Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:4480

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-11-2018
Datum publicatie
22-11-2018
Zaaknummer
08-993506-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel spreekt een 26-jarige man vrij van valsheid in geschrift wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Zie ook:

ECLI:NL:RBOVE:2018:4462

ECLI:NL:RBOVE:2018:4470

ECLI:NL:RBOVE:2018:4477

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08-993506-16 (P)

Datum vonnis: 22 november 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ( [land] ),

wonende aan de [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 29 oktober, 1 november, 5 november en 8 november 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. C.H.J. Bollen en van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht. Verdachte is tijdens de zittingen van 29 oktober en 1 november 2018 bijgestaan door de raadsman mr. M.T. van der Wulp, advocaat te Rotterdam. Ter zitting van 5 november en 8 november 2018 is verdachte bijgestaan door mr. E.M. Witjens, advocaat te Rotterdam. De rechtbank heeft kennis genomen van hetgeen door beide raadslieden naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met anderen valse facturen heeft opgemaakt, dan wel opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse facturen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2014 tot en met 25 juli 2014 te Drachten, gemeente Smallingerland, en/of te

Naarden en/of te Heerenveen en/of elders in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

één of meer valse stukken, te weten één of meer facturen, zijnde (telkens)

een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk

heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, te

weten:

a. zestien, althans een aantal facturen van [bedrijf 1] . aan

[stichting] (zie proces-verbaal bijlage DOC- 045 t/m DOC-060, p. 753 t/m

768) en/of

b. zeventien, althans een aantal facturen van [bedrijf 2] aan

[stichting] (zie proces-verbaal bijlage DOC-028 t/m DOC-044, p. 736 t/m

752) en/of

c. negentien, althans een aantal facturen van [bedrijf 3] . aan

[stichting] (zie proces-verbaal bijlage DOC-007 t/m DOC-025, p. 714 t/m

732), immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met

de waarheid (telkens):

ad a. op die factuur/facturen onder meer vermeld en/of doen vermelden

"huurprijs over de maand" en/of "Conform de door u ondergetekende

huurovereenkomst factureren wij u hierbij als volgt" en/of op dertien,

althans een aantal facturen vermeld of doen vermelden "BTW-nummer [nummer]

en/of BTW 21%" (zie proces-verbaal bijlage DOC-045 t/m DOC-057, p. 753 t/m

765) en/of

ad b. op die factuur/facturen onder meer vermeld en/of doen vermelden

"Administratie augustus 2011" en/of op de opvolgende factuur te vermelden

en/of doen vermelden de volgende maand tot en met "Administratie december

2012" en/of op zestien, althans een aantal facturen vermeld en/of doen

vermelden de datum 01-11-2012 (zie proces-verbaal bijlage DOC-028 t/m

DOC-043, p. 736 t/m 751) en/of op één factuur de datum 01-12-2012 (zie

proces-verbaal bijlage DOC-044, p. 752) en/of

ad c. die factuur/facturen gedateerd en/of doen dateren vanaf 01-01-2013 tot

en met 01-07-2014 en/of op die factuur/facturen onder meer vermeld en/of doen

vermelden "huurprijs over de maand" en/of "Conform de door u ondergetekende huurovereenkomst factureren wij u hierbij als volgt",

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 augustus

2011 tot en met 25 juli 2014 te Drachten, gemeente Smallingerland, en/of te

Naarden en/of te Heerenveen en/of Amsterdam en/of te Groningen en/of te

Leeuwarden en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of heeft

doen maken van een of meer valse of vervalste documenten, - (elk) zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat

geschrift telkens echt en onvervalst, te weten:

a. zestien, althans een aantal facturen van [bedrijf 1] . aan

[stichting] (zie proces-verbaal bijlage DOC- 045 t/m DOC-060, p. 753 t/m

768) en/of

b. zeventien, althans een aantal facturen van [bedrijf 2] . aan

[stichting] (zie proces-verbaal bijlage DOC-028 t/m DOC-044, p. 736 t/m

752) en/of

c. negentien, althans een aantal facturen van [bedrijf 3] . aan

[stichting] (zie proces-verbaal bijlage DOC-007 t/m DOC-025, p. 714 t/m

732),

bestaande dat gebruikmaken telkens hierin dat voornoemde factuur/facturen

en/of kwitantie zijn overgelegd aan de curator, mr. N. Wilderink,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin

- dat de inhoud van die factuur/facturen verzonnen was en in werkelijkheid

die factuur/facturen niet afkomstig was/waren van [bedrijf 1] en/of

van [bedrijf 2] en/of van [bedrijf 3] . of door voornoemde B.V.('s)

was/waren opgesteld,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist/wisten, althans

redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/die geschrift(en) bestemd

was/waren voor zodanig gebruik.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Met ingang van 8 augustus 2011 zijn medeverdachten [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1] ), tevens de vader van de vriendin van verdachte, en [medeverdachte 2] bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als directielid van de [stichting] (verder: [stichting] ). Per 30 december 2011 is geregistreerd dat zij uit functie zijn.

[stichting] is op 8 mei 2012 in staat van faillissement verklaard. Mr. N. Wilderink is tot curator benoemd.

De curator heeft [medeverdachte 1] in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat de door de curator geconstateerde boedelonttrekkingen ten gunste zijn gekomen aan de crediteuren van [stichting] . Op of omstreeks 18 juli 2014 heeft de curator daartoe een envelop met een brief van [medeverdachte 1] ontvangen. Verdachte heeft de brief samen met [medeverdachte 1] opgesteld. In de door de curator ontvangen envelop bevonden zich tevens facturen, gericht aan [stichting] en afkomstig van [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [bedrijf 3] .

De curator heeft zestien facturen ontvangen waarop als afzender [bedrijf 1] (verder: [bedrijf 1] ) staat vermeld en welke gericht zijn aan [stichting] . De facturen zijn voorzien van de omschrijving ‘huur’ en ‘conform de door u ondergetekende huurovereenkomst factureren wij u hierbij als volgt: huurprijs over de maand’. Daarbij staan op de facturen de maanden september 2011 tot en met december 2012 vermeld. Op al deze facturen staat het btw-nummer [nummer] vermeld. Dit btw-nummer behoort toe aan [bedrijf 4] , welke onderneming in 2008 is gestopt met haar activiteiten. Ook staat op al deze facturen een btw-percentage van 21% vermeld. Het standaard-btw-tarief was echter tot 1 oktober 2012 19% en is per die datum verhoogd tot 21%.

Daarnaast heeft de curator zeventien facturen ontvangen waar als afzender [bedrijf 2] (verder: [bedrijf 2] ) staat vermeld en welke gericht zijn aan [stichting] . Op deze facturen staat telkens de omschrijving “administratie” met daarachter een maand vanaf augustus 2011 tot en met december 2012. Zestien van de zeventien facturen zijn gedateerd op 01-11-2012, terwijl één factuur is gedateerd op 01-12-2012. De facturen bedragen samen een totaalbedrag van € 143.990,--. [bedrijf 2] is opgericht op 1 oktober 2012, meer dan een jaar later dan de datum van de eerste factuur en vijf maanden na het faillissement van [stichting] . Enig aandeelhouder van [bedrijf 2] was [bedrijf 3] verder: [bedrijf 3] ), de personal holding van [medeverdachte 1] . Medewerkers [naam 1] en [naam 2] van [bedrijf 2] hebben ontkend dat [bedrijf 2] administratieve werkzaamheden heeft verricht voor [stichting] .

Ook heeft de curator negentien facturen ontvangen waarop als afzender [bedrijf 3] staat vermeld en welke zijn gericht aan [stichting] . De facturen zijn voorzien van de omschrijving ‘huur’ en ‘conform de door u ondergetekende huurovereenkomst factureren wij u hierbij als volgt: huurprijs over de maand’. Daarbij staan op de vanaf 01-01-2013 tot en met 01-07-2014 gedateerde facturen de maanden januari 2013 tot en met juli 2014 vermeld. De facturen bedragen samen een totaalbedrag van € 77.591,25. Op al deze facturen staat het btw-nummer [nummer] vermeld. Dit btw-nummer behoort toe aan [bedrijf 4] , welke onderneming in 2008 is gestopt met haar activiteiten.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de brief met bijgevoegde facturen naar de curator heeft opgestuurd, dat de facturen valselijk zijn opgemaakt en dat hij daartoe opdracht heeft gegeven.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft primair gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] , voornoemde facturen valselijk heeft opgemaakt.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Verdachte heeft ontkend dat hij de facturen heeft opgemaakt. [medeverdachte 1] heeft weliswaar in eerdere verklaringen belastend over verdachte verklaard, maar hij heeft deze verklaringen herroepen en in het dossier ontbreekt steunbewijs waaruit de betrokkenheid van verdachte bij het opstellen van de facturen zou blijken. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde te komen. Ook het gebruikmaken van die valse facturen door verdachte kan niet worden bewezen, nu niet is gebleken dat verdachte op de hoogte was van de valsheid van de facturen die bij de door hem getypte brieven zijn gevoegd.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op alle in paragraaf 4.1 uiteengezette feiten en omstandigheden staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de in de tenlastelegging genoemde facturen valse geschriften zijn die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen. De facturen zijn immers aan de curator verstrekt ter onderbouwing van de onttrekkingen aan de boedel.

Verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte 1] heeft geholpen met het typen van de brief aan de curator, maar dat hij de facturen niet heeft opgemaakt. De rechtbank overweegt dat het enige directe bewijs waaruit de betrokkenheid van verdachte bij het valselijk opmaken van de facturen zou kunnen blijken, de door [medeverdachte 1] tegenover de FIOD afgelegde verklaringen zijn waarin hij verdachte aanwijst als diegene die in zijn opdracht de facturen heeft opgesteld. Tijdens de zitting van 29 oktober 2018 heeft [medeverdachte 1] deze verklaring echter herroepen en heeft hij verklaard dat het niet verdachte is geweest die de facturen in zijn opdracht heeft opgesteld. Hij heeft niet willen verklaren aan wie hij dan wel de tekst van de valse facturen heeft gedicteerd.

De rechtbank zal in dit geval de eerdere verklaringen van [medeverdachte 1] niet gebruiken als bewijs tegen verdachte. In de zaak tegen [medeverdachte 1] heeft de rechtbank immers weinig aanleiding gezien om uit te gaan van de geloofwaardigheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] . De rechtbank acht het in dat licht niet aangewezen om het deel van de verklaring van [medeverdachte 1] waarin hij verdachte belast, wél voor de waarheid aan te nemen.

Aangezien het strafdossier naar het oordeel van de rechtbank verder onvoldoende ondersteuning biedt voor de directe betrokkenheid van de verdachte bij het opmaken van de valse facturen, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de facturen, al dan niet samen met [medeverdachte 1] , valselijk heeft opgemaakt.

De rechtbank acht evenmin wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse facturen, aangezien het dossier onvoldoende bewijs bevat waaruit blijkt dat verdachte op de hoogte was van de valsheid van de facturen die bij de door hem getypte brieven zijn gevoegd.

De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het ten laste gelegde.

5 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. drs. H.M. Braam en mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Wilmink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 november 2018.