Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:4751

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-11-2018
Datum publicatie
12-12-2018
Zaaknummer
7196167 \ HA VERZ 18-90
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Werkgever heeft bij brief van 1 juli 2018 een brief gestuurd naar de werknemers waaruit volgt dat het dienstverband met de werknemers per 31 juli 2018 eindigt. Werknemers hebben berust in het ontslag. Werknemers verzoeken naast een verklaring voor recht in verband met hun vakantiedagen, om toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 7:672 lid 10 BW, een transitievergoeding (voor één van verzoekers) en om een billijke vergoeding. Verder verzoeken zij om afgifte van loonstroken en uitdraaien van de boordcomputer op straffen van een boete. De kantonrechter wijst de verzoeken grotendeels toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-1396
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 7196167 \ HA VERZ 18-90

Beschikking van de kantonrechter van 28 november 2018

in de zaak van

1. BESCHERMINGSBEWIND OOST NEDERLAND B.V., gevestigd te Almelo, in haar hoedanigheid van bewindvoerder als bedoeld in artikel 1:431 BW over de goederen die (zullen) toebehoren aan [A], wonende te [woonplaats 1] ,

2. [verzoeker 2],
wonende te [woonplaats 2] ,

3. [verzoeker 3],
wonende te [woonplaats 3] ,

4. [verzoeker 4],
wonende te [woonplaats 4] ,

5. [verzoeker 5],
wonende te [woonplaats 5] ,

6. [verzoeker 6],
wonende te [woonplaats 6] ,

7. [verzoeker 7],
wonende te [woonplaats 7] ,

8. [verzoeker 8],
wonende te [woonplaats 8] ,

verzoekende partij, hierna gezamenlijk te noemen de werknemers,

gemachtigde: mr. A.L. Looijenga (FNV)

tegen

de besloten vennootschap [X],
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

verwerende partij, hierna te noemen [X] ,

vertegenwoordigd door [Y] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van de werknemers, ontvangen ter griffie op 10 september 2018;

- het verweerschrift van [X] , ontvangen ter griffie op 22 oktober 2018;

1.2.

Op 31 oktober 2018 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

1.3.

Bij brief van 8 november 2018 heeft [B] van Beschermingsbewind Oost Nederland meegedeeld zich als formele procespartij in deze procedure te stellen voor [A] . De procedure is daarom op naam van de bewindvoerder voortgezet.

2 De feiten

2.1.

De werknemers waren op 1 juli 2018 krachtens een arbeidsovereenkomst (voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd) in dienst Van [X] in de functie van chauffeur. De cao voor het Beroepsgoederenvervoer en de verhuur van mobiele kranen is op de arbeidsovereenkomsten van toepassing.

2.2.

Bij e-mailbericht van zondagavond 1 juli 2018 heeft [X] aan de werknemers geschreven:

Geachte medewerkers,

Na lang nadenken en mogelijkheden te hebben bekeken, heb ik besloten om de transportwerkzaamheden van [X] Transport stop te zetten per 07-07-2018. Reden hiervoor is dat ik meer tijd wil steken in andere zaken, met name privé leven.

Ik wil jullie dan ook vragen uit te gaan kijken naar een nieuwe werkgever, want van overname of inkrimping zal geen sprake zijn, alle auto’s en trailers zullen worden verkocht of worden ingeleverd bij de dealers. A.s. week zal dan jullie laatste werkweek zijn, dan krijgt iedereen vakantie, en iedereen zal eind juli ‘18 dan nog eenmaal salaris krijgen plus de overuren, en de vakantiedagen die nog staan worden dus opgemaakt de laatste drie weken van juli.

Ter info, er is dus geen sprake van een faillissement maar van stopzetten van de werkzaamheden!

In de drie weken dat iedereen vakantie heeft zal het naar mijn inziens mogelijk moeten zijn om een passende baan te vinden, omdat er op dit moment veel vraag is naar chauffeurs. Iedereen is dus vrij om te staan en te gaan waar hij maar wil. Ook de opdrachtgevers waar op dit moment voor gereden word krijgen een brief waarin zij geïnformeerd worden. Misschien worden jullie daar ook wel door benaderd om rechtstreeks in dienst te komen. Je bent ook vrij om zelf te weten wanneer je wil beginnen bij je nieuwe werkgever je bent vanaf 08-07-2018 beschikbaar. Je bent niet verplicht tot eind juli thuis te zitten, deze doorbetaling is een compensatie vanaf mijn kant om iedereen te geven waar ze nog recht op hebben qua vakantie uren die nog staan.

De opdrachtgevers zal worden gevraagd om qua planning te zorgen dat iedereen uiterlijk 07-07-2018 terug is aan de zaak,( leeg) waar jullie dan de sleutels kunnen inleveren. Ook vraag ik jullie de eigen bezittingen uit de auto’s te halen. Hiervoor is ook tijd in de week van 08-07-2018 omdat de auto’s ook nog van naam moeten worden ontdaan.

Ik hoop dat ik op jullie medewerking kan rekenen, en dat we gewoon op een nette manier afscheid van elkaar kunnen nemen, en wil jullie ook zeker bedanken voor de inzet, voor sommigen maanden,

anderen jaren, bedankt daarvoor.


Vriendelijke groet,

[Y] [handtekening]

PS. deze brief is uitsluitend voor medewerkers van [X] transport bestemd! En mag dan ook niet

gedeeld of gekopieerd worden. Ook wil ik geen verhalen op sociale media zien. Reken op jullie medewerking!

2.3.

De werknemers hebben inmiddels berust in het ontslag.

3. Het verzoek

3.1.

De werknemers verzoeken om te verklaren voor recht dat de werkdagen gelegen tussen 7 juli en 31 juli 2018 (17 dagen) niet als vakantiedagen mogen worden gezien en derhalve niet ten koste van het verloftegoed van verzoekers mogen komen. Daarnaast maken de werknemers afzonderlijk aanspraak op een vergoeding als bedoeld in artikel 7:672 lid 10 BW, een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 BW, de wettelijke rente over deze vergoedingen vanaf 31 juli 2018 en afgifte van ontbrekende loonstroken en uitdraaien van de boordcomputer (geschoond en ongeschoond) op straffe van een dwangsom van € 500,= per dag, met veroordeling van [X] in de kosten van de procedure.

3.2.

De werknemers hebben aan het verzoek ten grondslag gelegd dat de brief van de werkgever van 1 juli 2018 als opzeggingsbrief moet worden aangemerkt. Uit de brief volgt dat het dienstverband van werknemers eindigt op 31 juli 2018. Er is geen sprake van een opzegging waarin de werknemers hebben toegestemd. Aangezien voor de opzegging geen toestemming van het UWV is gevraagd en bovendien de opzegtermijn van één maand niet in acht is genomen, is er volgens de werknemers sprake van een onregelmatige opzegging. Zij maken daarom aanspraak op de vergoeding als bedoeld in artikel 7:672 lid 10 BW (betaling van loon over de opzegtermijn). De werknemers stellen voorts dat zij berusten in het ontslag en dat zij op grond van artikel 7:681 BW ieder aanspraak maken op een billijke vergoeding ter grootte van 3 maandsalarissen. [verzoeker 3] is langer dan 24 maanden in dienst en maakt daarom tevens aanspraak op een transitievergoeding.

De werknemers stellen verder dat de werkgever niet eenzijdig de vakantiedagen mag afboeken. In verband daarmee is een verklaring voor recht verzocht.

Aangezien de werkgever niet alle loonstroken aan werknemers heeft verstrekt, wordt daarvan afgifte verzocht. Hetzelfde geldt voor de uitdraaien van de boordcomputer.

3.3.

[X] heeft verweer gevoerd. Kort samengevat heeft [X] tegen de verzoeken van de werknemers aangevoerd dat hij in zodanige omstandigheden terecht was gekomen dat hij geen andere mogelijkheid zag dan beëindiging van zijn bedrijf. Daarom heeft hij de brief van 1 juli 2018 aan de werknemers gestuurd.

Volgens [X] was er niet per se sprake van beëindiging van het dienstverband van werknemers. Als zij geen ander werk konden vinden dan konden de werknemers eventueel via collegiale inlening bij een andere transporteur aan het werk.

De werknemers hebben echter allemaal ander werk kunnen vinden.

Volgens [X] is hij door berichten in sociale media en in de lokale pers in een kwaad daglicht gesteld. Daarvan hebben hij en zijn gezin erg veel last gehad. Volgens [X] hebben medewerkers van FNV een zeer kwalijke rol gespeeld. Door de negatieve berichtgeving lukt het hem niet om elders aan de slag te gaan. Deze omstandigheid moet meewegen bij de eventuele vaststelling van een billijke vergoeding. Volgens [X] dient de vergoeding over de opzegtermijn als bedoeld in artikel 7:672 lid 10 BW op de billijke vergoeding in mindering te worden gebracht.

Ten slotte voert [X] aan dat er geen middelen zijn om de verzochte vergoedingen te betalen.

4 De beoordeling

4.1.

Allereerst hebben de werknemers een verklaring voor recht verzocht ten aanzien van de door de werkgever eenzijdig vastgestelde vakantiedagen (17) in juli van dit jaar. De kantonrechter overweegt dat uit de wet (artikel 7:638 BW leden 1 en 2) volgt dat de werkgever in beginsel in overleg met de werknemer vaststelt wanneer de vakantiedagen kunnen worden opgenomen. In de toepasselijke cao zijn in artikel 67a de wettelijke bepalingen ten aanzien van vakantie onverkort van toepassing verklaard. Gesteld noch gebleken is dat tussen [X] en de werknemers overleg heeft plaatsgevonden over de opname van 17 vakantiedagen in de maand juli van dit jaar. [X] heeft in de brief van 1 juli 2018 eenzijdig, en dus niet overeenkomstig de wensen van de werknemers, meegedeeld dat die dagen als vakantiedagen zullen worden aangemerkt. Als gevolg van deze gang van zaken kunnen de werkdagen gelegen tussen 7 juli en 31 juli 2018 niet rechtsgeldig van het verloftegoed van de werknemers worden afgeschreven. De kantonrechter is van oordeel dat de verzochte verklaring voor recht toewijsbaar is.

4.2.

Anders dan [X] aanvoert, moet naar het oordeel van de kantonrechter de brief van [X] van 1 juli 2018 als een opzeggingsbrief worden aangemerkt. In de brief wordt gesproken over ‘stopzetten van de werkzaamheden’, ‘laatste werkweek’, ‘nog eenmaal salaris krijgen’, ‘de vakantiedagen die nog staan worden dus opgemaakt de laatste drie weken van juli’ en ‘Iedereen is dus vrij om te staan en te gaan waar hij maar wil.’ De brief kan daarom in redelijkheid niet anders worden begrepen dan als een opzegging van de arbeidsovereenkomsten per 31 juli 2018. Door de werknemers is onweersproken gesteld dat de opzegtermijn voor ieder van hen één maand is. Aangezien de opzegtermijn van één maand niet in acht is genomen, hebben de werknemers op grond van artikel 7:672 lid 10 BW recht op een vergoeding gelijk aan het loon over de opzegtermijn. Nu [X] geen verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van de per werknemer afzonderlijk verzochte vergoeding, zullen de (primair) verzochte bedragen per werknemer worden toegewezen.

4.3.

Aangezien de arbeidsovereenkomsten met de werknemers in strijd met artikel 7:671 BW zijn opgezegd en de werknemers hebben berust in het ontslag, kunnen de werknemers aanspraak maken op een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 lid 1 onder a BW. Bij de vaststelling van de hoogte daarvan zal de kantonrechter rekening houden met de gezichtspunten die door de Hoge Raad zijn geformuleerd in het New Hairstyle-arrest van 30 juni 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1187).

4.4.

Allereerst overweegt de kantonrechter dat het handelen van [X] in strijd is met het de werknemers bescherming biedende ontslagrecht en reeds daarom als (ernstig) verwijtbaar kan worden aangemerkt. Anders dan [X] betoogt, is reeds op grond hiervan gerechtvaardigd dat de werknemers aanspraak maken op toekenning van een billijke vergoeding.

De kantonrechter gaat er verder vanuit dat een bedrijfseconomisch ontslag via de daarvoor aangewezen route bij het UWV in de gegeven omstandigheden tot een ontslagvergunning zou hebben geleid. Na verkregen toestemming van het UWV zouden de arbeidsovereenkomsten met inachtneming van de opzegtermijn in elk geval zijn geëindigd. Ervan uitgaande dat deze ontslagroute een periode van ongeveer drie maanden in beslag zou hebben genomen, is een (verzochte) billijke vergoeding ter grootte van drie maandsalarissen (inclusief gemiddelde overwerkverdiensten en vakantietoeslag) in beginsel redelijk. Daarbij speelt tevens een rol dat alle werknemers in de loop van juli dan wel begin augustus 2018 een andere baan hebben gevonden.

4.5.

De kantonrechter houdt er voorts rekening mee dat in genoemde periode van drie maanden ook de periode van één maand is begrepen waarover [X] reeds op grond van artikel 7:672 lid 10 BW een vergoeding moet betalen. Het wordt daarom redelijk geacht om deze vergoeding in mindering te brengen op de billijke vergoeding van drie maandsalarissen.

4.6.

Verder volgt uit de overgelegde, onweersproken gebleven producties dat voor drie van de werknemers geldt dat hun arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd binnen een periode van drie maanden na 31 juli 2018 van rechtswege zou zijn geëindigd. Het contract van [A] eindigde van rechtswege op 30 september 2018. Het contract van [verzoeker 2] eindigde van rechtswege op 30 augustus 2018, en het contract van [verzoeker 8] van rechtswege op 31 augustus 2018. In die gevallen wordt het redelijk geacht dat de aan de werknemer te betalen billijke vergoeding wordt beperkt tot het loon over de periode tot aan de einddatum van het contract.

4.7.

Aangezien werknemer [verzoeker 3] ten tijde van het ontslag langer dan 24 maanden in dienst was, heeft [verzoeker 3] tevens recht op een transitievergoeding. De hoogte van de transitievergoeding is in het verzoekschrift becijferd op € 2.983,45 bruto, hetgeen door [X] niet is bestreden. Het bedrag zal daarom worden toegewezen.

4.8.

[X] heeft, kort samengevat, aangevoerd dat FNV heeft deelgenomen aan een Whatsappgroep waarin door haar en door de werknemers op een onbehoorlijk wijze over haar directeur, [Y] is geschreven, en dat [X] daarnaast publiekelijk (o.a. via Facebook) in een kwaad daglicht is gesteld. Dit dient meegewogen te worden bij het vaststellen van een billijke vergoeding, aldus [X] .

4.9.

De kantonrechter heeft ter zitting aan de betreffende, in de zittingzaal aanwezige medewerker van FNV laten weten dat (ook) haar uitlatingen in de Whatsappgroep de toets der kritiek niet steeds kunnen doorstaan. Dat geldt overigens ook voor sommige berichten van sommige werknemers. Vastgesteld is echter ook dat de werknemers destijds hebben ingezien dat de onderlinge communicatie soms te ver ging. De Whatsappgroep is ongeveer een week na de ontslagbrief, na een bijeenkomst van de werknemers met FNV, opgeheven.

Ook zijn terecht kanttekeningen te plaatsen bij de filmopname die een andere medewerker van FNV bij de woning van [Y] en zijn gezin heeft gemaakt en vervolgens via Facebook heeft verspreid. Op begrijpelijke gronden is dat door [Y] en zijn gezin als bedreigend ervaren en vormde het een inbreuk op hun privacy. Naar het oordeel van de kantonrechter is FNV hierin te ver gegaan. Terecht heeft een van de werknemers op enig moment geappt: Snap het hele media circus niet. Vindt dat dit allemaal wel ver gaan. Het kan zijn dat er wat mis is daar maar laat eerst het tegendeel bewezen zijn. Kan hier niet over oordelen. De bond is hier wel op een hele lage manier aan het werk. En als nu de bond fout zit gaan ze [Y] dan ook in een positief daglicht zetten? Daar geloof ik dus niks van.

4.10

De kantonrechter tekent hierbij wel aan dat de handelwijze van [X] evenmin een schoonheidsprijs verdient. De wijze waarop [X] met haar werknemers is omgegaan kan de toets der kritiek evenmin doorstaan en dat de emoties na de brief van 1 juli 2018 hoog opliepen is begrijpelijk. [X] had een andere, wettelijk toegestane route kunnen en behoren te kiezen, zoals het aanvragen van een ontslagvergunning, het aangaan van een beëindigingsovereenkomst met de werknemers of, in het uiterste geval, het aanvragen van haar eigen faillissement. Volgens de verklaring van [X] ter zitting waren er destijds niet of nauwelijks nog financiële middelen voorhanden. Verder is van belang dat de handelwijze van FNV de werknemers niet toegerekend kan worden. De kantonrechter ziet dan ook geen grond de billijke vergoeding op een lager bedrag vast te stellen dan de verzochte drie maandsalarissen, tenzij daarvoor andere redenen bestaan zoals hiervoor is overwogen.

4.11.

Werknemer [verzoeker 4] heeft vergoeding verzocht van het bedrag (€ 429,=) van een door hem betaalde bekeuring. Die bekeuring (strafbeschikking van 9 juli 2018) had betrekking op een overschrijding van de maximum toegestane lengte van het voertuig waarmee hij reed. Volgens [verzoeker 4] dient een bekeuring met betrekking tot de staat van het voertuig voor rekening van de werkgever te komen. [X] betwist dat deze kosten door haar vergoed moeten worden.

De kantonrechter stelt vast de bekeuring betrekking heeft op een vrachtwagen die door [X] ter beschikking is gesteld en waarmee [verzoeker 4] de hem opgedragen werkzaamheden diende uit te voeren. [X] heeft niet aannemelijk gemaakt dat [verzoeker 4] zelf verantwoordelijk kan worden gesteld voor de overtreding. De kantonrechter zal daarom het bedrag toewijzen.

4.12.

Al met al worden de vergoedingen als volgt vastgesteld.

4.12.1.

Ten aanzien van Beschermingsbewind Oost Nederland (als formele procespartij voor werknemer [A]) uitgaande van het niet weersproken bruto maandsalaris van € 3.286,59:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW bedraagt € 3.286,59 bruto;

- billijke vergoeding, rekening houdend met einde contract op 30 september 2018, € 3.286,59 bruto (loon tot 30/9 € 6.573,18 minus vergoeding 7:672 lid 10 BW).

4.12.2.

Ten aanzien van [verzoeker 2] uitgaande van het niet weersproken bruto maandsalaris van € 2.982,31:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW bedraagt € 2.982,31 bruto;

- billijke vergoeding bedraagt nihil, rekening houdend met einde contract op 30 augustus 2018.

4.12.3.

Ten aanzien van [verzoeker 3] uitgaande van het niet weersproken bruto maandsalaris van € 3.850,42:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW bedraagt € 3.850,42 bruto;

- transitievergoeding bedraagt € 2.983,45 bruto;

- billijke vergoeding bedraagt € 7.700,84 bruto (3 maandsalarissen ad € 11.551,25 bruto minus vergoeding 7:672 lid 10 BW).

4.12.4.

Ten aanzien van [verzoeker 4] uitgaande van het niet weersproken bruto maandsalaris van € 3.493,84:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW bedraagt € 3.493,84 bruto;

- billijke vergoeding bedraagt € 6.987,68 bruto (3 maandsalarissen ad € 10.481,52 bruto minus vergoeding 7:672 lid 10 BW);

- vergoeding van bekeuring € 429,= netto.

4.12.5.

Ten aanzien van [verzoeker 5] uitgaande van het niet weersproken bruto maandsalaris van € 3.360,88:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW bedraagt € 3.360,88 bruto;

- billijke vergoeding bedraagt € 6.721,76 bruto (3 maandsalarissen ad € 10.082,64 bruto minus vergoeding 7:672 lid 10 BW).

4.12.6.

Ten aanzien van [verzoeker 6] uitgaande van het niet weersproken bruto maandsalaris van € 3.590,86:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW bedraagt € 3.590,86 bruto;

- billijke vergoeding bedraagt € 7.181,72 bruto (3 maandsalarissen ad € 10.772,57 bruto minus vergoeding 7:672 lid 10 BW).

4.12.7.

Ten aanzien van [verzoeker 7] uitgaande van het niet weersproken bruto maandsalaris van € 3.479,53:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW bedraagt € 3.479,53 bruto;

- billijke vergoeding bedraagt € 6.959,06 bruto (3 maandsalarissen ad € 10.438,59 bruto minus vergoeding 7:672 lid 10 BW).

4.12.8.

Ten aanzien van [verzoeker 8] uitgaande van het niet weersproken bruto maandsalaris van € 3.286,61:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW bedraagt € 3.286,61 bruto.

- billijke vergoeding bedraagt nihil, rekening houdend met einde contract op 31 augustus 2018.

4.13.

De werknemers hebben de afgifte van loonstroken en uitdraaien van de boordcomputer verzocht op straffe van een dwangsom. [X] heeft erkend dat over de maanden juni en juli geen loonstroken zijn verstrekt. Het kantoor dat de opmaak van de loonstroken verzorgt, heeft deze werkzaamheden opgeschort in verband met onbetaald gebleven nota’s. Verder heeft [X] aangevoerd dat de werknemers digitaal toegang hadden tot een systeem waarop de loonstroken konden worden ingezien, zodat er geen reden bestaat om van andere loonstroken dan die van juni en juli 2018 nog afgifte te vragen.

4.14.

De kantonrechter overweegt dat de werkgever op grond van artikel 7:626 BW verplicht is bij elke loonbetaling een loonstrook af te geven, tenzij ten opzichte van de vorige loonbetaling in geen van de bedragen die in de loonstrook behoren voor te komen zich een wijziging heeft voorgedaan. Gesteld noch gebleken is dat daarvan ten aanzien van het loon en de inhoudingen over de maanden juni en juli 2018 sprake is. De werknemers dienen dus de loonstroken over de maanden juni en juli 2018 te ontvangen. Het feit dat de loonstroken over deze maanden niet zijn opgemaakt en de overige loonstroken niet meer zijn in te zien, houdt verband met de omstandigheid dat [X] er niet meer voor kon betalen zoals zij stelt. Dat is echter aan te merken als een situatie die voor haar rekening en risico komt en doet niet af aan de wettelijke verplichting die op haar rust. Het verzoek tot afgifte van de loonstroken is daarom toewijsbaar.

4.15.

Door [X] is niet bestreden dat de werknemers eveneens recht hebben op inzage in de (geschoonde en ongeschoonde) gegevens van de boordcomputer van hun voertuig om daarmee de gegevens met betrekking tot hun loon en andere vergoedingen te kunnen controleren. Ten aanzien van het verzoek tot afgifte van een uitdraai van de gegevens van de boordcomputer geldt eveneens dat de toegang tot die gegevens ontbreekt als gevolg van de betalingsproblemen van [X] . Dat ontslaat haar echter niet van haar verplichting. Het verzoek tot afgifte van die gegevens is daarom eveneens toewijsbaar. De verzochte dwangsom van € 500,= per dag (per werknemer) zal worden gematigd tot € 100,00 met een maximum van € 5.000,= per werknemer, waarbij zal worden bepaald dat de dwangsom verschuldigd zal worden indien [X] niet binnen 14 dagen na de dag van de betekening van deze beschikking aan deze veroordeling voldoet.

4.16.

Als voornamelijk in het ongelijk gestelde partij dient [X] te worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak aan de zijde van de werknemers begroot op € 476,= voor griffierecht en € 600,= voor salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart ten aanzien van alle werknemers voor recht dat de werkdagen gelegen tussen 7 juli en 31 juli 2018 (17 dagen) niet als vakantiedagen mogen worden gezien en derhalve niet ten laste van het verloftegoed van werknemers mogen komen;

5.2.

veroordeelt [X] om onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie aan de hierna te noemen afzonderlijke werknemers de nader te noemen bedragen te betalen, alsmede de nader te noemen stukken af te geven:

5.2.1.

aan Beschermingsbewind Oost Nederland (als formele procespartij voor werknemer [A]):

- vergoeding 7:672 lid 10 BW van € 3.286,59 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2018 tot de dag van de betaling;

- billijke vergoeding van € 3.286,59 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na vandaag tot de dag van de betaling;

- afgifte van alle loonstroken vanaf 12 maart 2018 alsmede afgifte van een uitdraai van de geschoonde en ongeschoonde gegevens van de boordcomputer over alle maanden dat het dienstverband heeft geduurd binnen 14 dagen na de dag van de betekening van deze beschikking, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,= per dag met een maximum van € 5.000,= dat [X] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

5.2.2.

aan [verzoeker 2]:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW van € 2.982,31 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2018 tot de dag van de betaling;

- afgifte van de loonstroken van mei, juni en juli 2018 alsmede afgifte van een uitdraai van de geschoonde en ongeschoonde gegevens van de boordcomputer over alle maanden dat het dienstverband heeft geduurd binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,= per dag met een maximum van € 5.000,= dat [X] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

5.2.3.

aan [verzoeker 3]:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW van € 3.850,42 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2018 tot de dag van de betaling;

- billijke vergoeding van € 7.700,84 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na vandaag tot de dag van de betaling;

- transitievergoeding van € 2.983,45 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2018 tot de dag van de betaling;

- afgifte van de loonstroken van juni en juli 2018 alsmede afgifte van een uitdraai van de geschoonde en ongeschoonde gegevens van de boordcomputer over alle maanden dat het dienstverband heeft geduurd binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,= per dag met een maximum van € 5.000,= dat [X] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

5.2.4.

aan [verzoeker 4]:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW van € 3.493,84 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2018 tot de dag van de betaling;

- billijke vergoeding van € 6.987,68 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na vandaag tot de dag van de betaling;

- vergoeding van bekeuring € 429,= netto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na vandaag tot de dag van de betaling;

- afgifte van de loonstroken van juni en juli 2018 alsmede afgifte van een uitdraai van de geschoonde en ongeschoonde gegevens van de boordcomputer over alle maanden dat het dienstverband heeft geduurd binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,= per dag met een maximum van € 5.000,= dat [X] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

5.2.5.

aan [verzoeker 5]:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW van € 3.360,88 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2018 tot de dag van de betaling;

- billijke vergoeding van € 6.721,76 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na vandaag tot de dag van de betaling;

- afgifte van de loonstroken van juni en juli 2018 alsmede afgifte van een uitdraai van de geschoonde en ongeschoonde gegevens van de boordcomputer over alle maanden dat het dienstverband heeft geduurd binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,= per dag met een maximum van € 5.000,= dat [X] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

5.2.6.

aan [verzoeker 6]:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW van € 3.590,86 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2018 tot de dag van de betaling;

- billijke vergoeding van € 7.181,72 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na vandaag tot de dag van de betaling;

- afgifte van de loonstroken van april, juni en juli 2018 alsmede afgifte van een uitdraai van de geschoonde en ongeschoonde gegevens van de boordcomputer over alle maanden dat het dienstverband heeft geduurd binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,= per dag met een maximum van € 5.000,= dat [X] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

5.2.7.

aan [verzoeker 7]:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW van € 3.479,53 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2018 tot de dag van de betaling;

- billijke vergoeding van € 6.959,06 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na vandaag tot de dag van de betaling;

- afgifte van de loonstroken van juni en juli 2018 alsmede afgifte van een uitdraai van de geschoonde en ongeschoonde gegevens van de boordcomputer over alle maanden dat het dienstverband heeft geduurd binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,= per dag met een maximum van € 5.000,= dat [X] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

5.2.8.

aan [verzoeker 8]:

- vergoeding 7:672 lid 10 BW van € 3.286,61 bruto vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2018 tot de dag van de betaling;

- afgifte van de loonstroken van januari, juni en juli 2018 alsmede afgifte van een uitdraai van de geschoonde en ongeschoonde gegevens van de boordcomputer over alle maanden dat het dienstverband heeft geduurd binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,= per dag met een maximum van € 5.000,= dat [X] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

5.3.

veroordeelt [X] tot betaling van de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de werknemers begroot op € 476,= voor griffierecht en € 600,= voor salaris gemachtigde;

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2018. (AP)