Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:1191

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-02-2019
Datum publicatie
09-04-2019
Zaaknummer
C/08/219125 / HA ZA 18-277
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

artikel 7:401 BW, overeenkomst van opdracht, meerwerk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/219125 / HA ZA 18-277 (lm)

Vonnis van 6 februari 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACCOUNTANTSKANTOOR [A ] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.G. Kelder te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B ] HOLDING B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WAREHOUSE [C] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[D] HOLDING B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERNATIONAAL TRANSPORTBEDRIJF [B ] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[F] LOGISTICS B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

procesadvocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

behandelend advocaat: mr. S.M. Andriese te Halfweg.

Partijen zullen hierna ‘ [A ] ’ en ‘ [G] .’ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 26 september 2018

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie

  • -

    de akte overlegging producties van [G] .

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 17 december 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

De volgende feiten kunnen, als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet gemotiveerd betwist, als vaststaand worden aangenomen.

2.1.

[A ] is een middelgroot accountantskantoor met zeven vestigingen, waaronder een in [vestigingsplaats 3] . De heer [H] AA is kantoorleider van de vestiging in [vestigingsplaats 3] .

2.2.

[G] . is onderdeel van een groep die een onderneming drijft op het gebied van (internationaal) transport, logistieke dienstverlening en warehousing.

2.3.

De transport- en logistieke werkzaamheden zijn ondergebracht in diverse werkmaatschappijen, waaronder Internationaal Transportbedrijf [B ] B.V. en [F] Logistics B.V., die vallen onder [D] Holding B.V.

2.4.

Enig aandeelhouder en bestuurder van [D] Holding is mevrouw [I] (hierna ook: [I] ).

2.5.

De warehouseactiviteiten vallen onder een werkmaatschappij van

[B ] Holding B.V., [C] B.V. geheten.

2.6.

Enig aandeelhouder van [B ] Holding B.V. is de moeder van [I] , mevrouw [J 1] .

2.7.

Op 19 oktober 2015 heeft [A ] een offerte uitgebracht en verzonden aan Internationaal Transportbedrijf [B ] B.V. De offerte is voor akkoord getekend door

[I] (hierna: de overeenkomst van 19 oktober 2015). In de overeenkomst van

19 oktober 2015 staat, voor zover hier van belang:

Onderwerp : Voorstel accountancy en overige dienstverlening

Geachte mevrouw [I] ,

U hebt interesse getoond in onze organisatie en dat stellen wij erg op prijs! Dit is aanleiding geweest om u te

voorzien van een prijsopgaaf voor de accountancydienstverlening voor uw organisatie.

Uitgangspunten

Bij het opstellen van deze prijsopgaaf zijn we ervan uitgegaan dat u de administratie zelf op een correcte wijze

(geautomatiseerd) verwerkt en dat wij over alle overzichten kunnen beschikken die nodig zijn voor onze

werkzaamheden. Hierdoor kunnen de kosten voor de reguliere accountancywerkzaamheden zoveel mogelijk worden beperkt.

Werkzaamheden

De door ons te verrichten reguliere werkzaamheden bestaan uit:

• verzorgen van de aangifte omzetbelasting per kwartaal;

• samenstelling van de jaarrekeningen voorzien van een samenstellingsverklaring van de accountant;

• samenstelling van de publicatiestukken (ten behoeve van de Kamer van Koophandel) en notulen;

• verzorging van de salarisadministratie;

• berekening van het fiscaal belastbaar inkomen;

• verzorging van de aangiften inkomstenbelasting;

• verzorging van de aangiften vennootschapsbelasting;

• bespreking van jaarrekening alsook de fiscale aangiften.

(…)

Honorarium

Wij verwachten de bovengenoemde werkzaamheden uit te kunnen voeren voor een totaalbedrag van

van € 12.091 exclusief BTW.

Het totaalbedrag is als volgt opgebouwd:

Internationaal Transportbedrijf [B ] B.V.

Samenstellen en bespreken jaarrekening

Verzorgen publicatiestukken KvK

(…)

[F] logistics B.V.

Samenstellen en bespreken jaarrekening

Verzorgen publicatiestukken KvK

Salarisadministratie 3 werknemers

Verzorgen van de aangifte vennootschapsbelasting

[D] Holding B.V.

Samenstellen en bespreken Jaarrekening

Verzorgen publicatiestukken KvK

Salarisadministratie 2 werknemers

Verzorgen aangifte Inkomstenbelasting voor 2 personen

Verzorgen van de aangifte vennootschapsbelasting

[B 2] Holding B.V.

Samenstellen en bespreken jaarrekening

Verzorgen publicatiestukken KvK

Salarisadministratie 1 werknemer

Verzorgen aangifte inkomstenbelasting voor 1 persoon

Verzorgen van de aangifte vennootschapsbelasting

Warehouse [C] B.V.

Samenstellen en bespreken jaarrekening

Verzorgen publicatiestukken KvK

Eenmalige opstartkosten in verband met de loonadministratie bedraagt € 480 excl. btw.

Optioneel:

Controle van de financiële administratie en het verzorgen € 1.250

van de aangifte omzetbelasting (1,5 uur per maand)

Per kwartaal adviesgesprek met de accountant (2 uur per kwartaal) € 960

Overige aanvullende werkzaamheden (steeds vooraf in overleg met u) door ons uitgevoerd brengen wij u afzonderlijk in rekening tegen een daarvoor geldend uurtarief, dat afhankelijk is van aard en complexiteit van de werkzaamheden.

Onze medewerkers houden nauwkeurige urenoverzichten bij van de verrichte werkzaamheden, welke u op verzoek kunt inzien. Jaarlijks kunnen op uw verzoek de werkzaamheden en de declaraties daarvan met u worden geëvalueerd.

Tot slot

Deze offerte is geldig tot een maand na dagtekening. Genoemde bedragen zijn exclusief omzetbelasting en

gebaseerd op prijspeil 1januari 2015. Betaling van declaraties kan via automatische incasso van een vast maand voorschotbedrag per maand of betaling binnen 21 dagen na factuurdatum. Wij behouden ons het recht voor jaarlijks de prijs te herzien. Op onze werkzaamheden zijn onze algemene voorwaarden van toepassing waarvan

u bijgaand een exemplaar aantreft.

Bijlagen:

- algemene voorwaarden

- recente nieuwsbrief”.

2.8.

Op de overeenkomst van 19 oktober 2015 zijn de algemene voorwaarden van [A ] van toepassing. In de algemene voorwaarden staat, voor zover hier van belang:

“ (…)

Artikel 3. GEGEVENS OPDRACHTGEVER

1. Opdrachtgever is gehouden om alle Bescheiden welke Opdrachtnemer naar zijn oordeel nodig heeft vol het correct uitvoeren van de verleende Opdracht in de gewenste vorm, op de gewenste wijze en tijdig ter beschikking van Opdrachtnemer te stellen. Opdrachtnemer bepaalt wat onder gewenste vorm, gewenst wijze en tijdig dient te worden verstaan.

(…)

5. Voor rekening en risico van Opdrachtgever zijn de door Opdrachtnemer gemaakte extra kosten en extra uren, alsmede de overige schade voor Opdrachtnemer, vanwege het niet, niet tijdig of niet behoorlijk verschaffen door de Opdrachtgever van voor de uitvoering van de Werkzaamheden noodzakelijke Bescheiden.

(…)

Artikel 8. HONORARIUM EN KOSTEN

(…)

3. Opdrachtnemer heeft het recht om een voorschot te vragen aan Opdrachtgever.

(…)

Artikel 9. BETALING

1. Betaling door Opdrachtgever van de aan Opdrachtnemer verschuldigde bedragen dient, zonder dat Opdrachtgever recht heeft op enige aftrek, korting of verrekening, te geschieden binnen 30 dagen na de factuurdatum, tenzij anders overeengekomen. De dag van betaling is de dag van bijschrijving van het verschuldigde op de rekening van Opdrachtnemer.

2. Indien Opdrachtgever niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn heeft betaald, is Opdrachtgever van rechtswege in verzuim en is Opdrachtnemer gerechtigd om vanaf dat moment de wettelijke (handels)rente in rekening te brengen.

3. Indien Opdrachtgever niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn heeft betaald, is Opdrachtgever gehouden tot vergoeding van alle door Opdrachtnemer gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke (incasso)kosten. De vergoeding van de gemaakte kosten beperkt zich niet tot de eventueel door de rechter vastgestelde kostenveroordeling.

4. In geval van een gezamenlijk gegeven Opdracht zijn Opdrachtgevers hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het factuurbedrag en de verschuldigde rente(n) en kosten.

(…)

Artikel 12. OPZEGGING

1. Opdrachtgever en Opdrachtnemer kunnen te allen tijde (tussentijds) de overeenkomst opzeggen zonder inachtneming van een opzegtermijn. Indien de overeenkomst eindigt voordat de Opdracht is voltooid, is Opdrachtgever het honorarium verschuldigd overeenkomstig de door de Opdrachtnemer opgegeven uren voor Werkzaamheden die ten behoeve van Opdrachtgever zijn verricht.

(…)”.

2.9.

[A ] is in januari 2016 gestart met de werkzaamheden voor [G] .

2.10.

Bij emailwisseling in maart 2016 hebben [H] en [I] een verdeling afgesproken van de door [A ] in rekening te brengen voorschotnota’s bij de verschillende vennootschappen. In een emailbericht van 16 maart 2016 van [H] aan [I] staat, voor zover hier relevant:

“(…)

Eventueel extra werk zal afzonderlijk worden gefactureerd.

(…)”.

In een emailbericht van 25 maart 2016 van [I] aan [H] staat, voor zover hier relevant:

“(…)

Hallo [H] ,

Zou je de volgende verdeling willen maken:

Int. transport bedrijf [B ] : Euro 317.50

[J 2] Expeditie B.V.: Euro 300

[F] Logistics 3.V.: Euro 150

[D] Holding B.V.: Euro 100

[B 2] Holding B.V.: Euro 100

[C] B.V.: Euro 100

(…)”.

2.11.

In de loop van 2016 en 2017 zijn er betalingsachterstanden ontstaan.

2.12.

In mei 2017 heeft [I] zich beklaagd over de (hoogte van de) facturen.

2.13.

Op 4 juli 2017 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [H] en [I] . Partijen hebben daarbij afgesproken dat zij de samenwerking voortzetten.

Verder hebben partijen afspraken gemaakt over de afbetaling van de nog openstaande facturen ter hoogte van op dat moment ruim € 24.000,00 en over de werkwijze in de toekomst, de werkwijze van de facturering daaronder begrepen. De op 4 juli 2017 gemaakte afspraken zijn bevestigd door [H] aan [I] in een emailbericht van

7 juli 2017.

2.14.

Bij emailbericht van 8 juli 2017 bericht [I] aan [A ] , voor zover hier relevant:

“(…)

Ik verzoek (…) mij te voorzien van jullie overzicht waarin alle extra verrichte werkzaamheden nauwkeurig worden bijgehouden. (2015 en 2016).

(…)

Zolang ik niet in bezit ben van bovengenoemde zaken betwist ik alle facturen welke door [A ] in het jaar 2017 gefactureerd zijn, uitgesloten de factuur in verband met de geconsolideerde jaarcijfers van 2016 en de facturen welke betrekking hebben op de salarisadministratie.

Bij deze zeg ik onze overeenkomst per direct op.

(…)”.

2.15.

Bij (aangetekende) brief van 10 juli 2017 zeggen [I] en

[J 1] de overeenkomst van 19 oktober 2015 (nogmaals) op.

2.16.

Bij e-mailbericht van 21 juli 2017 heeft [H] namens [A ] geantwoord op het emailbericht van 8 juli 2017 en de brief van 10 juli 2017. Bij dat emailbericht zijn de facturen waarbij sprake is van meerwerk met de bijbehorende specificaties meegezonden.

In dat mailbericht wordt tevens aanspraak gemaakt op betaling binnen een week van het op dat moment nog openstaande bedrag van € 22.167,35 in hoofdsom, alsmede op de verschuldigde wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten.

Verder bericht [H] in dat emailbericht aan [G] ., voor zover hier van belang:

“ (…)

Anders dan u stelt hebben de conform afspraak in 2017 gefactureerde voorschotten geen betrekking op het samenstellen van de jaarrekeningen voor het jaar 2017. Net als dat in 2016 het geval is hebben de voorschotten betrekking op het samenstellen van de jaarrekeningen van het voorgaande boekjaar. Dat kan ook niet anders, omdat een jaarrekening pas kan worden samengesteld als het boekjaar is afgelopen.

(…)

Zoals u bekend is, is regelmatig gebleken dat de administratie van de verschillende vennootschappen en de die daaruit voortkwamen de nodige onvolkomenheden bevatte waardoor wij veel tijd kwijt zijn geweest overleg met u uitzoeken van eea, invoeren van correcties, etc.

(…)”.

2.17.

Nadat wederom een mailwisseling tussen partijen over de afwikkeling van de facturering heeft plaatsgevonden, vindt op 7 december 2017 wederom een bespreking plaats tussen partijen. Van de zijde van [A ] waren daarbij aanwezig [H] en de raadsman van [A ] . Van de zijde van [G] . waren daarbij aanwezig

[I] , haar nieuwe accountant [K] AA (hierna: [K] ) en bedrijfsadviseur

[L] (hierna: [L] ). Bij deze bespreking zijn de volgende afspraken gemaakt:

- [G] . voldoet een bedrag van 5.000,00 ineens en nog eens 5.000,00 in wekelijkse termijnen van 2.500,00;

- [A ] maakt een overzicht van het verrichte meerwerk met een weergave van de extra werkzaamheden die er zijn ten opzichte van de reguliere werkzaamheden en een weergave van de extra werkzaamheden die als aanvullende werkzaamheden moeten worden beschouwd;

- nadat het overzicht is verstrekt geven [K] en [L] aan ten aanzien van welke gespecificeerde posten er nog bezwaren bestaan en waaruit die bezwaren dan bestaan;

- partijen bespreken de posten waartegen bewaren bestaan nadien en geven er ‘een klap op’.

2.18.

Bij emailbericht van 8 december 2017 komt [I] op de op

7 december 2017 afspraken terug en verzoekt zij [A ] wederom om toezending van specificaties.

2.19.

Op 8 en 11 december 2017 heeft telefonisch contact plaatsgevonden tussen de raadsman van [A ] en [L] . Op 11 december 2017 heeft [L] namens [G] laten weten dat de op 7 december 2017 gemaakte afspraken alsnog zouden worden nagekomen.

2.20.

Op 13 december 2017 is een bedrag van 5.000,00 aan [A ] betaald.

2.21.

De raadsman van [A ] heeft op 19 december 2017 overzichten van meerwerk toegezonden aan [K] en [L] en in cc naar [I] .

2.22.

Bij emailbericht van 30 januari 2018 heeft [A ] de eindafrekeningen met specificaties toegezonden aan [L] .

3. De vorderingen en de standpunten van partijen

in conventie

3.1.

[A ] vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. primair [G] . hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [A ] van een

bedrag van € 30.651,90, althans van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 28.044,48 vanaf 20 juni 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;

subsidiair [G] ieder afzonderlijk veroordeelt tot betaling aan [A ] van

een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag vanaf 19 juni 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;

primair [G] . hoofdelijk en subsidiair [G] . afzonderlijk veroordeelt tot

betaling van de kosten van dit geding, alsmede een bevelschrift af te geven voor de betaling aan [A ] van de na de uitspraak ontstane of nog te ontstane kosten.

3.2.

[A ] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [G] . een bedrag aan [A ] verschuldigd is van € 31.051,91, zijnde een bedrag van € 28.306,20 in hoofdsom en een bedrag van € 1.205,40 aan rente tot en met 19 juni 2018 en een bedrag van € 1.540,31 aan buitengerechtelijke incassokosten. Uit de overeenkomst van opdracht van

19 oktober 2015 volgt dat de opdracht voor de te verrichten werkzaamheden gezamenlijk namens alle gedaagden is gegeven. Uit de algemene voorwaarden volgt dat alle opdrachtgevers hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de openstaande facturen en de verschuldigde kosten en de rente. [A ] heeft haar zorgplicht niet geschonden.

3.3.

[G] . voert gemotiveerd verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [A ] in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van de vorderingen. [G] . voert daartoe – kort samengevat – aan dat het door [A ] gefactureerde bedrag de raming voor de reguliere werkzaamheden zoals overeengekomen in de overeenkomst van opdracht van 19 oktober 2015 heeft overstegen. Voor niet reguliere werkzaamheden zou door [A ] steeds vooraf overleg worden gepleegd. Het meerwerk dat is verricht, is onder de maat geweest en de prijs is – in strijd met de gemaakte afspraken daarover – vooraf niet afgestemd. [A ] heeft, ondanks dat [G] . daar herhaaldelijk om heeft gevraagd, geen openheid van zaken gegeven in de facturering. [G] . heeft de overeenkomst van 19 oktober 2015 daarom op 8 juli 2017 opgezegd. Van hoofdelijke aansprakelijkheid van [G] . kan geen sprake zijn. Dat de ene bestuurder feitelijk namens de andere zou hebben opgetreden is ongemotiveerd gebleven. De groepen maken geen onderdeel uit van dezelfde fiscale eenheid. Bovendien is hoofdelijke aansprakelijkheid niet schriftelijk overeengekomen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

[G] . vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat [A ] wordt veroordeeld tot betaling aan ‘eiseres’ van een bedrag van

€ 29.237,24 aan onverschuldigde declaraties, alsmede dat [G] . wordt veroordeeld tot betaling aan [G] . van een bedrag van € 10.890,00 inhoudende een bedrag ter compensatie van gemaakte kosten voor de vervangende accountant.

3.6.

[G] . legt – kort samengevat – aan haar vorderingen ten grondslag dat zij teveel heeft betaald aan [G] . Zij was over een bedrag van € 40.985,30 slechts een bedrag van € 11.748,06 verschuldigd aan [A ] en ze heeft daarom een bedrag van

€ 29.237,24 teveel betaald aan [A ] . Dat bedrag is [A ] daarom aan [G] . verschuldigd. Verder stelt [G] . dat zij door toedoen van [A ] schade heeft geleden. Had [A ] haar werk goed en tijdig gedaan, dan had [G] . geen nieuwe accountant hoeven te zoeken om alsnog de jaarrekeningen 2016 samen te stellen voor

[G] . Het schadebedrag is totaal begroot op € 10.890,00.

3.7.

[A ] voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Zij voert daartoe – kort samengevat – aan dat uit de onderbouwing niet valt af te leiden waarop de vorderingen zijn gebaseerd. Daarnaast is tot op heden door [G] . niet duidelijk gemaakt waarom bepaalde door [A ] verrichte werkzaamheden niet te beschouwen zijn als extra werkzaamheden die op grond van het bepaalde in de algemene voorwaarden vergoed dienen te worden door [G] . Verder betwist [A ] dat zij haar werk niet goed of niet tijdig heeft gedaan. Zij heeft haar zorgplicht niet geschonden.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Deze zaak gaat om de vraag of [A ] betaling kan verlangen van de nog openstaande facturen/eindafrekening uit hoofde van door [A ] verrichte werkzaamheden.

4.2.

De rechtbank zal hierna aan de hand van het door [G] . gevoerde verweer de onderlinge geschilpunten tussen partijen bespreken.

4.3.

De rechtbank overweegt als volgt. Bij de beoordeling dient het volgende voorop te worden gesteld. De overeenkomst tussen [A ] en [G] . is een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW. Als opdrachtnemer was [A ] bij de uitvoering van zijn werkzaamheden ten opzichte van [G] . gehouden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen ex artikel 7:401 BW.

4.4.

Ter zitting is komen vast te staan dat de algemene voorwaarden van [A ] van toepassing zijn.

4.5.

Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de door [A ] aan [G] . verstuurde facturen/eindafrekeningen betrekking hebben op door [A ] verrichte werkzaamheden die moeten worden aangemerkt als reguliere werkzaamheden dan wel of deze betrekking hebben op door [A ] verricht meerwerk. [G] . stelt zich in dit kader op het standpunt dat een deel van die door [A ] verrichte werkzaamheden vallen onder de reeds overeengekomen reguliere werkzaamheden waarvoor een bedrag is afgesproken van € 12.091,00. Indien de werkzaamheden zouden moeten worden aangemerkt als meerwerk, dan heeft volgens [G] . te gelden dat deze niet voor betaling in aanmerking komen omdat voor deze meerwerkzaamheden niet, zoals is overeengekomen, eerst vooraf overleg is gevoerd door partijen.

4.6.

Vast staat tussen partijen dat in de overeenkomst van 19 april 2015 staat dat [A ] de reguliere werkzaamheden zou verrichten voor [G] . zoals hiervoor onder 2.7. onder het kopje ‘Werkzaamheden’ omschreven, voor een verwacht totaalbedrag van € 12.091,00 exclusief BTW. De werkzaamheden die [A ] voor dat verwachte totaalbedrag aan reguliere werkzaamheden zou verrichten voor [G] . zijn in de overeenkomst uitgesplitst voor de verschillende vennootschappen. Voorts hebben partijen in de overeenkomst afgesproken dat overige aanvullende werkzaamheden, steeds vooraf in overleg, afzonderlijk in rekening worden gebracht tegen een daarvoor geldend uurtarief, dat afhankelijk is van aard en complexiteit van de werkzaamheden.

Eveneens staat vast tussen partijen dat [G] . jaarlijks naast het bedrag van € 12.901,00,

een bedrag van € 1.250,00 zou betalen aan [A ] terzake de controle van de financiële

administratie en het verzorgen van de aangifte omzetbelasting.

4.7.

Naar het oordeel van de rechtbank is in voldoende mate komen vast te staan dat de facturen die [A ] heeft verstuurd aan [G] . en waarvan [A ] in deze procedure betaling vordert, betrekking hebben op werkzaamheden die moeten worden aangemerkt als meerwerk, in die zin dat deze werkzaamheden niet vallen onder de genoemde reguliere werkzaamheden die zijn begroot op een bedrag van € 12.091,00, exclusief BTW. Nog afgezien van het feit dat het bedrag van € 12.091,00 slechts een verwachting en niet een definitief totaalbedrag is van de kosten die zijn gemoeid met de concreet in de overeenkomst genoemde reguliere werkzaamheden, heeft [A ] ter zitting onweersproken gesteld dat er van aanvang af veel extra werk bleek te zijn. Werk dat niet viel onder de reguliere werkzaamheden zoals genoemd onder het kopje ‘Werkzaamheden’. [A ] ging bij het aangaan van de overeenkomst van

19 oktober 2015 uit van de situatie dat [G] . haar administratie op orde zou hebben en dat zij deze correct zou kunnen aanleveren aan [A ] . Dat is ook als zodanig opgenomen in de overeenkomst van 19 oktober 2015 (zie hiervoor onder 2.7. onder ‘Uitgangspunten’). Dat [A ] , toen dat niet het geval bleek te zijn, extra werkzaamheden heeft moeten verrichten, komt de rechtbank dan ook aannemelijk voor. Daarnaast heeft [A ] zich onweersproken op het standpunt gesteld dat zij [G] . heeft vergezeld tijdens gesprekken met fiscus en banken en dat zij bezwaarschriften heeft geschreven in het kader van een fraudezaak van [F] Logistics B.V.

4.8.

[G] . heeft haar standpunt terzake onvoldoende onderbouwd. [G] . kan niet volstaan met slechts een algemene betwisting. [A ] mocht die aanvullende werkzaamheden naar het oordeel van de rechtbank in beginsel dan ook afzonderlijk in rekening brengen. De stelling van [G] . dat zij er op basis van de begrote kosten in de overeenkomst vanuit ging dat zij elk jaar ongeveer € 12.091,00 exclusief BTW aan accountskosten zou moeten betalen aan [A ] , en niet meer dan dat, kan dan ook geen stand houden.

4.9.

De stelling van [G] . dat het verrichte (meer)werk niet voor betaling in aanmerking komt omdat daarover eerst tussen partijen vooraf overleg zou moeten worden gevoerd, hetgeen volgens [G] . niet en volgens [A ] wel gebeurd is, staat niet aan de verschuldigdheid van de facturen in de weg. Partijen zijn weliswaar op papier overeengekomen dat bij aanvullende werkzaamheden eerst vooraf overleg moet worden gevoerd, echter de feitelijke praktijk was, zo is ter zitting gebleken, dat voor aanvullende werkzaamheden in de regel gelijk, zonder voorafgaand overleg, gefactureerd werd door [A ] . [A ] heeft in dat kader overigens onbetwist gesteld dat [G] . over de facturering van aanvullende werkzaamheden pas in 2017 heeft ‘geklaagd’. Indien en voor zover [G] . heeft bedoeld te stellen dat eerst vooraf toestemming door haar zou moeten worden verleend alvorens aanvullende werkzaamheden zou mogen worden verricht en worden gefactureerd, dan kan zij in dat standpunt niet worden gevolgd. Zulks blijkt noch uit de tekst van de overeenkomst noch uit de gedragingen van partijen.

4.10.

Vast staat dat die aanvullende werkzaamheden ook daadwerkelijk zijn verricht door [A ] . [G] . heeft daarnaast niet gesteld dat de aanvullende werkzaamheden niet verricht hadden moeten worden. Integendeel. [A ] heeft ter zitting onweersproken gesteld dat het door haar geleverde extra werk ook veel heeft opgeleverd voor [G] .

4.11.

Dat de werkzaamheden niet tijdig dan wel niet correct zijn uitgevoerd door [A ] heeft [G] . op geen enkele wijze onderbouwd. De stelling dat bij het samenstellen van de conceptjaarcijfers abusievelijk door [A ] is gerekend met dollars in plaats van euro’s volstaat daartoe, wat daar verder ook van zij, geenszins. Dat verweer dient dan ook te worden gepasseerd, nog los van het feit dat [G] . dit standpunt eerst ter zitting heeft ingenomen.

4.12.

De discussie tussen partijen over de door [A ] in rekening gebrachte voorschotnota’s, die volgens [G] . betrekking hebben op het lopende boekjaar en niet op het voorgaande boekjaar, acht de rechtbank voor de verschuldigdheid van de gevorderde facturen niet van belang. Het betreffen immers voorschotnota’s die, onafhankelijk van het moment dat ze in rekening zijn gebracht, uiteindelijk in de eindafrekening zullen worden verrekend met de daadwerkelijk verschuldigde bedragen. [A ] vordert in deze procedure betaling van de eindafrekening.

4.13.

[G] . is gehouden het door [A ] gevorderde bedrag te betalen.

Van schending van een zorgplicht door [A ] is geen sprake. [A ] heeft het gevorderde bedrag naar het oordeel van de rechtbank, zowel in deze procedure als daaraan voorafgaand voldoende inzichtelijk gemaakt jegens [G] . Meerdere keren heeft [A ] de facturen met specificaties naar [G] . gezonden (zie de hiervoor onder 2.16., 2.21. en 2.22.). Het had op de weg van [G] . gelegen om ook op dit punt haar verweer nader te specificeren en concreet te stellen welke posten voor haar niet inzichtelijk zijn.

4.14.

[G] . is voor de betaling van het gevorderde bedrag hoofdelijk aansprakelijk, hetgeen volgt uit artikel 9.4 van de toepasselijke algemene voorwaarden (zie hiervoor onder 2.8). De overeenkomst van opdracht is namens alle gedaagde B.V.’s aangegaan en betreft dan ook een gezamenlijk gegeven opdracht in de zin van artikel 9.4. van de algemene voorwaarden van [A ] . Dat [I] c.s . niet tekenbevoegd zou zijn voor alle in de overeenkomst van opdracht genoemde B.V.’s en enkel kan tekenen namens de [D] -groep, is een tardief ingenomen stelling en wordt reeds om die reden gepasseerd.

4.15.

De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten zijn niet betwist.

Deze kosten zullen worden toegewezen, nu deze de rechtbank evenmin ongegrond voorkomen.

4.16.

De primaire vordering wordt toegewezen. Aan beoordeling van het subsidiair gevorderde komt de rechtbank niet toe.

4.17.

[G] . zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A ] worden begroot op:

- dagvaarding € 89,88

- griffierecht 1.950,00

- salaris advocaat 1.390,00 (2 × € 695,00

Totaal € 3.429,88.

4.18.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot.

De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

in reconventie

4.19.

Uit de toewijzing van de vordering in conventie volgt dat de vordering in reconventie dient te worden afgewezen. [G] . heeft niet teveel betaald aan [A ] .

4.20.

De gevorderde schadevergoeding zal eveneens worden afgewezen, nu [G] . onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit volgt dat schade is geleden ten gevolge van het handelen van [A ] .

4.21.

[G] . zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu de vordering in reconventie grotendeels voortvloeit uit het verweer in conventie worden de punten in reconventie gehalveerd. De kosten aan de zijde van [A ] worden begroot op:

- salaris advocaat 695,00 (2 × factor 0,5 × tarief € 695,00)

Totaal € 695,00.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt [G] . hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan [A ] te betalen een bedrag van € 30.651,90, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het bedrag van € 28.044,48 met ingang van 20 juni 2018 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [G] . hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van [A ] tot op heden begroot op € 3.429,88,

5.3.

veroordeelt [G] . hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [G] . niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af,

5.6.

veroordeelt [G] . in de proceskosten, aan de zijde van [A ] tot op heden begroot op € 695,00,

5.7.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op

6 februari 2019.1

1 type: coll: