Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:367

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-01-2018
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
C/08/212076 / KG ZA 17-419
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Wehkamp de A2 codering bij de registratie van de kredietovereenkomst in het CKI van eiser verwijderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/212076 / KG ZA 17-419

Vonnis in kort geding van 15 januari 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaats] ,

eiser,

advocaat mr. M. de Boorder te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WEHKAMP FINANCE B.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde,

vertegenwoordigd door een bijzondere gevolmachtigde.

Partijen zullen hierna [eiser] en Wehkamp genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de bij (fax)brieven van 9 januari 2018 van [eiser] ingezonden stukken

  • -

    de mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft in verband met de aankoop van een playstation en een router eind 2014/begin 2015 een kredietovereenkomst gesloten met Wehkamp, contractnummer [nummer] , terug te betalen in maandelijkse termijnen van € 13,00 (hierna: de kredietovereenkomst). [eiser] heeft achterstand doen ontstaan in de terugbetaling van vijf maandelijkse termijn van € 13,00. In verband hiermee heeft Wehkamp de kredietovereenkomst opgezegd en een incassobureau ingeschakeld ter inning van de volledige lening. [eiser] heeft vervolgens omstreeks 2 november 2015 de lening terugbetaald, met rente en kosten.

2.2.

De kredietovereenkomst is geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van Stichting Bureau Kredietregistratie (BKR), met de codering A2. De codering A2 houdt in dat er betalingsachterstand is geweest op de kredietovereenkomst en dat het (restant-)krediet in één keer is opgeëist.

2.3.

[eiser] woont met zijn gezin in een huurhuis. [eiser] heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dat huurhuis te kopen. [eiser] kan uiterlijk op 20 januari 2018 de koopovereenkomst ontbinden, als hij geen bindend aanbod voor een hypothecaire geldlening heeft ontvangen.

2.4.

[eiser] heeft Wehkamp verzocht de negatieve BKR-registratie te verwijderen. Wehkamp heeft [eiser] geschreven dat zij de A2 codering bij de kredietovereenkomst in de BKR registratie niet zal verwijderen.

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Wehkamp te veroordelen om de BKR-registratie van de kredietovereenkomst te verwijderen, met veroordeling van Wehkamp in de proceskosten. [eiser] legt daaraan ten grondslag dat de BKR registratie een onevenredig grote inbreuk maakt op zijn persoonlijke levenssfeer en is strijd is met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

3.2.

Wehkamp voert verweer.

3.3.

Hierna zal voor zover nodig worden ingegaan op de stellingen van partijen.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang bij de vordering volgt genoegzaam uit de stelling van [eiser] dat hij als gevolg van de negatieve BKR-registratie – de A2 codering – geen hypothecaire lening kan krijgen en dat hij op 20 januari 2018 de koopovereenkomst zal moeten ontbinden als Wehkamp dan de negatieve BKR-registratie niet heeft verwijderd. De vordering zal daarom hierna verder inhoudelijk worden beoordeeld.

4.2.

Wehkamp is een aanbieder van krediet in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft). Op grond van artikel 4:32 lid 1 Wft is Wehkamp verplicht deel te nemen aan een stelsel van kredietregistratie. Het CKI is een kredietregistratie dat door BKR wordt bijgehouden. Wehkamp is deelnemer aan het CKI en als deelnemer gebonden aan het door CKI vastgestelde Algemeen Reglement.

Het CKI bevat een geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens waarop de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) van toepassing is (artikel 2 lid 1 Wbp). Wehkamp is de verantwoordelijke voor de verwerking van de over [eiser] aan BKR verstrekte gegevens met betrekking tot zijn betalingsachterstand op de kredietovereenkomst in de zin van artikel 1 sub d Wbp. [eiser] is een betrokkene, degene op wie de verwerking van persoonsgegevens betrekking heeft in de zin van artikel 1 sub f Wbp.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 9 september 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ8097) overwogen dat de Wbp in overeenstemming met het bepaalde in artikel 8 van het het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) moet worden uitgelegd en dat uit de wetsgeschiedenis van de Wbp volgt dat bij elke gegevensverwerking moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat brengt naar het oordeel van de Hoge Raad mee dat de inbreuk op de belangen van betrokkene niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel, en dat dit doel in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige, wijze kan worden verwezenlijkt.

Het doel van BKR is het bevorderen van een maatschappelijke verantwoorde financiële dienstverlening. BKR wil consumenten behoeden voor overkreditering en andere financiële problemen (problematische schuldsituaties). Daarnaast levert BKR voor haar zakelijke klanten een bijdrage aan het beperken van de financiële risico’s bij kredietverlening en aan het voorkomen en bestrijden van misbruik en fraude.

Verder heeft te gelden dat een A2 codering nog vijf jaar nadat bij BKR een herstelmelding of melding van de aflossing van de schuld is gedaan, zichtbaar is op de door BKR verstrekte overzichten.

4.3.

Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.2 is overwogen, gaat het bij beantwoording van de vraag of Wehkamp de A2 codering moet verwijderen niet zozeer om een afweging van de belangen tussen [eiser] en Wehkamp maar om een toetsing van het doel van de registratie van de A2 codering aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Aldus wordt het belang van [eiser] bij verwijdering van de A2 codering bij de kredietovereenkomst afgewogen tegen het achterliggende belang van (de handhaving van) registratie van A2 coderingen (vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 juni 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:6060).

4.4.

[eiser] heeft in het kader van de belangenafweging het navolgende gesteld voor verwijdering van de negatieve BKR-registratie. Met het kopen van de woning zullen de maandlasten (verbonden aan een hypothecaire lening) € 150,00 lager zijn dan de huidige maandelijkse huur. Met de negatieve BKR-registratie zal hij echter geen hypothecaire lening kunnen krijgen. De koop zal dan moeten worden ontbonden en hij zal zijn woning moeten blijven huren. [eiser] had het destijds druk als ZZP’er. Hij had daardoor te weinig tijd om zijn administratie goed bij te houden en was vergeten om de maandelijkse bedragen van € 13,00 te betalen ter aflossing op de lening van Wehkamp. Door een brief van een incassobureau kwam hij erachter dat hij de maandelijkse betalingen was vergeten. [eiser] heeft vervolgens de gehele schuld in één keer afgelost, met rente en kosten. Het betrof maar een kleine schuld van € 666,81. In het verleden had hij voor een veel groter bedrag op krediet spullen gekocht bij Wehkamp. Die lening had hij tijdig afgelost. De financiële situatie van [eiser] en zijn echtgenote is stabiel. Zij hebben geen betalingsachterstanden of -problemen. Als ZZP’er heeft [eiser] het afgelopen boekjaar een bedrijfsresultaat van € 49.632,00 behaald. Per 1 januari 2018 is hij geen ZZP’er meer, maar werkt hij voltijds in het bedrijf van zijn broer, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zijn netto-maandsalaris bedraagt € 3.200,00. Daarnaast verdient zijn echtgenote € 750,00 netto per maand.

4.5.

Wehkamp heeft voor handhaving van de negatieve BKR-registratie het navolgende aangevoerd. Wehkamp heeft diverse keren contact gehad met [eiser] over het niet betalen van de maandtermijnen ad € 13,00. Er zijn vervolgens één of meer betaling-regelingen getroffen, maar ook die kwam hij [eiser] niet na. Tijdens die contactmomenten is [eiser] gewaarschuwd dat verder achterwege blijven van betaling zal leiden tot registratie bij het BKR. Hij heeft daarover ook een brief gehad, de zogeheten vooraankondigingsbrief. [eiser] heeft ook daar niets op uitgedaan. Gelet op de doelstelling van kredietregistratie moeten de betalingsmogelijkheden en het betalingsgedrag van [eiser] dan ook inzichtelijk blijven. Daarbij betreft het hier geen kleine lening die [eiser] te laat heeft terugbetaald. Verder kunnen banken op basis van eigen beleid besluiten om ondanks een BKR-registratie toch een hypothecaire lening te verstrekken. Verwijdering van de A2-codering is daarom niet nodig. Ook is er geen urgentie voor het krijgen van een hypothecaire lening. [eiser] kan blijven huren.

4.6.

Gelet op wat hiervoor onder 4.2 is overwogen in samenhang bezien met de hierna te noemen omstandigheden van het geval, is de voorzieningenrechter van oordeel dat Wehkamp de A2 codering bij de registratie van de kredietovereenkomst in het CKI dient te verwijderen.

4.7.

Tegenover de betwisting door [eiser] blijkt nergens uit dat voorafgaand aan de opzegging van de kredietovereenkomst Wehkamp, zoals zij aanvoert, in diverse gesprekken en brieven [eiser] heeft gewezen op de betalingsachterstand, dat betalingsregelingen zijn getroffen en dat [eiser] is gewaarschuwd voor (de gevolgen van) een BKR-registratie. Wehkamp heeft niets overgelegd. In dit kort geding moet het er daarom voor worden gehouden dat [eiser] niet eerder dan door een brief van een incassobureau, waarvan niet in geschil is dat die wel is verstuurd, bekend is geworden met de betalingsachterstanden en dat het op dat moment al te laat was om een negatieve BKR-registratie nog te voorkomen. Niet is geschil is dat juist om een negatieve registratie te voorkomen een zogeheten vooraankondigingsbrief moet worden gestuurd door de kredietverstrekker. De voorzieningenrechter acht niet uitgesloten dat [eiser] naar aanleiding van een vooraankondigingsbrief zou hebben betaald, nu hij in relatief korte tijd nadat hij door het incassobureau op de hoogte was gebracht van de opzegging en opeising van de lening, de leenschuld in één keer heeft voldaan met rente en kosten.

De voorzieningenrechter stelt verder vast dat gesteld noch gebleken is dat de ontstane betalingsachterstand is ingegeven door een beperkte inkomenssituatie en/of schuldenproblematiek van [eiser] . In het verlengde hiervan overweegt de voorzieningenrechter dat Wehkamp niet heeft weersproken dat [eiser] in het verleden van Wehkamp een veel grotere lening heeft gehad dan de onderhavige en dat hij die lening tijdig heeft terugbetaald. Als omstandigheid betrekt de voorzieningenrechter tenslotte nog dat Wehkamp heeft erkend dat [eiser] een gezonde en stabiele financiële situatie heeft en dat zijn financiële situatie toelaat dat hij een hypothecaire lening zal kunnen krijgen ter financiering van de aankoop van zijn woning. Gesteld noch gebleken is van (een) andere negatieve BKR-registratie(s) of van (actuele) schuldenproblematiek.

4.8.

Gelet op het vorenstaande schiet de onderhavige negatieve BKR-registratie het doel van kredietregistratie naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dan ook voorbij. In de omstandigheden van het geval kan niet worden betoogd dat de onderhavige negatieve BKR-registratie nodig is ter beperking van financiële risico’s bij kredietverlening aan [eiser] , of ter voorkoming en bestrijding van misbruik en fraude door [eiser] , en evenmin om overcreditering en andere problematische schuldsituaties voor [eiser] te voorkomen. Het gaat hier om een negatieve BKR-registratie betreffende een lening aan [eiser] van beperkte omvang, die binnen relatief korte tijd nadat [eiser] daarmee via het incassobureau werd geconfronteerd volledig is voldaan.

4.9.

Daartegenover heeft [eiser] groot belang bij verwijdering van de negatieve BKR-registratie. Wehkamp trekt in twijfel dat verwijdering van de A2 codering nodig is om een hypothecaire lening te kunnen krijgen. Aan Wehkamp kan worden toegegeven dat [eiser] geen concrete, jegens hem gerichte afwijzingen van banken in het geding heeft gebracht. [eiser] heeft echter genoegzaam toegelicht dat hij volgens zijn (financiële) tussenpersoon gelet op de A2 codering niet in aanmerking zal komen voor een hypothecaire geldlening. Ter onderbouwing heeft [eiser] beleidsstukken van een aantal gerenommeerde banken overlegd, waartegen Wehkamp geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat [eiser] geen hypothecaire lening zal kunnen krijgen door de A2 codering in het CKI. Dat heeft dan tot gevolg dat [eiser] de koop van de woning moeten ontbinden en dat hij zijn woning zal moeten blijven huren. Wehkamp heeft niet weersproken dat de maandelijkse huur € 150,00 hoger is dan wat het bedrag aan maandelijkse hypothecaire lasten van [eiser] zal zijn. [eiser] heeft er daarom weldegelijk belang bij dat de koop doorgaat. En daarvoor is het nodig dat de A2 codering wordt verwijderd.

4.10.

Nu de A2 codering bij de registratie van de kredietovereenkomst in het CKI in dit geval zijn doel voorbijschiet, terwijl [eiser] groot belang heeft bij verwijdering ervan, zal de vordering dan ook worden toegewezen zoals hierna is vermeld. Daarbij zal de gevorderde dwangsom worden beperkt, eveneens zoals hierna volgt.

4.11.

Wehkamp zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 98,31

- griffierecht 291,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.205,31

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt Wehkamp om onverwijld, doch uiterlijk binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, de A2 codering bij de registratie van de kredietovereenkomst met contractnummer [nummer] in het CKI van het BKR te (doen) verwijderen;

5.2.

veroordeelt Wehkamp om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt;

5.3.

veroordeelt Wehkamp in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.205,31,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Willemse en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2018.