Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:537

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-02-2018
Datum publicatie
22-02-2018
Zaaknummer
08/770249-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding van artikel 240b Wetboek van Strafrecht: het digitaal voorhanden hebben van kinderporno. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 180 dagen (waarvan 179 voorwaardelijk), alsmede een taakstraf van 240 uur en bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/770249-17 (P)

Datum vonnis: 22 februari 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren [1978] in [plaats 1] ,

wonende te [adres] , [plaats 2] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 februari 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Zwartjes en van wat door verdachte en de raadsvrouw mr. M. Lubbers, advocaat te Groningen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 21 maart 2017 een gewoonte heeft gemaakt van het -onder meer- verspreiden en in bezit hebben van kinderporno.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2016 tot en met 21 maart 2017 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) (een) afbeelding(en), te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een) film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten een computer (Lenovo), heeft

verspreid en/of

aangeboden (door het plaatsen via Gigatribe en/of Ares in P2P map(pen)) en/of

ingevoerd en/of

doorgevoerd en/of

uitgevoerd en/of

verworven en/of

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit (onder meer):

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en/of de mond/tong

(bestandsna(a)m(en): [foto 1]

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de eigen geslachtsdelen door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand

(bestandsna(a)m(en): [foto 2]

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt

(bestandsna(a)m(en): [foto 3]

en/of

het spuiten van/zichtbaar maken van sperma op het lichaam van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

(bestandsna(a)m(en): [foto 4]

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Verdachte is in oktober 2016 bij de politie in beeld gekomen naar aanleiding van een verwant onderzoek naar een Zwitserse gebruiker van het Peer2Peer-netwerk Gigatribe die gebruik maakte van de naam “Karatekick”. Via het account van “Karatekick” is vervolgens contact tot stand gekomen met een Gigatribe-gebruiker met de naam ‘Deejee95’. Tijdens dit contact zijn meerdere foto-en videobestanden van deze Gigatribe-gebruiker gedownload, van welk beeldmateriaal werd vastgesteld dat het kinderporno betrof. Het IP-adres van deze Gigatribe-gebruiker heeft via zijn Internetprovider naar verdachte geleid. Vervolgens is op 21 maart 2017 in de woning van verdachte binnengetreden, waarbij verscheidene gegevensdragers in beslag zijn genomen. Op één van deze gegevensdragers, de PC Lenovo, zijn meerdere kinderpornografische afbeeldingen, foto’s en video’s, aangetroffen.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van het ten laste gelegde, met dien verstande dat bewezen is dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen heeft verspreid, aangeboden, uitgevoerd, verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, en dat verdachte daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, op de wijze zoals door de officier van justitie is gevorderd, met dien verstande dat verdachte van het ‘uitvoeren’ van kinderporno moet worden vrijgesproken.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1, te weten:

- proces-verbaal ex artikel 551 van het Wetboek van Strafvordering, met bijlage inbeslaggenomen goederen;2

- proces-verbaal van bevindingen;3

- processen-verbaal;4

- proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal met bijlage;5

- verklaring verdachte.6

Vast is komen te staan dat verdachte als gebruiker van het computerprogramma Gigatribe, dat wereldwijd via internet te raadplegen is, computerbestanden met kinderpornografisch materiaal heeft gedeeld met andere gebruikers. Gezien het feit dat verdachte hierbij met die andere gebruikers in Gigatribe chatgesprekken7 in het Engels heeft gevoerd, staat voor de rechtbank vast dat verdachte wist dat hij kinderpornografische afbeeldingen op het world wide web, dus ook buiten het grondgebied van Nederland bracht. De rechtbank acht daarom eveneens het ‘uitvoeren’ van kinderpornografische afbeeldingen bewezen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 21 maart 2017 te [plaats 2] , meermalen

afbeeldingen, te weten foto’s en video’s heeft

verspreid en/of

aangeboden (door het plaatsen via Gigatribe in P2P mappen) en/of

uitgevoerd en/of

verworven en/of

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit (onder meer):

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en

het oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en/of de mond/tong

(bestandsnaam: [foto 1]

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en

het betasten en/of aanraken van de eigen geslachtsdelen door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt

(bestandsnaam: [foto 3]

en

het spuiten van/zichtbaar maken van sperma op het lichaam van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (bestandsnaam: [foto 4]

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, uitvoeren, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstaf voor de duur van achttien maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met de (bijzondere) voorwaarden zoals geadviseerd in het rapport van Reclassering Nederland.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte een werkstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde (bijzondere) voorwaarden, op te leggen. De raadsvrouw heeft daartoe - kort samengevat - onder meer het volgende aangevoerd.

Hoewel door de oriëntatiepunten voor een feit als deze een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt wordt genomen, wordt in de praktijk hier ook van afgeweken. In dit geval bestaat daar ook reden toe. Blijkens het rapport van Reclassering Nederland is het noodzakelijk dat wordt ingezet op de hulpverlenging aan verdachte opdat de kans op recidive wordt beperkt. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal deze hulpverlenging echter doorkruisen en zal voor zowel verdachtes huwelijk als zijn bedrijf zeer nadelige gevolgen hebben.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft binnen de periode van een half jaar een aantal kinderpornografische afbeeldingen verworven en in zijn bezit gehad. Daarnaast heeft hij kinderporno verspreid, aangeboden en uitgevoerd. Ten tijde van het onderzoek zijn op de computer van verdachte in totaal 109 toegankelijke bestanden met kinderporno aangetroffen waarvan 55 foto’s en 54 video’s. Verdachte heeft naar eigen zeggen enorm geworsteld met het 'monster' in zichzelf en heeft verklaard dat hij meerdere malen is gestopt met het verzamelen van kinderporno omdat hij zijn gedrag walgelijk en verwerpelijk vond, maar dat hij desondanks telkens weer opnieuw is begonnen. Het is algemeen bekend dat bij de productie van kinderpornografische afbeeldingen kinderen op brute, vergaande en aangrijpende wijze seksueel worden misbruikt door volwassenen. Het behoeft geen betoog dat dergelijk misbruik zeer nadelige gevolgen kan hebben - in de zin van psychische, emotionele en lichamelijke schade - voor de desbetreffende kinderen en dat zij hierdoor ernstig kunnen worden geschaad in hun verdere ontwikkeling. Verdachte heeft door zijn handelen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van een markt waarop dergelijk verwerpelijk materiaal wordt aangeboden en voor de productie waarvan kinderen ook feitelijk worden misbruikt.

Verdachte is blijkens het uittreksel justitiële documentatie niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest. Reclassering Nederland heeft recentelijk een rapport over verdachte uitgebracht. Verdachte leidt volgens het rapport een georganiseerd leven maar beleeft wel op verschillende leefgebieden problemen. Hoewel verdachtes bedrijf op dit moment weer redelijk draait, heeft het de afgelopen jaren veel (financiële) tegenslagen gehad. In zijn huwelijk ervaart verdachte al jaren relatie- en intimiteitsproblemen. Verdachte heeft een laag zelfbeeld, heeft moeite om zijn emoties te uiten en te reguleren en heeft ontoereikende probleemoplossende vaardigheden. Het is volgens de reclassering aannemelijk dat verdachte is gevlucht in het kijken naar (kinder)porno en daaraan verslaafd is geraakt. Na het politiecontact in maart 2017 heeft verdachte op eigen initiatief hulp gezocht en is bij Tactus met een behandeling voor seksverslaving gestart. Omdat in deze behandeling weinig tot geen aandacht is voor zijn delictgedrag en zijn algehele copingsstrategieën, is volgens de reclassering gespecialiseerde zorg wenselijk. Zonder interveniëren is de kans op recidive op de (middel)lange termijn aanwezig. Ter zitting is gebleken dat verdachte om die reden voor een ‘zedenbehandeling’ is verwezen naar forensische polikliniek Transfore, waar hij op 23 februari 2018 een intake zal hebben. Binnen de behandeling bij Transfore zal een delictpreventieplan worden opgesteld en is er aandacht voor emotieregulatie en het adequaat inhoud geven aan de behoefte aan intimiteit en seksualiteit. Verdachte is gemotiveerd voor de behandeling en ook zijn echtgenote wil betrokken worden bij het hulpverleningstraject, wat volgens het rapport een beschermende werking ten aanzien van het recidiverisico heeft. Verdachte heeft ter zitting naar voren gebracht dat in het geval hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd, dit grote negatieve gevolgen voor zowel zijn bedrijf als zijn huwelijk zal hebben.

De reclassering heeft geadviseerd een geheel voorwaardelijke straf op te leggen met als (bijzondere) voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en het volgen van een ambulante behandeling. Daarnaast wordt als bijzondere voorwaarde, in het kader van het ‘vermijden van kinderporno’, geadviseerd - onder meer - de reclassering controles van computers en andere apparatuur van verdachte te laten uitoefenen.

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van het in bezit hebben en verwerven van kinderporno een taakstraf van 240 uur en een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan een gedeelte voorwaardelijk met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. Voor het verspreiden, aanbieden en uitvoeren van kinderporno geldt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar en als hier een gewoonte van wordt gemaakt een gevangenisstraf van twee jaren. De rechtbank ziet echter meerdere redenen van deze oriëntatiepunten af te wijken in die zin dat zij de eerstgenoemde categorie als uitgangspunt van denken hanteert. De rechtbank overweegt daartoe allereerst dat de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen een relatief geringe hoeveelheid en - hoe verwerpelijk ook - voor het overgrote deel een relatief lichte variant betreffen. Daarnaast heeft verdachte zelf hulp voor zijn problemen gezocht en is hij bereid en gemotiveerd zich te laten begeleiden en behandelen. De rechtbank overweegt in dat kader dat het maatschappelijk belang dat met een straf wordt gediend behalve vergelding voor het gepleegde feit, tevens ook het beperken van de kans op recidive vereist. De omstandigheid dat de hulpverlenging en het betrekken van verdachtes echtgenote daarbij als beschermende factoren worden gezien, weegt voor de rechtbank zwaar. Een gevangenisstraf zal deze hulpverlenging doorkruisen. Bij het wegvallen van de beschermende factoren, zal de kans op herhaling in negatieve zin worden beïnvloed.

De rechtbank is van oordeel dat gelet daarop aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank zal volstaan met oplegging van een werkstraf van maximale duur en een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 179 dagen voorwaardelijk, waarmee rekening is gehouden met het bepaalde in artikel 22b Sr. Hierbij is het aangewezen een proeftijd van drie jaren op te leggen, zodat verdachte langere tijd kan worden gevolgd en behandeld. Daarbij zal de voorwaardelijke gevangenisstraf mede tot doel hebben verdachte te motiveren zich van het plegen van strafbare feiten te weerhouden. De bijzondere voorwaarden van meldplicht en ambulante behandeling zullen, mede met het oog op het terugdringen van het recidivegevaar, aan de voorwaardelijke straf worden gekoppeld. Van de geadviseerde voorwaarde dat verdachte zijn computer en andere gegevensdragers door de politie moet laten controleren, is eerder door de Hoge Raad bepaald dat deze voorwaarde niet zonder meer is toegestaan. Hoewel deze uitspraak van de Hoge Raad in beginsel ruimte biedt de voorwaarde op een zodanige wijze te formuleren dat controle van gegevensdragers als bijzondere voorwaarde mogelijk is, acht de rechtbank oplegging van een dergelijke voorwaarde in deze zaak niet opportuun.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c en 22d Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, uitvoeren, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 179 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

- zich laat behandelen door forensische polikliniek Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na uitnodiging van Transfore in februari 2018. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 (tweehonderd veertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. V.P.K. van Rosmalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2018.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Politie Oost Nederland, Team Bestrijding Kinderpornografie en Kindersekstoerisme, met nummer ONRBD17008. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Proces-verbaal ex artikel 551 van het Wetboek van Strafvordering, met bijlage inbeslaggenomen goederen, pagina 94 t/m 99.

3 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 106 t/m 112.

4 Proces-verbaal, betreffende “overnemen en veiligstellen gegevens van digitale gegevensdragers’, pagina 113 t/m 114. Proces-verbaal betreffende ‘bevindingen’, pagina 115 t/m 117.

5 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, met bijlage ‘collectiescan’, pagina 118 t/m 126.

6 De door verdachte ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring.

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, bijlage 6 (Gigatribe chat), pagina 46 t/m 47.