Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2519

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-07-2019
Datum publicatie
22-07-2019
Zaaknummer
08-952000-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 40-jarige man heeft tijdens de nacht van oud en nieuw in Deventer geprobeerd zijn buurvrouw te verkrachten. De rechtbank Overijssel veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 20 maanden voor poging tot verkrachting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08-952000-19 (P)

Datum vonnis: 22 juli 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] , [land] ,

wonende te [adres 1]

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9 april 2019, 28 mei 2019 en 8 juli 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Markink-Grolman en van hetgeen door de gemachtigde raadsvrouw mr. N.C. Reehuis, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na een vordering nadere omschrijving tenlastelegging van 8 juli 2019, kort en zakelijk weergegeven op neer dat verdachte op 1 januari 2019 heeft geprobeerd zijn buurvrouw te verkrachten, althans feitelijke aanranding van de eerbaarheid heeft gepleegd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte dat:

primair

hij op of omstreeks 1 januari 2019 te Deventer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] , opzettelijk

- ( zonder toestemming) de kamer/woning van die [slachtoffer] is binnengegaan en/of

- het licht in de kamer heeft uitgedaan en/of de deur op slot heeft gedaan en/of

- die [slachtoffer] op de bank heeft geduwd en/of op de grond heeft geduwd en/of heeft

laten vallen en/of

- met zijn hoofd tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of heeft

geslagen en/of

- die [slachtoffer] heeft geprobeerd te kussen en/of

- met zijn hand die [slachtoffer] bij de keel heeft gegrepen en/of vastgehouden en/of

- de panty en/of onderbroek van die [slachtoffer] heeft gescheurd en/of

- de hand en/of arm en/of pols(en) van die [slachtoffer] heeft vastgehouden en/of

- die [slachtoffer] met de hand in haar gezicht/op haar hoofd heeft geslagen en/of

- zijn broek (deels) naar beneden heeft getrokken en/of zijn penis heeft

ontbloot en/of

- op die [slachtoffer] is gaan zitten/liggen en/of

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen,

subsidiair

hij op of omstreeks 1 januari 2019 te Deventer, althans in Nederland, [slachtoffer] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, door:

- ( zonder toestemming) de kamer/woning van die [slachtoffer] binnen te gaan en/of

- het licht in de kamer uit te doen en/of de deur op slot te doen en/of

- die [slachtoffer] op de bank te duwen en/of op de grond te duwen en/of te laten

vallen en/of

- met zijn hoofd tegen het hoofd van die [slachtoffer] te duwen en/of te slaan en/of

- te proberen die [slachtoffer] te kussen en/of

- die [slachtoffer] bij de keel te grijpen en/of vast te houden en/of

- de panty en/of onderbroek van die [slachtoffer] te scheuren en/of

- de hand en/of arm en/of pols(en) van die [slachtoffer] vast te houden en/of

- die [slachtoffer] met de hand in het gezicht/op het hoofd te slaan en/of

- zijn broek (deels) naar beneden te trekken en zijn penis te ontbloten en/of

- op die [slachtoffer] te gaan zitten/liggen en/of

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar te duwen en/of

- zijn (ontblote) penis op/tegen de buik van die [slachtoffer] te duwen/houden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Op 1 januari 2019 is tussen 1.27 uur en 1.33 uur drie keer met hetzelfde telefoonnummer gebeld naar het alarmnummer 112. Twee keer werd gebeld door een man met een buitenlands accent en de derde keer door een vrouw die Nederlands sprak. Deze vrouw vertelde dat ze vanaf [adres 2] te Deventer belde, omdat de buren haar zojuist hadden gevraagd om te bellen. De buren spraken geen Nederlands en maakten duidelijk dat de buurvrouw was aangevallen door een andere buurman. De betreffende vrouw lag huilend op haar bed, wees naar haar keel en zei het woord ‘sexual’.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De aangifte wordt voldoende ondersteund door overige bewijsmiddelen, zodat de primair ten laste gelegde poging tot verkrachting wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Verdachte heeft het ten laste gelegde ontkend. Het door hem gegeven alternatieve scenario wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Indien de rechtbank van oordeel is dat er sprake is van voldoende wettig bewijs, dan ontbreekt in ieder geval de overtuiging, aangezien de verklaringen van aangeefster en getuige [getuige 1] onbetrouwbaar zijn.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Uit de verklaringen van aangeefster volgt dat verdachte op 1 januari 2019, vlak na middernacht, de woonkamer van aangeefster is binnen gekomen met een fles drank. Nadat aangeefster had aangegeven dat hij moest vertrekken, heeft hij het licht uit gedaan en aangeefster op de bank en vervolgens op de grond geduwd. Verdachte duwde met zijn hoofd tegen het hoofd van aangeefster en probeerde haar te kussen. Terwijl aangeefster op de grond lag heeft verdachte haar handen en polsen vastgehouden en haar bij de keel gegrepen. Aangeefster probeerde zich te verzetten door hem te bijten, maar kon niet voorkomen dat verdachte haar jurk omhoog deed en haar panty en onderbroek uittrok. Verdachte deed zijn spijkerbroek omlaag en ging op haar zitten of liggen. Verdachte probeerde de benen van aangeefster uit elkaar te duwen en probeerde zijn penis bij aangeefster naar binnen te brengen. Doordat aangeefster haar benen bij elkaar hield, kwam de penis op haar buik terecht. Op dat moment kwam getuige [getuige 1] de woonkamer binnen. Verdachte is toen gevlucht.

Deze verklaring van aangeefster wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Zo heeft getuige [getuige 1] verklaard dat hij bij thuiskomst het licht heeft aan gedaan en zag dat aangeefster op de grond lag, dat de man, die half uitgekleed was, bovenop haar zat en aangeefster wurgde. Hij hield haar bij de keel vast. De man deed na binnenkomst van [getuige 1] zijn broek aan, had de gulp nog open en is gevlucht. Hij nam de telefoon van aangeefster mee. De man had kort geknipt, donker haar. [getuige 1] heeft met de buren de politie gebeld. De man heeft de volgende dag de telefoon van aangeefster terug gebracht.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat die nacht om 01.30 uur twee buurmannen van [adres 2] naar haar toe kwamen en haar duidelijk maakten dat ze de politie moest bellen. Ze liep met de buurmannen mee naar een kamer aan [adres 2] . In die kamer zag ze de huilende buurvrouw. Eén van de buurmannen had 112 gebeld en [getuige 2] nam het gesprek over. De huilende buurvrouw sprak twee keer over “sexual”. De buurmannen zeiden “buurman” en wezen naar [adres 4] .

Bij de meldkamer van 112 politie is op 1 januari 2019 om 01.33 uur een telefoongesprek ontvangen van ‘ [getuige 2] ’, [adres 3] te Deventer. Zij liet weten te bellen vanaf [adres 2] . [getuige 2] meldde dat ze verzocht was door de buren om te bellen, omdat de buurvrouw zou zijn aangevallen door de buurman van [adres 4] . [getuige 2] gaf aan dat de buurvrouw wees naar haar keel en dat ze sprak over “sexual”.

De politie is vervolgens ter plaatse gegaan en bij [adres 2] begreep de politie van [aangeefster] , aangeefster, dat ze bij de keel was gepakt door ene [verdachte] die zou wonen aan de [adres 4] .

De politie heeft de bewoner van [adres 4] om 02.11 uur op ongeveer 50 meter van de woning aangetroffen. Hij had een fles alcohol bij zich. De politie liet de man op een briefje zijn gegevens noteren. Hij schreef op dat hij [verdachte] was, geboren [geboortedatum] 1978. De politie heeft een foto van de man gemaakt. De politieagenten hebben waargenomen dat de man krassen in zijn gezicht had en op zijn hemd kleine spatjes bloed had zitten.

De foto is getoond aan aangeefster. Zij heeft bevestigd dat dit de man betreft die haar heeft aangevallen.

Verdachte heeft onder meer verklaard dat hij woont op [adres 4] . Hij droeg die avond een spijkerbroek en een wit t-shirt. Hij is een minuut of vijf in de kamer op [adres 2] geweest. Toen kwam de man van de vrouw de kamer binnen. Verdachte heeft de telefoon van de vrouw gepakt van de tafel en die de volgende avond terug gegeven, samen met buurman [naam 1] .

Verdachte heeft bevestigd dat hij een fles alcohol in zijn broek had en weet niet waarom zijn gulp open is op de foto van de politie.

De hiervoor omschreven omstandigheden ondersteunen naar het oordeel van de rechtbank de aangifte van het slachtoffer. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster en getuige [getuige 1] . Getuige [getuige 1] blijft in zijn verklaring bij de rechter-commissaris, ondanks zijn boosheid op dat moment richting aangeefster, bij zijn eerder afgelegde verklaring met betrekking tot hetgeen hij heeft gezien bij thuiskomst na oud en nieuw. Dat [getuige 1] direct na het voorval de buren heeft benaderd om de politie te bellen wordt bevestigd door getuige [getuige 2] en de 112-melding. Tegen deze getuige wijst aangeefster naar haar keel en spreekt over “sexual”. De politie heeft vervolgens kort daarna verdachte op straat aangetroffen met krassen in zijn gezicht en kleine spatjes bloed op zijn hemd. Hij heeft op zijn borstkas een verwonding die lijkt op een bijtverwonding. Dat past bij de verklaring van aangeefster, die heeft verklaard zich onder meer te hebben verweerd door verdachte te bijten. Verdachte blijkt ook, zoals hij ook zelf heeft verklaard, in het bezit te zijn geweest van de telefoon van aangeefster.

Voor het alternatieve scenario, zoals door verdachte is geschetst, is daarentegen geen ondersteuning te vinden in het dossier. Verdachte heeft verklaard dat aangeefster hem eerder op de avond buiten op straat heeft benaderd door haar hand in zijn broek ter hoogte van zijn kruis te stoppen. Na middernacht zou aangeefster verdachte gedwongen hebben om met haar mee naar binnen te gaan en daar aangekomen zou aangeefster verdachte betast hebben. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte ten aanzien van dit scenario ongeloofwaardig en niet consistent is. Nergens blijkt uit dat aangeefster en verdachte eerder op de avond op straat al contact met elkaar hebben gehad. Voorts acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte, nadat hij, zoals hij zelf stelt, in shock was door de greep in zijn kruis door aangeefster eerder op de avond, zich later heeft laten dwingen om met haar mee naar binnen te gaan, ook gelet op haar postuur en leeftijd.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

primair

hij op 1 januari 2019 te Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] , opzettelijk

- ( zonder toestemming) de kamer/woning van die [slachtoffer] is binnengegaan en

- het licht in de kamer heeft uitgedaan en

- die [slachtoffer] op de bank heeft geduwd en op de grond heeft geduwd en

- met zijn hoofd tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geduwd en

- die [slachtoffer] heeft geprobeerd te kussen en

- met zijn hand die [slachtoffer] bij de keel heeft gegrepen en vastgehouden en

- de panty van die [slachtoffer] heeft gescheurd en

- de hand en polsen van die [slachtoffer] heeft vastgehouden en

- zijn broek (deels) naar beneden heeft getrokken en zijn penis heeft

ontbloot en

- op die [slachtoffer] is gaan zitten/liggen en

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45 en 242 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

primair: poging tot verkrachting.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van de periode die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit tot vrijspraak.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft tijdens de nacht van oud en nieuw gepoogd zijn buurvrouw te verkrachten. Hij is haar kamer binnen gegaan, heeft het licht uit gedaan en haar op de grond gegooid. Door haar keel dicht te knijpen en handen vast te houden heeft hij haar gedwongen te blijven liggen. Met dit geweld heeft verdachte, ondanks het verzet van het slachtoffer, geprobeerd zijn penis in haar vagina te brengen. Het slachtoffer voelde de blote penis van verdachte al op haar buik. Doordat de partner van het slachtoffer op dat moment de kamer binnen kwam, is het verdachte niet gelukt het slachtoffer daadwerkelijk te verkrachten en is hij gevlucht.

Het slachtoffer woonde naast verdachte en had veilig moeten zijn in haar eigen woning. Ze was aanvankelijk alleen thuis en fysiek niet opgewassen tegen verdachte. Verdachte heeft geprobeerd met geweld ernstige seksuele gedragingen bij haar te verrichten. Dit betreft een zeer ernstig strafbaar feit.

De rechtbank heeft bij bepaling van de hoogte van de straf gelet op de uitgangspunten van de door de rechtbank gehanteerde landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarbij wordt het gebruik van geweld straf verhogend gerekend. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de bepaling in artikel 45 Sr dat bij bewezenverklaring van een poging het strafmaximum met een derde wordt verminderd.

De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van

20 maanden passend en geboden. Op die straf zal de periode die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering worden gebracht.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

primair: poging tot verkrachting;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Westendorp, voorzitter, mr. H.J.H. van Meegen en

mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Offerein-Hulshoff, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2019.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie, districtsrecherche IJsselland, met nummer 2019000785 d.d. 28 maart 2019. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 januari 2019:

(pag. 71) Het was 1 januari 2019. Er werd geklopt, hij kwam binnen en had een fles drank bij zich. Ik ken zijn naam niet. Ik noemde hem een Roemeen.

(pag. 72) Ik woon aan [adres 2] te Deventer. Ik woon met mijn vriend [getuige 1] .

(pag. 74) Ik was alleen. [getuige 1] was naar de stad.

(pag. 75) Hij een spijkerbroek aan en een t-shirt of een hemd. Ik zei tegen hem: “ik ga niet met je drinken, ga weg”. Op dat moment doet hij de lamp uit. Hij duwde me toen op de bank. Ik probeerde van de bank op te staan. Hij duwde mij weer, maar nu op de grond. Hij probeerde mijn jurk van mij af te rukken. Dat lukte niet. Het lukte hem wel om mijn panty uit te doen. Hij duwde steeds met zijn hoofd tegen mijn hoofd. Hij slaat met zijn hoofd tegen mijn hoofd. Hij ging mij wurgen omdat ik aan het schreeuwen was. Door het wurgen word ik steeds zwakker. Dat lukt hem om mijn panty helemaal uit te doen. Hij houdt mijn polsen vast. Ik heb mijn best gedaan om mij te verzetten. Hij heeft het zover gekregen dat hij mijn panty en mijn ondergoed naar beneden trekt. Mijn jurk omhoog. Hij doet zijn spijkerbroek los en hij wil met zijn geslachtsdeel penetreren. Ik probeer mijn benen bij elkaar te houden. Hij probeerde het met zijn handen uit elkaar te duwen. Omdat ik mijn benen toch bij elkaar krijg komt zijn penis niet bij mij binnen maar op mijn buik. Op dat moment stormt mijn vriend de kamer binnen. Op het moment dat [getuige 1] binnenkwam en de lamp aan deed staat de Roemeen op en doet zijn broek weer aan. Hij pakt zijn fles en mijn telefoon en heel snel rent hij naar buiten. [getuige 1] rende naar [naam 2] toe en zei: je moet de politie bellen. [naam 2] heeft inderdaad gebeld.

(pag. 76) Later kwam hij bij [getuige 1] en hij gaf toen mijn telefoon terug. Mijn panty was gescheurd. Toen [getuige 1] binnen kwam lag ik op de grond. Het ging heel snel. [getuige 1] had geen kans om hem te pakken.

Hij duwde mij op de bank en probeert mij te kussen. Hij was steeds met zijn hoofd bij mijn hoofd. Hij duwde de salontafel weg en gooit mij op de grond. Ik lig op mijn rug.

(pag. 77) ik heb hem gebeten. Daarna probeerde hij me te wurgen. Hij wurgt tot het moment dat hij merkt dat ik niet meer kan schreeuwen en ik word slapper. Dan laat hij mijn handen ook los en doet hij zijn broek los. Met een hand houdt hij mijn handen vast bij elkaar en met zijn andere hand doet hij mijn onderbroek omlaag en ook zijn eigen broek omlaag. Hij probeert te penetreren en op dat moment komt [getuige 1] de kamer binnen.

(pag. 79) Ik ging huilend naar bed.

Het proces-verbaal van verhoor getuige ( [slachtoffer] ) d.d. 4 juli 2019, opgemaakt door de rechter-commissaris:

(pag. 2) Hij pakte toen met 1 hand mijn keel om te proberen mij te wurgen.

Met 1 hand, hij heeft een hele grote hand en ik een kleine nek, heeft hij mij bij de nek gepakt.

Het proces-verbaal van verhoor getuige ( [getuige 1] ) d.d. 2 januari 2019:

(pag. 84) [slachtoffer] is mijn vriendin. Wij wonen aan [adres 2] .

Ik kom thuis en het licht was uit. Toen ik het licht aan deed, zag ik dat hij haar, [slachtoffer] aan het wurgen was. Die man was uitgekleed. Die man is naar buiten gevlucht. Die man had wel zijn broek aan gedaan.

(pag. 85) [slachtoffer] lag op de vloer, hij zat bovenop haar en wurgde haar. Hij deed zijn handen om haar nek.

(pag. 86) Wel een broek, maar daarvan was zijn gulp open. Hij woont naast ons, rechts. (verbalisanten: dit betreft [adres 4] ).

(pag. 87) Hij heeft kortgeknipt donker haar. Die man rende weg en nam de telefoon van [slachtoffer] mee. De volgende dag belde een Roemeense huisgenoot van ons met de man die [slachtoffer] had aangevallen en zei dat hij de telefoon terug moest brengen. Die man kwam toen meteen de telefoon terug brengen.

Het proces-verbaal van verhoor getuige ( [getuige 1] ) d.d. 13 juni 2019, opgemaakt door de rechter-commissaris:

(pag. 2) Ik heb gezien dat hij haar vasthield bij de keel. Hij lag op haar en was voor de helft ontkleed.

De buren hebben de politie gebeld. Ik ben met een vriend gegaan. Een vriend is naar de buurvrouw gegaan en zij heeft de politie gebeld.

Het proces-verbaal van verhoor getuige ( [getuige 2] ) d.d. 29 januari 2019:

(pag. 108) Omstreeks 1:30 uur kwamen twee buurmannen van [adres 2] naar ons toegelopen. De buurmannen probeerden ons duidelijk te maken dat we de politie moesten bellen met 112. Ik ben met de twee buurmannen naar een kamer aan [adres 2] gelopen. Toen ik de kamer binnenkwam zag en hoorde ik een vrouw op bed huilen. Ik herkende de vrouw als de buurvrouw van [adres 2] . Een van de buurmannen had een medewerker van 112 aan de telefoon. Ik heb vervolgens dat gesprek overgenomen. Ik hoorde de huilende vrouw twee keer over “sexual”. Dit heb ik ook verteld aan de medewerker van 112. De buurmannen zeiden “buurman” en wezen naar [adres 4] .

Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking audiobestand 112 melding DROC Apeldoorn, d.d. 18 januari 2019:

(pag. 12)

M: 112 politie

V: ja, u spreekt met [getuige 2] (fon) [adres 3] , ik bel voor…

M: ik welke plaats

V: Deventer

V: ik bel vanaf… [adres 2]

V: en ik ben hier door mijn buren geroepen omdat hier een vrouw is en die schijnt aangevallen te zijn door de buurman

(pag. 13)

V: dat is de buurman van [adres 4]

V: ze ligt op bed, ze huilt

V: en d’r keel, ze wijst naar haar keel

V: het is een buurman en zegt sexual

V: ze zegt dat er iets met sexual is

Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 3 januari 2019:

(Pag. 14) Bij [adres 2] te Deventer werden we aangesproken door [aangeefster] en [getuige 1] . Communiceren was nagenoeg niet mogelijk door de taalbarrière. Wat we begrepen uit het gesprek was dat [aangeefster] door ene [verdachte] bij de keel was gepakt, deze [verdachte] zou wonen op [adres 4] .

Om 02.11 uur zijn we weggereden en zagen vijftig meter verderop een manspersoon staan. We hebben hem aangesproken en zagen dat deze man krassen in zijn gezicht had. Hij had een fles alcohol, merk 43 bij zich. Collega [verbalisant] heeft een foto van hem gemaakt. Hij verklaarde te wonen aan de [adres 4] . We hebben zijn naam en geboortedatum op een briefje laten schrijven, omdat het ook met hem niet mogelijk was om te communiceren. Voor zover we konden ontcijferen noteerde hij: [verdachte] , [geboortedatum] 1978.

Het Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 januari 2019:

(pag. 68) De foto van de manspersoon werd aan het slachtoffer getoond. Slachtoffer gaf aan dat dit de betreffende man was.

Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 2 januari 2019:

(pag. 127) Ik, verbalisant, zag op de rechterschouder en op de rechterzijde van de borstkas een tweetal verwondingen. Ik zag dat de verwonding op de borstkas leek op een bijtverwonding.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 januari 2019:

(pag. 138) Ik woon op [adres 4] .

(pag. 144) Ik droeg een spijkerbroek en een wit t-shirt.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 januari 2019:

(pag. 150) Na een minuut of vijf a zes kwam haar man. Het was op [adres 2] .

(pag. 157) Inderdaad heb ik haar telefoon gepakt. Ik heb de telefoon gisteravond zelf aan haar gegeven. Ik heb de telefoon van de tafel gepakt in haar kamer.

(pag. 158) Het was met [naam 1] .

Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 januari 2019:

(pag. 173) Het klopt dat ik een fles likeur in mijn broek had zitten. Ik weet niet waarom mijn gulp open is op de foto.