Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:4249

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
08-11-2018
Datum publicatie
08-11-2018
Zaaknummer
08/114216-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 51-jarige man tot een gevangenisstraf van 15 maanden voor verduistering van elektrische fietsen. Van een aantal elektrische fietsen is bekend dat deze zijn doorverkocht. In alle gevallen waren de fietsen door de eigenaren daarvan in goed vertrouwen aan de man of zijn mededader ter beschikking gesteld. Hij deed zich voor als een bonafide huurder of testrijder van de fietsen en gaf, samen met zijn mededader, valse identiteits- en verblijfsgegevens op. Vaak nog voordat er aangifte kon worden gedaan, waren de fietsen doorverkocht. Dit gebeurde in de meeste gevallen vrijwel direct na het aangaan van de huurovereenkomst dan wel de testrit. Zie ook:

ECLI:NL:RBOVE:2018:4260

ECLI:NL:RBOVE:2018:4261

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/114216-18 (P)

Datum vonnis: 8 november 2018

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1966 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J. Veenendaal.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte met anderen elektrische fietsen heeft verduisterd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 24 december 2016 tot en met 28

december 2016 te Slagharen, gemeente Hardenberg althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk twee elektrische (dames)fietsen (merk: Sparta, type: X2 en/of B1,

framenummers: [nummer 1] en/of [nummer 2] ), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededaders, en welk goed verdachte en/of zijn mededaders

anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij in of omstreeks de periode van 26 december 2016 tot en met 6 januari

2017 te Beuningen, gemeente Losser althans in Nederland tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee

elektrische (dames)fietsen (merk: Bikkel, type: Ibee Base Nexus,

framenummer: [nummer 3] en/of [nummer 4] ), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk goed

verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich

hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

hij in of omstreeks de periode van 28 december 2016 tot en met 3 januari

2017 te Tubbergen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee elektrische (dames)fietsen

(merk: Sparta, type: Ion Black Line en/of Xt, framenummer: [nummer 5]

en/of [nummer 6] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 2] en/of [bedrijf 3] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk goed verdachte

en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te

weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2017 tot en met 2 februari 2017

te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, althans in Nederland tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee

elektrische fietsen (merk: Sparta en/of Batavus, type: Elektrisch M8i en/of

Elektrisch/Monc, framenummer: [nummer 7] en/of [nummer 8] ), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 4] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf

onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend;

5.

hij in of omstreeks de periode van 25 januari 2017 tot en met 4 februari 2017

te Hardenberg, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee elektrische fietsen (merk:

Sparta, type: F8e en/of M8e, framenummer: [nummer 9] en/of [nummer 10] , in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededaders, en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan

door misdrijf onder zich hadden, te weten als testrijder/testrit

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

6.

hij in of omstreeks de periode van 29 januari 2017 tot en met 1 februari 2017

te Diepenheim, gemeente Hof van Twente, althans in Nederland tezamen

en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee

elektrische fietsen (merk/type: Bikkel en/of Qwic Prem N7.1), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 6] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan

door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich

heeft toegeëigend;

7.

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2017 tot en met 3 februari 2017

te Gramsbergen, gemeente Hardenberg, althans in Nederland tezamen en

in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee

elektrische fietsen (merk: Batavus en/of Gazelle, type: Padova Easy en/of

Orange Energy), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[bedrijf 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders, en welk goed verdachte en/of zijn

mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als

huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Ten aanzien van de feiten 1, 3 en 7 vordert de officier van justitie verdachte vrij te spreken van het onderdeel medeplegen.

4.2

Het oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1:

Ten aanzien van feit 1:

- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 20 september 2017 (p. 255-265);

- Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 28 december 2016 (p. 20-22);

- Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] d.d. 13 februari 2017 (p. 25-26);

- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 13 februari 2017 (p. 27-28).

Ten aanzien van feit 2:

- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 20 september 2017 (p. 255-265);

- Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] namens [bedrijf 2] d.d. 10 januari 2017 (p. 31-33).

Ten aanzien van feit 3:

- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 20 september 2017 (p. 255-265);

- Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 3 januari 2017 (p. 41-43);

- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 4 januari 2017 (p. 44-45).

Ten aanzien van feit 4:

- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 20 september 2017 (p. 255-265);

- Het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] namens [bedrijf 4] , inclusief de bijgevoegde foto, d.d. 3 februari 2017 (p. 51-55);

- Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 februari 2017 (p. 59-60);

- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 13 februari 2017 (p. 67-68).

Ten aanzien van feit 5:

- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 20 september 2017 (p. 255-265);

- Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens [bedrijf 5] , inclusief de bijgevoegde foto’s, d.d. 3 februari 2017 (p. 80-82);

- Het proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 3] d.d. 31 mei 2017 (p. 114-115).

Ten aanzien van feit 6:

- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 20 september 2017 (p. 255-265);

- Het proces-verbaal van aangifte [naam 4] namens [bedrijf 6] d.d. 1 februari 2017 (p. 117-120);

- Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 februari 2017 (p. 124-125);

- Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [naam 4] d.d. 8 februari 2017 (p. 133-134).

Ten aanzien van feit 7:

- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 20 september 2017 (p. 255-265);

- Het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] namens [bedrijf 7] d.d. 3 februari 2017 (p. 141-143);

- Het proces-verbaal verhoor van aangever [naam 5] d.d. 19 juni 2018 (p. 147.1).

Partiële vrijspraak

De rechtbank is – net als de officier van justitie – van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat verdachte de onder 1, 3 en 7 ten laste gelegde feiten in vereniging heeft gepleegd en zal verdachte in die zaken dan ook vrijspreken van dat onderdeel.

4.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij in de periode van 24 december 2016 tot en met 28 december 2016 te Slagharen, gemeente Hardenberg opzettelijk twee elektrische damesfietsen (merk: Sparta, type: X2 en B2,

framenummers: [nummer 1] en [nummer 2] ), toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of fietsspecialist [bedrijf 1] , welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij in de periode van 26 december 2016 tot en met 6 januari 2017 te Beuningen, gemeente Losser, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk twee elektrische damesfietsen (merk: Bikkel, type: Ibee Base Nexus, framenummer: [nummer 3] en [nummer 4] ), toebehorende aan [bedrijf 2] , welk goed verdachte en zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

hij in de periode van 28 december 2016 tot en met 3 januari 2017 te Tubbergen, opzettelijk twee elektrische damesfietsen (merk: Sparta, type: Ion Black Line en Xt, framenummer: [nummer 5] en [nummer 6] ), toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [bedrijf 3] , welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

hij in de periode van 21 januari 2017 tot en met 2 februari 2017 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk twee

elektrische fietsen (merk: Sparta en/of Batavus, type: Elektrisch M8i en Elektrisch/Monc, framenummer: [nummer 7] en [nummer 8] ), toebehorende aan [bedrijf 4] , welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5.

hij in de periode van 25 januari 2017 tot en met 4 februari 2017 te Hardenberg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk twee elektrische fietsen (merk: Sparta, type: F8e en M8e, framenummer: [nummer 9] en [nummer 10] ), toebehorende aan [bedrijf 5]

, welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als testrijder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

6.

hij in de periode van 29 januari 2017 tot en met 1 februari 2017 te Diepenheim, gemeente Hof van Twente, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk twee

elektrische fietsen (merk/type: Bikkel en Qwic Prem N7.1), toebehorende aan [bedrijf 6] , welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

7.

hij in de periode van 1 februari 2017 tot en met 3 februari 2017 te Gramsbergen, gemeente Hardenberg, opzettelijk twee elektrische fietsen (merk: Batavus en Gazelle, type: Padova Easy en Orange Energy), toebehorende aan [bedrijf 7] , welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Naar het oordeel van de rechtbank dient, gelet op de inhoud van het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] d.d. 13 februari 2017, in het onder 1. ten laste gelegde ‘B1’ te worden gelezen als ‘B2’. De rechtbank zal de tenlastelegging aldus verbeterd lezen, zodat deze komt te luiden zoals hiervoor weergegeven. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in (artikel 47 juncto) artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feiten 1, 3 en 7

telkens het misdrijf:

verduistering;

feiten 2, 4, 5, en 6

telkens het misdrijf:

medeplegen van verduistering.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden.

7.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier naar voren is gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich op grootschalig niveau – al dan niet in samenwerkingsverband – schuldig gemaakt aan het verduisteren van elektrische fietsen. Van een aantal elektrische fietsen is bekend dat deze zijn doorverkocht. In alle gevallen waren de fietsen door de eigenaren daarvan in goed vertrouwen aan verdachte of zijn mededader ter beschikking gesteld. Door zich voor te doen als een bonafide huurder of testrijder, heeft verdachte een groot aantal personen benadeeld. Door verdachte en zijn mededader zijn in alle gevallen valse identiteits- en verblijfsgegevens opgegeven. Verdachte heeft op deze wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat winkeliers in het maatschappelijk verkeer stellen in (potentiële) klanten. Gebleken is dat vaak nog voordat er aangifte kon worden gedaan de fietsen werden doorverkocht. Dit gebeurde in de meeste gevallen vrijwel direct na het aangaan van de huurovereenkomst dan wel testrit. Hierdoor werd een eventuele helingscontrole moeilijk gemaakt. Dit onderstreept naar mening van de rechtbank de geraffineerde, brutale en schaamteloze werkwijze. De rechtbank weegt verder als strafverzwarende omstandigheden mee dat van elektrische fietsen bekend is dat zij een relatief hoge waarde vertegenwoordigen en dat sprake is van een professionele werkwijze (meermalen ook in samenwerkingsverband). Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte, die woonachtig is in Duitsland, zich heeft schuldig gemaakt aan grensoverschrijdende criminaliteit. Tot slot vindt de rechtbank het bezwaarlijk dat verdachte op geen enkele manier verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn gedrag.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 14 september 2018. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden veelvuldig is veroordeeld wegens het plegen van soortgelijke delicten. Zo is verdachte bijvoorbeeld op 22 juli 2016, een half jaar voor de aanvang van de pleegperiode, wegens vermogensdelicten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. Kennelijk heeft deze veroordeling hem er niet van weerhouden opnieuw dergelijke feiten te plegen. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op artikel 63 Sr, aangezien verdachte op 27 september 2017 door de politierechter en op 7 november 2017 door de meervoudige kamer is veroordeeld tot gevangenisstraffen. De rechtbank acht het echter waarschijnlijk dat in het geval onderhavige zaak gelijktijdig met die zaak was afgedaan aan verdachte een hogere straf was opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat de eis van de officier van justitie geen recht doet aan de hiervoor geschetste ernst en hoeveelheid bewezenverklaarde feiten. Alles afwegende zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van vijftien maanden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

Feit 3:

[bedrijf 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- Sparta Ion XT: € 1.110,-;

- Sparta Ion Blackline: € 700,-.

Feit 5:

[bedrijf 6] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.526,37, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- Ebike Bikkel N7 midden motor grijs/blauw: € 1.150,-;

- Acculader Qwic: € 71,50;

- Accu Qwic: € 304,87.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat de vordering van [bedrijf 3] geheel wordt toegewezen en dat de vordering van [bedrijf 6] (na aftrek van de BTW bij de acculader) tot een bedrag van € 1.513,96 wordt toegewezen. Indien de rechtbank rekening houdt met afschrijvingen, vordert de officier van justitie dat zij gebruik maakt van haar schattingsbevoegdheid.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 3:

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [bedrijf 3] . De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en niet betwist. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 1.800,-, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

Feit 5:

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [bedrijf 6] . De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en niet betwist. De rechtbank is echter van oordeel dat een afschrijving dient plaats te vinden over de goederen. De rechtbank ziet aanleiding gebruik te maken van haar bevoegdheid om de omvang van de schade te schatten. De rechtbank is van oordeel dat de omvang van de schade naar redelijkheid en billijkheid op dit moment vastgesteld kan worden op € 1.250,-, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De rechtbank zal de vordering tot zover hoofdelijk toewijzen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.4

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feiten 1, 3 en 7 telkens: verduistering;

feiten 2, 4, 5 en 6 telkens: medeplegen van verduistering;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

schadevergoeding

Feit 3:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 3] van een bedrag van € 1.800,- (zegge: achttienhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.800,- (zegge: achttienhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 28 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

Feit 5:

- veroordeelt verdachte tot hoofdelijke betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 6] van een bedrag van € 1.250,- (zegge: twaalfhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2017, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde feit tot hoofdelijke betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.250,- (zegge: twaalfhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 22 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte of zijn mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte of zijn mededader aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 6] voor een deel van

€ 276,37 (zegge: tweehonderdzesenzeventig euro en zevenendertig cent) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en

mr. P.M. Breukink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 8 november 2018.

De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 11] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.