Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:4004

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-10-2018
Datum publicatie
23-10-2018
Zaaknummer
C/08/222327 / KG ZA 18-262
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering van eiseres tot afgifte van een auto wordt toegewezen, omdat de door gedaagde gestelde huurkoopovereenkomst niet op schrift is gesteld en ook anderzijds niet is gebleken van een overeenkomst die ertoe strekt dat gedaagde recht heeft op overdracht van de auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/222327 / KG ZA 18-262

Vonnis in kort geding van 16 oktober 2018

in de zaak van

de vennootschap onder firma

B&B FRYSLÂN,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. J.C. Croes te Leeuwarden,

tegen

[X] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. D.J. Kap te Groningen.

Partijen zullen hierna B&B Fryslân en [X] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 17 september 2018

  • -

    de brief met producties van [X] van 20 september 2018

  • -

    de voorwaardelijke eis in reconventie van [X]

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van B&B Fryslân

  • -

    de pleitnota van [X] .

1.2.

Ter zitting is gepoogd een minnelijke regeling tussen partijen tot stand te brengen, maar deze pogingen hebben niet tot een schikking geleid. De voorzieningenrechter heeft [X] vervolgens in de gelegenheid gesteld om nader aan te tonen dat hij betalingen heeft verricht aan B&B Fryslân. [X] heeft bij akte overlegging producties, ingekomen ter griffie op 3 oktober 2018, nadere producties ingediend. B&B Fryslân heeft hierop gereageerd bij akte van 8 oktober 2018. Deze stukken behoren eveneens tot de processtukken.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

B&B Fryslân exploiteert een onderneming die zich richt op pakket- en koeriersdiensten. Van de vennootschap onder firma maken tien vennoten deel uit, waaronder mevrouw [A] ; laatstgenoemde is thans beherend vennoot. Eerder behoorde ook de heer [D] als vennoot tot de vennootschap onder firma. [D] is omstreeks oktober 2017 uitgetreden als vennoot.

2.2.

In het kader van een gerechtelijke procedure tegen (onder meer) [D] heeft B&B Fryslân de beschikking gekregen over haar eigen administratie en bankrekening.

2.3.

Uit de administratie is B&B Fryslân het volgende gebleken. Op 11 september 2014 is een Renault Kangoo met [kenteken] (hierna: de auto) op naam gesteld van B&B Fryslân. Met ingang van 11 september 2014 betaalt B&B Fryslân motorrijtuigenbelasting aan de Belastingdienst van € 25,00 per maand. Eveneens vanaf september 2014 betaalt B&B Fryslân de verzekering met betrekking tot de auto. Zowel de motorrijtuigenbelasting als de verzekeringspremie worden automatisch geïncasseerd van de bankrekening van B&B Fryslân.

2.4.

In de gegevens van de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) is vastgelegd dat het kenteken van de auto is geregistreerd op naam van B&B Fryslân.

2.5.

In de jaarrekening van B&B Fryslân staat onder het kopje ‘overzicht vaste activa’ de auto vermeld met een boekwaarde van € 1.989,00 per 1 januari 2017.

2.6.

Op 14 augustus 2018 is aan B&B Fryslân een verkeersboete opgelegd ten bedrage van € 149,00. Op 10 september 2018 zijn twee verkeersboetes aan B&B Fryslân opgelegd ten bedrage van € 160,00 en € 209,00.

2.7.

De auto diende uiterlijk 1 juni 2018 APK-gekeurd te worden. De auto was ten tijde van de mondelinge behandeling van dit kort geding op 25 september 2018 nog niet gekeurd.

3 Het geschil

In conventie:

3.1.

B&B Fryslân heeft gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [X] veroordeelt tot afgifte van de bedrijfswagen van het merk Renault, type Kangoo met [kenteken] aan B&B Fryslân binnen twee dagen na het te wijzen vonnis, dan wel binnen een in goede justitie te bepalen termijn, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat [X] hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 100.000,00, dan wel een zodanige beslissing neemt als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

  2. [X] veroordeelt in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en, voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente over de (na)kosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

[X] heeft de vordering weersproken.

3.3.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In voorwaardelijke reconventie:

3.4.

[X] heeft, voor het geval dat de vordering in conventie wordt toegewezen, gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, B&B Fryslân veroordeelt tot betaling van de onderhoudskosten aan de Renault Kangoo ten bedrage van primair € 4.000,00 dan wel subsidiair € 3.293,38, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van indiening van de eis in reconventie tot aan de dag van volledige betaling, onder veroordeling van B&B Fryslân in de kosten van de procedure.

3.5.

B&B Fryslân heeft de afwijzing van de vordering bepleit, onder veroordeling van [X] in de kosten van de procedure en de nakosten.

3.6.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie:

4.1.

Het spoedeisend belang is niet betwist en gelet op het gevorderde voldoende aannemelijk.

4.2.

In dit kort geding dient beoordeeld te worden of de vordering van B&B Fryslân een zodanige kans van slagen heeft in een eventuele bodemprocedure dat vooruitlopend daarop toewijzing van de door haar gevorderde voorlopige maatregel voorshands gerechtvaardigd voorkomt. Daarbij zal de voorzieningenrechter uitgaan van de door partijen gepresenteerde feiten en omstandigheden en het daaromtrent gevoerde debat, zonder nadere bewijslevering.

4.3.

B&B Fryslân heeft – kort samengevat – aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij in het kader van de gerechtelijke procedure tegen [D] de beschikking heeft gekregen over haar administratie en dat zij toen tot de ontdekking is gekomen dat zij sinds 11 september 2014 eigenaar is van een Renault Kangoo. Die auto heeft zij echter nimmer aangetroffen in de inventaris, terwijl de motorrijtuigenbelastingen en de verzekering maandelijks automatisch worden geïncasseerd van haar bankrekening. B&B Fryslân beschikt over de tenaam-stellingscode en de kentekencard. B&B Fryslân heeft er belang bij dat zij de auto, die [X] in zijn bezit heeft, terug krijgt, omdat de auto enerzijds van haar is en zij anderzijds wordt geconfronteerd met verkeersboetes en boetes wegens het niet voldoen aan de keuringsplicht.

4.4.

[X] heeft aangevoerd dat tussen [D] en hem een huurkoopovereenkomst is gesloten ten aanzien van de auto. [X] heeft sinds september 2014 maandelijks een huurprijs betaald voor de auto. In april 2016 was de gehele huurkoopsom betaald en diende de auto te worden overgedragen aan [X] . [X] betaalde vanaf die datum alleen nog de kosten van de auto. Omdat het kenteken niet op naam van [D] was geregistreerd, is de eigendomsoverdracht niet gelukt. [X] heeft aangevoerd dat hij de auto nodig heeft voor de uitoefening van zijn werkzaamheden.

4.5.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen staat vast dat de auto op naam van B&B Fryslân staat. [X] heeft zich beroepen op een huurkoopovereenkomst die thans voltooid is, waardoor B&B Fryslân de auto aan hem dient over te dragen. Vooropgesteld dient te worden dat een huurkoopovereenkomst een goederenkrediet is, zoals bedoeld in artikel 7:84 lid 1 en lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 7:86 lid 1 BW bepaalt dat een goederenkrediet op papier of op een andere duurzame drager moet worden aangegaan, kortom: schriftelijk. Gesteld noch gebleken is dat tussen B&B Fryslân en [X] een schriftelijke huurkoopovereenkomst bestaat. Dat betekent dat de voorzieningenrechter er voorshands vanuit dient te gaan dat van een huurkoopovereenkomst geen sprake is. Ook het bestaan van een andere overeenkomst, op basis waarvan de eigendom van de auto op [X] zou moeten overgaan, is niet gebleken.

4.6.

Om een schikking tussen partijen te bewerkstellingen heeft de voorzieningenrechter [X] in de gelegenheid gesteld om bankafschriften in het geding te brengen, waaruit blijkt dat hij maandelijks betalingen aan B&B Fryslân heeft voldaan. Met die bankafschriften zou B&B Fryslân dan kunnen nagaan in haar administratie of zij die betalingen heeft ontvangen. [X] heeft bij akte een afschrift uit het grootboek overgelegd, alsmede verschillende bankafschriften uit 2017. Daaruit moet volgen dat [X] door middel van verrekeningen en betalingen een bedrag van € 11.172,08 heeft voldaan aan B&B Fryslân, aldus [X] .

4.7.

B&B Fryslân betwist dat zij die bedragen heeft ontvangen. In plaats van de toegezegde bankafschriften heeft [X] wederom grotendeels volstaan met een afschrift uit het grootboek. Daaruit blijkt onvoldoende dat [X] die betalingen zou hebben verricht. Verder heeft [X] slechts over het jaar 2017 enkele bankafschriften overgelegd, aldus B&B Fryslân.

4.8.

Nog daargelaten dat [X] de gelegenheid tot het in het geding brengen van bankafschriften vooral heeft gekregen om partijen tot een schikking te bewegen (B&B Fryslân bleek immers bereid om tot overdracht over te gaan indien zou komen vast te staan dat [X] ter zake een aanmerkelijk bedrag aan haar had voldaan), geldt dat uit de enkele gestelde betalingen niet kan worden afgeleid dat [X] recht heeft op overdracht van de auto. De bedoelde betalingen moeten, mede omdat partijen geen huurkoopovereenkomst op schrift hebben gesteld, vooralsnog worden aangemerkt als huurbetalingen. Omdat van een overeenkomst tussen B&B Fryslân en [X] , op grond waarvan tot overdracht van de auto aan [X] zou moeten worden beslist, niet is gebleken, en het belang van B&B Fryslân tot teruggave van de auto zwaarder weegt dan het belang van [X] om de auto te kunnen blijven gebruiken, zal de vordering van B&B Fryslân worden toegewezen: aan de ongewenste situatie, waarbij B&B Fryslân verantwoordelijk is voor een auto die zij niet in het bezit heeft, dient een einde te worden gemaakt.

4.9.

[X] zal de auto binnen twee dagen na betekening van het vonnis dienen terug te geven aan B&B Fryslân. De dwangsom wordt toegewezen op de wijze zoals in het dictum vermeld.

4.10.

[X] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van B&B Fryslân begroot op:

- dagvaarding € 82,57

- griffierecht 626,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.688,57.

4.11.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

In reconventie:

4.12.

[X] heeft in voorwaardelijke reconventie gevorderd dat B&B Fryslân wordt veroordeeld tot betaling van de kosten die [X] heeft gemaakt voor de auto in de afgelopen jaren. Deze vordering kan niet in behandeling worden genomen. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent als volgt.

4.13.

Een eis in reconventie kan alleen worden gedaan door een partij die bij advocaat is verschenen. Reeds voor de zitting heeft de advocaat van [X] per brief de voorwaardelijke eis in reconventie aangekondigd. De eis in reconventie kan echter op grond van artikel 7.3 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken handel/familie alleen ter zitting worden ingediend, aangezien dat het moment is waarop de gedaagde partij verschijnt in de procedure. Ter zitting werd [X] niet bijgestaan door zijn advocaat, zodat [X] ten aanzien van de eis in reconventie niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4.14.

[X] dient, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voor B&B Fryslân nauwelijks werkzaamheden zijn voortgevloeid uit de voorwaardelijke eis in reconventie en zal daarom de kosten op nihil begroten.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie:

5.1.

veroordeelt [X] tot afgifte van de bedrijfswagen van het merk Renault, type Kangoo, met [kenteken], aan B&B Fryslân, zulks binnen twee dagen na betekening van dit vonnis,

5.2.

veroordeelt [X] om aan B&B Fryslân een dwangsom te betalen van € 500,00 per dag voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat hij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,

5.3.

veroordeelt [X] in de proceskosten, aan de zijde van B&B Fryslân tot op heden begroot op € 1.688,57, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt [X] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [X] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,

5.5.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie:

5.7.

verklaart [X] niet-ontvankelijk in zijn vordering in reconventie,

5.8.

veroordeelt [X] in de proceskosten en de nakosten, tot op heden aan de zijde van B&B Fryslân begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2018.