Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2516

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-07-2019
Datum publicatie
19-07-2019
Zaaknummer
C/08/233702 / KG ZA 19-151
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Woningzoekende is voor de duur van 2 jaren uitgesloten van een nieuwe huurwoning van SWZ. Dat is het (sanctie)beleid van SWZ na de vondst van een hennepkwekerij in een woning van SWZ. Woningzoekende vraagt de rechter om die blokkade op te heffen, omdat inmiddels 2 jaren zijn verstreken. De voorzieningenrechter stelt vast dat SWZ een redelijk en evenwichtig sanctiebeleid voert, omdat zij niet zonder meer een nieuwe huurovereenkomst hoeft te sluiten met een hennephuurder. Maar zij heeft niet zorgvuldig gecommuniceerd over de ingangsdatum van de blokkade. De vordering wordt daarom toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2019/23 met annotatie van Gardenbroek, T.
WR 2019/127 met annotatie van Z.H. Duijnstee-Van Imhoff
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/233702 / KG ZA 19-151

Vonnis in kort geding van 19 juli 2019

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. U. Yildirim te Zwolle, procederend op toevoeging, afgegeven door de Raad voor Rechtsbijstand op 12 maart 2019 (kenmerk 2FV4295),

tegen

de stichting WONINGSTICHTING SWZ,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde,

advocaat mr. B.J. van den Berg te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiser] en SWZ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 17 juni 2019 met 12 bijlagen (producties);

  • -

    het e-mailbericht van 12 juli 2019 van SWZ, waarmee zij 2 producties heeft overgelegd;

  • -

    het e-mailbericht van [eiser] van 15 juli 2019, waarmee hij productie 13 heeft overgelegd.

1.2.

De zaak is tijdens een zitting op 16 juli 2019 mondeling behandeld. Zowel [eiser] als SWZ is verschenen, bijgestaan door hun advocaten. SWZ heeft gepleit aan de hand van haar pleitaantekeningen. De griffier heeft van wat verder nog is besproken aantekeningen gemaakt.

1.3.

Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter bepaald dat er vandaag een vonnis in deze zaak wordt gewezen.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft vanaf 25 januari 2007 een woning gehuurd van SWZ. Op 27 januari 2017 heeft de politie in (de berging bij) zijn woning een hennepkwekerij met 72 planten aangetroffen. Daarnaast was de elektriciteitsmeter gemanipuleerd.

2.2.

SWZ heeft [eiser] met een brief van 1 februari 2017 geïnformeerd over de gevolgen van de aangetroffen hennepkwekerij. Enerzijds wil SWZ de huurovereenkomst beëindigen. Zij roept [eiser] daarom op de sleutels vrijwillig in te leveren per 1 maart 2017. En als [eiser] dat niet doet, zal zij een gerechtelijke procedure starten. Anderzijds, zo schrijft SWZ: ‘(…) wordt u voor de duur van twee jaar uitgesloten van toewijzing van woonruimte bij één van de Zwolse woningcorporaties’.

2.3.

Woningzoekenden kunnen gebruik maken van De Woningzoeker om woonruimte te vinden bij Zwolse woningcorporaties. Op de website van De Woningzoeker staat dat daarop het woningaanbod is te vinden van de vijf woningcorporaties uit de gemeenten Kampen, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. Die woningcorporaties zijn: Beter Wonen IJsselmuiden, deltaWonen, Openbaar Belang, Wetland Wonen en SWZ.

2.4.

Op 1 februari 2017 heeft [eiser] een (automatisch gegenereerd) e-mailbericht ontvangen van De Woningzoeker. Daarin staat:

‘Uw inschrijving is geblokkeerd om de volgende reden: Hennepconvenant.

Wat houdt een blokkade in?

Een blokkade houdt in dat u niet kunt reageren op het woningaanbod in alle modules. U bent uw opgebouwde inschrijfduur niet kwijt, deze loopt gewoon door.

De begindatum van de blokkade is 1 februari 2017

De einddatum van de blokkade is 1 maart 2019

Vanaf de einddatum kunt u weer reageren’.

2.5.

[eiser] heeft in de brief van SWZ van 1 februari 2017 (zie hiervoor onder 2.2) geen aanleiding gezien om zijn huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen. Daarop is SWZ een kort geding begonnen. De kantonrechter in deze rechtbank heeft bij vonnis in kort geding van
3 mei 2017 bepaald dat [eiser] de woning dient te ontruimen. Omdat SWZ bereid was met een langere ontruimingstermijn in te stemmen, heeft de kantonrechter de ontruimingstermijn bepaald op zes maanden na betekening van het vonnis. [eiser] heeft vervolgens de woning op 6 oktober 2017 ontruimd.

2.6.

[eiser] probeert sinds 1 maart 2019 weer te reageren op het woningaanbod van SWZ via De Woningzoeker. SWZ heeft echter laten weten dat [eiser] tot 6 oktober 2019 geblokkeerd wordt, dat wil zeggen: dat hij tot die datum niet mag reageren op het woningaanbod. Op de sommatie van [eiser] om de blokkade op te heffen, heeft de heer [naam] van SWZ per e-mailbericht van 15 maart 2019 als volgt gereageerd:

‘In mijn brief van 1 februari 2017 schrijf ik over de onvermijdelijke beëindiging van de huurovereenkomst met SWZ en over uitsluiting voor de duur van twee jaar van toewijzing van woonruimte bij één van de Zwolse woningcorporaties. In die volgorde . Ik eis ook opzegging van de huur door [eiser] en inleveren van de sleutels per 1 maart 2017. De heer [eiser] gaf geen gehoor aan mijn verzoek en SWZ is een gerechtelijke procedure gestart.

In het vonnis van de kantonrechter staat bij 4.6, dat SWZ [eiser] een ontruimingstermijn van zes maanden gunde en dat SWZ daarmee ruimschoots voldoet aan wat van verhuurder kan worden verlangd. Bij 3.3 schrijft de rechter, dat een gevolg van de ontruiming wegens hennepteelt zal zijn dat hij ( [eiser] ) een aantal jaren niet in aanmerking zal komen voor een woning in de sociale huursector. De sleutels van de woning werden vervolgens vrijwillig ingeleverd op 6 oktober 2017’.

3. Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter SWZ veroordeelt bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om binnen twee dagen na betekening van het vonnis dat in deze zaak wordt gewezen de blokkade van [eiser] als woningzoekende bij De Woningzoeker, althans iedere blokkade om te reageren op huurwoningen en op het toegewezen krijgen van woningen, op te heffen en opgeheven te houden zolang zich geen nieuwe feiten of omstandigheden voordoen die dat rechtvaardigen, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 1.000,00 voor elke dag dat SWZ hiermee in gebreke is. Daarbij vordert [eiser] dat SWZ in de kosten van deze procedure wordt veroordeeld, een bedrag aan nakosten daaronder begrepen.

3.2.

SWZ voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser] heeft aan de gevraagde voorlopige voorziening ten grondslag gelegd dat twee jaren zijn verstreken na de mededeling op 1 februari 2017 dat zijn reactiemogelijkheid op het aanbod van De Woningzoeker is geblokkeerd. SWZ moet daarom deze blokkade opheffen. [eiser] heeft verder aangevoerd dat hij is aangewezen op een sociale huurwoning in de regio Zwolle. Momenteel verblijft hij in een chalet. Dat verblijf wordt niet langer toegestaan door de gemeente. De gemeente heeft aan de eigenaar van het chalet een last onder dwangsom aangezegd met ingang van 1 augustus 2019. Gelet op zijn inkomsten kan [eiser] geen woning huren in de vrije sector. Daarom stelt [eiser] dat hij spoedeisend belang heeft bij de onmiddellijke opheffing van de blokkade.

4.2.

De voorzieningenrechter overweegt dat – zoals SWZ terecht heeft aangevoerd – [eiser] de door de gemeente aangekondigde bestuursdwang niet met stukken heeft onderbouwd. Het is echter algemeen bekend dat gemeenten (in toenemende mate) handhavend optreden ter zake van het overtreden van het verbod op permanent verblijf in vakantiewoningen. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat [eiser] in het bestek van dit kort geding voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn huidige verblijf in de vakantiewoning niet langer wordt toegestaan en dat hij op korte termijn uitzicht moet hebben op het verkrijgen van woonruimte in de omgeving van Zwolle. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat [eiser] voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn vordering.

4.3.

Bij het toewijzen van een huurwoning geldt als uitgangspunt het beginsel van contractsvrijheid. Het staat SWZ – binnen de grenzen van wat de Woningwet daarover bepaalt – vrij om al dan niet een huurovereenkomst met [eiser] aan te gaan. Maar ten aanzien van personen die behoren tot de doelgroep uit artikel 46 van de Woningwet (zij die door hun inkomen of door andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het vinden van passende huisvesting) heeft SWZ een bijzondere verantwoordelijkheid. Onbestreden is dat [eiser] tot die doelgroep behoort. Het blokkeren van [eiser] ’s mogelijkheden tot het verkrijgen van een huurwoning van SWZ en andere woningcorporaties kan dan onder omstandigheden onrechtmatig zijn. Dat betekent dat in dit kort geding de belangen van [eiser] moeten worden afgewogen tegen de belangen van SWZ.

4.4.

SWZ heeft verweer gevoerd tegen de gevraagde voorlopige voorziening, omdat zij van mening is dat het lik-op-stukbeleid uit het hennepconvenant vraagt om strikte handhaving van de daarin vermelde uitgangspunten. In dit geval is een omvangrijke hennepkwekerij in de woning van [eiser] aangetroffen en is met de elektriciteitsmeter geknoeid, hetgeen een onmiskenbaar gevaar voor de omgeving met zich brengt. Daarom is SWZ van mening dat haar belang zwaarder dient te wegen dan het belang van [eiser] bij het vinden van passende woonruimte.

4.5.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat SWZ een redelijk en evenwichtig sanctiebeleid voert als het gaat om huurders die een hennepkwekerij hebben in een van haar huurwoningen. Dat sanctiebeleid doet recht aan de belangen van SWZ als verhuurder, van wie niet zonder meer verlangd hoeft te worden dat zij een nieuwe huurovereenkomst aangaat met een ‘hennephuurder’. Ook geeft zij een signaal af aan de betrapte huurder dat er consequenties kleven aan het hebben van een hennepkwekerij in huurwoningen. Door deze sanctie in de tijd te beperken, weegt SWZ de belangen van haar doelgroep voldoende (kenbaar) mee. Na ommekomst van een sanctieperiode van twee jaren zijn bedoelde huurders weer welkom.

4.6.

Een redelijke toepassing van bovengenoemd sanctiebeleid vraagt wel om zorgvuldige communicatie. En daarin is het in deze zaak niet goed gegaan. Aan [eiser] is met een e-mailbericht van De Woningzoeker van 1 februari 2017 meegedeeld dat zijn mogelijk-heden om te reageren op het woningaanbod zijn geblokkeerd. [eiser] is ervan uitgegaan dat die blokkade eindigt op de datum die in dat bericht staat: 1 maart 2019. Daar mocht hij naar het oordeel van voorzieningenrechter ook vanuit gaan, omdat de expliciete mededeling niet los kan worden gezien van de verdere toelichting daarop in hetzelfde e-mailbericht (hennepconvenant, begindatum blokkade). SWZ heeft het sanctiebeleid bepaald. Het was daarom aan haar om [eiser] te informeren over de exacte datum waarop de blokkade ingaat c.q. eindigt, helemaal als dit een latere datum is dan in een ander bericht staat. Dat heeft SWZ niet gedaan. In het bijzonder niet in haar brief van 1 februari 2017. Daarin geeft zij immers geen informatie over de ingangsdatum van de blokkade, maar vermeldt zij slechts de duur daarvan (twee jaar). Ook tijdens het ontruimingskortgeding van 19 april 2017 heeft SWZ [eiser] niet (voldoende) geïnformeerd over de gevolgen van de afgesproken langere ontruimingsperiode. Als beleidsbepaler is het goed communiceren daarover bij uitstek de taak en verantwoordelijkheid van SWZ.

SWZ heeft zich nog op het standpunt gesteld dat het [eiser] voldoende duidelijk was dat de sanctie pas ingaat per de datum waarop hij het gehuurde heeft ontruimd, omdat hij dat argument in de strijd heeft gegooid in het ontruimingskortgeding. Dat maakt het oordeel van de voorzieningenrechter niet anders. De tijd tussen de mededeling op 1 februari 2017 en het kort geding (zitting van 19 april 2017) is relatief kort geweest. Dat [eiser] erover klaagt dat hij een aantal jaren niet in aanmerking zal komen voor een huurwoning laat zich daardoor afdoende verklaren.

4.7.

De voorzieningenrechter is al met al van oordeel dat SWZ mag worden gehouden aan de mededeling uit het e-mailbericht van 1 februari 2017 dat de blokkade wordt opgeheven per 1 maart 2019. De vordering wordt daarom in die zin toegewezen dat SWZ wordt veroordeeld de blokkade in De Woningzoeker op te heffen. Gesteld noch gebleken is dat daaraan technische hindernissen kleven.

4.8.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] toegelicht dat zijn eis meer omvat. Hij is van mening dat SWZ geen huurwoning mag weigeren op de grond dat [eiser] een geldschuld heeft, omdat die geldschuld nu al bekend is. Met andere woorden: SWZ mag geen nieuwe blokkade opwerpen voor het verkrijgen van een nieuwe huurwoning. De voor-zieningenrechter volgt [eiser] daarin niet. Daarvoor is van belang dat als uitgangspunt heeft te gelden dat er sprake is van contractsvrijheid. SWZ heeft regels die voor alle kandidaat-huurders gelden, waaronder een toets op inkomen en het bestaan van een (huur)schuld aan SWZ. Het gaat te ver om te bepalen dat SWZ die regels moet laten varen om aan het woonbelang van [eiser] tegemoet te komen. SWZ heeft overigens toegezegd dat zij bij de eventuele toewijzing van een huurwoning de voorgeschiedenis van [eiser] ’s hennepkwekerij en gerechtelijke procedures niet zal laten meewegen.

4.9.

[eiser] heeft nog een dwangsom gevorderd om er zeker van te zijn dat SWZ aan de veroordeling zal voldoen. SWZ heeft daartegen het verweer gevoerd dat zij zonder meer zal voldoen aan het vonnis van de voorzieningenrechter en dat daarom een dwangsom niet nodig is. Gelet op die uitdrukkelijke bereidverklaring van SWZ, vertrouwt de voorzieningenrechter erop dat SWZ vrijwillig aan dit vonnis zal voldoen zodat een dwangsom niet noodzakelijk is. De dwangsom wordt daarom afgewezen.

4.10.

SWZ zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 99,01

- griffierecht € 81,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.160,01.

4.11.

De kosten van betekening van een vonnis komen in beginsel als nakosten voor rekening van SWZ. Hierbij geldt volgens de bepalingen van het liquidatietarief rechtbanken en hoven wel de voorwaarde dat SWZ gedurende veertien dagen na een daartoe strekkende aanschrijving de mogelijkheid heeft gehad om vrijwillig aan het vonnis te voldoen. De gevraagde vergoeding van de kosten van betekening van het vonnis zal hierna dan ook worden toegewezen mits voornoemde termijn van veertien dagen in acht is genomen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

veroordeelt SWZ om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de blokkade van [eiser] als woningzoekende bij De Woningzoeker, althans iedere blokkade om te reageren op huurwoningen, op te heffen en opgeheven te houden zolang zich geen nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die een nieuwe blokkade rechtvaardigen;

5.2.

veroordeelt SWZ in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.160,01, te vermeerderen met de wettelijke rente voor zover SWZ niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis heeft betaald;

5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met, onder de voorwaarde dat SWZ niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis plaats heeft gevonden, een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019. (CT)1

1 type: coll: