Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3474

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-09-2018
Datum publicatie
24-09-2018
Zaaknummer
08-910000-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 52-jarige man tot een gevangenisstraf van 4 maanden. In de woning van de man zijn hard- en softdrugs aangetroffen die onder andere bestemd waren voor de verkoop. Daarnaast heeft de man twee filmpjes met dierenporno online verspreid. De rechtbank spreekt de man vrij van mensenhandel, omdat niet bewezen kan worden dat de man ten tijde van het ten laste gelegde wist dat het slachtoffer een verstandelijke beperking had.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer 08-910000-18 (P)

Datum vonnis: 24 september 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1966 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

nu verblijvende in PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 19 april 2018, 16 juni 2018 en 10 september 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.M. Noordzij en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na een nadere omschrijving van de tenlastelegging van 19 juni 2018, en een wijziging van de tenlastelegging van 10 september 2018, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: (primair) zich ten opzichte van [slachtoffer] heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel, dan wel (subsidiair) daartoe een poging heeft gedaan;

feit 2: heeft gehandeld in harddrugs, dan wel harddrugs aanwezig heeft gehad;

feit 3: heeft gehandeld in hennep, dan wel hennep aanwezig heeft gehad;

feit 4: zich heeft schuldig gemaakt aan het verspreiden of aanwezig hebben van pornografie met dieren.

Voluit luidt de (gewijzigde) tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) tezamen en in vereniging met een ander en/of alleen, in of omstreeks de periode van 1januari 2018 tot en met 13 januari 2018 in de gemeente Enschede en/of elders in Nederland een ander, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1976)

(sub 1)

door dwang en/of geweld en/of door dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met een andere feitelijkheid en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of heeft vervoerd met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer]

en/of

(sub 4)

door dwang en/of door geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie

die [slachtoffer] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (mede bestaande uit seksuele handelingen) met onder de onder sub 1 genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of door geweld of een andere feitelijkheid en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, ten aanzien van die [slachtoffer] , enige handeling heeft ondernomen waarvan hij en/of zijn mededader wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (mede bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling)

en/of

(sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer]

en/of

(sub 9)

(telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of door geweld of een andere feitelijkheid en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

die [slachtoffer] heeft gedwongen dan wel bewogen hem en/of zijn mededader te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader

- ( via de website [naam 1] en/of via Facebook en/of via WhatsApp en/of telefonisch en/of

persoonlijk) contact met die [slachtoffer] gezocht en/of onderhouden en/of die [slachtoffer] onder

zijn, verdachtes, invloedssfeer gebracht en/of (vervolgens)

- seks met die [slachtoffer] gehad en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] vastgebonden en/of tegen haar wil (een) (naakt)foto(’s) en/of (naakt)films van

die [slachtoffer] gemaakt en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat deze nu de slaaf van verdachte was en/of

- die [slachtoffer] opgedragen om zichzelf te prostitueren en/of

- bepaald of en hoeveel klanten die [slachtoffer] moest ontvangen en/of

- bepaald dat die [slachtoffer] van (een deel van) het eerste door haar in de prostitutie verdiende

geld een klantentelefoon moest kopen en/of

- het (grootste deel van het) door die [slachtoffer] in de prostitutie verdiende geld ingenomen

en/of door die [slachtoffer] aan hem, verdachte, en/of aan zijn mededader laten afdragen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader

- ( een) foto(s) heeft/hebben gemaakt of laten maken van die [slachtoffer] voor (een)

seksadvertentie(s) en/of

- ( een) seksadvertentie(s) heeft/hebben gemaakt of laten maken van die [slachtoffer] (onder de

werknaam [naam 2] ) en/of die seksadvertentie(s) op [webadres] en/of op een of meer

andere (seks)sites heeft/hebben geplaatst en/of laten plaatsen en/of

- heeft/hebben bepaald waar die [slachtoffer] klanten moest ontvangen en/of

- heeft/hebben bepaald welke klanten die [slachtoffer] moest ontvangen en/of

- heeft/hebben bepaald welke seksuele handelingen die [slachtoffer] moest verrichten,

terwijl die [slachtoffer] een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was,

omdat die [slachtoffer]

- over beperkte geestvermogens beschikte (totale IQ score van 67, verstandelijk vermogen

van een kind van 8-10 jaar oud) en/of

- onder toezicht! bewind was gesteld en/of begeleid woonde en/of

- verliefd was op verdachte en/of onder zijn invloed was en/of bang was voor verdachte

waardoor ze alles deed wat hij en/of zijn mededader van haar wilde(n) en hij en/of zijn

mededader haar totaal in zijn macht had(den);

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen , subsidiair, ter zake dat

hij op één of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018

tot en met 13 januari 2018 in de gemeente Enschede en/of elders in Nederland

ter uitvoering van zijn, verdachtes, voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander en/of alleen een ander, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1976), door dwang en/of geweld en/of door dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met een andere feitelijkheid en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, te werven en/of te vervoeren (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer]

(sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer]

en/of

(sub 9)

(telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of door geweld of een andere feitelijkheid en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding, dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voorvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

die [slachtoffer] heeft gedwongen, dan wel bewogen hem en/of zijn mededader te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

en/of

door dwang en/of door geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en)

en/of door dreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van een kwetsbare positie te dwingen of te bewegen zich beschikbaar

te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (mede bestaande uit

seksuele handelingen), hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- ( via de website [naam 1] en/of via Facebook en/of via WhatsApp en/of

telefonisch en/of persoonlijk) contact met die [slachtoffer] gezocht en/of

onderhouden en/of die [slachtoffer] onder zijn, verdachtes, invloedssfeer

gebracht en/of (vervolgens)

- seks met die [slachtoffer] gehad en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] vastgebonden en/of tegen haar wil (een) (naakt)foto(’s) en/of

(naakt)films van die [slachtoffer] gemaakt en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat deze nu de slaaf van verdachte was en/of

- die [slachtoffer] opgedragen om zichzelf te prostitueren en/of

- bepaald dat die [slachtoffer] een klantentelefoon moest kopen en/of

- bepaald of en hoeveel klanten die [slachtoffer] moest ontvangen waarbij verdachte en/of zijn

mededader

- ( een) foto(’s) heeft/hebben gemaakt of laten maken van die [slachtoffer] voor

(een) seksadvertentie(s) en/of

- ( een) seksadvertentie(s) heeft/hebben gemaakt of laten maken van die

[slachtoffer] (onder de werknaam [naam 2] ) en/of die seksadvertentie(s) op

[webadres] en/of op een of meer andere (seks) sites heeft/hebben

geplaatst en/of laten plaatsen en/of

- heeft/hebben bepaald waar die [slachtoffer] klanten moest ontvangen en/of

- heeft/hebben bepaald welke klanten die [slachtoffer] moest ontvangen en/of

- heeft/hebben bepaald welke seksuele handelingen die [slachtoffer] moest verrichten,

terwijl die [slachtoffer] een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was,

omdat die [slachtoffer]

- over beperkte geestvermogens beschikte (totale IQ score van 67,

verstandelijk vermogen van een kind van 8-10 jaar oud) en/of

- onder toezicht/ bewind was gesteld en/of begeleid woonde en/of

- verliefd was op verdachte en bang was om hem kwijt te raken waardoor ze alles

deed wat hij van haar wilde en hij haar totaal in zijn macht had,

terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 22 januari 2018

te Enschede en/of elders in Nederland (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] )

- 12,56 gram en/of 10,37 gram en/of 1,12 gram (22 januari 2018),

althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- 13,60 gram (22 januari 2018),

althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine

en/of

- 275 milliliter (22 januari 2018),

althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende GHB

(Gamma Hydroxy Boterzuur) en/of

- 41 ( XTC) tabletten en/of 98 (XTC) tabletten en/of 98,5 (XTC) tabletten

en/of 101 (XTC) tabletten en/of 33 (XTC) tabletten en/of 76 (XTC) tabletten

(22 januari 2018),

althans (een) hoeveelhe(i)d(en) (XTC) tabletten, bevattende MDMA

(3,4-methyleendioxymethamfetamine)

althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA

(3,4-methyleendioxymethamfetamine),

zijnde cocaïne en/of amfetamine en/of GHB (Gamma Hydroxy Boterzuur) en/of

MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 22 januari 2018

te Enschede en/of elders in Nederland (telkens) opzettelijk heeft verkocht

en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) ongeveer 148,47 gram (22 januari 2018), althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

bij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2016

tot en met 21 januari 2018 in de gemeente Enschede en/of elders in Nederland

(telkens) een afbeelding, te weten een film, heeft verspreid althans in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een

communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding/film

telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn waarbij een

mens en (een) dier(en) is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken,

welke ontuchtige handelingen bestonden uit:

- het door een dier, te weten een hond rectaal en/of vaginaal penetreren van

het lichaam van een vrouw, dan wel een of meer parende beweging(en) maken

ter hoogte van het onderlichaam van die vrouw en/of

- het door die/een vrouw likken, in de mond nemen, betasten en/of aanraken van

de penis/ het geslachtsdeel van die hond

(betreft bestandsnaam [naam 3] , aangetroffen in mobiele

telefoon Samsung type S 5, goednummer [nummer 1] )

en/of

- het door een vrouw likken, in de mond nemen, betasten en/of aanraken van

de penis / het geslachtsdeel van een dier, te weten een hond en/of

- het door die/een vrouw met haar mond opvangen van vloeistof (sperma of urine)

die kennelijk uit de penis van die hond komt en/of het vervolgens door

die/een vrouw laten likken van haar mond door dat die hond en/of

- het (opnieuw) door die/een vrouw likken van de penis/het geslachtsdeel van

die hond

(betreft bestandsnaam [naam 4] , aangetroffen in mobiele

telefoon Samsung type S 6, goednummer [nummer 2] )

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de tenlastelegging gewijzigd is op een wijze die partieel nietig verklaard moet worden. Immers, ter zitting is een op de vordering handgeschreven wijziging akkoord verklaard ten aanzien van 1 subsidiair onder sub 4 waarbij enkele woorden worden toegevoegd tussen “kwetsbare positie” en “enige handeling” terwijl er geen subsidiair onder sub 4 is waarin deze woorden voorkomen. De rechtbank heeft voor het overige vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair (sub 1) en (sub 4) en de onder 1 subsidiair onder (sub 6) en (sub 9), alsmede de 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.

Ten aanzien van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat zowel het verhandelen als het aanwezig hebben van de in die feiten genoemde hard- en soft drugs bewezen kan worden verklaard.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak van de onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten bepleit. Haar daartoe strekkende betoog is verwoord in een aan het proces-verbaal van de terechtzitting gehechte pleitnota. Zakelijk weergegeven komt haar betoog erop neer dat het wettig en overtuigend bewijs voor het aanwenden door verdachte van één of meer van de primair tenlastegelegde dwangmiddelen ontbreekt en evenmin wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is van uitbuiting dan wel het op een andere wijze genieten van enig voordeel. Het onder 1 subsidiair ten laste gelegde opzet tot uitbuitingen en het aanwenden van dwangmiddelen kan volgens de raadsvrouw evenmin wettig en overtuigend worden bewezen. Ten aanzien van een bewezenverklaring van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Van mensenhandel is sprake indien deze is gericht op uitbuiting. Uitbuiting impliceert onvrijwilligheid van degene die wordt uitgebuit. Van onvrijwilligheid kan onder meer sprake zijn indien de uitgebuite persoon ten gevolge van een verstandelijke beperking zich ten opzichte van de verdachte in een kwetsbare positie bevindt. Wat betreft het onder 1 ten laste gelegde is duidelijk dat de vraag naar een bewezenverklaring van de door verdachte gebezigde dwangmiddelen zich toespitst op de kwetsbare positie van [slachtoffer] en deze omstandigheid vormt aldus een essentieel bestanddeel van de tenlastelegging. Van een dergelijke positie is volgens vaste rechtspraak sprake indien de misbruikte geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze had dan het misbruik te ondergaan.

Vast staat dat [slachtoffer] een verstandelijke beperking had. Wil in het onderhavige geval sprake zijn van een strafbare uitbuiting, dan moet verdachte opzettelijk en welbewust gebruik hebben gemaakt van [slachtoffer] ’s kwetsbare positie. Of verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt hangt onder meer af van verdachtes wetenschap omtrent [slachtoffer] ’s verstandelijke beperking. De aanwezigheid van die beperking is door de wetgever niet geobjectiveerd.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de inhoud van het procesdossier niet kan worden bewezen dat ten tijde van de tenlastelegging die wetenschap bij verdachte aanwezig was. De omstandigheden dat [slachtoffer] aan verdachte had verteld dat ze een bewindvoerster had en begeleid woonde en [slachtoffer] bij verdachte niet al te snugger overkwam, doen daar niet aan af, nu vorenstaande omstandigheden evengoed van toepassing kunnen zijn op iemand zonder verstandelijke beperking. De rechtbank overweegt omtrent het ontbreken van die wetenschap nog dat het contact tussen [slachtoffer] en verdachte relatief kort is geweest, nauwelijks meer dan enkele dagen, en er sprake was van een tussen [slachtoffer] en verdachte afgesproken rollenspel waarbij door beiden duidelijke afspraken waren gemaakt een waarin verdachte, met instemming van [slachtoffer] , een machtspositie vervulde. Vaststaat bovendien dat [slachtoffer] zich zelf ook per advertentie had aangeboden om gratis seks met mannen te hebben. Verder blijkt uit het procesdossier dat [slachtoffer] de Nederlandse taal goed beheerst en zij ook ten overstaan van enkele in de onderhavige zaak gehoorde getuigen niet de indruk wekte iemand te zijn met beperkte geestvermogens. De communicatie met [slachtoffer] was bovendien in belangrijke mate schriftelijk, per app en sms, terwijl de rechtbank met name uit het schriftje en uit de onderlinge berichten niet de indruk krijgt dat [slachtoffer] in die zin beperkt overkomt dat zij haar wil niet kan bepalen en kenbaar maken, dat zij niet voor zichzelf kan opkomen en dat dit ook voor verdachte duidelijk moest zijn geweest.

Ook anderszins is de rechtbank niet gebleken van feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de wetenschap omtrent [slachtoffer] ’s zwakbegaafdheid bij verdachte aanwezig was.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1, te weten:

ten aanzien van sub 2 en sub 3:

1.

het proces-verbaal van de terechtzitting van 10 september 2018, onder meer inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

2.

het door [verbalisant 1] , in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 18 april 2018 (pagina’s 836 t/m 845);

3.

het door [verbalisant 2] , in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 27 juni 2018

(pagina’s 998 en 999);

4.

een tweetal bij het hiervoor onder 3 genoemde proces-verbaal gevoegde rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 24 april 2018 en 29 mei 2018, met bijlage (pagina’s 1000 t/m 1004).

ten aanzien van sub 4:

1.

het proces-verbaal van de terechtzitting van 10 september 2018, onder meer inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

2.

het door [verbalisant 3] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 1 mei 2018 (pagina’s 558 t/m 561).

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

2.

hij in de periode van 1 januari 2017 tot en met 22 januari 2018

te Enschede telkens opzettelijk heeft verkocht en verstrekt

een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en

een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en

een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB (Gamma Hydroxy Boterzuur) en

een hoeveelheid (XTC) tabletten, bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine)

zijnde cocaïne en amfetamine en GHB (Gamma Hydroxy Boterzuur) en

MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1;

3.

hij in de periode van 1 januari 2017 tot en met 22 januari 2018

te Enschede opzettelijk heeft verkocht en verstrekt een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

bij in de periode van 1 januari 2016 tot en met 21 januari 2018 in de gemeente Enschede en/of elders in Nederland (telkens) een afbeelding, te weten een film, heeft verspreid terwijl op die film telkens ontuchtige handelingen zichtbaar zijn waarbij een mens en een dier zijn betrokken, welke ontuchtige handelingen bestonden uit:

- het door een dier, te weten een hond parende bewegingen maken

ter hoogte van het onderlichaam van een vrouw en/of

- het door een vrouw likken, in de mond nemen, betasten en aanraken van

de penis van die hond

(betreft bestandsnaam [naam 3] aangetroffen in mobiele

telefoon Samsung type S 5, goednummer [nummer 1] )

en

- het door een vrouw likken, in de mond nemen, betasten en aanraken van

de penis van een dier, te weten een hond en/of

- het door een vrouw met haar mond opvangen van vloeistof (sperma of urine)

die kennelijk uit de penis van die hond komt en het vervolgens door

een vrouw laten likken van haar mond door die hond en/of

- het opnieuw door een vrouw likken van de penis van die hond

(betreft bestandsnaam [naam 4] , aangetroffen in mobiele

telefoon Samsung type S 6, goednummer [nummer 2] ).

De officier van justitie geeft gerekwireerd dat, naast de handel in hard- en softdrugs, eveneens het aanwezig hebben van die drugs bewezen kan worden verklaard. De rechtbank overweegt daaromtrent dat zij aan een bewezenverklaring van het aanwezig hebben niet toekomt nu dit aanwezig hebben alternatief is ten laste gelegd en de rechtbank aldus een keuze dient te maken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 254a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 10 en 11 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

feit 4

het misdrijf: een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij en mens en een dier zijn betrokken, verspreiden, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest en met oplegging van de in het reclasseringsrapport opgenomen bijzondere voorwaarden. Daarnaast heeft de officier van justitie verbeurdverklaring van € 565,-- en twee mobiele telefoons gevorderd.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

In het geval van een bewezenverklaring en veroordeling ter zake van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten constateert de raadsvrouw dat verdachte ruimschoots langer in detentie heeft gezeten dan de straf die volgens de oriëntatiepunten van het LOVS voor dit soort feiten dient te worden opgelegd. De raadsvrouw merkt in dat verband op dat er sprake is van drugshandel op zeer kleine schaal en er derhalve een straf dient te worden opgelegd die gebaseerd is op het aanwezig hebben van hard- en soft drugs.

Indien er een veroordeling volgt voor alle aan verdachte ten laste gelegde feiten verzoekt de raadsvrouw aan verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan de duur van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd, daarbij rekening houdend met de omstandigheden dat verdachte slechts één week appcontact heeft gehad het [slachtoffer] , hij slechts éénmaal fysiek contact heeft gehad met haar en zij slechts één klant heeft gehad ten aanzien waarvan verdachte geen voordeel heeft genoten.

De raadsvrouw heeft teruggave aan verdachte verzocht van een geldbedrag van € 565,-- en twee mobiele telefoons.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft, naast het verspreiden van twee filmpjes met dierenporno, in zijn woning een aanmerkelijke, kennelijk mede voor de handel en voor het uitdelen ervan bestemde, hoeveelheid hard- en softdrugs aanwezig gehad en heeft zich gedurende een periode van ongeveer een jaar schuldig gemaakt aan het verkopen en verstrekken van die hard- en softdrugs. Het gebruikt van drugs vormt een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. Daarnaast vindt een aanmerkelijk deel van de criminaliteit direct of indirect haar oorsprong in de handel en het gebruik van drugs. Verdachte heeft zich daarvan onvoldoende rekenschap gegeven. De rechtbank rekent het verdachte bovendien aan dat de in zijn woning aanwezige drugs open en bloot en voor het grijpen lagen voor de twee bij verdachte wonende minderjarige kinderen.

Wat betreft de strafmodaliteit en de hoogte ervan heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) worden, anders dan voor het verspreiden van dierenporno, voor de handel in drugs oriëntatiepunten gehanteerd. Deze geven, als uitgangspunt voor het verkopen en verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs vanuit een pand of op straat gedurende zes tot twaalf maanden, een gevangenisstraf van twaalf maanden. De rechtbank zal hier in belangrijke mate van afwijken nu zij aannemelijk acht dat verdachte geen uitgebreide klantenkring had en in een beperkte frequentie relatief geringe hoeveelheden drugs heeft verkocht en verstrekt en daarvan geen groot financieel voordeel heeft genoten. Verder heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf rekening gehouden met verdachtes persoonlijke omstandigheden zoals die met name zijn verwoord in de reclasseringsrapportage van 7 augustus 2018 en de psychiatrische- en psychologische rapportage van respectievelijk 11 juli 2018 en 25 juni 2018. Daarin wordt onder meer geconcludeerd dat de feiten, indien bewezen, volledig aan verdachte kunnen worden toegerekend. Tenslotte houdt de rechtbank rekening met het feit verdachte, afgezien van een transactie voor heling, niet eerder tot straf is veroordeeld.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur dient worden opgelegd. Gelet op verdachtes vrijspraak ter zake van het onder 1 ten laste gelegde en zijn ter terechtzitting gebleken persoonlijke omstandigheden, en mede gelet op de lange duur van de voorlopige hechtenis, ziet de rechtbank geen meerwaarde in noch ruimte voor het opleggen van een deels voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de twee onder verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoons van het merk Samsung, type S5 en type S6, alsmede het onder verdachte inbeslaggenomen geldbedrag van 565 euro moeten worden verbeurdverklaard, omdat het geld en de telefoons aan verdachte toebehoren en het geld door middel van de strafbare feiten onder 2 en/of 3 is verkregen en de telefoons voorwerpen betreffende waarmee de strafbare feiten onder 4 (en mogelijk onder 2 en 3) zijn gepleegd, één en ander met dien verstande dat, overeenkomstig de toezegging van de officier van justitie dienaangaande, de bestanden op deze telefoons (foto’s, filmpjes, en dergelijke) die betrekking hebben op het gezinsleven van verdachte voor hem zullen worden gekopieerd en aan hem zullen worden verstrekt, nu deze beelden mede zien op zijn overleden vrouw en het bezit van deze bestanden mede in het belang is van zijn minderjarige kinderen.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 57, 33 en 33a Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 2

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

feit 4

het misdrijf: een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij en mens en een dier zijn betrokken, verspreiden, meermalen gepleegd.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd, twee onder verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoons van het merk Samsung, type S5 en type S6, alsmede het onder verdachte inbeslaggenomen geldbedrag van 565 euro, één en ander met inachtneming van vorenstaande onder 7.4 genoemde restrictie;

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Berg, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. P.M. Breukink, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2018.

Mr. Berg en mr. Breukink zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer [nummer 3] van 15 mei 2018. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.