Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:522

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-02-2018
Datum publicatie
20-02-2018
Zaaknummer
08/760111-16, 08/760213-17 (t.t.z. gevoegd) en 08/770039-13 (tul) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee mannen van 23 jaar zijn veroordeeld voor gewelddadige overvallen van prostituees in Breda, Deventer en Zwolle tot celstraffen van respectievelijk 900 dagen en 9 jaar. Zie ook: ECLI:NL:RBOVE:2018:526

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 08/760111-16, 08/760213-17 (t.t.z. gevoegd) en 08/770039-13 (tul) (P)

Datum vonnis: 20 februari 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte ] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,

nu verblijvende in P.I. Overijssel, HvB Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 februari 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink-van Dijk en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. I. Stas, advocaat te Almere, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 4 mei 2017, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

parketnummer 08/760111-16:

feit 1 t/m feit 4: zich (samen met anderen) in de periode van 22 april 2016 tot en met 21 mei 2016 heeft schuldig gemaakt aan gewapende overvallen op (met name) prostituees, welke gepaard zijn gegaan met geweld en/of bedreiging met geweld;

parketnummer 08/760213-17:

feit 5: in de periode van 17 juni 2017 tot en met 27 juni 2017 een personenauto van het merk Mercedes Benz type A-klasse, heeft verduisterd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2016 tot en met 21 mei 2016 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een geldbedrag (ongeveer vierduizend euro) en/of

- een tas (van spijkerstof) en/of

- een telefoon (van het merk Sony Z1) en/of

- een hoeveelheid telefoons (drie stuks van het merk Nokia) en/of

- een hoeveelheid Roemeense bankbiljetten (ongeveer 10 stuks) en/of

- een (zwarte) tablet (van het merk Lenovo) en/of

- een Western Union kaart en/of

- een telefoon (van het merk HTC Desire) en/of

- een (rode) telefoon (van het merk Nokia) en/of

- een autosleutel (van het merk Opel Astra) en/of

- een hoeveelheid (zwarte) telefoons (2 stuks van het merk Nokia) en/of

- een (witte) telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een (gouden) horloge en/of

- een (zwarte) tas en/of

- sigaretten (van het merk Vogue) en/of

- een (zwarte) tas (van het merk Victoria Secret) en/of

- een (witte) telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een (goudkleurige) horloge (van het merk Guess) en/of

- een (zwarte) telefoon (van het merk Nokia),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een hand op de mond van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gedrukt, in ieder geval gezet/gelegd en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 3] naar de woonkamer heeft/hebben geduwd en/of

- aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Control control control” en/of “ssst ssst ssst!” en/of “money, money, money!?” en/of “Waar is het geld?”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- (daarbij) (steeds) met een mes heen en weer heeft/hebben gelopen en/of

- naar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben geroepen dat zij op de grond moes(ten) liggen terwijl verdachte(en) een mes toonde(n) en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (met kracht) naar de grond heeft/hebben geduwd en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben gedwongen op de knieën te zitten en/of op de buik te liggen en/of (daarbij) het hoofd naar beneden te houden en/of

- (daarbij) (steeds) een mes, althans een puntig en/of snijdend voorwerp, heeft/hebben getoond en/of gezwaaid in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- heeft/hebben gepoogd een mes, althans een puntig en/of snijdend voorwerp, op het been van die [slachtoffer 3] te leggen en/of

- de mond(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met tape, althans een klevend goed, heeft/hebben dichtgeplakt en/of

- de/het be(e)n(en) en/of de voet(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met tape en/of tiewraps heeft/hebben vastgemaakt/vastgebonden en/of

- de handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met tape en/of tiewraps op haar/hun rug heeft/hebben vastgemaakt/vastgebonden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] op/aan het lichaam heeft/hebben aangeraakt (als zij bewogen terwijl zij op de grond zat(en) en/of lag(en) en/of

- (daarbij) (steeds) een mes, althans een puntig en/of snijdend voorwerp, heeft/hebben getoond aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] ;

2.

hij in of omstreeks de periode van 22 april tot en met 23 april 2016 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een telefoon (Iphone 6) en/of

- een telefoonhoes met inhoud en/of

- een fles whisky en/of

- een telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een hoeveelheid geld (ongeveer vijfduizend euro) en/of

- een paspoort,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdacht(en)

en/of mededader(s):

- die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] tegen het lichaam (met kracht) heeft/hebben geduwd (waardoor die [slachtoffer 5] op de grond viel) en/of

- een doek in de mond van die [slachtoffer 5] heeft/hebben geduwd/gestopt en/of

- (vervolgens) op het lichaam van die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezeten en/of

- een hand op de mond van die [slachtoffer 5] heeft/hebben gedrukt, althans gezet/gehouden en/of

- aan die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat hij op de grond moest liggen en/of er niets ging gebeuren als hij zich stil hield en/of (daarbij) een mes (met de punt) in de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 6] heeft/hebben gedrukt, althans gehouden en/of

- op het gezicht van die [slachtoffer 6] een voet heeft/hebben gedrukt, althans gezet en/of

- (vervolgens) een jas, althans een kledingstuk, over het hoofd van die [slachtoffer 6] heeft/hebben gegooid en/of

- de ogen van die [slachtoffer 5] heeft/hebben bedekt en/of

- (daarbij) een mes tegen de nek en/of wang, althans het lichaam, van die [slachtoffer 5] heeft/hebben geduwd, althans gehouden en/of

- de handen van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] op haar/hun/zijn rug heeft/hebben vastgebonden met touw en/of

- aan die [slachtoffer 5] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Hou je stil, dan gebeurt je niets”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (daarbij) een mes op/tegen de mond van die [slachtoffer 5] heeft/hebben gedrukt, althans gehouden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] naar de woonkamer heeft/hebben gesleept, althans gebracht en/of

- aan die [slachtoffer 5] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Waar is je tas”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij in of omstreeks de periode van 21 april 2016 tot en met 22 april 2016 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een (witte) laptop en/of

- een geldbedrag (ongeveer 120 euro) en/of

- een geldbedrag (ongeveer 500 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachteen/of zijn mededader(s) welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 7] vast heeft/hebben gehouden terwijl verdachte(n) een mes tegen de

keel van die [slachtoffer 7] heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 7] heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 7] om geld heeft/hebben gevraagd en/of

- die [slachtoffer 8] bij haar armen heeft/hebben vastgepakt en/of naar de woon/-zitkamer heeft/hebben gebracht en/of

- (daarbij) een mes op/tegen de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 8] heeft/hebben gedrukt, althans gezet/gehouden en/of

- die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] met de handen op de rug heeft/hebben vastgebonden/gemaakt en/of

- de mond en/of neus van die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] heeft/hebben bedekt en/of

- (vervolgens) de doek op/over de mond van die [slachtoffer 7] steviger aan heeft/hebben getrokken en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 7] naar de grond op haar buik heeft/hebben geduwd, althans gelegd en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 7] aan haar (vastgebonden) armen omhoog heeft/hebben getrokken en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 7] naar de badkamer heeft/hebben geduwd,

en/of

hij in of omstreeks de periode van 21 april 2016 tot en met 22 april 2016 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot de afgifte van

- een telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een (witte) laptop en/of

- een geldbedrag (ongeveer 120 euro) en/of

- een geldbedrag (ongeveer 500 euro),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 7] vast heeft/hebben gehouden terwijl verdachte(n) een mes tegen de

keel van die [slachtoffer 7] heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 7] heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 7] om geld heeft/hebben gevraagd en/of

- die [slachtoffer 8] bij haar armen heeft/hebben vastgepakt en/of naar de woon/-zitkamer heeft/hebben gebracht en/of

- (daarbij) een mes op/tegen de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 8] heeft/hebben gedrukt, althans gezet/gehouden en/of

- die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] met de handen op de rug heeft/hebben vastgebonden/gemaakt en/of

- de mond en/of neus van die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] heeft/hebben bedekt en/of

- (vervolgens) de doek op/over de mond van die [slachtoffer 7] steviger aan heeft/hebben getrokken en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 7] naar de grond op haar buik heeft/hebben geduwd, althans gelegd en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 7] aan haar (vastgebonden) armen omhoog heeft/hebben getrokken en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 7] naar de badkamer heeft/hebben geduwd;

4.

hij in of omstreeks de periode van 18 mei 2016 tot en met 19 mei 2016 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een tas en/of

- een tablet en/of

- een portemonnee en/of

- een telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een telefoon (van het merk Huawei),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of

[slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 9] bij de nek en/of keel althans het lichaam, heeft/hebben vastgepakt en/of een hand voor de mond heeft/hebben gehouden en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 9] (met kracht) omlaag heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 9] (verder) naar binnen heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 9] naar de woon-/zitkamer heeft/hebben gesleurd, althans gebracht/geleid en/of

- die [slachtoffer 9] aan het haar heeft/hebben getrokken en/of

- dreigende gebaren (met de vinger voor de mond) naar die [slachtoffer 9] heeft/hebben gemaakt dat ze stil moest zijn en/of

- (vervolgens) stekende bewegingen met een mes richting die [slachtoffer 9] heeft/hebben gemaakt (ter uitdrukking dat verdachte die [slachtoffer 9] zou steken als ze niet stil zou zijn) en/of

- een mes in de richting van die [slachtoffer 10] heeft/hebben gehouden en/of

- aan die [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Geef me geld” en/of “op de grond liggen, wie ben jij” en/of “kom waar is je geld” en/of “waar is jou geld, wat heb je bij je”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een telefoon uit de hand(en) van die [slachtoffer 10] heeft/hebben gepakt en/of

- de pols(en) en enkel(s) van die [slachtoffer 10] heeft/hebben vastgemaakt/vastgebonden met tape, althans een klevend goed en/of

- die [slachtoffer 10] (met kracht) op de grond heeft/hebben geduwd

en/of

hij in of omstreeks de periode van 18 mei 2016 tot en met 19 mei 2016 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] heeft gedwongen tot de afgifte van

- een tas en/of

- een tablet en/of

- een portemonnee en/of

- een telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een telefoon (van het merk Huawei)

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 9] en/of

[slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 9] bij de nek en/of keel althans het lichaam, heeft/hebben vastgepakt en/of een hand voor de mond heeft/hebben gehouden en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 9] (met kracht) omlaag heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 9] (verder) naar binnen heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 9] naar de woon-/zitkamer heeft/hebben gesleurd, althans gebracht/geleid en/of

- die [slachtoffer 9] aan het haar heeft/hebben getrokken en/of

- dreigende gebaren (met de vinger voor de mond) naar die [slachtoffer 9] heeft/hebben gemaakt dat ze stil moest zijn en/of

- (vervolgens) stekende bewegingen met een mes richting die [slachtoffer 9] heeft/hebben gemaakt (ter uitdrukking dat verdachte die [slachtoffer 9] zou steken als ze niet stil zou zijn) en/of

- een mes in de richting van die [slachtoffer 10] heeft/hebben gehouden en/of

- aan die [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Geef me geld” en/of “op de grond liggen, wie ben jij” en/of “kom waar is je geld” en/of “waar is jou geld, wat heb je bij je”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een telefoon uit de hand(en) van die [slachtoffer 10] heeft/hebben gepakt en/of

- de pols(en) en enkel(s) van die [slachtoffer 10] heeft/hebben vastgemaakt/vastgebonden met tape, althans een klevend goed en/of

- die [slachtoffer 10] (met kracht) op de grond heeft/hebben geduwd;

5.

hij in of omstreeks de periode van 17 juni 2017 tot en met 27 juni 2017 te Zwolle, althans in Nederland, opzettelijk een personenauto (van het merk Mercedes Benz type A-klasse), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten, door die personenauto in bruikleen te nemen van die [slachtoffer 11] (en die personenauto na het verstrijken van de leentermijn niet terug te geven), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

In de periode van 22 april tot en met 21 mei 2016 hebben er op verschillende locaties in Nederland, gewapende overvallen op (met name) prostituees plaatsgevonden. Verdachte is tenlastegelegd dat hij deze overvallen tezamen en in vereniging met een of meer anderen heeft gepleegd. Verdachte heeft bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting een deels bekennende verklaring afgelegd inhoudende dat hij als medepleger betrokken is geweest bij de overval te Deventer (feit 2) en dat hij betrokken is geweest bij de overvallen te Breda en Zwolle (feiten 1 en 4), maar aldaar niet lijfelijk aanwezig is geweest op de plaats van het delict. Ten aanzien van de overval te Mierlo (feit 3) heeft verdachte een ontkennende verklaring afgelegd. Daarnaast wordt verdachte verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan de verduistering van een Mercedes Benz type A-klasse, die toebehoorde aan [slachtoffer 11] (feit 5). Verdachte ontkent dit feit.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

feit 1 t/m 4

De officier van justitie stelt dat kan worden bewezen dat verdachte alle ten laste gelegde feiten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, heeft begaan. Zij voert daartoe het volgende aan: verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van de overval te Deventer, inhoudende (onder meer) dat hij dit feit tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd, dat er geweld is gebruikt en dat er (met behulp van messen) bedreigd is met geweld. De modus operandi is zodanig overeenstemmend met de overvallen te Zwolle en Breda, dat het zeer waarschijnlijk is dat verdachte - anders dan hij heeft verklaard - ook bij deze overvallen lijfelijk op de plaats delict aanwezig is geweest. Dit wordt ondersteund door de door aangevers opgegeven signalement van één van de daders waar verdachte aan voldoet, en het gegeven dat er op messen die in de auto van verdachte lagen een DNA-spoor is aangetroffen dat overeenkomt met het DNA van verdachte, in combinatie met het gegeven dat er bij alle overvallen soortgelijke messen zijn gebruikt.

Ten aanzien van de overval te Zwolle geldt bovendien dat er op de plaats delict aldaar op twee verschillende stukken tape, waarmee de slachtoffers waren vastgebonden, vingerafdrukken zijn veiliggesteld die overeenkomen met de vingerafdruk van verdachte. Dit duidt op de aanwezigheid van verdachte op de plaats van het delict. Ook de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] biedt ondersteuning. [medeverdachte] heeft immers verklaard dat hij het delict met één andere dader heeft gepleegd en dat hij nadien met die persoon naar Amsterdam is gereden, terwijl uit het dossier blijkt dat verdachte de dag na de overval met medeverdachte [medeverdachte] in Amsterdam is geweest.

Ten aanzien van de overval te Breda wordt het bewijs voor de aanwezigheid van verdachte op de plaats van het delict ondersteund door het gegeven dat aangevers verklaren dat de daders bivakmutsen droegen, terwijl in verdachtes auto een bivakmuts lag, waarop een DNA-spoor is aangetroffen dat overeenkomt met het DNA van verdachte.

Verdachte ontkent betrokken te zijn geweest bij de ten laste gelegde overval te Mierlo. Echter is de bij deze overval gehanteerde modus operandi wederom zodanig overeenstemmend met de latere overvallen, dat het zeer waarschijnlijk is dat verdachte ook bij deze overval als medepleger betrokken is geweest. Dit wordt ondersteund door het gegeven dat met de BlackBerry - waarover verdachte heeft verklaard dat deze van hem is -, met het telefoonnummer eindigend op [nummer 1] - bij verdachte in gebruik -, een afspraak is gemaakt met de te overvallen prostituee. Daarnaast geldt als ondersteunend bewijs het gegeven dat er daags vóór de overval te Mierlo met de BlackBerry contact is geweest met [naam 1] , waarover verdachte heeft verklaard dat dit een vriend van hem is.

Voor de overvallen te Zwolle, Breda en Mierlo geldt dat verdachte ten aanzien van het belastende bewijs geen aannemelijke verklaring heeft; de geschetste alternatieve scenario’s zijn onvoldoende onderbouwd, niet verifieerbaar en volstrekt onaannemelijk. Mocht het daarnaast al zo zijn dat verdachte niet lijfelijk aanwezig is geweest op de plaats delict, dan is de rol die hij heeft gehad zodanig groot dat een bewezenverklaring kan volgen. Verdachte heeft telefonisch een afspraak gemaakt met de te overvallen prostituees, heeft een auto geregeld en is als chauffeur opgetreden, heeft gedeeld in de buit en wist bij alle overvallen van de hoed en de rand. Er is in die zin sprake van een bewuste en nauwe samenwerking en derhalve van medeplegen.

feit 5

De officier van justitie stelt dat voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is zodat bewezen kan worden dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

4.3

Het standpunt van de verdediging

Volgens de raadsvrouw van verdachte zijn er voldoende bewijsmiddelen aanwezig voor de conclusie dat haar cliënt zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde en dient haar cliënt van het onder 3 en 5 tenlastegelegde te worden vrijgesproken wegens gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Daarnaast is er volgens de raadsvrouw (enkel) voldoende bewijs aanwezig voor de conclusie dat haar cliënt als medeplichtige betrokken is geweest bij het onder 1 en 4 tenlastegelegde.

De raadsvrouw verzoekt de rechtbank primair om haar cliënt om die reden vrij te spreken van de andere feiten. Daartoe voert zij aan dat verdachte heeft verklaard dat zijn rol bij de overvallen in Zwolle en Breda, niet verder ging dan het regelen van een (vlucht)auto, het als bestuurder optreden, de te overvallen prostituee(s) van tevoren te bellen en het delen in de buit. Deze bijdragen zijn volgens de raadsvrouw onvoldoende om tot een bewezenverklaring van medeplegen te komen. Subsidiair stelt de raadsvrouw dat haar cliënt moet worden vrijgesproken van de feiten 1 en 4 omdat het dossier onvoldoende blijk geeft van de aard en omvang van de bijdrage van haar cliënt.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1

Feit 1

Verdachte wordt verweten dat hij als medepleger betrokken is geweest bij een gewapende overval te Zwolle. Verdachte heeft bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting bekend dat hij betrokken is geweest bij deze overval, maar ontkent dat hij lijfelijk aanwezig is geweest in de woning ten tijde van de overval. Dit maakt volgens de raadsvrouw dat verdachte enkel medeplichtig is geweest aan de overval waardoor vrijspraak dient te volgen. De rechtbank acht voldoende wettig en overtuigend bewezen dat verdachte niet alleen die handelingen heeft gepleegd waarover hij heeft verklaard, maar tevens dat hij in de woning is geweest en zich aldaar schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde geweldshandelingen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende, en beperkt zich in haar motivering tot de beantwoording van de vraag of verdachte al dan niet lijfelijk aanwezig was in de woning zoals tenlastegelegd.

Uit de aangiftes blijkt dat de overvallen vrouwen door een ‘zwarte man’ zijn vastgebonden met tiewraps en (duct) tape. Dit wordt ondersteund door het gegeven dat er in de woning op verschillende plekken tiewraps en stukken grijze (duct) tape zijn aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat op twee van deze stukken tape vingerafdrukken zijn gevonden die een zeer grote mate van overeenkomst tonen met de vingerafdrukken van verdachte. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein. Verdachte heeft hiervoor geen aannemelijke verklaring afgelegd. De rechtbank is dan ook tot de overtuiging gekomen dat verdachte bovengenoemde ‘zwarte man’ is. Verdachte voldoet aan het door aangeefsters opgegeven signalement. De modus operandi vertoont daarnaast grote overeenkomsten met de modus operandi ten tijde van de overval te Deventer. Deze overval vond ongeveer een maand voor de overval te Zwolle plaats. Verdachte heeft daarover een bekennende verklaring afgelegd.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft daarnaast een bekennende verklaring afgelegd inhoudende dat hij de overval met één ander heeft gepleegd. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij door zijn mededader werd overtuigd om de overval te plegen, waarna zijn mededader contact heeft gehad met een van de vrouwen in de woning en een afspraak heeft gemaakt. Dat het gaat om verdachte, wordt ondersteund door de bekennende verklaring van verdachte inhoudende dat hij de persoon is geweest die een afspraak met de te overvallen prostituee heeft gemaakt. [medeverdachte] heeft verder verklaard dat hij met één ander naar de woning is gereden en aldaar met zijn mededader de overval heeft gepleegd. Vervolgens hebben zij met zijn tweeën de buit verdeeld en zijn zij naar Amsterdam gereden. Dit laatste wordt door verdachte niet ontkend. Over de buit heeft [medeverdachte] verklaard dat hij geld heeft gekregen en een aantal sigaretjes. De rest van de buit gunde hij aan zijn mededader. Dat het gaat om verdachte, wordt ondersteund door het gegeven dat veel spullen die zijn buitgemaakt bij de overval, in de auto van verdachte zijn aangetroffen.

De rechtbank is op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich, tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] , aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt.

4.4.2

Feit 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

4.4.3.

Feit 3

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 3 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Anders dan door de officier van justitie betoogd, acht de rechtbank onvoldoende wettig bewijs aanwezig dat verdachte betrokken is geweest bij de ten laste gelegde overval. Ondanks dat met de BlackBerry - waarover verdachte heeft verklaard dat deze van hem is - een afspraak is gemaakt met de te overvallen prostituee, is er niet voldoende bewijs aanwezig dat verdachte de persoon is geweest die de BlackBerry op dat moment heeft gebruikt om de afspraak te maken. De verklaring die verdachte ook heeft afgelegd, inhoudende dat hij de BlackBerry pas in zijn bezit heeft gekregen ná de overval te Deventer is niet onaannemelijk. Derhalve is ook het aanstralen van een mast in de buurt van Mierlo waar de overval heeft plaatsgevonden, niet redengevend voor het bewijs. Daarnaast zijn er geen (DNA)sporen gevonden op de plaats delict die overeenkomen met (het DNA van) verdachte en geeft het door aangevers opgegeven signalement niet voldoende aanknopingspunten om tot een bewezenverklaring te komen.

4.4.4.

Feit 4

Verdachte wordt verweten dat hij als medepleger betrokken is geweest bij een gewapende overval te Breda. Verdachte heeft bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting bekend dat hij betrokken is geweest bij deze overval, maar ontkent dat hij lijfelijk aanwezig is geweest in de woning ten tijde van de overval. Dit maakt volgens de raadsvrouw dat verdachte enkel medeplichtig is geweest aan de overval waardoor vrijspraak dient te volgen. De rechtbank denkt daar anders over. De bijdrage die verdachte (in ieder geval) heeft geleverd aan de overval, is van voldoende gewicht zodat een bewezenverklaring kan volgen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Bij de vorming van haar oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechtbank rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij geldt dat de kwalificatie medeplegen slechts dan gerechtvaardigd is als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is (vgl. HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474).

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting valt af te leiden dat verdachte tezamen en in vereniging met (tenminste twee) anderen de diefstal heeft gepleegd. Voldoende bewijs is er dat verdachte in ieder geval:

- op de hoogte was van de (mogelijke) handelswijze ten tijde van de overval;

- een telefonische afspraak heeft gemaakt met de te overvallen prostituee;

- een (vlucht)auto heeft geregeld en daarmee naar en van de plaats delict is gereden met zijn mededaders;

- ervoor heeft gezorgd dat er messen en bivakmutsen in zijn auto lagen die bij de overval gebruikt konden worden;

- heeft gedeeld in de buit.

De rechtbank overweegt dat voornoemde bijdrage die verdachte (in ieder geval) heeft geleverd, van voldoende gewicht is. Verdachtes rol is met vorenstaande handelingen cruciaal geweest. Zonder zijn bijdrage kon men niet tot voltooiing van het delict komen. Daarnaast heeft hij zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de overval gepaard zou gaan met geweld en/of bedreiging met geweld en deze kans bewust aanvaard. Verdacht heeft er namelijk voor gezorgd dat er messen en bivakmutsen in zijn auto lagen die bij de overval gebruikt konden worden en wist dat de vorige overval waar hij betrokken bij was, met geweld gepaard ging.

De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich, tezamen en in vereniging met anderen, heeft schuldig gemaakt aan het onder 4 tenlastegelegde.

4.4.5

Feit 5

Verdachte wordt verweten dat hij een personenauto van het merk Mercedes Benz type A-klasse, toebehorende aan [slachtoffer 11] , heeft verduisterd. [slachtoffer 11] heeft verklaard dat hij de auto op 14 juni 2017 aan verdachte heeft uitgeleend en dat de afspraak was gemaakt dat hij deze op 17 juni 2017 terug zou krijgen. Aangezien [slachtoffer 11] de auto op 27 juni 2017 nog niet terug had gekregen en hij verdachte hier al wel meermalen om had verzocht (onder andere middels een aangetekend schrijven), heeft hij aangifte gedaan van verduistering. Dat [slachtoffer 11] de auto aan verdachte heeft uitgeleend, wordt ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2017 waaruit blijkt dat er op 15 juni 2017 een verkeersovertreding is begaan in Duitsland met bovengenoemde personenauto. Bij het proces-verbaal is een afschrift van de boete gevoegd, waarin een foto van de bestuurder is opgenomen. Op deze foto is een manspersoon met een donkere huidskleur te zien. In het proces-verbaal van 24 juli 2017 van verbalisant [verbalisant] , wordt op basis van zijn eigen waarneming gesteld dat hij, tijdens een verhoor met verdachte, de foto heeft vergeleken en geconcludeerd dat de manspersoon op de foto volgens hem verdachte betreft. Verdachte ontkent zich aan het tenlastegelegde schuldig te hebben gemaakt, maar heeft ter terechtzitting wel erkend dat hij aangever ‘een beetje kent’.

De rechtbank is op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich aan de verduistering, zoals onder 5 ten laste is gelegd, heeft schuldig gemaakt.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

feit 1

hij in de periode van 20 mei 2016 tot en met 21 mei 2016 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een geldbedrag (ongeveer vierduizend euro) en

- een tas (van spijkerstof) en

- een telefoon (van het merk Sony Z1) en

- een hoeveelheid telefoons (drie stuks van het merk Nokia) en

- een hoeveelheid Roemeense bankbiljetten (ongeveer 10 stuks) en

- een (zwarte) tablet (van het merk Lenovo) en

- een Western Union kaart en

- een telefoon (van het merk HTC Desire) en

- een (rode) telefoon (van het merk Nokia) en

- een autosleutel (van het merk Opel Astra) en

- een hoeveelheid (zwarte) telefoons (2 stuks van het merk Nokia) en

- een (witte) telefoon (van het merk Samsung) en

- sigaretten (van het merk Vogue) en

- een (zwarte) tas (van het merk Victoria Secret) en

- een (witte) telefoon (van het merk Samsung) en

- een (goudkleurige) horloge (van het merk Guess) en

- een (zwarte) telefoon (van het merk Nokia),

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader:

- een hand op de mond van die [slachtoffer 3] heeft gedrukt, en

- (daarbij) die [slachtoffer 3] naar de woonkamer heeft geduwd en

- aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] de volgende woorden hebben toegevoegd: “Control control control” en “ssst ssst ssst!” en “money, money, money!?” en “Waar is het geld?”, en

- (daarbij met een mes heen en weer heeft gelopen en

- naar die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft geroepen dat zij op de grond moesten liggen terwijl verdachten een mes toonden en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] naar de grond heeft geduwd en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft gedwongen op de knieën te zitten en/of op de buik te liggen en (daarbij) het hoofd naar beneden te houden en

- een mes, hebben getoond en/of gezwaaid in de richting van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en

- heeft gepoogd een mes op het been van die [slachtoffer 3] te leggen en

- de monden van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met tape heeft dichtgeplakt en

- de benen van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met tape en/of tiewraps heeft vastgebonden en

- de handen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met tape en/of tiewraps op hun rug heeft vastgebonden en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op/aan het lichaam heeft aangeraakt (als zij bewogen terwijl zij op de grond zaten en lagen en

- een mes, hebben getoond aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ;

feit 2

hij op 23 april 2016 te Deventer, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een telefoon (Iphone 6) en

- een telefoonhoes met inhoud en

- een fles whisky en

- een telefoon (van het merk Samsung) en

- een hoeveelheid geld en

- een paspoort,

t oebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en zijn mededaders:

- die [slachtoffer 5] tegen het lichaam (met kracht) heeft/hebben geduwd (waardoor die [slachtoffer 5] op de grond viel) en

- op het lichaam van die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezeten en

- een hand op de mond van die [slachtoffer 5] heeft/hebben gedrukt, en

- aan die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat hij op de grond moest liggen en er niets ging gebeuren als hij zich stil hield en (daarbij) een mes (met de punt) in de rug van die [slachtoffer 6] heeft/hebben gedrukt, en

- op het gezicht van die [slachtoffer 6] een voet heeft gezet en

- (vervolgens) een jas over het hoofd van die [slachtoffer 6] heeft/hebben gegooid en

- de ogen van die [slachtoffer 5] heeft/hebben bedekt en

- (daarbij) een mes tegen de nek en wang van die [slachtoffer 5] heeft/hebben geduwd, en

- de handen van die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] op hun rug heeft/hebben vastgebonden en

- aan die [slachtoffer 5] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Hou je stil, dan gebeurt je niets” en (daarbij) een mes op/tegen de mond van die [slachtoffer 5] heeft/hebben gedrukt, en

- die [slachtoffer 5] naar de woonkamer heeft/hebben gesleept, en

- aan die [slachtoffer 5] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Waar is je tas”;

feit 4

hij op 18 mei 2016 te Breda, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een tas en

- een tablet en

- een portemonnee en

- een telefoon (van het merk Samsung) en

- een telefoon (van het merk Huawei),

toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of

[slachtoffer 10] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededaders:

- die [slachtoffer 9] bij de nek heeft/hebben vastgepakt en een hand voor de mond heeft/hebben gehouden en

- het hoofd van die [slachtoffer 9] (met kracht) omlaag heeft/hebben geduwd en

- die [slachtoffer 9] (verder) naar binnen heeft/hebben geduwd en

- die [slachtoffer 9] naar de woon-/zitkamer heeft/hebben gebracht en /

- die [slachtoffer 9] aan het haar heeft/hebben getrokken en

- gebaren (met de vinger voor de mond) naar die [slachtoffer 9] heeft gemaakt dat ze stil moest zijn en

- stekende bewegingen met een mes richting die [slachtoffer 9] heeft gemaakt (ter uitdrukking dat verdachte die [slachtoffer 9] zou steken als ze niet stil zou zijn) en

- een mes in de richting van die [slachtoffer 10] heeft/hebben gehouden en

- aan die [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Geef me geld” en “op de grond liggen, wie ben jij” en “kom waar is je geld” en “waar is jou geld, wat heb je bij je”, en

- een telefoon uit de hand van die [slachtoffer 10] heeft gepakt en

- de polsen en enkels van die [slachtoffer 10] heeft/hebben vastgebonden met tape, en

- die [slachtoffer 10] (met kracht) op de grond heeft/hebben geduwd;

feit 5

hij in de periode van 17 juni 2017 tot en met 27 juni 2017 te Zwolle, althans in Nederland, opzettelijk een personenauto (van het merk Mercedes Benz type A-klasse), toebehorende aan [slachtoffer 11] , welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten, door die personenauto in bruikleen te nemen van die [slachtoffer 11] (en die personenauto na het verstrijken van de leentermijn niet terug te geven), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 312 en 321 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1, 2 en 4

telkens het misdrijf:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

feit 5

het misdrijf:

verduistering.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor alle ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om bij de strafoplegging - anders dan door de raadsvrouw is betoogd - als uitgangspunt te nemen dat sprake is geweest van ‘woningovervallen’. Aangevers gebruikten de woningen namelijk niet alleen als werkplek maar leefden daar ook. Daarnaast heeft zij gevorderd de verbeurdverklaring van de onder verdachte inbeslaggenomen personenauto, te weten de Mercedes Benz A 160 met kenteken [kenteken 1] .

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om in het geval van een bewezenverklaring, aansluiting te zoeken bij vergelijkbare gevallen en rekening te houden met de rol die verdachte heeft gehad bij de overvallen, de persoon van verdachte en zijn proceshouding. Ook dient volgens de raadsvrouw rekening te worden gehouden met het tijdsverloop en moet als uitgangspunt worden genomen de LOVS-richtlijnen die zien op ‘overval winkel, benzinestation en postagentschap’, omdat de betreffende panden ten tijde van het ten laste gelegde een beroeps/bedrijfsmatig karakter hadden. Daarnaast heeft de raadsvrouw een aantal feiten en omstandigheden aangevoerd die zouden moeten leiden tot strafverlaging. Namelijk het gegeven dat de ten laste gelegde feiten zich in een korte periode hebben voorgedaan, dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven, dat verdachte verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden en de omstandigheid dat verdachte - gezien zijn leeftijd - nog een heel leven voor zich heeft.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan gewapende overvallen op (met name) prostituees, waarbij het gebruik van geweld en bedreiging met geweld niet is geschuwd. De slachtoffers van de verschillende overvallen zijn onder meer met messen bedreigd, vastgebonden met tiewraps en tape, en hen is vrees aangejaagd. Verdachte en zijn mededader(s) hebben hun zucht naar buit voorop laten staan en hebben daarbij geen enkel oog gehad voor de nadelige gevolgen voor de slachtoffers. Uit de verschillende aangiftes blijkt dat de aangevers de overvallen als zeer beangstigend hebben ervaren. Dergelijke overvallen zorgen daarnaast ook maatschappelijk voor gevoelens van onrust en onveiligheid. Verdachte is hiervoor (mede) verantwoordelijk. De rechtbank rekent dat verdachte zwaar aan.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een forse onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. Verdachte heeft onvoldoende medewerking verleend aan het opmaken van een Pro Justitia (PJ) rapportage, zodat de rechtbank geen rekening kan houden met (eventuele) persoonlijke omstandigheden van verdachte die tot een strafverlaging zouden nopen.

Aangevers zijn overvallen op een plek waar zij niet alleen bedrijfsmatig verbleven, maar op dat moment ook hun privéleven uitoefenden. Dit maakt dat de plek waar zij verbleven een plek moest zijn waar ze zich veilig konden voelen. Wel houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de door aangevers gehanteerde manier van prostitueren, gezien het schimmige karakter daarvan, de nodige risico’s met zich brengt. Deze risico’s hebben aangevers welbewust aanvaard door zich op deze plekken op te houden. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat de overvallen prostituees niet duurzaam verbleven op deze plekken en ná de overvallen terug konden naar hun eigen woningen.

Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een overval in een woning - als sprake is geweest van licht geweld/bedreiging - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. Bij een overval op een winkel is dit 2 jaren. In dit geval heeft de rechtbank als strafverzwarend meegewogen dat er bij de overvallen met messen is gedreigd en dat de slachtoffers zijn vastgebonden. De rechtbank heeft bij de strafoplegging ook rekening gehouden met het onder 5 bewezenverklaarde feit.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank daarnaast acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 4 januari 2018 waaruit blijkt dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Alles afwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde personenauto, te weten de Mercedes Benz A 160 met kenteken [kenteken 1] , moet worden verbeurdverklaard, omdat het een voorwerp betreft met behulp van welke de feiten 1, 2 en 4 zijn begaan.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

t.a.v. feit 2

[slachtoffer 5] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € € 5.258,40 (vijfduizend tweehonderdachtenvijftig euro en veertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- mobiele telefoon (Iphone) € 639,20;

- mobiele telefoon (Samsung) € 119,20.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 4.500,00 gevorderd.

[slachtoffer 6] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 7.900,00 (zevenduizend negenhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post:

- contant bedrag € 4.900,00;

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 3.000,00 gevorderd.

Wegens proceskosten wordt een bedrag van € 786,00 gevorderd.

t.a.v. feit 5

[slachtoffer 11] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € € 17.831,79 (zeventienduizend achthonderd eenendertig euro en negenenzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- dagwaarde auto € 13.350,00;

- reiskosten trein € 73,60;

- huurauto’s (2x) € 135,62;

- inkomensderving € 4.272,57.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partijen ontvankelijk worden verklaard in hun vordering en dat de vorderingen integraal worden toegewezen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich voor wat betreft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] , gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Wat betreft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft de raadsvrouw betoogd dat de post “contant bedrag”, moet worden afgewezen omdat haar cliënt ontkent dit bedrag te hebben weggenomen. Daarnaast heeft zij betoogd de vordering voor het overige naar billijkheid toe te wijzen.

De raadsvrouw heeft betoogd dat de benadeelde partij [slachtoffer 11] moet worden afgewezen wegens de bepleite vrijspraak.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 5] (feit 2)

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van

€ 5.258,40, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 6] (feit 2)

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost “immateriële schade” is niet betwist en voldoende onderbouwd. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 3.000,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

De onder de post “contant bedrag” opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De benadeelde partij zal om die reden voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van de gevorderde proceskosten is de rechtbank van oordeel dat aansluiting moet worden gezocht bij het liquidatietarief kantonzaken, dat gebruikelijk wordt toegekend in soortgelijke zaken.

In de onderhavige zaak waardeert de rechtbank de door de advocaat verrichte werkzaamheden aldus:

7 april 2017: indienen vordering benadeelde partij = 1 punt.

Aan de hand van het liquidatietarief, waarbij de rechtbank, gelet op de hoogte van het toe te wijzen bedrag uitgaat van het daarbij behorende tarief gelegen tussen € 2.500,00 en € 3.750,00, komt de rechtbank uit op een bedrag van € 175,00 per punt. De rechtbank zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die een hogere vergoeding billijken. Dit brengt met zich mee dat de gevorderde advocaatkosten voor het overige niet voor vergoeding in aanmerking komen.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 11] (feit 5)

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten “dagwaarde auto”, “reiskosten trein” en “huurauto’s (2x)”, zijn onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 13.559,22, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

De onder de post “inkomensderving” opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De benadeelde partij zal om die reden voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

t.a.v. de benadeelde partijen [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 11]

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de onder 2 en 5 bewezenverklaarde feiten, is toegebracht.

9 De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op 25 juni 2013, bij vonnis van de meervoudige strafkamer in het arrondissement Overijssel, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, ten uitvoer wordt gelegd.

De raadsvrouw heeft om afwijzing van de vordering verzocht.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden toegewezen. Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 33, 33a en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnummer 08/760111-16:

feit 1, 2 en 4, telkens het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en

bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer

verenigde personen;

parketnummer 08/760213-17:

feit 5 het misdrijf: verduistering;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 4 en 5 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van een bedrag van € 5.258,40 (vijfduizend tweehonderdachtenvijftig euro en veertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2016;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.258,40 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 61 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van een bedrag van € 3.000,00 (drieduizend euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2016;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 175,00 (honderdvijfenzeventig euro), alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 11] van een bedrag van € 13.559,22 (dertienduizend vijfhonderdnegenenvijftig euro en tweeëntwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 13.559,22, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 102 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de Mercedes Benz A 160 met kenteken [kenteken 1] ;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

- gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige strafkamer in het arrondissement Overijssel, van 25 juni 2013 met parketnummer 08/770039-13, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, mr. E. Leentjes en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A. de Haan-Geertsema griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2018.

Buiten staat

mr. E. Leentjes is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

feit 1 t/m 4

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit de zaaks dossiers [nummer 2] (Heraut) [nummer 3] (Burford) en [nummer 4] (Eleonora), deel uitmakende van het dossier van de regiopolitie, eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche IJsselland, ‘onderzoek Heraut’ met nummer [nummer 5] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

feit 5

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie, eenheid Oost-Nederland, district IJsselland, basisteam Zwolle, met nummer [nummer 6] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

feit 1

t.a.v. het gedeelte van de tenlastelegging waarover verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd dan wel waartoe geen vrijspraak is bepleit:

1. het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] van 24 mei 2016, pagina 136-177);

2. het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 3] van 24 mei 2016, (pagina 182-188);

3. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] van 21 mei 2016, (pagina 189-193);

4. het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] van 24 mei 2016, (pagina 194-197);

5. het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] van 24 mei 2016, (pagina 203-211);

6. het proces-verbaal van verhoor verdachte door de rechter-commissaris van 1 november 2017, (pagina 1-4);
7. het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering;

t.a.v. het gedeelte van de tenlastelegging waartoe vrijspraak is bepleit en door verdachte een ontkennende verklaring is afgelegd:

8. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] van 22 mei 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 118-135):

(…) Ik was vrijdag 20 mei 2016 in Zwolle. (…) Om ongeveer 23:40 uur deed [slachtoffer 3] de deur open voor een klant. (…) Ik zag dat de negroïde man een groot mes in zijn hand had en dat de blanke man een wat kleiner mes in zijn hand had. De negroïde man zei slechts tegen ons “Control Control Control!?” En deed meerdere keren “ssst ssst ssst!”. (…) Hij dreigde ons met zijn grote mes. Ik heb verder weinig gezien omdat de negroïde man mij tegen de grond duwde en vervolgens mijn hoofd naar beneden duwde. (…) De negroïde man liep steeds om ons heen. (…) Ik heb de negroïde man ook enkele keren horen zeggen “money money money!?” Dit kwam heel dreigend over aangezien hij steeds met zijn mes in zijn hand heen en weer liep. (…);

9. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] van 21 mei 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 178-180):

(…) ik was vrijdag 20 mei 2016 in mijn huis te Zwolle. (…) Toen ik de deur openmaakte stond er een blanke man voor de deur. (…) Hij gebaarde mij dat ik stil moest zijn. Hij deed zijn hand op mijn mond en duwde mij richting de woonkamer. Op dat moment kwam er ook een zwarte man naar binnen. (…) Hij duwde mij op de grond en haalde een mes tevoorschijn. (…) Ik moest op de grond op mijn buik liggen met mijn hoofd naar beneden. Hij liet mij het mes zien. Hij maakte mij bang met dat mes en probeerde het mes op mijn been te leggen. (…) De zwarte man (…) deed eerst plakband op onze monden. Toen bond hij mijn benen met de tie-rips vast en de benen van een ander meisje vast. Toen bond hij mijn handen met het plakband vast. Hij bond ons vast met grijs plakband en met tie-rips. (…) De zwarte man had een groot mes bij zich. (…) Ze zeiden: “Waar is het geld?” (…) We lagen toen allemaal op ons buik op de grond in de woonkamer. Als we bewogen dan raakte de zwarte man ons aan. (…) De zwarte man bleef bij ons en de blanke man ging het huis doorzoeken. (…) Ze hebben een kussensloop gepakt en de tas van [slachtoffer 1] , hier hebben ze alle spullen in gedaan en zijn toen weggegaan. (…) De zwarte man zijn huidskleur was heel donker, hij was ongeveer 1.65-1.70 lang en had een mager postuur. (…);

10. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] van 21 mei 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 189-193):

(…) op vrijdag 20 mei 2016 was ik in Zwolle ongeveer tussen 23:30 uur en 00:00 uur. (…) Op dat moment zag ik dat er een jongen met een mes de woonkamer in liep. Hij riep dat we alle drie op de grond moesten liggen. ik hoorde dat hij dit zei in de Engelse taal. (…) V: wat deed die donkere jongen met dat mes? (…) A: hij liet wel dat mes zien. (…) Toen die jongen tegen ons zei, dat we op de grond moesten deden we dat niet gelijk. Die jongen kwam toen met het mes naar ons toe. Hij had de punt van het mes naar ons gericht. Hij maakte bewegingen met dat mes. (…) Toen (…) begon die donkere jongen ons vast te binden met tape. Eerst werd het been van [slachtoffer 3] en mij vastgebonden met tape. (…) Ik lag met [slachtoffer 3] op de grond en die andere twee zaten op de grond. (…) V: wat deed die donkere jongen verder met dat tape? A: hij bond de handen van [slachtoffer 3] en mij vast met die tape. We moesten onze handen achter de rug doen. (…) [slachtoffer 3] en ik kregen ook tape om de mond, ook die andere twee vrouwen. (…) [slachtoffer 1] had alleen tape op haar mond, verder niet. (…) [slachtoffer 2] (…) haar handen waren vastgebonden met tape door die donkere jongen. (…);

11. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] van 21 mei 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 198-202):

(…) ik was vrijdag 20 mei 2016 in Zwolle. (…) Het was tussen 23:30 uur en 23:40 uur. (…) Ik zag een donkere man de woonkamer binnen komen. V: hoe zag deze donkere man eruit? A: 1.60 meter lang. (…) Hij had een dun postuur het was een dun klein mannetje. Hij was echt zwart als een Afrikaan. (…) Ik zag dat de man een groot mes bij zich had. (…) Hij zei tegen ons dat we op de grond moesten gaan liggen. (…) Hij zwaaide het mes met de punt in de richting van ons en maakte gebaren dat wij naar de grond moesten. (…) De neger hield ons in de gaten. (…) Ik moest op mijn knieën gaan zitten en naar de grond kijken en mijn armen werden bij de polsen op mijn rug gebonden. Dit deden ze ook met plakband. (…) De neger duwde toen mijn hoofd naar beneden, zodat ik niet meer kon kijken. (…);

12. het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] van 14 maart 2017, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 627-636):

(…) V: (…) wat wil jij vertellen over de overval in Zwolle? (…) A: (…) die avond van de overval (…) werd ik benaderd door mijn mededader. (…) In het begin twijfelde ik maar ik heb mij laten overhalen. Toen heeft hij contact gemaakt met 1 van die vrouwen in die woning die daar werkte en toen heeft hij een afspraak gepland. Als ik het goed heb rond 23:30 uur. (…) Ik ben samen met mijn mededader, met wie ik de overval heb gepleegd, naar iemand toe gegaan en heb een mesje geregeld. (…) V: met hoeveel zijn jullie naar die woning gereden? A: met zijn tweeën. (…) V: wie heeft de buit verdeeld? Met zijn tweeën. (…);

13. het proces-verbaal sporenonderzoek van 11 juni 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 66-70):

(…) op zaterdag 21 mei 2016 (…) werd door mij verbalisant, (…) forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een overval in een woning gepleegd (…) 20 mei 2016. (…) Het onderzoek is verricht in een woning aan de [adres] (…) Zwolle. (…) Ik trof op de vloer drie stukken zogenaamde duct tape aan. (…) Ik stelde deze stukken veilig en nam ze in beslag. (…) Op de bank trof ik twee stukken tape aan. (…) Ik stelde deze tape veilig en nam deze in beslag. (…) Onder het kussen lag een (…) stuk tape. (…) Ook dit stuk tape stelde ik veilig en nam ik in beslag. (…);

14. het proces-verbaal onderzoek stuk van overtuiging van 10 augustus 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 99-102):

(…) ik, verbalisant, heb een onderzoek verricht naar de mogelijke aanwezigheid van dactyloscopische sporen. (…) Ik zag dat het grijs gekleurde tape betrof. (…) Ik heb op de niet plakzijde mogelijk twee dactyloscopische sporen waargenomen. (…) [nummer 7] vingerafdruk. (…) [nummer 8] vingerafdruk. (…);

15. een schriftelijk bescheid, te weten het ‘rapport dactyloscopisch onderzoek’ van 13 augustus 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 105-108):

(…) kenmerk spoor: [nummer 9] . (…) Resultaat dactylopscopisch onderzoek: dit onderzoek heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon geregistreerd in Havank onder (…) achternaam: [verdachte ] voornaam: [verdachte ] , geboortedatum: [geboortedatum] -1994, geboorteland: [land] . (…) Uit het onderzoek blijkt dat zowel een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor (…) en afbeelding. (…) De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein. (…);

16. een schriftelijk bescheid, te weten het ‘rapport dactyloscopisch onderzoek’ van 16 augustus 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 110-113):

(…) kenmerk spoor: [nummer 10] . (…) Resultaat dactylopscopisch onderzoek: dit onderzoek heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon geregistreerd in [naam 2] onder (…) achternaam: [verdachte ] voornaam: [verdachte ] , geboortedatum: [geboortedatum] -1994, geboorteland: [land] (…) Uit het onderzoek blijkt dat zowel een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor (…) en afbeelding. (…) De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein. (…);

feit 2

1. het proces-verbaal van aangifte van 23 april 2016, (pagina 1167-1170);

2. het proces-verbaal van aangifte van 23 april 2016, (pagina 1177-1180);

3. een schriftelijk bescheid, te weten het rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek van 25 oktober 2016, (pagina 1310-1315);

4. het proces-verbaal van verhoor verdachte door de rechter-commissaris van 1 november 2017, (pagina 1-4);
5. het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering;

feit 4

t.a.v. het gedeelte van de tenlastelegging waarover verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd dan wel waartoe geen vrijspraak is bepleit:

1. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 9] van 19 mei 2016, (pagina 743-747);

2. het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 10] van 19 mei 2016, (pagina 759-764);

3. het proces-verbaal van verhoor verdachte door de rechter-commissaris van 1 november 2017, (pagina 1-4);
4. het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering;

t.a.v. het gedeelte van de tenlastelegging waartoe vrijspraak is bepleit en door verdachte een ontkennende verklaring is afgelegd:

5. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 9] van 19 mei 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 743-747):

(…) Ik doe aangifte over het incident dat plaatsvond te Breda op 18 mei 2016. (…) V: wat deed de man precies met het mes? A: hij dreigde, maakte gebaren dat hij mij zou snijden met het mes als ik zou schreeuwen. Hij bleef gebaren maken. (…) Toen kwam die andere en die liet het mes zien en maakte een gebaar met het mes dat hij zou steken als zij niet stil zou zijn. O: aangeefster maakt een stekende beweging. (…);

6. het proces-verbaal van verhoor aangeefster van 19 mei 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 748-753):
(…) Op donderdag 19 mei 2016 te 08:07 uur hoorden wij aangeefster. (…) U hoort mij over wat er vannacht is gebeurd. (…) Ik was net aangekomen in het appartement (…) toen werd ik aangevallen door drie mensen. (…) V: waar ben je aangevallen door die drie mensen? A: (…) bij de deur van het appartement. (…) Ze duwden mij verder naar binnen. En een heeft mij gelijk bij mijn nek gepakt. (…) Hij trok aan mijn haar. (…) Hij had een gebaar gemaakt van stil (slt doet vinger voor haar mond voor). (…) Ze hebben mij naar de kamer gebracht. (…) Die bij mij was (…) duwde mijn hoofd met kracht naar beneden. (…) De andere dreigde met een mes. (…);

7. het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 10] van 19 mei 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 759-764):

(…) Ik was gisteravond, 18 mei 2016 (…) in mijn woning. (…) Ik hoorde een mannenstem roepen. Ik hoorde kreten van “geef me geld”. (…) Ik zag toen twee voor mij onbekende mannen voor [slachtoffer 9] (de rechtbank begrijpt [slachtoffer 9] ) staan. Ik zag dat een van de twee mannen [slachtoffer 9] vast hield en een hand voor de mond van haar hield. (…) Op het moment dat ik de woonkamer in liep kwam ik oog in oog met een voor mij onbekende man die een mes vast hield en deze in mijn richting vast hield. (…) Ik hoorde deze man in mijn richting roepen: “op de grond liggen, wie ben jij”, en zag en voelde dat hij mijn telefoon uit mijn hand pakte. (…) Ik zag en voelde dat een van de daders mijn polsen en enkels vastbond met grijze tape. (…) Een van de daders riep (…) “kom waar is je geld” (…) Verder hoorde ik hem vragen: “waar is jou geld, wat heb je bij je”. (…) Ik zag en voelde dat de overvaller die bij mij stond mij met kracht op de grond duwde. (…);

feit 5

1. het proces-verbaal van aangifte van 27 juni 2017, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 17-20):

(…) ik, [slachtoffer 11] , doe aangifte van verduistering van mijn voertuig van het merk Mercedes Benz, type A-Klasse, kelur zwart en voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Ik heb mijn voertuig uitgeleend aan een bekende van mij [verdachte ] . (…) De laatste keer dat hij mijn voertuig heeft geleend is op woensdag 14 juni 2017 geweest. Wij hadden afgesproken dat het voertuig op zaterdag 17 juni 2017 (…) zou worden teruggebracht. (…) [verdachte ] heeft mijn voertuig echter tot op de dag van vandaag niet teruggebracht. (…);

2. het proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2017, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 21-24):

(…) Op 19 juli 2017 heb ik, verbalisant, van aangever een e-mail ontvangen met bijlagen. (…) De bijlagen betreffen informatiebrieven over een in Duitsland gepleegde verkeersovertreding. De verkeersovertreding is in Duitsland gepleegd door een voertuig van het type Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 2] . Het voertuig van aangever. (…)

(…)

(…);

3. het proces-verbaal van bevindingen van 24 juli 2017, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 25):

(…) Op maandag 24 juli 2017 bekeek ik, verbalisant, een foto welke verstrekt was door de gemeente Duisburg am Rhein. (…) Op deze foto is een personenauto te zien welke op 15 juni 2017 op de A40 bij Essen een snelheidsovertreding begaat. Het kenteken van dit voertuig betreft [kenteken 2] welke aangever/benadeelde toebehoort. Op de foto is ook de bestuurder van dit voertuig te zien. Deze manspersoon heeft een donkere huidskleur en een petje op. Tijdens het verdachtenverhoor met verdachte [verdachte ] vergeleek ik de foto met het uiterlijk van verdachte. Hierbij kwam ik tot de conclusie dat de manspersoon op de foto, welke de snelheidsovertreding begaat, de verdachte [verdachte ] betreft. (…).

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het zaaks dossier [nummer 11] (Eleonora) deel uitmakende van het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, districtsrecherche IJsselland, ‘onderzoek Heraut’ met nummer [nummer 12] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.