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F. van den Brink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2019.

Buiten staat

mr. H.R Schimmel is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.