Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:160

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-01-2019
Datum publicatie
22-01-2019
Zaaknummer
08-770160-17(P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 45-jarige man is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur voor het vervalsen van gewerkte uren in het computersysteem van zijn opdrachtgever. Zo declareerde de ZZP-er meer uren dan hij eigenlijk had gewerkt. Als systeembeheerder had hij toegang tot de planningsystemen.

Naast de werkstraf moet hij zijn voormalig opdrachtgever in ieder geval 3000 euro schadevergoeding betalen en 1.390 euro aan gemaakte proceskosten. Voor het resterende bedrag dat hij teveel gedeclareerd zou hebben kan het bedrijf een procedure starten bij de civiele rechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08-770160-17(P)

Datum vonnis: 22 januari 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 januari 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P. Pereira en van hetgeen door verdachte en de raadsman, mr. A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 31 maart 2015 tot en met 13 juli 2016 meermalen een computer(systeem) heeft gehackt;

feit 2 primair en subsidiair: in de periode van 31 maart 2015 tot en met 13 juli 2016 meermalen zonder toestemming gegevens van een dienst/planningprogramma op de computer heeft vervalst dan wel veranderd met het doel daar financieel voordeel uit te behalen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 maart 2015 tot en met 13 juli 2016 te Zwolle, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een geautomatiseerd (dienst/rooster)planningprogramma/systeem (te weten Excellent Planning), dat on-line is te benaderen is binnengedrongen met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, immers is hij -verdachte- met een FLEX en/of ADMIN inlognaam, althans een valse inlognaam of een valse sleutel voornoemd systeem binnengedrongen;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 maart 2015 tot en met 13 juli 2016 te Zwolle een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

-een door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie opgeslagen geautomatiseerd (dienst/rooster)planningprogramma/systeem (te weten Excellent Planning), dat on-line is te benaderen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door

- gebruikmakende van een FLEX en/of ADMIN inlognaam, althans een valse inlognaam of een valse sleutel voornoemd systeem binnen te dringen en/of - (vervolgens) in voornoemd (dienst/werkrooster)planningprogramma/systeem (valselijk) gegevens, te weten zijn -verdachtes- eigen naam toe te voegen/in te voeren en/of

- door op de planning van het dienst/werkrooster voornoemd (telkens valselijk) de na(a)m(en) van een collega(‘s)(beveiliger(s)) te vervangen/wijzigen in zijn

-verdachtes- naam, (teneinde zichzelf financieel te bevoordelen door -handelende als zodanig kosten te kunnen declareren (en uitbetaald te krijgen) voor diensten/werkzaamheden die niet door hem -verdachte- zijn gedraaid/gewerkt/uitgevoerd) doch door andere(n)/collegabeveiliger(s) met het oogmerk om het (dienst/werkrooster)planningprogramma) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 maart 2015 tot en met 13 juli 2016 te Zwolle, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk, - gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten een geautomatiseerd (dienst/rooster)planningprogramma/systeem (genaamd Excellent Planning), dat on-line is te benaderen, heeft veranderd, gewist, onbruikbaar heeft gemaakt, immers heeft hij verdachte andere gegevens, te weten zijn -verdachtes- eigen naam toegevoegd/ingevoerd door op de planning van het dienst/werkrooster voornoemd de na(a)m(en) van (een) collega(’s)(beveiliger(s) te vervangen/wijzigen in zijn – verdachtes- naam, teneinde zichzelf financieel te bevoordelen door -handelende als zodanig- kosten te kunnen declareren (en uitbetaald te krijgen) voor diensten/werkzaamheden die niet door verdachte, zijn gedraaid/gewerkt/uitgevoerd, doch door andere(n)/collegabeveiliger(s).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde bewezen wordt verklaard. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de officier van justitie –zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd.

Het doet niet terzake dat verdachte al over de inloggegevens beschikte die hem de toegang tot het planningsprogramma konden verschaffen. Omdat verdachte de inloggegevens heeft gebruikt voor wederrechtelijke doeleinden is hij met behulp van een valse sleutel in het computersysteem binnengedrongen. .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte van het onder 1 ten laste gelegde feit vrij te spreken. Wat betreft het onder 2 primair laste gelegde feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat, hoewel het subsidiair ten laste gelegde meer passend is, dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft de beveiliging van het computersysteem van [bedrijf 1] B.V. (hierna [bedrijf 1] ) niet doorbroken. Immers, hij heeft op reglementaire wijze verbinding gekregen door gebruikmaking van inloggegevens die aan hem door [bedrijf 1] zelf waren verstrekt. Verdachte heeft dus niet doelbewust een inspanning moeten leveren om de beveiliging van het desbetreffende computersysteem te doorbreken. Onder deze omstandigheden kan niet van ‘binnendringen’ zoals bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (Sr) sprake zijn.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit overweegt de rechtbank als volgt.

Blijkens de parlementaire geschiedenis van de Wet computercriminaliteit ligt in de term “binnendringen” opgesloten dat met geweld of het anderszins verbreken van codes een systeem wordt binnen gegaan waartoe men niet gerechtigd is. Uit het dossier blijkt dat verdachte rechtmatig over de inloggegevens die toegang gaven tot het planningssysteem van [bedrijf 1] , heeft beschikt. [benadeelde] heeft in zijn verklaring bij de politie ook bevestigd dat verdachte, omdat hij als systeembeheerder ICT-werkzaamheden had verricht, van de inlogmogelijkheden en de bijpassende wachtwoorden op de hoogte was. Daarbij is de rechtbank niet gebleken dat verdachte door [bedrijf 1] op enig moment de toegang tot dit systeem is ontzegd of dat die toegang op enig moment anderszins geblokkeerd is geweest. Verdachte heeft aldus de beveiliging van het systeem niet doorbroken, maar heeft volgens de regels en op geautoriseerde wijze verbinding met het desbetreffende systeem gekregen. Het feit dat verdachte met wederrechtelijke doeleinden toegang tot het systeem heeft gezocht, is verder niet relevant. Geconcludeerd wordt dat van ‘binnendringen’ geen sprake is geweest. Verdachte wordt daarom van dit feit vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feit overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft bekend dat hij meerdere malen gegevens van het dienst/planningsprogramma op de computer waarvan door [bedrijf 1] gebruik werd gemaakt, heeft vervalst om daar financieel voordeel uit te behalen. Hij was als ZZP-er werkzaam bij [bedrijf 1] en verrichtte in opdracht ICT- en beveiligingswerkzaamheden. Verdachte is met behulp van de voor hem bekende inloggegevens in het systeem gekomen en heeft daarbij naar eigen zeggen alleen gebruik gemaakt van de gebruikersnaam ‘Flex’. Deze gebruikersnaam was nog bij zes à zeven andere personen werkzaam bij personeelszaken van [bedrijf 1] in gebruik. In dat planningssysteem heeft verdachte door andere medewerkers verrichte diensten, die ook op naam van die anderen stonden, gewijzigd en op zijn naam gezet. Door aan [bedrijf 1] vervolgens voor deze diensten te factureren, kreeg hij daarvoor uitbetaald terwijl anderen deze diensten feitelijk hadden verricht.

[bedrijf 1] heeft de facturering door verdachte gecontroleerd en gelegd naast het planningssysteem en de overige administratie. Zij heeft op basis daarvan vastgesteld dat verdachte het bedrijf voor ongeveer € 20.630 heeft benadeeld. Verdachte heeft zelf verklaard dat naar zijn weten hij ten onrechte 82,75 uren heeft opgevoerd en nog 20 uren waarvan hij niet exact weet welke diensten het betroffen. Volgens hem gaat het om een benadelingsbedrag van ongeveer € 3.000,-. De eerste dienst die verdachte naar eigen zeggen zou hebben gewijzigd is die op 17 mei 2015 bij [bedrijf 2] .

Voor beantwoording van de vraag vanaf welke datum verdachte is begonnen met het vervalsen dan wel veranderen van gegevens in het planningssysteem overweegt de rechtbank het volgende.

Het hiervoor bedoelde planningssysteem werkt als volgt. Op basis van de gevraagde werkzaamheden voor een opdracht worden de diensten van de medewerkers van [bedrijf 1] en van ingezette ZZP-ers gepland. Als een medewerker of ZZP-er akkoord gaat met een geplande dienst wordt deze definitief gemaakt in het systeem en verschijnt er bij deze dienst een groen vinkje. Als een dienst is verricht worden de eindtijden ingevoerd en wordt er geaccordeerd voor uitbetaling. In het systeem verschijnt er bij het accorderen van de dienst wederom een groen vinkje bij de werknemer die de dienst heeft uitgevoerd. Op het moment dat er daarna wijzigingen in het systeem worden uitgevoerd, verdwijnen de groene vinkjes. Geconcludeerd wordt dat bij de diensten die verdachte heeft aangepast, de groene vinkjes aldus zijn weggevallen.

Op grond van het dossier is alleen vast komen te staan dat verdachte met de gebruikersnaam “Flex” wijzigingen heeft aangebracht. Dat hij ook andere gebruikersnamen heeft gebruikt wordt door verdachte ontkend en blijkt ook onvoldoende uit de stukken. Daarvan uitgaande wordt vastgesteld dat voor het eerst op 28 oktober 2015 met gebruikmaking van de gebruikersnaam “Flex” wijzigingen in meerdere diensten zijn aangebracht. Het betreft telkens een dienst bij de [bedrijf 3] ( [bedrijf 3] ). Hierbij is tevens van belang dat de eerder bedoelde groene vinkjes bij deze diensten zijn weggevallen. Het is niet aannemelijk dat andere gebruikers van “Flex,” deze wijzigingen hebben aangebracht omdat zij daar geen belang bij hebben. Blijkens de factuur met nummer 2015000029 heeft verdachte deze diensten bij [bedrijf 1] in rekening gebracht. [bedrijf 1] heeft na controle echter vastgesteld dat verdachte deze diensten niet heeft verricht, maar dat zij door andere medewerkers zijn uitgevoerd. Aldus staat vast dat verdachte vanaf 28 oktober 2015 is begonnen met het vervalsen van het planningssysteem. Daarbij wordt opgemerkt dat de dienst van 17 mei 2015 waar verdachte aan refereert, pas op 21 december 2015, dus na 28 oktober 2015, is gewijzigd. Verdachte heeft verder bekend dat hij tot in juli 2016 is doorgegaan met het op zijn naam wijzigen van diensten.

De rechtbank komt aldus tot bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1, te weten:

- de aangifte van [benadeelde] , met bijlagen2;

- de verklaring van verdachte.3

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

2 primair

hij in de periode van 28 oktober 2015 tot en met 13 juli 2016 te Zwolle een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

-een door middel van een geautomatiseerd werk dienst/roosterplanningprogramma/systeem, te weten Excellent Planning, dat online is te benaderen, heeft vervalst, door

- gebruikmakende van een FLEX inlognaam in voornoemd dienst/werkroosterplanningprogramma/systeem valselijk gegevens, te weten zijn -verdachtes- eigen naam toe te voegen/in te voeren en

- door op de planning van het dienst/werkrooster voornoemd telkens valselijk de naam van een collega beveiliger te vervangen/wijzigen in zijn -verdachtes- naam, teneinde zichzelf financieel te bevoordelen door -handelende als zodanig - kosten te kunnen declareren en uitbetaald te krijgen voor diensten/werkzaamheden die niet door hem -verdachte- zijn gedraaid/gewerkt/uitgevoerd doch door anderen/collega beveiligers met het oogmerk om het dienst/werkroosterplanningprogramma als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2 primair

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij de bepaling van de straf aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten die door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) zijn opgesteld inzake fraude. Op basis van deze oriëntatiepunten zou kunnen worden volstaan met een werkstraf van maximaal 60 uren. Daarnaast heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er geen nut of noodzaak is verdachte een voorwaardelijk strafdeel op te leggen.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

Verdachte heeft als ZZP-er gedurende ongeveer tien maanden wijzigingen in een computersysteem van zijn opdrachtgever [bedrijf 1] aangebracht. Hierdoor kon hij meer uren declareren dan hij feitelijk had gewerkt. Als reden voor zijn handelen heeft verdachte genoemd dat hij financiële problemen had. Daarnaast had verdachte nog achterstallig salaris tegoed van [bedrijf 1] en voelde hij zich gekrenkt omdat hij al zo lang aan het lijntje werd gehouden voor de uitbetaling daarvan. Verdachte had toegang tot de computersystemen, maakte van deze gelegenheid gebruik en rechtvaardigde zijn gedrag door geen directe collega’s te benadelen, enkel zijn werkgever die hem geld verschuldigd was. Een vorm van eigenrichting die naar het oordeel van de rechtbank ontoelaatbaar is. Verdachte heeft door dit feit te plegen het vertrouwen dat door [bedrijf 1] in hem was gesteld, het bedrijf waar hij jaren voor werkte, ernstig beschaamd. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij achteraf spijt heeft van zijn handelen.

Blijkens verdachtes justitiële documentatie is hij in 1999 eveneens veroordeeld voor valsheid in geschrifte en in 2006 voor verduistering. Gezien het feit dat verdachte in 2017 en 2018 door de kantonrechter voor meerdere overtredingen is veroordeeld, is artikel 63 Sr van toepassing. Dit zal echter bij de bepaling van de hoogte van de straf niet van betekenis zijn.

Reclassering Nederland heeft een rapport over verdachte opgemaakt met als datum 27 december 2018. Uit het rapport blijkt dat er vooral zorgen zijn over de financiële problemen die verdachte en zijn partner al jaren hebben. Voor deze problemen hebben zij professionele hulp gezocht en is een beschermingsbewind aangevraagd. Verdachte is werkzaam als onderwijsassistent voor 40 uren in de week. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat zijn werkgever op de hoogte is van deze zaak en dat hij zijn werk kan behouden indien hij geen gevangenisstraf opgelegd krijgt. Op andere leefgebieden zijn er geen problemen. De kans op recidive wordt door de reclassering ingeschat als laag gezien de specifieke context waarbinnen het feit heeft plaatsgevonden. Geadviseerd wordt verdachte een straf zonder toezicht of bijzondere voorwaarden op te leggen.

De rechtbank zal bij de bepaling van de straf aansluiting zoeken bij de oriëntatiepunten die door het LOVS terzake fraude zijn opgesteld. De rechtbank gaat ervan uit dat het benadelingsbedrag dat als het gevolg van het bewezenverklaarde is ontstaan, minder bedraagt dan € 10.000,-. De oriëntatiepunten voor fraude gaan voor een benadelingsbedrag van maximaal € 10.000,- uit van een gevangenisstraf van tussen een week en twee maanden, dan wel de daarmee corresponderende werkstraf. De rechtbank houdt verder rekening met het feit dat het delict geruime tijd geleden is gepleegd.

Alles overwegende acht de rechtbank een werkstraf van 100 uren passend en geboden. Er is geen aanleiding om verdachte tevens een voorwaardelijk strafdeel op te leggen.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[bedrijf 1] , bijgestaan door mr. A.J. ter Wee, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Zij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 32.579,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- onttrokken gelden/ten onrechte verzonden facturen € 20.630,00;

- uitzoek- en controlewerkzaamheden € 11.449,00.

Wegens immateriële schade wordt (door [benadeelde] ) een bedrag van € 500,- gevorderd.

Verder worden kosten rechtsbijstand gevorderd ten bedrage van € 6.072,28.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat

- de gevorderde schade wat betreft de post “onttrokken gelden” kan worden toegewezen tot een bedrag van € 3.000,- en dat de benadeelde partij wat betreft het overige deel van de vordering niet- ontvankelijk moet worden verklaard. Behandeling van het overige deel van de vordering levert een onevenredige belasting van het geding op, met name nu de onderbouwing niet voldoende (duidelijk) is en een deel van het gevorderde geen rechtstreekse schade is;

- de benadeelde partij wat betreft de gevorderde schade met betrekking tot uitzoek- en controlewerkzaamheden niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd;

- de benadeelde partij wat betreft de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat onderbouwing van de psychische schade onderbreekt;

- de kosten van rechtsbijstand kunnen worden toegewezen;

- de gevorderde wettelijke rente kan worden toegewezen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij wat betreft de gehele vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat:

- een deel van de gevorderde schade betreffende “onttrokken gelden” moet worden afgewezen omdat een deel van de schade buiten de tenlastegelegde periode valt en omdat de schade niet is aangetoond. Daarbij gaat verdachte zelf uit van een veel lager aantal uren dan door [bedrijf 1] is opgevoerd;

- de benadeelde partij wat betreft de gevorderde schade met betrekking tot uitzoek- en controlewerkzaamheden niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd;

- de benadeelde partij wat betreft de gevorderde directiekosten ten bedrage van

€ 8.000,- (brief Ter Wee onder 2.2.) niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat deze kosten erg hoog zijn;

  • -

    wat betreft de gevorderde kosten rechtsbijstand het liquidatietarief dient te gelden;

  • -

    de gevorderde immateriële schade niet is onderbouwd en aangetoond.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De gevorderde materiële schade.

Wat betreft de schadepost “onttrokken gelden/ten onrechte verzonden facturen” wordt op basis van de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting geoordeeld dat verdachte door het onder 2 primair bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. Voor wat betref de omvang daarvan is een bedrag tot een beloop van € 3.000,- vast komen te staan. Dit is het bedrag waarvan verdachte zelf heeft verklaard dat hij het onrechtmatig van [bedrijf 1] heeft ontvangen. Overigens is de voormelde schadepost, mede in het licht van het daartegen gevoerde verweer, onvoldoende onderbouwd en dus niet toewijsbaar. Dit laatste geldt ook ten aanzien van de schadepost “ uitzoek- en controlewerkzaamheden”. Uit de aangifte blijkt dat ten tijde van het doen van die de aangifte door [bedrijf 1] al duidelijk was dat het schadebedrag vanwege onterechte declaraties € 20.630,- bedroeg. Het is dan ook niet aannemelijk dat vervolgens nog de in de vordering genoemde uren moesten worden besteed aan het vaststellen van het schadebedrag. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om de twee voormelde schadeposten alsnog nader te onderbouwen, leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De gevorderde materiële schade is dus toewijsbaar tot het bedrag van € 3000,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente, waarvan de ingangsdatum wordt bepaald op de einddatum van de bewezen verklaarde periode. De benadeelde partij zal voor een bedrag van € 29.079,- niet-ontvankelijk worden verklaard. Zij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De gevorderde immateriële schade

Om voor een vergoeding voor immateriële schade wegens aantasting in persoon in aanmerking te kunnen komen moet in ieder geval mede zijn gebleken dat immateriële schade is geleden waarvoor de wet een billijke vergoeding toelaat. Hiervoor zijn van belang zowel de aard van de geleden schade als ook de mate waarin die schade is/wordt geleden. Dit betekent dat de toewijsbaarheid van een vordering tot vergoeding van immateriële schade sterk afhangt van wat ten aanzien van de schade is aangevoerd. De gevorderde immateriële schade is onvoldoende komen vast te staan, mede omdat die door of namens verdachte gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure. De rechtbank zal de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Zij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De kosten rechtsbijstand

De rechtbank ziet aanleiding bij de begroting van deze kosten, bestaande uit het salaris van de advocaat, uit te gaan van het in civiele procedures bij de rechtbank gebruikelijke liquidatietarief. Deze kosten worden tot op heden begroot op

€ 1.390,- (2 punten, te weten voor het indienen en opstellen van het voegingsformulier en de mondelinge behandeling ter zitting, Tariefgroep III).

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 primair bewezenverklaarde feit is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c, 22d en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 2 primair

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 2 primair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 100 (honderd) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 1] B.V. van een bedrag van € 3.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 1.390,-; mede in de eventuele kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij: [bedrijf 1] B.V. voor een deel van (€ 5150,28 + € 500,- + € 29.079,- = ) € 34.729,28 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Vegter, voorzitter, mr. M.J.C.M. Manders en mr. D.L. Westendorp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2019.

Mr. Westendorp is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, Districtsrecherche IJsselland, met nummer 2016345472. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde] , pagina 10 t/m 17, met bijlagen, pagina 18 t/m 133.

3 De door verdachte ter terechtzitting van 8 januari 2019 afgelegde bekennende verklaring.