Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:1766

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-05-2019
Datum publicatie
23-05-2019
Zaaknummer
08-770181-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 43-jarige man uit Deventer tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 3 jaar. Gedurende ongeveer 3 jaar heeft de man kinderporno gedownload, in bezit gehad en af en toe verspreid. Daarnaast heeft de man schennis van de eerbaarheid gepleegd door voor het raam van zijn slaapkamer, aan de openbare weg, te masturberen. Dit had als gevolg dat een meisje van 11 en 9 hiervan getuige zijn geweest. Naast de gevangenisstraf moet de man zich aan de bijzondere voorwaarden houden, waaronder een meldplicht bij de Reclassering en legt de rechtbank hem een taakstraf op van 200 uur en moet hij een schadevergoeding betalen van 968 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08-770181-18 (P)

Datum vonnis: 23 mei 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

9 mei 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Zwartjes en van wat door verdachte en de raadsman mr. L.J.H.M. Achten, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: van 1 januari 2014 tot 20 december 2017 een gewoonte heeft gemaakt van het -onder meer- verspreiden en in bezit hebben van kinderporno;

feit 2 en 3: op 2 oktober 2017 en 7 december 2017 zijn ontblote geslachtsdeel heeft getoond aan een toen elfjarig meisje;

feit 4: op 10 maart 2018 zijn ontblote geslachtdeel heeft getoond aan een toen negenjarig meisje.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Feit 1

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014

tot en met 20 december 2017 te Deventer, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een groot aantal afbeeldingen en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een smartphone (Samsung) en/of een usb-stick ('vanbreda.nl') en/of

een laptop (Toshiba) en/of een computerkast, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid en/of

verworven en/of

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de/een penis, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [nummer 1] .jpg) (foto 1 toonmap) en/of

het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [nummer 2] .jpg) (foto 2 toonmap) en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [nummer 3] .jpg) (foto 3 toonmap) ( [nummer 4] .jpg) (foto 5 toonmap) en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het zichtbaar maken van een op sperma gelijkende substantie op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [nummer 5] .jpg) (foto 4 toonmap)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

Feit 2

Primair

hij op of omstreeks 2 oktober 2017 in de gemeente Deventer een persoon ( [slachtoffer 1] van toen 11 jaar oud), van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van (zijn, verdachtes) seksuele handelingen, door zich in het bijzijn en/of in de directe nabijheid en/of voor het oog van die [slachtoffer 1] af te trekken en/of zijn (stijve) ontblote geslachtsdeel vast te

pakken en/of (dit) in zijn hand te houden en/of (dit) aan haar te tonen;

Subsidiair

hij op of omstreeks 2 oktober 2017 in de gemeente Deventer de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten voor en/of (dicht)bij een raam van een woning, gelegen op/aan [adres] , door aldaar (zichtbaar voor weggebruikers ter hoogte van die woning) met ontbloot geslachtsdeel te gaan staan en/of (vervolgens) zichzelf te bevredigen;

Feit 3

Primair

hij op of omstreeks 7 december 2017 in de gemeente Deventer een persoon ( [slachtoffer 1] van toen 11 jaar oud), van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van (zijn, verdachtes) seksuele handelingen, door zich in het bijzijn en/of in de directe nabijheid en/of voor het oog van die [slachtoffer 1] af te trekken en/of zijn (stijve) ontblote geslachtsdeel vast te

pakken en/of (dit) in zijn hand te houden en/of (dit) aan haar te tonen en/of (dit) heen en weer te zwaaien;

Subsidiair

hij op of omstreeks 7 december 2017 in de gemeente Deventer de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten voor en/of (dicht)bij een raam van een woning, gelegen op/aan [adres] , door aldaar (zichtbaar voor weggebruikers ter hoogte van die woning) met ontbloot geslachtsdeel te gaan staan en/of (vervolgens) zichzelf te bevredigen en/of zijn ontblote geslachtsdeel heen en weer te zwaaien;

Feit 4

Primair

hij op of omstreeks 10 maart 2018 in de gemeente Deventer een persoon ( [slachtoffer 2] van toen 9 jaar oud), van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van

zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van (zijn, verdachtes) seksuele handelingen, door zich in het bijzijn en/of in de directe

nabijheid en/of voor het oog van die [slachtoffer 2] af te trekken en/of zijn (stijve) ontblote geslachtsdeel vast te pakken en/of (dit) in zijn hand te houden en/of (dit) aan haar te tonen; (parketnummer 08-770128-18)

Subsidiair

hij op of omstreeks 10 maart 2018 in de gemeente Deventer de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten voor en/of (dicht)bij een raam van een woning, gelegen op/aan [adres] , door aldaar (zichtbaar voor weggebruikers ter hoogte van die woning) met ontbloot geslachtsdeel te gaan staan en/of (vervolgens) zichzelf te bevredigen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 1 en onder de feiten 2 primair, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte heeft feiten 1, 3 en 4 bekend. Bij feiten 2, 3 en 4 heeft verdachte er telkens voor gezorgd dat de meisjes hem konden zien. Hij had al eerder de aandacht van de meisjes getrokken door foto’s van hen te maken en de gordijnen open te laten als hij zichzelf bevredigde voor de televisie. [slachtoffer 1] heeft bovendien verklaard dat verdachte haar aanriep. Verdachte woont in een kinderrijke omgeving en verdachte heeft de nieuwsgierigheid van kinderen gewekt door aandacht te vestigen op zijn woning. Verdachte heeft de kinderen op de tenlastegelegde data bij de feiten 2, 3 en 4 door zijn gedrag met ontuchtig oogmerk bewogen om getuige te zijn van zijn seksuele handelingen.

4.2

Het standpunt van de verdachte en zijn raadsman

Verdachte heeft feiten 1, 3 en 4 ter terechtzitting bekend. Over het ten laste gelegde feit 1 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor het opzettelijk verspreiden van kinderporno. Verdachte heeft de afbeeldingen waar het om gaat wel geüpload via Twitter en Kik, maar deze afbeeldingen zijn per ongeluk mee verzonden met andere afbeeldingen. Bovendien is sprake van een lange periode van bezit van kinderporno waarin het verspreiden een incident was. Deze omstandigheden leiden ertoe dat geen sprake is van het opzettelijk verspreiden van kinderporno.

Ten aanzien van ten laste gelegde feit 2 heeft verdachte verklaard dat hij uit de douche kwam en zich bevredigd heeft voor de televisie met de gordijnen open. Het was toen niet de bedoeling dat iemand hem zou zien.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte ook kinderporno heeft verspreid door afbeeldingen te versturen via Kik en Twitter. Voor het versturen van afbeeldingen via deze communicatiediensten is een actieve handeling vereist om bestanden te uploaden. De enkele stelling dat de kinderpornografische afbeeldingen ‘per ongeluk’ zijn verzonden is, zonder ondersteunend bewijs voor deze stelling, niet geloofwaardig. Bewezen is aldus dat verdachte opzet heeft gehad op het verspreiden van kinderporno.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit 1 op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit voor het overige heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

  • -

    het proces-verbaal ter terechtzitting van 9 mei 2019, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

  • -

    het proces-verbaal vordering uitlevering gegevensdragers ex art 551 Sv van 27 december 2017, inclusief bewijs van ontvangst van 21 december 2017, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant] p. 124-134;

  • -

    het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 11 juli 2018 inclusief bijlagen, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant] , p. 139-155.

Ten aanzien van het onder feit 2, 3 en 4 primair tenlastegelegde

De rechtbank is van oordeel dat het primair ten laste gelegde onder de feiten 2, 3 en 4 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Voor het bewegen in de zin van artikel 248d van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is een actieve handeling vereist, die erop gericht is de minderjarige getuige te doen zijn van seksuele handelingen. Vast staat dat verdachte zich op alle ten laste gelegde data met ontbloot geslachtsdeel in zijn slaapkamer, bij het raam, heeft bevonden en dat hij zichzelf heeft bevredigd terwijl de gordijnen open waren. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte één van de meisjes op de ten laste gelegde data heeft aangeroepen. Ook blijkt niet van andere actieve handelingen die erop gericht waren om de meisjes getuige te laten zijn van verdachtes seksuele handelingen, bijvoorbeeld door op het raam te kloppen. Dat beide meisjes desondanks getuige zijn geweest van verdachtes seksuele handelingen staat niet ter discussie. Het (enkel) niet sluiten van de gordijnen en met ontbloot lichaam voor het raam op de eerste verdieping gaan staan en zichzelf vervolgens bevredigen zijn echter geen actieve handelingen die erop gericht waren om de aandacht van de meisjes te trekken zodat zij hem zouden zien.

De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder feit 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder feit 2, 3 en 4 subsidiair tenlastegelegde

De hierboven omgeschreven handelingen van verdachte leiden wel tot bewezenverklaring van het onder de feiten 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder feit 2 subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

  • -

    het proces-verbaal ter terechtzitting van 9 mei 2019, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] van 4 oktober 2017 met nummer PL0600-2017456910, p. 168-169;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van 7 december 2017, inhoudende de verklaring van [naam 1] , met nummer PL0600-2017563309.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit 4 subsidiair op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

  • -

    het proces-verbaal ter terechtzitting van 9 mei 2019, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] namens [slachtoffer 2] van 10 maart 2018, met nummer PL0600-2018105654.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

feit 1

hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 20 december 2017 te Deventer, meermalen, telkens afbeeldingen en gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een smartphone (Samsung) en een usb-stick ('vanbreda.nl') en een laptop (Toshiba) en een computerkast, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid en

verworven en

in bezit gehad en

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met een penis, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en

het met een vinger/hand betasten en aanraken van het geslachtsdeel en de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en opgemaakt is en poseert in een omgeving met een voorwerp en in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en (waarna) door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling en

het masturberen boven/bij en ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

feit 2

hij op 2 oktober 2017 in de gemeente Deventer de eerbaarheid heeft geschonden aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten voor een raam van een woning, gelegen aan [adres] , door aldaar zichtbaar voor weggebruikers ter hoogte van die woning met ontbloot geslachtsdeel te gaan staan en (vervolgens) zichzelf te bevredigen.

feit 3

hij op 7 december 2017 in de gemeente Deventer de eerbaarheid heeft geschonden aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten voor een raam van een woning, gelegen aan [adres] , door aldaar zichtbaar voor weggebruikers ter hoogte van die woning met ontbloot geslachtsdeel te gaan staan en (vervolgens) zichzelf te bevredigen.

feit 4

hij op 10 maart 2018 in de gemeente Deventer de eerbaarheid heeft geschonden aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten voor een raam van een woning, gelegen aan [adres] , door aldaar zichtbaar voor weggebruikers ter hoogte van die woning met ontbloot geslachtsdeel te gaan staan en (vervolgens) zichzelf te bevredigen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 239 en 240b Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: een gewoonte maken van een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, verspreiden, verwerven, in bezit heeft hebben en door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd.

feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair en feit 4 subsidiair

(telkens) het misdrijf: schennis van de eerbaarheid aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zestien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. De officier van justitie heeft bij haar eis rekening gehouden met het pro-justitia rapport van psycholoog D.J. Burck van

5 oktober 2018, waarin de psychloog geadviseerd heeft de feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

7.2

Het standpunt van de raadsman van verdachte

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte nooit eerder hulpverlening of behandeling heeft gehad. Dat is nu anders. Verdachtes stoornissen leiden er volgens de psycholoog toe dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Verdachte is zich bewust van zijn foute handelen en is gemotiveerd voor behandeling bij de Tender. Hij heeft een vaste baan en werkt fulltime. Hij woont bij zijn moeder voor wie hij zorgt. Zonder die zorg kan zijn moeder niet in de woning blijven wonen. De kans dat verdachte opnieuw in aanraking komt met minderjarige meisjes is klein, omdat hij veel van huis is. De eis van de officier van justitie is fors. Het zou passender zijn om een forse, maar geheel voorwaardelijke, gevangenisstraf op te leggen. Het accent moet liggen op behandeling van verdachte. De raadsman verzoekt de rechtbank daarom een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft gedurende ongeveer drie jaren kinderporno gedownload, in bezit gehad en incidenteel verspreid. Op zijn gegevensdragers zijn 5296 kinderpornografische afbeeldingen en 165 kinderpornografische video’s gevonden. De meeste afbeeldingen en video’s waren van de gegevensdragers verwijderd en niet meer toegankelijk voor verdachte.

Het is algemeen bekend dat kinderporno wordt geproduceerd onder omstandigheden waarbij jonge, vaak uiterst kwetsbare kinderen worden uitgebuit, misbruikt en vernederd. Hoewel verdachte door foto’s en video’s van internet te downloaden en daar naar te kijken niet zelf kinderen heeft misbruikt, heeft hij, aldus doende, wel indirect bijgedragen aan de instandhouding van de markt voor kinderporno en de industrie die deze markt bedient. De rechtbank is van oordeel dat het leveren van een dergelijke bijdrage op zichzelf in principe ernstig genoeg is om het opleggen van een (deels onvoorwaardelijke) gevangenisstraf te rechtvaardigen.

Daarnaast heeft verdachte schennis van de eerbaarheid gepleegd door aan de openbare weg voor het raam van zijn slaapkamer te masturberen. Het spreekt voor zich dat een dergelijke ongevraagde confrontatie met seksueel gedrag van een ander in het algemeen als aanstootgevend wordt ervaren. Dat geldt temeer nu, zoals in dit geval, een meisje van destijds 11 en een meisje van 9 getuige zijn geweest van het oneerbare gedrag van verdachte. Daar komt bij dat deze meisjes in hun eigen leefomgeving met dergelijk gedrag zijn geconfronteerd, terwijl kinderen zich in de buurt van hun woning juist veilig zouden moeten voelen. Naar mag worden aangenomen, heeft dat gedrag niet alleen bij de jonge meisjes, maar ook bij hun ouders hevige gevoelens van schrik en verwarring opgeroepen.

De rechtbank houdt in de strafmaat rekening met het pro-justitia rapport van 5 oktober 2018 van psycholoog Burck. Verdachte lijdt volgens de psycholoog aan een ziekelijke stoornis in de vorm van een ongespecificeerde neuropsychologische ontwikkelingsstoornis met kenmerken van een stoornis in het autismespectrum. Ook lijdt hij aan een ziekelijke stoornis in de vorm van een parafilie die nader te classificeren valt als een niet exclusieve pedofiele stoornis en een exhibitionistische stoornis beiden gericht op pre-puberale meisjes.

Van de ontwikkelingsstoornis en de exhibitionistische stoornis neemt de psycholoog aan dat deze stoornissen aanwezig waren ten tijde van het ten laste gelegde. De pedofiele stoornis bestond in elk geval vanaf het moment vanaf 1 januari 2014, omdat verdachte toen kinderporno is gaan downloaden.

Verdachte is, als gevolg van de ziekelijke stoornis, structureel beperkt in zijn vermogens om sociale en seksuele relaties aan te gaan, wat heeft geleid tot problemen in de relatievorming en de seksualiteitsbeleving. Ter bevrediging van zijn sociale en seksuele behoeftes heeft hij zich in toenemende mate teruggetrokken in een fantasiewereld, die uiteindelijk heeft geleid tot een verstoorde seksualiteitsbeleving in het verlengde waarvan zich parafiele stoornissen in de vorm van een pedofiele en exhibitionistische stoornis hebben ontwikkeld. Het vermogen van verdachte om zijn gedrag te analyseren en handelingsalternatieven te ontwikkelen, zal als gevolg van de eerder genoemde ongedifferentieerde neuropsychologische ontwikkelingsstoornis zodanig beperkt zijn geweest dat de psycholoog adviseert om het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

Het risico op herhaling van soortgelijke zedendelicten wordt door de psycholoog

ingeschat als hoog. Het gegeven dat verdachte nog nooit heeft samengewoond en ook moeite heeft om een stabiele relatie te ontwikkelen, vormt een belangrijk risico. Zijn sterke seksuele preoccupatie en de voorgeschiedenis van zedenmisdrijven draagt daar verder aan bij.

Verdachte zou volgens de psycholoog gebaat zijn bij een ambulante behandeling voor de duur van tenminste een jaar. Een dergelijke behandeling zou bij voorkeur plaats moeten vinden bij een instelling die speciaal toegerust is voor de behandeling van plegers van zedendelicten, in het kader van een deels voorwaardelijke straf, waarbij geadviseerd wordt verdachte ook onder toezicht van de reclassering te plaatsen.

De rechtbank heeft verder gelet op het advies van de reclassering van 19 april 2019. De reclassering beschrijft in dit advies dat verdachte recidive wil voorkomen en dat hij zich actief inzet voor zijn behandeling en het reclasseringstoezicht. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld tot hoog. De kans op letselschade is laag omdat verdachte geen contactzedenmisdrijven en geen geweldsmisdrijven pleegt. Verdachte is in de therapie leerbaar en coöperatief. De behandelaren schatten in dat verdachte een behandeling van minimaal een jaar nodig heeft.

De reclassering heeft geadviseerd om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daar aan gekoppeld de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, ambulante behandeling bij een GGZ instelling, het vermijden van kinderporno en het vermijden van contact met minderjarigen.

De rechtbank neemt de adviezen van de psycholoog over en concludeert op basis van dat advies dat de feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend. Gelet op die verminderde toerekeningsvatbaarheid en de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf naar het oordeel van de rechtbank niet passend. De rechtbank zal verdachte dan ook, naast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, een werkstraf opleggen en wel voor 200 uren. Gezien het advies van zowel de psycholoog als de reclassering is het daarnaast van het grootste belang dat verdachte behandeld wordt. De rechtbank zal om die reden een ambulante behandeling als voorwaarde bij een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, alsook de overige door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[naam 1] heeft zich, mede namens [slachtoffer 1] als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

De namens [slachtoffer 1] gevorderde schade bestaat uit €750,00 immateriële schade.

De door [naam 1] gevorderde schade bestaat uit:

- reiskosten €54,62;

- opname verlofuren €163,44.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen voor toewijzing vatbaar zijn, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3

Het standpunt van verdachte en zijn raadsman

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de gevorderde schade wil vergoeden. De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vorderingen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezenverklaarde feiten 2, subsidiair en 3, subsidiair, rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partijen. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde namens [slachtoffer 1] daarom toewijzen tot een bedrag van €750,00 en het gevorderde door [naam 1] toewijzen tot een bedrag van €218,06, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum van het indienen van de schadevordering,

23 april 2019.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder feit 2 subsidiair en 3 subsidiair bewezenverklaarde, is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b 14c, 22c, 22d, en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte onder feit 2 primair, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 en onder feit 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: het misdrijf: een gewoonte maken van een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, verspreiden, verwerven, in bezit heeft hebben en door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd.

feit 2 subsidiair , feit 3 subsidiair en feit 4 subsidiair: het misdrijf: schennis van de eerbaarheid aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 4.4 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

  • -

    bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich gedurende de proeftijd meldt bij de reclassering van het Leger des Heils aan de Dobbe 70 in Zwolle, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

  • -

    zich ambulant laat behandelen bij de forensische polikliniek De Tender in Deventer of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de hele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft;

  • -

    op geen enkele wijze contact opzoekt over onderhoudt met minderjarigen en deze contacten zoveel mogelijk vermijdt. Contact met minderjarige familieleden vindt alleen plaats in aanwezigheid van een andere volwassene;

  • -

    zich op welke wijze dan ook onthoudt van:

 het (seksueel getint) communiceren met minderjarigen;

 gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen en/of over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd.

 Verdachte bespreekt met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Het toezicht op deze voorwaarde kan bestaan uit controles van computers en andere apparatuur. Verdachte werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek.

  • -

    draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 200 (tweehonderd) uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren per dag aftrek plaatsvindt;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [naam 1] (feiten 2 subsidiair en 3 subsidiair ): een bedrag van € 750,00 voor wat betreft de schade van [slachtoffer 1] en €218,06 voor wat betreft de schade van [naam 1] te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2019;

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten 2 subsidiair en 3, subsidiair, aan de Staat der Nederlanden te betalen een bedrag van € 750,00 voor wat betreft de schade van [slachtoffer 1] en € 218,06 voor wat betreft de schade van [naam 1] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2019 ten behoeve van de benadeelden, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 9 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;

Dit vonnis is gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. M.J.C.M. Manders en

mr. S. Taalman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Bakker, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2019.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2017456910. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.