Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3759

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-10-2018
Datum publicatie
11-10-2018
Zaaknummer
C/08/222576 / KG ZA 18-268
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Erfdienstbaarheid. Gebruik toegangsweg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/222576 / KG ZA 18-268

Vonnis in kort geding van 10 oktober 2018

in de zaak van

1 [eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiseres],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. J. van Groningen te Middelharnis,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. M.A. Schuring te Almelo.

Partijen zullen hierna ‘ [eiser] c.s.’ en ‘ [gedaagde 1] c.s.’ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de producties van [gedaagde 1] c.s.

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eiser] c.s.

  • -

    de pleitnota van [gedaagde 1] c.s..

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] c.s. en [gedaagde 1] c.s. zijn buren.

2.2.

[eiser] c.s. zijn eigenaar van het perceel aan de [adres 1] te [plaats] , kadastraal bekend [gemeente] [aaaa] en [bbbb] , voorheen kadastraal bekend [gemeente] [cccc] en [dddd] en een deel van [aaaa] . Het perceel [aaaa] is voorheen gesplitst geweest in twee percelen, kadastraal bekend [gemeente] sectie [eeee] (gekocht van de heer [X] en geleverd bij akte van 15 januari 2009) en sectie [dddd] (gekocht van de heer [X] en geleverd bij akte van 6 april 2011).

2.3.

In de akte van levering van 15 januari 2009 staat, voor zover hier relevant, het volgende:

Verwijzing naar eerdere akten

Verwezen wordt naar de akte van levering (…) 12323 nummer 36 (…) in welke akte letterlijk het volgende is vermeld:”

en in de akte van 6 april 2001:

Verwijzing naar eerdere akten

Verwezen wordt naar voormelde akte ingeschreven in deel 12323 nummer 36 uit welke akte het volgende wordt aangehaald:”

En vervolgens in beide aktes:

“Erfdienstbaarheid van pad

Partijen zijn overeengekomen een erfdienstbaarheid van pad te vestigen ten behoeve van het appartementsrecht, plaatselijk bekend: [adres 1] gedeeltelijk te [woonplaats] , [gemeente] , kadastraal bekend [gemeente] , Sektie [cccc] , als heersend erf, en ten laste van het gekochte, als dienend erf, om over de huidige toegangsweg van het heersend erf naar de [straat] te gaan en omgekeerd.

Erfdienstbaarheid van pad

Partijen zijn overeengekomen een erfdienstbaarheid van pad te vestigen ten behoeve van het appartementsrecht, plaatselijk bekend: [adres 1] te [woonplaats] , [gemeente] , kadastraal bekend [gemeente] Sektie [dddd] , als heersend erf, en ten laste van het appartementsrecht, plaatselijk bekend: [adres 1] gedeeltelijk te [woonplaats] , [gemeente] , kadastraal bekend [gemeente] Sektie [cccc] , als dienend erf, om vanuit zuidelijke richting over het dienend erf naar de voordeur van de gemeenschappelijke hal van het pand [adres 1] te gaan en omgekeerd.

Ter uitvoering van het vorenstaande worden de genoemde erfdienstbaarheden van pad bij deze gevestigd.”.

2.4.

Op het perceel [adres 1] staat een woning en een schuur met garage. De schuur staat gedeeltelijk op het perceel [adres 2] .

2.5.

[gedaagde 1] c.s. zijn sinds 1 september 2014 eigenaar van het perceel aan de [adres 2] te [woonplaats] , kadastraal bekend [gemeente] [ffff] en [gggg] , voorheen kadastraal bekend [gemeente] [hhhh] (en genummerd [adres 3] ).

2.6.

In de akte van levering van 1 september 2014 staat, voor zover hier relevant, het volgende:

ERFDIENSTBAARHEDEN EN BIJZONDERE VERPLICHTINGEN

Koper heeft uitdrukkelijk aanvaard alle erfdienstbaarheden, bijzondere lasten en beperkingen, afzonderlijke zakelijke rechten, kettingbedingen en kwalitatieve verplichtingen, althans uitsluitend blijkend en/of voortvloeiend uit de laatste en voorgaande akte(n) van levering en eventuele andere akten die betrekking hebben op het gekochte. In de vermelde onderhandse akte heeft koper verklaard kennis te hebben genomen van de hiervoor vermelde stukken.

Ten aanzien van erfdienstbaarheden, kwalitatieve verplichtingen, kettingbedingen en andere bijzondere verplichtingen, met betrekking tot het gekochte wordt verwezen naar de hiervoor onder vermelde akte, ingeschreven in deel 12323 nummer 36, bij welke akte verkoper het gekochte in eigendom kreeg en in welke akte letterlijk het volgende is vermeld:

Erfdienstbaarheid van pad

Partijen zijn overeengekomen een erfdienstbaarheid van pad te vestigen ten behoeve van het appartementsrecht, plaatselijk bekend: [adres 1] gedeeltelijk te [woonplaats] , [gemeente] , kadastraal bekend [gemeente] , Sektie [cccc] , als heersend erf, en ten laste van het gekochte, als dienend erf, om over de huidige toegangsweg van het heersend erf naar de [straat] te gaan en omgekeerd.

Erfdienstbaarheid van pad enzovoorts;

Ter uitvoering van het vorenstaande worden de genoemde erfdienstbaarheden van pad bij deze gevestigd.”.

2.7.

[gedaagde 1] c.s. hebben op het perceel [adres 2] een bedrijfshal gerealiseerd en zijn thans een woning aan het bouwen op het perceel.

2.8.

De percelen [adres 1] en [adres 2] worden gescheiden door een weg die gedeeltelijk dan wel grotendeels op het perceel van [gedaagde 1] c.s. is gelegen (hierna ook: de toegangsweg). Zowel [gedaagde 1] c.s. als [eiser] c.s. maken gebruik van deze weg om te komen van en te gaan naar de [straat] .

2.9.

Partijen zijn, nadat [gedaagde 1] c.s. de eigendom van [adres 3] (thans [adres 2] ) hadden verworven, met elkaar in overleg getreden over het wijzigen van de kadastrale grens die beide percelen scheidt. Gebleken was dat de kadastrale grens niet juist was weergegeven (door de betrokken makelaar) en dat de kadastrale grens dichter op de woning en de schuur van [eiser] c.s. ligt dan waarvan partijen waren uitgegaan.

2.10.

Het overleg tussen partijen heeft op 10 februari 2017 geresulteerd in een door beide partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst. In die vaststellingsovereenkomst hebben partijen onder meer afgesproken tot intrekking van de over en weer aanhangig gemaakte bestuursrechtelijke procedures over te gaan, zodra overeenstemming zou zijn bereikt over de overdracht van een strook grond, te weten de toegangsweg, aan [eiser] c.s..

2.11.

De aanhangige bestuursrechtelijke procedures zijn ingetrokken. Tussen partijen is in geschil of er overeenstemming is bereikt over de overdracht van de toegangsweg.

De toegangsweg is niet overgedragen aan [eiser] c.s.

2.12.

Partijen hebben vervolgens over en weer gecorrespondeerd over het gebruik van de toegangsweg, waarbij [eiser] c.s. [gedaagde 1] c.s. hebben gesommeerd om de toegangsweg vrij van obstakels te houden zodat hun woning en erf onbelemmerd kan worden bereikt en waarbij [gedaagde 1] c.s. zich op het standpunt hebben gesteld dat zij wel degelijk gelegenheid geven tot het gebruik van de toegangsweg.

3 De vordering en de standpunten van partijen

3.1.

[eiser] c.s. vorderen - kort gezegd - op straffe van een dwangsom een gebod aan [gedaagde 1] c.s. om hen de toegang over de toegangsweg tot aan de op het perceel [adres 1] staande woning en schuur te verschaffen en daartoe geen motorvoertuigen te parkeren dan wel materieel te stallen.

3.2.

[eiser] c.s. leggen - kort gezegd - aan hun vorderingen ten grondslag dat ten behoeve van hun perceel, [adres 1] , een recht van erfdienstbaarheid is gevestigd dat hen recht geeft op het gebruik van de toegangsweg van en naar [adres 1] . Op de toegangsweg worden echter door toedoen van [gedaagde 1] c.s. motorvoertuigen geparkeerd en bouwmaterieel gestald, zodat van een vrije doorgang om te komen en te gaan van en naar [adres 1] geen sprake is. Ondanks dat [eiser] c.s. [gedaagde 1] c.s. herhaaldelijk hebben gewezen op de hinder, gaat de onaanvaardbare overlast door.

3.3.

[gedaagde 1] c.s. verweren zich en concluderen tot afwijzing van het gevorderde.

Zij stellen zich - kort gezegd - op het standpunt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang bij de vordering en dat de vordering onduidelijk is. Voorts stellen [gedaagde 1] c.s. zich op het standpunt dat niet langer sprake is van een erfdienstbaarheid, enerzijds omdat deze door vermenging van de percelen Tubbergen [dddd] en [cccc] teniet is gegaan en anderzijds omdat de kadastrale grens meer oostwaarts ligt dan waar partijen aanvankelijk waren uitgegaan, waardoor de toegangsweg nagenoeg geheel op het perceel van

[gedaagde 1] c.s. ligt. [gedaagde 1] c.s. zouden dan ook niet hoeven toe te staan dat

[eiser] c.s. gebruik maken van de toegangsweg. [gedaagde 1] c.s. zijn echter niet voornemens om [eiser] c.s. het gebruik van de toegangsweg te ontzeggen, althans niet zonder daarbij [eiser] c.s. in de gelegenheid te stellen om een toegangsweg op hun eigen erf aan te leggen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Er is gelet op de stellingen van [eiser] c.s., het niet (langer) kunnen uitoefenen van hun recht van erfdienstbaarheid, sprake van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. [eiser] c.s. zijn ontvankelijk in hun vordering.

4.2.

Kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of er al dan niet sprake is van

een gevestigde erfdienstbaarheid die [eiser] c.s. recht geeft op gebruik van die toegangsweg en zo ja, of [gedaagde 1] c.s. (ongeoorloofd) inbreuk maken op dat recht van

[eiser] c.s..

4.3.

Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde 1] c.s. is dat er geen erfdienstbaarheid (meer) bestaat. Dat verweer slaagt niet. Uit de akte van

1 september 2014 vloeit reeds voort het recht van erfdienstbaarheid (dat eerder is gevestigd bij akte van 24 maart 2003 en ingeschreven in het register in deel 12323 nummer 36) ten behoeve van perceel [adres 1] en ten laste van perceel [adres 3] (thans [adres 2] ) om over de huidige toegangsweg van het heersend erf naar de [straat] te gaan en omgekeerd. [gedaagde 1] c.s. hebben dat recht van erfdienstbaarheid bij akte van

1 september 2014 uitdrukkelijk aanvaard (zie hiervoor onder 2.6.).

4.4.

Van een tenietgaan van een erfdienstbaarheid door vermenging is geen sprake.

Het heersende erf ( [adres 1] ) en het dienende erf ( [adres 2] , voorheen [adres 3] ) zijn immers niet in één hand gekomen.

4.5.

Dat de kadastrale grens meer oostwaarts ligt dan waar partijen aanvankelijk waren uitgegaan (waardoor de toegangsweg nagenoeg geheel op het perceel van [gedaagde 1] c.s. ligt) betekent evenmin dat het recht van erfdienstbaarheid is tenietgegaan. Zondere nadere onderbouwing daartoe van [gedaagde 1] c.s., die ontbreekt, valt niet in te zien dat daarvan sprake is. Het belang van [eiser] c.s. bij uitoefening van het recht van het gebruik van de toegangsweg van en naar [adres 1] is door de ‘nieuwe’ kadastrale grens bovendien alleen maar groter geworden.

4.6.

Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel, dat

[eiser] c.s. voldoende hebben aangetoond dat er een erfdienstbaarheid is gevestigd die [eiser] c.s. recht geeft op gebruik van de toegangsweg.

4.7.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiser] c.s. voorts in voldoende mate aannemelijk gemaakt dat zij door toedoen van [gedaagde 1] c.s. worden gehinderd in de uitoefening van hun recht van erfdienstbaarheid. Beide partijen hebben verklaard dat de toegangsweg ongeveer drie en een halve meter breed is. Uit de stellingen en de overgelegde producties, waaronder de door beide partijen overgelegde foto’s, komt in voldoende mate naar voren dat de bus van [gedaagde 1] c.s. met enige regelmaat staat geparkeerd op een plek waardoor er voor [eiser] c.s. (te) weinig ruimte overblijft om met de auto over de huidige toegangsweg naar de [straat] te gaan en omgekeerd. [gedaagde 1] c.s. hebben in dat verband verklaard dat de bus, die doorgaans door de heer [gedaagde 1] wordt bestuurd (vanwege verblijf van de heer [gedaagde 1] in het buitenland) vaak meerdere dagen achtereen op diezelfde plek staat, omdat op die wijze de vrachtwagens niet worden gehinderd om te laden, te lossen en/of te keren.

4.8.

Dat er geen andere plek is om de bus te parkeren waarbij tevens de mogelijkheid om te laden, te lossen en/of keren voor de leverende vrachtwagens niet gehinderd wordt, hebben [gedaagde 1] c.s. niet aannemelijk gemaakt en is de voorzieningenrechter evenmin gebleken. Integendeel, uit de overgelegde foto’s blijkt dat het - toch niet geringe - perceel van [gedaagde 1] c.s. voldoende mogelijkheden biedt om de bus elders te parkeren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zou de bus evengoed kunnen worden geparkeerd voor de schuur van [gedaagde 1] c.s. (zie productie 11 van de zijde van [eiser] c.s. en productie 15 van de zijde van [gedaagde 1] c.s.). Wanneer de bus op die plek wordt geparkeerd, wordt de toegangsweg voor [eiser] c.s. niet langer geblokkeerd. Tevens kunnen in die situatie de vrachtwagens ongehinderd laden, lossen en/of keren op het perceel van [gedaagde 1] c.s., zodat ook aan dat belang van [gedaagde 1] c.s. tegemoet wordt gekomen. Bijkomend voordeel is dat in die situatie niet langer van mevrouw [gedaagde 1] , dan wel van de dochter van [gedaagde 1] c.s., hoeft te worden verlangd dat zij, zoals in het verleden wel is voorgekomen, de bus verzet op het moment dat de heer [gedaagde 1] in het buitenland verblijft en [eiser] c.s. er langs willen. In dat opzicht hebben beide partijen een gedeeld belang bij het parkeren van de bus op een andere plek dan momenteel het geval is.

4.9.

In de gegeven omstandigheden zullen [gedaagde 1] c.s. dan ook moeten dulden dat

[eiser] c.s. ongehinderd gebruik maken van hun recht van erfdienstbaarheid en kan van [gedaagde 1] c.s. worden verlangd dat zij de bus elders parkeren.

4.10.

Dat [eiser] c.s. wellicht andere mogelijkheden kunnen vinden om van en naar de [straat] te gaan, zoals het aanleggen van een toegangsweg op hun eigen perceel, staat niet in de weg aan hun recht op uitoefening van de gevestigde erfdienstbaarheid.

[eiser] c.s. hebben dan ook een (redelijk) belang bij handhaving van hun recht van erfdienstbaarheid. Zij zijn om van en naar hun perceel te gaan afhankelijk van de toegangsweg. Verandering van de route (op eigen erf) zou forse ingrepen vergen, waartoe [eiser] c.s. niet zonder daartoe strekkende nieuwe afspraken kan worden verplicht.

4.11.

De vorderingen worden toegewezen op de wijze zoals hierna omschreven.

Van onduidelijkheid van de geformuleerde vorderingen die aan toewijzing van het gevorderde in de weg zou staan, is geen sprake.

4.12.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.13.

[gedaagde 1] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] c.s. worden begroot op:

- dagvaarding € 105,49

- griffierecht 291,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.376,49.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt [gedaagde 1] c.s. om [eiser] c.s. de toegang over de toegangsweg tot aan de op het perceel [adres 1] staande schuur en woning te verschaffen en daartoe geen motorvoertuigen te parkeren en te laten parkeren alsmede geen materieel en materialen te stallen c.q. op te slaan, in die zin dat gemeten vanaf de (kadastrale) erfgrens met het perceel van [eiser] c.s. telkens een vrije doorgang over een breedte van twee en een halve meter moet worden geboden,

5.2.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. om aan [eiser] c.s. een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat zij niet aan de in 5.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 20.000,00 is bereikt,

5.3.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] c.s. tot op heden begroot op € 1.376,49,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op

10 oktober 2018.