Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:4874

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-12-2018
Datum publicatie
19-12-2018
Zaaknummer
08-996039-17 en 08-996082-16 (gevoegd) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 60-jarige en een 47-jarige man uit Zwolle voor belastingfraude tot een celstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Als leidinggevenden van meerdere mediabv’s deden ze opzettelijk onjuiste aangifte van de omzetbelasting en verstrekten ze valse facturen aan de Belastingdienst. De rechtbank verbiedt beide mannen om tijdens de 3 jaar durende proeftijd te werken als statutair directeur. Een 30-jarige medeverdachte uit Zwolle is veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaar en een taakstraf van 150 uur. Hij was directeur van één van de bv’s en is ook schuldig aan belastingfraude.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08-996039-17 en 08-996082-16 (gevoegd) (P)

Datum vonnis: 17 december 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1958 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 oktober 2017, 12 februari 2018, 5 juli 2018 en van 3 december 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.E.M. Doedens en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. P. Koops, advocaat te Assen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er - na wijziging van de tenlastelegging - kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 08-996039-17:

Feit 1

Primair:

feitelijk leiding heeft gegeven aan het samen met een ander of anderen indienen van vijf onjuiste aangiften omzetbelasting door het bedrijf [bedrijf 1] B.V.;

Subsidiair:

samen met een ander of anderen vijf onjuiste aangiften omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] B.V. heeft ingediend;

meer subsidiair:

zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift door bij het aangifte doen voor [bedrijf 1] B.V. te hoge en onjuiste bedragen aan voorbelasting of terug te vragen belasting op te geven.

Feit 2

Primair:

feitelijk leiding heeft gegeven aan het samen met een ander of anderen indienen van zes onjuiste aangiften omzetbelasting door het bedrijf [bedrijf 2] TV B.V.;

Subsidiair:

samen met een ander of anderen zes keer een onjuiste aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 2] TV B.V. heeft ingediend;

meer subsidiair:

dat hij zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift ten aanzien van een zestal belastingaangiften omzetbelasting ten name van [bedrijf 2] TV B.V. door bij die aangiften te hoge, onjuiste bedragen aan voorbelasting of terug te vragen belasting op te geven.

Feit 3

Primair:

feitelijk leiding heeft gegeven aan het samen met een ander of anderen namens [bedrijf 1] BV ter beschikking stellen valse factuur (t.n.v. Stichting [stichting 1] , d.d. 23 december 2015) aan de Belastingdienst;

Subsidiair:

samen met een ander of anderen aan de Belastingdienst genoemde valse factuur ter beschikking heeft gesteld;

Feit 4

Primair:

feitelijk leiding heeft gegeven aan het samen met een ander of anderen namens [bedrijf 2] TV B.V. ter beschikking stellen van een valse factuur (t.n.v. Stichting [stichting 1] , d.d. 23 december 2015) aan de Belastingdienst;

Subsidiair:

samen met een ander of anderen aan de Belastingdienst genoemde valse factuur ter beschikking heeft gesteld;

Feit 5

Primair:

feitelijk leiding heeft gegeven aan het samen met een ander of anderen namens [bedrijf 3] B.V. ter beschikking stellen van een valse factuur (t.n.v. [bedrijf 4] , d.d. 2 november 2016) aan de Belastingdienst;

Subsidiair:

samen met een ander of anderen aan de Belastingdienst genoemde valse factuur ter beschikking heeft gesteld;

Feit 6

Primair:

feitelijk leiding heeft gegeven aan het samen met een ander of anderen namens [bedrijf 5] B.V. ter beschikking stellen van een valse factuur (t.n.v. [bedrijf 4] , d.d. 4 november 2016) aan de Belastingdienst;

Subsidiair:

samen met een ander of anderen aan de Belastingdienst genoemde valse factuur ter beschikking heeft gesteld.

Parketnummer 08-996082-16:

Primair:

Feitelijk leiding heeft gegeven aan het op 29 december 2015 het namens [bedrijf 6] B.V. samen met een ander of anderen indienen van een onjuiste aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2015;

Subsidiair:

Op genoemde datum samen met een ander of anderen genoemde onjuiste aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 6] B.V. heeft ingediend.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Parketnummer 08-996039-17 (onderzoek pv 60884):

1.

Primair:

[bedrijf 1] B.V. op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 april 2015 tot en met 05 juli 2016, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Omzetbelasting over:

 het tweede kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het derde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het vierde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het eerste kwartaal van het jaar 2016, en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2016,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in genoemd(e) (elektronische) aangiftebiljet(ten) een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen omzetbelasting, althans ten onrechte een bedrag aan terug te vragen omzetbelasting werd opgegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 april 2015 tot en met 05 juli 2016, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] B.V. over:

 het tweede kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het derde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het vierde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het eerste kwartaal van het jaar 2016, en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2016,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in genoemd(e) (elektronische) aangiftebiljet(ten) een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen omzetbelasting, althans ten onrechte een bedrag aan terug te vragen omzetbelasting werd opgegeven;

meer subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 april 2015 tot en met 05 juli 2016, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, opzettelijk (een) (elektronische) belastingaangifte(n) betreffende de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 1] B.V. over:

 het tweede kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het derde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het vierde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het eerste kwartaal van het jaar 2016, en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2016,

zijnde (elk) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen

- valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat/die belastingaangifte(n) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan, dat in een of meer van de genoemde belastingaangifte(n) als contactpersoon is opgegeven de naam [naam stagiair] , terwijl in werkelijkheid die [naam stagiair] geen contactpersoon (meer) was en/of niet de persoon was die de aangifte heeft opgemaakt en/of ingezonden naar de belastingdienst,

en/of voorts in de aangifte over

 het tweede kwartaal van het jaar 2015, een bedrag van euro 7.230 en/of euro 7.057, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven,

en/of

 het derde kwartaal van het jaar 2015, een bedrag van euro 6.296 en/of euro 4.829, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven

en/of

 het vierde kwartaal van het jaar 2015, een bedrag van euro 16.102 en/of euro 14.152, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven,

en/of

 het eerste kwartaal van het jaar 2016, een bedrag van euro 29.358 en/of euro 27.929, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven,

en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2016, een bedrag van euro 28.126 en/of euro 26.349, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven,

terwijl in werkelijkheid er geen bedrag, althans een (aanmerkelijk) lager bedrag, aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting van toepassing was.

2.

Primair

[bedrijf 2] TV B.V. op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 april 2015 tot en met 05 juli 2016, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Omzetbelasting over:

 het eerste kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het derde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het vierde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het eerste kwartaal van het jaar 2016, en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2016,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in genoemd(e) (elektronische) aangiftebiljet(ten) een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen omzetbelasting, althans ten onrechte een bedrag aan terug te vragen omzetbelasting werd opgegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

subsidiair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 april 2015 tot en met 05 juli 2016, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Omzetbelasting ten name van [bedrijf 2] TV B.V. over:

 het eerste kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het derde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het vierde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het eerste kwartaal van het jaar 2016, en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2016,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in genoemd(e) (elektronische) aangiftebiljet(ten) een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen omzetbelasting, althans ten onrechte een bedrag aan terug te vragen omzetbelasting werd opgegeven;

meer subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 april 2015 tot en met 05 juli 2016, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, opzettelijk (een) (elektronische) belastingaangifte(n) betreffende de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 2] TV B.V. over:

 het eerste kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het derde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het vierde kwartaal van het jaar 2015, en/of

 het eerste kwartaal van het jaar 2016, en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2016,

-zijnde (elk) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat/die belastingaangifte(n) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan, dat in een of meer van de genoemde belastingaangifte(n) als contactpersoon is opgegeven de naam [naam stagiair] , terwijl in werkelijkheid die [naam stagiair] geen contactpersoon (meer) was en/of niet de persoon was die de aangifte heeft opgemaakt en/of ingezonden naar de belastingdienst, en/of voorts in de aangifte over

 het eerste kwartaal van het jaar 2015, een bedrag van euro 2.965 en/of euro 2.913, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven,

en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2015, een bedrag van euro 2.965 en/of euro 2.835, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven,

en/of

 het derde kwartaal van het jaar 2015, een bedrag van euro 7.243 en/of euro 6.237, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven,

en/of

 het vierde kwartaal van het jaar 2015, een bedrag van euro 19.451 en/of euro 17.317, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven,

en/of

 het eerste kwartaal van het jaar 2016, een bedrag van euro 26.479 en/of euro 24.284 en/of euro 24.165, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven,

en/of

 het tweede kwartaal van het jaar 2016, een bedrag van euro 25.217 en/of euro 23.128, althans enig bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting was aangegeven,

terwijl in werkelijkheid er geen bedrag, althans een (aanmerkelijk) lager bedrag, aan voorbelasting en/of terug te vragen belasting van toepassing was;

3.

Primair:

[bedrijf 1] B.V. in of omstreeks de periode van 29 december 2015 tot en met 01 februari 2016, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld of heeft doen stellen, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hierin bestaande dat aan de belastingdienst is toegezonden een factuur schijnbaar afkomstig van Stichting [stichting 1] , gericht aan [bedrijf 1] BV en gedateerd 23-dec-15 [vindplaats document: Doc-007],

terwijl in werkelijkheid een of meer van in die factuur opgenomen goed(eren) niet is/zijn afgenomen en/of niet is/zijn betaald,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 29 december 2015 tot en met 01 februari 2016, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld of heeft doen stellen, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hierin bestaande dat aan de belastingdienst is toegezonden een factuur schijnbaar afkomstig van Stichting [stichting 1] , gericht aan [bedrijf 1] BV en gedateerd 23-dec-15 [vindplaats document: Doc-007],

terwijl in werkelijkheid een of meer van in die factuur opgenomen goed(eren) niet is/zijn afgenomen en/of niet is/zijn betaald;

4.

Primair:

[bedrijf 2] TV B.V. op of omstreeks de periode van 29 december 2015 tot en met 01 februari 2016, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld of heeft doen stellen, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hierin bestaande dat aan de belastingdienst is toegezonden een factuur schijnbaar afkomstig van Stichting [stichting 1] , gericht aan [bedrijf 2] TV BV en gedateerd 23-dec-15 [vindplaats document: Doc-008], terwijl in werkelijkheid een of meer van in die factuur opgenomen goed(eren) niet is/zijn afgenomen en/of niet is/zijn betaald,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

subsidiair

hij op of omstreeks de periode van 29 december 2015 tot en met 01 februari 2016, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld of heeft doen stellen, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hierin bestaande dat aan de belastingdienst is toegezonden een factuur schijnbaar afkomstig van Stichting [stichting 1] , gericht aan [bedrijf 2] TV BV en gedateerd 23-dec-15 [vindplaats document: Doc-008],

terwijl in werkelijkheid een of meer van in die factuur opgenomen goed(eren) niet is/zijn afgenomen en/of niet is/zijn betaald;

5.

Primair:

[bedrijf 3] B.V. in of omstreeks de periode van 30 januari 2017 tot en met 07 maart 2017, in de gemeente(n) Zwolle en/of Heerlen en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld of heeft doen stellen, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hierin bestaande dat aan de belastingdienst is toegezonden een factuur schijnbaar afkomstig van [bedrijf 4] , gericht aan [bedrijf 3] b.v., met besteldatum wo 2-nov-2016 [vindplaats document: Doc-014b], terwijl in werkelijkheid een of meer van in die factuur opgenomen goed(eren) niet is/zijn afgenomen en/of niet is/zijn betaald,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 30 januari 2017 tot en met 07 maart 2017, in de gemeente(n) Zwolle en/of Heerlen en/of Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld of heeft doen stellen terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hierin bestaande dat aan de belastingdienst is toegezonden een factuur schijnbaar afkomstig van [bedrijf 4] , gericht aan [bedrijf 3] b.v., met besteldatum wo 2-nov-2016 [vindplaats document: Doc-014b], terwijl in werkelijkheid een of meer van in die factuur opgenomen goed(eren) niet is/zijn afgenomen en/of niet is/zijn betaald;

6.

Primair:

[bedrijf 5] B.V. in of omstreeks de periode van 14 februari 2017 tot en met 21 maart 2017, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld of heeft doen stellen,

terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hierin bestaande dat aan de belastingdienst is toegezonden een factuur schijnbaar afkomstig van [bedrijf 4] , gericht aan [bedrijf 3] b.v., met besteldatum vr 4-nov-2016 [vindplaats document: Doc-014d], terwijl in werkelijkheid een of meer van in die factuur opgenomen goed(eren) niet is/zijn afgenomen en/of niet is/zijn betaald,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2017 tot en met 21 maart 2017, in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld of heeft doen stellen, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hierin bestaande dat aan de belastingdienst is toegezonden een factuur schijnbaar afkomstig van [bedrijf 4] , gericht aan [bedrijf 3] b.v., met besteldatum vr 4-nov-2016 [vindplaats document: Doc-014d],

terwijl in werkelijkheid een of meer van in die factuur opgenomen goed(eren) niet is/zijn afgenomen en/of niet is/zijn betaald;

en onder parketnummer 08-996082-16 (gevoegd) (onderzoek pv 58494):

Primair

[bedrijf 6] B.V. op of omstreeks 29 december 2015 in de gemeente Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen, als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2015, onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in genoemd (elektronische) aangiftebiljet een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen omzetbelasting, althans ten onrechte een bedrag aan terug te vragen omzetbelasting werd opgegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

Subsidiair

hij op of omstreeks 29 december 2015 in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2015 ten name van [bedrijf 6] B.V., onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in genoemd (elektronische) aangiftebiljet een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen omzetbelasting, althans ten onrechte een bedrag aan terug te vragen omzetbelasting werd opgegeven.

Opmerking rechtbank:

De rechtbank heeft geconstateerd dat in onder parketnummer 08-996039-17 onder 6 primair en subsidiair ten laste gelegde de betreffende factuur wordt geduid als :

‘een factuur schijnbaar afkomstig van [bedrijf 4] , gericht aan [bedrijf 3] b.v., met besteldatum vr 4-nov-2016 [vindplaats document: Doc-014d].’

De rechtbank begrijpt de tenlastelegging zo, dat de omschrijving van de factuur verbeterd dient te worden gelezen en wel als volgt:

‘een factuur schijnbaar afkomstig van [bedrijf 4] , gericht aan [bedrijf 5] b.v., met besteldatum vr 3-nov-2016 [vindplaats document: Doc-015d].’

Gelet op de inhoud van het dossier kan er naar oordeel van de rechtbank geen misverstand kan over bestaan op wélke factuur de tenlastelegging betrekking heeft.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

Ten aanzien van de feiten onder parketnummer 08-996039-17 onder 3, 4 en 5

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 08-996039-17 onder 3, 4 en 5 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank overweegt daartoe dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om te oordelen dat verdachte een bijdrage heeft geleverd aan, dan wel concrete wetenschap heeft gehad van de toezending aan de belastingdienst van een valse factuur, gedateerd 23 december 2015, (schijnbaar) afkomstig van Stichting [stichting 1] en gericht aan [bedrijf 1] BV (Doc -007) en/of een valse factuur (schijnbaar) afkomstig van Stichting [stichting 1] , gericht aan [bedrijf 2] TV BV (Doc-008) aan de belastingdienst en/of dat verdachte aan genoemde verboden gedragingen feitelijk leiding heeft gegeven, zodat verdachte van het onder 3 en 4 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Evenals de officier van jusitie en de verdediging ziet de rechtbank voorts onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor concrete wetenschap van verdachte ter zake het onder 5 ten laste gelegde (t.a.v. [bedrijf 3] B.V.) en zal de verdachte hiervan eveneens vrijspreken.

4 De bewijsoverwegingen

(zaak 1 en 2, onderzoek 60884)

Ten aanzien van 08-996039-17, feit 1 primair en 2 primair

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten.

Daartoe is aangevoerd - kort en zakelijk weergegeven - dat voor beide bv’s geldt dat sprake was van (functioneel) daderschap van verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] (verder te noemen: [medeverdachte] ).

Het dossier bevat voldoende bewijs om te oordelen dat door hen, als (feitelijk) leidinggevenden, met opzet werd gehandeld bij het indienen van een vijftal onjuiste aangiften voor de omzetbelasting in de periode van april 2015 - juli 2016, afkomstig van het bedrijf [bedrijf 1] B.V., en zes aangiften omzetbelasting afkomstig van het bedrijf [bedrijf 2] TV B.V.

Verdachte had in de ten laste gelegde periode formeel zeggenschap over de bv’s. Verdachte ontving de betalingen van de bv’s en voerde bovendien met de verhuurder van het bedrijfspand aan de [adres 1] te Zwolle gesprekken over de huur.

[medeverdachte] stond verdachte gedurende de ten laste gelegde periode bij, bij de werkzaamheden in het kader van de bv‘s.

Verdachte verleende in de periode rond het boekenonderzoek van de belastingdienst aan de medeverdachte, [medeverdachte] , toestemming om een en ander af te handelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit en in dat verband aangevoerd - kort weergegeven - dat het dossier niet voldoende hard bewijs bevat om te komen tot betrokkenheid van verdachte bij het indienen van de onjuiste aangiften. De bewijsmiddelen wijzen eerder in de richting van de medeverdachte, [medeverdachte] .

[medeverdachte] had toegang tot de administratie van de bv’s. Hij onderhield ook het contact met de belastinginspecteurs en beschikte over een bankpas van de SNS-bankrekening van de [bedrijf 1] B.V.

Verdachte hield zich niet bezig met de administratie; hij heeft geen valse facturen opgemaakt en nergens blijkt dat hij degene is geweest die aan de knoppen draaide.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08-996039-17 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende. 1

Ten aanzien van de rechtspersoon

[bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V. zijn op 20 november 2014 opgericht.

De bedrijven waren gedurende de ten laste gelegde periode gevestigd in een bedrijfspand aan de [adres 1] te Zwolle.2

Bestuurder en enig aandeelhouder van beide bv.’s vanaf datum oprichting was een eerder opgerichte bv: [bedrijf 7] Holding B.V.

Verdachte (hierna: verdachte, dan wel [verdachte] ) was bestuurder en aandeelhouder van de holding van 19 mei 2009 tot en met 6 juli 2016 .3

Van 1 februari 2015 tot en met 1 oktober 2015 was [medeverdachte] bestuurder van [bedrijf 1] BV.4

(Functioneel) daderschap, algemeen

Een rechtspersoon kan als dader van een strafbaar feit worden aangemerkt, indien een verboden gedraging redelijkerwijs aan die rechtspersoon kan worden toegerekend.

Daarbij is van belang of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon.

Daarvan kan sprake zijn indien het gaat om een handelen of nalaten van iemand die werkzaam is voor dan wel ten behoeve van de rechtspersoon, de gedraging past in de normale bedrijfsvoering of taakuitoefening van de rechtspersoon past en de gedraging de rechtspersoon dienstig is geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf of in diens taakuitoefening.

Tevens is van belang of de rechtspersoon erover vermocht te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en/of de gedraging blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard.

Ten aanzien van de (verboden) gedragingen

De aangiften voor de omzetbelasting

[bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. zijn in het kader van de Wet op de omzetbelasting 1968 verplicht om aangiften omzetbelasting in te (doen) dienen bij de belastingdienst.

Uit het hierna volgende blijkt dat [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V. tijdens de ten laste gelegde periode op onjuiste gegevens gebaseerde, digitale, aangiften omzetbelasting hebben ingediend. Telkens zijn te hoge bedragen aan voorbelasting en/of terug te vragen omzetbelasting opgegeven.

[bedrijf 1] B.V. diende op 29 december 2015 een aangifte omzetbelasting in over het vierde kwartaal van 2015, vanaf het IP-adres [ip-adres 1] met als contactpersoon:

[naam stagiair] .

Bij de aangifte wordt een bedrag van € 16.102,00 aan voorbelasting geclaimd.

De berekening leidt tot een teruggaaf van een bedrag van € 14.152,00, welk bedrag de belastingdienst uitbetaalde op rekeningnummer [rekeningnummer 1] .

[bedrijf 1] B.V. heeft gedurende de ten laste gelegde periode voorts nog de volgende aangiften omzetbelasting ingediend: 5

 een aangifte over het tweede kwartaal 2015, waarbij een bedrag van € 7.230,00 aan voorbelasting wordt geclaimd, ingediend op 3 juli 2015 vanaf het IP-adres [ip-adres 1] . met als contactpersoon: [naam stagiair] ;

 een aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2015, waarbij een bedrag van

€ 6.296,00 aan voorbelasting wordt geclaimd, ingediend op 15 oktober 2015, vanaf hetzelfde IP-adres en met als contactpersoon [naam stagiair] ;

 een aangifte over het eerste kwartaal 2016 waarbij een bedrag van € 29.358,00 aan voorbelasting wordt geclaimd, ingediend op 30 april 2016 vanaf het IP adres [ip-adres 2] , en met als contactpersoon [naam stagiair] .

 een aangifte over het tweede kwartaal van 2016, waarbij een bedrag van € 28.126,00 aan voorbelasting wordt geclaimd, ingediend op 5 juli 2016 vanaf het IP-adres

217.121 .21.247 en ondertekend door [naam stagiair] .

[bedrijf 2] TV B.V diende op 29 december 2015 een aangifte omzetbelasting in over het vierde kwartaal van 2015 vanaf het IP-adres [ip-adres 1] . Als contactpersoon wordt vermeld: [naam stagiair] .

In de aangifte wordt een bedrag van € 19.451,00 aan voorbelasting geclaimd. De berekening leidt tot een teruggaaf van € 17.317,00; dit bedrag is op 12 februari 2016 op rekening [rekeningnummer 2] uitbetaald.

[bedrijf 2] B.V. heeft in de ten laste gelegde periode voorts nog de volgende aangiften omzetbelasting ingediend 6:

 een aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2015, waarin een bedrag van

€ 2.965,00 aan voorbelasting wordt geclaimd. De aangifte is op 2 april 2015 ingediend vanaf het IP-adres [ip-adres 1] met als contactpersoon: [medeverdachte] ;

 een aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal 2015, waarbij een bedrag van

€ 2.965,00 aan voorbelasting wordt geclaimd. De aangifte wordt op 3 juli 2015 ingediend vanaf het IP-adres [ip-adres 1] met als contactpersoon: [naam stagiair] ,

 een aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2015, waarin een bedrag van

€ 7.243,00 aan voorbelasting wordt opgegeven, ingediend op 15 oktober 2015 vanaf het IP adres [ip-adres 1] met als contactpersoon: [naam stagiair] ;

 een aangifte omzetbelasting een het eerste kwartaal van 2016 waarbij een bedrag van

€ 26.479,00 aan voorbelasting wordt opgegeven, ingediend op 30 april 2016 vanaf het IP-adres [ip-adres 2] met als contactpersoon: [naam stagiair] ;

 een aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal 2016 waarbij een bedrag van

€ 25.217,00 aan voorbelasting wordt opgegeven, ingediend op 5 juli 2016 vanaf het IP-adres [ip-adres 2] , met als contactpersoon: [naam stagiair] .

In mei 2017 respectievelijk november 2017 zijn het bedrijfspand aan de [adres 1] te Zwolle en de woning van verdachten aan de [adres 2] te [woonplaats] doorzocht.

Daarbij is de aldaar aanwezige administratie van de met verdachten in verband gebrachte bv’s in beslag genomen, waaronder ook de administratie van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V.7

Uit een door de FIOD verricht onderzoek naar inkomende en uitgaande facturen voor de berekening van de omzetbelasting over het eerste kwartaal 2015 tot en met het tweede kwartaal 2016 van [bedrijf 1] BV. bleek dat slechts één enkele factuur werd aangetroffen, te weten een factuur afkomstig van [naam 1] van 6 juni 2015, à € 86,78.8

De inkomsten van de bv bestonden nagenoeg alleen uit teruggaven omzetbelasting.

Ten aanzien van de voorbelasting werden ten aanzien van [bedrijf 1] B.V. geen facturen aangetroffen waardoor recht zou bestaan op aftrek van voorbelasting over de periode van het eerste kwartaal 2015 tot en met het tweede kwartaal 2016. 9

Uit onderzoek naar de gegevens van de bankrekening [rekeningnummer 1] van [bedrijf 1] B.V bleek dat geen sprake was geweest van betalingen die de teruggevraagde voorbelasting op de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 1] B.V. konden onderbouwen. Van de belastingdienst was een bedrag afkomstig van in totaal

€ 53.967,00.10

Uit onderzoek naar de gegevens van de bankrekening [rekeningnummer 2] ten name van [bedrijf 2] TV B.V bleek dat ook bij deze bv niet of nauwelijks sprake was van betalingen die de op de aangiften omzetbelasting teruggevraagde voorbelasting konden onderbouwen. De inkomsten bestonden voornamelijk uit teruggaven van de belastingdienst naar aanleiding van de aangiften omzetbelasting. Van de belastingdienst afkomstig was een bedrag van in totaal € 53.467,00.

Op 7 mei 2015, 30 juli 2015 en 1 maart 2016 worden bedragen van € 2.900,00, € 5.700,00 en 15.000,00 overgeschreven naar een RABO bankrekening van [naam 2] , verhuurder van het pand aan de [adres 1] te Zwolle.

De bedragen werden gebruikt voor het betalen van de (achterstallige) huur voor het door verdachte ten behoeve van de activiteiten van zijn bv’s gehuurde bedrijfspand.11

De namens [bedrijf 1] B.V en [bedrijf 2] B.V. ingediende aangiften omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2015 tot en met het tweede kwartaal van 2016 waren ondertekend met [naam stagiair] ’.

[naam stagiair] – die in het kader van zijn MBO-opleiding stage liep bij de bv’s van [verdachte] in het pand aan de [adres 1] van september 2014 tot juli 2015 en er daarna nog vakantiewerk deed tot eind september 2015 – is als getuige gehoord. [naam stagiair] heeft, geconfronteerd met de door [naam stagiair] ’ ondertekende aangiften omzetbelasting over de kwartalen vanaf het derde kwartaal van 2015, verklaard dat hij die aangiften omzetbelasting niet heeft ingediend, en ook niet kan hebben ingediend, aangezien hij ‘toen al weg was’.12

De facturen

De belastingdienst heeft ter controle van de aangiften omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2015 van [bedrijf 1] B.V. en bij [bedrijf 2] TV B.V. de bijbehorende facturen opgevraagd.

In reactie daarop ontving de belastingdienst op 29 januari 2016 een brief afkomstig van [bedrijf 1] B.V. d.d. 22 januari 2016, ondertekend met [naam stagiair] , Administratie’ met daarbij gevoegd twee facturen.13

Eén van die facturen, met als datum 23 december 2015, was afkomstig van de ‘Stichting [stichting 1] ’ en gericht aan [bedrijf 1] BV (gevestigd [adres 1] te Zwolle). De factuur vermeldt bedragen voor zonnepanelen en vijf omvormers, transportkosten en installatiekosten. De totale kosten bedragen € 92.491,02 inclusief btw. Het bedrag aan btw is: € 16.052,16.14

Op 29 januari 2016 ontvangt de belastingdienst ook een brief namens [bedrijf 2] TV B.V.

d.d. 22 januari 2016, met daarbij gevoegd een zevental facturen, eveneens ondertekend met [naam stagiair] ‘Administratie’.15

Eén van de daarbij gevoegde facturen is afkomstig van ‘Stichting [stichting 1] ’ en gericht aan [bedrijf 2] TV B.V, gevestigd aan de [adres 1] te Zwolle.

Het betreft een factuur waarop een totaalbedrag van € 88.935,06 ten behoeve van zonnepanelen en omvormers en een bedrag van € 3.555,96 voor installatiekosten (inclusief btw) staan vermeld.16 Het bedrag aan btw is: € 16.052,16.

Uit onderzoek is gebleken dat de facturen van [stichting 1] aan [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. valselijk zijn opgemaakt:

 Uit de bankmutaties van het op de factuur vermelde bankrekeningnummer [rekeningnummer 3] , op naam van Stichting [stichting 1] bleek geen sprake te zijn van betalingen van [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. aan de Stichting betreffende deze facturen.17

 Op de afschriften van de bankrekeningen van [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. zijn geen betalingen aangetroffen met betrekking tot genoemde facturen18;

 De kosten op de factuur van Stichting [stichting 1] werden door [bedrijf 1] B.V. als voorbelasting in mindering gebracht op de aangifte omzetbelasting19, maar door [stichting 1] niet als af te dragen omzetbelasting opgegeven.20

 Uit onderzoek is gebleken dat de op de facturen vermelde zonnepanelen nimmer zijn geplaatst en dat in de periode rond het opmaken en de verzending van de facturen door medewerkers van [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. nimmer met de verhuurder van het bedrijfspand, [naam 2] , is gesproken over het plaatsen van zonnepanelen. [naam 2] heeft tijdens zijn getuigenverhoor bij de belastingdienst op 1 juni 2017 verklaard dat er nooit zonnepanelen zijn geplaatst.

Eerst op de dag voor zijn verhoor vernam [naam 2] van medeverdachte [medeverdachte] dat hij, [medeverdachte] , in het verleden bezig zou zijn geweest met zonnepanelen. Daarover was met [naam 2] nog nooit gesproken. Het plaatsen van zonnepanelen zou nooit zonder toestemming van de verhuurder kunnen gebeuren.21

Volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel was medeverdachte [medeverdachte] bestuurder van de Stichting [stichting 1] van 17 februari 2014 tot en met 7 december 2015.22

Hierna werd de stichting overgedragen aan de heer [naam 6] die volgens de belastingdienst bekend staat als katvanger. 23 Op 11 augustus 2016 trachtte de belastingdienst in contact te komen met de [stichting 1] ; dit bleek onmogelijk.24

De Kamer van Koophandel heeft de inschrijving van de Stichting hierna ambtshalve doorgehaald.25

Ten aanzien van de verzending van de brieven aan de belastingdienst door [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V. wees het onderzoek voorts uit dat iemand anders dan [naam stagiair] de brieven moet hebben verstuurd.

[naam stagiair] , de oud-stagiair, heeft tijdens zijn getuigenverhoor en naar aanleiding van vragen over de aangiften omzetbelasting voor o.a. ‘ [bedrijf 6] B.V.’ over het vierde kwartaal van 2015 verklaard 26: “Toen zat ik daar niet meer, ik zat er tot eind september 2015. Dus ik kan het niet meer gedaan hebben.”

De rechtbank ziet geen enkele aanleiding aan de juistheid van de verklaring van dhr [naam stagiair] te twijfelen.

Conclusie ten aanzien van de gedragingen.

De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat de ten laste gelegde aangiften omzetbelasting van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. over de in de tenlastelegging genoemde kwartalen opzettelijk onjuist zijn ingediend.

Daderschap van de rechtspersoon

Het opzettelijk onjuist indienen van de aangiften omzetbelasting en het, in het kader van de onderbouwing van de aangiften omzetbelasting, gebruik maken van valselijk opgemaakte facturen, kan aan [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V., via hun leidinggevenden [medeverdachte] en verdachte worden toegerekend.

Het doen van kwartaal-aangiften omzetbelasting in het kader van de wet op de Omzetbelasting past binnen de normale bedrijfsvoering van een bv en is dienstig geweest aan de bv’s.

Verdachte en [medeverdachte] konden als formeel dan wel feitelijk leidinggevenden van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. erover beschikken of de verboden gedragingen al dan niet zouden plaatsvinden en zij hebben die gedragingen blijkens de feitelijke gang van zaken ook aanvaard.

Ten aanzien van feit 1 primair en 2 primair:

Feitelijk leidinggeven en opzet op de verboden gedragingen, verdachte en [medeverdachte] .

Verdachte was gedurende de gehele ten laste gelegde periode formeel bestuurder van de rechtspersonen [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V.

Ten aanzien van [medeverdachte] geldt dat hij tijdens de ten laste gelegde periode gedurende een aanzienlijke periode formeel bestuurder was van diezelfde rechtspersonen.27

Beide verdachten hadden zeggenschap over [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V. en handelden daar ook naar.

Verdachte heeft tijdens zijn verhoren bij de belastingdienst verklaard dat [medeverdachte] hem na enige tijd is gaan bijstaan, ten aanzien van de vennootschappen [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V.

Tijdens een verhoor op 9 mei 2017 verklaart verdachte dat de btw-aangiften voor zijn bedrijf [bedrijf 7] Holding B.V. de laatste anderhalf à twee jaar door [medeverdachte] , en/of door stagiaires, werden verzorgd. Dat gebeurde dan in het pand aan de [adres 1] te Zwolle.28

Later heeft verdachte verklaard dat de aangiften tot ongeveer vier jaar geleden werden verzorgd door een administratiekantoor en daarna door [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] ), of een stagiair. In elk geval had [medeverdachte] telkens de supervisie over de aangiften.

Tijdens een aanvullend verhoor op 9 mei 2017 heeft verdachte herhaald dat [medeverdachte] ook aangiften omzetbelasting deed. Dat gebeurde nu zo’n drie jaar zo, omdat hij, verdachte, niet aanwezig was, dan wel niet in staat was, om de aangiften te verzorgen. Desgevraagd verklaarde verdachte dat hij het dan had over de aangiften van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV BV.

[medeverdachte] voerde het beheer over en was bestuurder van [bedrijf 7] Holding B.V. en ook [bedrijf 1] BV, aldus verdachte.29

Verdachten waren ten tijde van het ten laste gelegde woonachtig op hetzelfde adres: [adres 2] te [woonplaats] .

Tijdens een doorzoeking van die woning zijn meerdere brieven van de belastingdienst voor de diverse bedrijven/ bv’s van verdachte aangetroffen betreffende het doen van aangifte omzetbelasting, met daarop telkens handgeschreven het wachtwoord: ‘ [wachtwoord] ’, waaronder brieven met betrekking tot het doen van aangifte voor [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.30

Het e-mailaccount van verdachte en het e-mailadres [verdachte] @gmail.com mochten door meerdere personen worden gebruikt en meerdere mensen kenden het wachtwoord: [wachtwoord] .31

Verdachte wist dat [medeverdachte] zich ook daadwerkelijk met de btw-aangiften van [bedrijf 1] BV en [bedrijf 2] B.V. bezighield, omdat hij weleens tegen hem, vedachte, zei dat hij achterliep met het doen van aangiften. [medeverdachte] had ook als enige toegang tot de administratie.32

Verdachte heeft voorts verklaard dat [medeverdachte] over de code beschikte om de aangiften te bij de belastingdienst in te dienen.33 Hij was ervan op de hoogte dat [medeverdachte] de aangifte omzetbelasting voor het eerste kwartaal 2015 had gedaan.34

Uit het onderzoek is gebleken dat het IP-adres [ip-adres 1] , waarmee alle aangiften omzetbelasting over 2015 bij de belastingdienst zijn ingediend, ook werd gebruikt voor het indienen van een aangifte inkomstenbelasting 2015 [medeverdachte] .35

[medeverdachte] beschikte over betaalpassen van bankrekeningen van de bv’s, waaronder de pas van het bankrekeningnummer van [bedrijf 1] B.V.36, hij was gemachtigd voor de bankrekeningen van [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 1] B.V.37, hij wijzigde zo nodig een rekening en hij schoot facturen voor.38

Op 10 mei 2017 is [naam stagiair] , als getuige gehoord. [naam stagiair] heeft verklaard dat hij stage liep bij de bedrijven [bedrijf 6] B.V., [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V., vanaf september 2014 tot juli/juli 2015.

Aansluitend deed hij nog vakantiewerk voor [bedrijf 2] BV en [bedrijf 6] BV tot eind september 2015.

[naam stagiair] heeft tijdens zijn getuigenverhoor op 10 mei 2017 verklaard dat hij zich tijdens zijn jaarstage bezighield met administratief werk. Het meeste werk verrichtte hij voor [bedrijf 6] B.V. Zijn stagebegeleider was [medeverdachte] .

De heer [verdachte] (verdachte) was de directeur van de bedrijven, zo verklaarde [naam stagiair] , o.a. voor [bedrijf 2] TV B.V. [verdachte] zorgde ervoor dat alles geregeld was en dat iedereen zijn werk deed. [naam stagiair] moest aan verdachte verantwoording afleggen en laten zien wat hij met de administratie had gedaan. Verdachte was af en toe aanwezig. [naam stagiair] had een paar keer per maand een gesprekje met hem. Meestal zat [medeverdachte] daar ook bij.

[verdachte] had een eigen werkkamer aan de [adres 1] . Als hij, [verdachte] , daar was dan was [medeverdachte] daar ook vaak. Zij overlegden veel samen, aldus [naam stagiair] .

[medeverdachte] was vooral ‘de administrateur’ van de bv’s [bedrijf 2] TV B.V. en [bedrijf 1] B.V.

[naam stagiair] werd door [medeverdachte] aangestuurd; hij bepaalde welke kosten op welke bv werden geboekt. 39

[naam stagiair] heeft verklaard dat hij zich slechts één keer, in de eindfase van zijn stageperiode, heeft verdiept in het invullen van een aangifte omzetbelasting. [medeverdachte] zat naast hem; hij liet hem toen zien hoe alles moest worden ingevuld in het programma Snelstart. [naam stagiair] diende nooit zelf een aangifte in.40

[verdachte] was, hoewel minder vaak dan [medeverdachte] , met regelmaat aanwezig in het bedrijfspand aan de [adres 1] te Zwolle, aldus [naam stagiair] . [verdachte] voerde gesprekken met de medewerkers en stagiaires en hij was de contactpersoon voor de verhuurder, [naam 2] , over de huur van het pand.

Tijdens het boekenonderzoek van de belastingdienst heeft [medeverdachte] namens [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 1] B.V. het woord gevoerd.41

Dat gesprek ging onder meer over bankzaken van de bv’s en de administratie. [medeverdachte] trad daarmee op als gezicht van deze rechtspersonen naar buiten.

Voor zover verdachte heeft aangevoerd dat niet hij maar [naam 3] verantwoordelijk is voor de hem verweten frauduleuze handelingen, overweegt de rechtbank als volgt.

Tijdens zijn verhoren door de FIOD heeft verdachte niets verklaard over de rol van deze [naam 3] . De aanvankelijke schriftelijke verklaring (“SchuldVerklaring”) van [naam 3] , gedateerd 15 mei 2017, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Die verklaring is niet alleen vaag ten aanzien van de gepleegde strafbare feiten; [naam 3] heeft deze verklaring bovendien op een later moment (op 11 september 2017) in een telefoongesprek met een medewerker van de Belgische politie uitdrukkelijk herroepen.

De rechtbank laat het aangevoerde door verdachte ten aanzien van enige verklaring van [naam 3] dan ook buiten beschouwing.

De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande, bezien tegen het licht van hetgeen de rechtbank heeft vastgesteld ten aanzien van de ingediende aangiften, volgt dat de verdachten, zowel [verdachte] als [medeverdachte] , ten aanzien van de opzettelijk onjuist ingediende aangiften van de bv’s [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V. voor de omzetbelasting, beiden als feitelijk leidinggevenden moeten worden aangemerkt.

Concluderend heeft verdachte aldus feitelijk leiding gegeven aan de onder 1 primair (in vereniging) en 2 primair (in vereniging) ten laste gelegde verboden gedragingen van voornoemde bv’s, te weten het opzettelijk onjuist indienen van aangiften voor de omzetbelasting.

De rechtbank is, gelet op het voorgaande, alles in samenhang bezien, voorts van oordeel dat verdachte en [medeverdachte] de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde gedragingen (het feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V. in de ten laste gelegde periode) tezamen en in vereniging hebben gepleegd.

Uit de bijdragen die verdachten ieder voor zich alsook gezamenlijk hebben geleverd ten aanzien van het reilen en zeilen van de bv’s en de administraties, de - aanvankelijke - verklaringen van [medeverdachte] ten aanzien van zijn werkzaamheden voor diverse bv’s, de verklaringen van de stagiair [naam stagiair] (met betrekking tot de aanwezigheid van verdachten in het bedrijfspand aan de [adres 1] te Zwolle, hun werkzaamheden en hun onderling overleg), de verklaringen van verdachte over afspraken met betrekking tot het indienen van de aangiften omzetbelasting, en hetgeen is gebleken over de bankgegevens van de bv’s volgt naar oordeel van de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking, waarbij de bijdragen van elk van de verdachten van een voldoende gewicht zijn geweest om te komen tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feitelijk leidinggeven in vereniging.

Ten aanzien van feit 6 primair

(zaak 4, onderzoek 60884):

Op 6 februari 2017 ontvangt de belastingdienst een aangifte omzetbelasting van [bedrijf 5] B.V. over het derde kwartaal van 2016. Er wordt een omzet gemeld van € 0,00. Daarnaast wordt een bedrag aan voorbelasting geclaimd van € 16.943,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 6 primair ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft betoogd - kort en zakelijk weergegeven - dat voor wat betreft [bedrijf 5] B.V. sprake is geweest van functioneel daderschap van verdachte. De aan de belastingdienst gezonden factuur ter onderbouwing van de opgave van de voorbelasting, van [bedrijf 4] van 3 november 2016, blijkt op basis van nader onderzoek, valselijk te zijn opgemaakt. Het dossier bevat voldoende bewijs om te oordelen dat door verdachte, als leidinggevende van [bedrijf 5] B.V. met opzet werd gehandeld bij het toezenden van de valse factuur naar de belastingdienst, en/of dat verdachte aan die verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat verdachte van meet af aan betrokkenheid bij het ten laste gelegde heeft ontkend. Ook bevat het dossier geen enkel bewijs waaruit kan worden afgeleid dat verdachte betrokken was bij het ten laste gelegde.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 6 primair ten laste gelegde. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.42

De rechtspersoon; [bedrijf 5] B.V.

[bedrijf 5] BV werd op 3 augustus 2018 opgericht.

Bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 5] B.V. is de bv: [bedrijf 8] Holding B.V., eveneens opgericht op 3 augustus 2016. Bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 8] Holding B.V. is de [stichting 2] aandelen [bedrijf 8] Holding, eveneens opgericht op 3 augustus 2016. Verdachte is sinds 3 augustus 2016 formeel bestuurder van laatstgenoemde stichting en als zodanig tevens middellijk bestuurder van [bedrijf 8] Holding B.V. en [bedrijf 5] B.V.43

Het bezoekadres van [bedrijf 5] BV is: [adres 2] (woonadres van verdachte); het postadres: [adres 1] te Zwolle.

Verboden gedragingen, toerekening aan de rechtspersoon en feitelijk leidinggeven.

Op 6 februari 2017 ontvangt de belastingdienst een aangifte omzetbelasting van [bedrijf 5] BV over het derde kwartaal 2016 (03-08-2016 tot en met 30-09-2016).

De aangifte meldt een omzet ex btw van € 0,00 waarover € 0,00 verschuldigd is. Er wordt een bedrag van € 16.943 aan voorbelasting geclaimd. De berekening leidt tot een teruggaaf van € 16.943. De aangifte is handgeschreven en ondertekend met [naam stagiair] , stagiair.44

Ter onderbouwing van de aangifte ontvangt de belastingdienst op 27 februari 2017 een brief van [bedrijf 5] B.V., van 23 februari 2017 en ondertekend met ‘ [medeverdachte 2] ’.

Als bijlage is gevoegd: een factuur, gedateerd 3 november 2016, van de firma [bedrijf 4] gericht aan [bedrijf 5] B.V, adres: [adres 2] te [woonplaats] .45

Met de factuur worden kosten in rekening gebracht in verband met de aanschaf van fotoapparatuur een bedrag van € 80.681,82 exclusief btw in rekening gebracht; de btw bedraagt: € 16.943,18. De factuur zou zijn voldaan.

Nader onderzoek door de FIOD/belastingdienst heeft uitgewezen dat de factuur vals was. De belastingdienst sprak met de controller van [bedrijf 4] B.V., de heer [naam 5] .

[naam 5] liet weten dat de factuur niet was opgemaakt door [bedrijf 4] B.V., maar verband hield met een eerder opgemaakte ‘pro forma’ factuur, die nooit tot een levering had geleid.46

De valselijk opgemaakte factuur bleek vrijwel identiek aan de nagemaakte, valse factuur van [bedrijf 4] aan [bedrijf 3] B.V. van 2 november 2016 (zaak 3).47

Het debiteurnummer was identiek. Een order bij [bedrijf 4] van 2 november 2016 betreffende de offerte inzake fotoapparatuur gericht aan [bedrijf 3] B.V. bevatte als (opgegeven) e-mailadres: [verdachte] @gmail.com.48

Op grond van het dossier is niet komen vast te staan wie de aangifte en valselijk opgemaakte factuur namens [bedrijf 5] B.V. naar de belastingdienst heeft verzonden.

Verdachte heeft, geconfronteerd met de aangifte omzetbelasting van [bedrijf 5] B.V. ondertekend op 31 januari 2017 met [naam stagiair] , stagiair, verklaard dat ‘ [naam stagiair] ’ helemaal niet bestaat. Verdachte heeft verklaard niets te weten van de startersaangifte maar wel brieven van de belastingdienst met betrekking tot het verzuim te kennen.49

Verdachte heeft voorts ontkend de brief van 23 februari 2017 en de valse factuur van [bedrijf 4] van 3 november 2017 te hebben verzonden. Hij heeft verklaard geen idee te hebben wie dat gedaan zou kunnen hebben.50

De rechtbank acht genoemde, ontkennende, verklaringen ongeloofwaardig.

Een activiteit als het verstrekken van bescheiden aan de belastingdienst als een factuur, ter controle van aangiften, past binnen de normale bedrijfsvoering van een B.V. en is de B.V. ook dienstig.

Het ter beschikking stellen van de factuur diende ter onderbouwing van de ingediende aangifte omzetbelasting.

Verdachte was als (enig) middellijk bestuurder van [bedrijf 5] B.V., via [bedrijf 8] Holding B.V. en de [stichting 2] aandelen [bedrijf 8] Holding en als leidinggevende verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van [bedrijf 5] B.V., en hij was degene met volledige zeggenschap binnen de rechtspersoon.

Niet is gebleken van enige andere persoon aan wie de verantwoordelijkheid ter zake concreet zou zijn overgedragen.

Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte - [adres 2] te [woonplaats] - zijn aangetroffen:

 een brief van de belastingdienst over het doen van aangifte omzetbelasting gericht aan [bedrijf 5] BV. In de brief wordt een gebruikersnaam verstrekt om een digitale aangifte op naam van [bedrijf 5] B.V. te kunnen indienen. Op de brief staat met pen geschreven: ‘ [wachtwoord] ’.51

Uit het dossier blijkt dat genoemd wachtwoord ook wordt gebruikt voor andere bedrijven van verdachte, getuige de aangetroffen brieven van de belastingdienst voor diverse bedrijven van verdachte betreffende het doen van aangifte omzetbelasting met daarop telkens handgeschreven het wachtwoord [wachtwoord]52;

 de aangifte omzetbelasting van [bedrijf 5] B.V. over het derde kwartaal 2016, met daarachter de factuur van [bedrijf 4] gericht aan [bedrijf 5] B.V.53;

 de brief van de belastingdienst aan [bedrijf 5] B.V. van 14 februari 2017 betreffende de

aangifte omzetbelasting derde kwartaal 2016, waarin gevraagd wordt om onderbouwing

van de aangifte54, met daaraan gehecht de brief van [bedrijf 5] B.V. aan de belastingdienst als reactie op het verzoek, en de factuur van [bedrijf 4] aan [bedrijf 5] B.V.;

 een brief van de Belastingdienst betreffende de afwijzing van het verzoek teruggaaf omzetbelasting van [bedrijf 5] B.V. over het derde kwartaal van 2016.55

Verdachte heeft voorts tijdens zijn verhoren ten aanzien van het doen van aangiften omzetbelasting voor zijn bv’s en [bedrijf 5] B.V. verklaard 56:

“Ik heb geen actie ondernomen naar aanleiding van de brieven over de verzuimboetes. (..)” en “ [medeverdachte] heeft mij op een map gewezen met de codes om aangiften omzetbelasting te kunnen doen en gaf aan dat ik dat ook zelf heel makkelijk kon doen. Daar heb ik tot op heden niets mee gedaan.(...).”

De rechtbank neemt bij zijn oordeel ten aanzien van de wetenschap en het opzet op het ten laste gelegde voorts in aanmerking het door verdachte aan de verhuurder van het bedrijfspand,

[naam 2] , verzonden I-message bericht van 28 januari 2017, met als inhoud: 57

Hoi [naam 2] , (…)

Ik heb bericht van de belastingdienst gehad dat de nieuwe bv’s onder onze nieuwe holding niet in onderzoek staan en dat de btw over de laatste drie maanden van 2016 niet geblokkeerd staat en dus normaal zal worden terugbetaald. Die teruggaven zijn inmiddels ingediend en verwacht ik binnen een paar weken. Dan zal dus een aanzienlijk deel van de openstaande schuld kunnen worden terugbetaald.

Facturen die we op de oude bv’s hadden ingediend hebben we gedeeltelijk overgezet naar de nieuwe bv’s. Dus teruggave onder de nieuwe holding gaat niet uitblijven. Het blijkt ook dat ik als persoon niet in onderzoek sta of stond. Over de oude bv’s hebben we inmiddels alle facturen en boekhouding aan de belastingdienst moeten sturen voor een zoals zij dat noemen standaard controle over heel 2016. Ze waren vooral achterdochtig over het openstaande huurbedrag waarvoor ik een teruggave op voorhand had ingediend. (..) ... nou in ieder geval is er minder ellende aan de hand als waar ik bang voor was, immers, de nieuwe holding en bv’s zijn onaangetast en zonder onderzoek van de belastingdienst ... groeten, [verdachte] .

en het op 28 februari 2017 door verdachte verzonden I-message bericht:

‘Er zitten van mijn eigen BV’s ook nog bedragen van btw retour te komen’58

Ondanks dat niet vastgesteld heeft kunnen worden wie binnen [bedrijf 5] B.V. de onjuiste, op een valselijk opgemaakte factuur gebaseerde, aangifte heeft ingediend, is de rechtbank van oordeel dat [bedrijf 5] B.V., in de persoon van verdachte - die in dezen gelet op zijn positie binnen het bedrijf en de bij hem aanwezige wetenschap ter zake tevens als feitelijk leidinggever is aan te merken - naar de uiterlijke verschijningsvorm gebaseerd op vorenstaande feiten en omstandigheden - minst genomen - bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een valselijk opgemaakte factuur zou worden verstrekt aan de belastingdienst ter onderbouwing van de opgegeven voorbelasting voor het derde kwartaal van 2016.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de onder 6 primair ten laste gelegde verboden gedragingen.

Ten aanzien van parketnummer 08-996082-16 (gevoegd)

(onderzoek 584940)

4.1

Inleiding

Door en namens [bedrijf 6] is op 29 december 2015 een aangifte omzetbelasting ingediend over het vierde kwartaal van 2015. Nader onderzoek door de belastingdienst wees uit dat de aangifte onjuist was: er werd een (hoog) bedrag aan voorbelasting opgegeven en de opgave niet was onderbouwd. Die onderbouwing kon - naar later bleek - ook niet worden gegeven.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard dat door [bedrijf 6] B.V. opzettelijk een onjuiste aangifte omzetbelasting is ingediend en dat verdachte en [medeverdachte] feitelijk leiding hebben gegeven aan die verboden gedraging.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Het dossier bevat geen dan wel onvoldoende bewijs bevat om te komen tot betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde. Het dossier bevat eerder allerlei aanknopingspunten die wijzen in de richting van de medeverdachte, [medeverdachte] . Hij hield zich bezig met de administratie van [bedrijf 6] B.V. en heeft op 12 juli 2016 erkend dat hij de belastingaangifte over het vierde kwartaal van 2015 van [bedrijf 6] B.V. heeft ingediend.

Het dossier bevat bovendien onvoldoende bewijs om tot ‘medeplegen’ dan wel tot feitelijk leidinggeven door verdachte te komen. Uit niets blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking. Verdachte was er niet van op de hoogte dat sprake was van onterechte teruggaven en dat de huur daarmee werd betaald. Voor feitelijk leiding geven is tenminste vereist dat de verdachte wetenschap had van de verboden gedraging. Daarvan is niet gebleken.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de hierna volgende bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.59

Daderschap van de rechtspersoon

[bedrijf 6] B.V. werd op 19 mei 2009 opgericht.

Met ingang van 13 juni 2014 is het vestigingsadres [adres 2] te [woonplaats] (het woonadres van verdachte en [medeverdachte] ).

Eerder (oud) vestigingsadres is: [adres 1] te Zwolle. Enig aandeelhouder en bestuurder/directeur is: [bedrijf 7] Holding BV, gevestigd aan de [adres 2] te [woonplaats] .60

Gedurende de ten laste gelegde periode was verdachte, tot 20 april 2016, middellijk bestuurder van de B.V., via [bedrijf 7] Holding B.V.61

De activiteiten van [bedrijf 6] BV vinden plaats op het bedrijfsadres aan de [adres 1] te Zwolle.62

Tijdens een boekenonderzoek van de belastingdienst bij [bedrijf 6] B.V. kwam een naheffing naar voren inzake de omzetbelasting over de jaren 2012 tot en met 2014: een bedrag van in totaal € 89.790,00.63

Na bekendmaking van de naheffing werd namens [bedrijf 6] B.V. een aangifte omzetbelasting ingediend over het vierde kwartaal van 2015. Daarbij is een teruggave geclaimd van een bedrag van € 89.790,00. Dit is exact hetzelfde bedrag als het bedrag van de door de belastingdienst berekende naheffing.64 De aangifte over het vierde kwartaal van 2015 is op 29 december 2015 digitaal ingediend vanaf het IP-adres [ip-adres 1] .65

Uit onderzoek bleek dat vanaf genoemd IP-adres bij de belastingdienst ook de aangiften binnenkomen van de bedrijven: [bedrijf 7] Holding B.V., [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 2] TV B.V. en van (de natuurlijke persoon) [medeverdachte] .66

Op 12 juli 2016 nam [medeverdachte] contact op met de belastingdienst en verklaarde dat hij degene is die de aangifte van [bedrijf 6] BV over het vierde kwartaal van 2015 heeft ingediend.67

Op 14 juli 2016 vond een verhoor met [medeverdachte] plaats over de aangifte.68

Tijdens het verhoor verklaarde [medeverdachte] dat [bedrijf 6] B.V. van [verdachte] , verdachte, was maar dat hij, [medeverdachte] , er (de rechtbank begrijpt: in het bedrijfspand aan de [adres 1] ) ook vaak was.69

[medeverdachte] had zelf geld in de B.V. gestopt, ca € 25.000,00 en hij had daarvoor een lening afgesloten.· Omdat verdachte ziek werd ging [medeverdachte] zich zelf bezighouden met de administratie van de [bedrijf 6] B.V. Samen met een stagiair, [naam stagiair] , voerde hij de administratie in met behulp van het programma Snelstart.70

Tijdens zijn verhoor op 10 mei 2017 heeft [medeverdachte] over zijn rol nog verklaard dat hij de administratie invoerde bij [bedrijf 6] B.V. [verdachte] , verdachte, had hem gevraagd dat te doen.

[medeverdachte] voerde de facturen en de kas- en bankgegevens in.71

Samen met een stagiair, [naam stagiair] , voerde hij de administratie in, met behulp van het programma Snelstart. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij ‘op advies van een jurist die dingen regelde voor [verdachte] (verdachte)’ de aangifte over het vierde kwartaal van 2015 zelf had ingediend. Die jurist had [medeverdachte] geadviseerd om een suppletie te doen, om incassoproblemen te voorkomen.

Geconfronteerd met de ondertekening op de aangifte omzetbelasting heeft [medeverdachte] verklaard dat de naam van [naam stagiair] , een stagiair, weliswaar onder de aangifte staat, maar dat hij deze zelf heeft ingevuld. Hij had daarbij een zodanig bedrag aan voorbelasting opgegeven dat de berekening uitkwam op een teruggave van € 89.700,00, het bedrag van de aanslag.72

Het doen van aangiften omzetbelasting behoort tot de activiteiten in het kader van de normale bedrijfsvoering van een B.V. en is dienstig aan de vennootschap.

De rechtbank acht ten aanzien van de toerekening aan de rechtspersoon voorts van belang hetgeen verdachte tijdens zijn verhoren heeft verklaard over de rol en werkzaamheden van [medeverdachte] voor zijn bv’s als hiervoor beschreven (zie hiervoor onder parketnummer 08-996040-17 onder het kopje ‘Ten aanzien van feit 1 primair en 2 primair’ zoals dat in overleg met verdachte tot stand zou zijn gekomen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte erover kon beschikken of de onjuiste aangifte werd ingediend.

Feitelijk leidinggeven in vereniging

De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande blijkt dat zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte] feitelijk leiding hebben gegeven aan de aan [bedrijf 6] B.V. ten laste gelegde verboden gedraging.

Verdachte was ten tijde van het ten laste gelegde handelen eigenaar en middellijk bestuurder van [bedrijf 6] B.V., via [bedrijf 7] Holding B.V.73

Daarmee was hij als zowel formeel als feitelijk leidinggevende verantwoordelijk voor het doen of laten doen van juiste aangiften omzetbelasting voor [bedrijf 6] B.V.

Verdachte was zich - blijkens zijn eigen verklaringen - kennelijk ook volledig bewust van het feit dat hij als bestuurder verantwoordelijk was voor de aangiften omzetbelasting voor [bedrijf 6] B.V. Op 10 mei 2017 verklaarde hij tegenover de belastingdienst:

“Ik weet wel dat ze, de FIOD of de belastingdienst, wilden dat ik daar was, op heel korte termijn. (...) Ik heb een mail laten versturen door een kennis, met het verzoek om het gesprek uit te stellen. (...). [medeverdachte] vertelde dat de belastingdienst een aanslag omzetbelasting had opgelegd, over omzet die er nooit was geweest. (...) Zo kreeg hij een aanslag btw van ongeveer

€ 89.000,00. Ik zei hem dat we bezwaar moesten maken.” 74

Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat uit het onderzoek is gebleken dat verdachte veelvuldig contact heeft gehad met [naam 2] , verhuurder van de [adres 1] , over achterstallige huurkosten en aan [naam 2] dikwijls toezeggingen deed omtrent het betalen van de huur met teruggaven van de belastingdienst, naar aanleiding van door zijn bv’s ingediende aangiften omzetbelasting.75

Ten aanzien van de rol van [medeverdachte] heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte] de supervisie had over de aangiften van zijn bedrijven.

[medeverdachte] beschikte ook over de code om aangiften te doen bij de belastingdienst.76

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij de aangifte bewust onjuist heeft ingediend om incassoproblemen te voorkomen.

Hij heeft zijn handelen toegelicht met de verklaring dat [verdachte] , verdachte, veel geld in het bedrijf had gestopt en dat hij, [medeverdachte] , zelf ook ongeveer € 25.000,00 in de B.V. had gestopt; hij had ook rekeningen voor het bedrijf betaald. Zijn persoonlijke belang was dat het bedrijf zou worden gered. [medeverdachte] had de aangifte ingevuld op de computer van de [adres 1] .

De naam van [naam stagiair] stond er weliswaar onder, maar hij, [medeverdachte] , diende zelf de aangifte in.77

In aanvulling op het voorgaande betrekt de rechtbank bij haar oordeel over het feitelijk leidinggeven nog hetgeen [naam stagiair] , de stagiaire in de periode september 2014 – september 2015 heeft verklaard ten aanzien van de rol en bijdragen van verdachte en [medeverdachte] bij de bv.

[naam stagiair] verklaarde op 10 mei 2017 tijdens zijn verhoor dat [verdachte] , verdachte, de directeur van de bedrijven was, onder meer van [bedrijf 6] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V.

[verdachte] zorgde dat alles geregeld was en dat iedereen zijn werk deed. [naam stagiair] legde ook bij [verdachte] verantwoording af. [naam stagiair] had een paar keer per maand een gesprekje met [verdachte] en [medeverdachte] zat daar meestal bij.

Ten aanzien van [medeverdachte] verklaarde [naam stagiair] dat als [verdachte] , verdachte, op zijn werkkamer was aan de [adres 1] , [medeverdachte] daar ook vaak was en dat zij samen veel overleg voerden.78

Conclusie daderschap rechtspersoon, feitelijk leidinggeven en opzet op de verboden gedraging

Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het op 29 december 2015 indienen van de aangifte voor de omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2015 namens [bedrijf 6] B.V. opzettelijk onjuist is geschied en dat de verboden gedraging via verdachte als feitelijk leidinggevende aan de rechtspersoon kan worden toegerekend.

De rechtbank acht hetgeen verdachte ter zake deze gedraging is ten laste gelegd dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Voor zover verdachte heeft aangevoerd dat niet hij, maar [naam 3] verantwoordelijk is voor de hem verweten frauduleuze handelingen, verwijst de rechtbank naar de hiervoor reeds opgenomen bespreking van dit verweer onder het kopje ‘Feitelijk leidinggeven en opzet op de verboden gedragingen’ ten aanzien van de feiten in de zaken met betrekking tot [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.

De rechtbank is op grond van het voorgaande voorts van oordeel dat verdachte en medeverdachte [verdachte] tezamen en in vereniging feitelijk leiding hebben gegeven aan de ten laste gelegde verboden gedragingen.

De verweren worden verworpen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

Parketnummer 08-996039-17:

1.

Primair:

[bedrijf 1] B.V. in de periode van 02 april 2015 tot en met 05 juli 2016, in Nederland, als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Omzetbelasting over:

 het tweede kwartaal van het jaar 2015, en

 het derde kwartaal van het jaar 2015, en

 het vierde kwartaal van het jaar 2015, en

 het eerste kwartaal van het jaar 2016, en

 het tweede kwartaal van het jaar 2016,

onjuist heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid hierin bestaan, dat in genoemde (elektronische) aangiftebiljetten een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen omzetbelasting werd opgegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, in vereniging met een ander, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen.

2. Primair

[bedrijf 2] TV B.V. in de periode van 02 april 2015 tot en met 05 juli 2016, in Nederland, als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Omzetbelasting over:

 het eerste kwartaal van het jaar 2015, en

 het tweede kwartaal van het jaar 2015, en

 het derde kwartaal van het jaar 2015, en

 het vierde kwartaal van het jaar 2015, en

 het eerste kwartaal van het jaar 2016, en

 het tweede kwartaal van het jaar 2016,

onjuist heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid hierin bestaan, dat in genoemde (elektronische) aangiftebiljetten een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen omzetbelasting, werd opgegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, in vereniging met een ander, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen.

6.

Primair:

[bedrijf 5] B.V. in de periode van 14 februari 2017 tot en met 21 maart 2017, in Nederland als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hierin bestaande dat aan de belastingdienst is toegezonden een factuur schijnbaar afkomstig van [bedrijf 4] , gericht aan [bedrijf 5] b.v., met besteldatum vr 3-nov-2016 [vindplaats document: Doc-015d], terwijl in werkelijkheid meer van in die factuur opgenomen goederen niet zijn afgenomen,

zulks terwijl hij, verdachte, in vereniging met een ander, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen.

onder parketnummer 08-996082-16 (gevoegd) (onderzoek pv 58494):

Primair

[bedrijf 6] B.V. op 29 december 2015 in Nederland,

als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2015, onjuist heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid hierin bestaan, dat in genoemd (elektronische) aangiftebiljet een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of terug te vragen omzetbelasting, werd opgegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, in vereniging met een ander, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 68 lid 1 sub c, 69 lid 2 AWR en de artikelen 47 en artikel 51 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 08-996039-17:

Feit 1 primair en feit 2 primair:

Het misdrijf:

Telkens: medeplegen van het feitelijk leidinggeven aan opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Feit 6 primair:

Het misdrijf:

Medeplegen van het feitelijk leidinggeven aan het ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze opzettelijk in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar stellen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

parketnummer 08-996082-16

primair:

medeplegen van het feitelijk leidinggeven aan het het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 08-996039-17 onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 primair, 6 primair en het onder parketnummer 08-996082-16 onder primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en dat rechtbank zal bepalen dat verdachte tijdens een proeftijd van 2 jaren niet het beroep van statutair directeur zal kunnen uitoefenen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft de rechtbank verzocht om - mocht het komen tot een veroordeling - rekening te houden met het feit dat hij ten tijde van het ten laste gelegde veelal afwezig was geweest en met zijn slechte fysieke toestand.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

Verdachte heeft zich gedurende een ruime periode van meer dan een jaar samen met een ander bezig gehouden met het plegen van fraude, middels het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting voor verschillende door hem opgerichte bv’s. Er werden voor die niet rendabele bv’s opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting ingediend, waarbij onjuiste, hoge bedragen aan voorbelasting werden opgegeven werd teruggevraagd.

Verdachte heeft daarnaast feitelijk leiding gegeven aan het verstrekken van een valse factuur aan de belastingdienst, ter onderbouwing van de in een aangifte aan voorbelasting opgegeven bedrag.

Door aldus te handelen heeft verdachte op grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen waarop het belastingstelsel is gestoeld en waarop de samenleving, in het kader van het algemeen maatschappelijk belang en het belang van een goed functioneren van het financieel en economisch stelsel, moet kunnen rekenen. Verdachte heeft er aldus tevens blijk van gegeven zijn verantwoordelijkheid als bestuurder en/of feitelijk leidinggevende op geen enkele wijze serieus te nemen.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank allereerst rekening met de aard, ernst en hoeveelheid feiten en de aan de orde zijnde geschatte, grote, benadelingsbedragen.

Uit de door de belastingdienst gemaakte berekeningen blijkt van schattingen van benadelingsbedragen van € 171.432,00 (zaken [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.) en

€ 85.263,00 (zaak [bedrijf 6] B.V.). Ten aanzien van de bv’s [bedrijf 3] B.V. en [bedrijf 5] B.V. is sprake van een schatting van benadelingsbedragen van tweemaal € 16.943,00.

Ten aanzien van de rol van verdachte bij de frauduleuze activiteiten is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat verdachte een belangrijke, zelfs leidende rol heeft gespeeld en aan de fraude, tezamen en in vereniging met een ander, actieve en essentiële bijdragen heeft geleverd.

De LOVS oriëntatiepunten ten aanzien van fraude geven als richtsnoer voor een feit als het onderhavige, gelet op de hoogte van het benadelingsbedrag: oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden (€ 125.000,00 - € 250.000,00).

In dit geval bedragen de benadelingsbedragen tezamen iets meer dan € 250.000,00.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging tot slot rekening met het strafblad van verdachte. Uit een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 7 mei 2018 blijkt dat verdachte in het verleden - zij het al langer geleden - onherroepelijk werd veroordeeld ter zake van belastingfraude, valsheid in geschrift, oplichting en faillissementsfraude, te weten bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Zwolle van 26 mei 1997, tot een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf van vier maanden.

De rechtbank houdt rekening met de proceshouding van verdachte. Verdachte weigert kennelijk om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn laakbaar handelen.

Alles afwegende komt de rechtbank ook nu tot oplegging van een vrijheidsbenemende straf van een duur als hierna vermeld. Een deel van die straf zal de rechtbank voorwaardelijk opleggen, teneinde verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie gevorderd, mede gelet op de gegeven vrijspraken. De rechtbank acht het, met de officier van justitie, wel noodzakelijk om aan verdachte een verbod op te leggen om gedurende de proeftijd nog werkzaam te zijn als statutair directeur, op grond van artikel 69 lid 6 AWR.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen.

Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 69 lid 6 van de AWR en de artikelen 14a tot en met d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

11 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 008-996039-17 onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 008-996039-17 onder 1 primair, 2 primair en 6 primair ten laste gelegde en het onder 008-996082-16 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

08-996039-17

Feit 1 primair en feit 2 primair:

Het misdrijf: Telkens: medeplegen van het feitelijk leidinggeven aan opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Feit 6 primair:

Het misdrijf:

medeplegen van het feitelijk leidinggeven aan het ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze opzettelijk in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar stellen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

08-996082-16

primair:

medeplegen van het feitelijk leidinggeven aan het het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor de onder 008-996039-17 onder 1 primair, 2 primair en 6 primair en het onder 008-996082-16 primair bewezenverklaarde feiten;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde niet is nagekomen.

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat verdachte ex artikel 69 lid 6 AWR gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren wordt ontzet van de uitoefening van het beroep van statutair directeur.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aksu, voorzitter en mr. G.H. Meijer en mr. H.R. Schimmel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Westerlaak, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 60884. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Schriftelijke bescheiden te weten uittreksels KvK, Doc-003 ( [bedrijf 1] BV.) en Doc-004 ( [bedrijf 2] TV B.V.), pag. 450 en 452.

3 Overzichtsproces-verbaal (pag. 27), en een schriftelijk bescheid te weten een uittreksel KvK, Doc-063, pag. 695 e.v., i.h.b. 698.

4 Een schriftelijk bescheid te weten een uittreksel KvK, doc-066 (alleen/ zelfstandig bevoegd).

5 Aanvangsproces-verbaal, AMB-001, pag. 119 – 122, i.h.b. pag. 121 onderaan en pag. 122 bovenaan en schriftelijke bescheiden, te weten een ambtsedige verklaring van de belastingdienst met als bijlagen: prints uit de computer van de belastingdienst m.b.t. digitaal ingediende aangiften van [bedrijf 1] B.V. over het eerste kwartaal 2015 t/m tweede kwartaal 2016, Doc-028, pag. 533 – 554.

6 Aanvangsproces-verbaal, AMB-001, dossierpagina 119 – 122 (i.h.b. pag. 120 bovenaan en pag. 122) en een ambtsedige verklaring belastingdienst met bijlagen: prints uit de computer van de belastingdienst m.b.t. digitaal ingediende aangiften van [bedrijf 2] TV B.V. over het eerste kwartaal 2015 t/m tweede kwartaal 2016, Doc-029, pag. 555 – 576.

7 Proces-verbaal van doorzoeking bedrijfsgedeelte, AMB-014, pag. 159 – 162 (doorzoeking [adres 1] Zwolle), lijst van inbeslaggenomen goederen, papieren en digitale administratie AMB-014a, pag. 168 – 169, en proces-verbaal van doorzoeking woning ( [adres 2] [woonplaats] ), AMB-016, pag. 181 – 182 met als bijlage een lijst van inbeslaggenomen papieren en digitale administratie.

8 Overzichtsproces-verbaal belastingdienst onderzoek ‘ [verdachte] 2’, 60884, pag. 32, en een schriftelijk bescheid, te weten een ‘Nota van berekening’ m.b.t. [bedrijf 1] B.V. over eerste kwartaal 2015 t/m tweede kwartaal 2016, Doc-111, pag. 938.

9 Overzichtsproces-verbaal van de belastingdienst in het onderzoek ‘ [verdachte] 2’, 60884, pag. 32.

10 Proces-verbaal van bevindingen, bestudering van bankrekeningen [bedrijf 1] B.V., AMB-011, pag. 151 – 153.

11 Proces-verbaal van bevindingen, bestudering van bankrekeningen [bedrijf 2] TV B.V., AMB-010, pag. 148 – 150.

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam stagiair] , G-001-01 (pag. 376 – 382, i.h.b. pag. 382)

13 Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 1] B.V. aan de belastingdienst, Doc-022, pag. 522.

14 Een schriftelijk bescheid te weten een factuur, Doc-007, pag. 457.

15 Schriftelijk bescheiden, Doc-030, pag. 577 – 587.

16 Schriftelijk bescheiden, Doc-008 (factuur [stichting 1] ), pag. 458 en Doc-052 (idem), pag. 648.

17 Aanvangsproces-verbaal, Amb-001, pag. 118 e.v., i.h.b. pag. 120.

18 Processen-verbaal van bevindingen transacties rekeningen [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] TV B.V., AMB-011 en AMB-010, pag. 151 – 153 en pag. 148 – 150.

19 Een schriftelijk bescheid te weten een brief aan de belastingdienst Doc-022 met factuur, pag. 522 – 523.

20 Een schriftelijk bescheid te weten een rapport boekenonderzoek [stichting 1] , Doc-002, pag. 445 e.v. i.h.b. pag. 448.

21 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] , G-002-01, pag. 384.

22 Schriftelijk bescheid, te weten: een uittreksel KvK Stichting [stichting 1] , Doc-024, pag. 527.

23 Een schriftelijk bescheid, te weten een controlerapport belastingdienst inz. [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V., Doc-001, pag. 437.

24 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport boekenonderzoek [stichting 1] , Doc-002, pag. 445 e.v.

25 Een schriftelijk bescheid te weten een uittreksel KvK Bedrijfsprofiel Stichting [stichting 1] , Doc-024, pag. 527.

26 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam stagiair] , G001-01, pag. 382.

27 Een schriftelijk bescheid: uittreksel KvK historische gegevens, pag. 724 en pag. 727 (in functie 1 feb. 2015; uitgetreden als bestuurder 1 okt. 2015).

28 Proces-verbaal van verhoor verdachte, V-001-01, pag. 288.

29 Proces-verbaal van verhoor verdachte, V-001-03, pag. 296.

30 Schriftelijke bescheiden: brieven Belastingdienst, centrale administratie, Doc-092, pag. 771 – 779.

31 Processen-verbaal van verhoor verdachte, V-001-02, pag. 291 en V-001-06, pag. 309.

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte, V-001-03, pag. 296.

33 Proces-verbaal van verhoor verdachte, V-001-03, pagina 293 - 300, in het bijzonder pag. 296.

34 Proces-verbaal van verhoor verdachte, V-001-06, pag. 309 en een schriftelijk bescheid, te weten een ambtsedige verklaring belastingdienst m.b.t. de aangifte omzetbelasting [bedrijf 2] TV B.V., Doc -029, pag. 555.

35 Aanvangsproces-verbaal, AMB-001, dossierpagina 123.

36 Proces-verbaal van bevindingen Bestudering bankrekeningen [bedrijf 1] B.V., AMB-011, pag 151 e.v., i.h.b. pag 152 en 153 en proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] , V-002-08, pag. 351 - 352.

37 Een schriftelijk bescheid, te weten een Overzicht zakelijk bankieren 4 maart 2015, pag. 610.

38 Een schriftelijk bescheid, te weten Doc-110, een handgeschreven opmerking op factuur, gericht aan [bedrijf 2] B.V. ‘ [medeverdachte] voorgeschoten’, pag. 863 en een schriftelijk bescheid, te weten een opgave Wijziging rekeningnummer [bedrijf 1] B.V., doc-088, pag. 759.

39 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam stagiair] , G001-01, pag. 376 e.v.

40 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam stagiair] , G-001-01, pag. 376 - 382.

41 Schriftelijke bescheiden te weten een rapport boekenonderzoek [bedrijf 1] B.V. en het rapport boekenonderzoek [bedrijf 2] B.V. van 20 januari 2015, pag. 784 en 788.

42 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 60884. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

43 Schrifelijke bescheiden: Uittreksels KvK, Doc-011 ( [bedrijf 5] B.V.), Doc-012 ( [bedrijf 8] Holding B.V.) en Doc-013 ( [stichting 2] aandelen [bedrijf 8] Holding), pag. 465 resp. 467 resp. 470.

44 Een schriftelijk bescheid, te weten: een ingevuld en ondertekend aangifteformulier omzetbelasting namens [bedrijf 5] B.V. , Doc 015b, pag. 490 e.v.

45 Schriftelijke bescheiden te weten: Doc -015c (brief aan de belastingdienst van [bedrijf 5] B.V.), pag. 492 en doc 015d, factuur van [bedrijf 4] aan [bedrijf 5] B.V., pag. 493.

46 Een schriftelijk bescheid te weten een verslag van handelingen en bevindingen inzake [bedrijf 3] B.V., van belastingdienst, Doc-014, pag. 471 e.v. , i.h.b. pag 473.

47 Een schriftelijk bescheid te weten een verslag van bevindingen van de belastingdienst van 31 maart 2017 inzake [bedrijf 5] B.V. (Doc-015), pag. 485 e.v. , i.h.b. 486 en Doc-014b: factuur [bedrijf 4] gericht aan [bedrijf 3] B.V..

48 Een schriftelijk bescheid te weten een uitdraai uit de administratie van [bedrijf 4] , Doc-014c, pag. 480 e.v.

49 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-001-08, pag. 316 e.v., i.h.b. pag. 319.

50 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-001-08 pag. 319.

51 Een schriftelijk bescheid te weten: een brief van de centrale administratie van de belastingdienst, Doc-092, pag. 773.

52 Schriftelijke bescheid te weten diverse brieven van de centrale administratie van de belastingdienst: Doc-092, pag. 771 – 779.

53 Een schriftelijk bescheid te weten een aangifte omzetbelasting namens [bedrijf 5] B.V., Doc 83, pag 745 e.v..

54 Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van de belastingdienst aan [bedrijf 5] B.V., Doc-057, pag. 666 - 667.

55 Een schriftelijk bescheid, te weten een motivering afwijzingsbeschikking, van de belastingdienst aan [bedrijf 5] B.V., Doc-095, pag 782 - 783.

56 Proces-verbaal van verhoor verdachte, V-001-08, pag. 316 e.v. i.h.b. 319.

57 Een schriftelijk bescheid, te weten een print I-message bericht, pag. 708.

58 Een schriftelijk bescheid, te weten print I-message berichten, pag. 710.

59 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 58494, en de daarbij gevoegde bijlagen, te weten in wettelijk vorm opgemaakte en door daartoe bevoegde personen opgemaakte processen-verbaal en schriftelijke bescheiden, tenzij anders wordt vermeld.

60 Schriftelijk bescheiden te weten een uittreksel KvK, 27 mei 2016, bedrijfsprofiel [bedrijf 6] B.V., doc-001, pag. 46; een uittreksel KvK, 27 mei 2016, bedrijfsprofiel [bedrijf 7] Holding B.V., doc-002, pag. 51 – 53.

61 Schriftelijke bescheiden, uittreksels KvK, doc-001 tot en met doc-003, pag. 46 - 57.

62 Een schriftelijk bescheid, te weten: een Rapport ingesteld boekenonderzoek van de belastingdienst [bedrijf 6] B.V., doc-004, pag. 61.

63 Aanvangsproces-verbaal, AMB-001, pag 29 e.v., i.h.b. pag. 31 derde bladzijde.

64 Aanvangsproces-verbaal, AMB-001, pag. 31.

65 Een schriftelijk bescheid, te weten een ambtsedige verklaring belastingdienst inzake aangifte omzetbelasting [bedrijf 6] BV, vierde kwartaal 2015, van 15 december 2016, Doc-06, pag. 69 en bijlagen, betreffende digitaal ingediende aangiften [bedrijf 6] B.V.

66 Aanvangsproces-verbaal, AMB-001, pagina 31.

67 Overzichtsproces-verbaal in het onderzoek 58494, pagina 5.

68 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] , V-002-01, pagina 39 e.v.

69 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] , V-002-01, pagina 40 en 41.

70 proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] , V-002-01, pagina 39 e.v..

71 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] in het onderzoek 60884, V-002-03, pag. 335.

72 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] , in het onderzoek 58494, V-002-01, pag 42.

73 Schriftelijke bescheiden, te weten een uittreksel KvK [bedrijf 6] B.V., (Doc 001), pag 46. e.v.; Bedrijfsprofiel [bedrijf 7] Holding B.V., (Doc 002), pag 51 e.v.; een uittreksel KvK Bedrijfsprofiel [stichting 2] aandelen [bedrijf 6] B.V, pag. 56 e.v. (Doc-003).

74 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (onderzoek 60884), V-001-03, pagina 295.

75 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 2] , G-002-01 (onderzoek 60884), pag. 383 e.v. en doc-064, prints I-message berichten.

76 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-001-03 (onderzoek 60884), pagina 293 - 300, i.h.b. pag. 296.

77 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] in het onderzoek 58494, V-002-01, pag. 39 e.v., i.h.b. pag. 41 – 42..

78 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam stagiair] (onderzoek 60884,) G-001-01, pag 376, i.h.b. pag. 378.