Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2647

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
29-07-2019
Datum publicatie
29-07-2019
Zaaknummer
08-760016-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 46-jarige vrouw uit Enschede is veroordeeld voor haar aandeel bij een gewelddadige woningoverval in Diepenheim. De rechtbank legt haar een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden.

De rol van de vrouw hierbij was aanzienlijk. Zij nam het initiatief om bij het slachtoffer langs te gaan met de bedoeling hem een geldbedrag afhandig te maken. Zij is met een mededader, van wie zij wist dat hij onder invloed van alcohol en agressief was, na het intrappen van de voordeur de woning binnen gegaan. Ook nadat zij had gezien dat die mededader tegen het slachtoffer geweld had gebruikt, kwam zij niet tot inkeer en nam zij verschillende goederen mee die zij en haar mededaders achteraf onderling hebben verdeeld. De vrouw heeft gewetenloos gehandeld en dat rekent de rechtbank haar zwaar aan. Zie ook ECLI:NL:RBOVE:2019:2648

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer 08-760016-19 (P)

Datum vonnis: 29 juli 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats] ,

nu verblijvende in PI Overijssel, PIV Zwolle te Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 juli 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Leusink-van Dijk en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. S.G.H. Kamp, advocaat te 's-Hertogenbosch, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na toewijzing van de vordering nadere omschrijving van de tenlastelegging van 15 juli 2019, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

samen met een of meer anderen, met geweld en bedreiging met geweld, goederen van [slachtoffer] heeft gestolen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

zij op of omstreeks 28 januari 2019, te Diepenheim, gemeente Hof van Twente, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen: -een televisie, -een of meer flessen drank, -een X-Box, -een telefoon (Samsung Galaxy S6) en/of -een ID-kaart (ten name van [slachtoffer] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of haar mededader(s):

-zich naar de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) heeft/hebben begeven en/of (vervolgens) de (voor)deur van die woning heeft/hebben in-/open getrapt,

- (vervolgens) zich naar/in de slaapkamer van die [slachtoffer] heeft/hebben begeven,

- (vervolgens) die - aldaar aanwezige - [slachtoffer] heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer] 150 Euro, althans (een) geld(bedrag), aan haar/hen, verdachte(n), moest betalen, - (vervolgens) - nadat die [slachtoffer] had aangegeven (nu) geen geld te hebben

- die [slachtoffer] (meermalen) (met kracht) op/tegen het hoofd/gezicht heeft/hebben

geslagen/gestompt,

- (vervolgens) - toen die [slachtoffer] en/of verdachte(n) (weer) beneden (in de woning) was/waren - (wederom) die [slachtoffer] (met kracht) op/tegen het hoofd/gezicht heeft/hebben geslagen/gestompt en/of

- (vervolgens) - bij/tijdens het verlaten van de woning van die [slachtoffer] - die [slachtoffer] heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat verdachte(n) woensdag (30 januari) (tussen 20:00 en 21:00 uur) terug zou(den) komen voor de 150 Euro, althans voor (een) geld(bedrag).

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de volgende feiten op grond van de gebezigde bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Verdachte [verdachte] (die zich voordeed als [alias] ) en het slachtoffer hebben omstreeks 23 januari 2019 een seksafspraak gemaakt. Het slachtoffer had kenbaar gemaakt € 30,-- te kunnen betalen. [verdachte] heeft hiermee ingestemd en geantwoord dat hij dat een andere keer ‘goed kon maken’ (blz. 58). Tot betaling van het restbedrag kwam het niet. In de avond van 28 januari 2019 stuurt [verdachte] medeverdachte [medeverdachte 1] een WhatsApp-bericht dat zij “70 plus nu weer reiskosten” bij het slachtoffer wil ophalen (blz. 59). [medeverdachte 1] heeft verdachte opgehaald en onderweg naar Diepenheim heeft [medeverdachte 1] voorgesteld om ook medeverdachte [medeverdachte 2] op te halen. Vervolgens zijn zij met zijn drieën naar de woning van het slachtoffer in Diepenheim gereden. Daar aangekomen, heeft [verdachte] aangebeld en, toen er niet werd opengedaan, heeft [medeverdachte 2] de voordeur ingetrapt. Alle drie de verdachten zijn bij het slachtoffer in de woning geweest. [medeverdachte 2] heeft het slachtoffer meermaals geslagen. Uit de woning zijn een televisie, flessen drank, een X-box, een telefoon (Samsung Galaxy S6) en een ID-kaart (ten name van [slachtoffer] ) meegenomen. Bij het verlaten van de woning heeft [medeverdachte 2] nog geroepen dat zij woensdag tussen 20:00 uur en 21:00 uur weer zouden komen voor € 150,--.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken ten aanzien van het medeplegen en het geweld omdat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat de in de inleiding genoemde goederen van het slachtoffer zijn weggenomen en dat hierbij geweld is gebruikt. De rechtbank dient de vragen te beantwoorden of er sprake is van door verdachte medeplegen van de diefstal en medeplegen van het geweld dat bij de diefstal is gebruikt.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank over de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende vast.

Verdachte heeft het initiatief genomen om bij het slachtoffer het geld te innen. Verdachte heeft in een spraakbericht aan [medeverdachte 1] gezegd dat ze niet zonder iets terug gaat. Vervolgens zijn verdachte en [medeverdachte 1] samen naar Diepenheim gereden en hebben zij onderweg [medeverdachte 2] opgepikt. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat [medeverdachte 2] een forse man is, die met een fles drank was ingestapt en onderweg naar Diepenheim heel agressief en steeds aan het drinken was en dat hij, toen zij bij de woning van het slachtoffer aankwamen, ook agressief was. Nadat verdachte tegen de deur en het raam had geklopt en met de brievenbusklep had gerammeld en er niet werd opengedaan, heeft [medeverdachte 2] de deur in getrapt en zijn hij en verdachte naar binnen en naar de slaapkamer van het slachtoffer gegaan. [medeverdachte 2] zei dat het slachtoffer € 150,-- moest betalen en toen het slachtoffer zei dat hij dit niet had, kreeg hij een vuistslag in zijn gezicht. Toen het slachtoffer zei dat ze weg moesten gaan, kreeg hij meerdere vuistslagen in zijn gezicht. Vervolgens is het slachtoffer mee naar beneden genomen. Verdachte was inmiddels al naar beneden gegaan en hoorde van boven veel geschreeuw. Zij zag het slachtoffer naar beneden komen en zag dat hij een bult onder zijn oog had. Beneden is het slachtoffer nogmaals meerdere keren in zijn gezicht geslagen. De rechtbank is op basis van die feiten van oordeel dat verdachte moet hebben geweten dat [medeverdachte 2] geweld tegen het slachtoffer gebruikte en acht de andersluidende verklaring van verdachte niet aannemelijk. Verdachte heeft niet ingegrepen in of zich gedistantieerd van de situatie en het gedrag van [medeverdachte 2] . Integendeel, nadat [medeverdachte 2] het slachtoffer een aantal keren had geslagen en verdachte zag dat het slachtoffer een bult onder zijn oog had, is zij op verzoek van [medeverdachte 2] naar de slaapkamer gelopen om de telefoon van het slachtoffer op te halen en heeft zij nadien geholpen om de toegangscode van de telefoon te ontcijferen. Ze heeft de televisie aangepakt en naar buiten gedragen en met behulp van [medeverdachte 1] in de auto gezet. Verdachte en [medeverdachte 1] hebben bij de politie verklaard dat zij de buit onderling hebben verdeeld. De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat het slachtoffer de goederen vrijwillig heeft afgestaan, gelet op het geweld dat op hem is toegepast.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 28 januari 2019, te Diepenheim, gemeente Hof van Twente, tezamen en in vereniging met een anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een televisie,

- flessen drank,

- een X-Box,

- een telefoon (Samsung Galaxy S6) en

- een ID-kaart (ten name van [slachtoffer] ),

toebehorende aan [slachtoffer] ,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of haar mededader(s):

- zich naar de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) hebben begeven en vervolgens de voordeur van die woning heeft/hebben in-/open getrapt,

- vervolgens zich naar/in de slaapkamer van die [slachtoffer] heeft/hebben begeven,

- vervolgens die - aldaar aanwezige - [slachtoffer] heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer] 150 euro moest betalen,

- vervolgens - nadat die [slachtoffer] had aangegeven nu geen geld te hebben die [slachtoffer] meermalen met kracht op/tegen het hoofd/gezicht heeft/hebben geslagen/gestompt,

- vervolgens - toen die [slachtoffer] en/of verdachte(n) weer beneden in de woning was/waren - wederom die [slachtoffer] met kracht op/tegen het hoofd/gezicht heeft/hebben geslagen/gestompt en/of

- vervolgens - bij/tijdens het verlaten van de woning van die [slachtoffer] - die [slachtoffer] heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat verdachte(n) woensdag 30 januari tussen 20:00 en 21:00 uur terug zou(den) komen voor de 150 Euro.

De taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken .

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De officier van justitie heeft daarbij gevorderd dat aan deze straf gekoppeld worden de bijzondere voorwaarden zoals vermeld door de reclassering in het adviesrapport van 11 juli 2019.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de psychische gesteldheid van verdachte. Zij bepleit een deels voorwaardelijke straf waarbij het onvoorwaardelijke deel niet groter is dan het reeds ondergane voorarrest en het voorwaardelijk deel voor de duur van tien maanden kan worden opgelegd, met de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewelddadige woningoverval. Zij hebben aangever [slachtoffer] op zeer brutale wijze in zijn woning overvallen en beroofd van onder andere een televisie en zijn portemonnee. In de late avond is de voordeur ingetrapt en is [slachtoffer] , die in bed lag, in zijn slaapkamer overdonderd. Hij is daarbij meermalen op zijn hoofd geslagen. Verdachte en haar mededaders hebben met hun handelen ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit van [slachtoffer] . De woning is bij uitstek de plaats waar iemand zich veilig moet kunnen voelen en dat geldt nog sterker voor de slaapkamer en zeker wanneer iemand, ’s avonds laat, in bed ligt. Het handelen van verdachte en haar mededaders heeft dat gevoel van veiligheid op onaanvaardbare wijze aangetast.

De rol van verdachte hierbij was aanzienlijk. Zij is diegene die het initiatief heeft genomen om bij [slachtoffer] langs te gaan met de bedoeling hem een geldbedrag afhandig te maken. Zij is met een mededader, van wie zij wist dat hij onder invloed van alcohol en agressief was, na het intrappen van de voordeur de woning binnen gegaan. Ook nadat zij had gezien dat die mededader tegen [slachtoffer] geweld had gebruikt, kwam zij niet tot inkeer en nam zij verschillende goederen mee die zij en haar mededaders achteraf onderling hebben verdeeld. Verdachte heeft gewetenloos gehandeld en dat rekent de rechtbank haar zwaar aan.

Verdachte is blijkens het uittreksel justitiële documentatie van 12 juni 2019 meermaals veroordeeld voor vermogensmisdrijven en bevond zich bovendien ten tijde van het bewezenverklaarde in een proeftijd van een veroordeling voor afpersing.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel de inhoud van de over verdachte opgemaakte rapportages van GZ-psycholoog D.R. van der Velden van 13 april 2019 en van het door M. te Velde opgemaakte reclasseringsrapport van 11 juni 2019.

De psycholoog concludeert dat verdachte licht verstandelijk beperkt is, emotioneel uiterst kwetsbaar door een onveilig opvoedklimaat en een posttraumatische stress-stoornis. Geadviseerd wordt om verdachte het tenlastegelegde verminderd toe te rekenen.

Het recidiverisico wordt als matig ingeschat. Verdachte profiteert onvoldoende van de ondersteuning geboden in het RIBW. Een meer direct en actief ondersteuningsaanbod met daarnaast individuele behandeling door Tactus is noodzakelijk. De rapporteur adviseert om als bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf reclasseringstoezicht, 24-uurs beschermd wonen, dagbesteding (VG-zorg) en individuele behandeling bij Tactus of een soortgelijke zorgverlener op te leggen.

Ook de reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en meewerken aan passende dagbesteding.

De conclusies van de rapporteurs zijn begrijpelijk gelet op de in de rapportages gegeven onderbouwing en het beeld dat de rechtbank ter zitting van verdachte heeft gekregen. De rechtbank zal daarom de conclusies overnemen en deze tot de hare maken.

De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het voorwaardelijke deel van deze straf dient in beginsel om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, maar ook om haar door het stellen van de bijzondere voorwaarden de noodzakelijke en adequate hulpverlening te kunnen aanbieden.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van voorarrest en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, passend en geboden.

8. De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 240,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- Telefoon Samsung S6 € 180,00;

- Reparatie voordeur slot € 60,00.

Daarnaast heeft de benadeelde partij vergoeding van immateriële schade gevorderd, omdat hij angst had, slecht kon slapen en wil verhuizen. Hij heeft hier echter geen bedrag bij genoemd.

8.2

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de raadsvrouw hebben zich op het standpunt gesteld dat benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering omdat de vordering niet is onderbouwd.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte schade heeft geleden, omdat de gestelde schadeposten niet voldoende zijn onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadeposten alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf:


diefstal door twee of meer verenigde personen voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

- zich meldt bij Reclassering Nederland, aan de Molenstraat 50 te Enschede op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent als deze instelling dat nodig acht;

- zich ambulant laat behandelen bij de Tactus verslavingszorg of een soortgelijke zorgverlener, ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van de zorgverlener zullen worden gegeven;

- bij de RIBW in Enschede of een andere instelling voor beschermd of begeleid wonen verblijft, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor haar heeft opgesteld;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. A.G.M. Ellenbroek en mr. M. van Berlo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2019.

Mrs. E. Venekatte en M. van Berlo zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2019043365.Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 29 januari 2019, (pag. 1 en 2)

Op 28 januari 2019 klonk het alsof iemand tegen de deur aan het trappen was. Vervolgens stonden [alias] (de rechtbank begrijpt: verdachte) en een man in mijn slaapkamerdeur in mijn woning aan de [adres] in Diepenheim. De man vertelde dat ik € 150,-- moest betalen. Ik zei dat ik geen geld had en kreeg een vuistslag in mijn gezicht, boven mijn linker oog. Dit ging met kracht. Ik schreeuwde dat zij weg moesten en kreeg meerdere vuistslagen in mijn gezicht. Dit deed veel pijn. Beneden kreeg ik weer een klap met kracht en een vuist in mijn gezicht omdat ik niet luisterde. De man pakte de tv van de muur en gaf die aan [alias] , die liep mijn huis uit met de tv. Vervolgens pakte een andere vrouw meerdere flessen drank en nam dit mee naar buiten. De man had ook mijn X-box meegenomen. Mijn telefoon Samsung S6 lag op mijn bed, maar lag er nu niet meer. Voordat zij weggingen riep de man nog dat zij woensdag tussen 20:00 uur en 21:00 uur hier weer zouden zijn voor 150 euro.

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 6 februari 2019, (pag. 63 tot en met 66)

Op 28 januari 2019 heb ik met Diepenheim (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) geappt en gevraagd wanneer hij zou betalen. Ik wilde graag mijn geld terug hebben. Ik heb aan [medeverdachte 1] gevraagd of zij mee wilde rijden naar Diepenheim. [medeverdachte 1] stelde voor om [medeverdachte 2] ook op te halen. Ik zag dat [medeverdachte 2] heel agressief was en dat hij steeds aan het drinken was. Ik heb in Diepenheim aangebeld, maar er werd niet opengedaan. [medeverdachte 2] trapte de voordeur van de woning van Diepenheim in en is de woning binnen gestormd. Boven gekomen, zag ik dat [medeverdachte 2] agressief was en hij moest betalen. Toen ik beneden was, hoorde ik dat er veel geschreeuw van boven kwam. Ik zag dat Diepenheim een bult boven zijn oog had. Ik wilde zekerheid hebben en heb voorgesteld dat ik zijn tv, bankpas, ID-kaart zou meenemen. [medeverdachte 2] zei tegen mij: “ga naar boven en haal zijn telefoon op”. Ik ben naar boven gegaan en heb de telefoon aan [medeverdachte 2] gegeven. [medeverdachte 2] duwde de tv in mijn handen en toen ben ik naar buiten gegaan. [medeverdachte 1] deed de achterklep van de auto open en ik heb de tv aan [medeverdachte 1] gegeven. Zij heeft de tv in de kofferbak gezet. We hebben even in de auto gezeten en toen zei [medeverdachte 1] dat ze de woning in ging. 10 à 15 minuten later kwam ze terug met een boodschappentas vol computerspellen en drank. [medeverdachte 1] en ik zaten in de auto en we hebben tegen elkaar gezegd dat het lang duurde. [medeverdachte 1] zei toen: “ straks slaat hij hem nog dood”. Toen [medeverdachte 2] naar buiten kwam, zag ik dat hij een fles met drank vasthield. [medeverdachte 2] heeft de telefoon mee naar huis genomen en ik de tv, bankpas en ID-kaart.

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 30 januari 2019, (pag. 84)

Op 28 januari 2019 heb ik [verdachte] naar Diepenheim gebracht en onderweg hebben we [medeverdachte 2] opgehaald. Ik zag [medeverdachte 2] en [verdachte] naar binnen gaan. [verdachte] kwam als eerst naar buiten en had een tv bij zich. Ik heb de klep van de auto open gedaan en de televisie in de kofferbak gedaan. [medeverdachte 2] kwam ook met een tas. Daar zat een X-box in. Ik hoorde van [verdachte] dat er in de tas een X-bos, een paar spellen en een joystick zat. Ik heb de boodschappentas en de X-box meer naar huis genomen.

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 31 januari 2019, (pag. 88)

Ik wist dat [verdachte] naar de woning van de man ging om geld te halen. [verdachte] kwam met de tv aanlopen en ik vroeg waar [medeverdachte 2] was. Ik ben naar binnen gegaan en [verdachte] is later ook nog naar binnen gegaan. Ik heb een fles cola gepakt en meegenomen.

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 januari 2019, (pag. 12)

Door mij werd handmatig de database in de chatsessie [medeverdachte 1] van Whatsapp op 28 januari 2019 gekeken. In een spraakbericht werd gezegd: “ik ga niet zonder iets terug, geloof me maar. Als jij niet wilt mag je ook daar blijven. Ik pak al dat geld.”

- een geschrift, te weten de geneeskundige verklaring van dr. J.H. Hegeman, chirurg, d.d. 8 februari 2019

Betreffende [slachtoffer] . Uitwendig waargenomen letsel: zwelling oog links, pijn kaak links met zwelling lip, verminderd zicht oog links. Geen sprake van bloedverlies. Geen vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel of inwendig bloedverlies. Geen psychische stoornis of stoornis van het bewustzijn.