Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:2108

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-05-2019
Datum publicatie
25-06-2019
Zaaknummer
C/08/230740 / KG ZA 19-81
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzen straat- en contactverbod

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/230740 / KG ZA 19-81

Vonnis in kort geding van 15 mei 2019

in de zaak van

[vrouw] ,

wonende te [plaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. K.B. Spoelstra te Groningen,

tegen

[man] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. R.M.A. Arnoldus te Groningen.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis van 1 april 2019 waarin de zaak door de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland is verwezen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel,

  • -

    de dagvaarding van 9 april 2019 met producties 1 tot en met 32

  • -

    de bij brief van 30 april 2019 namens de man overgelegde producties

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van de man.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben vanaf het voorjaar van 2017 een affectieve relatie gehad. Partijen hebben gedurende deze relatie elk hun eigen woonruimte behouden, maar verbleven grotendeels samen in de woning van de vrouw.

2.2.

Op 10 november 2017 heeft een (gewelds)incident plaatsgevonden waarbij de man schade heeft veroorzaakt aan de woning en goederen van de vrouw.

2.3.

Wanneer de relatie precies beëindigd is, is niet (geheel) duidelijk. Wel zeker is dat de man in ieder geval vanaf enig moment in maart 2018 niet meer bij de vrouw in haar woning verbleef.

2.4.

De man is na die tijd contact blijven zoeken met de vrouw. Op 8 april 2018 is de man bij de woning van de vrouw geweest en hebben de man en de vrouw op de parkeerplaats met elkaar gesproken. De vrouw heeft de volgende dag contact opgenomen met de zus van de man en te kennen gegeven dat zij zich zorgen maakte om de man. Die middag heeft de man de vrouw via Facebook Messenger het volgende bericht gestuurd: “Ik maak je af.”

2.5.

Ook hierna is de man op verschillende manieren contact blijven zoeken met de vrouw, onder meer via LinkedIn en Facebook. In augustus 2018 heeft de vrouw haar telefoonnummer gewijzigd en haar Facebook account verwijderd.

2.6.

Na een melding door de vrouw bij de politie heeft op 16 augustus 2018 een Stop-gesprek plaatsgevonden tussen de man en de politie.

2.7.

In de periode van 1 tot en met 22 oktober 2018 heeft de man via Wordfeud 21 berichten gestuurd naar de vrouw. Een aantal van deze berichten heeft de volgende inhoud: “Ik wil antwoorden”. De overige berichten zijn (zeer) beledigend. Op 10 oktober 2018 heeft de man via Instagram een account aangemaakt met de naam: “ik_wil_antwoorden”. Hij heeft vervolgens met dit account een contactverzoek gestuurd aan de vrouw. Dit heeft de man op 22 oktober 2018 herhaald met een vijftal contactverzoeken vanaf verschillende Instagram accounts met namen als “Jijsneakyviezerat” en “Gerechtigheidkomteraan”.

2.8.

Op 23 oktober 2018 heeft de politie via SMS aan de man te kennen geven dat hij diende te stoppen. Op 7 januari 2019 is de man door de politie verhoord.

2.9.

Op 4, 5 en 15 maart 2019 heeft de vrouw via Instagram een viertal nieuwe berichten van de man ontvangen, gevolgd door een e-mail van Instagram op 16 maart 2019 dat zij nog twee uitnodigingen (van weer andere Instagram accounts) onbeantwoord had gelaten.

3 Het geschil

3.1.

De vrouw vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de man zal verbieden om gedurende vijf jaren (althans gedurende een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, na betekening van dit vonnis, in contact te treden met de vrouw in gesproken woord en/of geschrift, door middel van welk communicatiemiddel dan ook (telefoon, brieven, e-mail, WhatsApp, LinkedIn, Instagram, Facebook, Messenger, Signal, Facetime, Skype of via welke applicatie dan ook), direct en/of door tussenkomst van derden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per keer met een maximum van € 10.000,00 dat de man dat verbod overtreedt,

II. de man zal verbieden om, na betekening van dit vonnis, zich op onrechtmatige wijze, in woord of geschrift, direct of indirect in het openbaar, waaronder tevens wordt verstaan via internet, websites of weblog op het internet of anderszins uit te laten over de vrouw op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per overtreding met een maximum van € 10.000,00,

III. de man zal verbieden om gedurende vijf jaren (althans gedurende een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn) na betekening van dit vonnis, zich binnen een straal van 250 meter te begeven van (1) het woonadres van de vrouw te weten [straat 1] te [plaats 1] en (2) van het huidige kantooradres van de vrouw, te weten [straat 2] te [plaats 3] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per keer, met een maximum van € 10.000,00, dat de man dat verbod overtreedt,

IV. de man zal verbieden om gedurende vijf jaren (althans gedurende een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn), na betekening van dit vonnis, zich binnen een straal van 100 meter te begeven van de vrouw, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00, met een maximum van € 10.000,00 dat de man dat verbod overtreedt,

V. de man zal veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

De man voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op de aard van de vorderingen heeft de vrouw daarbij voldoende spoedeisend belang.

Het contactverbod

4.2.

Uitgangspunt voor het door de vrouw gevorderde contactverbod is dat voor het toewijzen van een dergelijke ingrijpende maatregel sprake moet zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die de maatregel kunnen rechtvaardigen.

4.3.

De man erkent dat op 16 augustus 2018 een stopgesprek met de politie heeft plaatsgevonden. Aangenomen kan dan ook worden dat de man in ieder geval vanaf dat moment duidelijk moet zijn geweest dat de vrouw niet wilde dat de man nog contact met haar zou zoeken. Desondanks is de man doorgegaan met het (veelvuldig) zoeken van contact via social media. Hij heeft daarbij teksten gebruikt met een (zeer) beledigende en/of intimiderende inhoud (bijvoorbeeld “gerechtigheidkomteraan”). Ook nadat hem op 23 oktober 2018 door de politie nogmaals is meegedeeld dat hij daarmee moest stoppen en nadat hij in januari 2019 door de politie is verhoord, is de man doorgegaan met het op deze wijze zoeken van contact met de vrouw. Genoegzaam aannemelijk is dan ook dat de man herhaaldelijk onrechtmatig jegens de vrouw heeft gehandeld door contact met haar te (blijven) zoeken op een wijze die zij niet hoeft te accepteren. Nu de man ondanks het stopgesprek, de SMS van de politie van 23 oktober 2018 én het verhoor in januari 2019, is doorgegaan met het zoeken van contact met de vrouw is aannemelijk dat een minder ingrijpende maatregel dan een contactverbod gedurende langere tijd ontoereikend is.

4.4.

Het door de vrouw gevorderde contactverbod zal daarom worden toegewezen, met dien verstande dat in verband met de eisen van proportionaliteit de duur daarvan zal worden beperkt tot twee jaar.

Het verbod zich onrechtmatig uit te laten over de vrouw

4.5.

De vrouw heeft in de dagvaarding gesteld dat de man heeft gedreigd privé omstandigheden van de vrouw openbaar te maken richting vrienden, collega’s, familie en buren. Dat de man daar daadwerkelijk toe over is gegaan is gesteld noch gebleken. Ook kan uit de stellingen van de vrouw niet worden afgeleid dat de man na het stopgesprek met de politie nog uitlatingen heeft gedaan die wijzen op het voornemen onrechtmatige uitlatingen over de vrouw te doen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat alleen het (oude) dreigement zich negatief over de vrouw te zullen uitlaten vooralsnog onvoldoende is voor toewijzing van het door de vrouw gevorderde verbod. Dat betekent uiteraard niet dat het de man vrijstaat zich op onrechtmatige wijze over de vrouw uit te laten tegenover derden, het betekent slechts dat toewijzing van de door de vrouw gevorderde maatregel op dit moment (nog) niet aan de orde is.

Het gebiedsverbod

4.6.

Een gebiedsverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen.

4.7.

De man heeft niet betwist dat hij in november 2017 in de woning van de vrouw vernielingen heeft aangericht. Ook heeft hij niet betwist dat hij in april 2018 een bericht aan de vrouw heeft gestuurd met de inhoud “ik maak je af”. Verder zou de man, aldus de vrouw, in juli 2018 gedreigd hebben brand te stichten in de woning van de vrouw. Ook dit heeft de man in dit kort geding niet betwist. Aangenomen moet daarom worden dat de man bij herhaling gedreigd heeft met geweld jegens de persoon dan wel bezittingen van de vrouw. Uit het incident in november 2017 blijkt voorts dat de man in ieder geval één maal niet in staat is geweest zijn boosheid in bedwang te houden. Daarbij komt dat aan een aantal van de gedane contactverzoeken (bijvoorbeeld: “gerechtigheidkomteraan”) een zekere dreiging niet kan worden ontzegd. Dat de vrouw zich door dit gedrag van de man niet veilig voelt in en rond haar woon- en kantooradres is aannemelijk en voorstelbaar.

4.8.

De voorzieningenrechter komt op grond van het voorgaande tot de slotsom dat er sprake is van zwaarwegende omstandigheden die een inbreuk rechtvaardigen op het recht van de man zich vrijelijk te bewegen.

4.9.

Het door de vrouw gevorderde gebiedsverbod zal worden toegewezen voor wat betreft het gebied binnen een straal van 250 meter rondom haar woonadres en haar kantooradres. De voorzieningenrechter weegt daarbij mee dat de man ter zitting desgevraagd heeft aangegeven dat er van zijn kant geen omstandigheden zijn die maken dat hij zich noodzakelijk in dat gebied moet begeven. Voor de feitelijke afbakening van het gebied, verwijst de voorzieningenrechter naar de kaarten die aan dit vonnis zijn gehecht. De duur van het gebiedsverbod zal worden beperkt tot één jaar.

4.10.

Voor een toewijzing van het gevorderde verbod zich binnen een straal van 100 meter van de vrouw te begeven is vooralsnog onvoldoende aangevoerd. De vrouw heeft niet gemotiveerd wat, naast het contactverbod en het hiervoor besproken gebiedsverbod rond haar woning en kantooradres, de toegevoegde waarde zou zijn van dit specifieke gebiedsverbod. Met andere woorden: de vrouw heeft niet inzichtelijk gemaakt, welk probleem met dit gebiedsverbod zou worden opgelost. Daar staat tegenover dat toewijzing van een dergelijk verbod naar verwachting tot executieproblemen zal leiden. Dit onder meer vanwege het dynamische karakter van de geografische afbakening en de mogelijkheid dat partijen elkaar onbedoeld kunnen tegenkomen.

4.11.

Gelet op het relationele karakter van de zaak zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt de man gedurende twee jaar na betekening van dit vonnis, direct en/of door tussenkomst van derden, in contact te treden met de vrouw in gesproken woord en/of geschrift, door middel van welk communicatiemiddel dan ook (telefoon, brieven, e-mail, WhatsApp, LinkedIn, Instagram, Facebook, Messenger, Signal, Facetime, Skype of via welke applicatie dan ook),

5.2.

veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 5.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,

5.3.

verbiedt de man gedurende één jaar na betekening van dit vonnis zich te begeven voor wat betreft het gebied:

  • -

    binnen een straal van 250 meter rondom het woonadres van de vrouw [straat 1] te [plaats 1] ,

  • -

    binnen een straal van 250 meter rondom het kantooradres van de vrouw [straat 2] , te [plaats 3] ,

Een en ander zoals steeds aangegeven door middel van een cirkel die het gebied aangeeft waarbinnen de man zich niet mag begeven; deze cirkels staan aangegeven op de plattegronden die zijn gehecht aan dit vonnis en daarvan onlosmakelijk deel uitmaken,

5.4.

veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 5.3 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koene en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2019.1

1 type: coll: