Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:560

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-02-2018
Datum publicatie
22-02-2018
Zaaknummer
08/993154-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De politierechter heeft een 73-jarige man uit Winterswijk vrijgesproken. Hij werd verdacht van het vervalsen van een salarisspecificatie en een werkgeversverklaring voor het slachtoffer. Een echtpaar uit Tubbergen is veroordeeld tot celstraffen voor het uitbuiten van het slachtoffer. Zie ook ECLI:NL:RBOVE:2018:555 en ECLI:NL:RBOVE:2018:557

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Politierechter

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/993154-16 (P)

Datum vonnis: 22 februari 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1943 te [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats]

.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit schriftelijk vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 februari 2018 en 8 februari 2018.

De politierechter heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E.D.I. Martens en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. A.C. Huisman, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet samen met een ander of anderen, een model-werkgeversverklaring en een salarisspecificatie valselijk heeft opgemaakt of vervalst, dan wel dat hij opzettelijk gebruik heeft gemaakt/doen maken van valse of vervalste stukken, dan wel dat hij medeplichtig is geweest aan het valselijk opmaken en/of vervalsen, dan wel dat hij medeplichtig is aan het gebruik maken van deze stukken.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 februari

2012 tot en met 27 april 2012 in de gemeente Enschede en/of elders in

Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,

(telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,

te weten

- een zogenaamde model- werkgeversverklaring (bestemd voor de ING, ten

behoeve van het aanvragen van Nationale Hypotheek Garantie) en/of

- een salarisspecificatie (bestemd voor de ING)

valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door

- in die model-werkgeversverklaring onder meer te vermelden

dat [slachtoffer] geboren op [geboortedatum 2] -1985 sinds 19-12-2011 als technisch medewerker

in dienst was van werkgever [bedrijf] BV te Enschede en/of

dat die [slachtoffer] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had of was

aangesteld in vaste dienst en/of

dat die [slachtoffer] een bruto jaarsalaris van 32.246,- Euro ontving en/of

dat die [slachtoffer] een vakantietoeslag van 2.579,- Euro ontving en/of

die model-werkgeversverklaring namens voornoemde werkgever te ondertekenen als

ware deze naar waarheid door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) ingevuld

en/of deze model- werkgeversverklaring te voorzien van een (bedrijfs)stempel "

en/of

- in die salarisspecificatie onder meer te vermelden

dat [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] -1985 als technisch medewerker van [bedrijf] BV te

Enschede in februari 2012 een bruto loon van 2.687,19 Euro en/of een netto

loon met loonheffingskorting van 1.921,- Euro ontving,

(telkens) met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door

anderen te doen gebruiken;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 februari

2012 tot en met 27 april 2012 in de gemeente Enschede en/of elders in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/of alleen

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of doen maken van

- een valse of vervalste zogenaamde model- werkgeversverklaring, afgegeven

door of namens [bedrijf] B.V. (bestemd voor de ING, ten behoeve van het

aanvragen van Nationale Hypotheek Garantie) en/of

- een valse of vervalste salarisspecificatie , afgegeven door of namens [bedrijf]

B.V. (bestemd voor de ING),

zijnde (een )geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig

feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst,

(telkens) bestaande dat gebruikmaken of doen gebruikmaken hierin dat

hij, verdachte en/of zijn mededader(s), voornoemde model-werkgeversverklaring

en/of salarisspecificatie - na het zetten van een handtekening en voorzien van

een (bedrijfs)stempel - heeft/hebben verstrekt en/of doen verstrekken aan

en/of overgelegd en/of doen overleggen aan de ING bank ,

en (telkens) bestaande die valsheid of vervalsing (onder meer) hierin dat

[slachtoffer] niet werkzaam was voor en/of in dienst was van voornoemd bedrijf

[bedrijf] B.V., zoals aangegeven op voornoemde modelwerkgeversverklaring en/of

voornoemde salarisspecificatie;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, meer subsidiair, terzake dat

[medeverdachte] en/of een of meer andere perso(o)n(en) op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 29 februari 2012 tot en met 27 april 2012 in

de gemeente Enschede en/of elders in Nederland (telkens) een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

- een zogenaamde model- werkgeversverklaring (bestemd voor de ING, ten

behoeve van het aanvragen van Nationale Hypotheek Garantie) en/of

- een salarisspecificatie (bestemd voor de ING)

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben vervalst, door

- in die model-werkgeversverklaring onder meer te (doen) vermelden

dat [slachtoffer] geboren op [geboortedatum 2] -1985 sinds 19-12-2011 als technisch medewerker

in dienst was van werkgever [bedrijf] BV te Enschede en/of

dat die [slachtoffer] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had of was

aangesteld in vaste dienst en/of dat die [slachtoffer] een bruto jaarsalaris van

32.246,- Euro ontving en/of

dat die [slachtoffer] een vakantietoeslag van 2.579,- Euro ontving en/of

die model-werkgeversverklaring namens voornoemde werkgever te (doen)

ondertekenen als ware deze naar waarheid ingevuld en/of deze

model-werkgeversverklaring te (doen) voorzien van een (bedrijfs)stempel

en/of

- in die salarisspecificatie onder meer te (doen) vermelden

dat [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] -1985 als technisch medewerker van [bedrijf] BV te

Enschede in februari 2012 een bruto loon van 2.687,19 Euro en/of een netto

loon met loonheffingskorting van 1.921,- Euro ontving,

(telkens) met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door

anderen te doen gebruiken;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, toen daar

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

voornoemde valse model-werkgeversverklaring en/of voornoemde valse

salarisspecificatie op te stellen en/of aan die [medeverdachte] en/of aan die (andere)

perso(o)n(en) ter beschikking te (doen) stellen en/of te (doen) verstrekken;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, nog meer subsidiair, terzake dat

[medeverdachte] en/of een of meer andere perso(o)n(en) op één of meer

tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 februari 2012 tot en met 27

april 2012 in de gemeente Enschede en/of elders in Nederland

(telkens) opzettelijk gebruik heeft /hebben gemaakt of doen maken van

- een valse of vervalste zogenaamde model- werkgeversverklaring, afgegeven

door of namens [bedrijf] B.V. (bestemd voor de ING, ten behoeve van het

aanvragen van Nationale Hypotheek Garantie) en/of

- een valse of vervalste salarisspecificatie , afgegeven door of namens [bedrijf]

B.V. (bestemd voor de ING),

zijnde (een )geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig

feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, (telkens)

bestaande dat gebruikmaken of doen gebruikmaken hierin dat die [medeverdachte] en/of

die perso(o)n(en) voornoemde model-werkgeversverklaring en/of

salarisspecificatie

- na het zetten van een handtekening en voorzien van een (bedrijfs)stempel -

heeft/hebben verstrekt en/of doen verstrekken aan en/of overgelegd en/of doen

overleggen aan de ING bank,

en (telkens) bestaande die valsheid of vervalsing (onder meer) hierin dat

[slachtoffer] niet werkzaam was voor en/of in dienst was van voornoemd bedrijf

[bedrijf] B.V., zoals aangegeven op voornoemde modelwerkgeversverklaring en/of

voornoemde salarisspecificatie,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, toen daar

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

voornoemde valse model-werkgeversverklaring en/of voornoemde valse

salarisspecificatie op te stellen en/of aan die [medeverdachte] en/of aan die (andere)

perso(o)n(en) ter beschikking te (doen) stellen en/of te (doen) verstrekken.

3 De voorvragen

De politierechter heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de onder primair tenlastegelegde valsheid in geschrift wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Zij heeft daartoe de bewijsmiddelen opgesomd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – overeenkomstig zijn pleitnota – een integrale vrijspraak bepleit.

Volgens de raadsman blijkt de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking op geen enkele wijze uit de bewijsmiddelen. Verdachte heeft de geschriften enkel en alleen opgesteld ter informatie voor [slachtoffer] en niets verdiend aan het adviesgesprek. Hij heeft geen handtekening of stempel op de werkgeversverklaring geplaatst en door vermelding van zijn telefoonnummer en het laten tekenen van een verklaring van niet-gebruik zekerheden ingebouwd. Bovendien beschikte verdachte niet over de vereiste software om een salarisspecificatie te maken. Van opzet op valsheid in geschrift, ook in voorwaardelijke zin, is dan ook geen sprake. Ook was verdachte er niet mee bekend dat deze stukken richting de bank als bewijsstuk zouden worden gebruikt. De vereiste dubbele opzet ten aanzien van medeplichtigheid aan het gebruik van valse geschriften ontbreekt gelet op vorenstaande eveneens.

4.3

Het oordeel van de politierechter

In het dossier bevindt zich een ingevulde model-werkgeversverklaring (DOC-011-01) en een salarisspecificatie (DOC-011-02) waarop als naam van de werknemer: de heer [slachtoffer] en als werkgever: [bedrijf] B.V. staat vermeld. Deze beide documenten zijn gebruikt bij het aanvragen van een hypotheekofferte voor de aankoop van een woning aan de [adres] te Enschede. Vast staat dat [slachtoffer] nimmer bij [bedrijf] B.V. op de loonlijst heeft gestaan. De inhoud van de beide documenten is derhalve als vals aan te merken.

Ten aanzien van de salarisspecificatie

De politierechter is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de salarisspecificatie (DOC-011-02) is opgemaakt door verdachte. Daartoe overweegt de politierechter dat verdachte betwist dat hij dit stuk heeft opgemaakt en bovendien heeft verklaard niet over de benodigde software te beschikken om een salarisspecificatie op te maken. Nu zich in het dossier geen bewijsmiddel bevindt waaruit blijkt dat verdachte dit document wel heeft opgemaakt, wordt verdachte vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging, zowel onder primair, subsidiair, meer subsidiair als nog meer subsidiair.

Ten aanzien van de model-werkgeversverklaring

Verdachte heeft verklaard dat hij de model-werkgeversverklaring (DOC-011-01) heeft ingevuld tijdens een informatief gesprek met de heer [slachtoffer] en de heer [medeverdachte] op 12 april 2012. Verdachte heeft ontkend dat hij onder deze verklaring een handtekening en een bedrijfsstempel heeft geplaatst.

Door verdachte is een door hem en [slachtoffer] ondertekend document (DOC-037-01) overgelegd, waaruit blijkt dat deze model-werkgeversverklaring slechts informatief is bedoeld. In dit document staat verder: “Deze gegeven mogen nergens anders voor gebruikt worden.”.

De politierechter is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat verdachte de model-werkgeversverklaring - met uitzondering van de handtekening en bedrijfsstempel - heeft opgemaakt. Voorts is de politierechter van oordeel dat, gelet op het dossier, niet kan worden vastgesteld dat verdachte dit document heeft opgemaakt met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of te doen gebruiken. De politierechter spreekt verdachte daarom vrij van het primair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde overweegt de politierechter dat op grond van het dossier niet kan worden bewezen dat verdachte opzet had op het (doen) gebruikmaken van het document als ware het echt en onvervalst. In dat kader is bovendien van belang dat uit het overgelegde document (DOC-037-01) het tegendeel blijkt. De politierechter spreekt verdachte daarom vrij van het subsidiair ten laste gelegde.

Tot slot is de politierechter van oordeel dat verdachte eveneens van de meer subsidiair en nog meer subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid dient te worden vrijgesproken, nu het voor medeplichtigheid vereiste (voorwaardelijk) opzet niet bewezen kan worden verklaard.

Conclusie

De politierechter acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem integraal zal vrijspreken.

5 De schade van benadeelden

De politierechter is van oordeel dat de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de verdachte integraal van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken.

6 De beslissing

De politierechter:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair, subsidiair, meer subsidiair en nog meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, politierechter, in tegenwoordigheid van

mr. J.A. Krooshof, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2018.