Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:526

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-02-2018
Datum publicatie
20-02-2018
Zaaknummer
08/952512-16 en 08/730443-15 (tul) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee mannen van 23 jaar zijn veroordeeld voor gewelddadige overvallen van prostituees in Breda, Deventer en Zwolle tot celstraffen van respectievelijk 900 dagen en 9 jaar. Zie ook: ECLI:NL:RBOVE:2018:522

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 08/952512-16 en 08/730443-15 (tul) (P)

Datum vonnis: 20 februari 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,

nu verblijvende in FPK Assen.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 februari 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink-van Dijk en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 4 mei 2017, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich (samen met anderen) in de periode van 20 mei 2016 tot en met 21 mei 2016 te Zwolle, heeft schuldig gemaakt aan een gewapende overval op prostituees;

feit 2: zich (samen met anderen) in de periode van 18 mei 2016 tot en met 19 mei 2016 te Breda, heeft schuldig gemaakt aan een gewapende overval op (onder andere) een prostituee.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2016 tot en met 21 mei 2016 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een geldbedrag (ongeveer vierduizend euro) en/of

- een tas (van spijkerstof) en/of

- een telefoon (van het merk Sony Z1) en/of

- een hoeveelheid telefoons (drie stuks van het merk Nokia) en/of

- een hoeveelheid Roemeense bankbiljetten (ongeveer 10 stuks) en/of

- een (zwarte) tablet (van het merk Lenovo) en/of

- een Western Union kaart en/of

- een telefoon (van het merk HTC Desire) en/of

- een (rode) telefoon (van het merk Nokia) en/of

- een autosleutel (van het merk Opel Astra) en/of

- een hoeveelheid (zwarte) telefoons (2 stuks van het merk Nokia) en/of

- een (witte) telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een (gouden) horloge en/of

- een (zwarte) tas en/of

- sigaretten (van het merk Vogue) en/of

- een (zwarte) tas (van het merk Victoria Secret) en/of

- een (witte) telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een (goudkleurige) horloge (van het merk Guess) en/of

- een (zwarte) telefoon (van het merk Nokia),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een hand op de mond van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gedrukt, in ieder geval gezet/gelegd en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 3] naar de woonkamer heeft/hebben geduwd en/of

- aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Control control control” en/of “ssst ssst ssst!” en/of “money, money, money!?” en/of “Waar is het geld?”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- (daarbij) (steeds) met een mes heen en weer heeft/hebben gelopen en/of

- naar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben geroepen dat zij op de grond moes(ten) liggen terwijl verdachte(en) een mes toonde(n) en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (met kracht) naar de grond heeft/hebben geduwd en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben gedwongen op de knieën te zitten en/of op de buik te liggen en/of (daarbij) het hoofd naar beneden te houden en/of

- (daarbij) (steeds) een mes, althans een puntig en/of snijdend voorwerp, heeft/hebben getoond en/of gezwaaid in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- heeft/hebben gepoogd een mes, althans een puntig en/of snijdend voorwerp, op het been van die [slachtoffer 3] te leggen en/of

- de mond(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met tape, althans een klevend goed, heeft/hebben dichtgeplakt en/of

- de/het be(e)n(en) en/of de voet(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met tape en/of tierips heeft/hebben vastgemaakt/vastgebonden en/of

- de handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met tape en/of tierips op haar/hun rug heeft/hebben vastgemaakt/vastgebonden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] op/aan het lichaam heeft/hebben aangeraakt (als zij bewogen terwijl zij op de grond zat(en) en/of lag(en) en/of

- (daarbij) (steeds) een mes, althans een puntig en/of snijdend voorwerp, heeft/hebben getoond aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] ;

2.

hij in of omstreeks de periode van 18 mei 2016 tot en met 19 mei 2016 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een tas en/of

- een tablet en/of

- een portemonnee en/of

- een telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een telefoon (van het merk Huawei),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of

[slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 5] bij de nek en/of keel althans het lichaam, heeft/hebben vastgepakt en/of een hand voor de mond heeft/hebben gehouden en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 5] (met kracht) omlaag heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 5] (verder) naar binnen heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 5] naar de woon-/zitkamer heeft/hebben gesleurd, althans gebracht/geleid en/of

- die [slachtoffer 5] aan het haar heeft/hebben getrokken en/of

- dreigende gebaren (met de vinger voor de mond) naar die [slachtoffer 5] heeft/hebben gemaakt dat ze stil moest zijn en/of

- (vervolgens) stekende bewegingen met een mes richting die [slachtoffer 5] heeft/hebben gemaakt (ter uitdrukking dat verdachte die [slachtoffer 5] zou steken als ze niet stil zou zijn) en/of

- een mes in de richting van die [slachtoffer 6] heeft/hebben gehouden en/of

- aan die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Geef me geld” en/of “op de grond liggen, wie ben jij” en/of “kom waar is je geld” en/of “waar is jou geld, wat heb je bij je”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een telefoon uit de hand(en) van die Koroma heeft/hebben gepakt en/of

- de pols(en) en enkel(s) van die [slachtoffer 6] heeft/hebben vastgemaakt/vastgebonden met tape, althans een klevend goed en/of

- die [slachtoffer 6] (met kracht) op de grond heeft/hebben geduwd

en/of

hij in of omstreeks de periode van 18 mei 2016 tot en met 19 mei 2016 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van

- een tas en/of

- een tablet en/of

- een portemonnee en/of

- een telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een telefoon (van het merk Huawei)

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5] en/of

[slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 5] bij de nek en/of keel althans het lichaam, heeft/hebben vastgepakt en/of een hand voor de mond heeft/hebben gehouden en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 5] (met kracht) omlaag heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 5] (verder) naar binnen heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 5] naar de woon-/zitkamer heeft/hebben gesleurd, althans gebracht/geleid en/of

- die [slachtoffer 5] aan het haar heeft/hebben getrokken en/of

- dreigende gebaren (met de vinger voor de mond) naar die [slachtoffer 5] heeft/hebben gemaakt dat ze stil moest zijn en/of

- (vervolgens) stekende bewegingen met een mes richting die [slachtoffer 5] heeft/hebben gemaakt (ter uitdrukking dat verdachte die [slachtoffer 5] zou steken als ze niet stil zou zijn) en/of

- een mes in de richting van die [slachtoffer 6] heeft/hebben gehouden en/of

- aan die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Geef me geld” en/of “op de grond liggen, wie ben jij” en/of “kom waar is je geld” en/of “waar is jou geld, wat heb je bij je”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een telefoon uit de hand(en) van die [slachtoffer 6] heeft/hebben gepakt en/of

- de pols(en) en enkel(s) van die [slachtoffer 6] heeft/hebben vastgemaakt/vastgebonden met tape, althans een klevend goed en/of

- die [slachtoffer 6] (met kracht) op de grond heeft/hebben geduwd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Verdachte is ten laste gelegd dat hij als medepleger betrokken is geweest bij twee gewapende overvallen op (met name) prostituees. Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting een bekennende verklaring afgelegd, inhoudende dat hij het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan (feit 1). Ten aanzien van de overval te Breda (feit 2) heeft verdachte een ontkennende verklaring afgelegd.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt dat kan worden bewezen dat verdachte beide ten laste gelegde feiten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, heeft begaan. Zij voert daartoe het volgende aan: verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van de overval te Zwolle. De modus operandi is zodanig overeenstemmend met de overval te Breda, dat het zeer waarschijnlijk is dat verdachte - anders dan hij heeft verklaard - ook bij deze overvallen betrokken is geweest. Dit wordt ondersteund door het door aangevers opgegeven signalement waar verdachte exact in past, het gegeven dat verdachte de dag ná de overval te Breda, een bij de overval weggenomen telefoon aan zijn vader heeft verkocht, en verdachte kort voor- en kort na de overval op een mast, gelegen op ongeveer een half uur van de plaats delict, is aangestraald met zijn telefoon. Verdachte heeft hiervoor geen alternatief scenario kunnen en willen schetsen dat voldoende verifieerbaar en onderbouwd is.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde een bewezenverklaring kan volgen, maar dat zijn cliënt van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken dient te worden wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1

Feit 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

4.4.2

Feit 2

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 2 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Anders dan door de officier van justitie betoogd, acht de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig dat verdachte betrokken is geweest bij de ten laste gelegde overval te Breda. De omstandigheden die de officier van justitie daartoe heeft aangevoerd, zijn niet voldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Er is geen concreet en direct bewijs voorhanden dat verdachte zich ten tijde van de overval op de plaats delict bevonden heeft. Het enkele feit dat de telefoon van verdachte aangestraald zou hebben op een mast op een half uur gelegen vanaf de plaats delict, alsmede het genoemde signalement is onvoldoende om tot bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij deze overval te komen. Daarbij komt dat er geen (DNA)sporen gevonden zijn op de plaats delict die overeenkomen met (het DNA van) verdachte dan wel te herleiden zijn tot verdachte. Dit maakt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen. Dat verdachte daags na de overval een aldaar weggenomen telefoon voorhanden heeft gehad, maakt dat oordeel niet anders. Daarmee kan verdachte nog niet als medepleger van een woningoverval worden aangemerkt.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

feit 1

hij in de periode van 20 mei 2016 tot en met 21 mei 2016 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een geldbedrag (ongeveer vierduizend euro) en

- een tas (van spijkerstof) en

- een telefoon (van het merk Sony Z1) en

- een hoeveelheid telefoons (drie stuks van het merk Nokia) en

- een hoeveelheid Roemeense bankbiljetten (ongeveer 10 stuks) en

- een (zwarte) tablet (van het merk Lenovo) en

- een Western Union kaart en

- een telefoon (van het merk HTC Desire) en

- een (rode) telefoon (van het merk Nokia) en

- een autosleutel (van het merk Opel Astra) en

- een hoeveelheid (zwarte) telefoons (2 stuks van het merk Nokia) en

- een (witte) telefoon (van het merk Samsung) en

- sigaretten (van het merk Vogue) en

- een (zwarte) tas (van het merk Victoria Secret) en

- een (witte) telefoon (van het merk Samsung) en

- een (goudkleurige) horloge (van het merk Guess) en

- een (zwarte) telefoon (van het merk Nokia),

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader:

- een hand op de mond van die [slachtoffer 3] heeft gedrukt, en

- (daarbij) die [slachtoffer 3] naar de woonkamer heeft geduwd en

- aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] de volgende woorden hebben toegevoegd: “Control control control” en “ssst ssst ssst!” en “money, money, money!?” en “Waar is het geld?”, en

- (daarbij met een mes heen en weer heeft gelopen en

- naar die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft geroepen dat zij op de grond moesten liggen terwijl verdachten een een mes toonden en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] naar de grond heeft geduwd en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft gedwongen op de knieën te zitten en/of op de buik te liggen en (daarbij) het hoofd naar beneden te houden en

- een mes, hebben getoond en/of gezwaaid in de richting van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en

- heeft gepoogd een mes op het been van die [slachtoffer 3] te leggen en

- de monden van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met tape heeft dichtgeplakt en

- de benen van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met tape en/of tiewraps heeft vastgebonden en

- de handen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met tape en/of tiewraps op hun rug heeft vastgebonden en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op/aan het lichaam heeft aangeraakt (als zij bewogen terwijl zij op de grond zaten en lagen en

- een mes, hebben getoond aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] .

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor beide ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om ingeval van een bewezenverklaring rekening te houden met het gegeven dat uit de uitgebrachte Pro Justitia (PJ) rapporten blijkt dat verdachte door zijn stoornis en gebrekkige ontwikkeling niet vrij was in zijn gedragskeuzes voorafgaand en ten tijde van het tenlastegelegde, zodat hem slechts in beperkte mate een verwijt kan worden gemaakt. De psycholoog en reclassering adviseren een klinische behandeling gericht op resocialisatie. Deze behandeling is reeds ingezet en zou niet moeten worden doorkruist. De raadsman heeft dan ook betoogd een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met daaraan als bijzondere voorwaarde gekoppeld het ondergaan van een klinische behandeling door verdachte.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een gewapende overval op prostituees, waarbij het gebruik van geweld en bedreiging met geweld niet is geschuwd. De slachtoffers van de overval zijn onder meer met messen bedreigd, vastgebonden met tiewraps en tape, en vrees aangejaagd. Verdachte en zijn mededader hebben hun zucht naar buit voorop laten staan en hebben daarbij geen enkel oog gehad voor de nadelige gevolgen voor de slachtoffers. Uit de verschillende aangiftes blijkt dat de aangevers de overval als zeer beangstigend hebben ervaren. Een dergelijke overval zorgt daarnaast ook maatschappelijk voor gevoelens van onrust en onveiligheid. Verdachte is hiervoor (mede) verantwoordelijk. De rechtbank rekent dat verdachte zwaar aan.

diagnostiek en mate van toerekeningsvatbaarheid

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de persoon van verdachte. Door H.R.J. ter Borg, GZ-psycholoog is op 20 september 2016 en op 2 augustus 2017, een PJ rapportage uitgebracht. Hieruit blijkt, zakelijk weergegeven, onder meer dat bij verdachte al sinds zijn puberteit sprake is van forse gedragsproblematiek en dat hij, met name na drankgebruik, een roekeloze onverschilligheid laat zien waarbij hij geen rekening houdt met de veiligheid van anderen. Daarnaast is verdachte onverantwoordelijk, bijvoorbeeld op het gebied van financiën, en is het jarenlange cannabisgebruik een bijkomend middelenprobleem. Verdachte heeft een laconieke en vermijdende persoonlijkheid en beschikt over zwakke coping vaardigheden. In het nemen van beslissingen tijdens momenten van sterke opwinding, reageert verdachte ondoordacht en impulsief. Al deze symptomen voldoen volgens de rapporteur enerzijds aan een aandachtsdeficiëntie- en impulsiviteitsstoornis, maar zijn ook onderdeel van een complex van symptomen dat de diagnose antisociale persoonlijkheidsstoornis onderbouwt. Daarnaast zijn er psychosociale ontregelende factoren, zoals werkgerelateerde en financiële problematiek.

De rapporteur acht het aannemelijk dat verdachte door zijn stoornis en gebrekkige ontwikkeling niet vrij was in zijn gedragskeuzes voorafgaande aan en ten tijde van het hem tenlastegelegde. Het advies is om verdachte het bewezenverklaarde in verminderde mate toe te rekenen en om verdachte een klinische behandeling binnen de forensische psychiatrie te laten ondergaan, gericht op (in ieder geval) het bevorderen van empathie, verminderde impulsiviteit en agressieproblematiek en het abstinent blijven van alcohol. Tot op heden hebben ambulante behandelingen namelijk onvoldoende resultaat gehad en de haalbaarheid daarvan is twijfelachtig.

Door de reclassering is daarnaast meermalen gerapporteerd over verdachte en recent is gerapporteerd over de voortgang van zijn tijdens de voorlopige hechtenis reeds ingezette klinische behandeling binnen de FPK te Assen. Hieruit blijkt dat verdachte gemotiveerd is voor de behandeling en goed meewerkt. Dit beeld is ter terechtzitting door [naam] , reclasseringswerker, bevestigd.

(motivering van) de straf

De rechtbank zal het advies om verdachte het bewezenverklaarde in verminderde mate toe te rekenen volgen en houdt daar bij de strafoplegging rekening mee. De rechtbank is echter van oordeel dat de ernst van het bewezenverklaarde feit de oplegging van een forse vrijheidsstraf zonder meer rechtvaardigt. Daarbij speelt mee dat uit een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 4 januari 2018 blijkt dat verdachte in zijn verleden eerder met justitie in aanraking is gekomen en is veroordeeld voor gewelds- en vermogensdelicten. Wel zal de rechtbank een groot deel van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen, met daaraan gekoppeld onder andere een klinische behandelverplichting en een lange proeftijd. Op deze manier wordt het traject van de reeds ingezette klinische behandeling niet doorkruist. Het voorwaardelijke strafgedeelte daarnaast dient als stok achter de deur om, enerzijds, mee te blijven werken aan de klinische behandeling, en anderzijds om verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan strafbaar gedrag.

Aangevers zijn overvallen op een plek waar zij niet alleen bedrijfsmatig verbleven, maar ook hun privéleven hadden. Dit maakt dat de plek waar zij verbleven een plek zou moeten zijn waar ze zich veilig konden voelen. Wel houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de door aangevers gehanteerde manier van prostitueren, gezien het schimmige karakter daarvan, de nodige risico’s met zich brengt. Deze risico’s hebben aangevers welbewust aanvaard door zich op deze plekken op te houden. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat de overvallen prostituees niet duurzaam verbleven op deze plekken en ná de overvallen terug konden naar hun eigen woningen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een overval in een woning - als sprake is geweest van licht geweld/bedreiging - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. Bij een overval op een winkel is dat 2 jaren. In dit geval heeft de rechtbank als strafverzwarend meegewogen dat er bij de overvallen met messen is gedreigd en dat de slachtoffers zijn vastgebonden.

Alles afwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 900 dagen waarvan 574 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden. Aan het voorwaardelijk strafgedeelte worden de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden verbonden.

8 De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op 14 januari 2016, bij vonnis van de meervoudige strafkamer in het arrondissement Overijssel, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, ten uitvoer wordt gelegd.

De raadsman heeft om afwijzing van de vordering verzocht.

De rechtbank is van oordeel dat de proeftijd, gesteld bij de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met twee jaren moet worden verlengd.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b en 14c Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 1 het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met

geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde

personen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 900 (negenhonderd) dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 574 (vijfhonderdvierenzeventig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, op het adres [adres] te Zwolle, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

- dient mee te werken aan een opname in de FPK te Assen, of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, voor de duur van maximaal veertien maanden, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de leiding van deze instelling zullen worden gegeven;

- zich aansluitend op de klinische behandeling laat behandelen bij Transfore, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van deze instelling zullen worden gegeven;

- aansluitend op de klinische behandeling, meewerkt aan een plaatsing in een instelling voor begeleid- of beschermd wonen, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van deze instelling zullen worden gegeven;

- meewerkt aan door de reclassering aangewezen hulpverlening (maatschappelijk werk) om zijn financiën op orde te krijgen en te houden, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

Draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

- verlengt de proeftijd van de bij vonnis van de meervoudige strafkamer in het arrondissement Overijssel, van 14 januari 2016 met parketnummer 08/730443-15, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 4 weken, met 2 jaren.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, mr. E. Leentjes en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A. de Haan-Geertsema griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2018.

Buiten staat

mr. E. Leentjes is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het zaaks dossier [nummer] (Heraut), deel uitmakende van het dossier van de regiopolitie, eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche IJsselland, ‘onderzoek Heraut’ met nummer [nummer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

1. het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] van 24 mei 2016, pagina 136-177);

2. het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 3] van 24 mei 2016, (pagina 182-188);

3. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] van 21 mei 2016, (pagina 189-193);

4. het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] van 24 mei 2016, (pagina 194-197);

5. het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] van 24 mei 2016, (pagina 203-211);

6. het proces-verbaal van verhoor verdachte van 14 maart 2017, (pagina 627-636);
7. het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het zaaks dossier [nummer] (Heraut) deel uitmakende van het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, districtsrecherche IJsselland, ‘onderzoek Heraut’ met nummer [nummer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.