Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:681

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
06-03-2018
Zaaknummer
08/770175-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 20-jarige man is veroordeeld tot een celstraf van 20 maanden omdat hij, dreigend met een mes, een taxichauffeur van zijn taxi heeft beroofd in Almelo. Daarnaast moet hij schadevergoedingen betalen aan het de taxichauffeur en het taxibedrijf van in totaal bijna 3.900 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/770175-17 (P)

Datum vonnis: 6 maart 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu verblijvende in de PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 19 september 2017, 12 december 2017 en 20 februari 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Leusink-van Dijk en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. B.J. van Beek, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op gewelddadige wijze een personenauto heeft weggenomen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 4 juni 2017, in de gemeente Almelo,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een personenauto (taxi), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [taxibedrijf] B.V. en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer]

(in/tijdens zijn functie van/als taxichauffeur), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte:

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp heeft getoond aan die [slachtoffer]

en/of

- ( vervolgens) dat mes, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp

op/tegen de keel en/of de hals, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft

gezet/geduwd/gedrukt en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] heeft toegevoegd de woorden: "Your money!",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit bewezen kan worden verklaard.

4.2

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit, met uitzondering van de uitlating “Your money”, heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), met een nadere motivering ter zake voormelde uitlating, zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen te weten.1

1.

het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 februari 2018 voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering;

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 4 juni 2017, pagina’s 8 tot en met 10.

Uitlating verdachte

Verdachte heeft het hem tenlastegelegde feit bekend met dien verstande dat hij ontkent tegen de taxichauffeur te hebben gezegd: “Your money”.

De rechtbank is van oordeel dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan hetgeen aangever daarover heeft verklaard. Aangever heeft, anders dan verdachte, tot twee maal toe gedetailleerd en consistent verklaard over de toedracht van het feit. Door en namens verdachte is ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte ten tijde van het plegen van feit onder invloed van drank en amfetamine was. Onder die omstandigheden dient naar het oordeel van de rechtbank meer gewicht te worden toegekend aan de verklaring van aangever dan aan die van verdachte, ook omdat niet is gebleken dat aangever er enig belang bij heeft om over de door verdachte bestreden uitlating belastend te verklaren.

Overigens heeft de raadsman aan zijn betoog op dit punt niet de conclusie verbonden dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Aldus acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aan [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: “Your money”.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 4 juni 2017, in de gemeente Almelo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (taxi), toebehorende aan [taxibedrijf] B.V., welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer]

(tijdens zijn functie van taxichauffeur), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte:

- een mes heeft getoond aan die [slachtoffer] en

- vervolgens dat mes tegen de keel van die [slachtoffer] heeft gezet en

- vervolgens die [slachtoffer] heeft toegevoegd de woorden: "Your money!".

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, met aftrek van het voorarrest.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om aan verdachte, rekening houdend met de strafverminderende omstandigheden dat verdachte het tenlastegelegde feit onder invloed van drank en amfetamine en in een reactie op de denigrerende opmerking van het slachtoffer heeft gepleegd, een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.


De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij zich op een berekenende en gewelddadige wijze met gebruikmaking van een wapen, een taxichauffeur van zijn taxi heeft beroofd.

Verdachte heeft daarbij kennelijk zijn eigen financiële motieven voorop laten staan en geen enkel oog gehad voor de gevolgen van het slachtoffer. Als taxichauffeur maakt het slachtoffer deel uit van een kwetsbare doelgroep die bij het uitoefenen van de werkzaamheden volledige bescherming verdient. Bovendien brengen feiten als deze veelal gevoelens van onzekerheid en onveiligheid met zich, niet alleen voor de slachtoffers maar ook voor de maatschappij in het algemeen. Verdachte heeft zich daarvan kennelijk geen rekenschap gegeven.

Ten voordele van verdachte strekt zijn blanco strafblad. De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van de straf geen rekening met de door de raadsman bepleite strafverminderende omstandigheden van verdachte, nu verdachte, als van die omstandigheden al sprake zou zijn geweest, zichzelf in die positie heeft gebracht en het als een feit van algemene bekendheid mag worden verondersteld dat het gebruik van middelen invloed heeft op de geestesgesteldheid.

Bij het bepalen van de straf zal de rechtbank rekening houden met verdachtes jeugdige leeftijd en met zijn ter terechtzitting gebleken persoonlijke omstandigheden die met name zijn verwoord in de door de GZ-psycholoog, drs. A.M. Hertig opgemaakte rapportage van

11 november 2017. Volgens de psycholoog zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van verdachtes geestvermogens en zijn er geen factoren naar voren gekomen die leiden tot een vermindering van de toerekenbaarheid. Volgens haar is er geen inhoudelijke motivatie voor toepassing van het jeugdstrafrecht.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf waarvan de duur gelijk is aan die door de officier van justitie is gevorderd.

8 De schade van benadeelden

8.1.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

, wonende te [adres 1] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.380,68, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële betreft een bedrag van

€ 130,68. Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 1.250,-- gevorderd.

8.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van de gehele vordering gevorderd.

8.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen. Ten aanzien van de hoogte van het bedrag heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.4.Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 1.380,68, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.5.

De vordering van de benadeelde partij [taxibedrijf] B.V.

[naam] heeft zich namens [taxibedrijf] B.V., gevestigd te [adres 2] , als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces.

De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 5.913,72, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Het gevorderde bedrag betreft materiële schade.

8.6.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van de schade gevorderd die ziet op de gevolgen van het verwijderen van het taxibord en het navigatiesysteem door verdachte.

8.7.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering nu deze onvoldoende is onderbouwd.

8.8.

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen is vast komen te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde feit schade heeft geleden. Echter is niet komen vast te staan in hoeverre er een direct verband bestaat tussen alle opgevoerde kosten en de door verdachte toegebrachte schade. De rechtbank ziet in verband daarmee aanleiding gebruik te maken van de bevoegdheid om de omvang van de schade te schatten, waarbij de rechtbank als uitgangspunt neemt een bedrag van € 4.887,37, te weten de gevorderde schade minus de berekende BTW over dat bedrag. De rechtbank is van oordeel dat de omvang van de schade naar redelijkheid en billijkheid op dit moment vastgesteld kan worden op een bedrag van

€ 2.500,--. De rechtbank zal de vordering tot zover toewijzen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.9.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft telkens gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal telkens de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , voornoemd, van een bedrag van € 1.380,68 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2017)

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.380,69, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 23 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [taxibedrijf] B.V., voornoemd, voor een deel van € 3.413,72 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan voornoemde benadeelde partij van een bedrag van € 2.500,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2017)

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 35 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en

mr. S.H. Peper, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer BVH PL0600-20172017255087 van 29 juni 2017. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.