Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3479

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-09-2018
Datum publicatie
24-09-2018
Zaaknummer
08/994516-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie mannen uit Zoetermeer en Den Haag krijgen een gevangenisstraf van 24 maanden voor het dumpen van grote hoeveelheden drugsafval in De Wolden en Alphen aan de Rijn op 6 juni 2018.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige economische kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08/994516-18 (P)

Datum vonnis: 24 september 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats 1] ,

nu verblijvende in PI Leeuwarden te Leeuwarden.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 september 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.C. Westerling-Diderich en van hetgeen door verdachte en diens raadsvrouw mr. D.M.P. van Eijsden, advocaat te 's-Gravenhage, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte verschillende milieudelicten heeft gepleegd door op 6 juni 2018, samen met anderen, een aantal vaten met afval afkomstig van de bereiding van amfetamine, te vervoeren in een bestelauto zonder dat die vaten waren vastgezet en deze te dumpen in Benthuizen en in De Wolden.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 6 juni 2018, in de gemeente De Wolden, tezamen en in

vereniging met anderen of ander, althans alleen,

al dan niet opzettelijk, zich van (gevaarlijke) afvalstoffen heeft ontdaan

door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten,

anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

toen twee, althans één of meer 1000 liter IBC-vaten, met (restanten van) een

sterk basische vloeistof (met een sterke ammonia geur) en/of afval afkomstig

van de vervaardiging/bereiding van amfetamine, althans (een) (gevaarlijke)

afvalstof(fen) gestort en/of achtergelaten en/of anderszins op of in de bodem

gebracht van/nabij een natuurgebied van het Drents Landschap en/of nabij de

Wildeberg te Zuidwolde;

2.

hij op of omstreeks 6 juni 2018, in de gemeente De Wolden en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of ander, althans alleen,

al dan niet opzettelijk,

(een) handeling(en) met afvalstoffen heeft verricht en/of nagelaten waarvan

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den)

kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of

konden ontstaan, niet aan zijn / hun verplichting heeft / hebben voldaan alle

maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s)

konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen

en/of te beperken,

immers heeft / hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) toen

- drie, althans één of meerdere 1000 liter IBC-vaten met (restanten van) een

sterk basische vloeistof (met een sterke ammonia geur) en/of afval afkomstig

van de vervaardiging/bereiding van amfetamine, althans met (een)

(gevaarlijke) afvalstof(fen), in een (bestel)auto vervoerd zonder dat

voornoemd(e) IBC vat(en) waren (was) vastgezet en/of

- twee, althans één of meerdere 1000 liter IBC-vaten met (restanten van) een

sterk basische vloeistof (met een sterke ammonia geur) en/of afval afkomstig

van de vervaardiging/bereiding van amfetamine, althans (een) (gevaarlijke)

afvalstof(fen), gestort en/of achtergelaten en/of op/in de bodem gebracht in

en/of nabij een natuurgebied van het Drents Landschap en/of op/in/nabij een

weg bestaande uit kiezels en zand, De Wildenberg;

3.

hij op of omstreeks 6 juni 2018, in de gemeente Alphen aan de Rijn, tezamen en

in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, al dan niet

opzettelijk, zich van (gevaarlijke) afvalstoffen heeft ontdaan door deze - al

dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten of anderszins op of

in de bodem te brengen of te verbranden,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen drie, althans één of meer 1000 liter IBC-vaten met (restanten van) sterk

zure vloeibare afvalstoffen, althans afval afkomstig van de vervaardiging van

(grondstoffen voor de productie van) amfetamine, althans (gevaarlijke)

afvalstoffen en/of vier, althans een of meer vaten met (restanten van) sterke

zure vloeibare afvalstoffen, althans afval afkomstig van de vervaardiging van

(grondstoffen voor de productie van) amfetamine, althans (een) (gevaarlijke)

afvalstof(fen), gestort en/of achtergelaten en/of anderszins op of in de bodem

gebracht van en/of nabij de weg de Benthorn te of nabij Benthuizen;

4.

hij op of omstreeks 6 juni 2018, in de gemeente Alpen aan de Rijn en/of elders

in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of ander, althans alleen, al dan niet opzettelijk, (een) handeling(en) met afvalstoffen heeft verricht en/of nagelaten waarvan

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den)

kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of

konden ontstaan, niet aan zijn / hun verplichting heeft / hebben voldaan alle

maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s) konden

worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te

beperken,

immers heeft / hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- zes, althans een of meer 1000 liter IBC-vaten met (restanten van) sterk zure

vloeibare afvalstoffen, en/of een sterk basische vloeistof (met een sterke

ammonia geur), althans afval afkomstig van de vervaardiging van (grondstoffen

voor de productie van) amfetamine, althans (een) (gevaarlijke) afvalstof(fen)

en/of vier, althans een of meer (blauwe) vaten met (restanten van) van sterke

zure vloeibare afvalstoffen, althans (een) (gevaarlijke) afvalstof(fen), in

een (bestel)auto vervoerd zonder dat voornoemd(e) IBC- vat(en) en/of blauw(e)

vat(en) waren (was) vastgezet en/of

- drie, althans één of meerdere (lekkende) 1000 liter IBC-vaten met (restanten

van) sterk zure vloeibare afvalstoffen, althans afval afkomstig van de

vervaardiging van (grondstoffen voor de productie van) amfetamine, althans

(een) (gevaarlijke) afvalstof(fen) en/of vier, althans een of meer (blauwe)

vaten met (restanten van) van sterke zure vloeibare afvalstoffen, althans

(een) (gevaarlijke) afvalstof(fen), gestort en/of achtergelaten en/of op/in de

bodem gebracht in en/of nabij een weg de Benthorn en/of de berm van die weg

en/of waarna of waardoor die vloeistof in de berm en/of het

oppervlaktewaterlichaam kon lopen;

5.

hij op of omstreeks 6 juni 2018, in de gemeente Alphen aan de Rijn,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk en wederrechtelijk (een) stof(fen), te weten (een) restant(en)

van een zure vloeistof en/of afval afkomstig van de vervaardiging/bereiding

van (grondstoffen voor de productie van) amfetamine, althans (een)

(gevaarlijke) afvalstof(fen) op en/of in de bodem en/of in de lucht en/of in

het oppervlaktewater heeft gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare

gezondheid en/of levensgevaar voor (een) ander(en) te duchten was, immers heeft / hebben hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n), toen drie,

althans één of meer 1000 liter IBC-vaten (deels) gevuld met voornoemde

afvalstoffen achtergelaten op of aan of nabij de weg de Benthorn, terwijl die

vaten, althans één of meer van die vaten, lekten, waardoor dampen van

voornoemde afvalstoffen die sterk zuur waren in de lucht zijn vrijgekomen,

althans in de lucht konden vrijkomen en/of voornoemde stof(fen) in de bodem

en/of in het oppervlaktewater terecht kwamen of konden komen, waardoor de ter

plaatse gegane toezichthouders [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en/of (de) van die weg (de

Benthorn) gebruik makende personen werden en/of konden worden blootgesteld

aan de dampen van voornoemde stof(fen), terwijl het inademen van de dampen

van voornoemde stof(fen) gevaar voor de openbare gezondheid veroorzaakte of

kon veroorzaken, te weten klachten bestaande uit een bijtend effect voor / op

/ van de ademhalingswegen en/of keelpijn en/of hoesten en/of moeizaam ademen

en/of kortademigheid en/of ademnood;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 5 geen veroodeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

het aan hem, verdachte en/of zijn, verdachtes mededader(s) schuld, althans aan

zijn, verdachtes, schuld te wijten is geweest dat op of omstreeks 6 juni

2018, in de gemeente Alphen aan de Rijn,

wederrechtelijk (een) stof(fen), te weten (een) restant(en) van een zure

vloeistof en/of afval afkomstig van de vervaardiging/bereiding van

(grondstoffen voor de productie van) amfetamine, althans (een) (gevaarlijke)

afvalstof(fen) op en/of in de bodem en/of in de lucht en/of in het

oppervlaktewater werden gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare

gezondheid en/of levensgevaar voor (een) ander(en) te duchten was,

immers heeft / hebben hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n), toen drie,

althans één of meer 1000 liter IBC-vaten (deels) gevuld met voornoemde

afvalstoffen achtergelaten op of aan of nabij de weg de Benthorn, terwijl die

vaten, althans één of meer van die vaten, lekten, waardoor dampen van

voornoemde afvalstoffen die sterk zuur waren in de lucht zijn vrijgekomen,

althans in de lucht konden vrijkomen en/of voornoemde stof(fen) in de bodem

en/of in het oppervlaktewater terecht kwamen of konden komen,

waardoor de ter plaatse gegane toezichthouders [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en/of (de)

van die weg (de Benthorn) gebruik makende personen werden en/of konden worden

blootgesteld aan de dampen van voornoemde stof(fen), terwijl het inademen van

de dampen van voornoemde stof(fen) gevaar voor de openbare gezondheid

veroorzaakte of kon veroorzaken, te weten klachten bestaande uit een bijtend

effect voor / op / van de ademhalingswegen en/of keelpijn en/of hoesten en/of

moeizaam ademen en/of kortademigheid en/of ademnood.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

4.1

De feitelijke gang van zaken

Op 6 juni 2018 omstreeks 20.05 uur kwam er bij de meldkamer van de politie Noord-Nederland een melding binnen van de getuige [getuige 1] dat er op de Wildenberg in de gemeente De Wolden twee IBC-containers waren gestort die mogelijk gevuld waren met gevaarlijke afvalstoffen afkomstig van de productie van synthetische drugs. Door voornoemde [getuige 1] en de getuige [getuige 2] is waargenomen dat in ieder geval twee personen gebruik makende van een kleine witte vrachtauto met laadklep en met opschrift ‘ [Autoverhuur] ’ hierbij betrokken waren en dat zij na de dumping ‘zich uit de voeten maakten’ met het voertuig.234

Naar aanleiding van de melding van deze getuige heeft de meldkamer Noord-Nederland een

oproep gedaan aan alle eenheden uit te kijken naar het voertuig met deze kenmerken.

Op 6 juni 2018 omstreeks 20.17 uur is het voertuig rijdende aangetroffen op de A28 onder

Staphorst, waarna het tot stilstand is gebracht. In het voertuig zaten drie personen. Verdachte

en de medeverdachte [medeverdachte 1] zijn in het voertuig op heterdaad aangehouden. De derde

persoon, naar later bleek medeverdachte [medeverdachte 2] , trachtte aan zijn aanhouding te ontkomen door

te vluchten over de rijbanen van de autosnelwegen. [medeverdachte 2] is die dag omstreeks 20.35 uur, na

inzet van een diensthond, aangehouden.56

Ter plaatse is een onderzoek ingesteld aan het voertuig, waarna bleek dat in de laadbak nog één nagenoeg volledig met vloeistof gevulde IBC-container stond, als ook een palletwagen.7

De politie heeft een onderzoek ingesteld naar de bij de dumping in De Wolden gebruikte kleine witte vrachtauto met laadklep, merk Renault Master, gekentekend [kenteken] met opschrift ‘ [Autoverhuur] ’. Uit dit onderzoek bleek dat dit voertuig op 6 juni 2018 is gehuurd door [naam] .8 [naam] heeft verklaard dat hij het voertuig op verzoek van [voornaam medeverdachte 1] heeft gehuurd. Op 6 juni 2018 is [naam] met [voornaam medeverdachte 1] en een Indonesische man van ca. 25-35 jaar naar Sassenheim gereden. [voornaam medeverdachte 1] en de Indonesische man bleven bij de bushalte wachten, terwijl [naam] het voertuig voor hen ophaalde. [naam] heeft deze auto op 6 juni 2018 om 10.38 uur opgehaald, waarna de Indonesische man achter het stuur ging zitten en [naam] werd afgezet bij het station.9

De voornaam van medeverdachte [medeverdachte 1] is [voornaam medeverdachte 1] , terwijl [medeverdachte 1] ook voldoet aan het door [naam] opgegeven signalement.

Uit de verklaring van de getuige [getuige 3] , eigenaar van het verhuurbedrijf, blijkt dat zijn bedrijf slechts één kleine witte vrachtauto met laadklep met het opschrift ‘ [Autoverhuur] ' in het bezit heeft en dat dit de auto is met kenteken [kenteken] .10

Onderzoek door de politie heeft verder uitgewezen dat de telefoons van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 6 juni 2018 omstreeks 10.32 uur en 10.43 uur aanstraalden op een mast in de buurt van Oegstgeest. Dit is in de nabije omgeving van Sassenheim, de plaats waar de vrachtauto is gehuurd.11

Op 6 juni 2018 omstreeks 11.00 uur is volgens de getuige [getuige 4] , werkzaam bij [bedrijf] in Leiderdorp, de aangetroffen palletwagen gehuurd door de medeverdachte [medeverdachte 1] , die in het gezelschap was van een jonge man met een getinte huidskleur.12

Uit de gegevens afkomstig van de telefoon in gebruik bij de medeverdachte [medeverdachte 2] blijkt dat hij op 6 juni 2018 om 09.08 uur contact heeft gezocht met het nummer van [bedrijf] in Leiderdorp.

Tevens blijkt dat de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 2] die dag om 11.00 uur aanstraalt op een mast in Leiderdorp.13

Op 6 juni 2018 vanaf 11.38 uur is er een WhatsApp gesprek tussen het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 1] ( [voornaam medeverdachte 1] ) en het telefoonnummer van verdachte ( [alias verdachte] ), waarin onder meer wordt geschreven:

“14:19 uur: [voornaam medeverdachte 1] : hij geeft je 75 euro ervoor! Klein beetje mee helpen en goeie plek.

14:20 uur: [alias verdachte] : Top.

14:20 uur: [alias verdachte] : Waar meeten we?

14:24 uur: [voornaam medeverdachte 1] : doe voorweglaag

15:02 uur: [voornaam medeverdachte 1] : zijn er over 10 min”.

Om 15.08 uur wordt vanaf het telefoonnummer van verdachte een sms met de tekst: "Gast wff ben er he kk droplul" gestuurd aan medeverdachte [medeverdachte 1] .14

Op 6 juni 2018 rond 14.46 en 15.08 uur stralen de telefoons van de medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte aan op masten bij Zoetermeer.15

Op 6 juni 2018 heeft de getuige [getuige 5] bij de politie een dumping gemeld van IBC-vaten in Benthuizen, gemeente Alphen aan den Rijn. [getuige 5] gaf daarbij aan dat de vaten er om 13.30 uur nog niet stonden, maar om 17.30 uur wel. Hij heeft ook gezien dat de vaten lekten. In de berm en de sloot lagen volgens deze getuige ook zakken.16

De getuige [getuige 6] heeft verklaard dat hij werkzaam was op een veld gelegen aan De Benthorn, gemeente Benthuizen, en dat hij drie IBC-containers bij een witte vrachtauto, met laadklep aan de achterzijde, heeft gezien. Die vrachtauto had een opschrift: “Autoverhuur”.17

De getuige [getuige 7] heeft verklaard dat hij rijdend over “De Benthorn” te Benthuizen om 16.05 uur een witte bestel-vrachtauto aan de kant zag stilstaan en dat deze hard optrok en wegreed en dat bij deze vrachtauto drie IBC-vloeistofcontainers stonden. Voorts heeft hij gezien dat de vloeistof in de containers nog heen en weer bewoog en dat aan de zijkant van de auto stond vermeld: “ [Autoverhuur] ”.18

De telefoons van verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] stralen respectievelijk om 16.13 uur en 16.22 uur aan op masten in de buurt van Benthuizen.19

Hierna stralen de telefoons van verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aan op de masten op de route richting Zuidwolde. Tussen 18.28 uur en 20.00 uur stralen de telefoons van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aan op masten in de buurt van de stortlocatie Zuidwolde en de telefoon van verdachte straalt die dag om 20.00 uur eveneens aan op een mast te Zuidwolde.2021

Uit de telefoon die bij verdachte in gebruik was bleek na onderzoek dat de route die was afgelegd op 6 juni 2018 was opgeslagen. Uit deze route blijkt dat dit toestel op 6 juni 2018 zich langere tijd in Benthuizen (in de nabijheid van de stortlocatie) heeft bevonden en daarna naar De Wildenberg in Zuidwolde is gegaan.22

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is op basis van het onderliggende strafdossier en de zich daarin bevindende stukken en getuigenverklaringen van mening dat het ten laste gelegde onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.3

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw geen opmerkingen gemaakt. Hetzelfde geldt voor het bewijs van feit 2.

Ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5 heeft de raadsvrouw betoogd dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte betrokken is geweest bij de dumping van afvalstoffen te Benthuizen en dat hij derhalve van die feiten moet worden vrijgesproken. In dat verband heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het onduidelijk is of verdachte de gebruiker is geweest van de telefoon toen de Whatsapp berichten werden verstuurd waardoor niet vaststaat dat hij degene is geweest die werd opgehaald in Zoetermeer. Voorts lopen volgens de raadsvrouw de getuigenverklaringen over de dumping in Benthuizen uiteen, met name over het tijdstip van de dumping. De verklaring van de getuige [getuige 8] dat dit om 16.05 uur zou zijn gebeurd is volgens de raadsvrouw onbetrouwbaar en er moet meer waarde worden gehecht aan de verklaring van de getuige [getuige 6] die zegt dat de dumping heeft plaatsgevonden tussen 14.30 en 15.00 uur. Wanneer ervan wordt uitgegaan dat verdachte de gebruiker van de telefoon is geweest, dan is hij pas na 15.00 uur opgehaald in Zoetermeer en kan hij dus niet aanwezig zijn geweest bij een dumping voor 15.00 uur in Benthuizen. Het enige dat verdachte dan volgens de raadsvrouw aan de dumplocatie linkt zijn de locatiegegevens van de telefoon van verdachte. Dit is echter volgens de geldende jurisprudentie onvoldoende.

Ten aanzien van feit 5 heeft de raadsvrouw verder betoogd dat de aangetroffen stoffen in de vaten zijnde APAAN en BMK geen levensgevaarlijke stoffen zijn zoals de wetgever heeft bedoeld bij het tenlastegelegde feit en dus niet wordt voldaan aan de voorwaarden die gesteld worden voor een bewezenverklaring.

Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat indien de feiten 2 en 4 wel bewezen verklaard worden, er sprake is van een voortgezette handeling.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastegelegde feiten onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair wettig en overtuigend bewezen zijn en overweegt daartoe het volgende.

Met betrekking tot de feiten 1 en 2 (dumping te Zuidwolde)

Getuige [getuige 1] heeft omstreeks 20.05 uur melding gemaakt van de dumping in Zuidwolde. Verdachte is samen met zijn medeverdachten slechts enkele minuten later aangehouden in de auto die door getuige [getuige 1] is beschreven. Achterin de auto waarin verdachte zich bevond stond bovendien nog een IBC-container met een soortgelijke vloeistof als die kort daarvoor in Zuidwolde was gedumpt.

Uit het NFI-rapport inzake de locatie Zuidwolde d.d. 27 augustus 2018 blijkt dat er onder meer stoffen zijn aangetroffen die gebruikt worden dan wel vrijkomen bij de vervaardiging van amfetamine.23 Wanneer de afvalstromen die ontstaan bij de productie van MDMA en/of amfetamine een regulier proces waren geweest, zouden de afvalstoffen (wasvloeistoffen of oplosmiddelen) onder hoofdstuk 7 “afval van organische chemische processen” vallen en gevaarlijk zijn. Gezien de gevaarlijke eigenschappen kan het afval worden ingedeeld als gevaarlijk afval indien het gaat om waterige vloeistoffen met een zeer hoge of zeer lage pH.2425

De rechtbank acht gelet op voorgaande overwegingen bewezen dat verdachte samen met anderen in Zuidwolde twee 1000 liter IBC-vaten met een sterk basische vloeistof, afkomstig van de productie van amfetamine, buiten een inrichting voor gevaarlijke afvalstoffen heeft gestort.

De rechtbank acht eveneens bewezen dat verdachte samen met anderen drie vaten, te weten de twee gestorte vaten én het vat dat nog achter in de auto stond, hebben vervoerd zonder dat deze vaten waren vastgezet. Gelet op alle vastgestelde feiten en omstandigheden kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachten dit opzettelijk gedaan hebben.

De rechtbank acht het onder 1 en 2 tenlastegelegde daarom wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot de feiten 3 en 4 (Benthuizen)

De raadsvrouw heeft gesteld dat de verklaring van de getuige [getuige 8] onbetrouwbaar is. De rechtbank is echter van oordeel dat de verklaring van getuige [getuige 8] consistent en betrouwbaar is. Getuige [getuige 8] heeft zeer concreet verklaard tegenover de politie. Bovendien heeft hij zijn verklaring ter terechtzitting gehandhaafd en nader onderbouwd. Zo heeft [getuige 8] andermaal verklaard dat hij zag dat de vloeistof in de IBC-containers nog heen en weer bewoog toen hij een witte bestel-vrachtauto met het opschrift “ [Autoverhuur] ” aan de kant van de weg had zien stilstaan te Benthuizen. [getuige 8] heeft bovendien verklaard dat hij toen op het dashboard klokje van zijn auto heeft gekeken en zo heeft geconstateerd dat het 16.05 uur was.26

De rechtbank verwerpt het betrouwbaarheidsverweer van de raadsvrouw dan ook.

Evenals later in Zuidwolde is de witte bestel-vrachtauto met het opschrift ‘ [Autoverhuur] ’, waarvan er maar één is, door een getuige gezien bij de dumping van IBC-containers in Benthuizen. De raadsvrouw heeft gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte zich op dat moment in de witte bestel-vrachtauto bevond. De rechtbank volgt de raadsvrouw daarin niet.

Anders dan de raadsvrouw heeft gesteld, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het dossier dat het verdachte moet zijn geweest die gebruik heeft gemaakt van zijn telefoon op 6 juni 2018. Tussen de telefoon van verdachte en die van medeverdachte [medeverdachte 1] is op 6 juni 2018 tussen 13.45 uur en 15.07 uur veelvuldig telefonisch contact.27 Ook blijkt uit voornoemde Whatsapp gesprekken en sms-bericht tussen de telefoon van verdachte en die van [medeverdachte 1] dat er een afspraak wordt gemaakt om tegen betaling te gaan helpen, dat ze bij de Voorweg Laag in Zoetermeer ‘meeten’ en dat de gebruiker van de telefoon van verdachte daar kennelijk eerder is dan [medeverdachte 1] .28 Na 15.08 uur is er geen Whatsapp-, sms- of telefonisch contact meer tussen de nummers, hetgeen past bij het gegeven dat ze elkaar op dat moment ontmoet hebben zoals afgesproken. Uit de locatiegegevens van onder meer de telefoon van verdachte blijkt dat hij gedurende het verdere verloop van de dag tot aan zijn aanhouding op dezelfde plekken als de medeverdachten verbleef. De telefoon is uiteindelijk ook aangetroffen in dezelfde auto als waarin verdachte is aangehouden.

Uit een netwerk zoeking is tevens gebleken dat het telefoontoestel van verdachte zich op 6 juni 2018 langere tijd op de stortlocatie te Benthuizen heeft bevonden.

De rechtbank is van oordeel dat uit deze feiten en omstandigheden volgt dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte op 6 juni 2018 om 15.08 uur op de afgesproken locatie bij tramhalte Voorweg Laag te Zoetermeer is opgehaald door de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en dat hij, evenals in Zuidwolde, bij de dumping van IBC-vaten in Benthuizen betrokken is geweest.

Getuige [slachtoffer 1] heeft gezien dat twee van de gestorte vaten vloeistof lekten, welke vloeistof al vijftien meter over de weg was gelopen tot in de begroeiing van de berm. Voorts heeft de getuige gezien dat de vloeistof ook in de naastgelegen sloot was gelopen.29 Uit de aangifte namens de Provincie Zuid-Holland blijkt dat er naast 1000 liter IBC-containers, die op de weg waren gezet, ook diverse kleine blauwe vaten op de weg en in de berm waren gestort. Door de lekkende vaten is de onderliggende bodem en het water in de sloot vervuild geraakt.30

Uit het rapport Nederlands Forensisch Instituut (NFI) inzake de locatie Benthuizen, d.d. 4 september 2018 blijkt dat er stoffen zijn aangetroffen die gebruikt worden dan wel vrijkomen bij de vervaardiging van amfetamine.31 Wanneer de afvalstromen die ontstaan bij de productie van MDMA en/of amfetamine een regulier proces waren geweest, zouden de afvalstoffen (wasvloeistoffen of oplosmiddelen) onder hoofdstuk 7 “afval van organische chemische processen” vallen en gevaarlijk zijn. Gezien de gevaarlijke eigenschappen kan het afval worden ingedeeld als gevaarlijk afval indien het gaat om waterige vloeistoffen met een zeer hoge of zeer lage pH.32

Uit het proces-verbaal opgesteld door het Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) blijkt dat de beide IBC-containers die in Zuidwolde zijn gedumpt afval bevatten afkomstig van de grootschalige omzetting van APAAN met behulp van BMK voor de vervaardiging van amfetamine en dat deze gelet op de hoge pH aan te merken zijn als gevaarlijk afval en sterk bodemverontreinigend. De IBC-container die is aangetroffen in de vrachtauto bevat tevens afval van de grootschalige vervaardiging van amfetamine en is gelet op de hoge pH aan te merken als gevaarlijk afval en eveneens sterk bodemverontreinigend.33

De rechtbank acht gelet op voorgaande overwegingen bewezen dat verdachte samen met anderen drie 1000 liter IBC-vaten en vier blauwe vaten met een sterk zure vloeistof afkomstig van de productie van amfetamine, buiten een inrichting voor gevaarlijke afvalstoffen heeft gestort in Benthuizen.

De rechtbank acht eveneens bewezen dat verdachte samen met anderen zes vaten, te weten de drie in Benthuizen gestorte vaten plus de twee later in Zuidwolde gestorte vaten én het vat dat nog achter in de auto stond, hebben vervoerd zonder dat deze vaten waren vastgezet.

Gelet op alle vastgestelde feiten en omstandigheden kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachten dit opzettelijk gedaan hebben.

De rechtbank acht het onder 3 en 4 tenlastegelegde daarom wettig en overtuigend bewezen.

Feit 5

Voor een bewezenverklaring van het in artikel 173a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) strafbaar gestelde dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verdachte opzettelijk en wederrechtelijk een stof op de bodem, in de lucht of in het oppervlaktewater heeft gebracht, waardoor gevaar voor de openbare gezondheid óf levensgevaar voor een ander te duchten is.

Van levensgevaar is niet gebleken. Echter is naar het oordeel van de rechtbank wel sprake geweest van gevaar voor de openbare gezondheid, welk gevaar zich ook verwezenlijkt heeft bij toezichthouder [slachtoffer 2] . Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Uit voornoemde rapporten van het NFI en het LFO, in samenhang bezien met de standaardverklaring van het NFI, blijkt dat de door verdachte gedumpte vloeistoffen zijn ontstaan bij de productie van amfetamine en dat deze stoffen gelet op de hoge pH gevaarlijk zijn en gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Uit de standaardverklaring blijkt voorts dat door het inademen van de dampen een acuut gezondheidseffect kan ontstaan, zoals keelpijn, hoesten, moeizaam ademen, kortademigheid en ademnood.34

Uit de verklaring van de getuige [slachtoffer 2] , medewerker Toezicht en Handhaving van de gemeente Alphen aan de Rijn, blijkt dat hij onwel is geworden omdat hij te dicht bij gedumpte vaten is geweest. Er was sprake van een geïrriteerde slokdarm door het inademen van de vrijgekomen dampen en het zuurstofgehalte in het bloed was van voornoemde getuige te hoog.35

De getuige [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij toen hij nabij de IBC-vaten kwam hij al snel kortademig werd en prikkeling kreeg in zijn keel. Hij heeft daarop zijn collega [slachtoffer 2] verteld dat hij niet dicht bij de vaten moest komen. Hij zag kort daarop dat zijn collega onwel werd.36

Gelet op de gezondheidsrisico’s die inademing van de dampen van de gedumpte vloeistoffen met zich mee kan brengen, welke gezondheidsrisico’s zich ook verwezenlijkt hebben, is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het vereiste van gevaar voor de openbare gezondheid. Reeds uit de wijze waarop de vaten zijn gedumpt blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is geweest van opzettelijk en wederrechtelijk handelen.

De rechtbank acht het onder feit sub 5 primair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De conclusie

Gelet op de hierboven genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair ten laste gelegde samen met anderen heeft begaan.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 6 juni 2018 in de gemeente De Wolden,

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk zich van gevaarlijke afvalstoffen heeft ontdaan door deze - in verpakking - buiten een inrichting te storten,

immers hebben hij, verdachte en zijn mededaders toen twee 1000 liter IBC-vaten met een sterk basische vloeistof afkomstig van de vervaardiging/bereiding van amfetamine, gestort en achtergelaten nabij een natuurgebied van het Drents Landschap nabij De Wildenberg te Zuidwolde;

2.

hij op 6 juni 2018 in de gemeente De Wolden en elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk handelingen met afvalstoffen heeft verricht waarvan hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu konden ontstaan, en niet aan hun verplichting hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en zijn mededaders konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken,

immers hebben hij, verdachte en zijn mededaders toen

- drie 1000 liter IBC-vaten met een sterk basische vloeistof afkomstig van de vervaardiging/bereiding van amfetamine, in een bestelauto vervoerd zonder dat

voornoemde IBC-vaten waren vastgezet en

- twee 1000 liter IBC-vaten met een sterk basische vloeistof afkomstig van de vervaardiging/bereiding van amfetamine, gestort en achtergelaten nabij een natuurgebied van het Drents Landschap op een weg bestaande uit kiezels en zand, De Wildenberg;

3.

hij op 6 juni 2018 in de gemeente Alphen aan de Rijn, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk zich van gevaarlijke afvalstoffen heeft ontdaan door deze - in verpakking - buiten een inrichting te storten,

immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders toen drie 1000 liter IBC-vaten met sterk zure vloeibare afvalstoffen en vier vaten met sterk zure vloeibare afvalstoffen gestort en achtergelaten nabij de weg de Benthorn te Benthuizen;

4.

hij op 6 juni 2018 in de gemeente Alphen aan de Rijn,

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk handelingen met afvalstoffen heeft verricht waarvan hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu konden ontstaan, en niet aan hun verplichting hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en zijn mededaders konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken,

immers hebben hij, verdachte en zijn mededaders

- zes 1000 liter IBC-vaten met sterk zure vloeibare afvalstoffen en/of een sterk basische vloeistof, en vier blauwe vaten met sterk zure vloeibare afvalstoffen, in een bestelauto vervoerd zonder dat voornoemde IBC-vaten en blauwe vaten waren vastgezet en

- drie 1000 liter IBC-vaten met sterk zure vloeibare afvalstoffen en vier blauwe vaten met sterk zure vloeibare afvalstoffen gestort en achtergelaten en op de bodem gebracht nabij een weg de Benthorn waarna die vloeistof in de berm en het oppervlaktewaterlichaam kon lopen;

5.

hij op 6 juni 2018 in de gemeente Alphen aan de Rijn,

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk stoffen, te weten een zure vloeistof afkomstig van de vervaardiging/bereiding van amfetamine, op en in de bodem en in de lucht en in het oppervlaktewater heeft gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid te duchten was,

immers hebben hij, verdachte en zijn medeverdachten toen twee 1000 liter IBC-vaten gevuld met voornoemde afvalstoffen achtergelaten op de weg de Benthorn, terwijl die vaten lekten, waardoor dampen van voornoemde afvalstoffen die sterk zuur waren in de lucht zijn vrijgekomen en voornoemde stoffen in de bodem en in het oppervlaktewater terecht kwamen of konden komen, waardoor de ter plaatse gegane toezichthouders [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] blootgesteld werden en van die weg (de Benthorn) gebruik makende personen konden worden blootgesteld aan de dampen van voornoemde stoffen, terwijl het inademen van de dampen van voornoemde stoffen gevaar voor de openbare gezondheid veroorzaakte of kon veroorzaken, te weten klachten bestaande uit een bijtend effect voor/op/van de ademhalingswegen en keelpijn en hoesten en moeizaam ademen en kortademigheid en ademnood.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 173a Sr.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 en feit 3

telkens het misdrijf:

het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.2 lid 1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 2 en feit 4

het misdrijf:

de voortgezette handeling van telkens: het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.1 lid 1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 5 primair

het misdrijf:

het medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk een stof op en in de bodem, in de lucht en in het oppervlaktewater brengen, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid te duchten is.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de zorg voor zijn kind en de ziekte van zijn partner.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich met zijn mededaders schuldig gemaakt aan het in strijd met de milieuregelgeving vervoeren en dumpen van een grote hoeveelheid afvalstoffen die afkomstig was van de productie van amfetamine. Het bewust niet in acht nemen van de milieuregelgeving in verband met het verhullen van illegale productie van synthetische drugs levert grootschalige dumpingen op van afval en is verworden tot een groot maatschappelijk probleem. Het dumpen van dit afval levert aanzienlijke risico’s op voor de natuur en voor de volksgezondheid. Mensen kunnen daardoor gezondheidsklachten oplopen. Door het niet op reguliere wijze afvoeren van afvalstoffen ontstaat er een grote kans op milieuschade, waarbij tevens een hoge kostenpost voor de samenleving, zowel de overheid als particulieren, ontstaat, omdat deze afvalstoffen zorgvuldig moeten worden verwijderd en er alsnog voor een verantwoorde verwerking van deze afvalstoffen moet worden zorggedragen.

Het strafblad van verdachte bevat geen eerdere veroordelingen op het gebied van de Opiumwet en aan milieuregelgeving gerelateerde misdrijven.

In het nadeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de delicten.

Dat verdachte zelf belang had bij het dumpen van afval dat afkomstig was van een drugslaboratorium is niet gebleken. De rechtbank houdt het ervoor dat verdachte een ondergeschikte rol heeft gespeeld en dat hij niet de initiator van de dumpingen is geweest. Dat neemt niet weg dat verdachte tweemaal tot dumping is overgegaan en de risico’s en gevolgen daarvan bewust op anderen heeft afgewenteld.

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een forse gevangenisstraf op zijn plaats is. Gelet op alle gememoreerde feiten en omstandigheden acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

De gemeente De Wolden, de provincie Zuid-Holland en de heer [slachtoffer 1] , wonende te [woonplaats 2] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces.

De gemeente De Wolden vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 12.671,11, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

De provincie Zuid-Holland vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 87.531,86 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

De heer [slachtoffer 1] vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen waarbij hij heeft aangegeven dat de rechtbank deze in redelijkheid en billijkheid mag bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de ingediende vorderingen van de provincie Zuid-Holland en de gemeente De Wolden integraal en hoofdelijk toe te wijzen nu beide partijen rechtstreeks zijn benadeeld door dumping van het afval en zij voor de afvoer daarvan kosten hebben gemaakt.

Voorts heeft zij verzocht de vordering van de heer [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk te verklaren nu deze onbepaald en niet verder onderbouwd is.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de gemeente De Wolden en de provincie Zuid-Holland niet ontvankelijk dienen te worden verklaard, nu deze vorderingen kort voor de zitting zijn ingediend en er nog allerlei vragen zijn over de kosten die zouden zijn gemaakt door beide partijen. Voorts heeft zij verzocht de vordering van de heer [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk te verklaren nu deze onvoldoende bepaald en onderbouwd is.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De vorderingen van de benadeelden partijen zijn gemotiveerd betwist door de verdediging.

Ten aanzien van de vorderingen van de gemeente De Wolden en de provincie Zuid-Holland is de rechtbank van oordeel dat het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partijen om hun kostenposten alsnog nader te onderbouwen zal leiden tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank deze vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] zal de rechtbank niet ontvankelijk verklaren omdat de rechtbank met de verdediging en de officier van justitie van oordeel is dat de vordering onvoldoende bepaald is.

De benadeelde partijen kunnen de vorderingen aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9 De vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter van 8 februari 2018 is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht dagen, waarvan zeven dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De officier van justitie heeft gevorderd dat last tot uitvoering wordt gegeven aan de voorwaardelijk opgelegde straf van zeven dagen gevangenisstraf.

De raadsvrouw heeft om afwijzing van de vordering verzocht nu deze straf is opgelegd voor een geheel ander feit zijnde een vernieling. Subsidiair heeft de raadsvrouw om verlenging van de proeftijd verzocht.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden toegewezen. Het is gebleken dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. De rechtbank gelast daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14g, 47, 56 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 en feit 3

telkens het misdrijf:

het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.2 lid 1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 2 en feit 4

het misdrijf:

de voortgezette handeling van telkens: het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.1 lid 1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 5 primair

het misdrijf:

het medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk een stof op en in de bodem, in de lucht en in het oppervlaktewater brengen, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid te duchten is;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partijen de gemeente De Wolden, de provincie Zuid-Holland en de heer [slachtoffer 1] in het geheel niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat de benadeelde partijen die vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

- gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 8 februari 2018 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van zeven dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. J. Wentink en mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie Noord-Nederland, dienst regionale recherche, proces-verbaalnummer 2018143024, genaamd Roodborst. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] d.d. 12 juni 2018 (blz. 394 tot en met 396).

3 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] d.d. 12 juni 2018 ( blz. 399 tot en met 401).

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juni 2018 (blz. 386).

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 juni 2018 (blz. 373 en 374).

6 Proces-verbaal van aanhouding medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 6 juni 2018 (blz. 377).

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juni 2018 (blz. 381).

8 Proces-verbaal ontvangst gevorderde gegevens d.d. 11 juni 2018 (blz. 423 tot en met 425).

9 Proces-verhaal van verhoor van de getuige [naam] d.d. 28 juni 2018 (blz. 442 tot en met 444).

10 Proces-verbaal van aanvullend verhoor van de getuige [getuige 3] d.d. 21 juni 2018 (blz. 431).

11 Proces-verbaal van bevindingen verwerking verkeersgegevens d.d. 19 juli 2018 (blz. 538 tot en met 540).

12 Proces-verbaal van bevindingen horen getuige [getuige 4] d.d. 9 juli 2018 (blz. 459).

13 Proces-verbaal van bevindingen verwerking verkeersgegevens d.d. 19 juli 2018 (blz. 538 tot en met 540).

14 Proces-verbaal van onderzoek gegevens van telefoon verdachte [medeverdachte 1] d.d. 3 juli 2018 (blz. 466 en 467).

15 Proces-verbaal van bevindingen verwerking verkeersgegevens d.d. 19 juli 2018 (blz. 538 tot en met 540).

16 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 5] d.d. 14 juni 2018, met bijlagen (blz. 651 tot en met 655).

17 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 6] d.d. 7 juni 2018 (blz. 656).

18 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 7] d.d. 19 juni 2018 (blz. 659 en 660).

19 Proces-verbaal van bevindingen verwerking verkeersgegevens d.d. 19 juli 2018 (blz. 538 tot en met 540).

20 Proces-verbaal van bevindingen verwerking verkeersgegevens d.d. 19 juli 2018 (blz. 541).

21 Bijlage behorende bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juli 2018 (blz. 546).

22 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2018 (blz. 494 en 495).

23 Een geschrift zijnde een NFI-rapport inzake locatie Zuidwolde, d.d. 27 augustus 2018.

24 Standaardverklaring Milieu- en gezondheidsrisico’s van het achterlaten van (afval)stoffen van de MDMA en amfetamine productie (blz. 226 tot en met 232).

25 Een proces-verbaal van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) d.d. 12 juli 2018 (blz. 553 en 554).

26 Verklaring van verhoor van de getuige [getuige 7] afgelegd ter terechtzitting van 10 september 2018.

27 Proces-verbaal van onderzoek gegevens van telefoon verdachte [medeverdachte 1] d.d. 3 juli 2018 (blz. 466).

28 Proces-verbaal van onderzoek gegevens van telefoon [verdachte] d.d. 13 juli 2018 (blz. 511 en 512).

29 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [slachtoffer 1] d.d. 14 juli 2018 (blz. 674 en 675).

30 Proces-verbaal van aangifte namens de Provincie Zuid-Holland d.d. 25 juni 2018 (blz. 686).

31 Een geschrift zijnde een rapport Nederlands Forensisch Instituut (NFI) inzake locatie Benthuizen, d.d. 4 september 2018.

32 Standaardverklaring Milieu- en gezondheidsrisico’s van het achterlaten van (afval)stoffen van de MDMA en amfetamine productie (blz. 226 tot en met 232).

33 Een proces-verbaal van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) d.d. 12 juli 2018 (blz. 553 en 554).

34 Standaardverklaring Milieu- en gezondheidsrisico’s van het achterlaten van (afval)stoffen van de MDMA en amfetamine productie (blz. 226 tot en met 232).

35 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [slachtoffer 2] d.d. 9 juli 2018 (blz. 670 tot en met 672).

36 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [slachtoffer 1] d.d. 14 juli 2018 (blz. 675).