Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3846

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-10-2018
Datum publicatie
16-10-2018
Zaaknummer
6750358 \ CV EXPL 18-1436
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gebrek bij aangekocht paard. Te late kennisgeving van de klacht aan gedaagde als verkopende partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 6750358 \ CV EXPL 18-1436

Vonnis van 2 oktober 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. M.J. Meijer, toegevoegd onder nummer 4MX3727 op 9 maart 2018.

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. Spring en Handelsstal [X] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. S.A. Wensing.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 juni 2018

- het proces-verbaal van de comparitie na antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eiseres heeft op 14 juni 2017 met gedaagde een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een paard, genaamd Curena, een toen tienjarige zwarte merrie, voor een bedrag van € 5.500,00. Curena was in opdracht van gedaagde, verkoper, op 12 juni 2017 gekeurd door dierenarts G.J. Stam van Dierenartsenpraktijk [B] . De conclusie van de dierenarts was dat Curena röntgenologisch acceptabel was voor de sport. Blijkens het rapport zijn er 12 röntgenfoto’s gemaakt, maar deze zijn niet in het geding gebracht. Eiseres heeft geen aanleiding gezien vóór de aankoop harerzijds een keuringsrapport op te doen maken.

2.2.

Op verzoek van de door eiseres benaderde verzekeraar (Xcellent Horse Insurance) zijn er op 20 juli 2017 door dierenkliniek [C] te [plaats] in opdracht van eiseres acht aanvullende röntgenfoto’s gemaakt. Eiseres heeft deze foto’s ontvangen, de rekening betaald en de foto’s doorgezonden naar de verzekeraar. Deze paardenverzekeraar heeft eiseres op 27 juli 2017 bericht dat zij geen volledige dekking kon verlenen omdat op de röntgenfoto’s artrose aan de kroongewrichten van beide voorbenen was te zien.

2.3.

Inmiddels had eiseres kort na aanschaf Curena door een gediplomeerde en bijgeschoolde hoefsmid van de ijzers laten afhalen en toen het paard hierdoor wat kreupel1 ging lopen, zijn op 17 juli 2018 de ijzers weer teruggeplaatst.

2.4.

In de maanden na juni / juli 2017 constateert eiseres dat wisselend sprake is van een vorm van kreupelheid: er zijn tijden dat Curena gemakkelijk loopt, er zijn tijden dat zij kreupel loopt.

2.5.

Op of omstreeks 7 december 2017 heeft eiseres Curena voor onderzoek aangeboden aan de faculteit Diergeneeskunde te Utrecht. De onderzoeker, [D] heeft als klacht van eiseres genoteerd dat sprake is van wisselende kreupelheid sinds ongeveer vijf maanden. Na onderzoek heeft [D] kreupelheid beiderzijds voor uit ondervoet (RV > LV) en beiderzijds voor artrose hoefgewricht en kroongewricht gediagnosticeerd. Zij heeft een behandeling / revalidatie voorgeschreven. Eiseres heeft gedaagde van deze ontwikkeling op de hoogte gebracht.

2.6.

Op 26 januari 2018 heeft eiseres Curena voor controle aangeboden bij de faculteit Diergeneeskunde te Utrecht. Geconstateerd werd dat de kreupelheid en artrose een zodanige progressie lieten zien dat verdere uitbouw van het revalidatietraject onverstandig was. De prognose voor sport, fokkerij en recreatie was in alle gevallen ongunstig.

2.7.

Bij brief van 2 februari 2018 heeft eiseres gedaagde in gebreke gesteld.

3 Het geschil

3.1.

De vordering

Eiseres vordert ontbinding van de koopovereenkomst met restitutie van de koopsom, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast vordert zij vergoeding van de gemaakte kosten voor onderzoek en van de kosten voor buitengerechtelijke incasso.

Zij stelt daartoe dat de gebreken van het paard binnen zes maanden na aankoop zijn geconstateerd en dat zulks betekent dat vermoed moet worden dat Curena al met deze gebreken ten tijde van de aankoop was behept.

3.2.

Het verweer

Gedaagde betwist dat bij Curena ten tijde van aankoop sprake was van enig diergeneeskundig probleem. Het keuringsrapport van 12 juni 2017 maakt daarvan ook geen melding. Hij voert aan dat door onoordeelkundig gebruik van het paard al binnen enkele weken na aankoop artrose is ontstaan. Met nadruk voert gedaagde aan dat eiseres haar kopersrechten heeft verloren omdat zij gedaagde veel te laat op de hoogte heeft gebracht van de problemen.

4 De beoordeling

4.1.

Naar het oordeel van de kantonrechter slaagt het verweer omtrent de te late kennisgeving van de klacht. Met name de reactie van de verzekeraar (geen volledige dekking in verband met geconstateerde artrose) van 27 juli 2017 had voor eiseres een alarmerende mededeling moeten zijn, die zij met bekwame spoed aan de verkoper had moeten doorgeven. Artikel 7:23, eerste lid BW bepaalt dat een kennisgeving van de klacht binnen twee maanden in elk geval tijdig is. Daarmee is niet gezegd dat elke overschrijding van deze twee maanden te laat is, maar de vereiste voortvarendheid hangt af van de omstandigheden van het geval. In dit geval legt het gegeven dat het om levende have gaat bepaald gewicht in de schaal. Eiseres heeft na het bericht van de verzekeraar en nadat zij wisselende kreupelheid constateerde de zaak te lang op zijn beloop gelaten voordat zij serieus onderzoek naar de situatie van het paard heeft laten doen. Dit onderzoek is eerst op 7 december 2017 uitgevoerd en dat is na de eerste melding van artrose door de verzekeraar meer dan vier maanden later. Dat is bij levende have, die in deze periode gewoon gebruikt wordt als rijpaard en zelfs als springpaard, te lang met het oog op de gerechtvaardigde belangen van de verkoper.

4.2.

Het gevolg is dat eiseres geen beroep meer toekomt op de door haar gestelde non-conformiteit. De vraag of Curena reeds ten tijde van de aankoop leed aan artrose aan de gewrichten van de voorbenen blijft hierdoor onbeantwoord.

4.3.

Eiseres is de in het ongelijk gestelde partij en moet worden verwezen in de kosten van de procedure. Deze kosten worden aan de zijde van gedaagde begroot op € 500,00 voor salaris gemachtigde. Nakosten worden begroot op € 100,00.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt eiseres in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van gedaagde begroot op € 500,00 en de nakosten op € 100,00;

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.O.M. van Aerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2018.

1 Naar zeggen van eiseres volgens de hoefsmid