Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:917

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-03-2018
Datum publicatie
22-03-2018
Zaaknummer
08/760117-16 en 08/244901-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 35-jarige man uit Zwolle tot een taakstraf van 10 uren voor winkeldiefstal. De rechtbank spreekt de man vrij van poging doodslag en poging zware mishandeling wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Zie ook: ECLI:NL:RBOVE:2018:918

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/760117-16 en 08/244901-17 (P)

Datum vonnis: 22 maart 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ( [land] ),

wonende te [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 maart 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van wat door de raadsman mr. M.J. Jansma, advocaat te Kampen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich

in de zaak met parketnummer 08/760117-16:

al dan niet met een ander schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag dan wel poging tot zware mishandeling,

in de zaak met parketnummer 08/244901-17:

schuldig heeft gemaakt aan een winkeldiefstal.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

in de zaak met parketnummer 08/760117-16:

hij op of omstreeks 03 juni 2016 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, d or die [slachtoffer] meerdere malen in het gezicht en/of op het lichaam te slaan/stompen en/of vervolgens één of meerdere malen met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt naar/in de richting van de borst/het lichaam van die [slachtoffer] , die in de nabijheid van verdachte en/of diens mededader stond, en/of vervolgens die [slachtoffer] , die ten val was gebracht, meermalen op/tegen het lichaam heeft geschopt en/of ie [slachtoffer] met een hamer op de hand heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 03 juni 2016 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door die [slachtoffer] meerdere malen in het gezicht en/of op het lichaam te slaan/stompen en/of vervolgens één of meerdere malen met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt naar/in de richting van de borst/het lichaam van die [slachtoffer] , die in de nabijheid van verdachte en/of diens mededader stond, en/of vervolgens die [slachtoffer] , die ten val was gebracht, meermalen op/tegen het lichaam heeft geschopt en/of ie [slachtoffer] met een hamer op de hand heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

in de zaak met parketnummer 08/244901-17:

hij op of omstreeks 3 november 2017 te Zwolle een plant, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Jumbo (gevestigd aan [adres 2] ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van wat hem in de zaak met parketnummer 08/760117-16 ten laste is gelegd omdat de verklaring van aangever [slachtoffer] met betrekking tot het slaan, steken, schoppen en slaan met een hamer niet dan wel nauwelijks wordt ondersteund door de getuigenverklaringen. Integendeel, de door hen afgelegde verklaringen wijzen eerder op het tegenovergestelde.

Het bij aangever geconstateerde letsel is verder niet dusdanig specifiek dat dit voldoende steunbewijs biedt voor de verklaring van aangever. Het kan niet worden uitgesloten dat dit letsel is ontstaan door het afpakken van het mes van aangever.

Voor zover aangever wordt gevolgd in zijn verklaring geldt dat niet is gebleken wat de rolverdeling tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is geweest zodat ook om die reden een vrijspraak moet volgen.

De officier van justitie heeft een bewezenverklaring gevorderd van het in de zaak met parketnummer 08/244901-17 ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota, op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem in de zaak met parketnummer 08/760117-16 ten laste gelegde omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08/244901-17 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat een bewezenverklaring kan volgen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08/760117-16 ten laste gelegde:

De rechtbank overweegt ten aanzien van de feitelijke handelingen als volgt. De rechtbank gaat in dit verband uit van de verklaring zoals die door aangever [slachtoffer] is afgelegd. Uit zijn verklaring en uit de verklaringen van de getuigen [getuige 1] (bewoonster), [getuige 2] en [getuige 3] (buren) valt af te leiden dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] de agressors zijn geweest: zij hebben aangever met geweld uit de woning gewerkt en daarbij ook een mes voorhanden gehad.

De rechtbank ziet in zoverre geen aanleiding om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de door aangever afgelegde verklaring te twijfelen. Zijn verklaring wordt ook ondersteund door de op 9 juni 2016 door de forensisch arts W. Duijst opgemaakte letselbeschrijving, waaruit onder meer blijkt dat aangever een snijwond onder het linker oog en een snijwond aan de palmzijde van de linkerpink heeft opgelopen. Daarnaast is het gewricht van de rechter pink van aangever uit de kom geraakt. Nu aangever zelf heeft verklaard dat de wond onder zijn linkeroog door een klap met de rechtervuist van verdachte is veroorzaakt, gaat de rechtbank hier bij de verdere beoordeling van uit.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of het handelen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] tot de dood of zwaar lichamelijk letsel kan leiden.

Naar het oordeel van de rechtbank is uit de dossierstukken onvoldoende gebleken onder welke omstandigheden de stekende bewegingen hebben plaatsgevonden.

Zo is onvoldoende bekend over de afstand tussen medeverdachte [medeverdachte] en aangever op het moment van de stekende bewegingen en is niet bekend of de ingezette beweging met kracht is uitgevoerd.

De rechtbank is onder deze omstandigheden van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat aangever door zijn handelen mogelijk zou worden gedood dan wel zwaar lichamelijk letsel zou op lopen.

Gelet op het voorgaande zal verdachte van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08/244901-17 ten laste gelegde:

De rechtbank komt tot bewezenverklaring op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

 Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens Jumbo2;

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 december 2017 inhoudende de bekennende verklaring van verdachte3.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

In de zaak met parketnummer 08/244901-17:

hij op 3 november 2017 te Zwolle een plant, toebehorende aan Jumbo (gevestigd aan [adres 2] ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: diefstal.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij de strafoplegging aan te sluiten bij de landelijke oriëntatiepunten voor een winkeldiefstal, te weten een geldboete van € 200,--. Verder heeft de raadsman verzocht om rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte stelt dat hij reeds een geldbedrag van € 181,-- aan schadevergoeding aan de Jumbo heeft voldaan.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 19 januari 2018 en een reclasseringsrapport over de persoon van verdachte d.d. 31 januari 2018 waaruit blijkt dat verdachte is aangemeld voor schuldsanering en dat hij inmiddels voldoende is ingebed in de hulpverlening. Gelet op de financiële situatie van verdachte zal de rechtbank hem geen geldboete opleggen en acht zij een werkstraf passend.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

In de zaak met parketnummer 08/760117-16:

- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

In de zaak met parketnummer 08/244901-17:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Het misdrijf: diefstal.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 10 (tien) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 dagen;

- beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de in voorarrest doorgebrachte dagen twee uren per dag aftrek plaatsvindt.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en mr. V.P.K. van Rosmalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Dossierpagina’s 5 t/m 7.

3 Dossierpagina’s 12 t/m 16.