Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:4567

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-11-2018
Datum publicatie
28-11-2018
Zaaknummer
C/08/195541 / HA ZA 16-554 en C/08/201029 / HA ZA 17-200
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eindvonnis: niet geslaagd in bewijsopdracht. Bewijsopdracht aan opdrachtgever dat zij met de architect heeft afgesproken dat de architect tekeningen zou maken van de bestaande en nieuwe situatie van de ver- en aanbouw van de schuur op basis van metingen van de architect van de bestaande situatie en dat die metingen ook zijn verricht. Volgt afwijzing van de vordering in de hoofdzaak en daarmee ook van de vordering in de vrijwaringszaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 21 november 2018

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/08/195541 / HA ZA 16-554 van

1 [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats 1] ,

3. vennootschap onder firma

HEILEUVER KAASBOERDERIJ EN SCHILDERIJENHUIS V.O.F.,

gevestigd te Dalmsholte ,

eisers,

advocaat mr. J.I. Veldhuis-Lampe te Meppel,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. H.N. s'Jacob te Zwolle,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/08/201029 / HA ZA 17-200 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

eiseres,

advocaat mr. H.N. s'Jacob te Zwolle,

tegen

[gedaagde 2] H.O.D.N. BOUWBEDRIJF [X],

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. B.M. Breedijk te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Heileuver , [A] en [X] genoemd worden.

1 De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 7 maart 2018

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor van 15 juni 2018

  • -

    de conclusie na getuigenverhoor van Heileuver

  • -

    de antwoordconclusie na getuigenverhoor van [A] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 maart 2018.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De verdere beoordeling

in de hoofdzaak

3.1.

[A] heeft in opdracht van Heileuver bouwtekeningen gemaakt voor een verbouwing van haar kaasboerderij. De verbouwing is door [X] uitgevoerd. Gebleken is dat de door [A] getekende nokhoogte van de bestaande bouw (6,725 meter) - op basis van bestaande tekeningen - niet overeenkomt met de feitelijke nokhoogte van ongeveer 5 meter. Met een nokhoogte van 5 meter kon de door Heileuver gewenste bezoekersruimte niet worden gecreëerd. Heileuver heeft aangevoerd dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming, zodat [A] een bedrag van € 100.215,00 schadevergoeding moet betalen. In het tussenvonnis van 7 maart 2018 heeft de rechtbank geoordeeld dat - voordat de vraag kan worden beantwoord of [A] tekort is geschoten - eerst moet worden vastgesteld of Heileuver opdracht heeft gegeven aan [A] om bouwtekeningen te maken op basis van eigen metingen en of deze zijn verricht. In dat kader heeft de rechtbank Heileuver bewijs opdragen van de stelling dat zij in 2012 met [A] heeft afgesproken dat [A] tekeningen zou maken van de bestaande en nieuwe situatie van de ver- en aanbouw van de kaasboerderij op basis van eigen metingen van [A] van de bestaande situatie en dat die metingen ook zijn verricht.

3.2.

Heileuver heeft ter uitvoering van haar bewijsopdracht drie getuigen doen horen, te weten de heer [B] (bouwkundig tekenaar, ten tijde van de uitvoering van de overeenkomst tussen partijen in dienst van [A] ), [en eisers sub 1 en 2] . [A] heeft afgezien van een tegenverhoor.

3.3.

Uit de verklaringen van [eiser 1] en [eiser 2] (partijgetuigen) volgt niet dat zij aan [A] hebben gevraagd om tekeningen te maken op basis van eigen metingen of dat op andere wijze af is gesproken dat er nieuwe tekeningen zouden worden gemaakt van de bestaande situatie aan de hand van eigen metingen. Beide getuigen verklaren dat er al tekeningen waren van de bestaande situatie. [eiser 1] voegt daaraan toe dat de “oude” tekeningen op tafel lagen toen de plannen werden besproken met [B] . Voorts geven zowel [eiser 1] als [eiser 2] aan dat zij niet hebben gezien dat [B] een meetapparaat bij zich had of dat hij metingen heeft verricht. Dit in tegenstelling tot de comparitie na antwoord, waar [eiser 1] heeft verklaard dat [B] een meetapparaat bij zich had én dat hij gezien heeft dat [B] metingen heeft verricht. Getuige [B] verklaart eveneens dat hij geen metingen heeft verricht tijdens zijn bezoeken aan Heileuver om de verbouwing te bespreken. Daaraan voegt hij toe: “Voor ons gevoel lag er een goede tekening uit het verleden, daarom hebben wij niet gemeten tijdens het eerste en tweede bezoek. Als je een tekening al een keer eerder hebt gemaakt en gebruikt, ga je ervan uit dat die gewoon goed is.” Verder verklaart hij: “U vraagt mij of [eiser 1] heeft gevraagd of er metingen verricht zouden worden, hierop antwoord ik dat hij dat volgens mij niet heeft gevraagd. Wij hadden al een tekening, die bij de eerdere verbouwing was gebruikt en wij gingen uit van deze tekening. Achteraf gezien hadden wij niet klakkeloos van deze tekening mogen uitgaan omdat er een fout in zat. (…)”

3.4.

De rechtbank concludeert dat uit voornoemde verklaringen niet volgt dat partijen hebben afgesproken dat [A] de tekeningen zou maken op basis van nieuwe metingen. Bovendien kan niet uit de drie verklaringen worden opgemaakt dat [B] daadwerkelijk metingen zou hebben verricht. Dit betekent dat Heileuver niet in haar bewijsopdracht is geslaagd. In het tussenvonnis van 15 juni 2018 heeft de rechtbank reeds overwogen dat de vorderingen van Heileuver in dat geval zullen worden afgewezen (r.o. 4.8). De rechtbank gaat er vanuit dat de bedoeling was dat [A] de tekeningen zou maken op basis van de bestaande tekeningen van [C] , zonder het verrichten van (extra) metingen. Daarbij heeft de rechtbank van belang geacht dat [A] niet de regie over de bouw had en enkel is gevraagd om een tekening voor de nieuwe situatie op basis van de bestaande situatie te maken ten behoeve van de aannemer. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is geweest van bijzondere - door Heileuver aan te voeren en zo nodig te bewijzen - omstandigheden op grond waarvan geoordeeld moet worden dat [A] aan de juistheid van de verstrekte gegevens had moeten twijfelen. De door Heileuver bij haar conclusie overgelegde productie met algemene beschouwingen over de werkwijze van een bouwkundig tekenaar van [D] Bouwmanagement - een bureau met als hoofdactiviteit begeleiding van bouwprojecten - valt buiten de verstrekte bewijsopdracht en had in een eerder stadium in het geding moeten worden gebracht, zodat deze buiten beschouwing dient te worden gelaten. Overigens is de inhoud ervan weersproken door [A] en is er onvoldoende aanleiding om gelet op de eerder genoemde specifieke feiten en omstandigheden in deze zaak tot een ander oordeel te komen. De eindconclusie is dat de vorderingen van Heileuver worden afgewezen.

3.5.

Heileuver zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten in de hoofdzaak aan de zijde van [A] worden begroot op:

- griffierecht € 3.903,00

- getuigenkosten 0,00

- salaris advocaat 5.121,00 (3,0 punten × tarief € 1.707,00)

Totaal € 9.024,00.

3.6.

De rechtbank overweegt over de kosten van het incident tot vrijwaring - welke beslissing is aangehouden in het vonnis in incident van 15 maart 2017 - het volgende. Gelet op hetgeen de Hoge Raad in het arrest van 28 oktober 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ6079) heeft geoordeeld, zal de rechtbank [A] veroordelen in de kosten van het incident. De kosten aan de zijde van Heileuver zullen worden begroot op nihil, nu Heileuver zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en niet inhoudelijk heeft gereageerd.

in de vrijwaringszaak

3.7.

Aangezien de vordering in de hoofdzaak niet toewijsbaar is gebleken, moet ook de vordering in de zaak in vrijwaring worden afgewezen.

3.8.

[A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op:

- griffierecht € 1.545,00

- salaris advocaat 3.414,00 (2,0 punten × tarief € 1.707,00)

Totaal € 4.959,00.

4 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

veroordeelt Heileuver in de kosten van de hoofdzaak, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 9.024,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

4.3.

veroordeelt [A] in de kosten van het vrijwaringsincident, aan de zijde van Heileuver begroot op nihil;

4.4.

verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling onder 4.2 uitvoerbaar bij voorraad,

in de zaak in vrijwaring

4.5.

wijst de vorderingen af,

4.6.

veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van [X] tot op heden begroot op € 4.959,00,

4.7.

verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2018.1

1 type: coll: