Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:4261

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
08-11-2018
Datum publicatie
08-11-2018
Zaaknummer
08/114999-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 49-jarige man uit Den Helder is veroordeeld voor het verduisteren van elektrische fietsen en opzetheling tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar. Hij moet een schadevergoeding betalen van 1.250 euro. Zie ook ECLI:NL:RBOVE:2018:4260 en ECLI:NL:RBOVE:2018:4249

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/114999-18 (P)

Datum vonnis: 8 november 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J. Veenendaal en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. M. Berbee, advocaat in Den Helder, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 25 oktober 2018, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feiten 1, 3, 4 en 5: met anderen elektrische fietsen heeft verduisterd (primair) dan wel met anderen elektrische fietsen heeft geheeld (subsidiair);

feit 2: medeplichtig is geweest aan het verduisteren van elektrische fietsen;

feit 6: met anderen elektrische fietsen heeft geheeld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1. primair

hij in of omstreeks de periode van 26 december 2016 tot en met 6 januari

2017 te Beuningen, gemeente Losser althans in Nederland tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee

elektrische (dames)fietsen (merk: Bikkel, type: Ibee Base Nexus,

framenummer: ACH16050685 en/of ACH16050004), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk goed

verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich

hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

1. subsidiair

hij in of omstreeks 27 december 2017 te Beuningen, gemeente Losser en/of

te Dedemsvaart, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen, een of meerdere goederen, te weten twee elektrische

(dames)fietsen (merk: Bikkel, type: Ibee Base Nexus, framenummer:

ACH16050685 en/of ACH16050004) heeft verworven, voorhanden gehad

en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de

verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist(en), althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf

verkregen goederen betrof;

2.

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 28 december 2016 tot en met 3

januari 2017 te Slagharen, gemeente Hardenberg, althans in Nederland

opzettelijk twee elektrische (dames)fietsen (merk: Sparta, type: Ion Black

Line en/of Xt, framenummer: SP8097648 en/of SP3078623), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [slachtoffer]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk

goederen verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als

huurder wederrechtelijk zich heeft toegeëigend bij en/of tot het plegen van

welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 28 december 2016

tot en met 3 januari 2017 te Slagharen, gemeente Hardenberg, althans in

Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zijn auto/autobus ter

beschikking te stellen aan die [medeverdachte] en/of die auto/autobus te rijden naar de

pleegplaats ter behoeve van het plegen van het voornoemde feit;

3 primair

hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2017 tot en met 2 februari 2017

te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, althans in Nederland tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee

elektrische fietsen (merk: Sparta en/of Batavus, type: Elektrisch M8i en/of

Elektrisch/Monc, framenummer: SP5201184 en/of BA5299516), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 3] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf

onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend;

3 subsidiair

hij in of omstreeks 21 januari 2017 tot en met 2 februari 2017 te te Arnhem

en/of te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, althans in Nederland tezamen en

in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere

goederen, te weten wee elektrische fietsen (merk: Sparta en/of Batavus,

type: Elektrisch M8i en/of Elektrisch/Monc, framenummer: SP5201184

en/of BA5299516) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het

voorhanden krijgen van deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs

had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goederen

betrof;

4 primair

hij in of omstreeks de periode van 25 januari 2017 tot en met 4 februari 2017

te Hardenberg, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee elektrische fietsen (merk:

Sparta, type: F8e en/of M8e, framenummer: SP5199421 en/of SP5197193, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 4]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededaders, en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan

door misdrijf onder zich hadden, te weten als testrijder/testrit

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4 subsidiair

hij in of omstreeks 27 januari 2017 te Lutten althans in Nederland,

een goed te weten een elektrische fiets (merk: Sparta, type: M8e,

framenummer: SP5197193 heeft verworven, voorhanden gehad, en/of

overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goederen betrof;

5 primair

hij in of omstreeks de periode van 29 januari 2017 tot en met 1 februari 2017

te Diepenheim, gemeente Hof van Twente, althans in Nederland tezamen

en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee

elektrische fietsen (merk/type: Bikkel en/of Qwic Prem N7.1), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan

door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich

heeft toegeëigend;

5 subsidiair

hij in of omstreeks 2 februari 2017 te Ommen althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een

goed, te weten een elektrische fiets (merk/type: Qwic Prem N7.1) heeft

verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn

mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit

goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het

een door misdrijf verkregen goederen betrof;

6.

hij in of omstreeks 2 februari 2017 te Ommen althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of

meerdere goederen, te weten twee elektrische (dames)fietsen (merk:

Batavus en/of Gazelle, type: Padova Easy en/of Orange Easy) heeft

verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn

mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit

goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het

een door misdrijf verkregen goed betrof;

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde feit en stelt zich voorts op het standpunt dat de onder 1 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit dat zijn cliënt integraal moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, omdat zijn cliënt telkens te goeder trouw was en het initiatief bij medeverdachte [medeverdachte] lag.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De raadsman heeft gewezen op discrepanties tussen de handgeschreven versie en de getypte versie van de verklaring van verdachte. De rechtbank overweegt dat deze stelling feitelijk onjuist is, omdat de door verdachte ondertekende handgeschreven stukken bestaan uit een verklaring met een aanvulling die gezamenlijk gelijk is aan de getypte versie. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

Ten aanzien van feit 2:

De rechtbank acht – net als de officier van justitie en de raadsman – niet bewezen dat verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij het onder 2 ten laste gelegde feit, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Ten aanzien van feit 1 primair:

Uit de aangifte blijkt dat op 26 december 2016 door twee mannen twee elektrische fietsen zijn gehuurd bij [bedrijf 1] Beuningen. De huurder noemde zich [alias] en zou in Slochteren wonen. De mannen gaven in eerste instantie aan dat zij de fietsen tot en met

28 december 2016 wilden huren en hebben later telefonisch de huurperiode verlengd tot en met 4 januari 2017. De fietsen zijn echter niet ingeleverd. Het blijkt dat de bewuste fietsen op 27 december 2016 zijn verkocht aan de heer [naam 1] , eigenaar van de winkel [bedrijf 6] . Getuige [naam 1] heeft verklaard dat hij de fietsen van een man heeft gekocht, dat hij hem herhaaldelijk heeft gevraagd of de fietsen rechtmatig waren verkregen en dat die man telkens bevestigend antwoord gaf. De man zou hebben verteld dat de fietsen van zijn ouders waren, dat zijn moeder was overleden en dat hij de fietsen daarom wegdeed.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij samen met verdachte de elektrische fietsen heeft opgehaald bij [bedrijf 1] . Verdachte was er volgens hem dus bij toen de huurovereenkomst werd gesloten en de valse gegevens werden opgegeven. Uit de verklaring van verdachte blijkt bovendien dat hij in de winkel [bedrijf 6] is geweest en daar zijn legitimatiebewijs heeft overgelegd ten behoeve van de verkoop van de fietsen. Uit de getuigenverklaring van [naam 1] leidt de rechtbank af dat degene die het legitimatiebewijs overhandigde, dus verdachte, degene is geweest die het (kennelijk leugenachtige) woord voerde tijdens de verkoop. Gelet daarop acht de rechtbank het onder 1 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 3 primair:

Uit de aangifte blijkt dat op 21 januari 2017 door twee mannen twee elektrische fietsen zijn gehuurd bij [bedrijf 3] Nieuwleusen. Eén van de mannen stelde zich voor als [alias] en zou in Slochteren wonen. De fietsen zijn verhuurd op naam van [verdachte] . De mannen zouden de fietsen op 22 januari 2017 terugbrengen. De fietsen zijn echter niet ingeleverd. De bewuste fietsen zijn op 21 januari 2017 verkocht aan kringloopwinkel [kringloopwinkel] , zo blijkt uit de verklaring van mevrouw [naam 2] , werknemer aldaar.

Verdachte heeft verklaard dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte] de elektrische fietsen heeft opgehaald bij [bedrijf 3] . Verdachte was er dus bij toen de huurovereenkomst werd gesloten en de valse gegevens werden opgegeven. Uit de verklaring van verdachte blijkt bovendien dat hij in kringloopwinkel [kringloopwinkel] is geweest en daar zijn legitimatiebewijs heeft overgelegd ten behoeve van de verkoop van de fietsen. Gelet daarop acht de rechtbank het onder 3 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 4 primair:

Uit de aangifte blijkt dat op 25 januari 2017 een man in de winkel [bedrijf 4] Hardenberg kwam, die zich voordeed als de heer [alias] . Een dag later, op 26 januari 2017, belde de heer [alias] naar de winkel en vroeg of hij gebruik kon maken van het aanbod van de demofietsen. De heer [alias] zou hebben aangegeven dat zijn broer de elektrische fiets zou ophalen, hetgeen ook daadwerkelijk is gebeurd. Op 27 januari 2017 heeft de broer van de heer [alias] ook de tweede elektrische fiets opgehaald. Op 3 februari 2017 is de voicemail op de telefoon van de eigenaar ingesproken, met de mededeling dat de fietsen zo snel mogelijk zouden worden teruggebracht. De fietsen zijn echter niet ingeleverd. Het blijkt dat de bewuste fietsen op 27 januari 2017 zijn verkocht aan de heer [naam 3] , eigenaar van [bedrijf 7] .

Verdachte heeft verklaard dat hij op 25 januari 2017 op voorverkenning is geweest voor medeverdachte [medeverdachte] , in die zin dat hij heeft gekeken of er camera’s in de winkel hingen. Verdachte is volgens de verklaring van aangever dus ook degene geweest die valse gegevens heeft opgegeven en met wie de afspraken over de eventuele koop van de twee demofietsen zijn gemaakt. De elektrische fietsen zijn op 26 januari 2017 en op 27 januari 2017 opgehaald door medeverdachte [medeverdachte] . Uit de bewijsmiddelen blijkt bovendien dat verdachte bij [bedrijf 7] is geweest en daar zijn legitimatiebewijs heeft overgelegd ten behoeve van de verkoop van de fietsen. Gelet daarop acht de rechtbank het onder 4 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 5 primair:

Uit de aangifte blijkt dat op 29 januari 2017 door twee mannen twee elektrische fietsen zijn gehuurd bij [bedrijf 5] Diepenheim. Eén van de mannen verklaarde dat ze waren afgezet door hun vrouwen en dat ze met zijn vieren verbleven in hotel [hotel] en daar naartoe zouden fietsen. De fietsen zijn verhuurd op naam van [alias] . De vrouwen van de mannen zouden de fietsen op 31 januari 2017 terugbrengen. De fietsen zijn echter niet ingeleverd. Ook kwam aan het licht dat de twee mannen en hun vrouwen niet verbleven in hotel [hotel] . Het blijkt dat één van de bewuste fietsen op 2 februari 2017 is verkocht aan de heer [naam 4] , eigenaar van de kringloopwinkel in Ommen.

Verdachte heeft verklaard dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte] de elektrische fietsen heeft opgehaald bij [bedrijf 5] . Verdachte was er dus bij toen de huurovereenkomst werd gesloten en de valse identiteits- en verblijfsgegevens werden opgegeven. Uit de verklaring van verdachte blijkt bovendien dat hij telefonisch afspraken heeft gemaakt met [naam 4] , in de kringloopwinkel in Ommen is geweest en daar het woord heeft gevoerd. Medeverdachte [medeverdachte] zou wel mee zijn geweest naar Ommen, maar zou op de hoek van de straat wachten, omdat hij al eens gedoe had gehad in de kringloopwinkel. Gelet daarop acht de rechtbank het onder 5 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 6:

Uit de aangifte blijkt dat op 2 februari 2017 door een man twee elektrische fietsen zijn gehuurd bij [bedrijf 8] Gramsbergen. De fietsen werden op naam van de heer [alias] voor een korte periode gehuurd. Diezelfde dag worden de fietsen verkocht aan de heer [naam 4] , eigenaar van de kringloopwinkel in Ommen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] degene is die de fietsen heeft gehuurd en heeft meegenomen. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij telefonisch afspraken heeft gemaakt met [naam 4] , in de kringloopwinkel in Ommen is geweest en daar het woord heeft gevoerd. Medeverdachte [medeverdachte] zou wel mee zijn geweest naar Ommen, maar zou op de hoek van de straat wachten, omdat hij al eens gedoe had gehad in de kringloopwinkel. Gelet op het feit dat verdachte meermalen met medeverdachte [medeverdachte] op pad is geweest – en derhalve wetenschap had van zijn werkwijze – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de elektrische fietsen waren verduisterd. Gelet daarop acht de rechtbank het onder 6 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1. primair

hij in de periode van 26 december 2016 tot en met 6 januari 2017 te Beuningen, gemeente Losser tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk twee elektrische damesfietsen (merk: Bikkel, type: Ibee Base Nexus, framenummer: ACH16050685 en ACH16050004), toebehorende aan [bedrijf 1] , welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3 primair

hij in de periode van 21 januari 2017 tot en met 2 februari 2017 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk twee elektrische fietsen (merk: Sparta en/of Batavus, type: Elektrisch M8i en Elektrisch/Monc, framenummer: SP5201184 en BA5299516), toebehorende aan [bedrijf 3] , welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4 primair

hij in de periode van 25 januari 2017 tot en met 4 februari 2017 te Hardenberg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk twee elektrische fietsen (merk: Sparta, type: F8e en M8e, framenummer: SP5199421 en SP5197193, toebehorende aan [bedrijf 4]

, welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als testrijder wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5 primair

hij in de periode van 29 januari 2017 tot en met 1 februari 2017 te Diepenheim, gemeente Hof van Twente, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk twee elektrische fietsen (merk/type: Bikkel en Qwic Prem N7.1), toebehorende aan [bedrijf 5] , welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

6.

hij op 2 februari 2017 te Ommen, twee elektrische (dames)fietsen (merk: Batavus en Gazelle, type: Padova Easy en Orange Easy) heeft verworven, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het

een door misdrijf verkregen goed betrof.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 3 primair, 4 primair,

5 primair en 6 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 47 juncto 321 en artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feiten 1 primair, 3 primair, 4 primair en 5 primair

telkens het misdrijf:

medeplegen van verduistering;

feit 6

het misdrijf:

opzetheling.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat, mocht de rechtbank tot oplegging van een straf of maatregel komen, gelet op de persoonlijke omstandigheden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend is en dat, desnoods, een taakstraf van maximale duur met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich op grootschalig niveau in samenwerkingsverband schuldig gemaakt aan het verduisteren van elektrische fietsen. Daarnaast heeft hij een aantal elektrische fietsen doorverkocht. In alle gevallen waren de fietsen door de eigenaren daarvan in goed vertrouwen aan verdachte of zijn mededader ter beschikking gesteld. Door zich voor te doen als een bonafide huurder of testrijder, heeft verdachte een groot aantal personen benadeeld. Door verdachte en zijn mededader zijn in alle gevallen een valse identiteits- en verblijfsgegevens opgegeven. Verdachte heeft op deze wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat winkeliers in het maatschappelijk verkeer stellen in (potentiële) klanten. Gebleken is dat vaak nog voordat er aangifte kon worden gedaan de fietsen werden doorverkocht. Dit gebeurde in de meeste gevallen vrijwel direct na het aangaan van de huurovereenkomst dan wel testrit. Hierdoor werd een eventuele helingscontrole moeilijk gemaakt. Dit onderstreept naar mening van de rechtbank de geraffineerde, brutale en schaamteloze werkwijze. De rechtbank weegt verder als strafverzwarende omstandigheden mee dat van elektrische fietsen bekend is dat zij een relatief hoge waarde vertegenwoordigen en dat sprake is van een professionele werkwijze en een samenwerkingsverband.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 14 september 2018. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden veelvuldig is veroordeeld wegens het plegen van soortgelijke delicten. In dit verband houdt de rechtbank rekening met artikel 63 Sr, aangezien verdachte op 13 maart 2017 door de meervoudige kamer is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank acht het echter waarschijnlijk dat in het geval onderhavige zaak gelijktijdig met die zaak was afgedaan aan verdachte een hogere straf was opgelegd.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op het reclasseringsrapport d.d. 18 oktober 2018. Volgens de reclassering is verdachte beïnvloed door een negatief sociaal netwerk. Er zijn voorts aanwijzingen dat mogelijk sprake is van een lichtverstandelijke beperking. De reclassering rapporteert dat recidiveverhogende factoren hiermee kunnen samenhangen en dat verdachte de langetermijngevolgen van zijn gedrag enigszins beperkt kan overzien en moeite heeft om risicovolle situaties in te schatten. De reclassering vindt het positief dat verdachte werk heeft waarvan uit hij inkomen genereert. Zij merken het als beschermend aan dat de persoonlijke leefomstandigheden van verdachte stabiel lijken te zijn. De reclassering merkt op dat een gevangenisstraf negatieve gevolgen zal hebben voor de persoonlijke leefomstandigheden, die momenteel stabiel zijn. Verdachte zou zijn werk, inkomen en woning kwijtraken, wat het recidiverisico vergroot. Verdachte toont enigszins zelfinzicht en staat open voor een meldplicht bij de reclassering. De reclassering ziet tevens voldoende aanknopingspunten om een reclasseringstoezicht te kunnen uitvoeren. De reclassering adviseert dan ook om verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering. Tijdens de meldplichtafspraken zou onder meer kunnen worden gewerkt aan het vergroten van het zelfinzicht in relatie tot sociale contacten en het herkennen van risicovolle situaties, het ondersteunen in het behouden van beschermende factoren zoals wonen, werk en inkomen en het monitoren van het middelengebruik (en indien nodig het inzetten van interventies daarop).

Gelet op het reclasseringsadvies, waaruit de negatieve gevolgen voor verdachte blijken bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf opleggen voor de maximale duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Daarnaast acht de rechtbank het noodzakelijk dat aan verdachte een forse voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd om hem ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (dergelijke) strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal derhalve aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van drie jaar, en stelt daarbij als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

Feit 2:

[bedrijf 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- Sparta Ion XT: € 1.110,-;

- Sparta Ion Blackline: € 700,-.

Feit 5 primair:

[bedrijf 5] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.526,37, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- Ebike Bikkel N7 midden motor grijs/blauw: € 1.150,-;

- Acculader Qwic: € 71,50;

- Accu Qwic: € 304,87.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat, gelet op de door hem geëiste vrijspraak, [bedrijf 2] niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering en dat de vordering van [bedrijf 5] (na aftrek van de BTW bij de acculader) tot een bedrag van

€ 1.513,96 wordt toegewezen. Indien de rechtbank rekening houdt met afschrijvingen, vordert de officier van justitie dat zij gebruik maakt van haar schattingsbevoegdheid.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt primair dat, gelet op de door hem bepleite integrale vrijspraak, de vorderingen van [bedrijf 2] en [bedrijf 5] niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering. De raadsman voert subsidiair aan dat een afschrijving over de schadeposten dient plaats te vinden.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Feit 2:

De vordering van [bedrijf 2] heeft betrekking op het onder 2 ten laste gelegde feit. Nu verdachte van dit feit wordt vrijgesproken en aan hem geen maatregel wordt opgelegd, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Feit 5 primair:

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [bedrijf 5] . De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank is echter van oordeel dat een afschrijving dient plaats te vinden over de goederen. De rechtbank ziet aanleiding gebruik te maken van haar bevoegdheid om de omvang van de schade te schatten. De rechtbank is van oordeel dat de omvang van de schade naar redelijkheid en billijkheid op dit moment vastgesteld kan worden op € 1.250,-, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De rechtbank zal de vordering tot zover hoofdelijk toewijzen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [bedrijf 5] heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens benadeelde partij [bedrijf 5] naar burgerlijk recht mede aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte het onder 1 primair, 3 primair, 4 primair,
5 primair en 6 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feiten 1 primair, 3 primair, 4 primair en 5 primair telkens: medeplegen van verduistering;

feit 6: opzetheling;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 6 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte:

- zich op eerste uitnodiging meldt bij Reclassering Nederland, Drechterwaard 102, 1824 DX Alkmaar, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

schadevergoeding

Feit 2:

- bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 2] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Feit 5 primair:

- veroordeelt verdachte tot hoofdelijke betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 5] van een bedrag van € 1.250,- (zegge: twaalfhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2017, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 5 primair bewezenverklaarde feit tot hoofdelijke betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.250,- (zegge: twaalfhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 22 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte of zijn mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte of zijn mededader aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 5] voor een deel van

€ 276,37 (zegge: tweehonderdzesenzeventig euro en zevenendertig cent) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en

mr. P.M. Breukink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 8 november 2018.

De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, District IJsselland, Basisteam Vechtdal, registratienummer PL0600-2018012760. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1 primair:

1. Het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] namens [bedrijf 1] Beuningen d.d. 10 januari 2017 (p. 31-33):

(...) Plaats delict: [adres 1] Beuningen Ov, binnen de gemeente Losser (fiets en bromfietsverhuurbedrijf) (...) Ik ben eigenaar van het fiets/bromfietsverhuurbedrijf [bedrijf 1] en doe hierbij aangifte van verduistering van twee elektrische damesfietsen van het merk Bikkel compleet met accu/accuopladers en dubbele fietstassen. (...) Op maandag 26 december 2016 om 12.55 uur belde een man die zich [alias] noemde naar ons bedrijf met de vraag of hij twee elektrische fietsen kon huren. (...) Op 26 december 2016 om 13.46 uur kwamen er twee mannen om de e-bikes te huren. In eerste instantie gaven de mannen aan dat ze de fietsen tot en met 28 december 2016 wilden huren.Zij hebben toen gelijk het volledige huurbedrag voor de twee fietsen voor de periode tot en met 28 december 2016 contant betaald. (...) Hierop hebben de mannen de fietsen meegenomen in een witte bus (...) Op 28 december 2016 om 21.31 uur belde [alias] mij op en gaf aan dat hij de fietsen nog graag tot en met 4 januari 2017 wilde huren. Ik zei hem dat dit oké was. Op 5 januari 2017 had deze [alias] de fietsen nog niet terug gebracht. Hierop heb ik het telefoonnummer (06- [telefoonnummer 1] ) gebeld dat in het geheugen van mijn telefoon stond, waarmee deze [alias] beide keren naar mij toe gebeld had. (...) De ene man die zich [alias] noemde vertelde mij dat hij in Slochteren zou wonen. (....)

Voertuig: Fiets (Elektrische)

Merk/type: Bikkel Ibee Base Nexus (...)

Bijzonderheden: Elektrische damesfiets+ dubbele fietstas (...)

Voertuig: Fiets (Elektrische)

Merk/type: Bikkel Ibee Base Nexus (...)

Bijzonderheden: Elektrische damesfiets met dubbele fietstas (...)

2. Het proces-verbaal van verhoor van [naam 1] d.d. 13 januari 2017 (p. 35-37):

(...) Op woensdag 27 december 2016 verscheen in mijn winkel [bedrijf 6] , gevestigd aan de [adres 2] te Dedemsvaart, een man die mij 2 elektrische fietsen aanbood voor de verkoop. Ik ben opkoper en eigenaar van bovengenoemde winkel. De man had 2 blauwe elektrische damesfietsen bij zich van het merk Bikkel. Het waren 2 gelijke fietsen, voorzien van blauwe fietstassen en kilometertellers. De bijbehorende accu's waren tevens aanwezig. De man vroeg voor de fietsen 600 euro of 650 euro. Het exacte bedrag weet ik niet meer. Ik heb hierop een tegenbod gedaan van 550 euro en hier ging de man mee akkoord. (...) Ik heb de man herhaaldelijk gevraagd of de fietsen rechtmatig verkregen waren. Hierop gaf de man steeds bevestigend antwoord. Hij gaf hierbij aan dat de fietsen van zijn ouders geweest waren. Ik zei nog dat er maar weinig mee gefietst was gezien de getelde kilometers op de meter. Hij zei mij dat dit wel klopte en dat zijn ouders er maar weinig mee zijn gaan fietsen. Zijn moeder was overleden en deed de fietsen dus weg. Ik vroeg de man om zijn legitimatiebewijs om de koop rond te maken. Hij gaf zijn legitimatie en ik nam de gegevens over van het overhandigde bewijs. (...) Ik had reeds gezien dat er buiten nog een man stond bij een witte bus. Deze man is verder niet binnen geweest. (...)

3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juni 2017 (p. 38):

(...) Op de vraag of [naam 1] een aankoopbewijs van de aangekochte fietsen had overhandigde hij ons een kopie van het ingevulde aankoopbewijs. Wij zagen dat dit ingevulde aankoopbewijs voorzien was van de naam en een burgerservicenummer. Dit betrof [verdachte] , bsn [nummer 1] . (...)

4. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 24 november 2017 (p. 185-186):

(…) V: Wij gaan u nu horen over een andere zaak. Er is aangifte gedaan, namens [bedrijf 1]

te Beuningen, van verduistering van twee elektrische fietsen. Dit betreft een

Bikkel Ibee Base Nexus (framenr: ACH16050685) en een Bikkel Ibee Base Nexus

(Framenur: ACH16050004). Wat kan u daar over verklaren? (…)

V: Wat heeft u gedaan op maandag 26 december 2017?

A: Ik was met [medeverdachte] . Met mijn bus. Een wit vrachtwagentje.

V: Wat heeft u gedaan op dinsdag 27 december?

A: Die fietsen zijn daar verkocht met mijn ID bewijs. Was ik het niet mee eens.

V: Op 27 december 2016 zijn de twee elektrische fietsen die op 26 december 2016 verhuurd zijn in Beuningen bij [bedrijf 1] aangetroffen in Dedemsvaart bij een winkel genaamd [bedrijf 6] . Wat kan u daar over verklaren?

A: Zie vorige vraag. Ik was daar met [medeverdachte] .

V: Deze twee elektrische fietsen uit Beuningen zijn daar te koop aangeboden en degene die ze daar te koop aanbod overhandigde zijn legitimatiebewijs aan de eigenaar van de winkel in Dedemsvaart. Uw gegevens zijn daar genoteerd op de inkoop bon Wat kan u daar over verklaren?

A: Klopt. Was ik niet blij mee. (…)

5. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] d.d. 20 september 2017 (p. 264):

(…) Meneer [naam 5] van fietshandel [bedrijf 1] uit Beuningen heeft aangifte gedaan dat twee van zijn elektrische fietsen zijn verduisterd. Dit is gebeurd op 26 december 2016. (…)

Een van de daders heeft zich uitgegeven voor [alias] uit Slochteren. De fietsen zijn

echter door twee mannen in een busje geladen. Bij de tweede man gaat het waarschijnlijk

om [verdachte] .

Vraag:

Meneer [medeverdachte] , kunt u zich dit ook herinneren?

Antwoord:

Ja, ook dit weet ik nog heel precies.

Bij de tweede dader ging het ook weer om [verdachte] . Samen hebben we die fietsen in

het busje geladen en zijn toen weggereden. (…) Over de zaken die ik heb bekend, kan ik alleen maar zeggen dat, wanneer wij spullen bestelden resp. orderden, wij natuurlijk niet van plan waren die spullen ook netjes te betalen. Wij wilden bij voorbeeld met die fietsen winst maken door die alleen maar te huren maar de huur niet te betalen en ze meteen door te verkopen om van de verkoop van die fietsen bijvoorbeeld te leven. (…)

Feit 3 primair:

1. Het proces-verbaal van aangifte van [naam 6] namens [bedrijf 3] , inclusief de bijgevoegde foto, d.d. 3 februari 2017 (p. 51-55);

(...) Ik ben de eigenaar van [bedrijf 3] , gevestigd aan de [adres 3] in Nieuwleusen. Op vrijdag 21 januari 2017 tussen 17.00 uur en 18.00 uur zijn 2 mannen bij mij in de winkel geweest. (...) De mannen hebben 2 demo elektrische fietsen gehuurd en zouden deze zaterdag 22 januari 2017 voor 16.00 uur de fietsen terug brengen.

De oudere man stelde zich voor als:

[alias]

' [adres 4]

Telefoonnummer 06- [telefoonnummer 2] (...)

Man was met een witte bestelauto, transporter met kenteken [kenteken 1] . (...) Bij [bedrijf 9] in Balkbrug zijn camera beelden van die zogenaamde [alias] . [naam 7] , eigenaar [bedrijf 4] , een collega van mij uit Hardenberg heeft inmiddels contact gehad met de verhuurder van de Transporter met kenteken [kenteken 1] . Transporter is eigendom van [bedrijf 10] uit Ommen.De opgegeven naam van de huurder:

[verdachte] ,

[adres 5]

Gestolen fietsen betreffen:

- Sparta M8I dark/blue D53 met accu gestippeld

- Framenummer SP5201184

- Batavus Mont Blanc, zilvergrijs D48cm

- Framenummer BA5299516 (...)

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 februari 2017 (p. 59-60):

(...) Zij had bij de inkoop van de fietsen de verkoper om een identificatiebewijs gevraagd en hier ook een kopie van gemaakt. Verder verklaarde zij dat de man die de fietsen aan haar had verkocht in het bijzijn was van een gezette vrouw met lang blond haar, een jongen van een jaar of vijftien en een lange, kale, tengere man die zichzelf goed gekleed had. Deze man had een hoed gedragen. [naam 2] overhandigde ons de kopie en gaf aan dat wij deze mochten houden. Wij zagen dat de gekopieerde Nederlandse identiteitskaart voorzien van het nummer [nummer 2] op naam stond van [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1969. (...) Hierop hebben wij een onderzoek ingesteld. [naam 2] wees ons op twee fietsen te weten:

Sparta, blauw, voorzien van het framenummer SP5201184

Batavus, grijs, voorzien van het framenummer BA5299516 (...)

3. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 13 februari 2017 (p. 67-68):

(...) Ik heb op de Facebookpagina van [bedrijf 8] uit Gramsbergen foto's bekeken. Dit zijn foto's die geplaatst zijn omdat er bij hen ook twee elektrische fietsen zijn gehuurd en niet zijn terug gebracht. Op de foto's zijn twee mannen te zien waarvan ik er één herken. Ik herken de rechter man op de foto die een muts draagt. Ik weet zeker dat deze man op 20-01-2017 twee fietsen heeft gehuurd en opgehaald bij ons in Nieuwleusen. (...)

4. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 24 november 2017 (p. 180-181):

(…) V: Wie is de andere man met wie u twee elektrische fietsen mee hebt opgehaald op 21

januari 2017 tussen 17:00 en 18:00 uur?

A: [medeverdachte] (…)

V: De twee elektrische fietsen die verhuurd zijn bij [bedrijf 3] in Nieuwleusen op 21 januari zijn aangetroffen in Arnhem bij kringloopwinkel [kringloopwinkel] . Wat kan u hier over verklaren?

A: Klopt. Heeft [medeverdachte] daar verkocht. (…)

V: Toen u de twee elektrische fietsen in Arnhem inleverde is er een kopie van uw identiteitskaart gemaakt. Wat kan u hier over verklaren?

A: Ik was met hem mee. Het klopt. Ik was er niet blij mee dat dit met mijn ID kaart ging. (…)

Feit 4 primair:

1. Het proces-verbaal van aangifte van [naam 7] namens [bedrijf 4] , inclusief de bijgevoegde foto’s, d.d. 3 februari 2017 (p. 80-95):

(…) Plaats delict : [adres 6] Hardenberg (...) Ik ben eigenaar van [bedrijf 4] en doe in deze hoedanigheid aangifte van verduistering van 2 elektrische fietsen. Op woensdag 25 januari 2017 omstreeks 11.00 uur kwam er een man bij ons in de winkel. (...) Hij heeft nog een briefje achtergelaten met zijn naam erop: Dit was [alias] , Oosterdijk 4 uit Stegeren. Zijn telefoonnnummer was [telefoonnummer 3] . Ik kan het signalement van de man als volgt omschrijven: blanke man, ca. 40-50 jaar, ca. 1.80 meter lang, normaal postuur, had een ongezonde pukkelige huid. De man droeg een gebreide bruine muts met lichte accenten en droeg een oude jas/vest. De man had een onverzorgd uiterlijk. (...) Op 26 januari 2017 belde [alias] 's morgens naar de winkel. Hij vroeg of hij nog gebruik kon maken van het aanbod van de demofietsen. Ik heb aangegeven dat hij hier gebruik van kon maken. [alias] gaf aan dat zijn broer zou komen om de fietsen op te halen. (...) Deze man gaf aan dat hij één (1) fiets mee wilde nemen. (...) De man is fietsend vertrokken richting de Brink. (...) Ik kan de 2e man als volgt omschrijven: blanke man, ca. 50-55 jaar, ca. 1.80 meter lang, normaal postuur, kaal. De 2e man droeg een lange zwarte jas en een zwarte broek. De man droeg een gouden ketting en een gouden armband. Op 27 januari 2017 werd ik weer gebeld in de winkel door [alias] dat hij de andere fiets ook graag op wilde halen. (...) Dezelfde dag is ook de 2e fiets opgehaald door de broer van [alias] . (...) Op woensdag 3 februari 2017 om 10.57 uur is de voice mail op mijn telefoon weer ingesproken en werd er gezegd dat de fietsen zo gauw mogelijk teruggebracht zouden worden. Tot op heden heb ik niets meer vernomen. Inmiddels heb ik een berichtje ontvangen van een fietsenwinkel uit Nieuwleusen waar op dezelfde wijze fietsen verdwenen zijn. Er zijn mij ook foto's toegestuurd waarop de 2e man (broer [alias] ) ook te zien is. (...) Ik zal camerabeelden bij de aangifte voegen. Hierop is de 2e man (broer) te zien. (...)

Voertuig: Fiets (Elektrische)

Merk/type: Sparta F8e (...)

Voertuig: Fiets (Elektrische)

Merk/type: Sparta M8e (...)

2. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 3] d.d. 4 februari 2017 (p. 97-98):

(...) "Ik ben van beroep fietsendealer en heb een eigen zaak. Deze is genaamd [bedrijf 7] , gevestigd aan de [adres 7] Lutten. (…) Op vrijdag 27 januari 2017, omstreeks 18.30 uur, kwam een man aan het huis- en tevens bedrijfsadres in Lutten. (...) Hij was met een witte Peugeot Partner. (...) Ik zag dat deze man een Sparta M8e achteruit deze auto haalde en naar mij toe bracht. (...) Ik heb deze man om zijn legitimatiebewijs gevraagd en hij overhandigde mij een Nederlandse ID-kaart voorzien van het nummer [nummer 3] . Zijn naam was [verdachte] , wonende aan de [adres 8] . (...) [naam 7] gaf mij het framenummer en deze kwam overeen met de bedoelde gestolen fiets. (...)

3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 februari 2017 (p. 109-110):

(...) Vervolgens heb ik in het systeem MEOS de rijbewijsgegevens opgevraagd van genoemde [verdachte] en hierbij wordt ook de pasfoto van de rijbewijshouder getoond. Ik toonde op deze binnenplaats deze foto van deze [verdachte] aan getuige [naam 3] en direct verklaarde getuige [naam 3] dat dit de persoon was waarvan hij de bedoelde Sparta M8e voor €600,00 had gekocht. Aan de hand van deze personalia heb ik ook gezocht in de Gemeentelijk Basis Administratie (GBA) en hierbij trof ik bij genoemde [verdachte] het nummer [nummer 2] aan van het op zijn naam staand Nederlands identiteitsbewijs. Dit nummer komt vrijwel overeen met het nummer dat [verdachte] op de inkoopbon had geschreven, namelijk [nummer 3] . (...)

4. Het proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 7] d.d. 31 mei 2017 (p. 114-115):

(...) Dit gaat om een aanvullende verklaring op mijn eerder gedane aangifte van verduistering van twee elektrische fietsen. U toont mij een foto waar 2 mannen op staan. Ik herken beide mannen van de foto. De man met de muts op zijn hoofd is de man die als eerste in mijn zaak kwam, zoals het in mijn aangifte staat. Hij heeft toen met mij afspraken gemaakt over de eventuele koop van twee demo fietsen die dag. Hij gaf toen aan dat zijn broer de fietsen wel kwam ophalen. De kale man heeft hierna beide elektrische fietsen opgehaald. (...)

5. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 24 november 2017 (p. 181-182):

(…) V: Foto 1 is ook gezien door degene die aangifte heeft gedaan namens [bedrijf 4]

en diegene herkent de man met de muts als de man die in de winkel in

Hardenberg is geweest en op 25 januari 2017 twee elektrische fietsen heeft bekeken,

de demo modellen. Wat kan u daar over verklaren?

O: Ter verduidelijking u bent herkend als de persoon die op foto 1 staat.

A: Ik heb ze wel bekeken maar niks mee gedaan. Op verzoek van [medeverdachte] ben ik gaan

kijken. Wat voor persoon en winkel het was. (…) Ik moest van [medeverdachte] ook kijken of er camera’s hangen. (…)

V: Waarom hebben jullie hier twee elektrische fietsen gehuurd?

A: Dat moet je aan [medeverdachte] vragen. Ik heb gezegd niet doen want er hangen overal

camera’s. [medeverdachte] ging ze verkopen. (…)

V: In Lutten is bij fietsenhandelaar [naam 3] een elektrische fiets verkocht aan [naam 3] op

27 januari 2017. Deze elektrische fiets is afkomstig uit Hardenberg, [bedrijf 4]

, en is op 27 januari 2017 verhuurd aan deze kale blanke man, [medeverdachte] .

Wat kan u hier over verklaren?

A: Die heb ik verkocht aan die man. (…)

Feit 5 primair:

1. Het proces-verbaal van aangifte [naam 8] namens [bedrijf 5] Diepenheim d.d. 1 februari 2017 (p. 117-120):

(...) Op zondag 29 januari 2017, omstreeks 15.00 uur, werd mijn man gebeld door het volgende telefoonnummer: [telefoonnummer 2] . Ik hoorde dat mijn man mij vertelde, dat de persoon die belde vroeg of het mogelijk was om een twee fietsen te huren. (...) De naam van het bedrijf van mijn man is ' [bedrijf 5] '. Het adres van het bedrijf is: [adres 9] . (...) Op zondag 29 januari 2017, omstreeks 18.00 uur, kwamen wij aan bij het bedrijf van mijn man. Ik zag dat er twee mannen voor ons bedrijf stonden te wachten. (...) Ik hoorde dat één van de mannen zei, dat ze afgezet waren door hun vrouwen en dat ze met z'n vieren in hotel ' ' [hotel] ' verbleven. Ik hoorde dat één van de mannen zei, dat ze naar het hotel wilden fietsen en dat ze daarom afgezet waren door hun vrouwen. Ik hoorde dat de mannen zeiden dat het vanaf ons bedrijf tot aan het hotel ongeveer 3 kilometer fietsen was. De gegevens die op het kaartje stonden waren: ' [alias] , [adres 10] .' (...)

Fiets 1:

- merk: Bikkel;

- soort: elektrische damesfiets (...)

Fiets 2:

- merk: QWIC;

- soort: elektrische damesfiets (...)

Op dinsdag 31 januari 2017, uiterlijk 18.00 uur, zouden de vrouwen van de mannen, de fietsen terugbrengen en de mannen zouden hun vrouwen ophalen. Mijn man was op dinsdag

31 januari 2017 tot 18.00 uur aanwezig in zijn bedrijf. Ik hoorde van mijn man dat de fietsen niet teruggebracht waren. (...) Vervolgens hebben we met hotel ' ' [hotel] ' gebeld en hoorde ik dat de mevrouw aan de telefoon zei dat de personen niet in het hotel verbleven. (…)

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 februari 2017 (p. 124-125):

(...) Op vrijdag 3 februari omstreeks 15.30 uur hoorden wij, verbalisanten [verbalisant] , dat aangeefster [naam 8] verklaarde dat zij foto's op internet had gevonden van twee personen die zij herkende als de daders van verduistering van twee elektrische fietsen. Ik, verbalisant [verbalisant] , hoorde dat aangeefster [naam 8] verklaarde dat de foto's uit een gedeeld bericht van de Facebookpagina van ' [bedrijf 9] ' uit Balkbrug kwam. (...) De eerste persoon betreft [medeverdachte] ). (...) De tweede persoon betreft [verdachte] . (...)

3. Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [naam 8] d.d. 8 februari 2017 (p. 133-134):

(...) Ik overhandig jullie drie foto's waarop ik twee mannen herken. Die mannen herken ik voor de volle 100 procent als dezelfde mannen die op zondag 29 januari 2017, omstreeks 18.00 uur twee elektrische fietsen bij de zaak van mijn man ' [bedrijf 5] ' verduisterden. De mannen herken ik aan hun gezicht en kleding. Hiervan heb ik eerder aangifte van gedaan en de daders uitvoerig beschreven. Foto 1 is van de fotobijlage is de dader omschreven in mijn aangifte als dader 1. De man met muts op bijlage foto 3, herken ik als de dader omschreven in mijn aangifte als dader 2. (...)

4. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 4] d.d. 4 februari 2017 (p. 156-157):

(...) Afgelopen woensdag 1 februari 2017, omstreeks 17.00 uur, stuurde ene [verdachte] mij een smsje dat hij een drietal elektrische fietsen te koop had. (...) Donderdagochtend 2 februari 2017, omstreeks 09.30 uur, kwam hij bij mij aan de zaak, [adres 11] te Ommen. Hij had een witte bestelbus bij zich. Kenteken van de bus [kenteken 2] . Fietsen stonden achterin de bus. Ging om 3 elektrische fietsen. Ik heb deze fietsen voor 800 euro gekocht. (...) De man ziet er als volgt uit. Man is ongeveer 1.90 meter lang. Had een mutsje op. Was hetzelfde mutsje als op de foto van facebook. Postuur is smal. Ik zal de man direct weer herkennen. Het is dezelfde man als die op de foto stond op facebook. De vrouw en man kwamen samen aanrijden in de witte bestelbus. Ik heb mijn beelden beveiligingscamera bekeken en beiden staan op beeld. (...)

5. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 24 november 2017 (p. 183-184):

(…) V: Wij gaan u nu over een andere zaak horen. Er is aangifte gedaan, namens [bedrijf 5]

te Diepenheim, van verduistering van twee elektrische fietsen. Dit gaat om een fiets van het merk: Bikkel en een fiets van het merk: Qwic, type: Prem N 7.1. Dit is gebeurd op 29 januari 2017 omstreeks 18:00 uur. Wat kan u hier over verklaren?

A: (…) Daar ben ik met [medeverdachte] geweest.

V: Er is een getuige gehoord die heeft foto’s op Facebook gezien. Zij herkende de twee mannen van deze foto die ik u nu laat zien. De mannen op deze afbeelding herkent zij als de twee mannen die op 29 januari 2017 twee fietsen hebben gehuurd in de winkel van haar man. Wat kan u hier over verklaren?

O: Verbalisant laat verdachte foto 3 zien en deze wordt bij de verklaring gestopt.

A: Dat ben ik met [medeverdachte] . Ik was erbij. (…)

V: Wat is er met deze twee elektrische fietsen gebeurd die in Diepenheim zijn

gehuurd?

A: Die fietsen zijn in Ommen verkocht.

V: Ik laat u nu camerabeelden zien. Wie zijn de mannen en vrouw die aan de tafel

zitten?

O: Verbalisant laat verdachte camerabeelden zien afkomstig uit de kringloopwinkel uit

Ommen. De beelden worden ook in het dossier bijgevoegd.

A: Ik met mijn vrouw en de eigenaar. (…)

V: De eigenaar van de kringloopwinkel is gehoord als getuige. Hij verklaard dat hij

benaderd is door een [verdachte] en de aanbieder, [verdachte] , van de elektrische fietsen

maakte gebruik van twee mobiele nummers. Te weten: [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 2] . Het mobiele nummer [telefoonnummer 2] komt ook naar voren in de aangiftes van de

rijwielhandelaren uit Nieuwleusen en Diepenheim. Wat kan u hier over verklaren?

A: Die eerste is mijn nummer. Die ander van [medeverdachte] . Ik heb inderdaad contact gehad.

V: De eigenaar van de kringloopwinkel verklaard dat hij een foto op Facebook heeft

gezien en de man met de muts herkend als de man die in Ommen drie elektrische fietsen

te koop aanbood. Wat kan u daar over verklaren?

A: Klopt. Ik heb daar drie fietsen verkocht. (…) Ik moest in Ommen bij de kringloop het woord doen. (…) [medeverdachte] had al een keer gedoe gehad daar. Hij bleef op de hoek wachten. (…)

Feit 6:

1. Het proces-verbaal van aangifte van [naam 9] namens [bedrijf 8] Gramsbergen d.d. 3 februari 2017 (p. 141-143):

(...) Ik ben eigenaar van [bedrijf 8] en doe in deze hoedanigheid aangifte van verduistering van 2 elektrische fietsen. Op woensdag 1 februari 2017 werd ik in het begin van de middag gebeld door een [alias] . Hij vroeg mij of ik ook elektrische fietsen verhuurde. Hij vroeg of hij elektrische damesfietsen kon huren. Ik heb hem gezegd dat dit kon en dat de fietsen

de volgende dag klaar zouden staan. Op 2 februari 2017 tussen 13.30 uur en 15.00 uur zijn de fietsen opgehaald bij onze winkel. (...) Op de foto stond een kale man met een lange zwarte jas. [naam 10] herkende deze persoon als diegene die de fietsen diezelfde dag had opgehaald. [naam 10] had alleen naam en plaatsnaam van de man genoteerd. Dit was [alias] uit Rheezerveen. [naam 10] heeft de man nog geholpen om de fietsen in te laden. De man had een witte bestelauto bij zich. (...)

Voertuig: Fiets (Dames)

Merk/type: Batavus Padova Easy (...)

Voertuig: Fiets (Dames)

Merk/type: Gazelle Orange Energy (...)

2. Het proces-verbaal verhoor van aangever [naam 9] d.d. 19 juni 2018 (p. 147.1):

(...) U vertelt mij dat ik nog aanvullend gehoord word vanwege de aangifte die ik vorig jaar gedaan heb van verduistering van elektrische fietsen uit mijn winkel. U vraagt mij of ik nog weet welke termijn er is afgesproken voor de verhuur van de elektrische fietsen op 2 februari 2017. Dit waren hooguit 3 tot 4 dagen. De exacte termijn weet ik niet meer maar het ging om een korte periode in ieder geval. (...)

3. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 11] d.d. 4 februari 2017 (p. 148-149):

(...) Gisteravond, 3 februari 2017, werd ik gebeld door mijn dochter. Zij vertelde mij dat zij een tip had gekregen via Facebook dat er een Batavus Padova Easy Royal te koop stond bij de kringloopwinkel aan [adres 12] in Ommen. (...) Ik heb even gewacht tot mijn schoonzoon mij het framenummer van de vermiste fiets doorstuurde en toen ik deze doorgestuurd kreeg heb ik deze vergeleken met het framenummer van de fiets in de kringloopwinkel. Het framenummer wat ik doorgestuurd kreeg betrof: BA0013269. Ik zag dat het framenummer op de fiets in de kringloopwinkel hiermee overeen kwam. (...) Ik hoorde dat het personeel van de kringloopwinkel mij vertelde dat zij afgelopen donderdag 3 februari 2017 een partij van in totaal drie fietsen heeft opgekocht van iemand die ze bij hen aanbood, waaronder deze Batavus-fiets. Vervolgens liet het personeel mij de twee andere fietsen zien die waren aangeboden en toen zag ik ook dat er een Gazelle fiets van het type Innergy Orange bijzat. Naast de hierboven beschreven Batavus, is er ook een fiets van dit merk en type meegenomen uit de zaak van mijn schoonzoon. Ook hiervan heb ik het framenummer gevraagd bij mijn schoonzoon, dit betrof GZ9164147. Ook dit framenummer kwam overeen met de fiets die mij zojuist werd getoond. (...)

4. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 4] d.d. 4 februari 2017 (p. 156-157):

(...) Afgelopen woensdag 1 februari 2017, omstreeks 17.00 uur, stuurde ene [verdachte] mij een smsje dat hij een drietal elektrische fietsen te koop had. (...) Donderdagochtend 2 februari 2017, omstreeks 09.30 uur, kwam hij bij mij aan de zaak, [adres 11] te Ommen. Hij had een witte bestelbus bij zich. Kenteken van de bus [kenteken 2] . Fietsen stonden achterin de bus. Ging om 3 elektrische fietsen. Ik heb deze fietsen voor 800 euro gekocht. (...) De man ziet er als volgt uit. Man is ongeveer 1.90 meter lang. Had een mutsje op. Was hetzelfde mutsje als op de foto van facebook. Postuur is smal. Ik zal de man direct weer herkennen. Het is dezelfde man als die op de foto stond op facebook. De vrouw en man kwamen samen aanrijden in de witte bestelbus. Ik heb mijn beelden beveiligingscamera bekeken en beiden staan op beeld. (...)

5. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 24 november 2017 (p. 184):

(…) V: Ik laat u nu camerabeelden zien. Wie zijn de mannen en vrouw die aan de tafel

zitten?

O: Verbalisant laat verdachte camerabeelden zien afkomstig uit de kringloopwinkel uit

Ommen. De beelden worden ook in het dossier bijgevoegd.

A: Ik met mijn vrouw en de eigenaar. (…)

V: De eigenaar van de kringloopwinkel is gehoord als getuige. Hij verklaard dat hij

benaderd is door een [verdachte] en de aanbieder, [verdachte] , van de elektrische fietsen

maakte gebruik van twee mobiele nummers. Te weten: [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 2] . Het mobiele nummer [telefoonnummer 2] komt ook naar voren in de aangiftes van de

rijwielhandelaren uit Nieuwleusen en Diepenheim. Wat kan u hier over verklaren?

A: Die eerste is mijn nummer. Die ander van [medeverdachte] . Ik heb inderdaad contact gehad.

V: De eigenaar van de kringloopwinkel verklaard dat hij een foto op Facebook heeft

gezien en de man met de muts herkend als de man die in Ommen drie elektrische fietsen

te koop aanbood. Wat kan u daar over verklaren?

A: Klopt. Ik heb daar drie fietsen verkocht. (…) Ik moest in Ommen bij de kringloop het woord doen. (…)

V: De fietsen uit Gramsbergen worden door [medeverdachte] gehuurd en meegenomen. Daarna

worden ze door u ingeleverd in Ommen bij de kringloopwinkel. Welke afspraken heeft u

met [medeverdachte] gemaakt over de verkoop en overdracht aan u over deze fietsen?

A: Ik moest het in Ommen doen. [medeverdachte] had al een keer gedoe gehad daar. Hij bleef

op de hoek wachten.