Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:805

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-03-2018
Datum publicatie
16-03-2018
Zaaknummer
08/963566-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel spreekt 5 mannen uit Roemenië vrij van het stelen van 960 Apple iPhones uit een rijdende vrachtwagen op de A73. Er is geen bewijs dat deze aanklacht tegen hen ondersteunt. Wel zijn de mannen veroordeeld voor het bezit van de gestolen telefoons tot celstraffen van 15 maanden. 5 dagen na de diefstal zijn de mannen aangehouden op een vakantiepark in Otterlo, in het bezit van de lading ter waarde van zo’n 550.000 euro. Zie ook: ECLI:NL:RBOVE:2018:806

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer : 08/963566-17 (P)

Datum vonnis : 16 maart 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats] ( [land] ),

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 november 2017, 17 november 2017 en 2 maart 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. Y. Oosterhof en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. Y. Moszkowicz, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich alleen of met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan ladingdiefstal dan wel heling van iPhones.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

(primair)

hij op of omstreeks 24 juli 2017 te Stevensbeek, in de gemeente Sint Anthonis, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (op de A73) in/uit een vrachtauto heeft weggenomen 960, althans een of meer Apple Iphones (met een geschatte waarde van euro 550.000,--), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Apple Distribution International, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen Iphones onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt

(subsidiair)


hij in of omstreeks de periode van 24 juli 2017 tot en met 29 juli 2017 te Stevensbeek, gemeente Sint Anthonis, en/of te Otterlo, gemeente Ede, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) goed(eren), te weten 960, althans een of meer Apple Iphones (met een geschatte waarde van euro 550.000,--) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

4.1

Inleiding

Op 24 juli 2017 reed [naam 1] (hierna: [naam 1] ) met een vrachtauto over de A73. Hij hoorde na een tijdje een klap en keek toen in de linkerbuitenspiegels. Hij zag daarin een auto vlak achter de oplegger van de vrachtauto rijden. [naam 1] is met de vrachtauto gaan slingeren, maar hij raakte de auto niet kwijt. [naam 1] zag daarnaast dat achter hem twee voertuigen naast elkaar gingen rijden, zodat verder geen verkeer kon passeren. [naam 1] heeft om 23:36 uur met het beveiligingsbedrijf [beveiligingsbedrijf] (hierna: ‘ [beveiligingsbedrijf] ’) gebeld om te vertellen wat er aan de hand was. Op aanraden van [beveiligingsbedrijf] is [naam 1] doorgereden. [beveiligingsbedrijf] heeft vervolgens contact opgenomen met de politie.2

Verbalisanten kregen de melding dat een vrachtautochauffeur beroofd zou worden, terwijl hij nog aan het rijden was. Toen verbalisanten de vrachtauto zagen rijden, hebben zij kenbaar gemaakt dat ze van de politie waren. De chauffeur heeft daarop de vrachtauto gestopt. Verbalisanten zagen dat beide deuren van de oplegger dicht waren. De deuren waren gesloten en een deel van een beugelslot was nog aanwezig. Verbalisanten zagen dat enkel de achterzijde van het slot nog aanwezig was. De ijzeren beugel was er niet meer. Op de plek waar de beugel van het slot had gezeten, zagen verbalisanten verticale slijpsporen. Vervolgens hebben verbalisanten de laadruimte van de vrachtauto gecontroleerd. Zichtbaar was dat twee pallets leeg waren.3 [naam 2] (hierna: [naam 2] ), die namens Apple Distribution Intern aangifte deed, heeft verklaard dat 960 Apple iPhones uit de vrachtauto zijn weggenomen4 en dat de (winkel)waarde van deze telefoons € 550.000,005 bedroeg. Ook heeft [naam 2] een lijst overgelegd, waarop de IMEI-nummers van de weggenomen iPhones staan.6

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde ladingdiefstal. Zij heeft in dat kader aangevoerd dat de weggenomen iPhones zijn aangetroffen in de vakantiewoning, waar verdachte en medeverdachten verbleven, en in de Hyundai-bus, die op de parkeerplaats van de vakantiewoning stond. Daarbij komt dat in de woning respectievelijk de Hyundai-bus een slijpmachine, slijpschijven, werkhandschoenen, walkie talkies en een vloermatje zijn aangetroffen. In het dak van de Hyundai-bus zat daarnaast een, waarschijnlijk zelf gemonteerd, schuifdak, hetgeen kenmerkend is voor de wijze waarop de diefstal is gepleegd. Verder blijkt volgens de officier van justitie uit tapgesprekken en het aanstralen van in de vakantiewoning aangetroffen telefoons nabij de plaats delict dat verdachte en medeverdachten de weggenomen iPhones niet enkel voorhanden hadden, zoals subsidiair ten laste gelegd, maar ook zelf gestolen hebben.

Verder ziet de officier van justitie geen aanleiding om de onderzoekswensen van de raadsman, die eerder door de rechtbank zijn afgewezen, alsnog toe te wijzen. Ten aanzien van het tappen en observeren heeft de officier van justitie, in reactie op het verweer van de raadsman, gesteld dat op basis van de Siena-berichten het onderzoek kon worden gestart en voorts dat bewijsuitsluiting niet aan de orde is.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft opgemerkt dat de verzoeken, die tijdens de zitting van 17 november 2017 namens verdachte zijn gedaan, als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd. Hij heeft die verzoeken niet nader aangevuld.

Voor het overige heeft de rechtbank het pleidooi aldus begrepen.

Verdachte moet van de primair ten laste gelegde ladingdiefstal worden vrijgesproken, omdat hij op basis van het dossier niet kan worden geplaatst op de plek waar de diefstal is gepleegd. Verder heeft de raadsman genoemd dat de iPhones onmogelijk uit een rijdende vrachtauto kunnen zijn weggenomen.

Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde opzetheling heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit. Het dossier bevat volgens hem geen bewijs waarmee verdachte aan de weggenomen iPhones is te linken. Hij heeft verder aangevoerd dat een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het voorhanden hebben van die telefoons, niet kan worden bewezen.

Ook heeft de raadsman opgemerkt dat verdachte onrechtmatig in de gaten werd gehouden door de Roemeense politie en dat daarbij dwangmiddelen zijn toegepast. De Siena-berichten moeten dan ook worden uitgesloten van het bewijs. De raadsman heeft tot slot bepleit dat de uit de tap en observatie verkregen informatie eveneens moet worden uitgesloten van het bewijs, omdat de vorderingen en machtigingen ten onrechte niet direct, althans niet tijdig, op schrift zijn gesteld. Ten aanzien van de observatie heeft de raadsman verder aangevoerd dat ten tijde van het verlenen van de machtiging daartoe nog geen sprake was van een verdenking als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), er aanwijzingen zijn dat de politie al vóór het verlenen van die machtiging is overgegaan tot observatie en de subsidiariteitseis is overschreden.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Overweging met betrekking tot enkele verzoeken van de raadsman

De rechtbank heeft de verzoeken van de raadsman tijdens de zitting van 17 november 2017 al afgewezen, zoals ook in het proces-verbaal van die zitting staat, en zij ziet geen reden om op deze beslissing terug te komen. De rechtbank zal de verzoeken dan ook wederom afwijzen.

Overweging met betrekking tot het beroep op bewijsuitsluiting

De Siena-berichten worden niet als bewijs gebruikt, zodat het daaromtrent gevoerde verweer geen nadere bespreking behoeft.

De raadsman heeft voorts bepleit dat op grond van artikel 359a Sv de uit de tap en observatie verkregen informatie van het bewijs moet worden uitgesloten. De rechtbank zal het verweer conform vaste jurisprudentie, zoals bijvoorbeeld is te lezen in het arrest van de Hoge Raad van 23 januari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:78), verwerpen, nu dit niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet.

Overweging met betrekking tot het primair en subsidiair ten laste gelegde

Uit de, in de inleiding genoemde, bewijsmiddelen blijkt dat op 24 juli 2017 960 Apple iPhones uit een rijdende vrachtauto zijn weggenomen. Deze ladingdiefstal is gepleegd middels de zogenaamde ‘Roemeense methode’, waarbij in de nachtelijke uren door meerdere personen, gebruikmakend van meerdere voertuigen, dicht rondom een vrachtauto wordt gereden, een persoon op de motorkap van de auto die dan pal achter de vrachtauto rijdt, klimt en het slot van de vrachtauto of oplegger openmaakt en de lading uit de vrachtauto wegneemt. Tijdens deze operatie blijven de vrachtauto en de auto op aanzienlijke snelheid doorrijden en tegelijkertijd zorgen diverse andere voertuigen ervoor dat achterop komend verkeer niet kan inhalen.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze primair ten laste gelegde ladingdiefstal of de subsidiair ten laste gelegde opzetheling. Zij overweegt daartoe als volgt.

Op 28 juli 2017 zijn verbalisanten naar [locatie] in Otterlo gegaan. De receptioniste van dit park vertelde dat verdachte de vakantiewoning aan het [adres] had gehuurd. Verbalisanten zagen drie voertuigen, waaronder een Hyundai-bus met het kenteken [kenteken] , op de parkeerplaats voor de betreffende vakantiewoning staan. Op de veranda van de vakantiewoning zaten zes mannen, waaronder verdachte.7 In de nacht van 28 op 29 juli 2017 zag verbalisant dat de gehele bodem van de Hyundai-bus was bedekt met witte dozen.8

Op 29 juli 2017 is de politie overgegaan tot de aanhouding van verdachte en medeverdachten. Zij bevonden zich, ten tijde van de aanhouding, allemaal in of rond de vakantiewoning aan het [adres]9

De politie heeft de vakantiewoning doorzocht. Een verbalisant trof in het televisiemeubel in de woonkamer acht slijpschijven en één iPhone in een doos aan.10 Tijdens de doorzoeking zag een verbalisant dat voor de vakantiewoning de Hyundai-bus met het kenteken [kenteken] geparkeerd stond. In de laadruimte van deze bus is een slijpmachine aangetroffen. Zes van de acht slijpschijven die in de woning zijn aangetroffen, hebben dezelfde diameter als de slijpschijf in de slijpmachine.11 Verder lagen in de laadruimte van de bus over de gehele bodem witte verhuisdozen van de Gamma verspreid. Alle dozen waren dichtgetaped met bruine roltape en ze waren volledig omwikkeld in doorzichtig plasticfolie. Toen één doos uit de bus werd geopend, zag een verbalisant dat de doos was gevuld met 35 doosjes met iPhones.12 In de andere elf verhuisdozen van de Gamma zaten 84 doosjes met iPhones.13 Op de doosjes van de aangetroffen telefoons staat een IMEI-nummer.14

Uit een vergelijking van de IMEI-nummers op de doosjes met de via [naam 3] ontvangen lijst van weggenomen iPhones bleek dat de ene in de vakantiewoning15 en 35 in de Hyundai-bus16 aangetroffen iPhones afkomstig waren van de partij op 24 juli 2017 weggenomen telefoons.

Ook lagen in de badkamer van de vakantiewoning vijf vuilniszakken gevuld met versneden kartonnen dozen en piepschuim. Onder de trap stond een stapel soortgelijke versneden kartonnen dozen, omwikkeld met bruine tape. Naast de dozen lag een rol plasticfolie. Deze rol was soortgelijk aan het plasticfolie waarmee de dozen in de bus waren omwikkeld. In de hal en in de slaapkamer van medeverdachte [medeverdachte 1] lagen drie respectievelijk twee rollen bruine tape. Zij waren soortgelijk aan de tape waarmee de dozen in de bus waren dichtgetaped. In de slaapkamer van medeverdachte [medeverdachte 1] lagen daarnaast verhuisdozen, gelijk aan die in de bus, en plasticfolie, soortgelijk aan de folie waarmee de dozen in de bus waren omwikkeld. Verder lag op de keukentafel in de vakantiewoning een sigarettenaansteker, afkomstig uit een auto, en een autoradio. Deze zijn vermoedelijk afkomstig uit de Hyundai-bus, omdat de aansteker en radio daarin niet aanwezig waren.17

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen, in het bijzonder beide lijsten met IMEI-nummers, vast dat één van de 960 weggenomen iPhones op 29 juli 2017 is aangetroffen in de vakantiewoning in Otterlo, waar verdachte en medeverdachten zich ten tijde van de aanhouding bevonden, en dat de overige 959 weggenomen iPhones in de Hyundai-bus lagen, die geparkeerd stond bij de betreffende vakantiewoning. Evenwel is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat verdachte bij de diefstal van de telefoons betrokken is geweest. Zij overweegt daartoe dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten voor deze betrokkenheid bevat. In de eerste plaats is sprake van een relatief groot tijdsverloop tussen de diefstal en het aantreffen van de gestolen telefoons bij verdachte en medeverdachten. Voorts blijkt weliswaar dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] zich vanaf 25 juli 2017 om 00:05 uur bevond in de omgeving van de plek waar de diefstal is gepleegd en behoort dit nummer blijkens Roemeense informatie toe aan verdachte, maar het is de tolk bij het vertalen van de getapte gesprekken opgevallen dat het niet steeds dezelfde man is geweest die de gesprekken voert met dit telefoonnummer. Daarom staat niet vast dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] alleen werd gebruikt door verdachte. Het is dan ook niet uit te sluiten dat iemand anders dan verdachte zich bevond in de omgeving van de plek waar de diefstal is gepleegd. Op basis van het dossier is echter niet vast te stellen wie dat dan is geweest. Van de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 3] , die op 24 juli 2017 vanaf 23:57 uur aanstraalden in de omgeving van de plek waar de diefstal is gepleegd, is evenmin komen vast te staan aan wie zij toebehoren. Hoewel in de contactlijst van een andere telefoon bij het telefoonnummer [telefoonnummer 3] de naam [naam 4] staat en medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat de voornaam van medeverdachte [medeverdachte 3] is, waaruit een verband zou kunnen worden afgeleid, bevat het dossier op dat punt geen nader bewijs, zodat daarvan niet kan worden uitgegaan. Daarbij is mede van belang dat [medeverdachte 3] volgens de personalia van [medeverdachte 3] niet zijn voornaam is. Tot slot moet worden geconstateerd dat op enig moment bij de vakantiewoning in Otterlo nog twee personen zijn gezien, die niet als verdachte in dit dossier zijn aangemerkt, maar van wie, mede gezien de vanuit Roemenië gedeelde informatie, niet kan worden uitgesloten dat zij, mogelijkerwijs in plaats van verdachte, bij de ladingdiefstal betrokken zijn geweest. Om die redenen spreekt de rechtbank verdachte vrij van de primair ten laste gelegde ladingdiefstal.

Daarentegen acht de rechtbank, gelet op de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als medepleger schuldig is aan opzetheling. Uit de hiervoor beschreven, bij de doorzoeking gebleken omstandigheden, in het licht van de door verdachte en medeverdachten gegeven ontoereikende verklaringen, leidt de rechtbank af dat zij de weggenomen iPhones, zowel die in de woning als die in de Hyundai-bus, moeten hebben opgemerkt en daarmee een zodanige feitelijke zeggenschap over die goederen hadden, dat zij die goederen voorhanden hebben gehad als bedoeld in artikel 416 lid 1 sub a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Eveneens is bewezen dat verdachte en medeverdachten ten tijde van het voorhanden krijgen, wisten dat de iPhones door misdrijf waren verkregen. Dit baseert de rechtbank op het aantal en de aard van de goederen, maar ook op de omstandigheden waaronder verdachte en medeverdachten de telefoons voorhanden hebben gehad. De in de Hyundai-bus aangetroffen iPhones zaten in verhuisdozen, terwijl die dozen waren dichtgetaped met bruine roltape en volledig omwikkeld waren in doorzichtig plasticfolie. Diezelfde dozen, tape en folie zijn op diverse, ook voor verdachte toegankelijke, plaatsen in de vakantiewoning aangetroffen. Verdachte heeft geen redelijke verklaring afgelegd over de aanwezigheid van de goederen in de bus en de vakantiewoning of zijn eigen aanwezigheid in de vakantiewoning, daar waar dat, gelet op de verdachte omstandigheden, wel van hem verlangd mocht worden. Gelet hierop acht de rechtbank de subsidiair ten laste gelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode van 24 juli 2017 tot en met 29 juli 2017 te Otterlo, gemeente Ede, tezamen en in vereniging met anderen, 960 Apple iPhones (met een geschatte waarde van euro 550.000,--) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 416 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

subsidiair, het misdrijf: medeplegen van opzetheling.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de primair ten laste gelegde ladingdiefstal zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat een inbreuk is gemaakt op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), nu er foto’s van, een in de handboeien geslagen, verdachte in dagblad [krant] zijn geplaatst. Vervolgens zijn deze foto’s op het internet geplaatst en zelfs in buitenlandse nieuwsprogramma’s getoond. Hiermee is de privacy van verdachte, zoals artikel 8 EVRM die beoogt te beschermen, aangetast. De raadsman heeft bepleit dat dit in de strafmaat moet worden verdisconteerd.

De raadsman heeft verder aangevoerd dat bij de strafbepaling rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het is voor hem erg lastig geweest om, als kostwinner van zijn gezin, het voorarrest in Nederland door te brengen, bovenal omdat hij geen Engels spreekt en daardoor niet kon praten met zijn celgenoten.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan het helen van een groot aantal iPhones met een winkelwaarde van € 550.000,00. Deze telefoons zijn op de hiervoor al omschreven ‘Roemeense methode’ weggenomen uit een rijdende vrachtauto. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte en zijn medeverdachten bekend waren met de wijze waarop de iPhones zijn weggenomen. In de vakantiewoning waar verdachte en zijn medeverdachten zijn aangehouden en in de bus die bij deze woning stond, zijn namelijk goederen (slijpmachine, slijpschijven) aangetroffen, die bij die methode worden gebruikt. Door de iPhones desondanks voorhanden te hebben, hebben verdachte en medeverdachten de diefstal ervan bevorderd.

Ladingdiefstallen leiden tot schade en overlast voor de transportsector. Niet alleen in de vorm van directe, materiële schade, maar ook als gevolg van de verhoogde verzekeringspremie en de noodzaak tot het nemen van steeds verdergaande maatregelen ter voorkoming van deze vorm van criminaliteit. Daarnaast is de ‘Roemeense methode’ levensgevaarlijk. In de eerste plaats natuurlijk voor de ‘waaghals’ die de eigenlijke braak- en wegnemingshandelingen moet verrichten en voor de andere betrokkenen, maar daarnaast ook voor onschuldige, toevallig op de snelweg rijdende, verkeersdeelnemers die op dergelijke bizarre stunts niet bedacht zullen zijn. Het is maar de vraag of zij in geval van calamiteiten adequaat zullen weten te reageren. Dat verdachte met dit alles geen rekening heeft gehouden, rekent de rechtbank hem zwaar aan.

Verder neemt de rechtbank het verdachte kwalijk dat hij kennelijk enkel vanuit Roemenië naar Nederland is gekomen om hier strafbare feiten te plegen. De verklaring van verdachte dat hij naar Nederland is gegaan om vakantie te vieren en tegelijkertijd werk te zoeken, acht de rechtbank niet geloofwaardig.

Naar het oordeel van de rechtbank doet enkel een forse gevangenisstraf recht aan de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan. In tegenstelling tot de raadsman ziet de rechtbank geen aanleiding om de op te leggen gevangenisstraf, vanwege een schending van artikel 8 EVRM te matigen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Er waren journalisten - met toestemming van het Openbaar Ministerie - aanwezig bij de aanhouding van verdachte in de vakantiewoning, terwijl dat niet redelijkerwijs voor het doel van binnentreden vereist was. Dit levert een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv op. Vervolgens hebben de journalisten een artikel met foto’s van de aanhouding, waaronder die van verdachte, gepubliceerd, maar naar het oordeel van de rechtbank is verdachte daarop niet te herkennen. Zijn gezicht is immers naar de grond gericht. Als gevolg van de foto’s lijdt verdachte dan ook geen aanzienlijk nadeel. Om die reden zal de rechtbank de op te leggen gevangenisstraf niet matigen.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de personenauto’s, acht slijpschijven en een slijpmachine, zoals die onder punt 1, 2 en 5 tot en met 13 op de beslaglijst van 28 februari 2018 vermeld staan, verbeurd moeten worden verklaard, omdat het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke het feit is begaan.

Verder zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van het aan hem toebehorende geldbedrag van € 127,47, zoals vermeld onder punt 3 op de beslaglijst van 28 februari 2018. Dit geldbedrag is namelijk niet vatbaar voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering verzet zich niet tegen teruggave.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 33 en 33a Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

subsidiair, het misdrijf: medeplegen van opzetheling;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het subsidiair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

- bepaalt dat de tijd die veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen vermeld op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst onder de nummers 1, 2 en 5 tot en met 13;

- gelast de teruggave van het geldbedrag van € 127,47 aan veroordeelde, vermeld op de hiervoor genoemde beslaglijst onder 3.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. R.M. van Vuure en mr. V.P.K. van Rosmalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Landelijke Eenheid, Team 2e Lijns Opsporing Zuid-West, met het proces-verbaalnummer [nummer] (zaaksdossier), tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] , p. 290-293.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2-3.

4 Proces-verbaal aangifte [naam 2] , namens Apple Distribution Intern, p. 22, midden.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 430, vijfde alinea, eerste zin.

6 Een schriftelijk bescheid, te weten een lijst met IMEI-nummers, opgebouwd uit vijf kolommen, zoals door de officier van justitie ter zitting van 17 november 2017 overgelegd.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 41.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 49, midden.

9 Verslag van binnentreden, p. 57-58.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 68-69.

11 Proces-verbaal van bevindingen doorslijpmachine, p. 245.

12 Proces-verbaal aangetroffen goederen woning in relatie tot Hyundai kenteken [kenteken] , p. 71-72.

13 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 139, alinea 1-5.

14 Een schriftelijk bescheid, te weten een lijst met IMEI-nummers, opgebouwd uit twee kolommen, zoals door de officier van justitie ter zitting van 17 november 2017 overgelegd.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 196-197.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 241.

17 Proces-verbaal aangetroffen goederen woning in relatie tot Hyundai kenteken [kenteken] , p. 77-82.