Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3656

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-10-2018
Datum publicatie
04-10-2018
Zaaknummer
08/760058-18, 08/953065-17 en 08/203825-16 (tul) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor het organiseren van een ‘Project X2’ in Enschede is een 29-jarige man uit die stad veroordeeld tot 24 maanden cel, waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. De man riep via valse Facebookaccounts, maar met bestaande namen, op tot Project X2 bij een winkelcentrum. Hij maakte zich hiermee schuldig aan opruiing, het illegale gebruik van persoonsgegevens en uitlokking tot openlijk geweld tegen goederen.

De oproep voor Project X2 leidde ertoe dat een massa mensen in de avond van 13 oktober 2017 naar het winkelcentrum in Enschede trok, waar een groep van ongeveer 150 personen massale vernielingen aanrichtte.

Daarnaast is de man schuldig aan verduistering, opzetheling, diefstallen en bedreiging. Voor die feiten en voor Project X2 moet hij schadevergoedingen betalen van in totaal zo’n 14.500 euro. Waaronder ruim 4.800 euro aan de gemeente Enschede, voor de gemaakte kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/760058-18, 08/953065-17 en 08/203825-16 (tul) (P)

Datum vonnis: 4 oktober 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

nu verblijvende in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 september 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. ing. M.S. de Waard en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

In de zaak met parketnummer 08/760058-18

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 20 tot en met 21 maart 2018 een geluidsinstallatie heeft geheeld;

feit 2: op 5 december 2018 [slachtoffer 1] heeft bedreigd;

feit 3: in de periode van 11 september 2018 tot en met 3 oktober 2018 mobiele telefoons heeft gestolen, dan wel die telefoons heeft verduisterd;

feit 4: in de periode van 24 januari 2018 tot en met 5 februari 2018 [slachtoffer 2] heeft gedwongen een abonnement voor een mobiele telefoon af te sluiten;

feit 5: op 3 februari 2018 geld van [slachtoffer 2] heeft gestolen;

feit 6: op 19 maart 2018 geld van [slachtoffer 3] heeft gestolen, dan wel geld van

[slachtoffer 3] heeft verduisterd;

feit 7: in de periode van 9 maart 2018 tot en met 21 maart 2018 heeft geprobeerd dj-sets van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] te verduisteren.

Voluit luidt de gewijzigde tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 maart 2018 tot en met 21 maart 2018 te Reutum, gemeente Tubbergen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een geluidsinstallatie (Pioneer DJ-set plus mengtafel), voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf (verduistering) verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 05 december 2017 te Enschede, in ieder geval in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] een audiobericht gestuurd (via Whats-app) waarin hij, verdachte, aangeeft: "Ik ga naar Duitsland ik haal wat op en je hebt een gigantisch probleem vriend, ga mij niet uitdagen want ik sta aan je deur. Ga maar naar de politie want ik rij met de auto naar jullie toe jongen en ik knal jou helemaal overhoop vriend, wie denk je dat je bent kankermongool" of woorden van gelijke strekking aard of strekking;

3.

hij in of omstreeks de periode van 11 september 2017 tot en met 03 oktober 2017 te Almelo, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere mobiele telefoons (een Samsung en/of een Apple Iphone 7 black en/of een Apple Iphone 7 gold), in elk geval een of meer goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring of veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 11 september 2017 tot en met 03 oktober 2017 te Almelo, in ieder geval in Nederland, opzettelijk één of meerdere mobiele telefoons (een Samsung en/of een Apple Iphone 7 black en/of een Apple Iphone 7 gold), in elk geval een of meerdere goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten voor reparatie en/of (door)verkoop, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend;

4.

hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2018 tot en met 05 februari 2018 te Apeldoorn, in ieder geval in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 2] , door een feitelijkheid en/of door bedreiging met een feitelijkheid gericht tegen [slachtoffer 2] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft verdachte met medewerking van die [slachtoffer 2] een telefoonabonnement (inclusief nieuwe mobiele telefoon) op haar naam afgesloten (waarbij die [slachtoffer 2] een foto van haar ID en van haar bankpas naar verdachte heeft gestuurd) waarbij verdachte had aangegeven dat als zij daaraan niet zou meewerken hij een seksfilmpje van haar via internet zou gaan verspreiden;

5.

hij op of omstreeks 03 februari 2018 te Apeldoorn, in ieder geval in Nederland, heeft weggenomen een geldbedrag (600 of 700 euro) geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 2] , in elk aan een ander dan verdachte, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6.

hij op of omstreeks 19 maart 2018 te Enschede en/of Saasveld, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag (circa 2500 euro) dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring of veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 maart 2018 te Enschede en/of Saasveld, in ieder geval in Nederland, opzettelijk een geldbedrag (circa 2930 euro), in elk geval een goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten door een onjuiste overboeking, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend;

7.

hij in of omstreeks de periode van 09 maart 2018 tot en met 21 maart 2018 te Utrecht en/of Enschede, in ieder geval in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk wederrechtelijk zich dj-apparatuur (muziekinstallatie) heeft toegeëigend, terwijl verdachte en/of zijn mededaders die goederen anders dan door misdrijf onder zich hadden, nu die goederen door verdachte en/of zijn mededaders waren gehuurd,

te weten;

in of omstreeks de periode van 09 maart 2018 tot en met 21 maart 2018 te Utrecht en/of Enschede, in ieder geval in Nederland, een dj-set (merk Pioneer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

en/of

op of omstreeks 21 maart 2018 te Amsterdam en/of Enschede, in ieder geval in Nederland, een dj-set (merk Pioneer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] , althans [bedrijf 3] B.V., althans [bedrijf 4] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

In de aan verdachte onder parketnummer 08/760058-18 uitgebrachte dagvaarding is voorts opgenomen:

MEDEDELING AD INFORMANDUM GEVOEGDE STRAFBARE FEITEN

Ter terechtzitting zal/zullen onderstaand(e) door u bekend(e) strafba(a)r(e) feit(en) ter kennis van de rechter worden gebracht. De rechter kan aldus bij het bepalen van de straf ook met dat/die feit(en) rekening houden. Doet de rechter dit dan kunt u dat/die feit(en) als strafrechtelijk afgedaan beschouwen.

Parketnr. Feitgegevens (pleegperiode, -lokatie, -plaats, -gemeente, omschr. feit)

760058-18 19 februari 2018, Enschede, Gem. Enschede,

Bedreiging met misdrijf (zaak 7).

In de zaak met parketnummer 08/953065-17

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 27 september 2017 tot en met 11 oktober 2017 heeft opgeruid tot het plegen van een strafbaar feit;

feit 2: in de periode van 27 september 2017 tot en met 11 oktober 2017 persoonsgegevens van anderen heeft gebruikt;

feit 3: in de periode van 27 september 2017 tot en met 11 oktober 2017 het plegen van openlijk geweld tegen goederen heeft uitgelokt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 27 september 2017 tot en met 11 oktober 2017 te Enschede, althans (in elk geval) in Nederland,

(telkens) in het openbaar bij geschrift en/of afbeelding tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, immers heeft verdachte (telkens) (middels gebruikmaking van een of meer (valse) Facebookaccount(s)/na(a)m(en) (ten name van) “ [naam 1] ” en/of

“ [naam 2] ”) een of meer bericht(en)/uitnodiging(en) op Facebook geplaatst/gedeeld met de inhoud:

( Eerste bericht/account op naam van “ [naam 1] ”:)

“Beste mensen op vrijdag 13 oktober is het weer zover. Kunnen jullie je project X nog herinneren het werd een knalfeest met maar liefst 40.000 mensen in een dorp. Dit jaar organiseer ik natuurlijk project X 2 en verwacht minimaal 50.000 mensen. Wij zorgen voor goede dj.s drank en nog veel meer. Ik organiseer dit feest op winkelcentrum stroinkslanden in Enschede zuid the Netherlands. Alstublieft mensen laten we met zn allen zien dat we schijt hebben aan de overheid die onze feestjes wil afpakken in onze mooie jonge jaren en laten we het dunnetjes overdoen. Zou iedereen dit bericht openbaar

willen delen. Zodat heel de wereld kan meegenieten. Ik hoop op heel veel animo en dat iedereen zn vrienden uitnodigt. Ik zou zeggen welkom bij project X 2 in Enschede. Groetjes anoniem”

en/of

(Tweede bericht/account op naam van “ [naam 2] ”:)

“Hallo mensen wij hadden het project x2 feest op Facebook gezet maar de politie vond het zoals gedacht nodig dit te verwijderen. Dus zoals beloofd nogmaals de oproep. Mensen kom massaal naar wkc stroinkslanden op 13 oktober om 21:00 uur. Hat gaat gewoon door want we hadden al 5500 reacties het was 1900 x gedeeld dus heel nl is op de hoogte. Wij hopen dat iedereen dit weer wil delen. Want we willen veel animo. Mvg anoniem”

en/of (aanvullend:)

“XXX UPDATE PROJECT X2 XXX”

“Het vorige Facebook account is helaas verwijderd door Facebook zelf maar we

geven het niet zomaar op natuurlijk! Dus nogmaals het bericht met een nieuw

account!

Wegens veel interesse van jullie, hier wat details over het feest!

DATUM: VRIJDAG 13 OKTOBER

LOCATIE: WINKELCENTRUM STOINKSLANDEN

(ENSCHEDE ZUID, THE NETHERLANDS)

TIJD: VANAF VRIJDAGAVOND 21:00 UUR GAAT HET FEEST BEGINNEN

! DIT GAAT NATUURLIJK DOOR TOT IN DE VROEGE UURTJES

We gaan er met zn allen een knallend feest van maken!

-CREW PROJECT X2 XX”

en/of

(Derde bericht/account op naam van “ [naam 1] ”:)

“Dames en Heren.

zoals jullie weten vind er op vrijdag 13 oktober een heel groot projectX feest plaats in de wijk Stroinkslanden. Dit feest gaat zeker door er is al ontzettend veel animo en willen daarom nogmaals iedereen uitnodigen. Dus bij deze: Mensen wij roepen iedereen Masaallll op om aankomende vrijdag 13 oktober te komen naar winkelcentrum stroinkslanden om eens flink te feesten. Ik doe dit zodat niemand het mag vergeten. Het feest begint om 21.00 uur en gaat door tot in de vroege uurtjes Mensen willen jullie dit allemaal nog eens flink delen en liken. Dat word namelijk zeer gewaardeerd. En ik zou zegge iedereen tot vrijdagavond!!!!!!!!!!!!”

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 27 september 2017 tot en met 11 oktober 2017 te Enschede en/of elders in Nederland, althans (in elk geval) in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, te weten twee, althans één of meer, (Facebook)account(s) en/of na(a)m(en) van (een) ander(en) (te weten “ [naam 1] ” en/of “ [naam 2] ”) heeft

gebruikt met het oogmerk om zijn, verdachtes, identiteit te verhelen of de identiteit van die [naam 1] en/of die [naam 2] te verhelen of te misbruiken, waardoor uit dat gebruik (telkens) enig nadeel kon ontstaan en welk gebruik er (telkens) in bestond dat hij, verdachte, deze account(s) en/of die na(a)m(en) heeft gebruikt om op Facebook (een) oproep(en)/uitnodiging(en) te plaatsen in verband met een/aangaande een (te organiseren) Project X 2 feest op/nabij Winkelcentrum Stroinkslanden op vrijdag 13 oktober 2017 te Enschede;

3.

een of meer (onbekend gebleven) perso(o)n(en), in of omstreeks de periode van

13 oktober 2017 tot en met 14 oktober 2017, in de gemeente Enschede, op/aan/nabij de openbare weg(en), te weten de Zuid Esmarkerrondweg en/of de Knalhutteweg en/of Verwooldslanden en/of Vastertlanden, althans (in ieder geval) rondom/nabij winkelcentrum Stroinkslanden, althans op een voor publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer goederen, te weten:

-een of meer verkeersbord(en) (van, althans in gebruik bij de Gemeente Enschede) en/of

-een of meer ruit(en) (van een (aldaar gelegen) tankstation, genaamd [tankstation] ) en/of

-een of neer (aldaar rijdende) (personen)auto(’s) en/of

-een fiets en/of

-een (aldaar rijdende) (stads)bus en/of

-een of meer reclamebord(en) en/of

-een videobus van de politie en/of

-een of meer - in de omliggende wijk geparkeerd staande (personen)auto(’s) en/of

-een (bestel)bus,

welk geweld bestond uit:

-het uit de grond trekken van (een) verkeersbord(en) en/of

-het gooien van (een) verkeersbord(en) en/of andere voorwerpen door de ruit(en) van een (aldaar gelegen) tankstation, genaamd [tankstation] en/of

-het gooien van (zwaar) vuurwerk naar/in de richting van (een) (aldaar rijdende/passerende) (personen)auto( ‘s) en/of

-het afsteken van/gooien van (zwaar) vuurwerk in de wasstraat (van [tankstation] ) en/of (dicht) bij de brandstofpompen (van [tankstation] ) en/of

-het gooien van een fiets voor een (aldaar rijdende) (stads)bus en/of

-het op de rijbaan zetten van een (zware) container en/of winkelwagens en/of het gooien van reclameborden (van het tankstation) (waardoor het verkeer er niet meer langs

kon) en/of

-het gooien van een (zogenaamde) pion tegen de videobus van de politie en/of

-het - in de omliggende wijk - vernielen van een of meer (aldaar) geparkeerd staande (personen)auto(’s) en/of een (bestel)bus,

welk feit hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 27 september 2017 tot en met

11 oktober 2017, in de gemeente Enschede, althans (in elk geval) in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt, door (gedurende voornoemde periode) meermalen - via (een) (gehackte/vals(e)) Facebook(-account(s)) - op te roepen tot een (zogenaamd) Project X

2 feest (op genoemde datum (13 oktober 2017) en/of plaats/locatie).

3 De voorvragen

In de zaak met parketnummer 08/760058-18

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

In de zaak met parketnummer 08/953065-17

Geldigheid van de dagvaarding

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding voor feit 1 nietig moet worden verklaard omdat, zakelijk weergegeven, in de dagvaarding onvoldoende duidelijk is weergegeven tot welk strafbaar feit verdachte zou hebben aangezet met zijn bericht.

De rechtbank verwerpt het verweer. De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging op dit onderdeel, bezien in samenhang met de inhoud van het complete dossier, een voldoende duidelijke opgave van het strafbare feit bevat. Dit blijkt eveneens uit de eigen verklaring van verdachte op dit punt.

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding geldig is.

Overige voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

In de zaak met parketnummer 08/760058-18 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat, behoudens het onder 4 tenlastegelegde, de feiten bewezen kunnen worden verklaard.

In de zaak met parketnummer 08/953065-17 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 en 2 bewezen kunnen worden verklaard. Van het onder 3 tenlastegelegde moet verdachte worden vrijgesproken.

4.3

Het standpunt van de verdediging

In de zaak met parketnummer 08/760058-18 heeft de verdediging vrijspraak bepleit van het onder 1, 3 primair, 4, 5 en 6 primair tenlastegelegde. Ten aanzien van het onder 2 en 7 tenlastegelegde kan volgens de verdediging een bewezenverklaring volgen.

In de zaak met parketnummer 08/953065-17 heeft de verdediging vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten bepleit.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De zaak met parketnummer 08/760058-18 1.

Feit 1

Aangever [aangever 1]2 heeft verklaard dat op 21 maart 2018 door de onderneming

[bedrijf 3] B.V. een DJ-set is verhuurd aan [naam 3] . [naam 3] heeft de DJ-set op

21 maart 2018 om 15.00 uur opgehaald in Amsterdam. Aangever heeft tevens verklaard dat de aanschafwaarde van de DJ-set € 5.407,49 is, en dat, anders dan de afspraak was, de DJ-set niet op 22 maart 2018 om 11.00 uur is teruggebracht.

Getuige [getuige]3 heeft verklaard dat hij op 21 maart 2018 omstreeks 19.30 uur is benaderd door verdachte die hem heeft gevraagd of hij interesse had in een DJ-set. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op het moment dat hij de DJ-set kreeg wist dat deze door [naam 3] was gehuurd met de bedoeling om deze te verhandelen.4

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat verdachte dit feit alleen heeft gepleegd.

Feit 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

1. het proces-verbaal van de zitting van 20 september 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

2. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 5 december 2017, bladzijde 167.

Feit 3

Aangeefster [slachtoffer 4]5 heeft verklaard dat verdachte op 11 september 2017 voor haar een nieuw mobiel telefoonabonnement heeft afgesloten met een nieuwe mobiele telefoon, een zwarte iPhone 7. Ook heeft aangeefster verklaard dat verdachte de volgende dag weer een mobiel telefoonabonnement met mobiele telefoon – een goudkleurige iPhone 7 – voor haar heeft afgesloten, omdat de eerste telefoon niet goed was. De zwarte iPhone 7 moest zij van verdachte op het station in Almelo aan een kameraad van hem afgeven. Verder heeft zij verklaard dat verdachte de goudkleurige iPhone 7 heeft meegenomen. De zwarte iPhone 7 heeft aangeefster naar de kameraad van verdachte op het station in Almelo gebracht.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de goudkleurige iPhone 7 van aangeefster heeft meegenomen6. Verdachte heeft verder verklaard dat hij de zwarte iPhone 7 via zijn broer heeft gekregen. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij de telefoons in zijn bezit had, omdat hij de software in de telefoons wilde overzetten en dat aangeefster de telefoons dan terug zou krijgen. Verdachte heeft verklaard dat hij de telefoons tot op de dag vandaag niet heeft teruggegeven aan aangeefster.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van de primair tenlastegelegde diefstal van de telefoons, nu uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte op het moment van het verkrijgen van de iPhones het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had. De rechtbank komt op grond van deze bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde.

Feiten 4 en 5

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet bewezen kan worden hetgeen onder feit 4 is ten laste gelegd, en spreekt hem daarvan vrij.

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde overweegt de rechtbank het volgende. Aangeefster [slachtoffer 2]7 heeft verklaard dat zij samen met verdachte naar de ING-bank is gelopen aan de Stationsstraat te Apeldoorn. Aangeefster heeft verdachte haar bankpas en pinpas gegeven en zij heeft gezien dat verdachte geld uit de pinautomaat heeft gehaald. Verdachte heeft daarbij tegen aangeefster gezegd: “Als je mij jouw bankpas geeft, dan staat mijn kop op de camera en dan kun jij aangifte doen van diefstal van je bankpas”.

Verdachte heeft verder verklaard dat zij op 3 februari 2018 van haar moeder, die haar bankzaken beheert, het bericht heeft gekregen dat een bedrag van € 700,-- van haar bankrekening was afgeschreven.

Op de afschrijvingen van de ING-bankrekening van aangeefster8 staat vermeld dat op

3 februari 2018 om 10.27 uur een bedrag van € 700,-- bij een geldautomaat is opgenomen. De WhatsApp-gesprekken9 die aangeefster [slachtoffer 2] en verdachte later die dag (3 februari 2018) hebben, geven weer dat wordt gesproken over het teruggeven van € 700,-- door verdachte aan aangeefster [slachtoffer 2] . Verdachte heeft aangeefster geappt ”Als je me morgen neukt 700 terug”. De rechtbank begrijpt daaruit dat het gaat om een geldbedrag, omdat aangeefster vervolgens verdachte appt “ik hoef dat geld niet”.

Hoewel verdachte het tenlastegelegde ontkent, is de rechtbank van oordeel dat, op basis van de verklaring van aangeefster in samenhang met de gegevens op het bankafschrift (waarvan het tijdstip van opname strookt met de verklaring van aangeefster) en de inhoud van de WhatsAppgesprekken op dezelfde dag, wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte een bedrag van € 700,-- van aangeefster heeft weggenomen.

Feit 6

Verdachte wordt verweten dat hij een geldbedrag van [slachtoffer 3] heeft gestolen, dan wel dat bedrag van hem heeft verduisterd.

Aangever [slachtoffer 3]10 heeft verklaard dat hij op 19 maart 2018 bij [café] was en dat hij bij een jongen drugs wilde kopen en daarom bij de jongen en nog een ander persoon in de auto is gestapt.11 Aangever heeft verder verklaard dat in de auto de toon van de jongens veranderde. Zij vroegen naar aangevers bankgegevens. Verdachte is daarbij agressief en boos van toon geworden. Verdachte heeft daarbij door middel van zijn toon en geschreeuw duidelijk gemaakt dat aangever zijn pas en pincode moest afgeven. Aangever heeft verklaard dat hij bang was en daardoor overstag is gegaan. Aangever heeft de code van zijn app afgegeven. Aangever heeft gezien dat verdachte en de andere jongen een Random Reader bij zich hadden en dat zij via de telefoon in aangevers rekening kwamen. Aangever heeft in de auto doorgekregen dat € 2.500,-- van zijn rekening was afgeschreven en dat € 430,-- was gestorneerd.

Uit de gegevens op de bankafschriften12 van aangever blijkt dat er rond hetzelfde tijdstip eerst een overboeking is gedaan van € 2.500,-- van de spaarrekening van aangever naar de betaalrekening van aangever, vervolgens twee overschrijvingen zijn gedaan van de rekening van aangever naar de rekening van de [bedrijf 5] (van € 2.500,-- en € 430,--) en dat twee boekingen aan [bedrijf 6] zijn gestorneerd.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat aangever in dronken toestand een verkeerd bedrag heeft overgemaakt naar de rekening van de [bedrijf 5] . Verdachte heeft verklaard dat aangever geld zou overmaken naar de rekening van de [bedrijf 5] , waarover hij de beschikking had. Verdachte heeft ook verklaard dat hij van plan was om het bedrag terug te boeken, maar dat hij dat niet (meer) heeft gedaan omdat aangever hem begon te bedreigen in de latere WhatsApp-gesprekken.

De rechtbank acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat verdachte het feit alleen heeft gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat verdachte reeds in de auto het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van het geld heeft gehad. Er zijn meerdere handelingen verricht om het bedrag op de rekening van [bedrijf 5] te krijgen. Van een vergissing zoals verdachte heeft gesteld, kan naar het oordeel van de rechtbank geen sprake zijn. De rechtbank vindt de verklaring van verdachte over de reden dat aangever überhaupt geld naar de rekening van de [bedrijf 5] zou overmaken bovendien volstrekt ongeloofwaardig.

Feit 7

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder feit 7in de eerste plaats tenlastegelegde, voor zover het betreft de verduistering van de DJ-set van [bedrijf 1] , op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

1. het proces-verbaal van de zitting van 20 september 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

2. het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 22 maart 2018, bladzijde 360.

De rechtbank spreekt verdachte vrij voor zover hem ook ten laste is gelegd dat hij de DJ-set van [bedrijf 2] heeft verduisterd, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte de DJ-set van [bedrijf 2] anders dan door misdrijf onder zich had, hetgeen ook blijkt uit hetgeen hiervoor ten aanzien van feit 1 is overwogen.

De zaak met parketnummer 08/953065-17 13

Vanwege het onderlinge verband tussen de drie tenlastegelegde feiten zal de rechtbank deze feiten gezamenlijk bespreken.

Verdachte wordt verweten dat hij heeft opgeruid, de identiteit van anderen heeft gebruikt en heeft uitgelokt tot het plegen van openlijk geweld.

Opruiing is het aanzetten tot enig strafbaar feit of gewelddadig optreden tegen het

openbaar gezag. Opruiing is niet het dwingen van iemand tot een feit, maar veeleer het

opwekken van de gedachte aan enig feit, het trachten de mening te vestigen dat dit feit

wenselijk of noodzakelijk is en het verlangen op te wekken om dat feit te bewerkstelligen.

Zij kan de vorm van een verzoek, een aansporing, aannemen. Opruiing kan ook liggen in het uiting geven aan hoge morele waardering voor een handeling. De opruiing is al voltooid als de uitlating door de opruier is gedaan. Niet is vereist dat de opruiing enig resultaat heeft en dat het feit waartoe wordt opgeruid volgt. Het moet komen vast te staan dat redelijkerwijs waarschijnlijk is te achten dat het strafbaar feit of het gewelddadig optreden zal plaatsvinden, welke overigens uit feiten en omstandigheden moet worden afgeleid.

Verdachte heeft ter zitting verklaard14 dat hij alle berichten zoals beschreven in de tenlastelegging en waarin hij oproept om op 13 oktober 2017 naar het winkelcentrum Stroinkslanden in Enschede te komen voor een Project X 2 heeft geplaatst op Facebook. Hij heeft de berichten geplaatst onder de naam van [naam 1] en [naam 2] .

Verdachte heeft verder verklaard dat hij de oproepen heeft geplaatst omdat hij een feest wilde organiseren voor zijn broer, die net uit de TBS vrij kwam, en jarig was.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het plaatsen van deze berichten de strafbare feiten opleveren zoals deze aan verdachte zijn tenlastegelegd. In de op Facebook geplaatste teksten verwijst verdachte expliciet naar Project X, een verjaardagsfeest dat in Haren volledig uit de hand is gelopen, vanwege onbedoelde en massale aandacht op social media. Dat feest heeft geleid tot rellen en vernielingen op grote schaal en is veelvuldig in het nieuws geweest en niet op een positieve manier. Verdachte noemt Project X desondanks een “knalfeest”. Vervolgens zegt hij dat hij “natuurlijk Project X 2” organiseert en minimaal 50.000 mensen verwacht. Hij zegt ook “laten we het nog eens dunnetjes overdoen”. Verdachte heeft bovendien zelf de media getipt en is de berichten blijven plaatsen, nadat die door politie en Facebook zijn verwijderd. Na het derde bericht was de politie zelfs genoodzaakt in te grijpen. 151617

Gelet op de gevolgen van Project X in Haren, de ongekende rellen, de schade die daar is ontstaan en de oproep van verdachte om schijt te hebben aan de overheid, het eerste Project X te overtreffen of dunnetjes over te doen en in weerwil van de pogingen van de politie om de werving van verdachte tot stoppen te brengen, is de rechtbank van oordeel dat bewezen is dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij een leuk feest wilde organiseren en niets kwaads in de zin had, dat hij positieve gedachten heeft bij Project X in Haren en er daarom naar verwees, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Nog daargelaten dat verdachte door naar een compleet uit de hand gelopen feest te verwijzen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat ‘genodigden’ andere bedoelingen zouden hebben, meer in de lijn van Project X.

Bij het plaatsen van de Facebookberichten heeft verdachte gebruik gemaakt van namen van anderen, namelijk die van [naam 1] en [naam 2] en heeft op deze namen Facebookprofielen aangemaakt. Verdachte heeft verklaard dat hij dat heeft gedaan omdat hij niet bekend wilde zijn als degene die het feest heeft georganiseerd en niet in de publieke belangstelling wilde staan: het was een feest voor zijn broer. Verdachte zegt dat hij willekeurige namen heeft verzonnen. Gelet op de aard van de gekozen namen, vindt de rechtbank dat niet geloofwaardig en heeft verdachte op zijn minst voorwaardelijk opzet op het gebruik maken van iemand anders naam. Beide namen behoren ook toe aan daadwerkelijke personen. Deze namen bleken ook uniek; er is maar één [naam 1] en één [naam 2] bekend.18 Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat deze namen zijn te beschouwen als identificerende persoonsgegevens, als bedoeld in artikel 231b Sr.

Door het gebruik van de namen hebben beide personen schade ondervonden. De echte [naam 1] is benaderd door de politie en is bevraagd over zijn betrokkenheid bij deze kwestie. [naam 1] heeft verklaard19 dat hij zich pas later de gevolgen van de actie heeft gerealiseerd en dat hij hoopt dat niet nog jaren later te vinden is dat zijn naam is verbonden aan de organisatie van een Project X. Er heeft ook onderzoek plaatsgevonden naar [naam 2] .20 Ook voor hem kan reputatieschade, en dus nadeel, ontstaan, omdat zijn naam is gekoppeld aan deze kwestie.

De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat, nu verdachte doelbewust andere (profiel)namen heeft gekozen en gebruikt, hij daarmee zijn eigen identiteit heeft willen verhelen en dat hij daarbij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard en op de koop toe heeft genomen dat bij het gebruik van deze namen nadeel voor de directe personen kon ontstaan. De rechtbank acht dan ook het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Als gevolg van de berichten op Facebook zijn op 13 oktober 2017 mensen bijeengekomen bij het bedoelde winkelcentrum in Enschede. Zonder de oproepen van verdachte was dat niet gebeurd. Op 13 oktober 2017 hebben diverse personen openlijk geweld gepleegd tegen goederen. De gemeente heeft een noodbevel afgegeven om personen uit de omgeving van het winkelcentrum Stroinkslanden te kunnen verwijderen die deelnemen aan het geweld en de overlast. De politie heeft in haar processen-verbaal van bevindingen gerelateerd dat openlijk geweld tegen goederen is gepleegd door circa 150 personen, bestaande uit handelingen zoals in de tenlastelegging omschreven en aangevers hebben aangifte gedaan van vernieling van hun goederen. 2122232425

De rechtbank is van oordeel dat door de handelingen van verdachte, te weten het meerdere keren plaatsen van berichten op Facebook, ook nadat eerdere berichten door de politie en Facebook zijn verwijderd, het informeren van de pers in samenhang met de wetenschap van het effect van Project X-feesten (zie hierboven), verdachte bewust het risico heeft genomen én aanvaard dat op 13 oktober 2017 openlijk geweld zou worden gepleegd.

De rechtbank acht daarmee ook het onder 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De verdediging heeft gesteld dat uit de tenlastelegging niet duidelijk is welk uitlokkingsmiddel is gebruikt, terwijl dat wel is vereist. Dat verweer slaagt niet. In de tenlastelegging staat dat verdachte via Facebookaccounts heeft opgeroepen tot een Project X 2-feest. Verdachte heeft daarmee inlichtingen verschaft, zoals bedoeld in artikel 47 Sr. De oproepen op Facebook betroffen namelijk mededelingen van feitelijke aard en waren - zoals ook bleek - geschikt om te bewerkstelligen dat het delict werd gepleegd.

De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde en het onder 3 tenlastegelegde. De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van deze feiten sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr, aangezien eenzelfde feit in meer dan één strafbepaling valt.

4.5

De bewezenverklaring

In de zaak met parketnummer 08/760058-18

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 21 maart 2018 in Nederland een goed, te weten een geluidsinstallatie (Pioneer DJ-set plus mengtafel), voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf (verduistering) verkregen goed betrof;

2.

hij op 5 december 2017 in Nederland [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] een audiobericht gestuurd (via WhatsApp) waarin hij, verdachte, aangeeft: "Ik ga naar Duitsland ik haal wat op en je hebt een gigantisch probleem vriend, ga mij niet uitdagen want ik sta aan je deur. Ga maar naar de politie want ik rij met de auto naar jullie toe jongen en ik knal jou helemaal overhoop vriend, wie denk je dat je bent kankermongool";

3 subsidiair.

hij in de periode van 11 september 2017 tot en met 3 oktober 2017 in Nederland, opzettelijk mobiele telefoons (een Apple iPhone 7 black en een Apple iPhone 7 gold) toebehorende aan [slachtoffer 4] , en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend;

5.

hij op 3 februari 2018 in Nederland heeft weggenomen een geldbedrag (700 euro) toebehorende aan [slachtoffer 2] , met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6 primair.

hij op 19 maart 2018 in Nederland een geldbedrag dat aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

7.

hij op 9 maart 2018 in Nederland opzettelijk wederrechtelijk zich dj-apparatuur (muziekinstallatie) heeft toegeëigend, terwijl verdachte dat goed anders dan door misdrijf onder zich had, nu dat goed door verdachte was gehuurd, te weten een dj-set (merk Pioneer) toebehorende aan [bedrijf 1] .

In de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 subsidiair, 5, 6 primair en 7 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

In de zaak met parketnummer 08/953065-17

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij in de periode van 27 september 2017 tot en met 11 oktober 2017 in Nederland telkens in het openbaar bij geschrift en/of afbeelding tot enig strafbaar feit tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, immers heeft verdachte telkens middels gebruikmaking van Facebookaccounts ten name van “ [naam 1] ” en/of “ [naam 2] ” berichten op Facebook geplaatst met de inhoud:

Eerste bericht op naam van “ [naam 1] ”:

“Beste mensen op vrijdag 13 oktober is het weer zover. Kunnen jullie je project X nog herinneren het werd een knalfeest met maar liefst 40.000 mensen in een dorp. Dit jaar organiseer ik natuurlijk project X 2 en verwacht minimaal 50.000 mensen. Wij zorgen voor goede dj.s drank en nog veel meer. Ik organiseer dit feest op winkelcentrum stroinkslanden in Enschede zuid the Netherlands. Alstublieft mensen laten we met zn allen zien dat we schijt hebben aan de overheid die onze feestjes wil afpakken in onze mooie jonge jaren en laten we het dunnetjes overdoen. Zou iedereen dit bericht openbaar willen delen. Zodat heel de wereld kan meegenieten. Ik hoop op heel veel animo en dat iedereen zn vrienden uitnodigt. Ik zou zeggen welkom bij project X 2 in Enschede. Groetjes anoniem”

en

Tweede bericht op naam van “ [naam 2] ”:

“Hallo mensen wij hadden het project x2 feest op Facebook gezet maar de politie vond het zoals gedacht nodig dit te verwijderen. Dus zoals beloofd nogmaals de oproep. Mensen kom massaal naar wkc stroinkslanden op 13 oktober om 21:00 uur. Hat gaat gewoon door want we hadden al 5500 reacties het was 1900 x gedeeld dus heel nl is op de hoogte. Wij hopen dat iedereen dit weer wil delen. Want we willen veel animo. Mvg anoniem”

en aanvullend:

“XXX UPDATE PROJECT X2 XXX”

“Het vorige Facebook account is helaas verwijderd door Facebook zelf maar we

geven het niet zomaar op natuurlijk! Dus nogmaals het bericht met een nieuw

account!

Wegens veel interesse van jullie, hier wat details over het feest!

DATUM: VRIJDAG 13 OKTOBER

LOCATIE: WINKELCENTRUM STOINKSLANDEN

(ENSCHEDE ZUID, THE NETHERLANDS)

TIJD: VANAF VRIJDAGAVOND 21:00 UUR GAAT HET FEEST BEGINNEN

! DIT GAAT NATUURLIJK DOOR TOT IN DE VROEGE UURTJES

We gaan er met zn allen een knallend feest van maken!

-CREW PROJECT X2 XX”

en

Derde bericht op naam van “ [naam 1] ”:

“Dames en Heren.

zoals jullie weten vind er op vrijdag 13 oktober een heel groot projectX feest plaats in de wijk Stroinkslanden. Dit feest gaat zeker door er is al ontzettend veel animo en willen daarom nogmaals iedereen uitnodigen. Dus bij deze: Mensen wij roepen iedereen Masaallll op om aankomende vrijdag 13 oktober te komen naar winkelcentrum Stroinkslanden om eens flink te feesten. Ik doe dit zodat niemand het mag vergeten. Het feest begint om 21.00 uur en gaat door tot in de vroege uurtjes Mensen willen jullie dit allemaal nog eens flink delen en liken. Dat word namelijk zeer gewaardeerd. En ik zou zegge iedereen tot vrijdagavond!!!!!!!!!!!!”;

2.

hij in de periode van 27 september 2017 tot en met 11 oktober 2017 in Nederland telkens opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, te weten twee namen van anderen (te weten “ [naam 1] ” en/of “ [naam 2] ”) heeft gebruikt met het oogmerk om zijn, verdachtes, identiteit te verhelen, waardoor uit dat gebruik telkens enig nadeel kon ontstaan en welk gebruik er telkens in bestond dat hij, verdachte, die namen heeft gebruikt om op Facebook oproepen te plaatsen in verband met een (te organiseren) Project X 2 feest nabij Winkelcentrum Stroinkslanden op vrijdag 13 oktober 2017 te Enschede;

3.

Personen in de periode van 13 oktober 2017 tot en met 14 oktober 2017 in de gemeente Enschede, op/aan/nabij de openbare wegen, te weten de Zuid Esmarkerrondweg en de Knalhutteweg en Verwooldslanden en Vastertlanden, openlijk in vereniging geweld hebben gepleegd tegen goederen, te weten:

-verkeersborden van de Gemeente Enschede en

-ruiten van tankstation, genaamd [tankstation] en

-auto’s en

-een fiets en

-een aldaar rijdende stadsbus en

-reclameborden en

-een videobus van de politie en

-een of meer in de omliggende wijk geparkeerd staande auto’s en

-een bestelbus,

welk geweld bestond uit:

-het uit de grond trekken van verkeersborden en

-het gooien van een verkeersbord en voorwerpen door de ruit van [tankstation] en

-het gooien van zwaar vuurwerk in de richting van rijdende/passerende personenauto ‘s en

-het afsteken van/gooien van zwaar vuurwerk in de wasstraat van [tankstation] en (dicht) bij de brandstofpompen van [tankstation] en

-het gooien van een fiets voor een aldaar rijdende stadsbus en

-het op de rijbaan zetten van een zware container en winkelwagens en het gooien van reclameborden van het tankstation waardoor het verkeer er niet meer langs kon en

-het gooien van een pion tegen de videobus van de politie en

-het - in de omliggende wijk - vernielen van aldaar geparkeerd staande personenauto’s en bestelbus,

welk feit hij, verdachte, in de periode van 27 september 2017 tot en met 11 oktober 2017 in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt, door gedurende voornoemde periode meermalen - via Facebookaccounts - op te roepen tot een Project X 2 feest op 13 oktober 2017 en op genoemde plaats.

In de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 08/760058-18 bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 285, 310, 321 en 416 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: het misdrijf opzetheling;

feit 2: het misdrijf bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 3 subsidiair en feit 7: telkens het misdrijf verduistering;

feit 5 en feit 6 primair: telkens het misdrijf diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 08/953065-17 bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 131, 141 en 231b Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 en feit 3: eendaadse samenloop van:

het misdrijf: het in het openbaar bij geschrift tot enig strafbaar feit opruien, meermalen gepleegd, en

het misdrijf: het door verschaffen van inlichtingen opzettelijk uitlokken van het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen; meermalen gepleegd;

feit 2 het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de duur van de tijd die verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht recht doet aan de bewezenverklaarde feiten. Verdachte heeft baat bij een behandeling zoals door de deskundige en de reclassering geadviseerd en verdachte staat ook open voor behandeling. Het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde van plaatsing van verdachte in een klinische setting is dan ook wenselijk.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling, het verduisteren van telefoons en een DJ-set van personen, het plegen van diefstallen en een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank betrekt bij haar afweging ook de bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht die ad informandum is gevoegd.

Verdachte heeft bij het plegen van twee van deze feiten misbruik gemaakt van het vertrouwen dat aangevers in hem stelden door zich voor te doen als een betrouwbare partij. Verdachte ondermijnt daarmee het gewone maatschappelijke verkeer. In andere gevallen heeft verdachte misbruik gemaakt van de vriendschappelijke relatie, wat de rechtbank ook kwalijk vindt. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij heeft verklaard dat hij voornemens was goederen en geldbedragen terug te geven, maar dat hij daarvan heeft afgezien wanneer hij naar zijn idee onredelijk werd behandeld door de rechtmatige eigenaar van het geld of de goederen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opruiing tot een strafbaar feit, het opzettelijk en wederrechtelijk gebruiken van persoonsgegevens van twee personen en het uitlokken van het plegen van openlijk geweld tegen goederen.

In de avond van 13 oktober 2017 en de daaropvolgende nacht is door een groep van naar schatting honderdvijftig personen rondom winkelcentrum Stroinkslanden in Enschede urenlang op ernstige wijze openlijk geweld gepleegd. Deze personen maakten deel uit van een massa, die gereageerd had op een herhaaldelijke oproep van verdachte via Facebook om naar een feest, door hem genoemd “Project X 2” bij het winkelcentrum te komen. Voornoemd geweld was gericht tegen diverse goederen van zowel privépersonen als gemeentelijke eigendommen. Er zijn massale vernielingen aangericht, fietsen en een auto zijn in brand gestoken, er is met verkeersborden gegooid en er werden in en aan een benzinepompstation en een wasstraat vernielingen aangericht. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan, dat mede door zijn handelen, gevoelens van angst en onveiligheid teweeg zijn gebracht, met name bij voorbijgangers en omwonenden van het winkelcentrum.

Bij de overweging welke straf aan verdachte moet worden opgelegd neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een veelheid van strafbare feiten, die zich bovendien hebben voorgedaan in een relatief korte periode.

Uit de justitiële documentatie van verdachte is gebleken dat verdachte ter zake eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten gevangenisstraffen opgelegd heeft gekregen, en verdachte heeft tijdens zijn proeftijd strafbare feiten gepleegd.

Wat betreft de persoon van de verdachte overweegt de rechtbank als volgt. Over verdachte zijn een tweetal rapporten opgemaakt, namelijk het rapport van de reclassering van 27 juni 2018 en (in de zaak met parketnummer 08/760058-18) het opgemaakte Pro Justitia rapport van drs. J.P.M. van der Leeuw, psycholoog, van 17 juni 2018.

Uit het rapport van drs. Van der Leeuw blijkt dat bij verdachte sprake is van psychopathie, oftewel een psychopathische stoornis. Daarnaast heeft verdachte een antisociale persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en borderline trekken, is er sprake van een licht

verstandelijke beperking en zijn er aanwijzingen voor een gokverslaving.

Verdachte is een zwak intelligente man met een belast verleden, die niet alleen een kwetsbare persoonlijkheidsstructuur heeft ontwikkeld, maar vooral in de loop der tijd fors gecriminaliseerd is. De antisociale habitus kan volgens de psycholoog daarbij ook omschreven worden als secundaire psychopathisering. De psychopate trekken, als onderdeel van verdachte’s ziektebeeld, zijn de oorzaak dat alles bij verdachte mislukt. Eerdere behandelingen zijn niet aangeslagen. Behandelingen kunnen slechts geprobeerd worden als onderdeel van resocialisatie, met als doel dat verdachte in de toekomst de leefgebieden meer op orde krijgt en wellicht op die manier verder afraakt van de criminele wereld.

Wat betreft de bewezenverklaarde feiten heeft de psycholoog ten aanzien van feit 2 (in de zaak met parketnummer 08/760058-18) geadviseerd verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. Ten aanzien van de afdoening heeft de psycholoog geadviseerd om verdachte binnen het kader van een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf te verplichten tot (korte) klinische plaatsing in een forensisch psychiatrische kliniek (FPK) en nadien begeleiding door de reclassering en een forensisch FACT-team.

Ook de reclassering heeft geadviseerd een (deels) voorwaardelijk straf op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden van meldplicht, opname in een zorginstelling en beschermd of begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Hoewel zij heeft gerapporteerd dat zij, mede op basis van eerdere toezicht- en begeleidingstrajecten, slechts risicofactoren zien en geen beschermende factoren. Verdachte heeft vele kansen gekregen maar eigenlijk alles is mislukt, zo stelt de reclassering.

De rechtbank is van oordeel dat, hoewel gebleken is dat in het verleden opgelegde voorwaardelijke straffen met daaraan verbonden voorwaarden niet tot beoogd resultaat hebben geleid, toch opnieuw een deels voorwaardelijke straf moet worden opgelegd. Verdachte heeft nog steeds begeleiding en zorg nodig, zoals ter zitting ook is gebleken. Daarnaast heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij behandeling nodig heeft met een flinke stok achter de deur. Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal niet in het belang van verdachte zijn en op termijn de maatschappij geen goed doen, aangezien op basis van de rapporten geconcludeerd kan worden dat verdachte alsdan verder zal criminaliseren.

Alles afwegende acht de rechtbank passend en geboden om verdachte te veroordelen tot gevangenisstraf van na te melden duur, waarvan een deel voorwaardelijk, gelet op de adviezen van de psycholoog en de reclassering. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel de voorwaarden verbinden zoals door de reclassering en de psycholoog geadviseerd. De rechtbank acht het van belang dat verdachte nadere behandeling ondergaat. Ter zitting is gebleken dat een indicatie is afgegeven voor opname van verdachte in FPK de Woenselse Poort en dat hij daar over enige tijd kan worden geplaatst. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij ook opgenomen wil worden en blij is met het vooruitzicht van praktische hulp na die opname. De tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest, wordt op de op te leggen gevangenisstraf in mindering gebracht.

De rechtbank is van oordeel dat de op grond van artikel 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 14d Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar moeten zijn nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van één of meer personen. Verdachte heeft in korte tijd twee personen met een misdrijf tegen het leven bedreigd en op basis van genoemde rapportages kan gesteld worden dat de kans op herhaling groot is.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

In de zaak met parketnummer 08/760058-18

8.1.1

[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 1.488,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- iPhone 7, zwart, € 696,--;

- iPhone 7, goud, € 792,--.

8.1.2

[bedrijf 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 5.328,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- waarde DJ set € 4.968,--;

- huur DJ set 25-04-2018 € 180,--;

- huur DJ set 06-04-2018 € 180,--.

8.1.3

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 309,58, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post:

- reiskosten € 9,58.

Aan immateriële schade wordt een bedrag van € 300,-- gevorderd.

8.1.4

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 1.821,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- reiskosten € 7,28;

- wederrechtelijk toegeëigend bedrag € 700,--;

- telefoon € 864,--.

Aan immateriële schade wordt een bedrag van € 250,-- gevorderd.

In de zaak met parketnummer 08/953065-17

[tankstation] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 3.189,98, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- schade ruiten € 716,66;

- schade deur wasstraat € 1.764,63;

- schade goederen € 244,69;

- personeelskosten € 464,--.

Gemeente Enschede heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 4.833,88, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- herstelkosten schade € 674,88;

- kosten ambtelijke organisatie, als:

reguliere uren € 1.890,--;

extra uren inzet € 2.269,--.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 08/760058-18 ingediende vorderingen

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] volledig kunnen worden toegewezen. De vordering van [slachtoffer 2] kan tot een bedrag van € 700,-- worden toegewezen. Het meer of anders gevorderde betreft het onder feit 4 tenlastegelegd en daarvoor dient vrijspraak te volgen. De benadeelde partij is hierdoor in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk.

De vordering van [bedrijf 1] kan tot een bedrag van € 4.968,-- minus de BTW worden toegewezen. Het meer of anders gevorderde is volgens de officier van justitie niet voldoende onderbouwd.

Ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 08/953065-17 ingediende vorderingen

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van gemeente Enschede kan worden toegewezen en dat, nu voor feit 3 vrijspraak moet volgen, [tankstation] in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

8.3

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 08/760058-18 ingediende vorderingen

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 2] in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat verdachte van de tenlastegelegde feiten 4 en 5 moet worden vrijgesproken. [bedrijf 1] dient in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat zijn vordering niet in voldoende rechtstreeks verband met het delict staat. Overigens dient rekening te worden gehouden met de ouderdom van de DJ-set en met het feit dat de gevorderde BTW hier niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] stelt de verdediging dat een vergoeding voor immateriële schade van € 300,-- aan de hoge kant is, voor het ontvangen van een enkel audiobericht.

De verdediging heeft geen opmerkingen ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 4] .

Ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 08/953065-17 ingediende vorderingen

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat nu verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten, gemeente Enschede en [tankstation] in hun vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

De verdediging heeft subsidiair gesteld dat de gemeente Enschede in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat er sprake is van een

onaanvaardbare doorkruising van publiekrechtelijke regelgeving. Meer subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat deze zodanig gecompliceerd is dat sprake is van een onevenredige belasting van het strafproces. [tankstation] moet, voor zover de vordering ziet op schade aan de deur van het tankstation, niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de deur noch in de aangifte noch in de tenlastelegging is opgenomen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 08/760058-18 ingediende vorderingen

8.4.1

De vordering van [slachtoffer 4] .

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit 3 subsidiair rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen.

8.4.2

De vordering van [bedrijf 1] .

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank acht de opgevoerde schadepost ten aanzien van de apparatuur voldoende onderbouwd en aannemelijk en zal deze schadepost toewijzen, behoudens de daarin opgenomen BTW nu verdachte dit bedrag als ondernemer kan verrekenen/terugvorderen bij de Belastingdienst.

De gevorderde huurkosten zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn vordering alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.4.3

De vordering van [slachtoffer 1]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen.

8.4.4

De vordering van [slachtoffer 2]

Deze vordering heeft betrekking op zowel het onder 4 als onder 5 tenlastegelegde. Nu verdachte van feit 4 wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in het deel van de vordering dat ziet op feit 4, zijnde het gevorderde bedrag van € 1.114,--, niet-ontvankelijk verklaren.

Ten aanzien van het overige deel dat ziet op het onder 5 tenlastegelegde is door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 707,28, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

Ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 08/953065-17 ingediende vorderingen

8.4.5

De vordering van [tankstation]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit 3 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank acht de opgevoerde schadeposten voldoende onderbouwd en aannemelijk en zal de vordering toewijzen.

8.4.6

De vordering van gemeente Enschede

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit 3 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij.

De rechtbank is van oordeel dat de door de gemeente gevorderde schadevergoeding betrekking heeft op kosten die zij heeft gemaakt ter uitvoering van haar publiekrechtelijke taak. Anders dan door de verdediging gesteld is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een onaanvaardbare doorkruising van publiekrechtelijke regelgeving.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte met het bewezenverklaarde feit wist of op zijn minst genomen moest weten dat als gevolg daarvan schade zou ontstaan aan eigendommen van de gemeente en dat dit de gemeente zou nopen tot het herstellen van de geleden schade. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de gemeente aannemelijk is en uitvoerig onderbouwd, en zal de vordering toewijzen.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die in de zaak met parketnummer 08/760058-18 door de feiten 2, 3, 5 en 7, en in de zaak met

parketnummer 08/953065-17 door feit 3 is toegebracht.

9 De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 08/203825-16 voorwaardelijk opgelegde straf toe te wijzen.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat het, gelet op de in de hoofdzaak opgelegde straf, niet opportuun is om thans tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf over te gaan en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08/760058-18 onder 3 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08/760058-18 onder 1, 2, 3 subsidiair, 5, 6 primair en 7 en het in de zaak met parketnummer 08/953065-17 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte in de zaak met parketnummer 08/760058-18 onder 1, 2, 3 subsidiair, 5, 6 primair en 7 en het in de zaak met parketnummer 08/953065-17 onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

in de zaak met parketnummer 08/760058-18

feit 1: opzetheling;

feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 3 subsidiair en feit 7: telkens het misdrijf verduistering;

feit 5 en feit 6: telkens het misdrijf diefstal;

in de zaak met parketnummer 08/953065-17

feit 1 en feit 3: eendaadse samenloop van het in het openbaar bij geschrift tot enig strafbaar feit opruien, meermalen gepleegd, en het door verschaffen van inlichtingen opzettelijk uitlokken van het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen; meermalen gepleegd;

feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor de bewezenverklaarde feiten;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 15 (vijftien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

- zich klinisch laat behandelen in FPK De Woenselse Poort, of een soortgelijke instelling ter beoordeling van de reclassering, voor een termijn van maximaal 12 maanden of zoveel korter als de behandelaars mogelijk of noodzakelijk achten. Verdachte zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van de kliniek zullen worden gegeven;

- indien er nog geen plek is voor verdachte in FPK De Woenselse Poort, of een soortgelijke instelling ter beoordeling van de reclassering, na opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis, zal verblijven bij een geschikte overbruggingsplaats te bepalen door de reclassering;

- gedurende de proeftijd (of zoveel korter als de reclassering nodig vindt) zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte zal zich houden aan de huisregels en het dagprogramma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de op grond van artikel 14c Sr gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van € 1.488,-- (eenduizendvierhonderdachtentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.488,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 24 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 1] van een bedrag van € 4.105,79 (vierduizendeenhonderdenvijf euro en 79 eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2018;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 7 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.105.79, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 51 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 1] voor een deel van € 1.222,21 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van

€ 309,58 (driehonderdennegen euro en 58 eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 309,58, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 6 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van

€ 707,28 (zevenhonderdenzeven euro en 28 eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2018;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 5 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 707,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 14 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor een deel van € 1.114,-- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [tankstation] van een bedrag van € 3.189,98 (drieduizendenhonderdnegenentachtig euro en 98 eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2017, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.189,98, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 41 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Gemeente Enschede van een bedrag van € 4.833,88 (vierduizendachthonderddrieëndertig euro en 88 eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2017, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.833,88, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 58 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk wordt aan de opgelegde onvoorwaardelijke straf;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 19 januari 2017 van de politierechter in de zaak met parketnummer 08/203825-16 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Bos, voorzitter, mr. S.K. Huisman en

mr. M.I. van Meel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer 2018122699-32. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 22 maart 2018, bladzijde 100.

3 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 22 maart 2018, bladzijde 97.

4 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 september 2018 voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 12 oktober 2017, bladzijde 180.

6 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 september 2018, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 21 februari 2018, bladzijde 239, 2e alinea.

8 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5, Sv, te weten een print van internetbankieren, bladzijde 242.

9 een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5, Sv, te weten een weergave van WhatsApp-gesprek, bladzijde 251.

10 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 27 maart 2018, bladzijde 278.

11 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 september 2018, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

12 Geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5, Sv, te weten vijf prints van internetbankieren genaamd Boekingsdetails, bladzijde 281 tot en met 285.

13 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2017467056. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

14 Het proces-verbaal van de zitting van 20 september 2018, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

15 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] van 13 oktober 2017, bladzijde 35.

16 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] van 17 oktober 2017, bladzijde 116 - 119.

17 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] van 19 oktober 2017, bladzijde 134.

18 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] van 13 oktober 2017, bladzijde 100, in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] van 30 oktober 2017, bladzijde 139.

19 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] van 13 oktober 2017, bladzijde 100.

20 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] van 30 oktober 2017, bladzijde 139.

21 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] van 14 oktober 2017, bladzijde 140.

22 Een afschrift van een op 14 oktober 2017 opgemaakt proces-verbaal van aangifte van D.A.Markarov, bladzijde 144.

23 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] van 17 oktober 2017, bladzijde 150.

24 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] van 30 oktober 2017, bladzijde 156.

25 Een afschrift van een op 18 oktober 2017 opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , bladzijde 158.