Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:4114

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-10-2018
Datum publicatie
31-10-2018
Zaaknummer
C/08/222950 / HA ZA 18-416
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Artikel 1019cc Rv. Toestaan tussentijds hoger beroep door bodemrechter na deelgeschil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0926
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/222950 / HA ZA 18-416

Vonnis van 10 oktober 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. E.J. Bijl te Deventer,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. E. Bos-Van den Berg te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    het verzoek verlof hoger beroep in het deelgeschil aan de zijde van [eiseres] .

2 De overwegingen

2.1.

Bij beschikking van 5 maart 2018 in de deelgeschilprocedure met zaaknummer / rekestnummer C/08/210615/ HA RK 17-200 heeft deze rechtbank -voor zover van belang- het verzoek van [eiseres] om voor recht te verklaren dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval van [eiseres] op 14 januari 2016 afgewezen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen onder meer dat de bloembak in de voortuin van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de gegeven omstandigheden voldeed aan de eisen die men daaraan mag stellen en dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geen onrechtmatige daad hebben gepleegd jegens [eiseres] .

2.2.

In de onderhavige procedure heeft [eiseres] onder meer gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aansprakelijk zijn voor de schade van [eiseres] als gevolg van het ongeval op 14 januari 2016 met de bloembak van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en dat [eiseres] wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

2.3.

Bij brief van 25 september 2018 heeft [eiseres] in de deelgeschilprocedure de rechtbank verzocht toe te staan dat zij in hoger beroep mag komen van voornoemde beschikking van 5 maart 2018.

2.4.

Bij e-mail van 4 oktober 2018 heeft [eiseres] desgevraagd aan de rechtbank en aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bericht dat de rechtbank het verzoek om in hoger beroep te mogen komen van de beschikking van 5 maart 2018 kan beschouwen als te zijn ingediend in de onderhavige procedure.

2.5.

Tegen de beslissing op een verzoek in de deelgeschilprocedure staat op grond van artikel 1019bb Rv geen hogere voorziening open. In artikel 1019cc lid 1 Rv wordt de deelgeschilbeschikking voor de bindende kracht van daarin opgenomen beslissingen over geschilpunten die de materiële rechtsverhouding betreffen, gelijkgesteld met (eind) beslissingen in een tussenvonnis. Op grond van het derde lid van artikel 1019cc Rv kan in de bodemprocedure hoger beroep worden ingesteld tegen de beschikking in het deelgeschil, althans tegen de daarin opgenomen bindende eindbeslissingen over de materiële rechtsverhouding van partijen, als van een tussenvonnis. Daartoe is ingevolge artikel 1019cc lid 3 en onder a Rv verlof van de bodemrechter nodig.

2.6.

In het onderhavige geval is in de beschikking in de deelgeschilprocedure beslist over de aansprakelijkheid van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Hiermee is een beslissing gegeven over de materiële rechtsverhouding tussen partijen, zoals bedoeld in artikel 1019cc lid 1 Rv. Nu de rechter in de bodemprocedure in beginsel gebonden is aan deze in het deelgeschil gegeven beslissing, moet het doelmatig worden geacht dat over deze beslissing, waarmee [eiseres] zich kennelijk niet kan verenigen, eerst in hoger beroep een oordeel zal worden gegeven. De rechtbank ziet hierin en om redenen van proceseconomische aard aanleiding tussentijds hoger beroep toe te staan van de beschikking van 5 maart 2018.

2.7.

De procedure in de hoofdzaak zal in afwachting van het hoger beroep in de deelgeschilprocedure worden verwezen naar de parkeerrol.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

staat hoger beroep toe van de op 5 maart 2018 onder zaaknummer / rekestnummer C/08/210615/ HA RK 17-200 gegeven beschikking in de tussen partijen gevoerde deelgeschilprocedure,

3.2.

verwijst de zaak in afwachting van het hoger beroep in de deelgeschilprocedure naar de parkeerrol van woensdag 3 april 2019.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2018.1

1 type: coll: