Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3844

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
16-10-2018
Zaaknummer
7079826 \ VV EXPL 18-57
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Na beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd vordert werkneemster in kort geding betaling van achterstallig loon en afgifte van een loonstrook, de eindafrekening en de bonusadministratie. Een voorschotbedrag wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-1169
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 7079826 \ VV EXPL 18-57

Vonnis in kort geding van 18 september 2018

in de zaak van

[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,

eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,

gemachtigde: mr. A.C. Berkel,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NRG COLLECTIEF B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

gedaagde partij, hierna te noemen NRG,

vertegenwoordigd door [X].

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

1.1.

de namens [eiseres] betekende dagvaarding van 24 augustus 2018 met producties, waarbij [eiseres] een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en NRG heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.

1.2.

De vordering is behandeld ter zitting van 4 september 2018.

[eiseres] is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde.

NRG, vertegenwoordigd door [X], is verschenen.

1.3.

[eiseres] heeft haar standpunt laten toelichten door haar gemachtigde.

Namens NRG heeft [X] tegen de vordering verweer gevoerd.
De griffier heeft van hetgeen ter zitting is besproken aantekeningen gemaakt.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is op grond van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij NRG in dienst getreden voor de periode van 1 maart 2018 tot en met 31 mei 2018 in de functie van accountmanager buitendienst. Per e-mail van 29 mei 2018 heeft NRG de beëindiging van het dienstverband per 31 mei 2018 aangezegd, zodat het dienstverband op die datum is geëindigd.

2.2.

Voor de duur van de arbeidsovereenkomst is aan [eiseres] tevens een leaseauto (een Suzuki Swift met kenteken PK-454-J) ter beschikking gesteld.

2.3.

Ten aanzien van salaris, vakantie en ziekte is in de arbeidsovereenkomst bepaald:

Artikel 4. Salaris

4.1

Werknemer geniet een bruto salaris van € 2.000,= per maand, dat voor of op de laatste dag van de kalendermaand door werkgever zal worden voldaan.

4.2

Het variabele deel (bonus) van het salaris is afhankelijk van de mate waarin gestelde kwartaaltargets opgenomen in de Target Score Card (TSC) worden gerealiseerd. Bij 100% realisatie van de kwartaaltargets wordt een variabele vergoeding uitgekeerd conform de Bonus Verdienstaffel Accountmanagers. Het minimum percentage (ondergrens) dat dient te worden behaald voor uitkering van de variabele vergoeding is 80% van het kwartaaltarget. Er is geen maximum gesteld. Alle voorwaarden voor uitkering van het variabele deel van het salaris bevinden zich in een aparte regeling die de werknemer is overhandigd.

Artikel 5. Vakantietoeslag

Werknemer heeft recht op een vakantietoeslag ten bedrage van 8 procent van het brutoloon, (…)

Artikel 8. Vakantie

8.1

Werknemer heeft bij fulltime dienstverband recht op 20 vakantiedagen per volledig gewerkt kalenderjaar. Indien werknemer niet gedurende de gehele periode vanaf 1 januari tot en met 31 december in dienst van werkgever is geweest, wordt het aantal vakantiedagen naar verhouding vastgesteld. (…)

Artikel 9. Ziekte

(…)

9.2

Bij arbeidsongeschiktheid in de zin van het Burgerlijk Wetboek betaalt de werkgever vanaf de derde dag van arbeidsongeschiktheid aan de werknemer gedurende 104 weken 70% van het laatstgenoten salaris. (…)

2.4.

In de overeenkomst met betrekking tot het gebruik van de leaseauto (‘Autoreglement NRG Collectief B.V.’) waarin [eiseres] wordt aangemerkt als ‘Opdrachtnemer’ en NRG als ‘Opdrachtgever’ is onder andere bepaald:

Dit reglement heeft als doel het uiteenzetten van het beleid van NRG Collectief B.V. met betrekking tot het beschikbaar stellen van leaseauto’s in de vorm van een gebruiksovereenkomst en de voorwaarden die daaraan verbonden zijn.

(…).

2.1.1.

De leaseauto is primair bedoeld voor zakelijk gebruik doch mag worden aangewend voor normaal privé-gebruik, zowel in het binnenland als in het buitenland. Onder normaal privé-gebruik wordt maximaal 25% van het totaal aantal gereden kilometers per jaar verstaan. Excessief privé-gebruik zal leiden tot het verhogen van de eigen bijdrage (eventueel met terugwerkende kracht vanaf de ingangsdatum van de gebruikersovereenkomst). Woon-werkverkeer wordt in dit verband gezien als zakelijk verkeer. De hoogte van de eigen bijdrage is vermeld in de arbeidsovereenkomst.

(…)

3.2.1

Voor eigen rekening van de Opdrachtnemer zijn:

* Alle heffingen, belastingen, boetes of andere door de overheid of justitie opgelegde kosten verband houdende met de leaseauto en het gebruik daarvan, met uitzondering van houderschapsbelasting en kentekenleges;

* (…)

* Extra kilometers. Per extra kilometer zal Opdrachtgever 10ct/km excl. Btw. 0,10 eurocent per kilometer exclusief btw per maand doorbelasten aan Opdrachtnemer. Per jaar mag de Opdrachtnemer maximaal 36.000 km a 3000 km per maand rijden. Daar boven zal de meerprijs per kilometer van toepassing zijn.

* Stallingsgelden, kosten van / voor parkeren, bruggelden, pont, tunnel, tol, bergpas en vergelijkbare heffingen;

* (…)

* De kosten verbonden aan het (laten) schoonmaken van de auto;

(…)

2.5.

Bij brief van 7 juni 2018 heeft (de gemachtigde van) [eiseres] NRG aangesproken tot betaling van achterstallig salaris, vakantiegeld en niet-genoten vakantiedagen alsmede nog te vergoeden parkeerkosten. Op 19 juni 2018 heeft NRG per e-mail aan de gemachtigde uitgebreid gereageerd op de vorderingen van [eiseres] . Op 5 juli 2018 is namens [eiseres] nog een schriftelijke sommatie aan NRG gestuurd.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert - samengevat – veroordeling van NRG tot betaling van achterstallig loon (€ 2.654,45 bruto), de wettelijke verhoging daarover (€ 1.327,23), vergoeding van parkeerkosten (€ 167,97 netto) en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten (€ 380,45). Daarnaast vordert zij op straffe van een dwangsom afgifte van de loonstrook over de maand mei 2018, afgifte van de eindafrekening en afgifte van de bonusadministratie met veroordeling van NRG in de kosten van de procedure.

3.2.

[eiseres] legt kort samengevat aan haar vordering ten grondslag dat zij op grond van de arbeidsovereenkomst, die inmiddels is geëindigd, nog recht heeft op betaling van salaris en vergoeding van kosten. Zij heeft deze betalingen nodig om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien.

3.3.

NRG heeft verweer gevoerd, waarbij zij de vordering grotendeels heeft betwist. Het verweer zal hierna voor zover van belang worden besproken.

4 De beoordeling

4.1.

Aangezien het in deze procedure gaat om betaling van loon en [eiseres] stelt dat zij dit loon nodig heeft om in haar levensonderhoud te voorzien, is de spoedeisendheid van de vordering daarmee voldoende komen vast te staan.

4.2.

De loonvordering van [eiseres] heeft voor het grootste deel betrekking op het salaris over de maand mei 2018. Uit de hierna volgende overwegingen zal blijken dat partijen op meerdere punten uitdrukkelijk van mening verschillen. Aangezien voor nadere bewijslevering in deze kortgedingprocedure geen plaats is, zal de kantonrechter overgaan tot het vaststellen van een voorlopig voorschotbedrag. NRG heeft immers wel erkend dat zij nog niet het volledige loon aan [eiseres] heeft betaald. Een nadere beoordeling van het nog te betalen salaris en een definitieve vaststelling daarvan hoort thuis in een bodemprocedure.

4.3.

Teneinde een voorschotbedrag vast te stellen voor het loon over de maand mei 2018, zal de kantonrechter uitgaan van het netto maandloon zoals dat is vermeld op de loonstrook van de maand april. Zonder vakantiegeld bedraagt het netto maandsalaris volgens die strook € 1.545,00. Voor de eerste helft van de maand mei komt daarom aan [eiseres] een bedrag toe van € 772,50 netto.

4.4.

Tussen partijen staat vast dat [eiseres] de tweede helft van de maand mei, vanaf 15 mei 2018, niet heeft gewerkt in verband met ziekte. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat in geval van ziekte de werkgever aan de werknemer vanaf de derde dag van de arbeidsongeschiktheid 70% van het salaris betaalt. Het overeenkomen van deze zogenaamde wachtdagen is wettelijk toegestaan. Dit betekent dat de eerste twee ziektedagen onbetaald blijven. Van het netto loon voor de tweede helft van mei ad € 772,50 gaan twee dagen af ten bedrage van € 147,14 netto (€ 1.545,00 : 21 dgn = € 73,57 netto per werkdag). Dan resteert over de tweede helft van de maand mei een netto bedrag van € 625,36. Vanwege ziekte is hiervan 70% als loon verschuldigd. Dat is een bedrag van € 437,75 netto.

4.5.

Over het loon voor de maand mei is tevens vakantiegeld verschuldigd. Het netto vakantiegeld bedraagt € 96,82 (€ 772,50 + € 437,75 = € 1.210,25 x 8%).

4.6.

[eiseres] heeft aanspraak gemaakt op uitbetaling van niet genoten vakantiedagen. Op grond van de arbeidsovereenkomst heeft zij gedurende het dienstverband van 3 maanden recht op een kwart van het per jaar op te bouwen aantal vakantiedagen van 20. Zij heeft dus recht op 5 vakantiedagen. Partijen zijn het erover eens dat zij daarvan in elk geval één dag heeft genoten. Over de overige dagen verschillen partijen van mening. [eiseres] stelt dat zij de overige dagen niet heeft opgenomen terwijl NRG aanvoert dat zij zelfs teveel vakantiedagen heeft opgenomen. Bij deze stand van zaken komt het aan op bewijslevering, waarvoor in deze procedure geen plaats is. De kantonrechter kan daarom niet tot een bedrag komen voor eventueel niet genoten vakantiedagen. Dit deel van de vordering wordt afgewezen.

4.7.

Het netto loon over de maand mei 2018 komt daarmee in beginsel uit op € 1.307,07. Gelet op het verweer van NRG bestaat er aanleiding om daarop de volgende bedragen in mindering te brengen.

4.8.

Ter zitting zijn twee bepalingen uit de overeenkomst voor het gebruik van de leaseauto aan de orde gesteld, namelijk artikel 2.1.1 en artikel 3.2.1. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft artikel 2.1.1 betrekking op de eventuele eigen bijdrage voor privé gebruik van de leaseauto. In het onderhavige geval is niet gebleken dat er in de arbeidsovereenkomst een eigen bijdrage is vastgesteld. Artikel 2.1.1 is daarom niet van toepassing op de situatie van [eiseres] .

4.9.

Artikel 3.2.1 uit bedoelde overeenkomst ziet op kosten die voor eigen rekening van de opdrachtnemer (in casu [eiseres] ) komen. Dit artikel is wel van toepassing op de situatie van [eiseres] . In de opsomming van dat artikel worden onder andere boetes, extra gereden kilometers en parkeerkosten genoemd.

4.10.

NRG heeft ter zitting de facturen van de leasemaatschappij overgelegd waaruit blijkt dat op het kenteken van de ter beschikking gestelde leaseauto twee parkeerboetes en één boete voor een snelheidsovertreding in rekening zijn gebracht. [eiseres] heeft niet weersproken dat de boetes betrekking hebben op haar gebruik van de auto. Terzake van deze boetes zal op basis van de overgelegde facturen, onder aftrek van de berekende BTW, een bedrag van € 280,84 (€ 72,17 + € 72,17 + € 136,50) in mindering worden gebracht op het salaris.

4.11.

Uit de factuur van 5 juni 2018 betreffende de eindafrekening van de leasemaatschappij volgt dat met de leaseauto het aantal vrije kilometers, zoals omschreven in voornoemd artikel 3.2.1 van de gebruiksovereenkomst, is overschreden. Er worden 2212 extra gereden kilometers à 10 cent per kilometer in rekening gebracht. Dat is een bedrag van € 221,20. Dit bedrag komt dus voor rekening van [eiseres] en zal daarom in mindering worden gebracht op het salaris

4.12.

NRG heeft voorts aangevoerd dat [eiseres] de auto vervuild heeft ingeleverd, zodat zij de auto heeft moeten laten reinigen. De kosten daarvoor bedragen volgens NRG € 150,=. Dit bedrag wenst NRG op het salaris van [eiseres] in mindering te brengen. [eiseres] heeft echter betwist dat zij de auto vervuild heeft ingeleverd. Aangezien voor bewijslevering in deze procedure geen ruimte is, bestaat er vooralsnog geen grond om genoemd bedrag in mindering te brengen op het salaris.

4.13.

[eiseres] stelt dat zij tijdens de uitvoering van de werkzaamheden parkeerkosten heeft gemaakt die door NRG vergoed moeten worden. Zij maakt in dat verband aanspraak op een bedrag van € 167,97. NRG heeft de verschuldigdheid van dit bedrag betwist. De kantonrechter overweegt dat uit eerder genoemd artikel 3.2.1 van de overeenkomst voor het gebruik van de auto volgt dat parkeerkosten voor rekening van [eiseres] komen. Daar komt bij dat vooralsnog niet is gebleken dat partijen daarover een andere afspraak hebben gemaakt. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om deze kosten bij wijze van voorschot reeds toe te wijzen.

4.14.

Uit voorgaande overwegingen volgt dat op het netto salaris van € 1.307,07 in mindering worden gebracht een bedrag van € 280,84 en een bedrag van € 221,20. Als voorschot is daarom een netto bedrag van afgerond € 805,00 toewijsbaar.

4.15.

[eiseres] heeft aanspraak gemaakt op de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW. De kantonrechter overweegt daarover dat er weliswaar sprake is van te late betaling van het salaris, maar dat de slechte verstandhouding tussen partijen heeft bijgedragen aan het ontstaan van die situatie en de discussie daarover. Uit hetgeen ter zitting over en weer naar voren is gebracht valt niet af te leiden dat het ontstaan van die slechte verstandhouding in overwegende mate aan de werkgever is te wijten. In de omstandigheden van het geval ziet de kantonrechter aanleiding om de wettelijke verhoging voorshands te matigen tot 10%. Dat is in dit geval een bedrag van € 80,50 netto.

4.16.

[eiseres] heeft vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Gelet op de hoogte van het toewijsbare bedrag en de staffel uit het besluit voor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is hiervoor toewijsbaar een bedrag van € 132,82.

4.17.

[eiseres] heeft gevorderd de afgifte van de loonstrook over de maand mei en de afgifte van een deugdelijke eindafrekening. De kantonrechter overweegt het volgende. Zolang niet duidelijk is wat NRG precies aan [eiseres] verschuldigd is, kan in redelijkheid niet van haar verlangd worden om een definitieve loonstrook voor de maand mei en een eindafrekening op te maken en af te geven. Dit onderdeel van de vordering is daarom niet toewijsbaar.

4.18.

[eiseres] heeft verder gevorderd de afgifte van de bonusadministratie, zodat zij zelf kan vaststellen of aan haar nog een bonus toekomt op grond van de overeengekomen bonusregeling. Ter zitting heeft NRG aangevoerd dat [eiseres] geen recht heeft op een bonus. Volgens NRG heeft zij contracten aangeleverd die vervolgens door de leverancier zijn afgewezen. NRG voert aan dat zij bij de leverancier kan navragen om welke contracten het gaat. Gelet op de overeengekomen bonusregeling heeft [eiseres] een gerechtvaardigd belang bij inzage in de bonusadministratie. Meer specifiek gaat het dan om een overzicht, af te geven door NRG, waaruit blijkt welke contracten door bemiddeling van [eiseres] tot stand zijn gekomen (onder vermelding van de namen en adressen van de klanten) en welke contracten daarna zijn geannuleerd, of niet geldig zijn gebleken dan wel om andere reden niet zijn gerealiseerd, een en ander zo mogelijk voorzien van bewijsstukken. Aangezien NRG in staat moet worden geacht om een dergelijk overzicht binnen 14 dagen na betekening van het vonnis af te geven, zal NRG worden veroordeeld tot afgifte daarvan binnen die termijn. Bij gebreke daarvan zal NRG een dwangsom verbeuren van € 100,= per dag dat de afgifte achterwege blijft tot een maximum van € 1.000,=.

4.19.

Nu [eiseres] in deze procedure deels in het gelijk en deels in het ongelijk is gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren. Dat betekent in dit geval dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing in kort geding

De kantonrechter,

5.1.

veroordeelt NRG om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen:
a) een bedrag van € 805,00 netto wegens voorschot op het loon over de maand mei 2018;
b) een bedrag van € 80,50 netto wegens wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW;
c) een bedrag van € 132,82 voor buitengerechtelijke incassokosten;

5.2.

veroordeelt NRG om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot afgifte van een overzicht aan [eiseres] – zo mogelijk voorzien van bewijsstukken – waaruit blijkt welke contracten door bemiddeling van [eiseres] tot stand zijn gekomen (onder vermelding van de namen en adressen van de klanten) en welke contracten daarna zijn geannuleerd, of niet geldig zijn gebleken dan wel om andere reden niet zijn gerealiseerd, en bij gebreke waarvan NRG een dwangsom verbeurt van € 100,= per dag voor iedere dag dat de afgifte van dit overzicht achterwege blijft tot een maximum van € 1.000,=;

5.3.

bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2018. (AP)