Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:880

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-03-2018
Datum publicatie
21-03-2018
Zaaknummer
C/08/214592 / KG ZA 18-60
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming winkelpland. Huurovereenkomst? Gebruiksvergoeding. Geldvordering in kort geding. Bestuurdersaansprakelijkheid. Proceskosten naar norm rechtbank of kanton.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2018/341
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/214592 / KG ZA 18-60

Vonnis in kort geding van 12 maart 2018

in de zaak van

MR. FREDRIKUS KOLKMAN Q.Q.

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap

met beperkte aansprakelijkheid BRETELLO B.V.,

kantoorhoudende te Almelo,

eiser,

advocaat mr. R.A. Shenouda te Almelo,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MUSIC & MORE B.V.,

gevestigd te Enschede,

gedaagden,

advocaat mr. J. Melief te Enschede.

Partijen zullen hierna de curator en [gedaagde 1] c.s. dan wel afzonderlijk [gedaagde 1] en

Music & More genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de producties 1 tot en met 4 van [gedaagde 1] c.s.

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van de curator

  • -

    de pleitnota van [gedaagde 1] c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Met betrekking tot het pand aan de Haverstraatpassage 22 in Enschede, dat in beheer was gegeven aan Provast Beheer B.V. (verder: Provast) is een huurovereenkomst gesloten tussen Bij Klaas! B.V. (verder: Bij Klaas!) en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bretello B.V. (verder: Bretello). De huurovereenkomst is op vordering van Bretello op 13 december 2016 bij vonnis van de kantonrechter ontbonden en onder andere de ontruiming is gelast. Aan de ontruiming is geen uitvoering gegeven.

2.2.

Bij Klaas! is op 3 mei 2017 failliet verklaard. In dat faillissement is mr. P. Schol tot curator aangesteld.

2.3.

[gedaagde 1] heeft op 24 mei 2017 de inventaris, voorraden en handelsnaam gekocht van Bij Klaas! [gedaagde 1] wilde de winkel overnemen onder de voorwaarde dat de winkel aan de Haverpassagestraat 22 in Enschede gevestigd zou kunnen blijven en het huurcontract overgenomen kon worden.

2.4.

Bij vonnis van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van 31 mei 2017, is Bretello in staat van faillissement verklaard. Daarbij is mr. F. Kolkman aangesteld als curator (verder: de curator).

2.5.

Bretello was op de faillissementsdatum eigenaar van een aantal onroerende zaken, waaronder het pand aan de Haverstraatpassage 22 in Enschede.

2.6.

Namens de curator is [gedaagde 1] op 30 juni 2017 meegedeeld dat de curator meent dat [gedaagde 1] zonder recht of titel in het pand verblijft en ervan uitgaat dat [gedaagde 1] tijdig overgaat tot ontruiming van het pand.

2.7.

[gedaagde 1] heeft nog diezelfde dag op de sommatie gereageerd. Daarbij heeft [gedaagde 1] meegedeeld dat hij bezig is geweest om met de beheerder van het pand tot overeenstemming te komen om, in aansluiting op een huurovereenkomst voor bepaalde tijd van 26 mei 2017 tot en met 30 juni 2017, met een huur van € 2.300,- per maand, tot een nieuwe huurovereenkomst te komen.

2.8.

Music & More is opgericht op 17 juli 2017 en is gevestigd aan de Haverstraatpassage 22 in Enschede. [gedaagde 1] is de oprichter, bestuurder en aandeelhouder van Music & More.

2.9.

Op 12 september 2017 heeft de advocaat van [gedaagde 1] telefonisch bevestigd dat [gedaagde 1] begin oktober 2017 het pand zal ontruimen.

2.10.

Diezelfde dag is deze toezegging namens de curator schriftelijk aan de advocaat van [gedaagde 1] bevestigd. Daarbij is tevens het verzoek neergelegd om een gebruiksvergoeding te betalen over de maanden juli, augustus en september 2017 van € 2.300,- exclusief BTW per maand, dat wil zeggen een bedrag van € 11.132,- inclusief BTW.

2.11.

De advocaat van [gedaagde 1] heeft de medewerker van de curator daarop op

14 september 2017 laten weten:

‘Telefonische bespraken wij een vertrek uit het pand in kwestie begin oktober (niet precies 1 oktober a.s. zoals u schrijft). Verder schrijft u nu voor het eerst dat cliënt “de” gebruiksvergoeding van ruim € 11.000 (!) verschuldigd zou zijn aan de boedel. Dit valt cliënt rauw op zijn dak.

Waarom meent u dat er aan de boedel een gebruikersvergoeding verschuldigd zou zijn? En kunt u mij tevens aangeven waar de hoogte van het genoemde bedrag is gebaseerd?’

2.12.

Op 31 oktober 2017 is namens de curator vastgesteld dat in het pand nog steeds een winkel werd geëxploiteerd. Bij die gelegenheid is nogmaals mondeling tot ontruiming van het pand gesommeerd. Diezelfde dag is de sommatie ook op schrift gesteld en naar de advocaat van [gedaagde 1] gezonden.

2.13.

Op 6 november 2017 was het pand nog niet ontruimd.

2.14.

Op 20 februari 2018 is namens de curator contact gezocht met [gedaagde 1] . [gedaagde 1] heeft toegezegd voor 1 maart 2018 het pand te zullen ontruimen.

2.15.

Op 2 maart 2018 heeft [gedaagde 1] aan een medewerker van de curator meegedeeld dat hij op dat moment het pand aan het ontruimen was en dat hij de sleutels van het pand nog niet had ingeleverd omdat de nieuwe verhuurder met vakantie was.

2.16.

Op 3 maart 2018 is een medewerker van de curator bij het pand geweest. Het pand was op dat moment nog in gebruik.

3 Het geschil

3.1.

De curator vordert samengevat - bij vonnis, - voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - [gedaagde 1] en Music & More hoofdelijk te veroordelen:

I. om het pand aan de Haverstraatpassage 22 te Enschede, binnen 24 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te ontruimen en ontruimd te houden, zulks met machtiging aan de curator bij gebreke van volledige voldoening hieraan dit zelf te bewerkstellingen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, een en ander op verbeurte van een dwangsom;

II. om aan de curator een voorschot op de gebruiksvergoeding ter hoogte van € 20.000.-, inclusief BTW te doen;

III. in de (na)kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.

3.2.

[gedaagde 1] c.s. voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In dit kort geding dient beoordeeld te worden of de vorderingen van de curator een zodanige kans van slagen hebben in een eventuele bodemprocedure dat vooruitlopend daarop toewijzing van de door hem gevorderde voorlopige voorzieningen bij voorraad gerechtvaardigd is.

4.2.

Voor zover de vordering strekt tot betaling van een geldsom heeft te gelden dat voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding slechts dan plaats is, als het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is en er daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl in de afweging van belangen mede betrokken dient te worden de vraag naar het risico van de onmogelijkheid van terugbetaling.

4.3.

Anders dan namens [gedaagde 1] c.s. is bepleit, acht de voorzieningenrechter het belang van de curator bij ontruiming van het pand aan de Haverstraatpassage 22 in Enschede spoedeisend. Uit het openbaar faillissementsverslag van 12 december 2017 blijkt dat de rechter-commissaris aan de curator toestemming heeft verleend om het pand te verkopen, dat de ondertekening van de koopovereenkomst heeft plaatsgevonden en dat de levering van het pand in maart 2018 zal plaatsvinden. Mede bezien in het licht van deze informatie heeft [gedaagde 1] naar het oordeel van de voorzieningenrechter het door de curator gestelde spoedeisend belang onvoldoende weersproken met de stelling dat niet duidelijk is wat met de door de curator gestelde "oplevering” van het pand op 15 maart aanstaande wordt bedoeld. De curator heeft ter zitting de met de koper van het pand gesloten overeenkomst geciteerd waarin is bepaald dat de levering zal plaatsvinden uiterlijk 15 maart 2018 of zoveel eerder als partijen overeenkomen.

4.4.

Tussen partijen is in geschil of [gedaagde 1] en Music & More op grond van een huurovereenkomst rechtmatig gebruik maken van het pand aan de Haverstraatpassage 22 in Enschede, of dat zij dat zonder recht of titel doen. [gedaagde 1] c.s. stelt met Provast een huurovereenkomst te hebben gesloten die liep van 27 mei 2017 tot en met 30 juni 2017 voor een maandhuur van € 2.300,- en stelt dat is afgesproken dat die overeenkomst steeds met een maand zou kunnen worden verlengd. De curator betwist het bestaan van een dergelijke overeenkomst omdat bewijs daarvan ontbreekt.

4.5.

Gelet op de inhoud van het als productie 5 bij de dagvaarding gevoegde e-mailbericht van Provast is naar het oordeel van de voorzieningenrechter vooralsnog aannemelijk geworden dat [gedaagde 1] voor € 2.300,- een huurovereenkomst is aangegaan voor de periode van 27 mei 2017 tot en met 30 juni 2017. Een dergelijke overeenkomst, die voor bepaalde tijd is aangegaan, eindigt van rechtswege na het verstrijken van die tijd, in dit geval dus op 30 juni 2017. Dat, zoals [gedaagde 1] stelt, met Provast is afgesproken dat steeds bezien zou worden of de overeenkomst zou worden verlengd, is niet komen vast te staan. Of die afspraak gemaakt is kan in het midden blijven, omdat na het faillissement van Bretello niet Provast, maar de curator degene is die bevoegd is om te beslissen over het al dan niet verlengen van de huurovereenkomst. Op 30 juni 2017, de dag dat de huurovereenkomst van rechtswege is geëindigd, heeft de curator [gedaagde 1] meegedeeld dat hij zonder recht of titel in het pand verbleef en heeft hij hem gesommeerd om tot ontruiming over te gaan. Van een in duur verlengde huurovereenkomst is dan ook geen sprake. De conclusie moet dan ook zijn dat [gedaagde 1] en/of Music & More vanaf 1 juli 2017 zonder recht of titel gebruik heeft gemaakt van het pand.

4.6.

Door [gedaagde 1] c.s. is ter zitting erkend dat vanaf 1 juli 2017 niets meer is betaald voor het gebruik van het pand, ook niet het door hem voorgestelde maandelijkse bedrag van € 1.000,-. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat voor het gebruik van het pand een gebruiksvergoeding verschuldigd is, gelijk deze na de ontbinding van de huurovereenkomst tussen Bretello B.V. en Bij Klaas! B.V. door laatstgenoemde was verschuldigd wegens het gebruik na die ontbinding van de huurovereenkomst. De curator heeft voor het bepalen van de hoogte van (het gevorderde voorschot op) de gebruiksvergoeding, aansluiting gezocht bij het eerder geldende huurbedrag van € 2.300,- exclusief BTW. Omdat er vanaf juli 2017 tot en met februari 2018 niets is betaald, is volgens de curator (8 x € 2.300,- =) € 18.400, vermeerderd met de BTW, in totaal derhalve een bedrag van € 22.264,- aan gebruiksvergoeding verschuldigd. In dit kort geding vordert de curator daarop een voorschot van € 20.000,-.

4.7.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de hoogte van de gebruiksvergoeding in beginsel gelijk aan het bedrag van de tevoren geldende huur of gebruiksvergoeding. Over deze gebruiksvergoeding, als vorm van schadevergoeding, hoeft echter geen BTW te worden afgedragen. Dat betekent dat maximaal een bedrag van

€ 18.400,- voor toewijzing in aanmerking komt.

4.8.

De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat (ook) de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat door [gedaagde 1] en/of Music & More in ieder geval acht maanden zonder recht of titel gebruik is gemaakt van het pand en dat een gebruiksvergoeding als in 4.7. vermeld verschuldigd is.

4.9.

[gedaagde 1] meent primair dat hij niet persoonlijk in rechte betrokken had moeten worden. [gedaagde 1] is oprichter, bestuurder en aandeelhouder van de besloten vennootschap Music & More. Hij stelt destijds als oprichter van de besloten vennootschap de activa uit het faillisssement van Bij Klaas! te hebben gekocht en als oprichter van de B.V. de huurovereenkomst met Provast te hebben gesloten ten behoeve van de vennootschap. De bestuurder van Music & More heeft vervolgens alle rechtshandelingen van de oprichter bekrachtigd. Hierdoor zijn de rechten en plichten volgens [gedaagde 1] op de vennootschap overgegaan, waardoor hij als oprichter van die verplichtingen is bevrijd. Van een situatie waarin [gedaagde 1] als degene die de rechtshandelingen uit de oprichtingsfase van besloten vennootschap heeft bekrachtigd toch persoonlijk aansprakelijk is, is geen sprake, aldus [gedaagde 1] . Als hij al persoonlijk aansprakelijk zou, wat hij uitdrukkelijk betwist, dan is het zijns inziens maar de vraag of hij persoonlijk ook aansprakelijk is voor de (gehele) vordering van de curator. Niet [gedaagde 1] , maar Music & More maakt gebruikt van het pand en zou dus als enige onrechtmatig gebruik van het pand kunnen maken. Subsidiair stelt [gedaagde 1] dat een kort geding zich niet leent voor de vaststelling van een betwiste persoonlijke aansprakelijkheid van een oprichter van een besloten vennootschap.

4.10.

Bij de beantwoording van de vraag of [gedaagde 1] als bestuurder aansprakelijk is voor het niet betalen van een gebruiksvergoeding stelt de voorzieningenrechter voorop dat het enkele feit dat Music & More haar verplichtingen jegens de curator niet is nagekomen, onvoldoende is voor het aannemen van aansprakelijkheid van de bestuurder. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad geldt een hoge drempel voor aansprakelijkheid van bestuurders. Slechts onder bijzondere omstandigheden zal, behalve de vennootschap, ook [gedaagde 1] als bestuurder van die vennootschap jegens de curator aansprakelijk kunnen zijn. Daartoe is vereist dat de bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en de ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Indien de bestuurder namens de vennootschap een verbintenis is aangegaan en de vordering van de schuldeiser onbetaald blijft en onverhaalbaar blijkt, kan persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder worden aangenomen indien deze bij het aangaan van de verbintenis wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou kunnen bieden (zie bijvoorbeeld HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627).

4.11.

Dat van een uitzonderlijke situatie als in voornoemde zin sprake is, blijkt uit de verklaring van [gedaagde 1] ter zitting. Hij heeft verklaard dat hij via de curator heeft gehoord dat Bretello failliet was. Dit heeft hij direct aan zijn advocaat gemeld. Toen hij bericht kreeg dat hij het pand bezemschoon moest opleveren heeft hij naar zijn zeggen geprobeerd contact te leggen om er voor te zorgen dat hij gebruik kon blijven maken van het pand. Dit was immers de bedoeling en met het oog daarop had hij ook een tijdelijke huurovereenkomst gekregen. Uit niets is gebleken dat [gedaagde 1] destijds handelde voor een B.V. i.o.. Het is niet mogelijk dat door een bekrachtiging door een B.V. een partij bij een huurovereenkomst zonder toestemming van een wederpartij wijzigt. Op deze grond is [gedaagde 1] ook aansprakelijk voor het gebruik nadat de curator had gesommeerd tot ontruiming.

Desgevraagd heeft [gedaagde 1] verklaard dat hij of de B.V. na 30 juni 2017 niets meer heeft betaald, dat er geen geld was en dat hij ook niet wist hoeveel er voor het gebruik van het pand betaald moest worden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt hieruit dat de financiële toestand op dat moment zodanig slecht was [gedaagde 1] wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat het aangaan van betalingsverplichtingen die gepaard gaan met het in gebruik nemen van een pand redelijkerwijs niet meer mogelijk was, omdat hij of de later opgerichte besloten vennootschap Music & More niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou kunnen bieden. De bekrachtiging van de door [gedaagde 1] in het kader van de oprichting van de besloten vennootschap verrichte rechtshandelingen door de directie van Music & More (lees: [gedaagde 1] ) op 17 juli 2017, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet verhinderen dat [gedaagde 1] ook persoonlijk een dusdanig ernstig verwijt kan worden gemaakt dat hij persoonlijk aansprakelijk gehouden moet worden voor de consequenties van die rechtshandelingen. De curator heeft [gedaagde 1] dan ook terecht persoonlijk op zijn verantwoordelijkheden aangesproken en in rechte betrokken. Van een zaak die dusdanig complex is dat nader feitenonderzoek en/of nadere bewijslevering nodig is, waardoor zij zich niet leent voor behandeling in de kort gedingprocedure, is geen sprake.

De voorzieningenrechter acht de kans groot dat [gedaagde 1] ook in een eventuele bodemprocedure persoonlijk aansprakelijk zal worden gehouden voor de betaling van de gebruiksvergoeding en de door hem al dan niet namens de vennootschap (in oprichting) verrichte rechtshandelingen.

4.12.

Nu de curator geen enkele vergoeding heeft ontvangen voor het gebruik van het pand, terwijl hij wel kosten heeft moeten maken voor het afwikkelen van het faillissement van Bretello, acht de voorzieningenrechter met inachtneming van de bij een geldvordering in kort geding in acht te nemen terughoudendheid, het toewijzen van een voorschot van € 12.500,- aan de curator op zijn plaats. Gegeven de aannemelijkheid van de vordering en het spoedeisend belang weegt het belang van de boedel zwaarder en is het restitutierisico - indien al aanwezig - van ondergeschikt belang.

4.13.

Nu voldoende aannemelijk is dat ook de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat [gedaagde 1] en/of Music & More het pand zonder recht of titel heeft gebruikt, heeft de curator recht op een spoedige ontruiming. Door [gedaagde 1] c.s. is gesteld dat de gevorderde ontruimingstermijn van 24 uur te kort is en is verzocht een redelijke termijn van in ieder geval twee weken te hanteren. Gelet op de voorgeschiedenis acht de voorzieningenrechter een termijn van 24 uur in dit geval redelijk. De curator heeft immers al op 30 juni 2017, de dag dat de door [gedaagde 1] gesloten huurovereenkomst van rechtswege werd beëindigd, meegedeeld dat [gedaagde 1] het pand zonder recht of titel gebruikte en dat hij het diende te ontruimen. Daarna heeft [gedaagde 1] Music & More opgericht en gevestigd aan de Haverstraatpassage 22. De curator heeft met enige regelmaat meegedeeld dat het pand zonder recht of titel werd gebruikt en aangezegd dat het ontruimd diende te worden. [gedaagde 1] en/of Music & More heeft meer dan eens toegezegd dat het pand op een concreet genoemde datum ontruimd zou worden, maar hieraan is nimmer gehoor gegeven. Om de curator, die zich met het oog op die toezeggingen coulant heeft opgesteld, dan nu te verwijten dat hij heeft ‘stilgezeten’ en hij meer en eerder actie had dienen te ondernemen, geeft geen pas. Nu bijna driekwart jaar bekend is dat het pand ontruimd dient te worden, kan niet met droge ogen worden volgehouden dat de curator ineens ‘met stoom en kokend water’ eist dat het pand wordt ontruimd. Indien en voor zover de ontruiming van het pand tot een faillissement van Music & More en/of [gedaagde 1] leidt, omdat er geen klanten kunnen worden geholpen, dient dat voor risico van [gedaagde 1] c.s. te komen.

4.14.

De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.

4.15.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.16.

[gedaagde 1] c.s. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4.17.

Met betrekking tot de proceskosten heeft [gedaagde 1] c.s. zich op het standpunt gesteld dat de curator het geschil ten onrechte niet ter beoordeling aan de kantonrechter als voorzieningenrechter heeft voorgelegd, wat voor [gedaagde 1] c.s. aanzienlijk had kunnen schelen in de kosten, waaronder het griffierecht. Er is volgens [gedaagde 1] c.s. sprake van een zaak, waar - in ieder geval in het begin - sprake was van huur, terwijl het de curator te doen is om ontruiming van het gehuurde. [gedaagde 1] c.s. is dan ook van mening dat een eventuele veroordeling in de proceskosten zou moeten gebeuren als ware [gedaagde 1] c.s. gedaagd bij de kantonrechter als voorzieningenrechter.

4.18.

De voorzieningenrechter deelt de visie van [gedaagde 1] c.s. niet. Er was sprake van een huurovereenkomst die voor bepaalde tijd is aangegaan en die na het verstrijken van die tijd, dat wil zeggen op 30 juni 2017, van rechtswege is geëindigd. Zoals de voorzieningenrechter heeft geoordeeld heeft [gedaagde 1] c.s. het pand nadien zonder recht of titel gebruikt en een ontruimingsvordering die in die context (onrechtmatige daad) wordt gedaan kan zonder in strijd te komen met de competentieregels aan voorzieningenrechter van de rechtbank worden voorgelegd. Dit betekent dat [gedaagde 1] c.s. conform de bij de rechtbank geldende tarieven zal worden veroordeeld in de kosten van de curator, die worden begroot op:

- dagvaarding € 85,44

- griffierecht 291,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.192,44

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde 1] en Music & More hoofdelijk om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het pand aan de Haverstraatpassage 22 (7511 EW) in Enschede volledig, behoorlijk en bezemschoon te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van de curator te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden,

5.2.

veroordeelt [gedaagde 1] en Music & More hoofdelijk om aan de curator een dwangsom te betalen van € 2.500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de in 5.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,- is bereikt,

5.3.

veroordeelt [gedaagde 1] en Music & More hoofdelijk om aan de curator te betalen een voorschot op de gebruiksvergoeding ter hoogte van € 12.500,-,

5.4.

veroordeelt [gedaagde 1] en Music & More hoofdelijk in de proceskosten met bepaling dat indien deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening. De kosten aan de zijde van de curator worden tot op deze uitspraak begroot op € 1.192,44,

5.5.

veroordeelt [gedaagde 1] en Music & More hoofdelijk in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,-- zonder betekening en € 199,-- in geval van betekening, indien en voor zover [gedaagde 1] en/of Music & More niet binnen een termijn van veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan, met bepaling dat indien deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald, [gedaagde 1] en/of Music & More daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2018.1

1 type: Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. coll: