Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:4574

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-11-2018
Datum publicatie
29-11-2018
Zaaknummer
C/08/217275 / HA ZA 18-202
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schenkingen onder invloed van misbruik van omstandigheden tot stand gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/25
ERF-Updates.nl 2018-0223
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/217275 / HA ZA 18-202

Vonnis van 28 november 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. N.A. van Vuuren te Poortugaal,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. M. Dickhoff te Diemen (na onttrekking van mr. J.F.M. Kappé te Amsterdam).

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 28 augustus 2018

  • -

    de akte verandering van eis van [eiseres]

  • -

    door [eiseres] in geding gebrachte producties

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 12 oktober 2018

  • -

    de brieven van partijen in reactie op het proces-verbaal (de brief van [eiseres] van 30 oktober 2018, de brief van [gedaagde] van 6 november 2018 en de brief van [eiseres] van 9 november 2018)

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben elkaar circa twintig jaar geleden in [plaats 1] leren kennen.

2.2.

[eiseres] heeft individuele begeleiding gehad van [gedaagde] , die workshops gaf en begeleiding verzorgde op basis van de filosofie van het zogenaamde Spiegelwerk. Door dat Spiegelwerk zou men zich bewust worden van en een dieper inzicht krijgen in het eigen gedrag en de beweegredenen daarvoor. Het is een hulpmiddel om ‘werkelijk naar zichzelf te kijken en zich ervan bewust te worden dat gebeurtenissen en ervaring in het leven niet ‘toevallig’ zijn, maar voor een groot deel worden bepaald door conditioneringen’.

2.3.

Uit de begeleiding is tussen partijen een vriendschap ontstaan. Ook hebben zij plannen gehad om samen een bedrijf te beginnen.

2.4.

Medio 2015 heeft [eiseres] twee bankrekeningen geopend bij de Triodos bank (hierna: de Triodos-rekening). [gedaagde] heeft op enig moment het uitsluitend beheer gekregen over de Triodos-rekening en de bijbehorende bankpassen.

2.5.

Eind 2015 heeft [eiseres] haar echtgenoot verlaten. [eiseres] is [gedaagde] toen financieel gaan ondersteunen, onder meer door maandelijks € 1.000 op de Triodos-rekening te storten en € 500 contant aan [gedaagde] te geven.

2.6.

[eiseres] heeft in februari 2016 twee woningen in [plaats 2] gekocht. Zij is zelf in de ene woning gaan wonen en [gedaagde] heeft de andere woning betrokken. Daarvoor betaalde [gedaagde] een huurprijs van € 650 per maand.

2.7.

In maart 2016 heeft [eiseres] haar testament veranderd ten faveure van [gedaagde] en daartoe deels haar eigen drie kinderen onterfd. Tegelijkertijd gaf [eiseres] [gedaagde] ook een notarieel vastgelegde volmacht om haar bankzaken bij ziekte of ander beletsel voor haar te behartigen.

2.8.

In juli 2016 heeft [eiseres] haar woning (Ekster) in [plaats 1] verkocht. [eiseres] heeft (op 13 juli 2016 en 14 juli 2016 in totaal) de helft van de verkoopopbrengst, te weten € 97.000, op de Triodos-rekening gestort.

2.9.

Eind 2016 heeft [eiseres] in het kader van de boedelscheiding van haar echtgenoot € 800.000 op haar rekening ontvangen. De helft hiervan, dus € 400.000, heeft [eiseres] (tussen 30 december 2016 en 6 januari 2017 in porties van € 50.000) op de Triodos-rekening en de rekening van [gedaagde] gestort.

2.10.

Op 1 januari 2017 hebben partijen een document onder de naam ‘Schone lei’ opgesteld en getekend. Daarin staat onder meer:

Op Triodos een bedrag van € 97.000 (helft Ekster) naar [gedaagde] zoals afgesproken na verkoop van de Ekster. (…)

Door de betaling van [X] [ex-echtgenoot van [eiseres] ] van € 800.000 in één keer wordt het geld nu gedeeld. (…)

De overboeking van € 1.000 p.m. door [eiseres] vervalt, het maandelijkse bedrag à € 500 contact blijft door [eiseres] worden voldaan.

Op 3 januari 2017 is nog een ‘Aanvulling’ door partijen opgemaakt en getekend, waarin is vermeld hoe het bedrag van € 400.000 wordt voldaan.

2.11.

In verband met de schenkingsbelasting die [gedaagde] over het voornoemde bedrag diende te betalen, heeft [eiseres] op 7 juni 2017 € 35.000 op de Triodos-rekening gestort.

Op 21 juni 2017 heeft [eiseres] een verklaring opgemaakt en getekend, waarin onder meer is opgenomen:

Onlangs is er een bedrag van euro 35.000 gestort op deze rekening [Triodos-rekening] door mij. Dit is een aanvulling op het totaalbedrag van € 75.000 (mijn aandeel) en dit bedrag is de helft van het in totaal te betalen bedrag a € 150.000. (…) Dit bedrag (totaal € 75.000) is gestort in verband met de te betalen belasting à 150.000. We nemen ieder de helft van het totaalbedrag voor onze rekening.

2.12.

Sinds medio 2017 is het contact van [eiseres] met haar kinderen en haar ex-echtgenoot verbeterd.

2.13.

Begin 2018 heeft [eiseres] het beheer over de Triodos-rekening teruggekregen. Daarop stond toen in totaal nog € 17.000.

2.14.

Op 23 februari 2018 heeft [eiseres] de bankvolmacht aan [gedaagde] ingetrokken en [gedaagde] gevraagd het haar verstrekte afschrift te retourneren. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan.

2.15.

Op 8 maart 2017 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle verlof verleend aan [eiseres] voor het leggen van beslag tot een bedrag van € 630.000 onder [gedaagde] . Hierna zijn beslagen gelegd op rekeningen van [gedaagde] .

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – samengevat – dat haar beroep op de vernietiging van schenkingen aan [gedaagde] tot een bedrag van € 532.000 wordt aanvaard en dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 500.000 en tot afgifte van het afschrift van de door [eiseres] aan [gedaagde] verleende volmacht, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.

[eiseres] voert hiertoe – kort gezegd – het volgende aan. Zij doet een beroep op de vernietigbaarheid van de door haar aan [gedaagde] verrichte schenkingen van € 97.000, € 400.000 en € 35.000, omdat deze schenkingen tot stand zijn gekomen door misbruik van omstandigheden. [eiseres] verkeerde in een toestand van psychische afhankelijkheid en instabiliteit. [gedaagde] was de spiritueel leider van [eiseres] en heeft haar in die hoedanigheid geïsoleerd van haar kinderen en (ex-)echtgenoot en heeft er meerdere malen op aangedrongen grote geldbedragen aan haar te geven, onder meer met een beroep op de gelijkwaardigheid die in het Spiegelwerk van belang is. [gedaagde] wist als geen ander in welke emotionele staat [eiseres] verkeerde. [eiseres] vertelde haar immers alles. Met de vernietiging komt de rechtsgrond aan de betalingen te ontvallen, reden waarom [eiseres] de betaalde bedragen als onverschuldigd betaald terugvordert. [eiseres] beperkt haar vordering tot een bedrag van € 500.000 (hierbij is rekening gehouden met het feit dat er begin 2018 nog € 17.000 op de Triodos-rekening stond).

3.2.

[gedaagde] voert verweer. Zij voert daartoe – samengevat – het volgende aan.

[gedaagde] en [eiseres] hadden een hechte vriendschap en die berustte op gelijkwaardigheid. [gedaagde] bemoeide zich niet met de huwelijksbeslommeringen van [eiseres] en wist niet beter dan dat zij, ook na de scheiding, regelmatig contact had met haar (ex-)echtgenoot en haar kinderen. [gedaagde] heeft [eiseres] nooit of te nimmer gevraagd om geld of financiële ondersteuning. Het is [gedaagde] onbekend dat voor haar de Triodos-rekening is geopend. Over het beheer van die rekening zijn pas op 12 september 2016 afspraken gemaakt. Dat is na het storten van het bedrag van € 97.000. [gedaagde] had daar dus geen belang bij. [eiseres] heeft zelf al vele jaren aangegeven het materiele met [gedaagde] te willen delen en uitvoering te willen geven aan een wederzijdse zorgplicht die er volgens [eiseres] bestond. [eiseres] wilde [gedaagde] compenseren voor de niet waargemaakte beloftes over het samen beginnen van een bedrijf. [eiseres] heeft zelf besloten € 400.000 aan [gedaagde] te schenken. Het was [eiseres] zelf die alles schriftelijk wilde vastleggen, zo ook de ‘Schone lei’ en de aanvulling daarop. [eiseres] heeft [gedaagde] erop geattendeerd aangifte te doen van de schenkingen en partijen hebben over de betaling van de schenkingsbelasting afspraken gemaakt. Er is geen enkele grond voor vernietiging van de schenkingen. [eiseres] heeft geen belang bij het terugvorderen van de volmacht.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Centraal staat de vraag of de door [eiseres] aan [gedaagde] gedane schenkingen vernietigbaar zijn, omdat deze schenkingen tot stand zijn gekomen door misbruik van omstandigheden.

4.2.

Daartoe is allereerst van belang om vast te stellen welke schenkingen hebben plaatsgevonden. [gedaagde] heeft erkend dat zij € 400.000 van [eiseres] als schenking heeft ontvangen. Ten aanzien van het bedrag van € 97.000 dat [eiseres] half juli 2016 op de Triodos-rekening heeft gestort, heeft [gedaagde] zich op het standpunt gesteld dat zij daarbij geen belang had, omdat over het beheer van de Triodos-rekening pas op 12 september 2016 afspraken tussen partijen zijn gemaakt. Voor zover [gedaagde] hiermee bedoeld heeft te stellen dat zij nooit de beschikking heeft gekregen over die € 97.000, omdat zij toen nog niet bij de Triodos-rekening kon, wordt die stelling verworpen. [gedaagde] heeft ter comparitie verklaard dat zij het pasje van de Triodos-rekening reeds in augustus 2015 in bezit had en gebruikte. Dit wordt ook bevestigd door de door [eiseres] in het geding gebrachte bankafschriften, waaruit blijkt dat [gedaagde] sinds augustus 2015 (bijvoorbeeld ook in periodes waarin [eiseres] in het buitenland was) opnames van de Triodos-rekening deed (producties 16 t/m 18). [gedaagde] heeft ter comparitie erkend dat zij de exclusieve toegang tot de Triodos-rekening had. Daarom moet er (zonder nadere toelichting van [gedaagde] , die ontbreekt) dan ook van uit worden gegaan dat [gedaagde] de exclusieve toegang tot die rekening had toen [eiseres] daar in juli 2016 € 97.000 op stortte. Bovendien staat in het door partijen getekende document ‘schone lei’ van 1 januari 2017 opgenomen dat € 97.000 in verband met de verkoop van de woning van [eiseres] naar [gedaagde] gaat. De rechtbank vermag dan ook niet in te zien hoe de storting van € 97.000 op de Triodos-rekening anders kan worden aangemerkt dan als schenking. De opmerking van [gedaagde] ter comparitie dat zij niets met die € 97.000 deed, kan de rechtbank niet rijmen met het feit dat er begin 2018, toen [eiseres] het beheer over de Triodos-rekening (terug)kreeg, nog slechts € 17.000 op stond.

4.3.

Ten aanzien van het bedrag van € 35.000 dat [eiseres] op 7 juni 2017 op de Triodos-rekening heeft gestort, heeft [gedaagde] zich ter comparitie op het standpunt gesteld dat dit geen schenking is maar een verplichting voortvloeiende uit een natuurlijke verbintenis. De rechtbank overweegt dat bij een schenking de begunstigde wordt verrijkt uit vrijgevigheid, zonder dat daarvoor een verplichting bestaat, terwijl bij de natuurlijke verbintenis wel een verplichting tot betaling bestaat (doorgaans op grond van ‘moraal of fatsoen’), zij het dat die verplichting niet juridisch afdwingbaar is. Ter comparitie heeft [gedaagde] verklaard dat er sprake is van een natuurlijke verbintenis wegens het bestaan van een morele verplichting vanwege de vriendschappelijke relatie. Van een dergelijk achterliggend motief geeft de verklaring van [eiseres] op 21 juni 2017 waarin een afspraak is vastgelegd over de betaling van die € 35.000 echter geen blijk. Bovendien brengt een vriendschappelijke relatie naar het oordeel van de rechtbank nog niet de verplichting met zich om een aanzienlijk vermogen ofwel een belastingaanslag samen te delen. De rechtbank zal het storten van € 35.000 op de Triodos-rekening op 7 juni 2017 door [eiseres] dan ook niet aanmerken als de nakoming van een natuurlijke verbintenis, maar als schenking. De rechtbank ziet namelijk niet in dat op iemand die een schenking doet van € 400.000, de morele verplichting zou rusten om ook de schenkingsbelasting over dat bedrag voor zijn/haar rekening te nemen.

Conclusie is dan ook dat [eiseres] in de periode van juli 2016 tot en met juni 2017 in totaal € 532.000 aan [gedaagde] heeft geschonken.

4.4.

De vervolgvraag is dan of deze schenkingen tot stand zijn gekomen door misbruik van omstandigheden. Van misbruik van omstandigheden is sprake als [gedaagde] wist of moest begrijpen dat [eiseres] door bijzondere omstandigheden werd bewogen tot het doen van die schenkingen en die schenkingen heeft geaccepteerd, terwijl hetgeen zij wist of moest begrijpen haar daarvan had moeten weerhouden.

4.5.

De relatie tussen partijen is gestart met [gedaagde] in de rol van begeleider en [eiseres] in de rol van begeleide. Uit de door [eiseres] overgelegde correspondentie blijkt dat [gedaagde] – of ze op dat moment nu nog wel of niet meer formeel de rol van begeleider vervulde of alleen die van vriendin – zich veelvuldig opwierp als ‘helper’ van [eiseres] . Zij heeft immers [eiseres] door de jaren heen – en ook de laatste jaren nog – meermalen gevraagd om een zelfanalyse op te stellen en daarop te reflecteren (zie o.a. de producties 9 bij dagvaarding, 10 bij antwoord en 21b, 33, 34, 43 en 45 bij de nagezonden producties). Er lijkt dan ook niet (alleen) sprake te zijn geweest van een gelijkwaardige vriendschap. Uit de overgelegde correspondentie (zowel voor, tijdens als na de voornoemde schenkingen) blijkt van een grote afhankelijkheid van [eiseres] van [gedaagde] ; [eiseres] moet zelfanalyses verrichten, maakt zichzelf in dat kader continu verwijten (die haar meestal eerder door [gedaagde] waren gemaakt) en maakt zichzelf ondergeschikt aan het behoud van de vriendschap. Enkele voorbeelden die dit illustreren:

- Bijlage bij e-mail van [eiseres] aan [gedaagde] van 26 november 2016 (productie 10 CvA):

Eerst doe ik alsof ik erachter sta en dan ga ik aarzelen. Dat is het beloven van gouden bergen, beloftes niet nakomen. Dat zet jou op het verkeerde been. In dit geval veel erger is, dat wat je leven is, ontken ik dan. Getuigt niet van respect. (…) Nog even iets algemeens: alle keren dat we elkaar opzochten zonder dat er sprake was van begeleiding, ging ik er altijd wel van uit dat het ook over mij zou gaan. Dat is ook wel narcisme.

- E-mailwisseling productie 9 bij dagvaarding:

E-mail van [eiseres] aan [gedaagde] op 26 januari 2017:

Je belde net met de vraag of ik alles van de laatste maanden op papier wil zetten of anders…

(…) Langzaam werd duidelijk dat mijn gedrag ook narcistisch (iig een groot ego) te noemen is. Dat een aantal thema’s steeds maar terugkomen: aandacht vragen, zwaarmoedig. (…) Zoek verdedigingen, maar daarbij strijk ik weer ego glad. Ik weet dat mijn gedrag heel vaak ik-gericht is.

Reactie van [gedaagde] per e-mail van 14 februari 2017:

Vertrouwen dat er dus een dergelijke vriendin is, die zoveel om me geeft, dat betwijfel ik ten zeerste, maar de ‘bargains’ zijn kennelijk op!

- Bijlage bij e-mail van [eiseres] aan [gedaagde] van 19 februari 2017 (productie 11):

Je gaf al snel aan naar Overijssel terug te willen. Ik wilde mee. Bang om echt alleen te zijn en ook omdat de relatie die wij hadden voor mij werkte. (…) Dingen worden wel duidelijk waaronder het nodig hebben van aandacht, de narcistische trekken, het herkende gedrag van mijn moeder (aandacht) en vader (mond niet open doen). Er gebeuren veel dingen. Na het ophalen van de lp. Je zet muziek op en we eten. Opeens onder de muziek sta ik op en ruim de borden op. Voor jou een moment dat je nog helemaal in de muziek zit. Ik leer hiervan dat ik geen rekening hou met jou. Op de dag van je vaders verjaardag als de muziek aan staat en jij herinneringen ophaalt, kom ik opeens met een verhaal over [A] en ex. Weer bezig met mijn eigen situatie en dat willen zeggen. Dat haalt je totaal uit je evenwicht. Dat verziekt de sfeer en jouw welbevinden. (…) Na de documentaire over narcisme laat ik niets meer horen, terwijl ik kan weten dat jij heel veel triggers hebt en de vraag is hoe het met je gaat. Dan opeens niet aanbieden om [B] uit te laten of op een wijze waaruit blijkt dat ik niet echt zin heb. Wil laten weten dat ik moe ben. Aandacht vragen. (…) Voel vaak wel het verschil tussen hart en ego, maar vaak pas als ik het gedrag al vertoond heb. Alle botsingen komen hier wel uit voort. Dat geeft enorm veel stress bij jou. En ik wil maar door, heb het over samen. Omdat ik genegenheid voel. Jij zegt dat ik niet om je geef.

- Bijlage bij e-mail van [eiseres] aan [gedaagde] van 20 februari 2017 (productie 43): ‘Dingen waar [gedaagde] aan moet/moest wennen?

(…)

- Dat ik tijdens/na de scheiding bijna alles met je overlegde/vertelde en dan toch af en toe op eigen houtje ertussendoor ging met apps e.d.

- Dat ik op een relaxte avond over mijn eigen problemen begin

- Dat ik blijf komen met dingen/problemen ondanks dat de stress je oren uitkomt

- Dat ik op de klok kijk midden in een gesprek

- Dat ik mijn hand op de deurknop leg als we nog aan het praten zijn

Hieruit blijken verwijten van [gedaagde] aan [eiseres] over dergelijke futiliteiten in haar gedrag die [eiseres] zich ook nog eens aantrekt en waarvoor ze zich excuseert dat dit duidt op een grote psychische afhankelijkheid. [gedaagde] wist dat [eiseres] eind 2015 haar echtgenoot na een huwelijk van circa 30 jaar heeft verlaten. Uit de door [eiseres] in het geding gebracht producties 37 t/m 39 blijkt dat [gedaagde] [eiseres] (op haar verzoek) voorschreef hoe en wat zij moest communiceren met haar kinderen en haar ex-echtgenoot. [gedaagde] heeft zelf ter comparitie verklaard dat [eiseres] haar overal bij betrok en haar te zeer met haar problemen claimde. Deze grote psychische afhankelijkheid van [eiseres] kwalificeert de rechtbank als een bijzondere omstandigheid waardoor zij werd bewogen tot het verrichten van de schenkingen aan [gedaagde] . Daarbij acht de rechtbank niet relevant of [gedaagde] nu met zoveel woorden heeft gevraagd om die schenkingen of dat het idee daarvoor van [eiseres] zelf kwam, noch of [eiseres] al eens eerder in het verleden had aangegeven het materiële met [gedaagde] te willen delen. Ook kan in het midden blijven van wie het initiatief tot het verhuizen naar Overijssel nu afkomstig was.

[gedaagde] wist, althans moest begrijpen dat [eiseres] door haar psychische gesteldheid, haar grote afhankelijkheid van [gedaagde] werd bewogen tot het doen van schenkingen aan haar en had dat niet moeten accepteren. Daarbij speelt een rol dat het om zeer grote bedragen gaat, gedaan binnen de tijdspanne van één jaar (waarvan het overgrote deel, namelijk € 400.000 binnen de zeer korte periode van één week) en dat [gedaagde] ook desgevraagd ter comparitie niet heeft kunnen aangeven waarom en in welke context de schenkingen hebben plaatsgevonden en wat haar ertoe heeft gebracht hierover geen vragen te stellen, maar de schenkingen direct te accepteren.

4.6.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de schenkingen onder invloed van misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen. [eiseres] heeft – zoals hiervoor overwogen – daarvoor voldoende feiten gesteld en [gedaagde] heeft die onvoldoende weersproken, zodat aan bewijslevering van het tegendeel door [gedaagde] als bedoeld in artikel 7:176 BW niet wordt toegekomen. [gedaagde] heeft ter comparitie weliswaar gezegd dat zij nog stukken achter de hand heeft, maar de kans om deze stukken (eerder) in te brengen heeft [gedaagde] onbenut gelaten. De rechtbank zal het beroep van [eiseres] op de vernietigbaarheid van de schenkingen dan ook honoreren en zal [gedaagde] , zoals gevorderd, veroordelen tot terugbetaling van € 500.000. Gelet op die veroordeling is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] geen belang meer heeft bij toewijzing van de aanvaarding van haar beroep op vernietiging. Dat deel van het gevorderde zal dan ook worden afgewezen.

4.7.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat [gedaagde] nog een afschrift heeft van de door [eiseres] aan haar verleende volmacht. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot teruggave daarvan, nu de rechtbank niet vermag in te zien welk belang zij heeft bij behoud daarvan terwijl misbruik daarvan niet is uitgesloten. Daaraan zal een dwangsom worden gekoppeld, zoals gevorderd.

4.8.

[eiseres] heeft gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Dit deel van de vordering is, gelet op het bepaalde in art. 706 Rv, toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 786,74 voor verschotten en € 3.099,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 3.099,00).

4.9.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 101,75

- griffierecht 1.565,00

- salaris advocaat 6.198,00 (2,0 punten × tarief € 3.099,00)

Totaal € 7.864,75

4.10.

De gevorderde veroordeling in de nakosten zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 500.000 (vijfhonderdduizend euro),

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot afgifte van de door [eiseres] aan haar verleende volmacht (productie 2 bij dagvaarding) binnen een termijn van 14 dagen na heden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500 per dag of dagdeel dat [gedaagde] niet aan deze veroordeling voldoet met een maximum van € 5.000,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 3.885,74,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 7.864,75,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.G.F. van der Kraats, mr. M.H.S. Lebens - de Mug en mr. F. Koster en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2018.1

1 type: coll: