Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:754

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-02-2018
Datum publicatie
13-03-2018
Zaaknummer
C/08/213869 / KG ZA 18-41
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Contactverbod. PV mondelinge uitspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : C/08/213869 / KG ZA 18-41 (fs)

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van 13 februari 2018 in de zaak van:

[A] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen eiseres,

advocaat: mr. B.J. de Groot te Haarlem

tegen

[B] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen gedaagde,

in persoon verschenen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 februari 2018.

Tegenwoordig:

- mr. G.G. Vermeulen, rechter

- mr. [C] , griffier

Na uitroeping van de zaak verschenen:

- mevrouw [A] , bijgestaan door mr. B.J. de Groot

- de heer [B] .

De rechtbank stelt vast dat beide partijen zijn verschenen.

Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

1 De beslissing

De rechtbank

beveelt gedaagde om eiseres met rust te laten en op geen enkele wijze direct of indirect, waaronder begrepen in persoon, telefonisch, per post, per e-mail, of ander (elektronisch) medium, op welke wijze dan ook, met haar in contact te (doen) treden voor de duur van ten minste 12 maanden na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere overtreding met een maximum van € 20.000,-

machtigt eiseres om de naleving van het onder I. vermelde bevel met behulp van de sterke arm van politie en justitie te bewerkstelligen,

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van eiseres begroot op € 896,57,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

2 De gronden van de beslissing

2.1.

In deze zaak staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken en/of blijkend uit niet-betwiste producties het navolgende vast.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, die in 2015 is beëindigd. Eiseres wil geen contact meer met gedaagde en heeft hem dit meerdere keren laten weten. Op 6 februari 2015 heeft de voorzieningenrechter in kort geding een contact- en straatverbod aan gedaagde opgelegd. Ook nadien bleef gedaagde haar lastig vallen, zelfs nadat eiseres was verhuisd naar een geheim adres in een andere gemeente en gedaagde erin was geslaagd dit adres te achterhalen. Dit door eiseres als hinderlijk ervaren gedrag bestaat uit het in of bij de woning komen, het achterlaten van bloemen, brieven, snoepgoed en cadeau’s. Gedaagde is binnengedrongen in de woning van de buren van de zus van eiseres en is daar slapend op de bank aangetroffen. Hij dacht dat hij in de woning was waar eiseres ook zou zijn en wilde met haar praten. Gedaagde post regelmatig rondom de woning van eiseres en stuurt vrijwel wekelijks brieven en attenties aan eiseres. Alleen al in 2018:

- heeft gedaagde op 7 januari voor de deur gestaan en aangebeld;

- heeft gedaagde op 10 januari een roze kaart met bloemen erop bezorgd;

- heeft gedaagde op 27 januari een steen tegen het raam gegooid om aandacht te trekken, nadat hij eerder voor de deur had staan roepen;

- lag er op 28 januari weer een kaart van gedaagde bij eiseres in de bus.

Met de politie heeft eiseres afgesproken dat zij de politie belt zodra gedaagde in de buurt is. De politie zal dan versneld langs komen en gedaagde verzoeken weg te gaan. In overleg met de politie heeft eiseres op 18 januari 2018 een belagingsbrief aan gedaagde gestuurd, waarin hem wordt meegedeeld dat een stalkingsdossier tegen hem wordt opgemaakt.

2.2.

Eiseres vreest dat Valentijnsdag ook dit jaar weer aanleiding voor gedaagde zal zijn om haar op te zoeken en vordert dat de rechtbank aan gedaagde een contactverbod oplegt, met een dwangsom als prikkel tot nakoming en de mogelijkheid het verbod met de sterke arm af te dwingen. Gedaagde voert verweer.

2.3.

De voorzieningenrechter overweegt dat een contactverbod inbreuk maakt op het fundamentele recht om zich vrijelijk te bewegen en te gedragen. Voor toewijzing van een dergelijke maatregel moet in hoge mate aannemelijk zijn dat er sprake is van feiten en omstandigheden die een zodanige inbreuk op de rechten rechtvaardigen.

De voorzieningenrechter concludeert dat gedaagde ook na het eerder opgelegde straat- en contactverbod tot voor kort heeft volhard in het persoonlijk benaderen van eiseres en het haar sturen van kaarten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gedaagde hierdoor onrechtmatig jegens eiseres heeft gehandeld. Gelet op de vasthoudendheid waarmee gedaagde eiseres nu al geruime tijd heel regelmatig lastig valt, is er sprake van een reële dreiging voor toekomstig onrechtmatig handelen door gedaagde jegens eiseres, zodat zij belang heeft bij het opleggen van een contactverbod op straffe van verbeurte van een dwangsom en zo nodig afdwingbaar door de sterke arm. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang van gedaagde om zich vrijelijk te kunnen bewegen niet opweegt tegen het belang van eiseres om zich veilig te voelen en zich ongestoord te kunnen bewegen, zodat de voorzieningenrechter gedaagde een contactverbod zal opleggen.

2.4.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Aangezien eiseres een toevoeging heeft aangevraagd zijn de kosten voor het uitbrengen van de dagvaarding (exclusief verschotten zoals informatiekosten) in debet gesteld. Deze kosten komen daarom niet voor vergoeding aan eiseres in aanmerking. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding € 0,00

- verschotten 1,57

- griffierecht 79,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 896,57

Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. G.G. Vermeulen, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2018.

Waarvan proces-verbaal,

de griffier de rechter