Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2125

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-02-2019
Datum publicatie
24-06-2019
Zaaknummer
08/710028-18, 08/021158-18, 08/730290-18, 08/211760-17, 08/047447-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 50-jarige man tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De man heeft bijna een jaar lang zijn echtgenote, met wie hij in scheiding lag, gestalkt door allerlei negatieve berichten over haar te verspreiden. Ook heeft hij haar identiteit gebruikt voor het doen van bestellingen, heeft hij haar zoon mishandeld, haar fiets gestolen en een ruit vernield om bij haar appartement te kunnen komen. Daarnaast heeft hij ook het contactverbod genegeerd.

Naast de gevangenisstraf legt de rechtbank de man een maatregel op tot beperking van de vrijheid voor 3 jaar in de vorm van een contactverbod met de slachtoffers. Ook moet hij hen een schadevergoeding betalen van in totaal 2800,35 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Gevoegde parketnummers:

08/710028-18, 08/021158-18, 08/730290-18, 08/211760-17, 08/047447-18 en

08/141227-17 (P)

Datum vonnis: 7 februari 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1968 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

nu verblijvende in P.I. Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 januari 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. N. Huisman en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. L.J.H.M. Achten, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte zijn onder meerdere parketnummers in totaal 13 feiten ten laste gelegd. De rechtbank heeft deze feiten voor de leesbaarheid van het vonnis omgenummerd, zoals hieronder vermeld. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: [slachtoffer 1] heeft belaagd;

feit 2: een contact- en gebiedsverbod betreffende [slachtoffer 1] heeft overtreden;

feit 3: [slachtoffer 2] heeft mishandeld;

feit 4: een ruit van een toegangsdeur van [woningstichting 1] heeft vernield;

feit 5: een balletjespistool voorhanden heeft gehad;

feit 6: een deur en/of de woning van [slachtoffer 1] heeft vernield;

feit 7: een elektrische fiets, merk Sparta, van [slachtoffer 1] heeft gestolen;

feit 8: een elektrische fiets, merk Cortina, toebehorend aan fietsenwinkel [fietsenwinkel] , heeft verduisterd;

feit 9: zich heeft schuldig gemaakt aan smaad, dan wel belediging van [slachtoffer 1] ;

feit 10: zich heeft schuldig gemaakt aan identiteitsfraude met betrekking tot [slachtoffer 1] ;

feit 11: een hoeveelheid chips bij [winkel] en/of tijdschriften bij [boekenwinkel] heeft gestolen;

feit 12: knalpatronen voorhanden heeft gehad;

feit 13: een ruit van een woning van [woningstichting 2] heeft vernield.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1. parketnummer 08-710028-18)

hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode 3 september 2017 tot en met 20 augustus 2018 te Zwolle, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten van [slachtoffer 1] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die voornoemde [slachtoffer 1] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen door

- een of meerdere bericht(en) te verspreiden door dat/die te plaatsen/weer te geven op (een van) zijn, verdachtes, facebookpagina('s) (te weten: de facebookpagina ' [verdachte] ') met (onder meer) de tekst(en): "Ze is vreemd gegaan naar mijn gevoel, en daarbij heeft ze mijn vertrouwen verloren" en/of "Ook vanwege diefstal op haar werk. Met trots laat ze zien wat ze heeft weggenomen, sieraden en geld", althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- een of meerdere e-mail(s) en/of brief/brieven, althans (een) bericht(en), te verspreiden door deze te sturen/e-mailen (van het e-mailadres: [mailadres verdachte] en/of [mailadres verdachte] ) naar het e-mailadres van (onder andere) het secretariaat van de [parochie 1] (te weten: [mailadres] ) en/of van [pastoor] (te weten: [mailadres] ) en/of van [parochie 2] (te weten: [mailadres] ), met hierin (onder meer) de teksten en/of brieven en/of bijlage(n): "Op 1 september 2017 heb ik mijn echtgenote [slachtoffer 1] de deur gewezen vanwege overspel in het huwelijk wat voor mij onaanvaardbaar is" en/of "Ook haalt zij de naam van God door het slijk. Als kind van God draag zij zijn naam door het slijk en zoals zij heeft gezondigd dan is dat niet tot eer van hem" en/of "In haar vorige huwelijk is ook al 2x vreemd geweest en bij dit huwelijk was er een Iman aanwezig waardoor ze ondanks haar scheiding naar mijn mening nog steeds moslima is in plaatst katholiek" en/of "De afgelopen maanden heeft zij haar ware masker aan mij laten zien om enkel dure goederen toe te eigenen en ook gelden die van mij waren. Deze manier van handelen vind ik een vorm van misleiding en met een woord van 'Golddigger'." en/of "Het is dan wel niet de eerste x dat mevrouw door haar onzedelijke gedragingen op straat is gezet, of beschuldigd wordt van diefstal of genoemd wordt als golddigger", althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (een brief) inhoudende een boetesacrament (onder meer inhoudende: - zakelijk weergegeven - dat zij, voornoemde [slachtoffer 1] , alle banden met de katholieke kerk wil breken door haar onzedelijke gedragingen en/of dat er sprake is geweest van ontrouw en bedrog en/of dat zij, voornoemde [slachtoffer 1] , de tien geboden niet is nagekomen), althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking, welke valselijk/in strijd met de waarheid is opgesteld en/of is ondertekend met de naam van voornoemde [slachtoffer 1] en/of

- een of meerdere (sms-)bericht(en) (vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en/of

[telefoonnummer 2] ) naar (het telefoonnummer van) voornoemde [slachtoffer 1] te sturen/verzenden met hierin (onder andere) de woorden: "Je maakt mij kapot. Maar een ding! Wel gaan we samen kapot. Ik neem je mee mijn graf in" en/of "Wil jij ermee ophouden om mij en [naam 1] die jij omschrijft als een mongool te beledigen. Is dat jouw manier van "houden van" als jij hier niet mee ophouwd sta ik voor je deur met een bijl en sloop ik je hele kutwoning. Je bent een rat een egoistisch persoon die enkelband geld denkt. Enkel aan klote spelling.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- een of meerdere bericht(en) te verspreiden door deze te plaatsen/weer te geven op (een van) zijn, verdachtes, facebookpagina('s) (te weten: [alias verdachte] ) met onder meer de tekst(en): "Zij neemt haar verantwoordelijkheid niet, dat met de betrekkingen: oplichting van verzekeraars zoals nepinbraak of Waterschade, fietsendiefstal en het claimen van een nieuwe fiets, deze gelden zijn op haar rekening gestort waar ik niets van vernomen heb, of gekregen. Verantwoordelijkheid van mijn geld een bedrag van 155.000,- diefstal en verijking van goederen die aan mij toebehoren. Geestelijke mishandeling richting mij toe! Zoals het verbieden om omgang te hebben met mijn kinderen. Houden van komt niet voor in haar woordenboek" en/of "Het woord liefde komt niet in de woordenboek van [slachtoffer 1] voor, wel zelfverijking van goederen die ze zelf nooit kan betalen!!", althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (hierbij/vervolgens) (telkens) onder/in/na voornoemd(e) bericht(en) de persoonsgegevens (te weten: het adres en/of telefoonnummer) en/of het adres van de moeder van voornoemde [slachtoffer 1] en/of een of meerdere foto's van voornoemde [slachtoffer 1] te plaatsen en/of

- een of meerdere bericht(en) te verspreiden door dat/die te plaatsen/weer te geven op (een van) zijn, verdachtes, facebookpagina('s) met onder meer de tekst(en): "dit roofdier [slachtoffer 1] heeft 155.000,- euro gestolen! En luxe artikelen uit mijn woning. Gewoon een vette golddigger!" en/of "nooit aan beginnen dus" althans berichten gelijke aard en/of strekking en/of (hierbij/vervolgens) (telkens) onder/in/na voornoemd bericht een of meerdere foto's van voornoemde [slachtoffer 1] te plaatsen en/of

- een of meerdere malen, gebruik te maken van (persoonlijke) gegevens van voornoemde [slachtoffer 1] (waaronder: naam- en adresgegevens en/of bankrekeninggegevens en/of e-mailadres) door op naam van en/of met (onbevoegd) gebruik van de gegevens van voornoemde [slachtoffer 1] bij een of meerdere (online) winkels en/of bedrijven (te weten onder meer: Neckermann en/of Ziggo en/of Zalando en/of Vitens NV) een of meerdere goederen en/of diensten te bestellen/betalen, te weten (onder meer):

o een bestelling bij Neckermann (ter waarde van 255,40 euro) en/of

o vier, althans een of meerdere, betalingen van (abonnements-)kosten aan Ziggo

met een of meerdere IBAN-/rekeningnummers toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1]

(te weten: [rekeningnummer 1] en/of [rekeningnummer 2] ) en/of

o een bestelling bij Zalando (ter waarde van 794,60 euro) en/of

o een betaling aan Vitens (ter waarde van 9,95 euro) en/of

- veelvuldig/meermalen e-mailberichten (vanaf het/de e-mailadres(sen):

[mailadres verdachte] en/of [mailadres verdachte] en/of

[mailadres verdachte] en/of [mailadres verdachte] en/of

[mailadres verdachte] en/of [mailadres verdachte] ) en/of sms-berichten en/of Whatsapp-berichten en/of Facebook-berichten te sturen/verzenden naar die voornoemde [slachtoffer 1] (onder meer) inhoudende: liefdesverklaringen en/of schuldbetuigingen en/of een of meerdere berichten (onder meer) inhoudende - zakelijke weergeven - facturen van (online) bestellingen/aankopen en/of een mededeling van een dagvaarding welke geadresseerd/bestemd was/waren aan/voor voornoemde [slachtoffer 1] en/of verzoeken aan voornoemde [slachtoffer 1] betreffende het ophalen/teruggeven van goederen en/of teksten zoals: "als je zo doorgaat ga ik je collega's die nog niet met mij bevriend zijn mijn bekkie opentrekken dat je de klusjesman loopt te naaien", althans woorden van gelijk aard en/of

strekking en/of

- een of meerdere bericht(en) te verspreiden door dat/die te plaatsen/weer te geven op een of meerdere facebookpagina('s) (te weten: de facebookpagina ' [alias verdachte] ' en/of ' [alias verdachte] ') met onder meer de tekst(en): "Ik zwicht nl niet voor een empathie-loos persoon met antisociaal en met narcistische eigenschappen" en/of "Ps, maakt dan gelijk de 1.5 ton over op mijn rekening of neem je verantwoordelijk" en/of "Breng je dan ook mijn auto terug en de luxe artikelen die je meegenomen hebt? Dankjewel [slachtoffer 1] " en/of "De slet van Zwolle" (met hierbij een foto van voornoemde [slachtoffer 1] ) en/of "Mijn gevoel klopte gewoon dat zij een narcistische golddigger is! Een die haar benen niet bij elkaar kan houden en zelfs niet eens voor haar eigen broertje!.. Dat ze mijn woning leeggeroofd heeft verteld al meer dan genoeg wat voor roofdier zij wel niet is", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

2. ( parketnummer 08-710028-18)

hij in of omstreeks de periode van 19 februari 2018 tot en met 2 maart 2018 te Zwolle opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 30 januari 2018 gegeven door de officier van justitie te

Oost-Nederland (en uitgereikt op 18 februari 2018), kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, niet:

- in persoon, telefonisch, via e-mail, SMS, Whatsapp of anderszins contact mag

opnemen met [slachtoffer 1]

- in het gebied van de woning aan [adres 2] te Zwolle zal ophouden en/of zal betreden en/of zich in de nabijheid van die woning zal ophouden en/of aanwezig zijn;

3. ( parketnummer 08-710028-18)

hij op of omstreeks 5 september 2017 te Zwolle [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] (met kracht) bij de nek en/of schouders en/of hoofd, althans het lichaam, te pakken/grijpen en/of die [slachtoffer 2] een of meerdere malen over/op de wang, althans het gezicht, te krabben;

4. ( parketnummer 08-710028-18)

Hij op of omstreeks 30 januari 2018 te Zwolle, opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit van een toegangsdeur (van een pand, gevestigd op/aan [adres 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [woningstichting 1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

5. ( parketnummer 08-710028-18)

hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2015 tot en met 20 augustus 2018 te Zwolle en/of te Enschede, althans in Nederland, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een balletjespistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met (een) vuurwapen(s) voorhanden heeft gehad;

6. ( parketnummer 08/021158-18)

hij op of omstreeks 30 januari 2018 te Zwolle, opzettelijk en wederrechtelijk een deur en/of de woning, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

7. ( parketnummer 08/730290-18)

hij op of omstreeks 5 september 2017 te Zwolle een (elektrische) fiets (merk/type: Sparta, e-bike), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

8. ( parketnummer 08/730290-18)

hij in of omstreeks de periode van 22 september 2017 tot en met 13 oktober 2017 te Zwolle, althans in Nederland, opzettelijk een (elektrische) fiets (merk/type: Cortina Eco de Luxe), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Fietsenwinkel [fietsenwinkel] , gevestigd op/aan [adres 3] en/of aan [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als houder en/of gebruiker en/of lener, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

9. ( parketnummer 08/211760-17)

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de maand september 2017 te Zwolle, althans in Nederland opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door

- een bericht op Facebook te verspreiden met daarin een foto van die [slachtoffer 1] en (daarbij) onder meer de tekst(en): " [slachtoffer 1] ( [geboortedatum 2] -1967) is niets meer dan een gewetenloze dief!" en/of "inmiddels is het duidelijk dat zij zelf haar verzekering heeft opgelicht en ze moet ruim 1.800,- terugbetalen" en/of "ze heeft zelf een pistool gekocht omdat er te veel buitenlanders in de wijk wonen, daar heeft zij een hekel aan" en/of "ze is

niet te vertrouwen en het is een beest" en/of "ik ben genezen van dit kwaadaardige gezwel en het kind van de duivel"

- een of meerdere e-mailbericht(en) te verzenden aan de werkgever van die [slachtoffer 1] met daarin de mededeling dat die [slachtoffer 1] zou stelen op haar werk;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 15 september 2017 te Zwolle opzettelijk [slachtoffer 1] , schriftelijk heeft beledigd, door een bericht op Facebook te verspreiden met daarin een foto van die [slachtoffer 1] en (daarbij) onder meer de tekst(en): " [slachtoffer 1] ( [geboortedatum 2] -1967) is niets meer dan een gewetenloze dief!" en/of "ze heeft zelf een pistool gekocht omdat er te veel buitenlanders in de wijk wonen, daar heeft zij een hekel aan" en/of "ze is niet te vertrouwen en het is een beest" en/of "ik ben genezen van dit kwaadaardige gezwel en het kind van de duivel", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

10. ( parketnummer 08/211760-17)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 september 2017 tot en met 13 september 2017 te Zwolle, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van [slachtoffer 1] heeft gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te verhelen of te misbruiken, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk

- gebruik gemaakt van een of meerdere account(s) van die [slachtoffer 1] bij postorderbedrijf Otto en/of bij postorderbedrijf Wehkamp en/of bij de webshop van Mediamarkt en via dit/deze account(s) een of meerdere bestelling(en) geplaatst, en/of

- op naam van die [slachtoffer 1] bij verzekeraar Delta Lloyd melding gemaakt van diefstal van de auto die op naam van die [slachtoffer 1] staat;

11. ( parketnummer 08/047447-18)

hij op of omstreeks 9 maart 2018, in de gemeente Zwolle, meermalen, althans eenmaal,

- een hoeveelheid chips/Doritos, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de firma [winkel] en/of

- een aantal tijdschriften/lectuur, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de firma [boekenwinkel] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

12. ( parketnummer 08/141227-17)

hij op of omstreeks 5 april 2017 te Zwolle, munitie van categorie III, te weten knalpatronen (38 stuks, merk POBJEDA knalpatroon SKULLFIRE)), voorhanden heeft gehad;

13. ( parketnummer 08/141227-17)

hij op of omstreeks 4 april 2017 te Zwolle, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een voordeur (van een woning gelegen aan [adres 4] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [woningstichting 2] en/of [aangever 1]

toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

3 De voorvragen

De raadsman heeft zich met betrekking tot de onder 7 ten laste gelegde diefstal van een fiets op het standpunt gesteld dat de officier van justitie bij gebreke van een klacht in het dossier niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging, nu verdachte ten tijde van de verweten gedraging gehuwd was met aangeefster en het verweten feit slechts op klacht vervolgbaar is.

De rechtbank stelt vast dat verdachte onder 7 wordt verweten een fiets van aangeefster [slachtoffer 1] te hebben gestolen en dat hij op 1 september 2017 zijn relatie met [slachtoffer 1] definitief heeft beëindigd.1 Verdachte en aangeefster waren derhalve op het moment van de vermeende diefstal van tafel en bed gescheiden in de zin van artikel 316, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Ingevolge die bepaling kan een vervolging van diefstal dan slechts plaatsvinden op klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd.

De rechtbank constateert weliswaar met de raadsman dat het dossier geen als klacht betiteld document bevat, maar is van oordeel dat uit de aangifte van [slachtoffer 1] genoegzaam blijkt dat zij vervolging van het feit wenst, nu zij daarin niet alleen heeft verklaard dat zij de fiets terug wilde hebben, maar ook dat zij zich in de strafzaak wenst te voegen.2 Hiermee is aan het klachtvereiste voldaan. De rechtbank ziet daarom geen vervolgingsbeletsel in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ook overigens ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 6, 9 primair en subsidiair en 10 ten laste gelegde en tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 11, 12 en 13 ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft het onder 1 ten laste gelegde bekend, behoudens het sturen van een brief inhoudende een boetesacrament. De raadsman heeft met betrekking tot dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspraak bepleit en voor het overige geen verweer gevoerd.

De raadsman heeft zich met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vraag of de overtreden gedragsaanwijzing op de voorgeschreven wijze aan verdachte is uitgereikt.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat, zakelijk weergegeven, onduidelijk is wie de aanstichter is geweest en uit het dossier blijkt dat beide partijen zich niet goed hebben gedragen.

Verdachte heeft de onder 4 ten laste gelegde vernieling van een ruit ter terechtzitting van 24 januari 2019 ontkend. De raadsman heeft vrijspraak van dit feit bepleit, nu het een gelaagde ruit betreft die niet met de hand kapot kan worden geslagen en daarnaast uit de stukken niet blijkt dat verdachte een bebloede hand had.

De raadsman heeft zich met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot het onder 6 ten laste gelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit.

Met betrekking tot het onder 7 ten laste gelegde heeft de raadsman zich subsidiair, indien het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wordt verworpen, op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van diefstal, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte zich de fiets wederrechtelijk heeft toegeëigend.

De raadsman heeft zich met betrekking tot het onder 8 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft eveneens vrijspraak bepleit van het onder 9 primair en subsidiair ten laste gelegde, nu het dossier geen stukken bevat op grond waarvan het ten laste gelegde kan worden vastgesteld.

Met betrekking tot het onder 10 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe is, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat het gebruik dat verdachte van gezamenlijke accounts heeft gemaakt niet direct identiteitsfraude oplevert en dat niet is gebleken dat aangeefster daarvan nadeel heeft ondervonden.

Verdachte heeft met betrekking tot de onder 11 ten laste gelegde diefstallen van Doritos chips en tijdschriften verklaard dat hij deze goederen uit de betreffende winkels heeft weggenomen zonder deze af te rekenen, omdat hij dit was vergeten. De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de diefstallen bewezen kunnen worden verklaard.

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd met betrekking tot het onder 12 ten laste gelegde. Verdachte heeft het bezit van knalpatronen ter terechtzitting van 24 januari 2019 bekend.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 13 ten laste gelegde, nu de verklaring van aangever [aangever 1] en de verklaring van verdachte bij de politie van elkaar afwijken, terwijl het dossier voor het overige geen bewijs bevat dat verdachte de ruit heeft vernield.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Overweging met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde 3

Verdachte wordt onder 1 verweten dat hij in de periode van 3 september 2017 tot en met 20 augustus 2018 [slachtoffer 1] heeft belaagd. Aan deze belaging zijn feitelijkheden ten grondslag gelegd, die er kortgezegd op neer komen dat verdachte via verschillende media berichten heeft gestuurd aan [slachtoffer 1] , aan anderen over [slachtoffer 1] , of aan anderen waarbij hij zich voordeed als [slachtoffer 1] . Verdachte heeft ter terechtzitting al deze ten laste gelegde feitelijkheden bekend, behoudens het versturen van een brief inhoudende een boetesacrament.4 De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel vrijspreken, nu verdachte ontkent en er geen bewijsmiddelen zijn waaruit volgt dat het e-mailadres [mailadres verdachte], waarmee het boetesacrament is verstuurd, aan verdachte toebehoorde.5

De rechtbank stelt op grond van deze bewijsmiddelen vast dat verdachte de ten laste gelegde berichten heeft verzonden. Het betreffen telkens berichten met negatieve inhoud over aangeefster. Verdachte raakte haar daarmee niet alleen rechtstreeks, maar bracht ook derden op de hoogte van zijn mening over aangeefster. Voor [slachtoffer 1] leverde dat veel spanning op, zowel in de werksfeer als in de privésfeer, zoals - onder meer - blijkt uit de aangifte. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijke leven van aangeefster gesproken kan worden van belaging. De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Overweging met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde

Het dossier bevat een aangifte van [slachtoffer 1] van 6 maart 2018, waarin zij meldt dat verdachte het hem uitgereikte contact- en gebiedsverbod meerdere malen heeft overtreden door haar tussen 19 februari en 2 maart 2018 meerdere e-mailberichten te sturen. Afschriften van deze e-mailberichten zijn als bijlage A t/m J bij de aangifte gevoegd.6 Verdachte is bij zijn politieverhoor op 11 april 2018 geconfronteerd met deze e-mailberichten en heeft bevestigd dat hij deze verstuurd heeft.7

Het dossier bevat voorts een "gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast" ex artikel 509hh van het wetboek van Strafvordering.8 Blijkens een proces-verbaal van bevindingen hebben verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] op 18 februari 2018 getracht deze gedragsaanwijzing aan verdachte uit te reiken. Uit dit proces-verbaal blijkt dat zij verdachte herhaaldelijk hebben meegedeeld dat zij een gedragsaanwijzing aan hem wilden uitreiken, maar dat verdachte daaraan weigerde mee te werken, waarna zij de gedragsaanwijzing in bijzijn van verdachte op een tafel hebben achtergelaten.9

Nu tussen verdachte en [slachtoffer 1] , zoals onder 1 bewezen is verklaard, reeds langdurig sprake was van verstoorde verhoudingen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet hebben geweten dat de gedragsaanwijzing betrekking had op zijn gedrag richting [slachtoffer 1] . In dit verband merkt de rechtbank op dat verdachte op 30 januari 2018 reeds heeft getekend voor ontvangst van een 'stopbrief stalking', welke brief een verzoek van [slachtoffer 1] aan verdachte bevatte om te stoppen met het opnemen van contact op enigerlei wijze.10 Nu verdachte in deze wetenschap heeft geweigerd kennis te nemen van de gedragsaanwijzing, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij deze gedragsaanwijzing zou overtreden. De rechtbank concludeert daarom dat verdachte daarop voorwaardelijk opzet heeft gehad. De rechtbank acht op grond van het voorgaande het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Overweging met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde

[slachtoffer 2] heeft op 5 september 2017 aangifte tegen verdachte gedaan van mishandeling, waarin hij heeft verklaard dat verdachte hem van achteren om zijn keel vastpakte en voelde dat hij met zijn nagels langs zijn wang schaafde. Bij de aangifte is een foto gevoegd waarop een verwonding op de wang zichtbaar is.11 Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de buurman (de rechtbank begrijpt: verdachte) de zoon van de buurvrouw (de rechtbank begrijpt: aangever) bij de schouders of nek pakte.12 Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting van 24 januari 2019 verklaard dat hij aangever bij het hoofd heeft vastgepakt.13 De aangifte vindt steun in voornoemde bewijsmiddelen en de rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de aangifte te twijfelen. Voor zover door de verdediging is gesteld dat het onduidelijk is wie de aanstichter van het handgemeen was, dat verdachte [slachtoffer 2] enkel vastpakte om hem te kalmeren, en dat daarom vrijspraak dient te volgen, constateert de rechtbank dat de daaraan ten grondslag gelegde verklaring van verdachte geen steun vindt in de overige bewijsmiddelen, en zij deze verklaring van verdachte ook overigens niet aannemelijk acht.

Overweging met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde

Het dossier bevat een aangifte van [woningstichting 1] , betreffende de vernieling van een ruit van de deur van de hoofdingang van een flat aan [adres 2] te Zwolle op 30 januari 2018. Bij deze aangifte zijn foto's van de betreffende deur gevoegd, waarop zichtbaar is dat er een gat in de ruit zit.14 Verdachte is hieromtrent op 30 januari 2018 bij de politie gehoord en heeft toen bekend dat hij de ruit heeft vernield om via die deur bij het appartement van [slachtoffer 1] te kunnen komen.15

Ter terechtzitting heeft verdachte een verklaring afgelegd die erop neerkomt dat hij de ruit niet kan hebben vernield, omdat deze van draadglas is gemaakt en dit materiaal niet zomaar kapot kan worden getikt. Nu verdachte ter terechtzitting desgevraagd heeft verklaard dat hij later nog eens bij de flat is gaan kijken en toen constateerde dat het een ruit van draadglas betrof en dat het daardoor niet zo kan zijn dat hij de ruit heeft ingeslagen, is de rechtbank van oordeel dat deze verklaring van verdachte een constructie achteraf is van hetgeen zich op 30 januari 2018 heeft afgespeeld en niet zozeer een verklaring omtrent zijn herinnering van het voorval. De rechtbank hecht daarom meer waarde aan de verklaring die de verdachte bij de politie heeft afgelegd, temeer nu deze kort na het ten laste gelegde feit is afgelegd en betrekkelijk gedetailleerd is. Verdachte beschrijft in die verklaring immers niet alleen dat hij de deur heeft vernield, maar ook op welke wijze en met welk doel. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van deze verklaring te twijfelen en acht op grond daarvan, in combinatie met de aangifte, het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Overweging met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde

Het dossier bevat een proces-verbaal van bevindingen, waaruit blijkt dat verbalisanten op 20 augustus 2018 een vuurwapen hebben aangetroffen in de woning van verdachte.16 Dit wapen is onderzocht en bleek een zogenoemd balletjespistool zonder CE-keurmerk te zijn.17 Verdachte heeft ter terechtzitting van 24 januari 2019 bekend dat hij dit wapen voorhanden heeft gehad.18 De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen dit feit wettig en overtuigend bewezen.

Overweging met betrekking tot het onder 6 ten laste gelegde

Het dossier bevat een aangifte van [slachtoffer 1] waaruit blijkt dat op 30 januari 2018 tegen de deur van haar woning afval is gegooid. Verdachte heeft ter terechtzitting van 24 januari 2019 bekend dat hij een vuilniszak voor de deur van [slachtoffer 1] heeft leeggegooid. Nu uit het dossier niet blijkt dat voornoemde deur en/of woning op enige wijze is vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt of weggemaakt, zal de rechtbank verdachte van het onder 6 ten laste gelegde vrijspreken.

Overweging met betrekking tot het onder 7 ten laste gelegde

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van diefstal van een elektrische fiets (Sparta e-bike). Zij verklaart in haar aangifte dat zij op 5 september 2017 bij een vriendin was, die, op het moment dat zij daar omstreeks 13.30 uur aankwam, contact had met verdachte via Messenger. Toen aangeefster om 14.30 uur weer vertrok, ontdekte zij dat haar fiets niet meer bij de flat stond. Een paar dagen later kreeg zij foto's van verdachte doorgemaild met daarop haar fiets. Een paar weken daarna ontving aangeefster bericht van fietsenwinkel [fietsenwinkel] dat haar fiets daar ter reparatie was aangeboden door verdachte en dat verdachte een 'leenfiets' had meegekregen. Bij de aangifte is verder een kopie van de aankoopnota van de fiets op naam van [slachtoffer 1] gevoegd.19 De aangifte vindt bevestiging in de verklaring van [naam 2] (van Fietsenwinkel [fietsenwinkel] ).20 De rechtbank stelt op grond van deze bewijsmiddelen vast dat verdachte op 22 september 2017 de fiets van aangeefster in bezit had en dat hij zich als eigenaar heeft gedragen door deze fiets ter reparatie aan te bieden en in ruil daarvoor een 'leenfiets' te aanvaarden. Aldus is naar het oordeel sprake van wederrechtelijke toe-eigening.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 24 januari 2019 verklaard dat hij de fiets heeft aangetroffen en meegenomen – zij het op een andere dag en andere plaats - omdat hij wist dat deze was gestolen, hij had [slachtoffer 1] hier ook over ingelicht. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte volstrekt ongeloofwaardig. Uit de bewijsmiddelen volgt immers, zoals hierboven beschreven, dat verdachte zich heeft opgesteld als eigenaar van de fiets. De handelingen van verdachte – waarbij hij de fiets ter reparatie aanbiedt en een leenfiets aanvaardt – passen niet in de lezing van verdachte dat hij degene zou zijn die juist de gestolen fiets ten behoeve van [slachtoffer 1] zou hebben teruggevonden. In het licht van het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de fiets van [slachtoffer 1] heeft weggenomen. - zij het op een andere dag en op een andere plaats dan waar de fiets van aangeefster is weggenomen - en dat hij de fiets bij fietsenwinkel [fietsenwinkel] heeft gebracht ter reparatie en in ruil daarvoor een 'leenfiets' heeft aangenomen. De rechtbank hecht aan die verklaring slechts geloof voor zover die inhoudt dat verdachte de fiets heeft meegenomen - hij is immers in bezit van de fiets geweest - en bij Fietsenwinkel [fietsenwinkel] heeft ingeleverd, nu zijn verklaring in zoverre steun vindt in de verklaring van [naam 2] . De verklaring van verdachte komt er voor het overige op neer dat uitgerekend hij de gestolen fiets van de vrouw met wie hij in scheiding ligt, heeft aangetroffen en dat hij, in plaats van haar daarvan te verwittigen de fiets ter reparatie heeft aangeboden en een leenfiets voor eigen gebruik heeft meegenomen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte in zoverre volstrekt ongeloofwaardig. Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte degene is die de fiets op 5 september 2017 heeft weggenomen

Op grond van het hiervoor overwogene acht de rechtbank het onder 7 ten laste gelegde

wettig en overtuigend bewezen.

Overweging met betrekking tot het onder 8 ten laste gelegde

Het dossier bevat een aangifte van [naam 2] namens Fietsenwinkel [fietsenwinkel] , waarin aangever verklaart dat op 22 september 2017 een klant een Sparta e-bike ter reparatie aanbood en dat hij deze klant toen een 'leenfiets' van het merk Cortina heeft meegegeven. Uit de aangifte blijkt voorts dat aangever op 28 september 2017 een e-mailbericht van verdachte ontving met de mededeling dat deze leenfiets door zijn ex-vrouw gestolen was. Aangever is vervolgens op diezelfde dag naar het adres van verdachte gegaan en heeft de fiets in de schuur zien staan. Hij heeft brieven in de brievenbus gedaan met daarin de boodschap dat verdachte de fiets moest inleveren. Op 9 oktober 2017 is aangever nogmaals naar de woning van verdachte gegaan, waarbij hij de fiets in de woonkamer heeft zien staan. Op 12 oktober 2017 is aangever opnieuw naar de woning van verdachte gegaan en werd hij door verdachte binnengelaten, maar de fiets is toen niet door aangever gezien.21 Het dossier bevat verder een proces-verbaal van bevindingen, waarin verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] relateren dat zij op 10 oktober 2017 bij de woning van verdachte zijn geweest en in de woonkamer een elektrische fiets hebben zien staan. Zij hebben foto's van deze fiets gemaakt en deze aan aangever getoond, die bevestigde dat het de leenfiets uit zijn winkel betrof.22

De rechtbank stelt op grond van deze bewijsmiddelen vast dat verdachte op 22 september 2017 de Cortina-fiets rechtmatig onder zich heeft gekregen, dat hij op 28 september 2017 in strijd met de waarheid aan Fietsenwinkel [fietsenwinkel] heeft gemeld dat de fiets was gestolen - de fiets is immers diezelfde dag in zijn schuur waargenomen - en dat hij ondanks herhaaldelijke verzoeken daartoe de fiets niet heeft teruggegeven aan Fietsenwinkel [fietsenwinkel] . De rechtbank is op basis van voornoemde gedragingen van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich als heer en meester over de fiets is gaan gedragen en dat hij zich de fiets opzettelijk en wederrechtelijk heeft toegeëigend.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat de fiets op 28 september 2017 gestolen is en hij de fiets diezelfde dag weer teruggevonden heeft, waarna de fiets na 10 oktober 2017 opnieuw is gestolen, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig, te meer nu verdachte van het terugvinden van de fiets op 28 september 2017 geen enkele melding heeft gemaakt bij Fietsenwinkel [fietsenwinkel] .

Overweging met betrekking tot het onder 9 ten laste gelegde

Verdachte wordt onder 9 verweten dat hij smaadschrift heeft gepleegd, dan wel dat hij [slachtoffer 1] heeft beledigd door onder meer een bericht op Facebook te plaatsen en e-mailberichten naar de werkgever van [slachtoffer 1] te sturen. Nu de in de tenlastelegging bedoelde berichten niet in het dossier zijn opgenomen en het dossier voor het overige slechts een summiere verklaring van verdachte bij de politie bevat, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld of verdachte berichten met deze inhoud heeft gestuurd. De rechtbank zal verdachte daarom van het onder 9 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijspreken.

Overweging met betrekking tot het onder 10 ten laste gelegde 23

Het dossier bevat een aangifte van [slachtoffer 1] van identiteitsfraude, waarin zij verklaart dat zij op 11 en 12 september 2017 e-mailberichten heeft ontvangen waaruit blijkt dat op haar naam bestellingen zijn gedaan bij Wehkamp, Otto en Mediamarkt, en dat op haar naam melding is gedaan van diefstal van haar auto bij Delta Lloyd. Afschriften van correspondentie met voornoemde bedrijven zijn bij de aangifte gevoegd. Aangeefster verklaart voorts dat zij deze bestellingen noch deze melding heeft gedaan.24 Verdachte heeft in zijn verklaring bij de politie bekend dat hij accounts op naam van [slachtoffer 1] heeft gebruikt voor het plaatsen van bestellingen bij Wehkamp en Mediamarkt en dat hij de melding van diefstal bij Delta Lloyd heeft gedaan.25 De rechtbank stelt op grond van deze bewijsmiddelen vast dat verdachte opzettelijk van de accounts bij Wehkamp, Mediamarkt en Delta Lloyd op naam van [slachtoffer 1] gebruik heeft gemaakt. Met betrekking tot het account bij Otto stelt de rechtbank eveneens vast dat verdachte dit account opzettelijk heeft gebruikt, nu uit de bij de aangifte gevoegde bijlage op pagina 33 van het dossier blijkt dat dit een nieuw account betreft dat is aangemaakt met een e-mailadres van verdachte, waarna blijkens de aangifte op naam van [slachtoffer 1] een stofzuiger is besteld. Verdachte heeft ter terechtzitting van 24 januari 2019 desgevraagd verklaard dat hij [slachtoffer 1] op 1 september 2017 de deur heeft gewezen en dat zijn relatie met haar toen definitief beëindigd was.26 Gelet daarop en op de verklaring van aangeefster dat zij niemand het recht of de toestemming heeft gegeven om op haar naam bestellingen te plaatsen c.q. voornoemde melding te doen, stelt de rechtbank vast dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde niet bevoegd was de betreffende accounts te gebruiken en dat hij dit ook wist. Gelet op de omstandigheden waaronder verdachte dit heeft gedaan, te weten kort nadat de relatie was verbroken, terwijl verdachte aangeefster vervolgens bijna een jaar lang heeft belaagd (zoals onder 1 bewezen is verklaard), acht de rechtbank voorts bewezen dat verdachte daarbij het oogmerk had om misbruik te maken van de identiteit van aangeefster. Dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat aangeefster financieel nadeel heeft ondervonden van het handelen van verdachte, doet daaraan niet af en staat niet aan een bewezenverklaring van het ten laste gelegde in de weg. De rechtbank acht het onder 10 ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Overweging met betrekking tot het onder 11 ten laste gelegde 27

Het dossier bevat een verhoor van getuige [getuige 2] , beveiliger bij Hudsons Bay Zwolle, waarin hij verklaart dat hij op 9 maart 2018 een hem bekende man besloot te volgen. De getuige verklaart te hebben gezien dat deze man naar de winkel [winkel] liep, dat er buiten bij de ingang schappen met onder andere Doritos chips stonden en dat de man een stapel Doritos chips uit het schap pakte, deze in zijn handen hield en wegliep zonder de chips af te rekenen. De getuige verklaart vervolgens te hebben gezien dat de man naar [boekenwinkel] liep, dat hij de boekhandel binnenliep en dat de man meteen rechts bij de ingang een stapel tijdschriften uit het schap haalde, niet achter in de rij voor de kassa aansloot, maar zich omdraaide en met de tijdschriften nog in zijn hand de boekhandel uitliep. De getuige verklaart ten slotte te hebben gezien dat de man [café] inliep, waarna hij heeft gezien dat dezelfde man die de Doritos chips bij [winkel] en de tijdschriften bij [boekenwinkel] had gestolen, in [café] wordt aangehouden door de politie.28 Uit het dossier blijkt voorts dat verdachte op 9 maart 2018 is aangehouden in [café] en dat hij toen in het bezit was van Doritos chips en tijdschriften.29

Het dossier bevat verder een aangifte van [aangever 2] namens [winkel] , waarin aangeefster verklaard door een beveiliger van Hudsons Bay Zwolle te zijn aangesproken, die had gezien dat een persoon goederen uit de winkel had gestolen. Aangeefster heeft vervolgens de camerabeelden bekeken en heeft daarop waargenomen dat een man naar het rek met chips liep en drie zakken Doritos pakte en vervolgens wegliep, zonder deze af te rekenen.30

Ook is door [aangever 3] aangifte gedaan namens [boekenwinkel] . Aan [aangever 3] zijn door de politie de tijdschriften getoond die verdachte bij zijn aanhouding in bezit had. [aangever 3] verklaart daarop dat al deze tijdschriften bij [boekenwinkel] worden verkocht en hij herkent één van de tijdschriften als afkomstig van de winkel, gezien de afprijzing met zwarte stift.31

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de in de tenlastelegging genoemde goederen heeft weggenomen zonder te betalen.32

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte tweemaal in korte tijd naar een winkel gegaan, daar goederen heeft gepakt en vervolgens vrijwel direct is weggelopen zonder te betalen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte, die erop neerkomt dat hij tot tweemaal toe en kort na elkaar per vergissing is vergeten de goederen af te rekenen, volstrekt ongeloofwaardig en leidt uit de uiterlijke verschijningsvorm van verdachtes handelen af dat hij daarbij het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich aan diefstal van zowel de Doritos chips als de tijdschriften schuldig heeft gemaakt.

Overweging met betrekking tot het onder 12 ten laste gelegde 33

Het dossier bevat een proces-verbaal van bevindingen, waaruit blijkt dat op 5 april 2017 door verbalisanten een doorzoeking is gedaan in de woning van verdachte, waarbij onder meer een kluis met daarin knalpatronen is aangetroffen.34 Verdachte heeft ter terechtzitting van 24 januari 2019 bekend dat hij in bezit was gekomen van knalpatronen en dat hij deze in zijn kluis had opgeborgen.35 Deze patronen zijn onderzocht en bleken van het in de tenlastelegging genoemde merk en type te zijn.36 De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen het onder 12 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Overweging met betrekking tot het onder 13 ten laste gelegde

Het dossier bevat een aangifte door [aangever 1] namens [woningstichting 2] , waarin [aangever 1] verklaart dat verdachte op 4 april 2017 voor de deur van het door hem gehuurde appartement aan [adres 4] te Zwolle stond en het raam van zijn voordeur met een honkbalknuppel insloeg. Bij de aangifte is een foto van de betreffende ruit gevoegd, waarop zichtbaar is dat het glas kapot is.37 Verdachte heeft ter terechtzitting van 24 januari 2019 een verklaring afgelegd, inhoudende dat hij naar de woning van [aangever 1] is gegaan om hem duidelijk te maken dat [aangever 1] hem niet meer moest lastigvallen en dat hij, verdachte, bij het weggaan de deur hard heeft dichtgeslagen.38 De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de deur op enige wijze heeft vernield, waarbij verdachte in ieder geval voorwaardelijk opzet op de vernieling heeft gehad, aangezien ook het hard dichtslaan van een deur de aanmerkelijke kans met zich brengt dat het glas van die deur kapot gaat en verdachte door aldus te handelen die aanmerkelijke kans heeft aanvaard.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1. parketnummer 08-710028-18)

hij in de periode 3 september 2017 tot en met 20 augustus 2018 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten van [slachtoffer 1] , met het oogmerk die voornoemde [slachtoffer 1] te dwingen iets te dulden en/of vrees aan te jagen door

- een bericht te verspreiden door dat te plaatsen op zijn, verdachtes, facebookpagina (te weten: de facebookpagina ' [verdachte] ') met onder meer de teksten: "Ze is vreemd gegaan naar mijn gevoel, en daarbij heeft ze mijn vertrouwen verloren" en "Ook vanwege diefstal op haar werk. Met trots laat ze zien wat ze heeft weggenomen, sieraden en geld", en

- meerdere e-mails te verspreiden door deze te sturen/e-mailen (van het e-mailadres: [mailadres verdachte] naar het e-mailadres van (onder andere) het secretariaat van de [parochie 1] (te weten: [mailadres] ), met hierin (onder meer) de teksten en bijlagen: "Op 1 september 2017 heb ik mijn echtgenote [slachtoffer 1] de deur gewezen vanwege overspel in het huwelijk wat voor mij onaanvaardbaar is" en "Ook haalt zij de naam van God door het slijk. Als kind van God draag zij zijn naam door het slijk en zoals zij heeft gezondigd dan is dat niet tot eer van hem" en "In haar vorige huwelijk is ook al 2x vreemd geweest en bij dit huwelijk was er een Iman aanwezig waardoor ze ondanks haar scheiding naar mijn mening nog steeds moslima is in plaatst katholiek" en "De afgelopen maanden heeft zij haar ware masker aan mij laten zien om enkel dure goederen toe te eigenen en ook gelden die van mij waren. Deze manier van handelen vind ik een vorm van misleiding en met een woord van 'Golddigger'." en/of "Het is dan wel niet de eerste x dat mevrouw door haar onzedelijke gedragingen op straat is gezet, of beschuldigd wordt van diefstal of genoemd wordt als golddigger",

- meerdere sms-berichten vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en/of

[telefoonnummer 2] naar het telefoonnummer van voornoemde [slachtoffer 1] te verzenden met hierin de woorden: "Je maakt mij kapot. Maar een ding! Wel gaan we samen kapot. Ik neem je mee mijn graf in" en/of "Wil jij ermee ophouden om mij en [naam 1] die jij omschrijft als een mongool te beledigen. Is dat jouw manier van "houden van" als jij hier niet mee ophouwd sta ik voor je deur met een bijl en sloop ik je hele kutwoning. Je bent een rat een egoistisch persoon die enkelband geld denkt. Enkel aan klote spelling.", en

- meerdere berichten te verspreiden door deze te plaatsen op zijn, verdachtes, facebookpagina (te weten: [alias verdachte] ) met onder meer de teksten: "Zij neemt haar verantwoordelijkheid niet, dat met de betrekkingen: oplichting van verzekeraars zoals nepinbraak of Waterschade, fietsendiefstal en het claimen van een nieuwe fiets, deze gelden zijn op haar rekening gestort waar ik niets van vernomen heb, of gekregen. Verantwoordelijkheid van mijn geld een bedrag van 155.000,- diefstal en verijking van goederen die aan mij toebehoren. Geestelijke mishandeling richting mij toe! Zoals het verbieden om omgang te hebben met mijn kinderen. Houden van komt niet voor in haar woordenboek" en/of "Het woord liefde komt niet in de woordenboek van [slachtoffer 1] voor, wel zelfverijking van goederen die ze zelf nooit kan betalen!!", en

- meerdere berichten te verspreiden door die te plaatsen op zijn, verdachtes, facebookpagina met onder meer de teksten: "dit roofdier [slachtoffer 1] heeft 155.000,- euro gestolen! En luxe artikelen uit mijn woning. Gewoon een vette golddigger!" en "nooit aan beginnen dus" en hierbij onder voornoemd bericht een foto van voornoemde [slachtoffer 1] te plaatsen en

- meerdere malen gebruik te maken van persoonlijke gegevens van voornoemde [slachtoffer 1] waaronder: naam- en adresgegevens en bankrekeninggegevens en e-mailadres) door op naam van en met onbevoegd gebruik van de gegevens van voornoemde [slachtoffer 1] bij meerdere (online) winkels en bedrijven (te weten: Neckermann en Ziggo en Zalando goederen en/of diensten te bestellen/betalen, te weten (onder meer):

o een bestelling bij Neckermann (ter waarde van 255,40 euro) en

o meerdere betalingen van (abonnements-)kosten aan Ziggo

met een of meerdere IBAN-/rekeningnummers toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1]

(te weten: [rekeningnummer 1] en

o een bestelling bij Zalando (ter waarde van 794,60 euro)

- meermalen e-mailberichten (vanaf de e-mailadres(sen):

[mailadres verdachte] en/of [mailadres verdachte] en/of [mailadres verdachte] ) te sturen/verzenden naar die voornoemde [slachtoffer 1] (onder meer) inhoudende: - zakelijk weergeven - facturen van (online) bestellingen en een mededeling van een dagvaarding welke geadresseerd/bestemd waren aan/voor voornoemde [slachtoffer 1] en verzoeken aan voornoemde [slachtoffer 1] betreffende het ophalen/teruggeven van goederen en teksten zoals: "als je zo doorgaat ga ik je collega's die nog niet met mij bevriend zijn mijn bekkie opentrekken dat je de klusjesman loopt te naaien", en

- meerdere berichten te verspreiden door die te plaatsen op facebookpagina's (te weten: de facebookpagina ' [alias verdachte] ' en ' [alias verdachte] ') met onder meer de teksten: "Ik zwicht nl niet voor een empathie-loos persoon met antisociaal en met narcistische eigenschappen" en "Ps, maakt dan gelijk de 1.5 ton over op mijn rekening of neem je verantwoordelijk" en "Breng je dan ook mijn auto terug en de luxe artikelen die je meegenomen hebt? Dankjewel [slachtoffer 1] " en "De slet van Zwolle" (met hierbij een foto van voornoemde [slachtoffer 1] ) en "Mijn gevoel klopte gewoon dat zij een narcistische golddigger is! Een die haar benen niet bij elkaar kan houden en zelfs niet eens voor haar eigen broertje!.. Dat ze mijn woning leeggeroofd heeft verteld al meer dan genoeg wat voor roofdier zij wel niet is."

2. ( parketnummer 08-710028-18)

hij in de periode van 19 februari 2018 tot en met 2 maart 2018 in Nederland opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 30 januari 2018 gegeven door de officier van justitie te Oost-Nederland (en uitgereikt op 18 februari 2018), kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, niet:

- in persoon, telefonisch, via e-mail, SMS, Whatsapp of anderszins contact mag

opnemen met [slachtoffer 1]

- in het gebied van de woning aan [adres 2] te Zwolle zal ophouden en/of zal betreden en/of zich in de nabijheid van die woning zal ophouden en/of aanwezig zijn;

3. ( parketnummer 08-710028-18)

hij op 5 september 2017 te Zwolle [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] bij de nek en/of het hoofd te pakken en die [slachtoffer 2] over de wang, te krabben;

4. ( parketnummer 08-710028-18)

hij op 30 januari 2018 te Zwolle, opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit van een toegangsdeur van een pand, gevestigd aan [adres 2] , die aan [woningstichting 1] toebehoorde, heeft vernield;

5. ( parketnummer 08-710028-18)

hij op 20 augustus 2018 te Zwolle, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een balletjespistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen voorhanden heeft gehad;

7. ( parketnummer 08/730290-18)

hij op 5 september 2017 te Zwolle een elektrische fiets (merk/type: Sparta, e-bike), die aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

8. ( parketnummer 08/730290-18)

hij in de periode van 22 september 2017 tot en met 13 oktober 2017 te Zwolle, opzettelijk een elektrische fiets (merk/type: Cortina Eco de Luxe), toebehorende aan Fietsenwinkel [fietsenwinkel] , gevestigd aan [adres 3] en/of aan [naam 2] , welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als lener, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

10. ( parketnummer 08/211760-17)

hij in de periode van 11 september 2017 tot en met 13 september 2017 in Nederland, meermalen, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van [slachtoffer 1] heeft gebruikt met het oogmerk om de identiteit van de ander te misbruiken, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk

- gebruik gemaakt van accounts van die [slachtoffer 1] bij postorderbedrijf Otto en bij postorderbedrijf Wehkamp en bij de webshop van Mediamarkt en via deze accounts bestellingen geplaatst, en

- op naam van die [slachtoffer 1] bij verzekeraar Delta Lloyd melding gemaakt van diefstal van de auto die op naam van die [slachtoffer 1] staat;

11. ( parketnummer 08/047447-18)

hij op 9 maart 2018, in de gemeente Zwolle,

- een hoeveelheid chips/Doritos, die aan een ander toebehoorde, te weten aan de firma [winkel] , en

- een aantal tijdschriften dat aan een ander toebehoorde, te weten aan de firma [boekenwinkel] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

12. ( parketnummer 08/141227-17)

hij op 5 april 2017 te Zwolle, munitie van categorie III, te weten knalpatronen (38 stuks, merk POBJEDA knalpatroon SKULLFIRE), voorhanden heeft gehad;

13. ( parketnummer 08/141227-17)

hij op 4 april 2017 te Zwolle, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een voordeur van een woning gelegen aan [adres 4] , die aan [woningstichting 2] en toebehoorde, heeft vernield.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11, 12 en 13 meer of anders is ten laste gelegd en zal hem daarvan vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 184a, 231b, 285b, 300, 310, 321 en 350 Sr en de artikelen 13, eerste lid, juncto 55 en 26, eerste lid, juncto 55 van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: belaging;

feit 2

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: mishandeling;

feit 4

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, toebehoort, vernielen;

feit 5

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld in artikel 55, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 7

het misdrijf: diefstal;

feit 8

het misdrijf: verduistering;

feit 10

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische gegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd;

feit 11

het misdrijf: diefstal, meermalen gepleegd;

feit 12

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld in artikel 55, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 13

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, toebehoort, vernielen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op te leggen in de vorm van een dadelijk uitvoerbare maatregel en daarbij te bepalen dat voor iedere overtreding van dat contactverbod twee weken hechtenis zal worden toegepast.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat een gevangenisstraf van gelijke duur als het reeds ondergane voorarrest passend is, eventueel aangevuld met een werkstraf en/of een voorwaardelijk strafdeel, al dan niet met behandelverplichting. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij geen behandeling wenst.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks misdrijven, waarvan een groot deel direct dan wel indirect gericht was tegen zijn echtgenote [slachtoffer 1] , met wie hij toen in scheiding lag. Verdachte heeft haar gedurende bijna een jaar gestalkt door allerlei negatieve berichten over haar te verspreiden. Ook heeft hij haar identiteit gebruikt voor het doen van bestellingen, heeft hij haar zoon mishandeld, haar fiets gestolen, en een ruit vernield om bij haar appartement te kunnen komen. Verdachte heeft een gedragsaanwijzing om zich te onthouden van contact met [slachtoffer 1] volkomen genegeerd. Uit een op schrift gestelde slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] blijkt – kortgezegd – dat verdachte haar het leven zuur heeft gemaakt en dat dit een grote impact op haar gevoel van vrijheid en veiligheid heeft gehad. Zij heeft een tijd lang geleefd met een alarmknop en is ondergedoken bij een familielid. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Daarnaast zijn ook anderen gedupeerd door de bewezen verklaarde misdrijven. Naast de reeds genoemde mishandeling van de zoon van verdachte, heeft verdachte ruiten vernield, heeft hij een fiets van Fietsenwinkel [fietsenwinkel] verduisterd en heeft hij goederen gestolen van de winkel [winkel] en [boekenwinkel] . Verdachte heeft met zijn gedrag getoond dat hij weinig respect heeft voor de fysieke integriteit en/of de eigendommen van anderen. De benadeelden zijn vaak veel tijd kwijt aan het doen van aangifte en aan het herstellen van deze schade. Ook deze feiten neemt de rechtbank verdachte kwalijk. Ten slotte heeft verdachte een balletjespistool en knalpatronen voorhanden gehad. Het bezit van deze voorwerpen is verboden, omdat zij de veiligheid van de samenleving kunnen aantasten.

De rechtbank heeft gelet op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 1 oktober 2018, waaruit blijk dat verdachte in het verleden, laatstelijk in 2015, meerdere malen is veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank weegt dit ten nadele van verdachte mee bij het bepalen van de straf.

Op grond van de aard van de verdenkingen in de onderhavige strafzaak en het justitiële verleden van verdachte en het vermoeden van aanwezige persoonlijkheidsproblematiek, heeft GZ-psycholoog M. van Tongeren in een trajectconsult van 12 september 2018 geadviseerd een mono-psychologische rapportage op te laten maken. Verdachte heeft echter blijkens een Psychologisch Onderzoek Pro Justitia van 28 september 2018 niet aan een onderzoek naar zijn persoon willen meewerken. De reclassering heeft meerdere rapporten over verdachte opgemaakt. Op 11 mei 2018 is geadviseerd de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen, omdat verdachte niet verscheen op afspraken om een enkelband aan te brengen en hij niet wilde vertellen waar hij verbleef. In haar laatste advies van 29 november 2018 meldt de reclassering dat verdachte niet gemotiveerd is voor behandeling en dat het opleggen van verplicht reclasseringscontact naar verwachting opnieuw zal leiden tot een conflict tussen verdachte en de reclassering over regels en afspraken, gelet op de houding van verdachte tijdens het schorsingstoezicht. Omdat dit niet zal leiden tot afname van het recidiverisico, adviseert de reclassering de zaak af te doen zonder reclasseringsbemoeienis.

De rechtbank overweegt dat voor het geheel aan bewezen verklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van substantiële duur in beginsel op zijn plaats is. Gelet op het rapport van GZ-psycholoog Van Tongeren is de rechtbank van oordeel dat er alle reden is tot zorg gezien het bewezen verklaarde gedrag van verdachte. Nu verdachte niet heeft meegewerkt aan verder persoonlijkheidsonderzoek en hij niet gemotiveerd is voor behandeling ziet de rechtbank echter geen aanknopingspunten om verdachte middels bijzondere voorwaarden te bewegen tot een behandeltraject of andere hulp om de kans op recidive in te perken. Wel zal de rechtbank een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, ten einde verdachte ervan te weerhouden gedurende de proeftijd van drie jaren opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank acht, alles afwegende een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een contactverbod in de vorm van een maatregel opleggen voor de duur van drie jaren, ter bescherming van [slachtoffer 1] en haar zoon [slachtoffer 2] .

8 De schade van benadeelden

8.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 5.073,61 (zegge: vijfduizenddrieënzeventig euro en eenenzestig eurocent), bestaande uit materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- opgenomen verlofuren € 922,96;

- Aware-alarmsysteem € 100,00;

- aanvraag nieuwe identiteitskaart. € 50,35

Totaal € 1.073,61

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 4.000,00 gevorderd.

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 400,00 (zegge: vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het onder 3 ten laste gelegde strafbare feit is gepleegd. Het gevorderde bedrag betreft immateriële schade.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] kan worden toegewezen, met dien verstande dat de rechtbank met betrekking tot de gevorderde verlofuren gebruik kan maken van haar schattingsbevoegdheid en dat de immateriële schade in redelijkheid op € 3.000,00 kan worden begroot.

De officier van justitie heeft zich met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 2] op het standpunt gesteld dat de gevorderde immateriële schade in redelijkheid op € 150,00 kan worden begroot.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft de door [slachtoffer 1] gevorderde materiële schade betreffende opgenomen verlofuren betwist. Daartoe is onder meer aangevoerd dat [slachtoffer 1] op grond van de voor haar geldende CAO recht heeft op vergoeding van opgenomen uren voor medische zorg, zodat zij de gestelde schade had kunnen voorkomen. Voorts heeft de raadsman zich met betrekking tot de immateriële schade op het standpunt gesteld dat toewijzing tot een bedrag van € 2.500,00 redelijk is.

De raadsman van verdachte heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 2] , indien het onderliggende feit bewezen wordt geacht, onvoldoende is onderbouwd en daarom moet worden afgewezen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de onder 1 en 10 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De opgevoerde materiële schade met betrekking tot een Aware-alarmsysteem en de aanvraag van een nieuwe identiteitskaart is op grond van de bewezenverklaringen voldoende komen vast te staan en inhoudelijk niet betwist. De rechtbank zal dit gedeelte van de vordering daarom toewijzen. De opgevoerde schade betreffende opgenomen verlofuren is gemotiveerd betwist. Beantwoording van de vraag of de benadeelde partij deze schade noodzakelijkerwijs heeft moeten lijden als rechtstreeks gevolg van het handelen van verdachte, zou een onevenredige belasting van het strafgeding met zich brengen. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom met betrekking tot deze schadepost niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Op de voet van artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek heeft – voor zover hier van belang – een benadeelde voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat (immateriële schade) recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Daarvan kan sprake zijn als psychische schade is ontstaan als gevolg van het bewezenverklaarde of als door het bewezenverklaarde (anderszins) een ernstige inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een benadeelde. Dat daarvan in deze zaak sprake is, is genoegzaam gebleken uit de door benadeelde in het voegingsformulier en in de door haar op schrift gestelde slachtofferverklaring gegeven toelichting op de impact die de belaging op haar leven heeft gehad.

De (exacte) omvang van de schade staat in dit stadium niet vast. De rechtbank ziet aanleiding gebruik te maken van haar bevoegdheid om de omvang van de schade te schatten en is van oordeel dat deze naar redelijkheid en billijkheid op dit moment vastgesteld kan worden op een bedrag van € 2.500,00, nu de raadsman de schade tot dat bedrag niet betwist. De rechtbank zal de vordering met betrekking tot immateriële schade tot dat bedrag toewijzen en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank de vordering zal toewijzen tot een totaalbedrag van € 2.650,35, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De rechtbank zal daarbij uitgaan van de aanvangsdatum van het onder 1 bewezen verklaarde, nu de vordering grotendeels betrekking heeft op dat feit. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is verder komen vast te staan dat verdachte door de onder 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Op de voet van artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek heeft – voor zover hier van belang – een benadeelde voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat (immateriële schade) recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde op andere wijze in zijn persoon is aangetast. De rechtbank acht voldoende onderbouwd dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden, nu hij op het voegingsformulier heeft beschreven, kort gezegd, dat hij als gevolg van de mishandeling een verwonding in het gelaat had die nog een maand zichtbaar bleef en dat hij angst had dat hij daar een blijvend litteken aan zou overhouden. De rechtbank beziet deze onderbouwing in het licht van de ambtshalve vaststelling dat het hier een schending van de lichamelijke integriteit van de benadeelde betreft en daarmee een aantasting van diens persoon.

De rechtbank ziet ook met betrekking tot deze vordering aanleiding gebruik te maken van haar bevoegdheid om de omvang van de schade te schatten en is van oordeel dat deze naar redelijkheid en billijkheid op dit moment vastgesteld kan worden op een bedrag van € 150,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De rechtbank zal de vordering met betrekking tot immateriële schade tot dat bedrag toewijzen en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1 en 10 ( [slachtoffer 1] ) respectievelijk 3 ( [slachtoffer 2] ) is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 6 en 9 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11, 12 en 13 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11, 12 en 13 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: belaging;

feit 2

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: mishandeling;

feit 4

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, toebehoort, vernielen;

feit 5

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld in artikel 55, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 7

het misdrijf: diefstal;

feit 8

het misdrijf: verduistering;

feit 10

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische gegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd;

feit 11

het misdrijf: diefstal, meermalen gepleegd;

feit 12

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld in artikel 55, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 13

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, toebehoort, vernielen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11, 12 en 13 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel

- legt op een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 (drie jaren);

- beveelt dat verdachte zich gedurende die periode zal onthouden van direct en indirect contact op welke wijze dan ook met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , behoudens contact middels een professional (advocaat of mediator) ten behoeve van het afwikkelen van de boedelscheiding;

- beveelt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van twee weken;

- beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 2.650,35 (zegge: tweeduizendzeshonderdenvijftig euro en vijfendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.650,35 (zegge: tweeduizendzeshonderdenvijftig euro en vijfendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 35 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 september 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 september 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 3 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, voorzitter, mrs. M. Aksu en

T.J. Thurlings-Rassa, rechters, in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2019.

1 Proces-verbaal van de terechtzitting van 24 januari 2019.

2 Dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland met registratienummer PL0600-2018101870, proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p.427-428.

3 Met betrekking tot het onder 1 t/m 8 ten laste gelegde wordt verwezen naar dossierpagina’s uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland met registratienummer PL0600-2018101870. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

4 Proces-verbaal van de terechtzitting van 24 januari 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

5 Telkens schriftelijke bescheiden: eerste gedachtestreepje, p. 437. tweede gedachtestreepje, p. 321-322. derde gedachtestreepje, p. 338-339, alsook het p-v van aangifte [slachtoffer 1] , p.336-337. vierde gedachtestreepje, p. 524 en 355. vijfde gedachtestreepje, p. 176. zesde gedachtestreepje, p. 278, 371-378 en 392. zevende gedachtestreepje, p. 56, 98, .174, 177-187 en 203-206. achtste gedachtestreepje, p. 52-55 en 79.

6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , inclusief bijlagen, p.172-187.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p.198.

8 Schriftelijk bescheid, te weten een gedragsaanwijzing, p.153-154.

9 proces-verbaal van bevindingen, p.154-1 en 154-2.

10 Schriftelijke bescheiden, p.154-3 en 154-4.

11 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , inclusief bijlage, p.453-455.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p.456-457.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 september 2017, p.458-461 en Proces-verbaal van de terechtzitting van 24 januari 2019, beide voor zover inhoudende de verklaring van verdachte dat hij aangever bij zijn hoofd heeft vastgepakt.

14 Proces-verbaal van aangifte [woningstichting 1] , inclusief foto's p.265-268.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p.253.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p.124-125.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p.132-133.

18 Proces-verbaal van de terechtzitting van 24 januari 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

19 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , inclusief bijlagen p.427-431.

20 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] namens Fietsenwinkel [fietsenwinkel] , p.475. 476.

21 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] namens Fietsenwinkel [fietsenwinkel] , p.475-476.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p.480 i.c.m. proces-verbaal van bevindingen, p.480a.

23 Met betrekking tot het onder 10 ten laste gelegde wordt verwezen naar dossierpagina’s uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland met registratienummer PL0600-2017460303. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

24 Proces-verbaal van aangifte, inclusief bijlagen, p.25-42.

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 76-78.

26 Proces-verbaal van de terechtzitting van 24 januari 2019.

27 Met betrekking tot het onder 11 ten laste gelegde wordt verwezen naar dossierpagina’s uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland met registratienummer PL0600-2018105113. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

28 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p.21-22.

29 Proces-verbaal van aanhouding, p.4-5.

30 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] namens [winkel] , p.17-18.

31 Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] namens [boekenwinkel] , p.25-26.

32 Proces-verbaal van de terechtzitting van 24 januari 2019, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte dat hij de goederen heeft weggenomen zonder te betalen.

33 Met betrekking tot het onder 12 en 13 ten laste gelegde wordt verwezen naar dossierpagina’s uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland met registratienummer PL0600-2017413790. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

34 Proces-verbaal van bevindingen, p.27.

35 Proces-verbaal van de terechtzitting van 24 januari 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

36 Proces-verbaal onderzoek wapen, p.32

37 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] namens [woningstichting 2] , p.12-14.

38 Proces-verbaal van de terechtzitting van 24 januari 2019, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte dat hij de deur hard heeft dichtgeslagen.