Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:432

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-02-2018
Datum publicatie
05-03-2018
Zaaknummer
6239556 \ CV EXPL 17-4907
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

“Treintje rijden”; het op onrechtmatige wijze verlaten van een parkeergarage door bumper-klevend achter een voorganger langs c.q. onder de slagboom bij de uitritterminal te rijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 6239556 \ CV EXPL 17-4907 (pm)

Vonnis van 13 februari 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS II B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Maastricht,

eisende partij, hierna te noemen Q-Park,

gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel te Maastricht,

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 9 augustus 2017 met producties,

- de conclusie van antwoord van 13 september 2017 met producties,

- de akte van depot zijdens Q-Park betreffende een dvd met beeldmateriaal van

23 oktober 2017,

- de conclusie van repliek van 24 oktober 2017 zonder producties,

- de conclusie van dupliek van 19 december 2017 zonder producties,

- de akte zijdens Q-Park van 16 januari 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

De vordering

Q-Park vordert [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen een bedrag van € 393,30 ter voldoening van het tarief “verloren kaart”, de aanvullende schadevergoeding en de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van pleging, althans van verzuim, althans vanaf een andere door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over die kosten.

2.2.

Aan haar vordering heeft Q-Park - samengevat - ten grondslag gelegd dat [gedaagde] op 24 augustus 2016 te 22:25 uur met haar voertuig (een Daewoo KALOS; 1,4 5DRS [61KW] [kenteken] ) gebruik heeft gemaakt van parkeergarage Heuvel-Eindhoven, die door Q-Park wordt geëxploiteerd en beheerd, en zich toen bij het verlaten daarvan schuldig heeft gemaakt aan “treintje rijden”, dat wil zeggen dat zij de parkeergarage op onrechtmatige wijze en in strijd met de overeenkomst tussen partijen en de algemene voorwaarden van Q-Park is uitgereden door bumper-klevend achter een voorganger langs c.q. onder de slagboom bij de uitritterminal van Q-Park te rijden. Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden is [gedaagde] hierdoor aan Q-Park het tarief van een verloren kaart van € 42,- en een bedrag van € 300,- als aanvullende schadevergoeding verschuldigd. Daarnaast maakt Q-Park aanspraak op de wettelijke rente en een bedrag van

€ 51,30 aan buitengerechtelijke kosten, omdat [gedaagde] ondanks sommatie niet in der minne tot betaling van voornoemde bedragen is overgegaan.

2.3.

Het verweer

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer. [gedaagde] stelt het parkeergeld met haar pinpas te hebben betaald en verwijst daarvoor naar het bankafschrift dat zij bij conclusie van antwoord in het geding heeft gebracht. [gedaagde] stelt te hebben geprobeerd om de parkeergarage uit te rijden met haar parkeerkaart, maar die functioneerde niet, althans de slagboom ging niet open. Vervolgens heeft zij meerdere malen op het informatieknopje gedrukt, maar kreeg zij geen gehoor. In het informatiehokje was geen medewerker van Q-Park aanwezig. Omdat haar vriend gewond was geraakt, veel bloed verloor en haar kinderen in paniek waren, is zij met haar auto achteruit gereden naar de andere slagboom en zag zij geen andere mogelijkheid meer dan achter een andere auto aan de parkeergarage uit te rijden naar het ziekenhuis in Eindhoven, waar haar vriend geholpen is. Volgens [gedaagde] was er sprake van een noodsituatie waarin zij niet anders kon handelen dan zij heeft gedaan.

3 De beoordeling

3.1.

Q-Park verwijt [gedaagde] dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5.9 en/of 6.3 van haar algemene voorwaarden, waarbij artikel 6.5 mede van belang is. De betreffende artikelen luiden:

“Artikel 5.9: ‘De parkeerder en zijn voertuig dienen de parkeerfaciliteit uitsluitend te verlaten met gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel. Het zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel verlaten van de parkeerfaciliteit is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd (afhankelijk van de parkeerfaciliteit bedraagt dit éénmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief), vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-Park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg-)schade. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”.

Artikel 6.3: ‘Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld met het voertuig verlaten van de parkeerfaciliteit, bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde “treintje rijden” waarbij de parkeerder direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd (afhankelijk van de parkeerfaciliteit bedraagt dit éénmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief), vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad

€ 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-Park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg-)schade. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”.’

Artikel 6.5: ‘In geval van verlies of het ontbreken van het parkeerbewijs, is de parkeerder het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd (afhankelijk van de parkeerfaciliteit bedraagt dit éénmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief). De parkeerder dient dit bedrag vóór het verlaten van de parkeerfaciliteit te voldoen. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”.

Indien de parkeerder achteraf door middel van de klachtenprocedure van artikel 10 lid 5 aan kan tonen wat de daadwerkelijke parkeertijd was, zal restitutie op basis daarvan plaats vinden. De bewijslast met betrekking tot de exacte parkeertijd berust bij de parkeerder.”

3.2.

Niet in geschil is dat [gedaagde] bij het verlaten van de parkeergarage op

24 augustus 2016 “treintje heeft gereden” en dat de algemene voorwaarden van Q-Park op de overeenkomst tussen partijen van toepassing zijn. Het geschil spitst zich toe op de vraag of [gedaagde] de door Q-Park gevorderde bedragen verschuldigd is, nu zij stelt het parkeergeld te hebben betaald en dat het “treintje rijden” haar niet kan worden toegerekend.

3.3.

De kantonrechter stelt voorop dat het verweer van [gedaagde] dient te worden aangemerkt als een bevrijdend verweer, zodat op grond van artikel 150 van het

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op haar de bewijslast van haar stellingen rust.

3.4.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] haar stelling dat zij het verschuldigde parkeergeld heeft betaald voldoende heeft onderbouwd met het door haar overgelegde bankafschrift. Q-Park heeft het bankafschrift als zodanig niet betwist, maar slechts gesteld dat dit geen geldig betaalbewijs is, omdat [gedaagde] , als zij betaald had, met een parkeerbewijs had kunnen uitrijden. Nu vast is komen te staan dat het parkeergeld door [gedaagde] betaald is, komt – zoals Q-Park bij repliek heeft aangevoerd – het gevorderde tarief “verloren kaart” te vervallen, zodat dit deel van de vordering zal worden afgewezen.

3.5.

Op grond van artikel 5.9. van de toepasselijke algemene voorwaarden is [gedaagde] volgens Q-Park, ook als zij het parkeergeld betaald heeft, de aanvullende schadevergoeding van € 300,- verschuldigd, omdat zij bij het uitrijden geen gebruik heeft gemaakt van een geldig parkeerbewijs of middel. Q-Park verwijst naar de camerabeelden van de linker slagboom, waarop te zien is dat de voorganger van [gedaagde] geen problemen ondervindt met het aanbieden van zijn/haar parkeerbewijs en de parkeergarage uitrijdt, waarna [gedaagde] vlak achter haar voorganger aanrijdt, zonder gebruik te maken van een parkeerbewijs. Dat de rechter slagboom niet (naar behoren) functioneerde en Q-Park niet reageerde op een oproep via de help-knop, is door Q-Park betwist. Volgens Q-Park zijn er geen storingen of foutmeldingen bij haar bekend op het moment van de gedraging en is haar “Control Room” 7 dagen per week 24 uur per dag bereikbaar, waarbij de gemiddelde reactietijd 5 seconden bedraagt. Q-Park stelt niet gehouden te zijn om camerabeelden van de rechter slagboom in het geding te brengen, zoals [gedaagde] heeft verzocht, omdat het aan [gedaagde] is om haar stellingen te bewijzen. De auto van [gedaagde] komt volgens Q-Park niet voor op deze beelden en het “treintje rijden” zou ook ongeoorloofd zijn indien [gedaagde] er niet in was geslaagd om bij deze slagboom uit te rijden. Q-Park verwijst tenslotte nog naar jurisprudentie waarin is geoordeeld dat ook bij spoedsituaties conform de algemene voorwaarden dient te worden uitgereden.

3.6.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] haar lezing van wat zich op

24 augustus 2016 in de parkeergarage heeft voorgedaan onvoldoende heeft onderbouwd, terwijl dit – zoals hiervoor is overwogen – op haar weg had gelegen. [gedaagde] heeft bijvoorbeeld geen bewijsstukken in het geding gebracht die haar stelling onderbouwen dat er sprake was van een noodsituatie, zoals stukken van het ziekenhuis in Eindhoven waar haar vriend zou zijn behandeld. Op de camerabeelden van Q-Park (van de linker slagboom) is te zien dat [gedaagde] geen parkeerbewijs invoert voordat zij uitrijdt, terwijl zij hier volgens haar eigen stellingen wel over beschikte, en haar voorganger zichtbaar zonder problemen met een parkeerbewijs kon uitrijden. Het feit dat [gedaagde] bij de linker slagboom geen gebruik van een parkeerbewijs heeft gemaakt, terwijl gesteld noch gebleken is dat dit niet mogelijk was, valt naar het oordeel van de kantonrechter in haar risicosfeer. De stelling van [gedaagde] dat zij in een noodsituatie verkeerde doet daar naar het oordeel van de kantonrechter niet aan af, nu die situatie [gedaagde] volgens haar eigen stellingen ook niet heeft belet om bij de rechter slagboom te proberen met een parkeerbewijs uit te rijden.

3.7.

De vorderingen tot betaling van de aanvullende schadevergoeding van € 300,- is dan ook toewijsbaar. Naar vaste jurisprudentie is deze vordering vanuit consumentenrechtelijk oogpunt niet onredelijk (bezwarend).

3.8.

Q-Park vordert tevens vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Q-Park heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief dat hoort bij de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom. Nu dat het gevolg is van een niet voorzienbare omstandigheid, zal de kantonrechter de vergoeding niet afwijzen, maar toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij (de omvang van) de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom. In dit geval bedraagt dit een bedrag van € 45,-.

3.9.

De gevorderde wettelijke rente vanaf 24 augustus 2016 is als onweersproken en op de wet gegrond eveneens toewijsbaar, met dien verstande dat ook de rente zal worden toegewezen over de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom.

3.10.

[gedaagde] zal, als de partij die grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, worden veroordeeld in de proceskosten. De nakosten zijn toewijsbaar tot een bedrag van € 30,- (1/2 punt maal het toepasselijke liquidatietarief). De wettelijke rente over de proces- en nakosten is toewijsbaar tot aan de dag der algehele voldoening.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 345,-, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van

€ 300,- vanaf 24 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot heden aan de zijde van

Q-Park begroot en gevallen op € 350,51, waarin begrepen € 150,- aan salaris gemachtigde

en begroot de nakosten op € 30,-,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening,

4.4.

veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, tot betaling van de wettelijke rente over de nakosten vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening,

4.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2018.