Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3877

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
17-10-2018
Zaaknummer
C/08/220653 / KG ZA 18-216
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De gevorderde hoofdsom komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/220653 / KG ZA 18-216

Vonnis in kort geding van 14 augustus 2018

in de zaak van

de stichting

STICHTING EEGA PLUS,

gevestigd te Deventer,

eiseres,

advocaat mr. H. den Besten te Almere,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ONS WERKT B.V.,

gevestigd te Zwolle,

2. [X],

wonende te [plaats] ,

gedaagden,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de vermindering van eis.

1.2.

Gedaagden zijn bij de mondelinge behandeling niet verschenen. De advocaat van eiseres heeft ter zitting verklaard dat gedaagden zich telefonisch tot zijn secretaresse hadden gewend in verband met het vragen van uitstel van de zitting en dat de secretaresse hen daarvoor heeft verwezen naar de rechtbank. Gebleken is dat gedaagde [X] tijdig naar de griffie van de rechtbank heeft gebeld in verband met uitstel van de zitting en dat hem door de griffie is medegedeeld dat hiervoor een gemotiveerd uitstelverzoek schriftelijk moet worden ingediend.

De voorzieningenrechter stelt vast dat geen zodanig verzoek is ontvangen en zal gedaagden daarom verstek verlenen.

1.3.

Desgevraagd door de voorzieningenrechter naar de reden waarom met het oog op de (proces)kosten niet aan de kantonrechter als voorzieningenrechter is verzocht de onderhavige voorziening te geven, gezien de aard en omvang van de vordering, heeft eiseres verklaard daarop niet voldoende alert te zijn geweest vanwege vakantiedrukte en/of dat niet te hebben gedaan met het oog op de (kortste) termijn waarop zitting kon plaatsvinden. Vastgesteld wordt evenwel dat eiseres deze procedure bij de voorzieningenrechter niet zijnde de kantonrechter bevoegdelijk heeft kunnen instellen.

1.4.

Tenslotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

De voorzieningenrechter acht voldoende spoedeisendheid van de zaak gegeven, gelet op de verklaring van eiseres dat zij spoedig over de gevorderde bedrag moet beschikken voor het verrichten van haar activiteiten als stichting.

2.2.

Tussen eiseres en gedaagde Ons Werkt B.V. is een geldleningsovereenkomst gesloten voor een bedrag van € 5.000,00. Gedaagde [X] heeft met eiseres een overeenkomst van borgtocht gesloten, krachtens welke hij borg staat voor de nakoming van de geldleningsovereenkomst c.q. aflossing van dit bedrag indien gedaagde Ons Werkt B.V. daarin tekort is geschoten.

Blijkens het gestelde in de dagvaarding zijn op deze lening twee aflossingstermijnen van

€ 848,00 per termijn voldaan en is verdere aflossing achterwege gebleven.

Ter zitting heeft eiseres haar vordering in dat kader verminderd tot € 3.304,00.

2.3.

De gevorderde hoofdsom komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.

2.4.

Aangezien partijen een rente zijn overeengekomen van 6 % per jaar zal de vordering tot vergoeding van de wettelijke handelsrente (van 8 %) worden afgewezen en zal de rente worden toegewezen naar eerstgenoemd percentage.

2.5.

In verband met de gedane aflossingen zal de rente worden toegewezen als na te melden.

2.6.

Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:

- dagvaardingen € 197,92

- griffierecht 1.950,00

- salaris advocaat 633,00

Totaal € 2.780,92

2.7.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

verleent verstek tegen gedaagden,

3.2.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen een bedrag van € 3.304,00 (drieduizenddriehonderdvier euro), vermeerderd met de contractuele rente van 6% per jaar over het bedrag van € 5000,00 vanaf 12 februari 2018 tot 11 april 2018, over het bedrag van € 4.152,00 vanaf 11 april 2018 tot 14 mei 2018, en over het bedrag van € 3.304,00 vanaf

14 mei 2018 tot de dag van volledige betaling,

3.3.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 2.780,92,

3.4.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

3.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2018.1

1 type: coll: