Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:553

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-02-2018
Datum publicatie
22-02-2018
Zaaknummer
08/952935-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt schuldig bevonden mensenhandel (artikel 273f Sr). Er is sprake geweest van het werven, vervoeren, overbrengen en huisvesten van aangeefster. Ook was er sprake van uitbuiting: het slachtoffer werd gedwongen in de prostitutie te werken, de verdiensten verdwenen in de zakken van verdachte. Veroordeling tot een gevangenisstraf van vier jaar waarvan één voorwaardelijk alsmede een aantal (bijzondere) voorwaarden. Immateriële schadevergoeding van € 7.500,- toegewezen, vordering ter zake materiële schadevergoeding ad. € 276.000,- niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/952935-16 (P)

Datum vonnis: 22 februari 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren [1980] in [plaats 1] ,

nu verblijvende in de P.I. Grave, Huis van Bewaring.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 3 augustus 2017, 31 oktober 2017, 23 januari 2018 en 8 februari 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.E.M. van Erp en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. S.S. Zijderveld, advocaat te Wageningen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 8 februari 2018, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door [slachtoffer] seksueel uit te buiten.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van oktober 2014 t/m 17 juni 2016 te Deventer en/of te Vught en/of te Nuland en/of te Den Bosch en/of te Gilze-Rijen en/of te Soest en/of te Zevenaar en/of te De Bilt en/of te Oosterhout (NB) en/of elders in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer] , geboren [1992] ,

A.

(sub 1) (telkens) door dwang en/of door geweld of een andere feitelijkheid en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer]

en/of

(sub 4) (telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of door geweld of een andere feitelijkheid en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

[slachtoffer] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (mede bestaande uit seksuele handelingen met onder de onder sub 1 genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of door geweld of een andere feitelijkheid en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel

door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of

door misbruik van een kwetsbare positie, enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] zich beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (mede bestaande uit seksuele handelingen met of voor een

derde tegen betaling)

en/of

(sub 9) (telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of door geweld of een andere feitelijkheid en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, [slachtoffer] heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

en/of

B.

(sub 6) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting

van [slachtoffer]

Immers heeft verdachte

- [slachtoffer] opgedragen, om zichzelf te prostitueren, 7 dagen in de week en/of

-bepaald of en hoeveel klanten [slachtoffer] moest ontvangen en/of

-het door [slachtoffer] in de prostitutie verdiende geld ingenomen en/of door [slachtoffer] laten afdragen en/of

- [slachtoffer] diverse malen laten tanken zonder betalen en/of

- [slachtoffer] geld laten overmaken op de rekening van zijn partner [X] en/of

- [slachtoffer] haar pinpas met de pincode aan verdachte laten afstaan

waarbij verdachte

-de foto's heeft gemaakt van [slachtoffer] voor de seksadvertenties en/of

-de seksadvertenties heeft gemaakt van [slachtoffer] en die seksadvertenties op diverse sekssites (www.kinky.nl en www.sexjobs.nl) heeft geplaatst en/of

- [slachtoffer] heeft opgedragen meerdere telefoonabonnementen af te sluiten welke (o.a.) werden gebruikt om die seksadvertenties omhoog te bellen en/of

-heeft bepaald welke klanten [slachtoffer] moest ontvangen en/of

-heeft bepaald welke seksuele handelingen [slachtoffer] moest verrichten en/of daar wel of geen condoom bij werd gebruikt en/of

-het vervoer van [slachtoffer] naar klanten heeft geregeld en/of

-hotelkamers waar [slachtoffer] klanten moest ontvangen heeft gereserveerd en/of

-woon/werkruimten waar [slachtoffer] klanten moest ontvangen heeft gearrangeerd

terwijl verdachte,

- [slachtoffer] heeft misleid (het door [slachtoffer] verdiende geld zou als startkapitaal fungeren voor een door hem, verdachte op te starten bedrijf, waardoor het geld wat [slachtoffer] had verdiend alleen maar meer zou worden) en/of

- [slachtoffer] stelselmatig, althans veelvuldig fysiek heeft mishandeld ...meer en/of

- [slachtoffer] stelselmatig, althans veelvuldig psychisch heeft mishandeld ("je bent waardeloos", "je bent een vieze hoer") en/of

- [slachtoffer] veelvuldig heeft bedreigd ("ik maak je kapot", "ik maak je af") en/of

- [slachtoffer] heeft geïntimideerd ( "je werkt voor mij en je bent nu dus van mij") en/of

- [slachtoffer] heeft geïsoleerd van haar familie, kind en vriendinnen en/of

- [slachtoffer] heeft gecontroleerd door haar altijd in de gaten te houden en/of

- [slachtoffer] (telkens) cocaïne en/of XTC en/of GHB heeft laten gebruiken waardoor zij (weer) verslaafd is geraakt en/of

- [slachtoffer] telkens heeft gemanipuleerd door haar telkens aan te trekken en af te stoten

door welke feiten en omstandigheden voor [slachtoffer] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand heeft kunnen bieden aan verdachte;

(lid 3 sub 2)

terwijl [slachtoffer] een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was, omdat

[slachtoffer] :

- verliefd was op verdachte en bang was om hem kwijt te raken waardoor ze alles deed wat hij van haar wilde en haar totaal in zijn macht had

- (wederom) verslaafd was gemaakt/geraakt aan harddrugs

- veelvuldig dakloos was

(lid 3 sub 3)

welke feiten werden voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt, zoals verwoord in haar schriftelijke requisitoir, zich op het standpunt dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, met uitzondering van het onderdeel afpersing.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw stelt, zoals verwoord in haar pleitnota, zich op het standpunt dat haar cliënt moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Alleen uit de verklaring van [slachtoffer] blijkt dat sprake zou zijn van uitbuiting en mensenhandel, zodat onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Bovendien ontkent haar cliënt dat hij [slachtoffer] heeft gedwongen of bewogen tot de prostitutie, omdat zij dit vrijwillig deed.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Artikel 273f, eerste lid, sub 1 Sr

Aan de rechtbank ligt de vraag voor of bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mensenhandel van [slachtoffer] in de zin van artikel 273f, eerste lid, subonderdelen 1, 4, 6 en 9 en derde lid, subonderdelen 2 en 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Hiervoor dient de rechtbank met name te kijken naar drie elementen, te weten 1) de gedragingen van verdachte, 2) de dwangmiddelen en 3) het oogmerk van uitbuiting. Om tot een bewezenverklaring te komen moet sprake zijn van gedragingen onder uitoefening van dwang met het oogmerk van uitbuiting van de ander. In het hierna volgende zal op deze onderdelen worden ingegaan.

Gedragingen met oogmerk van uitbuiting

De rechtbank concludeert uit de bewijsmiddelen dat sprake is geweest van het werven, vervoeren, overbrengen en huisvesten van aangeefster. Het werven bestaat uit het voorstel van verdachte aan aangeefster om in de prostitutie te blijven werken door goede financiële vooruitzichten te beloven met het oog op het opzetten van een eigen zaak. Verdachte bekent dat hij aangeefster diverse malen heeft vervoerd en overgebracht naar hotels en klanten wetende dat zij daar betaald werd voor haar seksuele diensten. Voorts heeft verdachte zorg gedragen voor huisvesting voor aangeefster.

Dwangmiddelen

Voorts dient te worden vastgesteld of verdachte gebruik heeft gemaakt van dwangmiddelen in de zin van artikel 237f, eerste lid, aanhef en onder 1, Sr. Een dwangmiddel dient ertoe te leiden dat iemand in een uitbuitingssituatie belandt dan wel dat iemand wordt belet zich aan een uitbuitingsituatie te onttrekken. De uitbuiting kan ook bestaan uit een combinatie van verschillende dwangmiddelen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte jegens aangeefster gebruik heeft gemaakt van meerdere dwangmiddelen, namelijk van dwang, geweld, dreiging met geweld, misleiding en misbruik van een kwetsbare positie.

Vast staat op basis van de gehanteerde bewijsmiddelen dat verdachte aangeefster tijdens het verrichten van de seksuele diensten steeds in de gaten hield en stelselmatig controle op haar uitoefende, fysiek dan wel anderszins. Deze vaststelling wordt ondersteund door de verklaringen van de ouders van aangeefster die zeggen dat verdachte veelvuldig telefonisch contact onderhield met aangeefster. Verdachte claimde en beheerste haar. Aangeefster verklaart voorts dat ze bang was voor verdachte en dat hij zich vaak gewelddadig en verbaal agressief opstelde.

Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan geweld en dreiging met geweld jegens aangeefster. Verdachte bekent dat hij geweld heeft gebruikt jegens aangeefster. Aangeefster verklaart hierover dat verdachte haar aan haar haren trok en haar sloeg, omdat zij wilde stoppen met haar werk als prostituee. Ook heeft verdachte meermalen tegen aangeefster gezegd dat hij haar kapot zou maken en haar af zou maken.

Verdachte heeft aangeefster bovendien misleid door te zeggen dat het door aangeefster verdiende geld als startkapitaal zou fungeren voor een door hem op te starten bedrijf. Hierdoor zou het door haar verdiende geld alleen maar meer worden. Aangeefster verklaart dat zij dacht dat ze maar een half jaar in de prostitutie hoefde te werken en dat zij daarna een legaal inkomen zouden hebben uit het bedrijf van verdachte. Voor aangeefster was deze misleiding dan ook de aanleiding om haar werkzaamheden in de prostitutie voort te zetten.

Tot slot heeft verdachte misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van aangeefster. Reeds de omstandigheid dat aangeefster niet zelfstandig over de door haar gegenereerde inkomsten kon beschikken en haar geld aan verdachte moest afdragen, duidt op een afhankelijks- dan wel een uitbuitingssituatie. Doordat aangeefster bovendien gevoelens voor verdachte had en bang was om hem kwijt te raken, is een relatie ontstaan waarbij verdachte aangeefster in haar macht had. Aangeefster verklaart hierover dat zij steeds meer een bezit en gebruiksvoorwerp werd van verdachte. Zij deed, zo verklaart ze, alles voor verdachte.

Omdat verdachte gebruik heeft gemaakt van voornoemde ongeoorloofde dwangmiddelen is voor een bewezenverklaring niet van belang of aangeefster al dan niet heeft ingestemd met het werken in de prostitutie. Door het gebruik van deze dwangmiddelen is aangeefster in een door verdachte gecreëerde uitbuitingssituatie beland.

(Oogmerk van) uitbuiting

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat geen sprake is van uitbuiting, omdat aangeefster van meet af aan heeft verklaard dat het haar eigen keuze was om het werk als prostituee te doen en te blijven doen. De rechtbank stelt voorop dat het al dan niet instemmen van aangeefster met de prostitutiewerkzaamheden er niet aan in de weg staat dat sprake is geweest van uitbuiting in de zin van artikel 273f Sr. De rechtbank verwijst daartoe naar het arrest van de Hoge Raad van 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099.

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier volgt dat sprake is geweest van een (ernstige) drugsverslaving bij aangeefster. Deze drugsverslaving heeft eraan bijgedragen dat zij in een kwetsbare, afhankelijke, situatie zat. Daarnaast heeft de omstandigheid dat aangeefster een relatie had met verdachte ertoe geleid dat voor haar geen mogelijkheid bestond om ten opzichte van verdachte haar eigen afwegingen en/of vrije keuzes te maken. De rechtbank slaat ook acht op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte daarmee heeft behaald. De rechtbank overweegt dat het initiatief om in de prostitutie te blijven werken van verdachte kwam. Hij was degene die de seksadvertenties en daarbij horende foto’s (aan)maakte. De rechtbank concludeert uit de bewijsmiddelen dat verdachte aangeefster niet alleen opdroeg om als prostituee te werken, maar ook bepaalde hoeveel en welke klanten zij moest ontvangen en welke seksuele handelingen zij bij hen moest verrichten. Tevens leest de rechtbank in de bewijsmiddelen dat aangeefster al haar verdiende geld aan verdachte heeft afgedragen. Verdachte wist bovendien de pincode van aangeefster en liet haar haar pinpas afstaan. Daarnaast heeft aangeefster diverse keren geld moeten overmaken naar de partner van verdachte, [X] . Als aangeefster met de auto van [plaats 2] naar [plaats 3] wilde om haar dochter te bezoeken, liet verdachte haar tanken zonder te betalen. Tot slot droeg verdachte aangeefster op om telefoonabonnementen af te sluiten, welke onder meer werden gebruikt om seksadvertenties omhoog te bellen. Het gevolg daarvan is dat verdachte aangeefster met grote schulden heeft achtergelaten.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van aangeefster dat sprake is geweest van uitbuiting voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Zo verklaart ook [getuige 1] dat verdachte zich bezighield met een bedrijf waar hij geld voor nodig had. Voorts verklaren [getuige 2] en [getuige 3] dat verdachte, ondanks zijn uitkering, altijd contant geld op zak had. Daarnaast leidt de rechtbank uit de verklaring van [getuige 4] af dat zij ook voor verdachte heeft geprostitueerd en ook haar geld aan verdachte moest afstaan.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum.

De rechtbank leidt uit het hiervoor overwogene af dat verdachte niet alleen het oogmerk van uitbuiting had toen hij de hiervoor genoemde handelingen verrichtte, maar dat hij aangeefster ook daadwerkelijk heeft uitgebuit.

Artikel 273f, eerste lid, sub 4, 6 en 9 Sr

Op grond van hetgeen ten aanzien van artikel 273f, eerste lid, sub 1 Sr is overwogen kunnen ook het dwingen of bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 4), het opzettelijk voordeel trekken uit de seksuele uitbuiting (sub 6) en het dwingen te bevoordelen (sub 9) worden bewezen.

Artikel 273f, derde lid, sub 2 en 3 Sr

Op grond van hetgeen ten aanzien van artikel 273f, eerste lid, sub 1 Sr is overwogen is ook vast komen te staan dat aangeefster een kwetsbaar persoon in een kwetsbare positie was, omdat zij in een machtsrelatie verwikkeld is geraakt (sub 2). Daarnaast kan gelet op het hiervoor overwogene worden vastgesteld dat de feiten werden voorafgegaan, verzegeld of gevolgd van geweld (sub 3).

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het aan verdachte ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode van oktober 2014 t/m 17 juni 2016 te Deventer, Vught, Nuland, Den Bosch , Gilze-Rijen en Oosterhout (NB) een ander, te weten [slachtoffer] , geboren [1992] ,

A.

(telkens) door dwang, geweld, dreiging met geweld, misleiding en misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer] en

(telkens) met van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang, geweld, dreiging met geweld, misleiding en misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, bestaande uit seksuele handelingen met onder de onder sub 1 genoemde omstandigheden, te weten door dwang, geweld, dreiging met geweld, misleiding en misbruik van een kwetsbare positie enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist dat [slachtoffer] zich beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, bestaande uit seksuele handelingen met of voor een

derde tegen betaling en

(telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang, geweld, dreiging met geweld, misleiding en misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer] heeft gedwongen hem te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde en

B.

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van [slachtoffer]

Immers heeft verdachte

- [slachtoffer] opgedragen, om zichzelf te prostitueren;

-bepaald of en hoeveel klanten [slachtoffer] moest ontvangen;

-het door [slachtoffer] in de prostitutie verdiende geld ingenomen en door [slachtoffer] laten afdragen;

- [slachtoffer] diverse malen laten tanken zonder betalen;

- [slachtoffer] geld laten overmaken op de rekening van zijn partner [X] ;

- [slachtoffer] haar pinpas met de pincode aan verdachte laten afstaan,

waarbij verdachte

-de foto's heeft gemaakt van [slachtoffer] voor de seksadvertenties;

-de seksadvertenties heeft gemaakt van [slachtoffer] en die seksadvertenties op diverse sekssites (www.kinky.nl en www.sexjobs.nl) heeft geplaatst;

- [slachtoffer] heeft opgedragen meerdere telefoonabonnementen af te sluiten welke o.a. werden gebruikt om die seksadvertenties omhoog te bellen;

-heeft bepaald welke klanten [slachtoffer] moest ontvangen;

-heeft bepaald welke seksuele handelingen [slachtoffer] moest verrichten en of daar wel of geen condoom bij werd gebruikt;

-het vervoer van [slachtoffer] naar klanten heeft geregeld;

-hotelkamers waar [slachtoffer] klanten moest ontvangen heeft gereserveerd;

-woon/werkruimten waar [slachtoffer] klanten moest ontvangen heeft gearrangeerd,

terwijl verdachte,

- [slachtoffer] heeft misleid (het door [slachtoffer] verdiende geld zou als startkapitaal fungeren voor een door hem, verdachte op te starten bedrijf, waardoor het geld wat [slachtoffer] had verdiend alleen maar meer zou worden);

- [slachtoffer] veelvuldig fysiek heeft mishandeld;

- [slachtoffer] veelvuldig psychisch heeft mishandeld ("je bent waardeloos", "je bent een vieze hoer");

- [slachtoffer] veelvuldig heeft bedreigd ("ik maak je kapot", "ik maak je af");

- [slachtoffer] heeft geïntimideerd ( "je werkt voor mij en je bent nu dus van mij");

- [slachtoffer] heeft gecontroleerd door haar altijd in de gaten te houden;

- [slachtoffer] cocaïne, XTC en GHB heeft laten gebruiken;

- [slachtoffer] telkens heeft gemanipuleerd door haar telkens aan te trekken en af te stoten,

door welke feiten en omstandigheden voor [slachtoffer] een afhankelijkheidssituatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en ten gevolge waarvan zij geen weerstand heeft kunnen bieden aan verdachte;

terwijl [slachtoffer] een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was, omdat

[slachtoffer] :

- verliefd was op verdachte en bang was om hem kwijt te raken waardoor ze alles deed wat hij van haar wilde en haar totaal in zijn macht had

welke feiten werden voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 273f Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf:

mensenhandel.

6 De strafbaarheid van verdachte

Ter beoordeling van de toerekeningsvatbaarheid van verdachte heeft de rechtbank op 10 juli 2017 een psychologisch rapport en op 20 januari 2018 een psychiatrisch rapport ontvangen.

De psycholoog, N. van der Weegen, komt tot de conclusie dat verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Er is sprake van een hoge mate van psychopathie. Daarnaast is sprake van een stoornis in cocaïnegebruik. Dit was ten tijde van de ten laste gelegde feiten hetzelfde. De ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde. Verdachte geeft aan dat hij aangeefster nooit iets tegen haar zin heeft laten doen. Door zijn persoonlijkheidsstoornis heeft verdachte echter een gebrek aan empathie. Hij staat er niet bij stil hoe zaken voor anderen zijn en hoe hij op anderen overkomt. Verdachte is, door zijn persoonlijkheidsstoornis, manipulatief en opportunistisch. Hij is zich er niet echt van bewust dat hij anderen onder druk zet en zij zich niet vrij voelen om te doen wat ze zouden willen doen. Hij is, door het gebrek aan empathie en het opportunisme voorkomend uit de persoonlijkheidsstoornis, vooral gericht op eigen genot en niet zo geïnteresseerd en gevoelig voor hetgeen die ander beleeft en voelt. Aangezien de persoonlijkheidsstoornissen van verdachte een grote rol hebben gespeeld in de onder ‘’A’’ ten laste gelegde zaken, adviseert de rapporteur hem deze zaken in verminderde mate toe te rekenen. De zaken die onder ‘’B’’ ten laste worden gelegd lijken niet beïnvloed te zijn door de persoonlijkheidsstoornissen van verdachte en kunnen hem, indien bewezen, volledig worden toegerekend.

De psychiater, B.A. Blansjaar, concludeert dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met ook narcistische trekken en aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van een stoornis in het gebruik van cocaïne, met afhankelijkheid, in vroege remissie in een gereguleerde omgeving. Ten tijde van het tenlastegelegde was (ook) sprake van genoemde duurzame persoonlijkheidsstoornis van verdachte en van ernstig habitueel misbruik van cocaïne. De ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde. Het door verdachte bekende tenlastegelegde is deels voortgekomen uit beperkingen als gevolg van zijn persoonlijkheidsstoornis, met name impulsiviteit, beperkingen van gewetensfuncties en empathische vermogens en een egocentrische beleving met neiging tot exploitatie van anderen, in aanzienlijke mate versterkt door de effecten van misbruik en afhankelijkheid van cocaïne. Door zijn cluster B persoonlijkheidsstructuur was en is hij kwetsbaar voor misbruik en afhankelijkheid van middelen. Er kan worden overwogen dat verdachte, mede door zijn voorgeschiedenis, zich van tevoren bewust was van het wederrechtelijke van het door hem bekende tenlastegelegde, zoals hij zelf ook heeft benoemd, en van de mogelijke kwalijke gevolgen van cocaïnemisbruik. Hij was echter door zijn persoonlijkheidsstoornis beperkt in zijn vermogen naar dat besef te handelen. Daarom wordt geadviseerd hem het tenlastegelegde, voor zover bewezen, in enigszins verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog en de psychiater over en is op grond daarvan van oordeel dat verdachte ten tijde van het plegen van de feiten in verminderde mate toerekeningsvatbaar gehouden dient te worden ter zake die hem ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van het voorarrest. Een eventuele behandelverplichting zou nadien kunnen plaatsvinden in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om, mocht de rechtbank tot een strafoplegging komen, een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest. Daarbij lijkt een significant voorwaardelijk deel als stok achter de deur passend, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals die zijn geadviseerd door de reclassering en psychiater.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel van aangeefster, een jonge vrouw die zich in een kwetsbare positie bevond. Mensenhandel vormt een grove inbreuk op de menselijke waardigheid en de lichamelijke en geestelijke integriteit van slachtoffers en wordt gezien als schending van fundamentele mensenrechten. Verdachte heeft door het gebruik van dwangmiddelen de persoonlijke vrijheid van aangeefster zo sterk ingeperkt dat zij niet in vrijheid kon beslissen of zij wel of niet in de prostitutie wilde blijven werken dan wel seksuele handelingen wilde verrichten met een derde. Verdachte heeft geen enkele rekening gehouden met de gevolgen van zijn handelen voor de psychische en lichamelijke integriteit van aangeefster. Hij heeft in plaats daarvan zijn eigen (financiële) belangen op de voorgrond gesteld om zijn cocaïneverslaving te kunnen bekostigen.

De rechtbank heeft rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 8 januari 2018. Hieruit blijkt dat verdachte voorafgaand aan het huidige feit in voorlopige hechtenis heeft gezeten wegens mensenhandel. Kort na zijn invrijheidstelling is hij met aangeefster meteen weer op dezelfde voet verdergegaan. De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat hij dus kennelijk niet van zijn fouten heeft geleerd. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het advies van de reclassering om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een meldplicht, behandelverplichting, drugsverbod en contactverbod.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de psychologische rapportage. Hieruit blijkt dat de rapporteur de kans zeer groot acht dat verdachte opnieuw over de grenzen van anderen zal gaan en anderen onder druk zal zetten en manipuleren. Hij is er, door zijn stoornis, onvoldoende van bewust hoe anderen zich voelen en hoe zij het beleven. Dit zou dan ook opnieuw tot strafbare feiten kunnen leiden. De rapporteur ziet geen beschermende factoren in de persoonlijkheid van verdachte. Verdachte heeft geen inzicht in zijn eigen problematiek. Hij is instabiel in zowel denken, voelen en gedrag. Zijn leefomstandigheden zijn ook instabiel. Verdachte heeft geen woonruimte, geen dagbesteding en geen inkomen. Het recidiverisico lijkt al met al heel hoog te zijn. Ter zitting heeft de psycholoog een voorwaardelijke gevangenisstraf geadviseerd met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals die zijn geformuleerd door de reclassering.

Tevens heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische rapportage. Hieruit komt naar voren dat de kans op recidive kan worden ingeschat als matig verhoogd tot hoog. Bescherming gaat uit van de bereidheid van verdachte om mee te werken aan de behandeling van zijn verslaving en aan langdurig toezicht door de reclassering, met regelmatige urinecontroles. Daarbij kan in ogenschouw worden genomen dat verdachte kan worden gesteund door een blijkbaar maatschappelijk adequaat functionerende partner en door zijn moeder en andere familieleden. In die context kan het recidiverisico waarschijnlijk het best worden verlaagd door een ambulante behandeling van de verslaving van verdachte. Geadviseerd wordt het recidiverisico te beperken door het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met een lange proeftijd onder toezicht van de reclassering en bijzondere voorwaarden die verdachte verplichten mee te werken aan een ambulante behandeling van zijn verslaving en regelmatige urinecontroles.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit, de relevante documentatie van verdachte en de adviezen van de reclassering, psycholoog en psychiater niet anders kan worden gereageerd dan met een gevangenisstraf. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het passend en geboden om een deel daarvan voorwaardelijk op te leggen met de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd. Verdachte heeft ter terechtzitting immers verklaard dat hij openstaat voor hulp, zijn gedrag wil veranderen en thans beschikt over een sociaal vangnet. De rechtbank overweegt daarnaast dat een dergelijke straf mogelijk kan bijdragen aan het inperken van het recidiverisico en het weerhouden van verdachte om in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 283.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade van € 258.500,- bestaat uit de gederfde prostitutie inkomsten. Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 25.000,- gevorderd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij integraal wordt toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat de benadeelde partij voor de gevraagde materiële schadevergoeding niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd en onevenredig belastend is voor het strafproces. De raadsvrouw voert subsidiair aan dat indien sprake is van een vordering, niet meer dan 50% kan worden toegewezen. De immateriële schadevergoeding dient te worden afgewezen, aldus de raadsvrouw.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Wat betreft de vordering tot immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks immateriële schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank is echter van oordeel dat het gevorderde schadebedrag voor matiging in aanmerking komt. De rechtbank zal naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid volstaan met een immateriële schadevergoeding van een bedrag van € 7.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2016. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Het deel van de vordering dat niet-ontvankelijk is, kan de benadeelde partij slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Wat betreft de materiële schade is de rechtbank van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank overweegt daartoe dat zelfs bij benadering enige concreetheid van de vordering ontbreekt. De rechtbank constateert dat aangeefster zelf ook heeft geprofiteerd van haar inkomsten, bijvoorbeeld door betaling van de huur. Daarnaast acht de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten aanwezig om te kunnen vaststellen hoeveel aangeefster heeft gewerkt. Aangeefster verklaart zelf dat zij zeven dagen per week werkte, maar is daarin de enige. De benadeelde partij zal dan ook ten aanzien van de materiële schade geheel niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en kan deze aldus slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 63 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

mensenhandel;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 1 (één) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich op eerste uitnodiging meldt bij de verslavingsreclassering van Novadic Kentron te Eindhoven en zich vervolgens blijft melden, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht;

- zich ambulant laat behandelen voor zijn stoornissen bij Novadic Kentron of een soortgelijke ambulante instelling, ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van de polikliniek zullen worden gegeven;

- op geen enkele wijze contact opneemt en/of onderhoudt met [slachtoffer] , geboren [1992] in [plaats 4] , zo lang de reclassering dit nodig acht;

- zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van harddrugs en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek, zolang de reclassering dat nodig acht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 7.500,- (zegge: vijfenzeventighonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2016;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 7.500,- (zegge: vijfenzeventighonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2016, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 72 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer], voor een deel van € 276.000,- (zegge: tweehonderdzesenzeventigduizend euro) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. A.A.A.M. Schreuder en mr. H.R. Schimmel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2018.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600 ONRCC16033 B, onderzoek KAST. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 18 juni 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 52-54):

(…) In oktober 2014 kwam ik in aanraking met [verdachte] . (…) Ongeveer twee weken later kreeg ik een jas van [verdachte] . Ik had op dat moment geld nodig. Ik vroeg aan [verdachte] waarom ik die jas kreeg en wat ik er voor zou moeten doen. Ik hoorde [verdachte] zeggen: ‘Als je wil dan kan je bij mij veel geld verdienen.’ (…) Het werk waar we het over hebben betreft de prostitutiewereld. Sinds de eerste dag dat ik voor hem aan het werk was, was ik van [verdachte] . Althans zo zei hij het. ‘’Je werkt voor mij en je bent nu dus van mij.’’ (…) Ik kreeg langzaam gevoelens voor hem. Ik en [verdachte] kregen een soort van relatie, daarnaast werkte ik ook voor hem. (…) Ik kreeg ook veel pillen van hem. (…) Van het verdiende geld zag ik niet veel terug. (…) Ik hield van hem (…). Ik werd steeds meer een bezit en een gebruiksvoorwerp van [verdachte] . (…) Hij bleef op mij inpraten, ik zou een waardeloos iemand zijn. (…) Ongeveer in april 2015 (…) wilde ik weggaan bij hem. Ik zag en voelde dat [verdachte] mij aan mijn haren trok en door de gang trok. Dit deed pijn. Dit is gebeurd in de [adres 1] in [plaats 3] (…). Sinds die tijd was [verdachte] vaak gewelddadig en verbaal agressief tegen mij. (…) In de zomer van 2015 heb ik een hevige ruzie gehad met [verdachte] . Ik wilde stoppen. (…) Ook was er vaak ruzie over drugs. Hij bleef het mij aanbieden. Ik wilde dit niet. Dit was op een slaapkamer in [plaats 2] (…) in de [adres 2] . (…) Ik zag en voelde dat hij mij aan mijn haren trok. Ik zag en voelde dat hij mij sloeg. (…) Hij bleef op mij in slaan. Dit deed pijn. (…) Door [verdachte] werden de klanten geregeld. (…) Op het moment dat ik iets niet wilde doen, werd ik vaak geslagen door [verdachte] . Dit begon ongeveer in oktober 2015. Ik ben vaak door [verdachte] mishandeld (…) In november 2015 zat ik in de vrouwenopvang in [plaats 3] . 6 november ben ik hier weggegaan, dit omdat [verdachte] aangaf dat hij bij zijn vrouw weg was en dat hij mij weer gouden bergen beloofde. (…) In januari 2016 was ik in [plaats 2] aan de [adres 3] bij mij thuis. (…) Ik rende voor hem weg, omdat ik geslagen werd. (…) Ik zag dat hij de deur open trapte. Ik voelde dat de deur met kracht tegen mijn hoofd kwam. Mijn hoofd bloedde. Ik ben toen uiteindelijk naar de eerste hulp gegaan. Ik heb hier toen 3 hechtingen aan over gehouden. (…) [verdachte] is mijn pooier geweest. Hij regelde mijn afspraken, hij pakte mijn geld. Ik bracht ongeveer 300 tot 1000 euro per dag binnen. Ik zag hier niks van terug. Meerdere malen had [verdachte] afspraken gemaakt, ook voor seks zonder condoom. Ik wilde dit niet. Ik ben afhankelijk gemaakt van hem. Ik was bang voor hem. Hij mishandelde mij, geestelijk en fysiek ben ik onder druk gezet. (…) Tijdens de gehele periode met [verdachte] ben ik emotioneel afhankelijk van hem gemaakt. (…) Bijna dagelijks riep hij dat hij me kapot zou maken. Hij zou me afmaken. (…)

2. Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer] d.d. 1 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 58-62):

(…) Hij heeft me gewoon van hem afhankelijk gemaakt. Ik moest gewoon alles betalen, hij was altijd baas over mijn geld. Ik kreeg niks. (…) Ik verdiende mijn geld in de prostitutie. (…) Hij noemde me elke dag een vieze hoer. (…) Hij had het altijd over een eigen bedrijf en ik dacht dat ik misschien een half jaar het werk in de prostitutie hoefde te doen en dan kon stoppen en dat we door middel van dit bedrijfje een legaal inkomen zouden hebben. Ik zou zorgen voor het startkapitaal en hij zou zorgen dat door dit bedrijf ons geld meer zou worden. (…)

3. Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer] d.d. 6 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 64-67):

(…) [verdachte] had foto’s van mij gemaakt voor op de site. Dat was Kinky.nl. (…) De klant betaalde het aan mij en ik gaf het weer aan hem, [verdachte] . Al het geld dat ik verdiende gaf ik aan hem. (…) [verdachte] heeft de advertenties aangemaakt. Hij had een account aangemaakt bij Kinky en Sexjobs. (…) [verdachte] maakte de foto’s met zijn telefoon (…). Ik deed escort, klanten kwamen bij mij thuis, dus thuisontvangst, soms in hotels en soms bij de klant thuis. Ik praat dan over Hotel [A] , hotel [B] en hotel [C] , [D] in Den Bosch en ik heb vanaf vakantiepark [E] tussen [plaats 5] en [plaats 6] gewerkt en hotel [F] . (…) Dit ging op mijn naam. We regelden dit digitaal via mijn rekening op Hotelspecials. Ook belde [verdachte] of ik dan naar een hotel of er plaats was. (…) Ook als er geld op mijn rekening stond, werd er geld afgeschreven door hem van mijn rekening. Ik moest ook weleens geld overmaken aan zijn vrouw, omdat ze geld nodig had. Dan bedoel ik naar [X] . (…) Ik had mijn pincode aan hem gegeven. (…) Ik was bang om hem kwijt te raken (…) Maar die macht die hij over mij heeft, daar geniet hij van. (…) En ik ging ook ver voor hem, ik heb alles voor hem gedaan. (…) Ik moest elke keer XTC slikken van hem (…) Hij bepaalde alles voor mij. (…)

4. Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer] d.d. 22 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 77-85):

(…) [verdachte] wilde de hele dag maar spacen (cocaïne) en pillen eten. Ik moest dit ook. (…) [verdachte] regelde het vervoer naar de klanten. Dat deed hij zelf of hij schakelde één van zijn vrienden in . (…) Het verschilde per dag hoeveel klanten ik op een dag had. (…) [verdachte] bepaalde welke dagen en uren ik werkte. (…) Ik heb ook abonnementen gehad van Vodafone. (…) Ik had deze abonnementen afgesloten. (…) Ik moest van [verdachte] ook iedere keer de advertentie naar boven bellen. (…) Ik tankte zonder te betalen. (…) Vaak moest ik ook van [verdachte] tanken. Er is vaak niet betaald bij de tankstations. (…) Ik heb dit zo vaak gedaan, wel op 10 plekken. (…) Hij controleerde mij altijd (…) Hij kreeg mijn bankpas wel eens om geld te pinnen. Hij wist ook mijn pincode omdat ik dit al eens gegeven had (…). Hij liet me pillen slikken terwijl ik dat niet wilde (…). GHB hebben we ook nog wel even gehad. (…)

5. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 20 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 136-137):

(…) [verdachte] controleerde [slachtoffer] . Hij appte en hij sms’te haar continu. (…) [slachtoffer] heeft wel een enorme schuld opgebouwd. Daarin blijkt [verdachte] wel een grote vinger in de pap te hebben gehad. (…)

6. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] d.d. 21 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 142-143):

(…) Op een gegeven moment kwam [verdachte] in beeld. (…) Ik vond dat hij [slachtoffer] teveel beheerste en claimde (…). Direct nadat [verdachte] in beeld kwam, liep [slachtoffer] met twee telefoons. (…) Een was zonder internet, daar belde en sms’te [verdachte] altijd op. Dit gebeurde 24 uur per dag, dit was echt ziek. (…) Hij controleerde haar. (…) Op haar naam staan veel meer telefoons. [verdachte] heeft namelijk op haar naam andere telefoonabonnementen laten afsluiten en daar moet ze nu nog de rekeningen voor betalen. Ik weet dit omdat ik in eerste instantie haar financiën beheerde. (…)

7. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 9 januari 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 191-193):

(…) Ik weet dat [slachtoffer] in [plaats 2] woonde. Uiteindelijk kwam dat [verdachte] en [slachtoffer] daar samen woonden. (…) [verdachte] vertelde dat de woning op zijn naam stond en dat [slachtoffer] de huur betaalde. (…) [verdachte] vertelde mij dat [slachtoffer] in de prostitutie werkte om het cocaïnegebruik te betalen. (…) Ik ontving een keer een brief van de deurwaarder vanwege tanken zonder te betalen. (…) De brief was op naam van [slachtoffer] . Zij had zich gelegitimeerd bij het tankstation. (…) [verdachte] was bezig met een bedrijf waar hij geld voor nodig had. (…)

8. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 3 mei 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 298):

(….) Ik weet dat [verdachte] altijd geld had maar ik weet niet hoe hij hier aan kwam. Het was contant geld. Hij had altijd wel 2 briefjes van € 50 zich bij. Ik vond dat wel knap als je een uitkering hebt. (…) Crack, GHB, weed, pillen. Ik heb hem toen dat ook zien gebruiken. (…) [slachtoffer] gebruikte ook vaak. (…) Ik heb [slachtoffer] wel eens horen roepen dat ze geld wilde maar [verdachte] gaf niets. (…)

9. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 11 mei 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 302-303):

(…) [verdachte] kwam op een gegeven moment naar mij toe en vroeg of ik in de prostitutie wilde werken. (…) Hij vertelde mij dat hij een meisje wist waarmee ik het samen kon doen. Dat meisje bleek [slachtoffer] te zijn. We hebben toen een aantal malen samen in de prostitutie gewerkt. (…) Zo’n 3 a 4 jaar geleden. (…) Ik heb nooit geld ontvangen. [verdachte] nam het geld in. (…) [slachtoffer] heeft me verteld dat ze ook nooit geld van hem heeft gehad. (…)

10. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 23 mei 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 319-321):

(…) [slachtoffer] werkt in de prostitutie. (…) Daar werd over gepraat door [verdachte] . (…) [verdachte] verdiende aan de prostitutie van [slachtoffer] . (…) Ik heb bij hem wel eens dikke pakken met geld gezien. (…) Ik wist niet hoe hij aan dat geld kwam. Mijn eigen invulling was dat het afkomstig was van de prostitutie. (…) [verdachte] zorgde ervoor dat er foto’s en advertenties op internet kwamen. (…)

11. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 maart 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 427-429):

(…) Op het [emailadres 1] vond Teasemedia B.V. een account, voorzien van het ID nummer 302241. Dit account was aangemaakt op 21-01-2015 te 22.37 uur (…) en verwijderd op 04-06-2015 20:40 uur (…). Aan dit account waren 120 seksadvertenties gekoppeld. (…)

Tel. nr. gekoppeld

aan advertentie /

omhoog plaatsen:

Tenaamstelling

BVI-IB / Summ-it

06-10784009

Aantal adv.: 67

PRE PAID

Igb [slachtoffer] (…)

06-12629144

Aantal adv.: 5

Wholesale

Igb [slachtoffer] (…)

Gebruikt bij hotelkamer reserveringen (…)

06-23489575

Aantal adv.: 5

[X] , [adres 4] , [plaats 3]

Igb verdachte [verdachte] (…)

In totaal werden met bovenstaande telefoonnummers de advertenties 724 x omhoog geplaatst. (…)

Op het [emailadres 2] vond Teasemedia B.V. een account, voorzien van het ID nummer 342549. Dit account was aangemaakt op 13-6-2015 te 16.07 uur (…) en verwijderd op 4-9-2015 te 15.11 uur (…). Aan dit account waren 94 seksadvertenties gekoppeld. (…)

Tel. nr. gekoppeld

aan advertentie /

omhoog plaatsen:

Tenaamstelling

BVI-IB / Summ-it

06-10784009

Aantal adv.: 33

PRE PAID

Igb [slachtoffer] (…)

In totaal werden met bovenstaande telefoonnummers de advertenties 476 x omhoog geplaatst. (…)

12. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 374-377):

(…) - Hotel [F] (28-1-2015 t/m 30-1-2015)

- Hotel Campanile, (…) ’s-Hertogenbosch (27-07-2015 t/m 29-7-2015)

- Recreatiepark [E] (30-01-2015 t/m 06-02-2015 en 06-02-2015 t/m 13-02-2015)

- Hotel [B] (28-08-2015 t/m 29-08-2015; 19-03-2016 t/m 20-03-2016 en 30-03-2016 t/m 31-03-2016)

- [C] (8-06-2015 t/m 9-06-2015 en 22-05-2015 t/m 23-05-2015) (…)

13 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 11 mei 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 537-542):

(…) Ik erken wel dat ik haar (…) [slachtoffer] (…) sloeg. (…) Zij heeft zelf het geld ontvangen en wij hebben het samen opgemaakt. (…) We hebben samen deze dingen (…) advertentie (…) gedaan. (…) Ik maakte soms de foto’s (…)

14 De verklaring van [verdachte] zoals afgelegd ter terechtzitting van 8 februari 2018, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:

(…) Ik wist dat [slachtoffer] in de prostitutie werkte. (…) Wij hebben samen drugs gebruikt, waaronder cocaïne. (…) We leefden en woonden samen. (…) Ik heb er geld uit gepakt. (…) Ik heb een relatie met haar gehad. (…) Ik heb een jas voor haar gehaald. (…) Ik heb haar wel eens geslagen. We hadden een haat-liefdeverhouding. (…) Ik heb wel eens geld gepind van haar bankrekening. (…) [slachtoffer] heeft wel eens getankt zonder te betalen. (…) Ik heb wel eens geroepen ‘ik maak je kapot, vieze kuthoer’. (…) [slachtoffer] heeft geld overgemaakt naar de bankrekening van [X] . (…) Ik heb met haar telefoonabonnementen afgesloten. Zij heeft de telefoons gekocht. (…) Ik heb [slachtoffer] vervoerd en overgebracht naar klanten, net zozeer als [G] , [H] en [J] . (…)